<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR114431_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet Inburgering 2011 gemeente Montfoort</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-08-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet Inburgering 2011 gemeente Montfoort</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8. Gemeentewet, art. 149.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-05-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-08-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet Inburgering 2011 gemeente Montfoort</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Montfoort, </al><al>Gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 5 april 2011; Gelet
                        op het bepaalde in de Gemeentewet; </al><al> Gelet op de artikelen 8. 19. vijfde lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid,
                        24f en 35 van de Wet Inburgering en artikel 4.27, derde lid van het Besluit
                        Inburgering; </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1 - </nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Montfoort;</al></li><li nr="2."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li><li nr="3."><al>voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                        taalkennisvoorziening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2 - </nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en de
                                vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze
                                worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de
                                wet en over het aanbod van en de toegang tot voorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen:</al><lijst><li nr="1."><al>loket van de afdeling Sociale Zaken in het stadhuis van
                                        Woerden;</al></li><li nr="2."><al>de gemeentepagina in een lokale krant;</al></li><li nr="3."><al>gemeentelijke website.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Algemene bepalingen omtrent de voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3 - </nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college laat personen met een lage positie op de
                                participatieladder bij voorrang in aanmerking komen voor een
                                voorziening; speciale aandacht geldt daarbij voor:</al><lijst><li nr="1."><al>uitkeringsgerechtigden; </al></li><li nr="2."><al>personen met opvoedingstaken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college legt de eventueel aanvullende voorwaarden voor het
                                aanbieden of vaststellen van een voorziening in beleidsregels
                                vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4 - </nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de
                                inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandig­heden en
                                de maatschappelijke positie van de inburgeraar.</al></li><li nr="2."><al>Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of
                                meer onderdelen bevatten die zijn gericht op arbeid of
                                participatie.</al></li><li nr="3."><al>Indien de aan de inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar
                                tevens een re-integratie­voorziening is aangeboden, draagt het
                                college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de
                                re-integratievoorziening wordt afgestemd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5 - </nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                            inburgeringsbudget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op verzoek een voorziening in de vorm van een
                                persoonlijk inburgeringsbudget vaststellen dan wel in de
                                overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar opnemen indien de
                                inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar individuele
                                wensen of behoeften heeft ten aanzien van zijn inburgering waarvoor
                                het aanbod van een andere dan de reguliere aanbieder van
                                inburgeringsvoorzieningen beter passend is.</al></li><li nr="2."><al>Het college keurt het voorstel voor het volgen van een (duaal)
                                inburgeringsprogramma goed, indien dit programma: </al><lijst><li nr="1."><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                        bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; en</al></li><li nr="2."><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat houder is
                                        van het keurmerk Inburgeren van de stichting Blik op
                                        Werk.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college keurt het voorstel voor het volgen van een
                                taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening:</al><lijst><li nr="1."><al>naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis
                                        van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk
                                        is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau
                                        1 of 2; en </al></li><li nr="2."><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat houder is
                                        van het keurmerk Inburgeren van de stichting Blik op
                                        Werk.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Als het college het voorstel voor een voorziening in de vorm van een
                                persoonlijk inburgerings­budget heeft goedgekeurd, sluit het college
                                een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Het vaststellen van een voorziening aan
                            inburgeringsplichtigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6 - </nr><titel>Vaststellen van de voorziening</titel></kop><al>Voor inburgeringsplichtigen die in aanmerking komen voor een voorziening
                        stelt het college een voor­ziening direct vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7 - </nr><titel>Inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De inburgeringsplichtige betaalt de eigen bijdrage bedoeld in
                                artikel 23, tweede lid van de wet, achteraf.</al></li><li nr="2."><al>Betaling in ten hoogste zes termijnen is mogelijk.</al></li><li nr="3."><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                voorziening de betalingsverplichting en de wijze van betaling
                                vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8 - </nr><titel>Verstrekken van een premie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt aan de deelnemer die de in artikel 6 genoemde
                                eigen bijdrage moet betalen een premie ter hoogte van de eigen
                                bijdrage indien deze:</al><lijst><li nr="1."><al>is geslaagd voor het inburgeringsexamen, het staatsexamen
                                        NT2 I of NT2 II of de beroeps­opleiding waarvan de
                                        taalkennisvoorziening onderdeel uitmaakt; of</al></li><li nr="2."><al>op grond van aangetoonde inspanningen door het college
