<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR11503_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van Orde voor de gemeenteraad 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van Orde voor de gemeenteraad 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-03-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-03-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-06-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 08.0001</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van Orde voor de gemeenteraad 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De Raad van de gemeente Leiden;</al><al>Gezien het voorstel van het presidium raadsvoorstel 08.0001 van 2008, mede
                        gezien het advies van de commissie.</al><al>BESLUIT:</al><al>Vast te stellen de navolgende verordening</al><al>Reglement van Orde voor de gemeenteraad 2008</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</label></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="-"><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-besluit dat
                                    is opgenomen in een raadsvoorstel. Het voorstel tot wijziging
                                    dient betrekking te hebben op hetgeen is opgenomen in het
                                    raadsbesluit.</al></li><li nr="-"><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een ingediend
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="-"><al>initiatiefvoorstel: een voorstel van één of meerdere leden van
                                    de raad aan de raad over een onderwerp waarover de raad bevoegd
                                    is te beslissen</al></li><li nr="-"><al>interruptie: korte onderbreking van een spreker ter verkrijging
                                    van duidelijkheid omtrent hetgeen aan de orde is door het
                                    stellen van een vraag;</al></li><li nr="-"><al>interpellatie: vragen van inlichtingen aan het college of de
                                    burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de
                                    agenda;</al></li><li nr="-"><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp (dat
                                    op de agenda van de raad staat) waardoor een oordeel, wens of
                                    verzoek wordt uitgesproken richting het college;</al></li><li nr="-"><al>persoonlijk feit : mededeling buiten de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="-"><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="-"><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="-"><al>collegeleden: het college van B&amp;W, te weten de wethouders en
                                    de burgemeester van de gemeente Leiden.</al></li><li nr="-"><al>presidium: het presidium voor de raad en raadscommissies
                                    bestaande uit de commissievoorzitters, uitgezonderd de
                                    voorzitter van de Commissie voor de Rekeningen, de voorzitter
                                    van de raad en de griffier. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 De voorzitter van de raad</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><al>a) het leiden van de vergadering van de raad en het presidium;</al><al>b) het handhaven van de orde in de vergadering van de raad;</al><al>c)het doen naleven van het reglement van orde;</al><al>d)hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij verleent het woord, formuleert de conclusies waarover wordt
                                gestemd en deelt de uitslag mee.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad benoemt de vier voorzitters voor de raadscommissies als
                                eerste, tweede, derde of vierde plaatsvervangend voorzitter van de
                                raad. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 De griffier</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                door een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar (plv.
                                griffier).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd,
                                aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De gemeentesecretaris</titel></kop><al>De gemeentesecretaris kan indien de raad het college hierom verzoekt,
                            aanwezig zijn bij de raadsvergadering en deelnemen aan de
                            beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden stelt de raad een commissie
                                    in bestaande uit drie leden. De commissie bestaat uit de
                                    voorzitters van de drie grootste fracties of de door hen
                                    aangewezen plaatsvervangers. Als voorzitter van de commissie
                                    treedt op de voorzitter van de grootste fractie, tenzij deze
                                    voorzitter anders bepaalt. De commissie onderzoekt de
                                    geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw
                                    benoemde leden en het proces-verbaal van het stembureau.</al></li><li nr="2."><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                                    verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een
                                    besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                    minderheidsstandpunt.</al></li><li nr="3."><al>Na de Gemeenteraadsverkiezingen roept de voorzitter de
                                    toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van
                                    de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de
                                    Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af
                                    te leggen.</al></li><li nr="4."><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de
                                    voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de
                                    vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt
                                    beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                                    leggen.</al></li><li nr="5."><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het
                                    eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de
                                    kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze
                                    van de commissie is overeenkomstig het tweede lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Fracties</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                    kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang
                                    van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een
                                    lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een
                                    afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst,
                                    voert de fractie binnen de raad deze aanduiding als naam. Indien
                                    geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de
                                    fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter
                                    mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. </al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                                    schriftelijk aan de voorzitter ter kennis gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Er wordt een schriftelijke mededeling gedaan aan de voorzitter
                                    indien:</al><lijst><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige
                                            fractie gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>twee of meer fracties als één fractie gaan
                                            optreden;</al></li><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij
                                            een andere fractie;</al></li></lijst></li></lijst><al>Met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering van de raad wordt
                            hiermee rekening gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Fractievoorzittersoverleg</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de voorzitter van de
                                    raad en de fractievoorzitters. De voorzitter van de raad treedt
                                    op als voorzitter van het overleg. De voorzitter kan zich laten
                                    vervangen door één van de plaatsvervangende voorzitters van de
                                    raad. Indien een fractievoorzitter niet aanwezig kan zijn, kan
                                    hij zich laten vervangen door een raadslid uit zijn
                                    fractie.</al></li><li nr="2."><al>De griffier treedt op als secretaris en is elke vergadering in
                                    die hoedanigheid aanwezig.</al></li><li nr="3."><al>Het fractievoorzittersoverleg komt bij elkaar indien hiertoe
                                    aanleiding bestaat.</al></li><li nr="4."><al>De griffier stelt de agenda op in samenspraak met de voorzitter
                                    van het overleg. De agenda en de bijbehorende stukken worden
                                    uiterlijk 72 uur voor de vergadering onder de leden
                                    verspreid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Het presidium</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een presidium voor de raad en de raadscommissies. Het
                                    presidium bestaat uit de commissievoorzitters -uitgezonderd de
                                    voorzitter van de Commissie voor de Rekeningen- en de voorzitter
                                    van de raad.</al></li><li nr="2."><al>De griffier treedt op als secretaris en is elke vergadering in
                                    die hoedanigheid aanwezig.</al></li><li nr="3."><al>Het presidium vergadert één keer in de twee weken of zo vaak als
                                    de voorzitter dit noodzakelijk acht.</al></li><li nr="4."><al>Het presidium bereidt de raads- en commissievergadering voor.
