<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR114278_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tytsjerksteradiel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-10-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Actief, 21-09-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tytsjerksteradiel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 1.2 Beslistermijn </al><al>Artikel 1.3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning ontheffing</al><al>Artikel 1.7 Termijnen <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 1.8 Lex Silencio Positivo (wel)</al><al>Artikel 1.9 Lex Silencio Positivo (niet)</al><al>Artikel 1.10 Algemene weigeringsgronden</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Orde en veiligheid op de weg</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Paragraaf 1 Bestrijding van ongeregeldheden</tussenkop><al>Artikel 2.1.1.1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al>Artikel 2.1.1.1a Verblijfsontzeggingen</al><tussenkop> Paragraaf 2 Optochten en betogingen</tussenkop><al>Artikel 2.1.2.1 Optochten <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.1.2.2 Kennisgeving betogingen op openbare
                                    plaatsen</al><al>Artikel 2.1.2.3 Afwijking termijn</al><al>Artikel 2.1.2.4 Te verstrekken gegevens</al><tussenkop> Paragraaf 3 Verspreiden van gedrukte stukken</tussenkop><al>Artikel 2.1.3.1 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of
                                    gedrukte stukken of …………………afbeeldingen
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></al><tussenkop> Paragraaf 4 Vertoningen e.d. op de weg</tussenkop><al>Artikel 2.1.4.1 Feest, muziek en wedstrijd e.d.
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.1.4.2 Dienstverlening
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.1.4.3 Straatmuzikant </al><tussenkop> Paragraaf 5 Bruikbaarheid van de weg</tussenkop><al>Artikel 2.1.5.1a Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op
                                    of aan de weg in strijd …………………..met de publieke functie van de
                                    weg</al><al>Artikel 2.1.5.1b Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</al><al>Artikel 2.1.5.1c Vrij te stellen categorieën</al><al>Artikel 2.1.5.2 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                                    weg</al><al>Artikel 2.1.5.3 Maken en veranderen van een uitweg</al><tussenkop> Paragraaf 6 Veiligheid op de weg</tussenkop><al>Artikel 2.1.6.1 Veroorzaken van gladheid</al><al>Artikel 2.1.6.2 Winkelwagentjes
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.1.6.3 Hinderlijke beplanting of voorwerp</al><al>Artikel 2.1.6.4 Openen straatkolken e.d.
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.1.6.5 Kelderingangen e.d.
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.1.6.6 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2.1.6.7 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al><al>Artikel 2.1.6.8 Vallende voorwerpen
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.1.6.9 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2.1.6.10 Objecten onder hoogspanningslijn
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.1.6.11 Veiligheid op het ijs</al><al>Artikel 2.1.6.12 Bijt in het ijs</al><al>Artikel 2.1.6.13 Gevaarlijk ijs</al><al>Artikel 2.1.6.14 Vrijheid ijsverkeer</al><al>Artikel 2.1.6.15 Wedstrijd op het ijs
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.1.6.16 Onbetrouwbaarheid van het ijs</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Toezicht op evenementen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.2.1 Begripsomschrijving</al><al>Artikel 2.2.2 Evenement</al><al>Artikel 2.2.2a Meldingsplicht voor kleine evenementen</al><al>Artikel 2.2.3 Ordeverstoring </al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Paragraaf 1 Toezicht op horecabedrijven</tussenkop><al>Artikel 2.3.1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 2.3.1.2 Exploitatievergunning horecabedrijf</al><al>Artikel 2.3.1.3 Opheffing vergunningplicht
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.3.1.4 Sluitingstijden</al><al>Artikel 2.3.1.5 Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2.3.1.6 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>Artikel 2.3.1.7 Ordeverstoring </al><al>Artikel 2.3.1.8 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 2.3.1.9 Overige bepalingen</al><tussenkop> Paragraaf 2 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                    nachtverblijf</tussenkop><al>Artikel 2.3.2.1 Begripsomschrijvingen
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.3.2.2 Kennisgeving exploitatie
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.3.2.3 Nachtregister
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.3.2.4 Verschaffing gegevens nachtregister
                                        <cursief>(vervallen)</cursief></al><tussenkop> Paragraaf 3 Toezicht op speelgelegenheden</tussenkop><al>Artikel 2.3.3.1 Speelgelegenheden
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.3.3.2 Speelautomaten</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.4.1 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2.4.2 Plakken en kladden</al><al>Artikel 2.4.3 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><al>Artikel 2.4.4 Vervoer inbrekerswerktuigen </al><al>Artikel 2.4.5 Betreden van plantsoenen e.d. (vervallen)</al><al>Artikel 2.4.6 Rijden over bermen e.d.
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.4.7 Hinderlijk gedrag op of aan de weg</al><al>Artikel 2.4.8 Verboden drankgebruik</al><al>Artikel 2.4.9 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2.4.10 Verboden gedrag in voor publiek toegankelijke
                                ruimten</al><al>Artikel 2.4.11 Neerzetten van fietsen e.d.
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.4.12 Afsluiten voertuigen
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.4.13 Bespieden van personen
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.4.14 Bewakingsapparatuur
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.4.15 Nodeloos alarmeren</al><al>Artikel 2.4.16 Alarminstallaties <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.4.17 Loslopende honden</al><al>Artikel 2.4.18 Verontreiniging door honden, pony’s en paarden</al><al>Artikel 2.4.19 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2.4.20 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2.4.21 Wilde dieren <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.4.22 Loslopend vee en pluimvee</al><al>Artikel 2.4.23 Duiven</al><al>Artikel 2.4.24 Bijen</al><al>Artikel 2.4.25 Bedelarij <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.5.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 2.5.2 Verplichtingen met betrekking tot het
                                verkoopregister</al><al>Artikel 2.5.3 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste
                                lid, van het Wetboek van Strafrecht</al><al>Artikel 2.5.4 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al><al>Artikel 2.5.5 Handel in horecabedrijven
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.6.1 Begripsomschrijving</al><al>Artikel 2.6.2 Afleveren van vuurwerk
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.6.3 Bezigen van vuurwerk
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 2.6.4 Gebruik van carbid</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.7.1 Drugshandel op straat</al><al>Artikel 2.7.1a Openlijk drugsgebruik</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2.8.1 Bestuurlijke ophouding
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Preventief fouilleren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9.1</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>Artikel 2.9.2 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie en
                            dergelijke</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 3.1.2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3.1.3 Nadere regels</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, escortbedrijven, straatprostitutie en
                                dergelijke</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.2.1 Seksinrichtingen en escortbedrijven</al><al>Artikel 3.2.2 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3.2.3 Sluitingstijden</al><al>Artikel 3.2.4 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting</al><al>Artikel 3.2.5 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                beheerder</al><al>Artikel 3.2.6 Straat- en raamprostitutie</al><al>Artikel 3.2.7 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden; nadere regels</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.3.1 Beslissingstermijn </al><al>Artikel 3.3.2 Geldigheidsduur</al><al>Artikel 3.3.3 Weigeringsgronden</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie, wijziging beheer</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 3.4.1 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3.4.2 Wijziging beheer</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 4.1.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4.1.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4.1.4 Verboden incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4.1.5 <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 4.1.6 <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 4.1.7 Overige geluidhinder</al><al>Artikel 4.1.8 Gebruik geluidsapparaat in de openlucht</al><al>Artikel 4.1.9 Geluidhinder door dieren</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Afvalstoffen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Paragraaf 1 Algemene bepalingen</tussenkop><al>Artikel 4.2.1.1 Begripsomschrijvingen</al><tussenkop> Paragraaf 2 Inzameling van afvalstoffen</tussenkop><al>Artikel 4.2.2.1 Aanwijzing inzamelende instanties</al><al>Artikel 4.2.2.2 Afzonderlijke inzameling</al><al>Artikel 4.2.2.3 Inzamelmiddelen en -voorzieningen</al><al>Artikel 4.2.2.4 Frequentie van inzamelen bij elk perceel</al><al>Artikel 4.2.2.5 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen
                                    behoudens vergunning</al><tussenkop> Paragraaf 3 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen</tussenkop><al>Artikel 4.2.3.1 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke afvalstoffen aan anderen</al><al>Artikel 4.2.3.2 Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van
                                    percelen</al><al>Artikel 4.2.3.3 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>Artikel 4.2.3.4 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                    perceel</al><al>Artikel 4.2.3.4a Minicontainers</al><al>Artikel 4.2.3.4b Verwijdering minicontainers</al><al>Artikel 4.2.3.5 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een
                                    groep percelen</al><al>Artikel 4.2.3.6. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau</al><al>Artikel 4.2.3.7 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal
                                    niveau</al><al>Artikel 4.2.3.8 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen zonder inzamelmiddel</al><al>Artikel 4.2.3.9 Dagen en tijden voor het ter inzameling
                                    aanbieden</al><al>Artikel 4.2.3.10 Het in bijzondere gevallen ter inzameling
                                    aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</al><tussenkop> Paragraaf 4 Inzameling van andere categorieën van afvalstoffen</tussenkop><al>Artikel 4.2.4.1 Inzamelverbod andere categorieën afvalstoffen
                                    behoudens vergunning</al><al>Artikel 4.2.4.2 Inzameling andere categorieën afvalstoffen door
                                    de inzameldienst</al><al>Artikel 4.2.4.3 Ter inzameling aanbieden van andere categorieën
                                    afvalstoffen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Lozing en riolering (vervallen)</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.4.1 Verontreiniging van de weg en van terreinen</al><al>Artikel 4.4.2 Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</al><al>Artikel 4.4.3 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van
                                eet- en drinkwaren</al><al>Artikel 4.4.4 Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten</al><al>Artikel 4.4.5 Straatvegen <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 4.4.6 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4.4.7 Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande
                                afvalstoffen</al><al>Artikel 4.4.8 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare
                                riolen en putten buiten gebouwen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.5.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 4.5.2 Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                houtopstanden</al><al>Artikel 4.5.3 Aanvraag vergunning</al><al>Artikel 4.5.3a Weigeringsgronden</al><al>Artikel 4.5.4 Bijzondere vergunningsvoorschriften</al><al>Artikel 4.5.5 Meldingsplicht voor dunning</al><al>Artikel 4.5.6 Herplant-/instandhoudingsplicht</al><al>Artikel 4.5.7 Schadevergoeding</al><al>Artikel 4.5.8 Bestrijding iepziekte</al><al>Artikel 4.5.9 Bescherming bomen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5a</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.5.10 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 4.5.11 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4.5.12 Aanwijzing kampeerplaatsen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Bescherming van flora en fauna</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.6.1 Bescherming groenvoorzieningen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4.7.1 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                enz.</al><al>Artikel 4.7.1a Vliegenoverlast door gebruik van dierlijke
                                meststoffen</al><al>Artikel 4.7.2 Vergunningplicht handelsreclame</al><al>Artikel 4.7.3 Eisen aan niet-vergunningsplichtige
                                handelsreclame</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Regels voor het hobbymatig houden van grote huisdieren</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Paragraaf 1 Algemene bepalingen</tussenkop><al>Artikel 4.8.1 Begripsomschrijvingen</al><tussenkop> Paragraaf 2 Inzameling van afvalstoffen</tussenkop><al>Artikel 4.8.1 Banwijzing inzamelende instanties</al><al>Artikel 4.8.2 Mestopslag</al><al>Artikel 4.8.3 Opslag van vloeistoffen</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 5.1.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5.1.2a Te koop aanbieden van voertuigen
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 5.1.3 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5.1.4 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5.1.5 Caravans e.d.</al><al>Artikel 5.1.6 Parkeren van reclamevoertuigen of vaartuigen</al><al>Artikel 5.1.7 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5.1.8 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5.1.9 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                stoffen</al><al>Artikel 5.1.10 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5.1.11 Overlast van fiets of bromfiets</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren, venten en standplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.2.1 Inzameling van geld of goederen</al><al>Artikel 5.2.2.1 Begripsomschrijving</al><al>Artikel 5.2.2.2 Ventverbod en meldingsplicht</al><al>Artikel 5.2.3.1 Begripsomschrijving</al><al>Artikel 5.2.3.2 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><al>Artikel 5.2.3.3 Toestemming van de rechthebbende</al><al>Artikel 5.2.3.4 Afbakeningsbepalingen</al><al>Artikel 5.2.3.5 Aanhoudingsplicht</al><al>Artikel 5.2.4 Snuffelmarkten e.d.