                                        geheel is ontheven van de inburgeringsplicht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Uitbetaling van de premie als genoemd in lid 1 vindt plaats door
                                verrekening met de eigen bijdrage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9 - </nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer van de
                        volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="1."><al>het meewerken aan het inburgeringsonderzoek;</al></li><li nr="2."><al>het meewerken aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                voorziening;</al></li><li nr="3."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="4."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="5."><al>het deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands
                                als tweede taal I of II op of vóór een tijdstip dat door het college
                                wordt bepaald;</al></li><li nr="6."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10 - </nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot het vaststellen van de inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="1."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="2."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="3."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands
                                als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="4."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage; en</al></li><li nr="5."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving
                                van de inburgerings­plicht, bedoeld in artikel 26 van de wet,
                                aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Het opleggen van administratieve boetes</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11 - </nr><titel>De bestuurlijke boetes voor de verschillende
                            overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college legt een boete op van ten hoogste € 100 indien de
                                inburgeringsplichtige, of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is,
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt een boete op van ten hoogste € 250 indien de
                                inburgeringsplichtige de verplichtingen, bedoeld in artikel 9 van
                                deze verordening, onvoldoende nakomt.</al></li><li nr="3."><al>Het college legt een boete op van ten hoogste € 500 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid van de
                                wet, bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a van de wet, verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12 - </nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                            overtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 11,
                                eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250 indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 11,
                                tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 11,
                                derde lid, bedraagt ten hoogste € 1.000 indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige
                            inburgeraars</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13 - </nr><titel>De eigen bijdrage</titel></kop><al>De vrijwillige inburgeraar is geen eigen bijdrage verschuldigd als bedoeld
                        in artikel 23, tweede lid van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14 - </nr><titel>Opleggen van verplichtingen </titel></kop><al>Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld
                        in artikel 24d, tweede lid van de wet, één of meer van de volgende
                        verplichtingen opnemen:</al><lijst><li nr="1."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="2."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="3."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="4."><al>het voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat
                                in de overeenkomst wordt neergelegd; </al></li><li nr="5."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                omstandigheden niet aan de verplichtingen in de overeenkomst kan
                                worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15 - </nr><titel>Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst</titel></kop><al>Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd in
                        de overeenkomst niet of in onvoldoende nakomt, kan het college de volgende
                        sancties opleggen:</al><lijst><li nr="1."><al>een boete van maximaal € 250 als er sprake is van het niet nakomen
                                van een verplichting als genoemd in artikel 14 van deze verordening;
                            </al></li><li nr="2."><al>een boete van maximaal € 500 bij herhaling van het niet nakomen van
                                een verplichting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16 - </nr><titel>De inhoud van de overeenkomst</titel></kop><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d,
                        tweede lid van wet, bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="1."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="2."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige
                                inburgeraar;</al></li><li nr="3."><al>de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                Nederlands als tweede taal I of II moet zijn deelgenomen; </al></li><li nr="4."><al>de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de verplichtingen
                                niet worden nagekomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17 - </nr><titel>Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                            inburgeraar </titel></kop><al>Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan de
                        hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                        identificatieplicht. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18 - </nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                                publicatie.</al></li><li nr="2."><al>De verordening Wet inburgering 2009 wordt met ingang van die datum
                                ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19 - </nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Wet Inburgering 2011
                        gemeente Montfoort”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>In de openbare vergadering van 23 mei 2011 heeft de gemeenteraad
                        besloten:</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De verordening Wet inburgering 2011 gemeente Montfoort vast te stellen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>mevrouw drs. D.E. van der Kamp de heer E.L. Jansen BA</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet><vet><cursief>De Wet
                            Inburgering</cursief></vet></al><al>De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van
                        derdelanden van 18 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                        verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de
                        eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de