                                    Hij bespreekt alle vergaderingen van de raad en commissies voor,
                                    beoordeelt de kwaliteit van de stukken, bepaalt of stukken
                                    ‘rijp’ zijn voor behandeling, stelt een vergaderschema op voor
                                    de raads- en commissievergaderingen, houdt overzicht over
                                    aanlevering en agendering van stukken en de wijze van
                                    behandeling van stukken in commissies en raad. Hij bewaakt de
                                    langetermijnagenda’s van de commissies en de raad en draagt zorg
                                    voor de planning van activiteiten voor de commissies en de
                                    raad.</al></li><li nr="5."><al>Het presidium doet een voorstel op welke wijze een onderwerp in
                                    de commissievergadering wordt geagendeerd, te weten I
                                    (informatief), BC(Besluit commissie), DC (debat en
                                    pre-besluitvorming in de commissie, besluitvorming in de raad),
                                    DR (debat in de commissie, debat en besluitvorming in de raad)
                                    of als hamerstuk.</al></li><li nr="6."><al>De vergaderingen van het presidium zijn openbaar, tenzij de aard
                                    van het te bespreken onderwerp zich daartegen verzet. De
                                    griffier verstuurt de agenda en de adviezen van de griffie op de
                                    te agenderen voorstellen minimaal 48 uur voor de vergadering aan
                                    de presidiumleden. De griffier maakt de besluitenlijst van de
                                    besluiten die zijn genomen tijdens de presidiumvergadering. Alle
                                    raadsleden, duo-raadsleden en collegeleden ontvangen zo spoedig
                                    mogelijk de besluitenlijst per email.</al></li><li nr="7."><al>Ieder lid van het presidium kan bij de voorzitter verzoeken om
                                    een extra vergadering van het presidium. Het lid dient het
                                    verzoek met redenen te omkleden. De voorzitter beslist zo
                                    spoedig mogelijk over het verzoek na consultatie van de
                                    griffier.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 2: Orde van de vergaderingen </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 9 Vergaderfrequentie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad vergadert in een cyclus van drie weken, uitgezonderd de
                                    recesperiodes. De raadsvergadering vindt plaats in de derde week
                                    van de cyclus.</al></li><li nr="2."><al> De vergaderingen vinden altijd plaats op dinsdagavond. De
                                    vergaderingen beginnen om 20.00 uur en eindigen uiterlijk om
                                    23.00 uur. Extra vergaderingen worden in principe op
                                    donderdagavond gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De raadsvergadering waarin de Perspectiefnota, Jaarrekening of
                                    Begroting wordt behandeld kan vanaf 16.00 uur plaatsvinden.
                                </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter van de raad of tenminste 8 raadsleden kunnen het
                                    presidium verzoeken om een extra vergadering te plannen. De
                                    verzoekers dienen aan te geven wat de reden is voor de extra
                                    vergadering. Het verzoek om een dergelijke vergadering wordt
                                    ingediend bij de voorzitter van de raad. Het presidium oordeelt
                                    over dit verzoek in zijn eerstvolgende vergadering.</al></li><li nr="5."><al>Het presidium kan de raad voorafgaand aan de vergadering
                                    voorstellen de aanvangstijd te vervroegen voor andere
                                    raadsvergaderingen dan die genoemd in het derde lid. De raad kan
                                    bij meerderheid van stemmen besluiten dat een vergadering na
                                    23.00 uur wordt voortgezet. Indien de vergadering niet na 23.00
                                    uur wordt voortgezet, wordt de vergadering voortgezet op de
                                    daarop volgende donderdagavond.</al></li><li nr="6."><al>Het presidium doet voorstellen aan de raad over tijdstip en
                                    plaats van de extra vergadering bedoeld in het vierde lid, met
                                    dien verstande dat de raadsvergadering moet plaatsvinden binnen
                                    7 dagen gerekend vanaf de dag dat het verzoek is gedaan.De
                                    termijn genoemd in artikel 10 eerste lid is niet van
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Oproep</label></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt ten minste 10 dagen vóór een vergadering de
                                    leden, de griffier, de leden van het college, de
                                    gemeentesecretaris en genodigden een schriftelijke oproep onder
                                    vermelding van de dag, tijdstip en plaats van de vergadering.