                                <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.3.1 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5.3.2 Ligplaats innemen</al><al>Artikel 5.3.3 Aanleggen</al><al>Artikel 5.3.4 Aanwijzingen ligplaats/aanlegmogelijkheid</al><al>Artikel 5.3.5 Aanleg-exces</al><al>Artikel 5.3.6 Ankeren</al><al>Artikel 5.3.7 Varen</al><al>Artikel 5.3.8 Procedure m.b.t. de aanwijzing van ligoevers</al><al>Artikel 5.3.9 Procedure m.b.t. de aanwijzing van oevers en/of
                                wateren waar het verboden is aan te leggen, te ankeren of te
                                varen</al><al>Artikel 5.3.10 Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</al><al>Artikel 5.3.11 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5.3.12 Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5.3.13 Overlast aan vaartuigen</al><al>Artikel 5.3.14 Ligplaats aan laad- of losplaats</al><al>Artikel 5.3.15 Laad- en losplaats</al><al>Artikel 5.3.16 Hinder of gevaar door laden of lossen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Crossterreinen en (gemotoriseerd) verkeer en ruiterverkeer in
                                …………………natuurgebieden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.4.1 Crossterreinen</al><al>Artikel 5.4.2 Beperking verkeer in natuurgebieden</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.5.1 Verbod vuur te stoken</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Straatnaamborden, huisnummers e.d.</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.6.1 Gedoogplicht aanduidingen .
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al><al>Artikel 5.6.2 Verwijdering e.d. aanduidingen .
                                    <cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 5.7.1 Begripsomschrijving</al><al>Artikel 5.7.2 Verboden plaatsen</al><al>Artikel 5.7.3 Hinder of overlast</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 6.1 Strafbepaling</al><al>Artikel 6.2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6.4 Inwerkingtreding</al><al>Artikel 6.5 Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6.6 Citeertitel</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Weg:</al><lijst><li nr="1."><al>de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan
                                            liggende en als zodanig aangeduide
                                            parkeerterreinen;</al></li><li nr="2."><al>de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek
                                            toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken,
                                            plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                            natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                            vaartuigen;</al></li><li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                            portieken, gangen, passages en galerijen, die
                                            uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte
                                            toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                            afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                            passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende
                                            de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe
                                            naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Openbaar water: alle wateren die – al dan niet met enige
                                    beperking – voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                    toegankelijk zijn.</al></li><li nr="c."><al>Bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet.</al></li><li nr="d."><al>Rechthebbende: een ieder die over enige zaak enige zeggenschap
                                    heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li><li nr="e."><al>Voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a
                                    en onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                            voertuigen.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                                    werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten.</al></li><li nr="g."><al>Woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                    gebezigd of tot woning bestemd.</al></li><li nr="h."><al>Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                    direct of indirect steun vindt in of op de grond.</al></li><li nr="i."><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke
                                    overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                    vormt.</al></li><li nr="j."><al>Vee: dieren die behoren tot de diersoorten genoemd in bijlage
                                    II, behorend bij artikel 55 van de Meststoffenwet.</al></li><li nr="k."><al>Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al></li><li nr="l."><al>IJsweg op openbaar water: de door de in de gemeente werkzame
                                    ijswegencentrale aangelegde en d.m.v. vegen en verzorgen in
                                    stand gehouden banen op natuurijs op de wateren in de gemeente,
                                    die – al dan niet met enige beperking – bevaarbaar zijn.</al></li><li nr="m."><al>Innemen ligplaats: het afmeren en het vervolgens doen of laten
                                    liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de
                                    oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel
                                    aangebrachte voorziening af aan een ander vaartuig, anders dan
                                    voor aanleggen.</al></li><li nr="n."><al>Aanleggen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen
                                    van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming,
                                    aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte
                                    voorziening af aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die
                                    daadwerkelijk wordt gebruikt voor een recreatief verblijf op of
                                    in de omgeving van het vaartuig. </al></li><li nr="o."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is van
                            toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om vergunning als
                            bedoeld in artikel 2.1.5.2, 2.1.5.3, 4.5.2. of artikel 4.7.2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan besluiten dat voor het aanvragen van een
                                vergunning of ontheffing gebruik dient te worden gemaakt van een
                                door het bestuursorgaan vastgesteld formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al>1.Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing
                            kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften
                            en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of
                            de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is
                            vereist.</al><al>2 Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing
                            is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en
                            beperkingen na te komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>(v<cursief>ervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijnen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr></kop><al><vet>Lex Silencio Positivo (wel)</vet></al><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor artikel
                            4.5.11 ontheffing recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex Silencio Positivo (niet)</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><al>&gt; Artikel 2:2.2. Vergunning evenementen;</al><al>&gt; Artikel 2:3.1.2 Exploitatievergunning horeca;</al><al>&gt; Artikel 3.2.1. Vergunning seksinrichting;</al><al>&gt; Artikel 4.2.2.5.Vergunning inzamelen afvalstoffen;</al><al>&gt; Artikel 5.2.3.2. Vergunning Standplaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>Algemene weigeringsgronden</titel></kop><al>Een vergunning of ontheffing kan door het bevoegde gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de openbare orde en veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het woon- en leefmilieu;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen en
                                    goederen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Orde en veiligheid op de weg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1.1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats dan wel een publiek
                                        toegankelijk gebouw deel te nemen aan een samenscholing,
                                        onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te
                                        geven tot ongeregeldheden, ongeregeldheden te veroorzaken of
                                        in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig te
                                        vallen, te vechten of op andere wijze de openbare orde te
                                        verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                        waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of
                                        bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende
                                        gebeurtenis waardoor er ongeregeldheden ontstaan of dreigen
                                        te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                        samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van
                                        politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
                                        aangewezen richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                        plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in
                                        het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                        wanordelijkheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        artikel 424 of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1.1a</nr><titel>Verblijfsontzeggingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester
                                            in het belang van de openbare orde of zedelijkheid is
                                            bekendgemaakt, verboden zich anders dan in een openbaar
                                            middel van vervoer te bevinden op of aan de door de
                                            burgemeester aangewezen wegen en plaatsen, gedurende de
                                            uren daarbij genoemd. Dit verbod geldt gedurende de in
                                            de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf
                                            weken (verblijfsontzegging).</al></li><li nr="2."><al>Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd,
                                            is verplicht, op een daartoe strekkend bevel van een
                                            ambtenaar van de politie, zich te verwijderen van de
                                            gebieden als vermeld in de verblijfsontzegging.</al></li></lijst><al>3.De burgemeester beperkt het in het eerste lid gestelde verbod,
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al><al>4.Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Optochten en betogingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.1</nr><titel>Optochten (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.2</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, moet daarvan voor de openbare
                                        aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat de betoging
                                        zal worden gehouden, schriftelijk kennis geven aan de
                                        burgemeester, met inachtneming van wat in artikel 2.1.2.4,
                                        eerste lid, hierover is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving door
                                        terugrekening valt op een vrijdag na 12.00 uur, een
                                        zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt
                                        dit tijdstip geacht te vallen op 12.00 uur op de voorgelegen
                                        dag, die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag
                                        is.</al></lid><lid><lidnr>3..</lidnr><al>Onder openbare plaats wordt verstaan: een plaats als bedoeld
                                        in artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.3</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel
                                    2.1.2.2, eerste lid, genoemde termijn van 48 uur verkorten en
                                    een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.4</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al><al>Paragraaf 3 Verspreiden van gedrukte stukken</al><al><vet>Artikel 2.1.3.1 Beperking aanbieden e.d. van geschreven
                                            of gedrukte stukken of ………………………..afbeeldingen </vet></al><al><cursief>(vervallen)</cursief></al><al><cursief>Paragraaf 4</cursief><cursief> Vertoningen e.d. op de weg</cursief></al><al><vet>Artikel 2.1.4.1 Feest, muziek en wedstrijd e.d.