                        inburgeringsplichtige centraal. Aan de inburgeringsverplichting is voldaan
                        wanneer het inburgeringsexamen is behaald. Daarnaast is in de WI ook de
                        vrijwillige inburgering geregeld. De bepalingen in de wet over vrijwillige
                        inburgering zijn zoveel mogelijk geformuleerd overeenkomstig de bepalingen
                        die gelden voor de inburgeringsplichtigen. </al><al/><al><vet><cursief>Opdracht gemeenten</cursief></vet></al><al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo
                        hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige
                        inburgeraars iinburgeringsplichtigenn de gemeente goed te informeren over de rechten en plichten
                        die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast hebben gemeenten de taak aan
                         en vrijwillige inburgeraars die daarvoor op grond van
                        de wet of het gemeentelijk beleid in aanmerking komen een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan te bieden. Een
                        inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het
                        staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats van een
                        inburgeringsvoorziening mogen gemeenten aan inburgeringsplichtigen en
                        vrijwillige inburgeraars die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of
                        gaan volgen een taalkennisvoorziening aanbieden. In de verordening wordt
                        gesproken over ‘voorziening’. Hieronder wordt zowel de
                        inburgeringsvoorziening als de taalkennisvoorziening begrepen. </al><al>Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen
                        handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een
                        inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die
                        voor hem gelden. Het ligt voor de hand dat het college ook toezicht houdt of
                        de overeenkomst door de vrijwillige inburgeraar wordt nagekomen en indien
                        dat niet het geval is zo nodig maatregelen neemt. </al><al/><al><vet><cursief>Verordening</cursief></vet></al><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening
                        regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr=""><al>De informatieverstrekking door de gemeente aan
                                inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars (artikel 8 en
                                artikel 24f WI). </al></li><li nr=""><al>Het aanbieden van een voorziening en de rechten en plichten van de
                                inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld
                                (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, WI).</al></li><li nr=""><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                                verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35
                                WI).</al></li><li nr=""><al>Facultatief: bepalen dat het college een voorziening kan
                                vaststellen, zonder dat eerst een aanbod wordt gedaan (artikel 19a,
                                eerste lid, WI).</al></li><li nr=""><al>Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige inburgeraars
                                (artikel 24a tot en met 24f WI). </al></li><li nr=""><al>Het persoonlijk inburgeringsbudget (artikel 19, tweede lid en
                                artikel 24a, tweede lid, WI). </al></li></lijst><al/><al><vet>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige
                            inburgeraars</vet></al><al>Artikel 8 en 24f WI bepalen dat de gemeenteraad bij verordening regels
                        vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                        respectievelijk inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars over de
                        rechten en plichten uit hoofde van de wet. </al><al/><al><vet>Doelgroepen</vet></al><al>Alle inburgeringsplichtigen kunnen in beginsel in aanmerking komen voor een
                        voorziening. De gemeenteraad bepaalt welke groepen inburgeringsplichtigen
                        bij voorrang in aanmerking komen voor een voorziening en welke groepen op
                        eigen kracht dienen in te burgeren. Deze keuze dient te berusten op
                        objectieve criteria die in de verordening worden vastgelegd. </al><al/><al><vet>Het vaststellen van voorzieningen voor
                        inburgeringsplichtigen</vet></al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                        inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                        inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen
                        door het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of een
                        taalkennisvoorziening. Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het
                        inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en
                        omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. Een
                        inburgeringsvoorziening kan ook een duale inburgeringsvoorziening zijn. Dit
                        is een inburgeringsvoorziening die met het oog op de actieve deelname van de
                        inburgeringsplichtige aan de Nederlandse samenleving mede voorziet in
                        activiteiten die in samenhang, en ten minste voor een deel gelijktijdig, met
                        het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse
                        taal en kennis van de Nederlandse samenleving worden uitgevoerd. Een
                        taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de
                        Nederlands taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                        mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid, WI). Voor
                        asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een voorziening ook uit
                        maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid, WI). </al><al/><al>De inburgeringsplichtige is verplicht een eigen bijdrage van € 270 te
                        betalen voor de voorziening.</al><al/><al><vet>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete </vet></al><al>Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten
                        hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al><al/><al><vet>Het vaststellingstelsel ten behoeve van
                        inburgeringsplichtigen</vet></al><al>Artikel 19a, eerste lid, WI geeft de bevoegdheid aan de gemeenteraad om bij
                        verordening te bepalen dat het college een voorziening niet aanbiedt aan een
                        inburgeringsplichtige, maar deze direct vaststelt. Indien de gemeenteraad
                        van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, kan het college niet een
                        voorziening aan een inburgeringsplichtige aanbieden, waarbij deze de
                        mogelijkheid heeft de aangeboden voorziening te weigeren. De
                        inburgeringsplichtige is direct verplicht medewerking te verlenen aan de
                        uitvoering van de vastgestelde voorziening (artikel 23, eerste lid, WI).