                                </al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25 van de Gemeentewet bedoelde
                                    stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproeping
                                    aan de leden verzonden.</al></li><li nr="3."><al>De openbare aankondiging van de vergadering vindt plaats in het
                                    gemeentelijke informatieblad en op de internetsite van de
                                    gemeente met de vermelding van de agendapunten die behandeld
                                    worden. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of
                                    voorstellen op de agenda dienen en de agenda worden voor een
                                    ieder op het stadhuis, stadsbouwhuis en openbare bibliotheek ter
                                    inzage gelegd. </al></li><li nr="4."><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het tweede lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier de leden van de raad
                                    inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Agenda</label></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Voordat de schriftelijke oproeping wordt verzonden, stelt het
                                    presidium de voorlopige agenda van de commissievergadering op.
                                    Indien de vergadering van de raad vóór 20.00 uur begint, dienen
                                    de agendapunten waarvoor (veel) publiek valt te verwachten pas
                                    na 20.00 uur te worden geagendeerd.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid en de voorzitter kunnen binnen twee dagen na het
                                    verschijnen van de voorlopige agenda het presidium verzoeken een
                                    onderwerp aan de agenda toe te voegen. Het presidium oordeelt
                                    over dit verzoek in zijn eerstvolgende vergadering. Indien het
                                    presidium het verzoek positief beoordeelt verzoekt hij de raad
                                    het onderwerp aan de agenda toe te voegen. De aangepaste agenda
                                    en de eventueel daarbij behorende stukken worden zo spoedig
                                    mogelijk verspreid.</al></li><li nr="3."><al>In spoedeisende gevallen kan het presidium na het verzenden van
                                    de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                    vergadering een herziene agenda opstellen. De herziene agenda en
                                    de daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk aan de
                                    leden verzonden.</al></li><li nr="4."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                    voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad
                                    bij de vaststelling van de agenda onderwerpen van de agenda
                                    afvoeren of de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 De wethouders en burgemeester</label></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De leden van het college zijn voor elke vergadering van de raad
                                    uitgenodigd.</al></li><li nr="2."><al>De leden van het college kunnen deelnemen aan de beraadslaging
                                    over voorstellen die tot hun portefeuille behoren. Indien een
                                    portefeuillehouder zich wil laten vervangen door een ander lid
                                    van het college om het woord te voeren meldt hij dit bij de
                                    voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>Indien de burgemeester het woord wil voeren over voorstellen die
                                    tot zijn portefeuille behoren geeft hij het voorzitterschap van
                                    de raadsvergadering over aan een van de plaatsvervangende
                                    voorzitters. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Presentielijst</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                                    onmiddellijk de presentielijst. </al></li><li nr="2."><al>De leden die voor de sluiting de vergadering verlaten, geven
                                    daarvan kennis aan de voorzitter dan wel de griffier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Zitplaatsen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter, de leden en de griffier hebben een vaste
                                    zitplaats, door de voorzitter na overleg met het presidium bij
                                    iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien in overleg met het presidium.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats in de raadzaal voor
                                    de gemeentesecretaris, personen die voor de ondersteuning van de
                                    raadsleden en collegeleden zijn uitgenodigd, gehandicapte
                                    personen die niet op de publieke tribune kunnen plaatsnemen en
                                    overige genodigde personen. </al></li><li nr="4."><al>Tijdens de raadsvergadering worden in de raadzaal raadsleden,
                                    duo-raadsleden en ambtenaren van de gemeente Leiden toegelaten.
                                    Belangstellenden en toehoorders dienen zitting te nemen op de
                                    publieke tribune of op de perstribune als het journalisten en
                                    verslaggevers betreft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Opening van de vergadering; quorum</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur
                                    indien blijkens de presentielijst de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden aanwezig zijn.</al></li><li nr="2."><al>Indien een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en tijd van
                                    de volgende vergadering, tegen een tijdstip dat ten minste 24
                                    uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 De actualiteit</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Na de opening van de vergadering geeft de voorzitter de leden
                                    gelegenheid om gedurende totaal dertig minuten vragen te stellen
                                    over actuele onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Het lid van de raad dat tijdens de actualiteit vragen wil
                                    stellen, meldt dit onder vermelding van het onderwerp en zo
                                    mogelijk de concrete vra(a)g(en) uiterlijk om 10.00 uur op de
                                    dag van de vergadering bij de griffier. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens de actualiteit
                                    aan de orde te stellen indien:</al></li><li nr="-"><al>het onderwerp niet voldoende nauwkeurig is omschreven;</al></li><li nr="-"><al>het onderwerp in de raadsvergadering van die dag aan de orde
                                    komt;</al></li><li nr="-"><al>over het onderwerp reeds een rondvraag is aangekondigd in een
                                    raadscommissie;</al></li><li nr="-"><al>het een onderwerp betreft waarover nog een inspraak- of
                                    zienswijzenprocedure aanhangig is;</al></li><li nr="-"><al>over het onderwerp reeds schriftelijke vragen zijn gesteld
                                    conform artikel 43;</al></li><li nr="-"><al>de actualiteitsvraag wordt gesteld aan een lid van het college
                                    en het onderwerp niet behoort tot de invloedssfeer of
                                    bevoegdheid van het college van B&amp;W;</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                    tijdens de actualiteit aan de orde worden gesteld.</al></li><li nr="5."><al>Het lid dat de actualiteitsvraag wil stellen geeft bij het
                                    aanmelden van de actualiteit aan hoeveel spreektijd voor dit
                                    punt wordt gereserveerd. De griffier deelt het lid van het