                                            (vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 2.1.4.2 Dienstverlening </vet></al><al><cursief>(vervallen)</cursief></al><al><vet>Artikel 2.1.4.3 Straatmuzikant</vet></al><al>1 Het is verboden ten behoeve van publiek als straatmuzikant
                                        op te treden in de bebouwde kom.</al><lijst><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod
                                                beperken tot bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het
                                                verbod.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 5</cursief><cursief> Bruikbaarheid van de weg</cursief></al><al><vet>Artikel 2.1.5.1a Vergunning voor het plaatsen van
                                            voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke
                                            functie van de weg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de
                                                weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                                overeenkomstig de publieke functie daarvan.</al></li><li nr="2."><al> Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                                geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt
                                                  aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid
                                                  van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                                  daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor
                                                  het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                  hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                  redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking
                                                  van overlast voor gebruikers van de in de
                                                  nabijheid gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.1b</nr><titel>Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2.3.1.2, (huidige)
                                                zesde (of voorgestelde zevende) lid;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3 (of het
                                                voorgestelde artikel 5.2.3.1).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        ook niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of
                                        gevoelens worden geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                        voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het
                                        Provinciaal wegenreglement Fryslân.</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder a
                                                  van het vorige artikel, geldt niet voorzover in
                                                  het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                                  artikel 5 van de Wegenverkeerswet. </al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder b
                                                  van het vorige artikel, geldt niet voor
                                                  bouwwerken;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid onder c van
                                                het vorige artikel, geldt niet voorzover in het
                                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                                milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.1c</nr><titel>Vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor
                                    het verbod in het eerste lid van artikel 2.1.5.1a niet geldt.
                                </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.2</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al><al>2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat,
                                    alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                            toepassing op het Rijk, de provincie, de gemeente of het
                                            waterschap bij het uitvoeren van zijn/haar
                                            publiekrechtelijke taak.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                            Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het
                                            Provinciaal wegenreglement Fryslân, de Waterschapskeur,
                                            de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                            Telecommunicatieverordening.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning is zaaksgebonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.3</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde
                                            gezag:</al></li><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg.</al></li></lijst><al>2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al><lijst><li nr="3."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                            geweigerd in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                            gemeente.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                            daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                            beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                            Provinciaal wegenreglement Fryslân.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning is zaaksgebonden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.1</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg
                                        te werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                            4<sup>e</sup>, van het Wetboek van Strafrecht of artikel
                                        5 van de Wegenverkeerswet. 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.2</nr><titel>Winkelwagentjes (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.3</nr><titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                    uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of
                                    gevaar oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.4</nr><titel>Openen straatkolken e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.5</nr><titel>Kelderingangen e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.6</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide- of veengronden
                                        of binnen een afstand van 30 meter daarvan gedurende een
                                        door burgemeester en wethouders aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide- of veengronden dan wel
                                        in duingebieden of binnen een afstand van 100 meter daarvan,
                                        voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                        voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                        liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                        voor zover het bepaalde in artikel 429, aanhef en onder 3d,
                                        van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                        zover het roken plaats vindt in gebouwen en aangrenzende als
                                        tuin ingerichte erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.7</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>1.Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al><al>2 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste
                                    boord van de weg, op van de weg af naar achter gerichte delen
                                    van een afscheiding zijn aangebracht.</al><lijst><li nr="3."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg
                                            verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                            daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover
                                            artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing
                                            is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.8</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.9</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                        aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                        openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden,
                                        gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                        Belemmeringswet Privaatrecht.</al><al>Artikel 2.1.6.10 Objecten onder hoogspanningslijn
                                            <cursief>(vervallen)</cursief></al><al><vet>Artikel 2.1.6.11 Veiligheid op het ijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                                verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren
                                                of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde
                                                ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin
                                                geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek
                                                van Strafrecht of de Provinciale
                                                vaarwegenverordening Fryslân.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.1.6.12 Bijt in het ijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Degene die een bijt in het ijs van een voor publiek
                                                toegankelijke ijsbaan of ijsweg maakt,
                                                onderscheidenlijk heeft, is verplicht deze op
                                                opvallende wijze af te bakenen door bijvoorbeeld
                                                planken, takken of schotsen.</al></li><li nr="2."><al>Onder bijt, als bedoeld in het eerste lid, wordt
                                                niet verstaan een smalle opening die rondom een
                                                vaartuig in het ijs is gemaakt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.1.6.13 Gevaarlijk ijs</vet></al><al>De rechthebbende op een werk voor de afvoer van water is,
                                        wanneer het ijs in of nabij een ijsbaan of ijsweg door
                                        uitstorting van dat water onbetrouwbaar is, verplicht de
                                        gevaarlijke plaats duidelijk zichtbaar en op opvallende
                                        wijze af te bakenen.</al><al>Artikel 2.1.6.14 Vrijheid ijsverkeer</al><al>Het is verboden op of aan een voor het publiek toegankelijke
                                        ijsbaan of ijsweg op enigerlei wijze de vrijheid van het
                                        verkeer zonder noodzaak te belemmeren dan wel de veiligheid
                                        op die ijsweg of ijsbaan in gevaar te brengen.</al><al>Artikel 2.1.6.15 Wedstrijd op het ijs (vervallen)</al><al>Artikel 2.1.6.16 Onbetrouwbaarheid van het ijs</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich op het ijs van een voor het
                                                publiek toegankelijke ijsbaan of ijsweg te bevinden,
                                                indien dit wegens onbetrouwbaarheid van dat ijs
                                                gevaar dreigt op te leveren.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie in een geval als bedoeld in het
                                                eerste lid door een ambtenaar van politie wordt
                                                bevolen zich van het onbetrouwbare ijs te
                                                verwijderen, is verplicht aan dit bevel onmiddellijk
                                                gevolg te geven.</al></li></lijst><al><vet>Afdeling 2</vet><vet> Toezicht op evenementen</vet></al><al><vet>Artikel 2.2.1 Begripsomschrijvingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan:
                                                elke voor publiek toegankelijke verrichting van
                                                vermaak, met uitzondering van:</al></li><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                                onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de
                                                kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                                Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een snuffelmarkt</al></li><li nr="d."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                art. 2.1.2.2, op de weg;</al></li><li nr="e."><al>een feest of wedstrijd op of aan de weg.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.2.2 Evenement</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de
                                                burgemeester een evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang
                                                van:</al></li><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen
                                                of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li><li nr="e."><al>het karakter van de locatie.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door
                                                hem aan te wijzen categorieën evenementen.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor de in
                                                het tweede lid, onder d, van artikel 2.2.1 voorziene
                                                gevallen, voor zover in het daarin geregelde
                                                onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
                                                artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.2.2a Meldingsplicht voor kleine evenementen
                                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de
                                                burgemeester een evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor
                                                eendaagse evenementen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het een evenement in de open lucht betreft
                                                  en;</al></li><li nr="b."><al>het aantal bezoekers of deelnemers op enig
                                                  moment niet meer bedraagt dan 100 personen
                                                  en;</al></li><li nr="c."><al>indien het een barbecue of straatfeest betreft
                                                  niet meer dan 2 straten omvat en;</al></li><li nr="d."><al>niet langer dan tot 23.00 uur versterkte en of
                                                  live muziek ten gehore wordt gebracht en;</al></li><li nr="e."><al>het evenement geen belemmering vormt voor het
                                                  verkeer en de hulpdiensten en;</al></li><li nr="f."><al>slechts objecten worden geplaatst met een
                                                  oppervlakte van minder dan 50m² per object en niet
                                                  meer dan 2 objecten per straat, en;</al></li><li nr="g."><al>er een aanwijsbare organisator is en;</al></li><li nr="h."><al>het evenement niet op zondag plaatsvindt
                                                  en;</al></li><li nr="i."><al>de organisator de burgemeester tenminste 3
                                                  weken voorafgaand aan het evenement in kennis
                                                  stelt met een door de burgemeester vastgesteld
                                                  meldingsformulier en;</al></li><li nr="j."><al>binnen 10 werkdagen na ontvangst van het
                                                  meldingsformulier door de burgemeester geen
                                                  tegenbericht is verzonden. (Dan kan het evenement
                                                  plaatsvinden).</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien straten afgesloten moeten worden voor
                                                verkeer, dient de organisator dit te realiseren door
                                                middel van schrikhekken met daarop borden C1 RVV
                                                (geslotenverklaring). Hiervoor dient de organisator
                                                zelf zorg te dragen;</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor
                                                een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                                de weg, voorzover in het geregeld onderwerp wordt
                                                voorzien door artikel 10 juncto 148 van de
                                                Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>1.Het is verboden bij een evenement onnodig op te dringen of
                                    door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden,
                                    te veroorzaken of in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen
                                    lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te
                                    verstoren.</al><al>2.Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens
                                    of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op
                                    een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of
                                    veiligheid in gevaar komt of kan komen.</al><al>3.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens
                                    die behoren tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en
                                    munitie.</al><al>4.Eenieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van
                                    ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare
                                    orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan een
                                            voor het publiek toegankelijke inrichting met het