                        Wanneer de gemeente kiest voor het vaststellingstelsel, geldt dat stelsel
                        voor alle inburgeringsplichtigen die voor een voorziening in aanmerking
                        komen. Het is niet mogelijk om voor bepaalde groepen te werken met het
                        vaststellingstelsel en voor andere groepen met het aanbodstelsel. De keuze
                        voor het vaststellingstelsel houdt dus in dat het aanbodstelsel wordt
                        verlaten. Een gemeente die het vaststellingstelsel hanteert, is niet
                        afhankelijk van de bereidheid van de inburgeringsplichtige akkoord te gaan
                        met de voorziening die het college voor de betrokken inburgeringsplichtige
                        passend vindt.</al><al/><al>De IASZ-gemeenten hebben reeds eerder verkozen het vaststellingsstelsel te
                        hanteren. Hierin wordt met deze nieuwe verordening geen wijziging
                        voorgesteld.</al><al/><al><vet>De procedure van het vaststellen van een voorziening</vet></al><al>Het vaststellen van een voorziening begint met het houden van de intake. In
                        de intake wordt met de inburgeringsplichtige gesproken over de voorziening
                        die het college voor betrokkene geschikt acht. Er zijn vervolgens vier
                        mogelijkheden: </al><lijst><li nr="1."><al>In de intake blijkt dat het college aan de inburgeringsplichtige
                                geen voorziening wil verstrekken (bijvoorbeeld omdat betrokkene niet
                                tot de prioritaire groepen behoort). Het college stelt geen
                                voorziening vast en kan een handhavingsbeschikking nemen (voor de
                                oudkomer) of een kennisgeving afgeven (voor een nieuwkomer);</al></li><li nr="2."><al>De gemeente biedt een voorziening aan en de inburgeringsplichtige is
                                het hiermee eens. De gemeente neemt een beschikking;</al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige vindt de voorziening niet gepast en geeft
                                aan zelf op een andere wijze aan de inburgeringsplicht te zullen
                                voldoen. Het college stemt hiermee in en neemt alleen een
                                handhavingsbeschikking (voor een oudkomer) of een kennisgeving (voor
                                een nieuwkomer);</al></li><li nr="4."><al>Het college acht een voorziening geschikt maar de
                                inburgeringsplichtige wil deze voorziening niet. Het college heeft
                                de mogelijkheid om de voorziening vast te stellen, tegen de zin van
                                betrokkene in.</al></li></lijst><al/><al><vet>Het aanbieden van voorzieningen aan vrijwillige inburgeraars
                        </vet></al><al>De bepalingen in de wet over vrijwillige inburgering zijn zoveel mogelijk
                        geformuleerd overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de
                        inburgeringsplichtigen. In artikel 24a van de WI wordt geregeld dat het
                        college aan de vrijwillige inburgeraar een aanbod kan doen voor een (duale)
                        inburgeringsvoorziening die toe leidt naar het inburgeringsexamen of het
                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I en II, of een
                        taalkennisvoorziening. Artikel 24d van de wet regelt dat indien een
                        vrijwillige inburgeraar in aanmerking komt voor een voorziening, het college
                        een aanbod doet aan de vrijwillige inburgeraar. Als de vrijwillige
                        inburgeraar het aanbod voor een voorziening aanvaardt, sluit het college met
                        hem een overeenkomst. De gemeenteraad stelt in een verordening in ieder
                        geval regels over de procedure die het college volgt voor het doen van een
                        aanbod en de criteria die daarbij worden gehanteerd, de wijze waarop met de
                        vrijwillige inburgeraar in overleg wordt getreden om te komen tot een
                        passende voorziening, met inbegrip van de totstandkoming en samenstelling
