<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR116130_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag Schiedam 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag Schiedam 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikelen 8 eerste lid, onderdeel d en 36, Wet werk en bijstand (WWB), overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar bij verordening te regelen;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR 124/2008</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>langdurigheidstoeslag</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>n.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>n.v.t.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag Schiedam 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De wet: de Wet werk en bijstand</al></li><li nr="b."><al>Referteperiode: een periode van 60 maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum.</al></li><li nr="c."><al>Peildatum: de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt
                                    aangevraagd. De datum van 1 januari van het jaar van aanvraag
                                    wordt als peildatum gehanteerd.</al></li><li nr="d."><al>Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met
                                    dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een
                                    beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de
                                    referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van
                                    artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op
                                    langdurigheids-toeslag als inkomen gezien.</al></li><li nr="e."><al>Bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onder c
                                    van de wet.</al></li><li nr="f."><al>Gehuwdennorm: de norm van artikel 21 onderdeel c van de
                                    wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college van
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Langdurig, laag inkomen</titel></kop><al>Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het
                            hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de
                            referteperiode het inkomen van alleenstaande ouders en
                            gehuwden/samenwonenden met een of meer ten laste komende kinderen in de
                            leeftijd tot 18 jaar en chronisch zieken en gehandicapten niet uitkomt
                            boven 120 procent van de toepasselijke bijstandsnorm en het inkomen voor
                            alleenstaanden en gehuwden/samenwonenden zonder kinderen niet uitkomt
                            boven 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 486,00,</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 436,00 en</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 341,00.</al></li></lijst></li></lijst><al>[De genoemde bedragen gelden per 1 januari 2008 en indexering vindt
                            plaats per 1 januari 2009]</al><lijst><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de
                                    peildatum bepalend.</al></li><li nr="3."><al>Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van
                                    het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of
                                    artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in
                                    aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die
                                    voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
                                    gelden.</al></li><li nr="4."><al>De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het
                                    procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van
                                    dat jaar en de gehuwdennorm van het daar aan voorafgaande
                                    jaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            langdurigheidstoeslag Schiedam 2009. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december
                        2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, M. v.d. Groenendaal (loco-gemeentesecretaris)</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, W.M. Verver-Aartsen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Verordening langdurigheidstoeslag </tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al/><al>Op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op
                    de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt
                    gegeven aan het begrip ‘langdurig, laag inkomen’, zoals dat in artikel 36 lid 1
                    WWB wordt gebruikt.</al><al>In deze verordening is gekozen voor invulling die rekening houdt met de
                    jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de in de huidige regeling en
                    uitvoeringspraktijk gesignaleerde tekortkomingen. </al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis
                    als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de
                    WWB zelf staan, is een definitie gegeven in deze verordening.</al><al>Met de invulling van het begrip ‘peildatum’ als datum
                        <cursief>waartegen</cursief> is aangevraagd wordt aangesloten bij de
                    jurisprudentie van de CRvB, dat het niet gaat om de datum
                        <cursief>waarop</cursief> is aangevraagd (zie CRvB 22-07-2008, </al><al>nr. 07/2304 WWB). De aanvraag waarom steeds geacht te zijn gedaan
                        <cursief>tegen</cursief> de eerste mogelijke datum na afloop van een
                    referteperiode. </al><al>Met betrekking tot het begrip ‘inkomen’ is een van de WWB afwijkende definitie
                    opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht heeft gegeven om in de
                    verordening regels te geven met betrekking tot het begrip ‘langdurig, laag
                    inkomen’, is de gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van
                    artikel 36 lid 1 WWB nader te definiëren. </al><al>Met de gebruikte definitie wordt aangesloten bij de in de bestaande
                    uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door de wetgever bedoelde) invulling van
                    het begrip inkomen in artikel 36 lid 1 WWB, doch wordt de wetstechnische
                    imperfectie weggenomen.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Voor wat betreft het begrip ‘langdurig, laag inkomen’ is aansluiting gezocht bij
                    de inkomensgrenzen die sinds 1 januari 2008 gelden voor de bijzondere bijstand
                    in het kader van het gemeentelijke armoedebeleid.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gebaseerd op de huidige bedragen. Om
                    niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is gekozen om de hoogte
                    jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met de bijstandsnormen. Omdat de
                    bijstandsnormen in beginsel 2 maal per jaar worden geïndexeerd en de
                    langdurigheidstoeslag maar eenmaal, wordt steeds een vergelijking gemaakt met de
                    bijstandsnormen per 1 januari van het voorafgaande jaar.</al><al>In het derde lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven voor
                    situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten van het
                    recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. De
                    WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende
                    echtgenoot, terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag voor gehuwden in
                    dergelijke situaties ook niet opportuun is. NB: </al><al>Dit derde lid ziet enkel op de situatie dat er bij een echtgenoot sprake is van
                    een uitsluitingsgrond op grond van artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. </al><al>Indien één van beide gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op
                    langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in
                    artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op
                    langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers
                    gezamenlijk toe. </al><al>Zij moeten daarom ook allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk aan de
                    voorwaarden voldoen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>