                                            bijbehorende terras en andere aanhorigheden waar tegen
                                            vergoeding logies wordt verstrekt, ontspanning en
                                            amusement wordt geboden, dranken worden geschonken of
                                            rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden
                                            bereid of verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid zijn
                                            begrepen het uitoefenen van een bedrijf zoals een hotel,
                                            pension, restaurant, cafetaria, snackbar, lunchroom,
                                            coffeeshop, café, discotheek of daaraan verwant bedrijf
                                            of activiteit.</al></li><li nr="3."><al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid zijn
                                            tevens begrepen instellingen die zich richten op
                                            activiteiten van recreatieve, sportieve,
                                            sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke, of
                                            godsdienstige aard zoals een dorpshuis,
                                            verenigingsgebouw, sportkantine of daaraan verwante
                                            instelling als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en
                                            Horecawet.</al></li><li nr="4."><al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
                                            besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                                            horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                                            geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                            geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                            worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst><al>5 Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die een
                                    horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in artikel
                                    2.3.1.2 of 2.3.1.3.</al><al> 6. Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al><lijst><li nr="a."><al>de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders
                                            wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn
                                            onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;</al></li><li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                            artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede
                                            personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het
                                            Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="c."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                            dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.2</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><al>1.Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                    vergunning van de </al><al>burgemeester.</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert
                                                  de burgemeester de vergunning indien de vestiging
                                                  of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is
                                                  met een geldend bestemmingsplan c.q. indien het
                                                  verzoek tot medewerking aan een vrijstelling of
                                                  wijziging van het bestemmingsplan onherroepelijk
                                                  is afgewezen. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning als
                                                  bedoeld in het eerste lid indien de aanvrager geen
                                                  verklaring omtrent gedrag overlegt bij de
                                                  vergunningaanvraag.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in
                                                  het eerste lid geheel of gedeeltelijk weigeren
                                                  indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen
                                                  dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van
                                                  het horecabedrijf of de openbare orde op
                                                  ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door
                                                  de aanwezigheid van het horecabedrijf.</al></li><li nr="5."><al>Bij de toepassing van de in het vierde lid
                                                  genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester
                                                  rekening met het karakter van de straat en de
                                                  wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal
                                                  zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de
                                                  spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                                  blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                                  exploitatie van het horecabedrijf. </al></li><li nr="6."><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren in
                                                  het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in
                                                  artikel 3 van de Wet bevordering
                                                  integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                                  bestuur (Wet BIBOB).</al></li><li nr="7."><al>a. De burgemeester weigert de vergunning voor
                                                  een horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid,
                                                  waar bedrijfsmatig alcoholvrije dranken voor
                                                  gebruik ter plaatse worden verstrekt indien niet
                                                  wordt voldaan aan de volgende eisen:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>leidinggevenden als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de
                                            Drank- en Horecawet dienen te voldoen aan de eisen die
                                            bij of krachtens artikel 8, lid 2 en 3 van de Drank- en
                                            Horecawet zijn gesteld;</al></li><li nr="2."><al>het horecabedrijf dient te voldoen aan de eisen die bij
                                            of krachtens artikel 10 van de Drank- en Horecawet zijn
                                            gesteld;</al></li><li nr="b."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                            inrichtingseisen bedoeld onder a, sub 2.</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="8."><al>Het eerste lid geldt niet voor een
                                                  horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel
                                                  1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een
                                                  nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. Voor
                                                  zowel de winkel als het horecabedrijf gelden de
                                                  sluitingstijden van de Winkeltijdenwet. </al></li><li nr="9."><al>Het eerste lid geldt ook niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen;</al></li><li nr="b."><al>een horecabedrijf in musea;</al></li><li nr="c."><al>een horecabedrijf in scholen.</al></li></lijst></li><li nr="10."><al>Indien de vergunningsaanvraag mede betrekking
                                                  heeft op één of meer bij het horecabedrijf horende
                                                  terrassen op de weg, beslist de burgemeester over
                                                  de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het
                                                  terras. </al></li><li nr="11."><al>Onverminderd het gestelde in het zevende en
                                                  achtste lid, kan de burgemeester de in het zesde
                                                  lid bedoelde ingebruikneming van die weg ten
                                                  behoeve van een of meer bij een horecabedrijf
                                                  horende terrassen weigeren:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan
                                                  de weg dan wel gevaar oplevert voor de
                                                  bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en
                                                  veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden
                                                  voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
                                                  weg.</al><al>12.Het bepaalde in het tiende en elfde lid geldt
                                                  niet voorzover in het daarin geregelde </al></li></lijst></li></lijst><al>onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal Wegenreglement
                                    Fryslân.</al><al>13.De vergunning is persoonsgebonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.3</nr><titel>Opheffing vergunningplicht</titel></kop><al>(<cursief>vervallen)</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.4</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor horecabedrijven als bedoeld in artikel 2.3.1.1, tweede
                                        lid, is het de houder van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een café, discotheek, restaurant of daaraan verwant bedrijf
                                        waar alcohol mag worden geschonken verboden dit voor
                                        bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten
                                        of te laten verblijven op zondag tot en met donderdag tussen
                                        01.00 en 06.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 02.00
                                        en 06.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een cafetaria, snackbar, lunchroom of daaraan verwant
                                        bedrijf waar geen alcohol mag worden geschonken verboden dit
                                        voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te
                                        laten of te laten verblijven op zondag tot en met zaterdag
                                        tussen 24.00 en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor horecabedrijven als bedoeld in artikel 2.3.1.1, derde
                                        lid, is het de houder daarvan verboden deze voor bezoekers
                                        geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te
                                        laten verblijven op zondag tot en met zaterdag tussen 24.00
                                        en 06.00 uur, met dien verstande dat voor dorpshuizen een
                                        afwijkend tijdstip geldt op vrijdag en zaterdag van 01.00
                                        tot 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is de houder van een terras als bedoeld in artikel
                                        2.3.1.1, vierde lid, verboden dit voor bezoekers geopend te
                                        houden op zondag tot en met zaterdag tussen 22.00 en 06.00
                                        uur, behoudens ontheffing van dit tijdstip tussen uiterlijk
                                        24.00 en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een
                                        vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen
                                        voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend
                                        terras, dan wel ontheffing van de sluitingstijden verlenen
                                        voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend
                                        terras.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.5</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een
                                        of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens
                                        artikel 2.3.1.4 geldende sluitingstijden vaststellen of
                                        tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.6</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de
                                    tijd dat dit bedrijf krachtens artikel 2.3.1.4 of ingevolge een
                                    op grond van artikel 2.3.1.5 genomen besluit gesloten dient te
                                    zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.7</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>1.Het is verboden in een horecabedrijf onnodig op te dringen of
                                    door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden,
                                    te veroorzaken of in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen
                                    lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te
                                    verstoren.</al><al>2.Het is verboden in een horecabedrijf messen, knuppels,
                                    slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden
                                    gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare
                                    orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen.</al><al>3.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens
                                    die behoren tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en
                                    munitie.</al><al>4.Eenieder is verplicht in een horecabedrijf alle aanwijzingen
                                    van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van
                                    openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.8</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 geen
                                    inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
                                    treedt niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd
                                    bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2.3.1.2 tot en met
                                    2.3.1.5.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.9</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2 vervalt, indien
                                    het betreffende horecabedrijf wordt beëindigd, van overheidswege
                                    wordt gesloten, indien gedurende een periode van zes maanden
                                    geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning of indien de aard
                                    en omvang van het horecabedrijf wordt gewijzigd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                    nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.2</nr><titel>Kennisgeving exploitatie (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.3</nr><titel>Nachtregister (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.4</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.1</nr><titel>Speelgelegenheden (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.2</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><al>1.In dit artikel wordt verstaan onder:</al><al>a Wet: de Wet op de kansspelen</al><al>b speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a,
                                    van de Wet;</al><al>c kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c,
                                    van de Wet;</al><al>d hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                    30, onder d, van de Wet;</al><al>e laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                    30, onder e, van de Wet.</al><al>2.Opstelplaatsenbeleid</al><lijst><li nr="a."><al>in hoogdrempelige inrichtingen niet deel uitmakende van
                                            een verblijfsrecreatieve voorziening (als bedoeld onder
                                            d), zijn maximaal 2 speelautomaten toegestaan. Hierbij
                                            moet worden gekozen uit of max. 2 kansspelautomaten of
                                            max. 2 behendigheidsautomaten, een combinatie van 1
                                            kansspelautomaat en 1 behendigheidsautomaat is niet
                                            toegestaan;</al></li><li nr="b."><al>in laagdrempelige inrichtingen niet deel uitmakende van
                                            een verblijfsrecreatieve voorziening (als bedoeld onder
                                            d), zijn maximaal 2 behendigheidsautomaten
                                            toegestaan;</al></li><li nr="c."><al>in samengestelde inrichtingen niet deel uitmakende van
                                            een verblijfsrecreatieve voorziening (als bedoeld onder
                                            d) zijn voor de gehele inrichting maximaal 2
                                            speelautomaten toegestaan, te weten ofwel 2
                                            kansspelautomaten of 2 behendigheidsautomaten in het
                                            hoogdrempelige deel, ofwel 2 behendigheidsautomaten in
                                            het laagdrempelige deel;</al></li><li nr="d."><al>in een hoog- dan wel laagdrempelige inrichting welke
                                            deel uitmaakt van een verblijfsrecreatieve voorziening
                                            zijnde een kampeerterrein, jachthaven of bugalow- c.q.