                                    college dat de actualiteitsvraag gaat beantwoorden een
                                    spreektijd toe voor de beantwoording.</al></li><li nr="6."><al>Per actualiteitsvraag wordt aan de vragensteller het woord
                                    verleend om één of meer vragen aan het collegelid of een ander
                                    lid te stellen en een toelichting daarop te geven.</al></li><li nr="7."><al>Na de beantwoording door het collegelid of een ander lid krijgt
                                    de vragensteller desgewenst nog éénmaal het woord om aanvullende
                                    vragen te stellen.</al></li><li nr="8."><al>Tijdens de actualiteit kunnen geen moties worden ingediend en
                                    worden geen interrupties toegelaten. De voorzitter kan aan
                                    andere leden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller,
                                    hetzij aan een lid van het college vragen te stellen over
                                    hetzelfde onderwerp.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17 Regeling van Werkzaamheden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Na het agendapunt ‘Actualiteit’ wordt het punt ‘Regeling van
                                    werkzaamheden’ geagendeerd. De regeling van werkzaamheden bevat
                                    de voorstellen van het presidium voor de komende vergadercyclus
                                    van drie weken.</al></li><li nr="2."><al>Elk lid kan bij dit agendapunt het woord vragen en voorstellen
                                    een stuk op een andere wijze te behandelen dan het presidium
                                    heeft voorgesteld. Een voorstel van een lid wordt overgenomen
                                    indien de raad hierbij met meerderheid van stemmen instemt.</al></li><li nr="3."><al>Een lid dat een wijziging in de Regeling van Werkzaamheden wil
                                    voorstellen conform het tweede lid meldt dit voor 10.00 uur op
                                    de dag van de raadsvergadering bij de griffier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming</label></kop><al>De voorzitter van de raad bepaalt aan het begin van de raadsvergadering
                            bij welk lid een hoofdelijke stemming, zoals bedoeld in artikel 32
                            vijfde lid zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de
                            presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de
                            hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Het verslag</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De griffier zorgt dat van het verhandelde in de vergadering een
                                    verslag wordt gemaakt, dat een volledige weergave van het ter
                                    vergadering besprokene bevat en dat wat vorm en inrichting
                                    betreft niet afwijkt van het stenoanalytische verslag. Dit
                                    verslag wordt aangeduid met de term ‘handelingen’.</al></li><li nr="2."><al>De handelingen zijn ongeveer 5 dagen voor de volgende
                                    raadsvergadering in te zien via de website van de gemeente
                                    Leiden en liggen ter inzage in de leeskamer van het Huis van de
                                    Raad. </al></li><li nr="3."><al>Wijzigingsvoorstellen op hetgeen vermeld staat in de handelingen
                                    dienen uiterlijk om 10.00 uur op de dag van de raadsvergadering
                                    schriftelijk bij de griffier te worden ingediend. De leden, de
                                    voorzitter, de griffier, de gemeentesecretaris en de leden van
                                    het college hebben het recht een voorstel tot wijziging aan de
                                    raad te doen, indien de handelingen onjuistheden bevatten of
                                    niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20 Besluitenlijst</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Van hetgeen wordt besproken in een raadsvergadering wordt een
                                    besluitenlijst gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De besluitenlijst bevat in ieder geval:</al></li><li nr="a)"><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de
                                    wethouders en de ter vergadering aanwezig leden;</al></li><li nr="b)"><al>de namen van de leden die afwezig waren;</al></li><li nr="c)"><al>de namen van de overige personen die in de vergadering het woord
                                    gevoerd hebben;</al></li><li nr="d)"><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al></li><li nr="e)"><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding
                                    bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of
                                    tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die
                                    zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben
                                    onthouden;</al></li><li nr="f)"><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                    initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                    amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="g)"><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                    die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 29
                                    door de raad is toegestaan deel te nemen aan de
                                    beraadslagingen.</al></li><li nr="3."><al>De concept- besluitenlijst wordt, zo mogelijk gelijktijdig met
                                    de oproeping voor de volgende raadsvergadering, aan de leden van
                                    de raad en het college gestuurd.</al></li><li nr="4."><al>De leden, de leden van het college, de voorzitter van de raad en
                                    de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering aan
                                    de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of
                                    niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is.</al></li><li nr="5."><al>Een voorstel tot verandering wordt uiterlijk om 10.00 uur op de
                                    dag van de vergadering bij de griffier ingediend.</al></li><li nr="6."><al>De besluitenlijst wordt vastgesteld door de gemeenteraad in de
                                    eerstvolgende raadsvergadering. De besluitenlijst wordt op de
                                    agenda na het agendapunt ‘Ingekomen Stukken’, zoals bedoeld in
                                    artikel 21 geagendeerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21 Ingekomen stukken</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De vrijdag voor de vergadering van de raad, wordt door de
                                    griffier aan de leden een lijst toegezonden met de ingekomen
                                    stukken. De lijst met ingekomen stukken bevat alle
                                    correspondentie gericht aan de raad en de raadscommissies die in
                                    de drie weken daarvoor zijn ontvangen bij de griffie. </al></li><li nr="2."><al>Op de lijst wordt aangegeven wie de afzender van het bericht is,
                                    een korte omschrijving van de inhoud van de mededelingen en de
                                    door het presidium voorgestelde wijze van afdoening van het
                                    ingekomen stuk. </al></li><li nr="3."><al>De ingekomen stukken worden geagendeerd na het agendapunt
                                    ‘Regeling van Werkzaamheden’. De raad stelt de wijze van
                                    afdoening van de ingekomen stukken vast.</al></li><li nr="4."><al>Indien een of meer leden over de ingekomen stukken het woord
                                    vraagt, kan de voorzitter hiertoe onmiddellijk gelegenheid geven