                        van die voorziening (artikel 24a, vijfde lid, WI). </al><al/><al>De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat alle of bepaalde categorieën
                        vrijwillige inburgeraars geen eigen bijdrage hoeven te betalen of een lager
                        bedrag dan het bedrag dat in de wet is vastgelegd (artikel 24<sup/>e, tweede
                        lid, WI). Artikel 24f WI draagt gemeenten op om bij verordening regels te
                        stellen over de informatieverstrekking door de gemeente aan vrijwillige
                        inburgeraars ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet,
                        de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van
                        betaling in termijnen, de niet-nakoming van de overeenkomst alsmede het
                        vaststellen van de identiteit van de vrijwillige inburgeraar. </al><al/><al><vet>Het persoonlijk inburgeringsbudget</vet></al><al>Op grond van artikel 19, tweede lid en artikel 24a, tweede lid, WI kan het
                        college een (duale) inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
                        aanbieden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget als de
                        inburgeringsplichtige respectievelijk de vrijwillige inburgeraar daarom
                        verzoekt. Een inburgeringsplichtige of een vrijwillige inburgeraar kan niet
                        zonder meer aanspraak doen op een persoonlijk inburgeringsbudget. Hij dient
                        daartoe een verzoek te doen aan het college. De inburgeringsplichtige of
                        vrijwillige inburgeraar zal in beginsel zelf op zoek moeten naar een
                        inburgeringsbedrijf dat een inburgeringsprogramma kan bieden dat past bij
                        zijn voorkeur en ambities. Het college heeft als taak de
                        inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars bij de vormgeving van hun
                        inburgering en de keuze van een inburgeringsbedrijf te begeleiden (artikel
                        4.27, eerste lid, Besluit inburgering). De inburgeringsplichtige of
                        vrijwillige inburgeraar moet een voorstel voor een inburgeringsprogramma bij
                        het college indienen. Het voorstel van de inburgeringsplichtige of de
                        vrijwillige inburgeraar behoeft de goedkeuring van het college (artikel
                        4.27, tweede lid, Besluit inburgering). </al><al/><al>Het college beoordeelt het voorstel voor het inburgeringsprogramma of het
                        geschikt is om de betrokkene voor te bereiden op en toe te leiden naar het
                        inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II,
                        en in het geval van een taalkennisvoorziening of deze geschikt is om de
                        betrokkene kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die
                        noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1
                        of 2. Het inburgeringsbedrijf dient te voldoen aan de eisen die in de
                        verordening zijn gesteld.</al><al/><al>De inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar krijgt geen geld in
                        handen. Het geld voor het betalen van de inburgeringscursus gaat
                        rechtstreeks van de gemeente naar het inburgeringsbedrijf. Gemeenten moeten
                        in hun verordening regels opnemen die betrekking hebben op het aanbieden van
                        een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening in de vorm van een
                        persoonlijk inburgeringsbudget (artikel 19, vijfde lid, WI en artikel 24a,
                        vijfde lid. WI).</al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><cursief><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></cursief></al><al>Omwille van de leesbaarheid van de verordening wordt het begrip
                        ‘voorziening’ gebruikt (eerste lid, onderdeel c). Een voorziening kan zowel
                        een (duale) inburgeringsvoorziening als een taalkennisvoorziening inhouden.