                                            vakantiehuispark met meer dan 100 staanplaatsen,
                                            ligplaatsen, verblijfsaccommodaties of een combinatie
                                            daarvan, zijn toegestaan:</al><lijst><li nr="·"><al>indien het een laagdrempelige inrichting
                                                  betreft: maximaal 10 behendigheidsautomaten</al></li><li nr="·"><al>indien het een hoogdrempelige inrichting
                                                  betreft: maximaal 10 behendigheidsautomaten of 2
                                                  kansspelautomaten</al></li><li nr="·"><al>indien het een samengestelde inrichting betreft:
                                                  maximaal 10 behendigheidsautomaten in ofwel het
                                                  hoogdrempelige deel, ofwel het laagdrempelige deel
                                                  of 2 kansspelautomaten in het hoogdrempelige
                                                  deel.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.1</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek
                                    toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.2</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een roerende of
                                    onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                    bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van het college
                                    en van de rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een
                                    roerende of onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken of te laten aanplakken of op andere wijze aan te
                                    brengen of te laten aanbrengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                    afbeelding, letter of cijfer of teken aan te brengen of te
                                    laten aanbrengen<vet>.</vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden en aanplakzuilen aanwijzen voor
                                    het aanbrengen van meningsuitingen, bekendmakingen en
                                    handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen, bekendmakingen en handelsreclame op de
                                    aanplakborden en aanplakzuilen die geen betrekking mogen hebben
                                    op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.3</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg of openbaar
                                    water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of
                                    verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2.4.2.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.4</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of op een andere voor het publiek
                                    toegankelijke plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij
                                    zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.5</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.6</nr><titel>Rijden over bermen e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.7</nr><titel>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                                    monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                    voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en
                                    daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan weggebruikers
                                    of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast
                                    of hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.8</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank
                                    te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank-
                                    en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>door het college aangewezen plaatsen </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.9</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel op te houden op het terrein van een
                                    school, bedrijf of instelling buiten de schooltijd of werktijd
                                    van het bedrijf of de instelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.10</nr><titel>Verboden gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een
                                openbaarvervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.11</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.12</nr><titel>Afsluiten voertuigen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.13</nr><titel>Bespieden van personen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.14</nr><titel>Bewakingsapparatuur (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.15</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>Het is verboden zonder dat daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat
                                de politie, de brandweer of enige andere overheidsinstelling op
                                welke wijze dan ook te alarmeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.16</nr><titel>Alarminstallaties (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.17</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom op de weg met uitzondering van parken en
                                    plantsoenenzonder dat die hond aangelijnd is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een
                                    andere door het college aangewezen plaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>buiten de bebouwde kom zonder toezicht en geleide.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>in op enigerlei wijze als zodanig aangegeven natuurgebieden en
                                    de particuliere terreinen die daarbinnen liggen, tenzij anders
                                    is aangegeven, zonder dat die hond aangelijnd is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd in
                                    het eerste lid onder a, niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een
                                    hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat
                                    begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is
                                    of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar
                                    gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.18</nr><titel>Verontreiniging door honden, paarden en pony’s</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond, paard en pony is verplicht
                                    ervoor te zorgen dat dit dier zich niet van uitwerpselen
                                    ontdoet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor
                                    het verkeer van voetgangers;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke kinderspeelplaats,
                                    zandbak, speelveld of grasstrook;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.19</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het
                                    terrein van een ander:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of
                                    de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of
                                    hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag
                                    van die hond noodzakelijk vindt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat
                                    het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat
                                    het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn- en
                                    muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                    noodzakelijk vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2.4.17, aanhef en onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de
                                    Regeling agressieve dieren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                    lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan
                                    1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.20</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd gedeelten van de gemeente of bepaalde
                                    plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van
                                    overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is
                                    daarbij aangeduide dieren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanwezig te hebben; dan wel</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen
                                    ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de
                                    openbare gezondheid gestelde regels; dan wel</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing
                                    is aangegeven of mede is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren
                                    aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                                    inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel
                                    aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door het- college
                                    is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                    milieubeheer van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.21</nr><titel>Wilde dieren (Vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.22</nr><titel>Loslopend vee en pluimvee</titel></kop><al>1 De rechthebbende op vee of pluimvee dat zich bevindt in een aan
                                een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is
                                afgescheiden door een deugdelijke (pluim)veekering, is verplicht
                                ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit
                                vee die weg niet kan bereiken.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden vee zonder voldoende toezicht op of aan een
                                        weg te hebben of te doen verblijven of zonder voldoende
                                        begeleiding over de weg te vervoeren of te verweiden.</al></li><li nr="3."><al>(Pluim)vee, dat onbeheerd wordt aangetroffen kan worden
                                        overgebracht naar een door het college te bepalen plaats en
                                        aldaar worden bewaard op kosten van de eigenaar.</al></li><li nr="4."><al>Indien in bewaring gesteld (pluim)vee, als bedoeld in het
                                        derde lid, niet binnen een termijn van een week, gerekend
                                        vanaf de dag van inbewaringstelling, door de eigenaar is
                                        opgevorderd, brengt het college deze bewaring door
                                        publicatie in een of meer plaatselijk verschijnende
                                        nieuwsbladen ter openbare kennis.</al></li><li nr="5."><al>Indien de eigenaar het (pluim)vee niet binnen een week na de
                                        in het vierde lid bedoelde publicatie heeft gevorderd, wordt
                                        dit in het openbaar verkocht. Na aftrek van de kosten van
                                        bewaring en publicatie wordt de opbrengst gedurende de
                                        wettelijke termijn van verjaring ter beschikking van de
                                        eigenaar gehouden.</al></li><li nr="6."><al>In afwijking van het bepaalde in het vierde en vijfde id
                                        zijn burgemeester en wethouders na het verstrijken van de
                                        termijn, als bedoeld in het vierde lid, eveneens gerechtigd
                                        over te gaan tot openbare verkoop van het (pluim)vee als
                                        redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de waarde van het
                                        vee ontoereikend is om hieruit de kosten van bewaring en
                                        publicatie te voldoen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.23</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op duiven verboden deze te laten uitvliegen,
                                indien het college hem schriftelijk heeft meegedeeld, dat zij dit in
                                verband met de plaats waar de duiven worden gehouden hinderlijk voor
                                de omgeving achten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.24</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen
                                    waar overdag mensen verblijven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover het
                                    Provinciaal wegenreglement Fryslân van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.25</nr><titel>Bedelarij (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                        algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="b."><al>verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of
                                        op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde
                                        goederen door de handelaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.2</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voorzover
                                    dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomen;</al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a
                                        bedoelde functionaris;</al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.4</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.5</nr><titel>Handel in horecabedrijven (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder vuurwerk:</al><al>Vuurwerk waarop het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen
                                van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.2</nr><titel>Afleveren van vuurwerk (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.3</nr><titel>Bezigen van vuurwerk (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.4</nr><titel>Gebruik van carbid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een melkbus of
                                    soortgelijke constructie qua aard en omvang, op explosieve wijze
                                    verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                    calciumacetylide (carbid) en water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester carbid te
                                    schieten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>er gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of gelijksoortige
                                    voorwerpen met een maximale inhoud van 50 liter, met
                                    gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                    calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met
                                    vergelijkbare eigenschappen, en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het carbidschieten vindt plaats op 31 december tussen 10.00 uur
                                    en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar, en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hiervan tenminste 14 dagen voorafgaand aan de datum van gebruik
                                    ontheffing is gevraagd aan het college van burgemeester en
                                    wethouders, en </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de aanvraag is vergezeld van een schriftelijke toestemming van
                                    de eigenaar van het terrein van waaraf geschoten wordt en </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de aanvraag tevens is voorzien van een kaart waarop de
                                    betreffende locatie is ingetekend en waarop de schootsrichting
                                    is aangegeven en </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de plaats vanwaar geschoten is op een afstand van tenminste 75
                                    meter van woonbebouwing en op een afstand van tenminste 300
                                    meter van onderkomens van dieren en</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>er geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene
                                    die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had
                                    kunnen vermoeden dat daar gevaren kunnen optreden voor mens,
                                    dier en milieu.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet
                                    Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke
                                    stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.1</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.1a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te
                                dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te treffen of ten behoeve
                                van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.1</nr><titel>Bestuurlijke ophouding (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Preventief fouilleren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9.1</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9.2</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>1.De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.</al><al>2.De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid
                                eveneens ten aanzien van andere door de gemeenteraad aan te wijzen
                                openbare plaatsen.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>prostitutie:</cursief> het zich beschikbaar stellen
                                        tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                        tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al><cursief>prostituee:</cursief> degene die zich beschikbaar
                                        stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een
                                        ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al><cursief>seksinrichting:</cursief> de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                        geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                        sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                        waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                        niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al>p<cursief>rivéhuis: </cursief>een seksinrichting die alleen
                                        op afspraak te bezoeken is;</al></li><li nr="e."><al><cursief>escortbedrijf:</cursief> de natuurlijke persoon,
                                        groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                                        die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li><li nr="f."><al><cursief>sekswinkel: </cursief>de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                        van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="g."><al><cursief>exploitant:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                        seksinrichting of escortbedrijf exploiteert en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="h."><al><cursief>beheerder:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent
                                        in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="i."><al><cursief>bezoeker:</cursief> degene die aanwezig is in een
                                        seksinrichting, met uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.2;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder <cursief>bevoegd
                                    bestuursorgaan:</cursief> het college of, voorzover het betreft
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als
                                bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het
                                college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk
                                nadere regels vaststellen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, escortbedrijven, straatprostitutie, sekswinkels
                                en dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.1</nr><titel>Seksinrichtingen en escortbedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting te exploiteren in door het