                                    danwel de beraadslaging uitstellen tot de op de agenda vermelde
                                    onderwerpen worden behandeld. Voor zover de mededelingen en
                                    ingekomen stukken niet betrekking hebben op punten van de
                                    raadsagenda, kunnen slechts besluiten worden genomen ten aanzien
                                    van de procedure. Een voorstel tot wijziging van de wijze van
                                    afhandeling kan tot uiterlijk de aanvang van de vergadering
                                    doorgegeven worden aan de griffier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22 Spreekregels</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad en van het college spreken vanaf hun plaats
                                    indien het een stemverklaring of een voorstel van orde betreft,
                                    en voor het overige vanaf het spreekgestoelte of een
                                    interruptiemicrofoon.</al></li><li nr="2."><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de
                                    leden van de raad en het college vanaf een andere plaats
                                    spreken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23 Volgorde sprekers</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid voert het woord alleen na het aan de voorzitter gevraagd
                                    en van hem verkregen te hebben.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter verleent de leden het woord in de volgorde, waarin
                                    zij het hebben gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid
                                    het woord vraagt over de orde van de vergadering, of over een
                                    persoonlijk feit. Een voorstel van orde kan door de voorzitter
                                    of een lid worden gedaan. Over een voorstel van orde beslist de
                                    raad terstond.</al></li><li nr="4."><al>De leden van het college voeren indien nodig het woord nadat
                                    alle raadsleden die dat wensten het woord hebben gevoerd. Het
                                    eerste lid is van overeenkomstige toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24 Aantal spreektermijnen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het lid dat een
                                    (sub)amendement of een motie heeft ingediend, kan tweemaal het
                                    woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al></li><li nr="-"><al>de voorzitter van een raadscommissie in geval van
                                    informatieverstrekking uit de raadscommissie;</al></li><li nr="-"><al>het lid dat een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat
                                    betreft dat voorstel.</al></li><li nr="5."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25 Spreektijd</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het presidium geeft het aantal minuten aan dat beschikbaar is
                                    voor de behandeling van alle agendapunten per fractie. De
                                    fracties krijgen gezamenlijk 66% van de beschikbare spreektijd
                                    en het college 33%.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid kan het presidium ook
                                    voorstellen om een debattijd per onderwerp in te voeren. De
                                    beschikbare debattijd wordt over de agendapunten verdeeld. De
                                    fracties en het college hebben per agendapunt recht op 66%
                                    respectievelijk 33% van de debattijd. Indien de totale debatijd
                                    is vertreken wordt het onderwerp afgesloten en indien nadere
                                    beraadslaging of stemmingen nodig zijn, in een volgende
                                    vergadering voortgezet.</al></li><li nr="3."><al>De fracties en het college geven voor 10.00 uur op de dag van de
                                    raadsvergadering bij de griffier aan hoe zij de hun toebedeelde
                                    spreektijden inzetten bij de verschillende onderwerpen. Het
                                    totaal van de opgegeven spreektijd mag nooit meer bedragen dan
                                    de totale spreektijd voor de gehele raadsvergadering.</al></li><li nr="4."><al>Het raadslid dat namens zijn fractie het woord voert dient zich
                                    aan de vooraf opgegeven spreektijd te houden. Het is niet
                                    toegestaan om niet gebruikte spreektijd bij een onderwerp op de
                                    agenda mee te nemen naar een volgend agendapunt. Ook mag het
                                    raadslid dat het woord voert en door zijn spreektijd heen is,
                                    geen (deel van de) spreektijd overhevelen van een later
                                    geagendeerd onderwerp naar het agendapunt waar het raadslid het
                                    woord over voert.</al></li><li nr="5."><al>Het presidium maakt nadere regels voor de debatten met maximale
                                    spreektijd en legt deze zo spoedig mogelijk daarna voor aan de
                                    raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26 Orde der vergaderingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter draagt zorg voor de handhaving van de orde in een
                                    vergadering en is bevoegd, wanneer de orde op enigerlei wijze
                                    wordt verstoord, hen die de orde verstoren te verwijderen. De
                                    voorzitter kan de raad voorstellen aan een lid dat door zijn
                                    gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
                                    verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt
                                    niet beraadslaagd . Na aanneming van het voorstel verlaat het
                                    lid onmiddellijk de vergadering. </al></li><li nr="2."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al></li><li nr="-"><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit
                                    reglement te herinneren;</al></li><li nr="-"><al>een lid of een lid van het college dat aan de beraadslagingen
                                    deelneemt hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                    spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                    afronden.</al></li><li nr="3."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel
                                    anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot
                                    de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft
                                    kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks
                                    plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord
                                    ontzeggen.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en indien na de heropening
                                    de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27 Advisering aan raad</label></kop><al>Een voorstel kan op vier verschillende wijzen door de raadscommissie aan
                            de raad worden gezonden ter besluitvorming. Voorstellen kunnen worden
                            besproken als:</al><lijst><li nr="-"><al>hamerstuk</al></li><li nr="-"><al>hamerstuk met stemverklaring</al></li><li nr="-"><al>kort bespreekpunt </al></li><li nr="-"><al>inhoudelijk bespreekpunt met daarbij geformuleerd over welke
                                    onderdelen van het voorstel nog gesproken wordt en welke moties
                                    en amendementen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28 Beraadslaging</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                    besluiten over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden
                                    de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. Het verzoek
                                    om schorsing dient door de helft van de aanwezige raadsleden te
                                    worden ondersteund. De beraadslagingen worden hervat nadat de
                                    schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 29 Deelname aan de beraadslaging door anderen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raaden het college, de
                                    gemeentesecretaris, de griffier of de voorzitter mogen deelnemen
                                    aan de beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>De raad beslist daartoe op voorstel van de voorzitter of één van
                                    de leden van de raad voordat met de beraadslaging ten aanzien
                                    van het aan de orde zijnde agendapunt wordt begonnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 30 Stemverklaring</label></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                            overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                            motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 31 Beslissing</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over
                                    eventuele amendementen en moties, de stemming plaats over het
                                    voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, tenzij geen
                                    stemming wordt gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></li><li nr="4."><al>Indien een raadsvergadering op grond van artikel 9 derde of
                                    vijfde lid eerder dan 20.00 uur begint, dienen de stemmingen
                                    over de voorstellen die vóór 20.00 uur worden behandeld pas na
                                    20.00 uur plaats te vinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 32 Algemene bepalingen over stemmingen</label></kop><al><onderstreept>A. Algemeen</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt verlangd stelt de voorzitter vast dat het
                                    voorstel zonder stemming is aangenomen. </al></li><li nr="2."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het
                                    verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich waar mogelijk van stemming te hebben
                                    onthouden. </al></li><li nr="3."><al>De leden brengen hun stem uit door het opsteken van een
                                    hand.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet tevens mededeling of het voorliggende besluit,
                                    voorstel, motie, amendement of verzoek is aangenomen of
                                    verworpen.</al></li></lijst><al><onderstreept>B. Hoofdelijke stemming</onderstreept></al><lijst><li nr="5."><al>Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt
                                    gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.</al></li><li nr="6."><al>De griffier roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen,
                                    beginnende bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is
                                    aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde
                                    van de presentielijst. Stemming vindt plaats door het woord
                                    ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="7."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden
                                    verplicht zijn stem uit te brengen. </al></li><li nr="8."><al>Indien hoofdelijk wordt gestemd kan een lid dat zich bij het
                                    uitbrengen van zijn stem heeft vergist, deze vergissing nog
                                    herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het
                                    lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter
                                    de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening
                                    vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming
                                    brengt dit echter geen verandering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 33 Stemming over amendementen en moties</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien zowel een amendement als een motie op een aanhangig
                                    voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd,
                                    vervolgens over de motie en daarna over het voorstel.</al></li><li nr="2."><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></li><li nr="3."><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het motie gestemd en vervolgens over het
                                    voorstel.</al></li><li nr="5."><al>Indien de raad niet voltallig is bij de stemming, wordt bij een
                                    staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot
                                    een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen
                                    worden heropend. Indien de raad voltallig is bij de stemming en
                                    de stemmen staken dan is het voorstel niet aangenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 34 Stemming over personen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter vier leden in het
                                    stembureau.</al></li><li nr="2."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes zijn identiek.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De vergadering kan
                                    op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                    ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                    verstaan:</al></li><li nr="a)"><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="b)"><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c)"><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de
                                    stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="d."><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht
                                    betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is
                                    voorgedragen;</al></li><li nr="e)"><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan
                                    die waartoe de stemming is beperkt.</al></li><li nr="6."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></li><li nr="7."><al>De griffier draagt ervoor zorg dat de stembriefjes onmiddellijk
                                    na vaststelling van de uitslag worden vernietigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 35 Herstemming over personen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming niemand de volstrekte
                                    meerderheid heeft verkregen, heeft een derde stemming plaats
                                    tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de
                                    meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt
                                    bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de
                                    derde stemming zal plaatshebben.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 36 Beslissing door het lot</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></li><li nr="2."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 4: Rechten van leden </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 37 Amendementen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid is bevoegd tijdens de beraadslagingen wijzigingen voor
                                    te stellen op het voorgestelde besluit. Ook kan hij voorstellen,
                                    het voorgestelde besluit in een of meer onderdelen te splitsen,
                                    waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen
                                    beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn
                                    door leden, die de presentielijst getekend hebben en in de