                        Voor het overige spreekt de inhoud van dit artikel voor zichzelf.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen
                                en vrijwillige inburgeraars </vet></cursief></al><al>Dit artikel in de verordening stelt vast welke middelen het college (in
                        ieder geval) moet aanwenden om de informatievoorziening aan
                        inburgeringsplichtigen te organiseren.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</vet></cursief></al><al>In dit artikel worden de doelgroepen aangeduid die bij voorrang in
                        aanmerking komen voor een voorziening. In de eerste plaats betreft dit
                        uitkeringsgerechtigden omdat bij heb de inburgering mede ten dienste staat
                        van uitstroom uit de uitkering en het verwerven van een financieel
                        onafhankelijke positie. De tweede groep betreft personen met opvoedingstaken
                        met het oog op het voorkomen van taalachterstanden bij kinderen. De derde
                        groep betreft personen met een participatie-achterstand. Voor hen is
                        inburgering met name van belang om de mogelijkheden van participatie in de
                        maatschappij te vergroten. Door het gebruik van de term “bij voorrang”
                        behoudt het college de mogelijkheid om ook personen buiten deze doelgroepen
                        in aanmerking te laten komen voor een voorziening.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 4 De samenstelling van de
                        voorziening</vet></cursief></al><al>In dit artikel wordt geregeld dat zo veel als mogelijk maatwerk wordt
                        geleverd bij het aanbieden of vaststellen van de voorzieningen. Een
                        uitzondering geldt voor geestelijke bedienaren. De samenstelling van de
                        inburgeringsvoorziening voor deze groep wordt geregeld bij ministeriële
                        regeling. Om het belang van duale voorzieninen waarin inburgering en
                        participatie worden gecombineerd te benadrukken is bepaald dat een duale
                        component onderdeel kan uitmaken van de voorziening. Overigens maakt voor
                        asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) ook
                        maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de voorziening
                        (artikel 19, zesde lid, WI). In het derde lid is bepaald dat in geval van
                        samenloop van inburgering en re-integratie de voorziening wordt afgestemd op
                        de re-integratievoorziening. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat beide
                        voorzieningen adequaat worden gecombineerd en dat een inburgeringsprogramma
                        het re-integratieproces zo veel mogelijk ondersteunt. </al><al/><al><cursief><vet>Artikel 5 De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</vet></cursief></al><al>In dit artikel is hoe verzoeken om toekenning van een persoonlijk
                        inburgeringsbudget worden behandeld. Gekozen is om niet bij verordening de
                        vormvereisten voor zo’n verzoek te bepalen. </al><al>Het tweede en derde lid staan de criteria aan de hand waarvan het college
                        het voorstel voor een voorziening goedkeurt. Het spreekt voor zich dat het
                        programma passend moet zijn om de deelnemer te laten slagen voor het examen
                        waarvoor hij zich voorbereidt. Daarnaast worden eisen gesteld aan de
                        deskundigheid van het bedrijf. Dit is geconcretiseerd door als vereiste op
                        te nemen dat het bedrijf een keurmerk heeft dat landelijk is erkend. </al><al>In het vierde lid van dit artikel wordt geregeld dat de gemeente na
                        goedkeuring van het voorstel een overeenkomst sluit met het bedrijf. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Vaststellen van de voorziening</vet></al><al>In dit artikel is de keuze voor het vaststellingsmodel vastgelegd. Dit
                        betekent dat een inburgeringsplichtige niet eerst een aanbod krijgt dat hij
                        al dan niet kan accepteren, maar meteen verplicht is om medewerking te
                        verlenen aan de voorziening die het college passend acht.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 7 De inning van de eigen bijdrage
                        </vet></cursief></al><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld wanneer en hoe de
                        inburgeringsplichtige de wettelijke verplichte eigen bijdrage moet betalen. </al><al/><al><vet>Artikel 8 Verstrekken van een premie</vet></al><al>In dit artikel is geregeld dat het college een premie verstrekt aan
                        inburgeringsplichtigen die hun examen hebben behaald en daarmee aan hun
                        inburgeringsplicht hebben voldaan en aan personen die op grond van
                        aantoonbaar geleverde inspanning zijn ontheven van hun inburgeringsplicht.