                                    college aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr=""><al>a. de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr=""><al>b. de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr=""><al>c. de aard van de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf;</al></li><li nr=""><al>d. het aantal werkzame prostitué(e)s;</al></li><li nr=""><al>e. de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                            inrichting door middel van een …situatietekening met een
                                            schaal van tenminste 1:1000;</al></li><li nr=""><al>f. de plattegrond van de inrichting door middel van een
                                            tekening met een schaal van …..tenminste 1:100;</al></li><li nr=""><al>g. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is
                                            tot het gebruik van de ruimte …..waarin hij voornemens
                                            is de inrichting te exploiteren. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.2</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde
                                        natuurlijke perso(o)n(en) - en de beheerder:</al></li><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de
                                        exploitant – indien een rechtspersoon: de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde
                                        natuurlijke perso(o)n(en) - en de beheerder niet:</al></li><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                        Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met
                                        toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
                                        ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of
                                        Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf
                                        waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                        hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek
                                        van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onher-roepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van € 453 of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van:</al></li><li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
                                        de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                        vreemdelingen;</al></li><li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                        249, 250a (oud), 250, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                        417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                        Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                        artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994;</al></li><li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
                                        Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li></lijst><al> 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 340 euro
                                        bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:</al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde
                                        natuurlijke perso(o)n(en) - of de beheerder is binnen de
                                        laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van
                                        een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een
                                        maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of
                                        waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid,
                                        is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen
                                        verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.3</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 03.00 en 10.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4,
                                    eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.4</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                    hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3, eerste of
                                    tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voorzover de sluitingsuren voortvloeien uit de omstandigheid als
                                    omschreven in het vierde lid van artikel 3.2.3, tijdelijk andere
                                    hiervoor in de plaats stellen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.5</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><al>1.Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning
                                vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                is.</al><al> 2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe te zien
                                dat in de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
                                        XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                                        en in de Wet wapens en munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.6</nr><titel>Straat- en raamprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of langs wegen dan wel vanuit een pand,
                                    zichtbaar vanaf de openbare weg, door handelingen, houding,
                                    woord, gebaar of op andere wijze, te trachten als prostitué(e)
                                    passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan
                                    te lokken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.3.3 tweede lid genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen als bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.3.3, tweede lid, genoemde
                                    belangen kan de burgemeester personen aan wie ten minste eenmaal
                                    een bevel is gegeven als bedoeld in het tweede of derde lid, bij
                                    besluit verbieden zich gedurende bij dat besluit bepaalde
                                    termijn en aangegeven tijden, anders dan in een openbaar middel
                                    van vervoer, te bevinden op of aan de wegen als bedoeld in het
                                    eerste lid;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.7</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden; nadere regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.1</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>het bevoegde bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste 12
                                    weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.2</nr><titel>Geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1 heeft een
                                    geldigheidsduur van drie jaar;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>uiterlijk 8 weken voor het verstrijken van de hierboven genoemde
                                    termijn dient de vergunninghouder een nieuwe aanvraag als
                                    bedoeld in artikel 3.2.1 ingediend te hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.3</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant – indien een rechtspersoon: de tot
                                    vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke
                                    perso(o)n(en) - of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                    3.2.2 gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273a van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1 kan worden
                                    geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van
                                    de woon- en leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al> in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                    prostituee;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>indien de aangevraagde locatie niet voldoet aan overige door het
                                    college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 3.1.3
                                    gestelde nadere regels;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van
                                    de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur (Wet BIBOB).</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.1</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.1 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.2</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.2.1, tweede lid,
                                    onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                    feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen
                                    een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                    schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.3.2, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer; </al></li><li nr="b."><al>inrichting: een inrichting type A of type B, als bedoeld in
                                        het Besluit; </al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        leidinggevende of anderszins een inrichting drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden, zoals
                                        bijvoorbeeld Koninginnedag;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen, zoals
                                        de viering van een jubileum of een straatfeest. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2.</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit gelden niet voor door het college per jaar aan
                                    te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                                    wijzen dagen of dagdelen. Het jaar loopt van 1 april tot en met
                                    31 maart.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beperking met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening op sportterreinen, artikel 4.110 lid 1 van het
                                    Besluit, geldt niet voor door het college per jaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid,
                                    kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één
                                    of meer van de 16 dorpen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing voor het begin van een nieuw
                                    jaar bekend. Als de precieze datum van een collectieve
                                    festiviteit nog niet bepaald is, wordt de festiviteit zonder
                                    datum bekend gemaakt. De datum wordt zo spoedig mogelijk bekend
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, festiviteiten terstond als
                                    collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de collectieve dagen geldt de mogelijkheid om meer mechanisch
                                    of akoestisch muziekgeluid te mogen produceren alleen voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor het
                                    terras.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid moeten ramen en
                                    deuren gesloten worden gehouden, behoudens voor het onmiddellijk
                                    doorlaten van personen en/of goederen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van muziek een half uur vóór de vastgestelde
                                    beëindigingstijd van de muziek te worden teruggebracht naar de
                                    grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.3.</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per jaar te houden waarbij de geluidsnormen als
                                    bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet
                                    van toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste
                                    10 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per jaar de verlichting langer aan te
                                    houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.110
                                    lid 1 van het Besluit niet van toepassing is mits de houder van
                                    de inrichting ten minste 10 werkdagen voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er is een (digitaal) standaardformulier voor het doen van de
                                    kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer
                                    het in het derde lid bedoelde formulier, volledig en naar
                                    waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat
                                    formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de individuele dagen geldt de mogelijkheid om meer mechanisch
                                    of akoestisch muziekgeluid te mogen produceren alleen voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor het
                                    terras.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid moeten ramen en
                                    deuren gesloten worden gehouden, behoudens voor het onmiddellijk
                                    doorlaten van personen en/of goederen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van muziek een half uur vóór de vastgestelde
                                    beëindigingstijd van de muziek te worden teruggebracht naar de
                                    grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het ongebruikt laten van een collectieve dag betekent niet dat
                                    het aantal individuele dagen evenredig toeneemt. Uitwisselen
                                    tussen collectieve dag en individuele dagen is niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te </al><al>leiden of daaraan deel te nemen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 4.1.3 is gedaan; </al></li><li nr="b."><al>gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de
                                        kennisgeving als bedoeld in artikel 4.1.3 zijn verstrekt;
                                    </al></li><li nr="c."><al>de houder van de inrichting verzuimt te doen of na te laten
                                        hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om overmatige
                                        hinder te voorkomen; </al></li><li nr="d."><al>de burgemeester het organiseren van een incidentele
                                        festiviteit verboden heeft, wanneer naar zijn oordeel de
                                        woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of
                                        de openbare orde op ontoelaatbare wijze worden
                                        beïnvloed.</al><al>Artikel 4.1.5 (<cursief>vervallen</cursief>) </al><al>Artikel 4.1.6 <cursief>(vervallen</cursief>)</al><al><vet>Artikel 4.1.7 Overige geluidhinder</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in
                                                werking te hebben of handelingen te verrichten op
                                                een zodanige wijze dat voor een omwonende of
                                                overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                                veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing
                                                verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet, voor zover artikel 2.4.16, de
                                                op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de
                                                Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de
                                                Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de
                                                Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en
                                                verkeersregels 1994 of het Vuurwerkbesluit Wet
                                                milieugevaarlijke stoffen van toepassing zijn.</al></li><li nr="4."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.8</nr><titel>Gebruik geluidsapparaat in de openlucht</titel></kop><al>Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college aan, op
                                of boven de weg of openbaar water door middel van een
                                geluidsapparaat een toespraak, gezang of muziek voor het publiek ten
                                gehore te brengen.</al><al>Artikel 4.1.9 Geluidhinder door dieren</al><al>Het is verboden dieren zodanig te houden, dat voor de omgeving of
                                overigens kennelijk geluidhinder ontstaat.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Afvalstoffen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>wet: Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer
                                            beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier,
                                            plastic bekertjes en blikjes, niet zijnde klein chemisch
                                            afval, ontstaan buiten een perceel;</al></li><li nr="c."><al>inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of
                                            innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter
                                            inzameling worden aangeboden;</al></li><li nr="d."><al>ter inzameling aanbieden: de wijzen van overdragen van
                                            afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie,
                                            inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe
                                            door of vanwege de inzamelende persoon of instantie
                                            geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een
                                            daartoe ter beschikking gestelde plaats.</al></li><li nr="e."><al>inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen
                                            bestemd hulp- en/of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een
                                            huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box;</al></li><li nr="f."><al>inzamelvoorziening: een voor de inzameling van
                                            afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats,
                                            bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer,
                                            brengdepot;</al></li><li nr="g."><al>minicontainer: een van gemeentewege verstrekt
                                            inzamelmiddel (afvalbak) met een inhoud van 240
                                            liter;</al></li><li nr="-"><al>de grijze minicontainer is bedoeld voor het
                                            huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="-"><al>de groene minicontainer is bedoeld voor het groente-,
                                            fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="-"><al>de grijze minicontainer met rood deksel is bedoeld voor
                                            bedrijfsafval (en</al></li></lijst><al>wordt alleen aan bedrijven verstrekt).</al><lijst><li nr="h."><al>gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente
                                            feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                                            waarvan ingevolge artikel 10.11 van de Wet milieubeheer
                                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
                                            afvalstoffen geldt;</al></li><li nr="i."><al>wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen
                                            of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en
                                            duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of
                                            zijkanten;</al></li><li nr="j."><al>motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan
                                            langs spoor staven te worden voortbewogen uitsluitend of
                                            mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig
                                            zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met