                                    vergadering aanwezig zijn.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                    amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                    stellen (subamendement).</al></li><li nr="3."><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling
                                    genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden
                                    ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige
                                    karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge
                                    indiening kan worden volstaan. Het amendement dient voorzien te
                                    zijn van de handtekening van de indiener(s).</al></li><li nr="4."><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                    mogelijk, tot het moment dat de besluitvorming door de raad
                                    plaatsvindt.</al></li><li nr="5."><al>Een amendement is ontoelaatbaar, indien het een strekking heeft,
                                    tegengesteld aan die van het voorstel, of indien er tussen de
                                    materie van het amendement en die van het voorstel geen
                                    rechtstreeks verband bestaat, zulks ter beoordeling van de
                                    voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 38 Moties</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                    schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, voorzien van de
                                    handtekening van de indiener(s).</al></li><li nr="3."><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                    voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp
                                    of voorstel plaats.</al></li><li nr="4."><al>Een raadslid dat voornemens is een motie vreemd aan de orde van
                                    de dag in te dienen, dient deze eerst in bij het presidium. Het
                                    presidium doet de raad een voorstel waar en op wat voor wijze de
                                    motie behandeld kan worden.</al></li><li nr="5."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda
                                    opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda
                                    voorkomende onderwerpen zijn behandeld. Voor de behandeling van
                                    deze moties gelden de spreekregels vermeld in artikel 24.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 39 Voorstellen van orde</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raad bij gewone
                                    meerderheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 40 Collegevoorstel</label></kop><al>Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeldt staat op de
                            agenda van de raad, kan niet worden ingetrokken door het college vanaf
                            het moment dat de raadsvergadering is aangevangen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 41 Initiatiefvoorstellen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk lid kan een initiatiefvoorstel aanbieden ter besluitvorming
                                    in de raad. Een initiatiefvoorstel wordt in behandeling genomen,
                                    indien het schriftelijk bij het presidium is ingediend. </al></li><li nr="2."><al>Het presidium plaatst het voorstel op de lijst van ingekomen
                                    stukken van de eerstvolgende raadsvergadering met een
                                    behandelingsadvies, tenzij de lijst op grond van artikel 21,
                                    eerste lid reeds is verzonden. </al></li><li nr="3."><al>Het behandelingsadvies genoemd in het tweede lid geeft aan of er
                                    advies van het college wordt gevraagd en wanneer en in welke
                                    commissie het intitiatief wordt behandeld. Indien advies van het
                                    college wordt gevraagd moet dit uiterlijk een week voor de
                                    commissievergadering bij de commissiegriffier worden
                                    aangeleverd. </al></li><li nr="4."><al>Na behandeling in de raadscommissie vindt besluitvorming in de
                                    eerstvolgende raadsvergadering plaats. </al></li><li nr="5."><al>Indien het initiatiefvoorstel op grond van de
                                    Inspraakverordening inspraakplichtig is dient in het
                                    behandelingsadvies vermeld te worden in welke commissie en
                                    wanneer wordt beoordeeld of het initiatief op een meerderheid
                                    kan rekenen in de raad. Na instemming van een meerderheid van de
                                    raadscommissie wordt het voorstel voor inspraak vrijgegeven.
                                </al></li><li nr="6."><al>De initiatiefnemers handelen de inspraakprocedure af en
                                    beantwoorden de ingediende zienswijzen. Na de beantwoording van
                                    de zienswijzen wordt het initiatiefvoorstel in twee instanties
                                    door de commissie behandelt, waarna besluitvorming in de raad
                                    volgt.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van het tweede en derde lid kan het presidium het
                                    initiatief rechtstreeks agenderen voor de eerstvolgende
                                    raadsvergadering . De behandeling van het voorstel vindt plaats
                                    nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen zijn behandeld,
                                    tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde
                                    van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of
                                    onderwerp moet worden behandeld.</al></li><li nr="8."><al>De raad kan nadere voorwaarden stellen aan de indiening en
                                    behandeling van een initiatiefvoorstel.</al></li><li nr="9."><al>Indien het initiatiefvoorstel vermeldt staat op de agenda van de
                                    raad en de indiener het voorstel wil intrekken is het bepaalde
                                    in artikel 40, eerste lid, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 42 Interpellatie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een verzoek tot het houden van een interpellatie wordt,
                                    behoudens in naar het oordeel van het presidium spoedeisende
                                    gevallen, tenminste 48 uur voor de aanvang van de vergadering
                                    schriftelijk bij het presidium ingediend. Het verzoek bevat een
                                    duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                    worden verlangd en indien mogelijk de concrete vragen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig
                                    mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het
                                    college. Het verzoek wordt in stemming gebracht op de
                                    eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek bij het
                                    agendapunt ‘vaststellen agenda’. Bij aanvaarding van het verzoek
                                    door tenminste 8 raadsleden bepaalt de raad op welk tijdstip
                                    tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden, met
                                    dien verstande dat uiterlijk om 22.00 uur met de interpellatie
                                    moet worden aangevangen.</al></li><li nr="3."><al>De interpellant(en) en het lid van het college dat
                                    verantwoordelijk is voor de beantwoording voeren niet meer dan
                                    tweemaal het woord. Allereerst voert (voeren) de
                                    interpellant(en) het woord en aansluitend de portefeuillehouder.