                        De hoogte van de premie is gelijk aan de eigen bijdrage en wordt hiermee
                        verrekend.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 9 Opleggen van verplichtingen</vet></cursief></al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt
                        dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten
                        van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld. Het
                        college legt in de beschikking tot de vaststelling van de voorziening deze
                        verplichtingen vast. </al><al/><al><cursief><vet>Artikel 10 De inhoud van de beschikking</vet></cursief></al><al>Het besluit tot het vaststellen van een voorziening is een beschikking. Dit
                        betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit
                        besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke
                        onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden neergelegd. De
                        termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                        hebben behaald, ligt vast in de wet. Deze termijn is drieënhalf jaar
                        (artikel 7, eerste lid, WI). In de beschikking hoeft (en kan) van deze
                        termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c). </al><al>Indien het college een voorziening vaststelt voor een oudkomer, dan moet het
                        college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen waarop de termijn
                        van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel 22, tweede
                        lid, juncto artikel 26 WI). Binnen drieënhalf jaar ná deze datum moet de
                        betreffende oudkomer het inburgeringexamen hebben behaald. </al><al/><al><cursief><vet>Artikel 11 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de
                                verschillende overtredingen</vet></cursief></al><al>Dit artikel regelt de hoogte van de boetes voor de verschillende
                        overtredingen. In artikel 34 WI zijn de maximumbedragen van de bestuurlijke
                        boete vastgelegd. De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen
                        zijn géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de
                        bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de
                        mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het
                        college daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder
                        de overtreding is gepleegd (artikel 5:46, tweede lid, Algemene wet
                        bestuursrecht). Deze bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke
                        op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend is,
                        gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken
                        inburgeringsplichtige.</al><al/><al>Artikel 37 WI bepaalt dat het college géén bestuurlijke boete kan opleggen
                        als in het geval van een gecombineerde reïntegratie- en
                        inburgeringsvoorziening dezelfde gedraging zowel aanleiding kan zijn voor
                        het opleggen van een bestuurlijke boete als voor een sanctie in het kader
                        van de uitkering.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 12 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling
                                van de overtreding</vet></cursief></al><al>Dit artikel regelt dat de op te leggen boete wordt verhoogd bij herhaling
                        van de overtreding. De termijn waarbinnen sprake is van een herhaling van
                        een overtreding is bepaald op 12 maanden. </al><al/><al><cursief><vet>Artikel 13 Geen eigen bijdrage vrijwillige
                            inburgering</vet></cursief></al><al>In dit artikel is geregeld dat vrijwillige inburgeraars geen eigen bijdrage
                        hoeven te betalen. De gemeenteraad kan dit bij verordening bepalen (artikel
                        24e, tweede lid, WI). </al><al/><al><cursief><vet>Artikel 14 Opleggen van verplichtingen</vet></cursief></al><al>In dit artikel zijn de verplichtingen voor een vrijwillige inburgeraar
                        neergelegd die het college kan opnemen in de overeenkomst met een
                        vrijwillige inburgeraar. Het gaat om dezelfde verplichtingen als de
                        verplichtingen die het college kan opnemen in de beschikking waarmee een
                        voorziening voor een inburgeringsplichtige wordt vastgesteld (zie artikel 9
                        van de verordening). </al><al/><al><vet>Artikel 15 Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst </vet></al><al>In dit artikel is geregeld welke sancties worden opgelegd als de vrijwillige
                        inburgeraar de verplichtingen die zijn vastgelegd in de overeenkomst niet
                        nakomt. Hierbij is aansluiting gezocht ij de boetes die aan
                        inburgeringsplichtigen worden opgelegd.</al><al/><al><cursief><vet>Artikel 16 De inhoud van de overeenkomst</vet></cursief></al><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar over het toekennen van een
                        voorziening bevat dezelfde onderwerpen als de beschikking tot het
                        vaststellen van een voorziening voor inburgeringsplichtigen. </al><al/><al><cursief><vet>Artikel 17 Het vaststellen van de identiteit van de
                                vrijwillige inburgeraar</vet></cursief></al><al>Artikel 24f WI draagt de gemeenteraad op om bij verordening regels te
                        stellen over het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                        inburgeraar. Dit artikel van de verordening is een uitwerking van deze
                        verplichting. Dit artikel is gelijk aan artikel 27 WI, waarin is geregeld op
                        welke wijze het college de identiteit van een inburgeringsplichtige
                        vaststelt. </al><al/><al><cursief><vet>Artikel 18 Inwerkingtreding </vet></cursief></al><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al><al/><al><cursief><vet>Artikel 19 Citeertitel </vet></cursief></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>