                                            stroomtoevoer van elders.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een omschrijving vaststellen van de
                                            categorieën huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in
                                            artikel 4.2.2.2.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Inzameling van afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2.1</nr><titel>Aanwijzing inzamelende instanties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als inzameldienst belast met het ter uitvoering van de wet,
                                        de provinciale milieuverordening en deze afdeling inzamelen
                                        van afvalstoffen wordt aangewezen: de afdeling Miljeu, Bouwe
                                        en Behear.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de inzameldienst kan het college personen of
                                        instanties aanwijzen die zijn belast met het ter uitvoering
                                        van de wet, de provinciale milieuverordening en deze
                                        afdeling afzonderlijk inzamelen van categorieën
                                        huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2.2</nr><titel>Afzonderlijk inzameling</titel></kop><al>Door de inzameldienst of de krachtens artikel 4.2.2.1, tweede
                                    lid aangewezen personen of instanties worden de volgende
                                    categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk
                                    ingezameld:</al><lijst><li nr="a."><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="b."><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="c."><al>vlak glas;</al></li><li nr="d."><al>verpakkingsglas;</al></li><li nr="e."><al>textiel;</al></li><li nr="f."><al>klein gevaarlijk afval (inclusief afgewerkte olie);</al></li><li nr="g."><al>witgoed (koel- en vriesapparatuur);</al></li><li nr="h."><al>bruingoed (kleine elektrische apparaten,
                                            TV-apparatuur)</al></li><li nr="i."><al>computerapparatuur</al></li><li nr="j."><al>asbest </al></li><li nr="k."><al>op asbest gelijkende afvalstoffen;</al></li><li nr="l."><al>grof tuinafval, takken;</al></li><li nr="m."><al>huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="n."><al>grof huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="o."><al>banden;</al></li><li nr="p."><al>puin/bouw- en sloopafval</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2.3</nr><titel>Inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De inzameling kan plaatsvinden via:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal
                                        percelen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een inzamelvoorziening op wijkniveau;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een brengdepot op lokaal of regionaal niveau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aanwijzen via welk(e) inzamelmiddel of
                                        -voorziening de inzameling van een bepaalde categorie
                                        huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van
                                        een perceel plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2.4</nr><titel>Frequentie van inzamelen bij elk perceel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Huishoudelijk restafval, niet zijnde grove huishoudelijke
                                        afvalstoffen, wordt tenminste eenmaal per veertien dagen bij
                                        elk perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Groente-, fruit- en tuinafval wordt tenminste eenmaal per
                                        veertien dagen afzonderlijk bij elk perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste en tweede lid bepaalde
                                        wordt huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en
                                        tuinafval van de in de bij dit hoofdstuk behorende bijlage
                                        genoemde percelen eenmaal per maand bij elk perceel
                                        ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid en het tweede lid wordt
                                        huishoudelijk restafval en het groente-, fruit en tuinafval
                                        niet ingezameld op <vet>–</vet> of in de week van
                                            <vet>–</vet> een algemeen erkende feestdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kan het college bepalen dat
                                        gedurende de zomerperiode het groente-, fruit en tuinafval
                                        wekelijks zal worden ingezameld<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van
                                        de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die
                                        afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente bij elk
                                        perceel worden ingezameld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2.5</nr><titel>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                        vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college
                                        huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van een
                                        doelmatige verwijdering van huishoudelijke
                                        afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of de krachtens
                                        artikel 4.2.2.1, tweede lid aangewezen personen of
                                        instanties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor personen of instanties die bij of
                                        krachtens de wet voor de desbetreffende categorieën van
                                        huishoudelijke afvalstoffen een inzamelplicht hebben
                                        gekregen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.1</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        ………………………..afvalstoffen aan anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling
                                        aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst, de
                                        krachtens artikel 4.2.2.1, tweede lid aangewezen personen of
                                        instanties en degenen aan wie krachtens artikel 4.2.2.5 een
                                        vergunning is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien
                                        huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden
                                        aan personen of instanties die bij of krachtens de wet een
                                        inzamelplicht hebben gekregen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.2</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        ………………………..afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van
                                        percelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om
                                        huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan
                                        de inzameldienst of de krachtens artikel 4.2.2.1, tweede lid
                                        aangewezen personen of instanties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten dat het aan anderen dan gebruikers
                                        van percelen verboden is om huishoudelijke afvalstoffen ter
                                        inzameling aan te bieden aan de houder van een vergunning
                                        als bedoeld in artikel 4.2.2.5.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.3</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om de volgende categorieën huishoudelijke
                                        afvalstoffen anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te
                                        bieden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>oud papier en karton;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vlak glas;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>verpakkingsglas;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>textiel;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>klein gevaarlijk afval (inclusief afgewerkte olie);</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>witgoed (koel- en vriesapparatuur);</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>bruingoed (kleine elektrische apparaten, TV-apparatuur)</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>computerapparatuur</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>asbest </al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>op asbest gelijkende afvalstoffen;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>grof tuinafval, takken;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>huishoudelijk restafval;</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al>grof huishoudelijk restafval;</al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al>banden;</al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al>puin/bouw- en sloopafval</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aanwijzen aan welke personen of instanties
                                        de in het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke
                                        afvalstoffen moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden de aangewezen categorieën huishoudelijke
                                        afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens het
                                        tweede lid aangewezen personen of instanties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        categorieën welke door de Provincie zijn aangewezen in de
                                        Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.4</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        via een ………………………...inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                        perceel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor de gebruiker van een perceel voor een bepaalde
                                        categorie huishoudelijke afvalstoffen krachtens artikel
                                        4.2.2.3, tweede lid, een inzamelmiddel is aangewezen, is het
                                        voor die gebruiker verboden de betreffende afvalstoffen
                                        anders aan te bieden dan via het daartoe aangewezen
                                        inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke
                                        afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                        perceel aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit
                                        inzamelmiddel krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, is
                                        bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de plaatsen en wijzen
                                        waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ter
                                        inzameling moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere
                                        plaatsen en wijzen ter inzameling aan te bieden dan volgens
                                        dit artikel is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan regels stellen met betrekking tot het
                                        maximale gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en
                                        het maximale aantal inzamelmiddelen dat per keer kan worden
                                        aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien van gemeentewege een inzamelmiddel aan de gebruiker
                                        van een perceel is verstrekt kan het college regels stellen
                                        omtrent het gebruik en het reinigen daarvan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien het inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt,
                                        kan het college eisen stellen aan het te gebruiken
                                        inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het is aan anderen dan de gebruiker van een perceel aan wie
                                        krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, een inzamelmiddel is
                                        toegewezen, verboden hun afvalstoffen ter inzameling aan te
                                        bieden via dit inzamelmiddel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.4a</nr><titel>Minicontainers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Minicontainers moeten goed gesloten zijn en mogen geen
                                        stoffen heter dan 50 graden Celsius dan wel brandende
                                        stoffen bevatten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De grijze minicontainer mag uitsluitend huishoudelijk
                                        restafval bevatten. De groene minicontainer mag uitsluitend
                                        groente- fruit- en tuinafval bevatten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De minicontainers mogen niet worden gevuld met afvalstoffen
                                        die van een zodanige samenstelling zijn dat deze onderling,
                                        dan wel met andere stoffen een vaste massa kunnen gaan
                                        vormen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden de door de gemeente verstrekte
                                        minicontainers voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor
                                        zij bestemd zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De van gemeentewege verstrekte minicontainers dienen steeds
                                        in goede staat van onderhoud te verkeren en goed schoon (dus
                                        zonder restanten en stankvrij) gehouden te worden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden minicontainers mee te nemen bij
                                        verhuizingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De minicontainers moeten na het deponeren van de
                                        afvalstoffen goed gesloten worden; er mogen zich geen
                                        afvalstoffen daarbuiten bevinden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij het overdragen of ter inzameling aanbieden mag de inhoud
                                        van een minicontainer niet zwaarder zijn dan 30 kg.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Uitsluitend het huishoudelijk restafval mag eerst in plastic
                                        vuilniszakken worden gedaan alvorens het in de grijze
                                        minicontainer wordt gedeponeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.4b</nr><titel>Verwijdering minicontainers</titel></kop><al>De houder van een minicontainer moet ervoor zorgen dat de deze
                                    zo spoedig mogelijk na lediging door de inzameldienst, doch
                                    uiterlijk om 24.00 uur op de krachtens artikel 4.2.3.9 eerste
                                    lid vastgestelde inzameldag, van de openbare weg is
                                    gehaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.5</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        via een ………………………...inzamelvoorziening ten behoeve van een
                                        groep percelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor de gebruiker van een perceel voor een bepaalde
                                        categorie huishoudelijke afvalstoffen krachtens artikel
                                        4.2.2.3, tweede lid, mede ten behoeve van zijn perceel een
                                        inzamelvoorziening is aangewezen, is het voor de gebruiker
                                        verboden de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden
                                        dan via de betreffende inzamelvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke
                                        afvalstoffen via een inzamelvoorziening voor een aantal
                                        percelen aan te bieden, dan de categorie waarvoor deze
                                        inzamelvoorziening krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, is
                                        bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen ten aanzien van de wijzen
                                        waarop huishoudelijke afvalstoffen via een
                                        inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen moet
                                        worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen
                                        aan te bieden via een inzamelvoorziening ten behoeve van een
                                        groep percelen dan krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is voor anderen dan de gebruikers van percelen voor wie
                                        krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, een
                                        inzamelvoorziening is aangewezen, verboden huishoudelijke
                                        afvalstoffen aan te bieden via deze inzamelvoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.6</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        via ………………………...inzamelvoorzieningen op wijkniveau</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in artikel 4.2.3.4, vierde lid en artikel
                                        4.2.3.5, vierde lid, geldt niet voor het aanbieden van
                                        huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op
                                        wijkniveau conform krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke
                                        afvalstoffen via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te
                                        bieden dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening
                                        krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop
                                        huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                        aangeboden via een inzamelvoorziening op wijkniveau.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen
                                        via een inzamelvoorziening op wijkniveau ter inzameling aan
                                        te bieden dan krachtens het derde lid is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.7</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        via een ………………………...brengdepot op lokaal of regionaal
                                        niveau</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in artikel 4.2.3.4, vierde lid en artikel
                                        4.2.3.5, vierde lid, geldt niet voor het aanbieden van
                                        huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of
                                        regionaal niveau conform krachtens dit artikel is
                                        bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke
                                        afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal
                                        niveau aan te bieden dan de categorie waarvoor het
                                        brengdepot krachtens artikel 4.2.2.3 is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop
                                        huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                        aangeboden bij het brengdepot op lokaal of regionaal
                                        niveau.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen
                                        via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau ter
                                        inzameling aan te bieden dan krachtens het derde lid is