                                    Daarna hebben alle fracties het recht om eenmaal het woord te
                                    voeren en ter afsluiting nogmaals de portefeuillehouder. </al></li><li nr="4."><al>Interrupties zijn alleen toegestaan in de tweede termijn van de
                                    interpellant(en) indien dit noodzakelijk is voor het verhelderen
                                    van standpunten. De voorzitter kan op verzoek van een raadslid
                                    ook interrupties toestaan in de termijn van de overige fracties.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 43 Schriftelijke vragen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid kan aan het college of de burgemeester schriftelijke
                                    vragen stellen.</al></li><li nr="2."><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                    vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                    wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording
                                    wordt verlangd. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de
                                    eerstvolgende raadsvergadering.</al></li><li nr="3."><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg
                                    voor dat de vragen ter kennis van de overige leden van de raad,
                                    het college en de pers worden gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk, doch in
                                    ieder geval binnen zes weken nadat de vragen zijn binnengekomen
                                    plaats, de recesperiodes uitgezonderd. Indien beantwoording niet
                                    binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college de
                                    vragensteller hiervan voor het einde van de termijn gemotiveerd
                                    in kennis. Het college dient aan te geven binnen welke termijn
                                    wel beantwoording zal plaatsvinden. </al></li><li nr="5."><al>Indien binnen de (uit)gestelde termijn in het vierde lid, geen
                                    beantwoording volgt worden de schriftelijke vragen op de agenda
                                    geplaatst van de eerstvolgende raadsvergadering ter behandeling.
                                </al></li><li nr="6."><al>De antwoorden worden door het college of de burgemeester aan
                                    alle leden van de raad gestuurd.</al></li><li nr="7."><al>De vragensteller kan in geval van schriftelijke beantwoording in
                                    de eerstvolgende raadsvergadering en in het geval van mondelinge
                                    beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling
                                    van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen
                                    vragen omtrent het door het college of de burgemeester gegeven
                                    antwoord, tenzij de raad anders beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 44 Inlichtingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                    bedoeld in artikel 169, derde lid en 180, derde lid, van de
                                    Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk,
                                    ingediend bij het college of de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de griffie in afschrift
                                    gezonden aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                    eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></li><li nr="4."><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                    vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 5: Begroting en Rekening</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 45 Procedure begroting</label></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek en behandeling van de begroting volgens een procedure
                            die de raad elk jaar voor 1 april vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 46 Procedure jaarrekening</label></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek en behandeling van de jaarrekening en jaarverslag
                            volgens een procedure die de raad elk jaar <onderstreept>voor 1
                                april</onderstreept> vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 47 Informatie en verantwoording</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad of het college, die door de gemeenteraad is
                                    aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar
                                    lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op
                                    grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht
                                    in de raadsvergadering in aansluiting op de behandeling van de
                                    lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de
                                    vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen
                                    bestuur als bedoeld aan de orde zijn. </al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan bepalen dat de bespreking van dit verslag
                                    plaats vindt in de desbetreffende raadscommissie. </al></li><li nr="3."><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
                                    van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
                                    daarvan. </al></li><li nr="4."><al>Indien een door de raad aangewezen lid niet meer het vertrouwen
                                    van de raad heeft als lid van een in het eerste lid bedoeld
                                    orgaan, kan de raad het voorstel doen dat lid te ontslaan. </al></li><li nr="5."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
                                    organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden
                                    of andere in het eerste lid bedoelde personen, heeft
                                    benoemd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 6: Besloten Vergaderingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 48 Algemeen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de raad zijn openbaar, tenzij financiële of
                                    andere zwaarwegende belangen van de gemeente, van gemeentelijk
                                    personeel of van derden daardoor geschaad zouden worden.</al></li><li nr="2."><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement
                                    van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet
                                    strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 49 Het verslag</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het concept-verslag van het behandelde in een besloten
                                    vergadering worden in een envelop toegezonden aan de leden van
                                    de raad en de leden van het college die aanwezig waren bij de
                                    vergadering. Het concept-verslag van het behandelde in een
                                    besloten vergadering waarover geheimhouding is opgelegd, liggen
                                    voor de leden ter inzage bij de griffier. Artikel 25 derde en
                                    vierde lid van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens de vergadering
                                    waarin het verslag van de besloten vergadering wordt vastgesteld
                                    neemt de raad een beslissing over het al dan niet openbaar maken
                                    van het verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de
                                    voorzitter en de griffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 50 Geheimhouding</label></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 51 Opheffing geheimhouding</label></kop><al>Indien de raad op grond van het gestelde in artikel 25, derde en vierde
                            lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde
                            lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen
                            wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding
                            heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende
                            orgaan overleg gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 7: Toehoorders en Pers</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 52 Toehoorders en pers</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en belangstellenden kunnen de openbare
                                    vergadering vanaf de Publieke tribune volgen. Vertegenwoordigers
                                    van de pers kunnen op de perstribune de openbare vergaderingen
                                    bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 53 Geluid- en beeldregistraties</label></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken vragen hiervoor toestemming aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 54 Richtlijnen gebruik mobiele telefoons</label></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik van mobiele telefoons of andere
                            communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de orde van de
                            vergadering, zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 7: Slotbepalingen </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 55 Uitleg reglement</label></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 56 Inwerkingtreding</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking met ingang op 12 maart
                                    2008.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt het Reglement van Orde voor de
                                    vergaderingen van de raad van de Gemeente Leiden vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 23 maart 2006 en inwerking getreden op 1 april
                                    2006, raadsvoorstelnr 06.0026.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>