                                        bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.8</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        zonder ………………………...inzamelmiddel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                        aanwijzen die zonder inzamelmiddel als bedoeld in artikel
                                        4.2.2.3 van deze verordening ter inzameling moeten worden
                                        aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop de
                                        krachtens het eerste lid aangewezen categorieën
                                        huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling moeten worden
                                        aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden de in het eerste lid bedoelde huishoudelijke
                                        afvalstoffen op andere wijzen ter inzameling aan te bieden
                                        dan krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.9</nr><titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de dagen en tijden vast waarop
                                        huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                        aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen
                                        en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het
                                        eerste lid is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.10</nr><titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                        ………………………...huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het
                                    college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter
                                    inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                    inzameldienst of krachtens artikel 4.2.2.1, tweede lid,
                                    aangewezen personen of instanties.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Inzameling van andere categorieën van afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.4.1</nr><titel>Inzamelverbod andere categorieën afvalstoffen behoudens
                                        ………………………..vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan andere categorieën van afvalstoffen dan
                                        huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen waarvoor geldt dat het
                                        verboden is ze in te zamelen zonder vergunning van het
                                        college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan de in het eerste lid bedoelde vergunning
                                        voorschriften verbinden met het oog op de doelmatige
                                        verwijdering van afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van de
                                        doelmatige verwijdering van afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.4.2</nr><titel>Inzameling andere categorieën afvalstoffen door de
                                        inzameldienst</titel></kop><al>Het college kan andere categorieën van afvalstoffen dan
                                    huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die door de inzameldienst
                                    worden ingezameld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.4.3</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van andere categorieën
                                        afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën van afvalstoffen dan
                                        huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan de
                                        inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor die
                                        categorieën afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens
                                        artikel 4.2.4.2, voorzover degene die gebruik maakt van de
                                        inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee
                                        ontstane belastingplicht op grond van de verordening
                                        reinigingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden,
                                        wijzen en plaatsen waarop de in artikel 4.2.4.2 bedoelde
                                        afvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen
                                        worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens
                                        artikel 4.2.4.2 ter inzameling aan te bieden in strijd met
                                        hetgeen krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                        milieubeheer, de Destructiewet, of de provinciale
                                        milieuverordening van toepassing is.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Lozing en riolering</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>(vervallen)</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Bodem-, weg en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.1</nr><titel>Verontreiniging van de weg en van terreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>afval of vuilnis of enig andere dergelijke stof of voorwerp,
                                    die/dat aanleiding kan geven tot verontreiniging, beschadiging
                                    of onvoldoende afwatering van de weg, dan wel aanleiding kan
                                    geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu, op of
                                    in de bodem, buiten een daarvoor bestemde verzamelplaats, te
                                    plaatsen, te storten, te werpen, uit te gieten, te laten vallen
                                    of lopen of te houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>andere afvalstoffen dan straatafval, als bedoeld in artikel
                                    4.2.1.1, eerste lid, onder b, achter te laten in daartoe van
                                    gemeentewege geplaatste of voorgeschreven bakken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                    niet van toepassing op het ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, de krachtens
                                    artikel 4.2.2.1, tweede lid aangewezen personen of instanties of
                                    houders van een vergunning als bedoeld in artikel 4.2.2.5.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het, in het eerste lid, onder a, gestelde
                                    verbod ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen
                                    voorschriften worden verbonden ter bescherming van het
                                    milieu.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                    niet van toepassing op het thuiscomposteren van groente-, fruit-
                                    en tuinafval.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de stoffen of voorwerpen op de weg geraken of
                                    tijdelijk op de weg worden gebracht als onvermijdelijk gevolg
                                    van het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen
                                    dan wel van het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de
                                    weg.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    voorts niet voor zover:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de Wet milieubeheer, de Meststoffenwet, de Destructiewet, de
                                    Bestrijdingsmiddelenwet, de Kernenergiewet, of de Wet
                                    bodembescherming voorziet in de beoogde bescherming van het
                                    milieu;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de Wet beheer rijkswaterstaatswerken;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het provinciaal wegenreglement Fryslân, of de provinciale
                                    bodembeschermingsverordening Fryslân, of de provinciale
                                    milieuverordening van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.2</nr><titel>Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of
                                    voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt
                                    verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht,
                                    alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever
                                    verplicht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het
                                    verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg
                                    terstond na het ontstaan van de verontreiniging te reinigen of
                                    te doen reinigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het
                                    verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg
                                    terstond na de beëindiging van de werkzaamheden of, indien deze
                                    langer dan een dag duren, elke dag terstond na beëindiging van
                                    de werkzaamheden op die dag; te reinigen of te doen
                                    reinigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gesteld verbod geldt niet voor zover de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement Fryslân van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.3</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                    drinkwaren (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.4</nr><titel>Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die op de weg reclame- of strooibiljetten of dergelijke
                                    geschriften onder het publiek verspreidt, is verplicht deze,
                                    indien zij in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg
                                    of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het
                                    publiek worden weggeworpen, terstond daarvan te verwijderen of
                                    te doen verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde gebod geldt niet ten aanzien van
                                    het verspreiden van reclame- of strooibiljetten of dergelijke
                                    geschriften vanuit een luchtvaartuig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.5</nr><titel>Straatvegen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.6</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.7</nr><titel>Verbod doorzoeken van ter inzameling gereed staande
                                    afvalstoffen</titel></kop><al>Het is verboden afvalstoffen die ter inzameling gereed staan te
                                doorzoeken en te verspreiden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.8</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                                    en ………………. putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                        dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3
                                        meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
                                        meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
                                        stam;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een
                                        grotere (lint)- begroeing van heesters en stuiken, een
                                        beplanting van bosplantsoenen;</al></li><li nr="c."><al>hakhout: een of meer bomen of boomvormers die na te zijn
                                        geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="d."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                        houtopstand, hieronder wordt ook verstaan het periodiek
                                        vellen van hakhout;</al></li><li nr="e."><al>knotten of kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats
                                        verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen,
                                        gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk
                                        onderhoud;</al></li><li nr="f."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                        ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;</al></li></lijst><al> g. iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
                                ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
                                Moreau);</al><lijst><li nr="h."><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                        behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
                                        multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.</al></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
                                        met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
                                        ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.2</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag een
                                    houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>laagstam-vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als
                                    kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                                    terreinen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kweekgoed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
                                    hiervoor geldt wel een meldingsplicht;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                    geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een
                                    bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid
                                    vormt die:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen,
                                    gerekend over het totale aantalrijen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet
                                    of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks
                                    onverminderd het bepaalde in artikel 4.5.6.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>houtopstand ten aanzien waarvan bij een geldend bestemmingsplan
                                    of bij een geldend voorbereidingsbesluit is bepaald dat het
                                    verboden is deze te vellen zonder vergunning van het bevoegd
                                    gezag (omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 b
                                    van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht);</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>houtopstand gelegen in een beschermd natuurmonument in de zin
                                    van de natuurbeschermingswet;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                    reguliere onderhoud (hierbij geldt wel een meldingsplicht);</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>het periodiek beknotten of kandelaberen als
                                    cultuurmaatregel;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>bomen met een stamomtrek van minder dan 75 cm, te meten op 1.30
                                    meter hoogte, uitgezonderd houtopstanden die onder de
                                    meldingsplicht vallen;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>bomen die behoren tot de cypresachtigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegde gezag kan, in afwijking van het eerste lid,
                                    toestemming geven tot direct vellen indien er sprake is van
                                    grote gevaarzetting of een vergelijkbaar spoedeisend
                                    belang.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning is zaaksgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.3</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                    toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door
                                    degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd
                                    is over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het bevoegde gezag in het kader van de Boswet aan het
                                    college een afschrift heeft toegezonden van de
                                    ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                    beschouwt het college dit afschrift mede als een
                                    vergunningaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.3a</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                        dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.4</nr><titel>Bijzondere voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het bevoegde gezag te geven aanwijzingen
                                    moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren
                                    aanwijzingen ter bescherming van in- en rond de houtopstand
                                    voorkomende flora en fauna;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.5</nr><titel>Meldingsplicht voor dunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van het voornemen tot dunning van een houtopstand moeten bij het
                                    college of de door hem aangewezen ambtenaar een schriftelijke en
                                    ondertekende kennisgeving worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college geeft binnen een maand na het ontvangen van de
                                    kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, een verklaring van
                                    ontvangst af.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in het vierde lid, is het verboden met
                                    het dunnen van een houtopstand te beginnen voordat de verklaring
                                    van ontvangst, bedoeld in het tweede lid, is afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, behoeft niet te
                                    worden gedaan indien de houtopstand moet worden gedund ingevolge
                                    een verplichting van het college, bedoeld in artikel 4.5.6,
                                    derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ter bescherming van houtopstand in de in het
                                    tweede lid bedoelde verklaring van ontvangst aanwijzingen geven,
                                    welke bij het dunnen van de houtopstand in acht moeten worden
                                    genomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De verklaring van ontvangst, bedoeld in lid twee, vervalt als
                                    niet binnen 6 maanden na de dagtekening daarvan met het dunnen
                                    van de houtopstand is begonnen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college geeft de verklaring van ontvangst als bedoeld in het
                                    tweede lid niet af als de kennisgeving van voorgenomen dunning
                                    geacht moet worden betrekking te hebben op het vellen van een
                                    houtopstand, waarvoor ingevolge deze verordening een vergunning
                                    is vereist.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In het geval bedoeld in het zevende lid, wordt de kennisgeving
                                    van voorgenomen dunning aangemerkt als een verzoek om vergunning
                                    als bedoeld in artikel 4.5.3. Het college stelt in dat geval
                                    degene die de kennisgeving van voorgenomen dunning heeft gedaan,
                                    binnen de in het tweede lid genoemde termijn schriftelijk van
                                    hun beslissing in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.6</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegde gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan,
                                    kan het bevoegde gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                    waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit
                                    anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen
                                    te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegde gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                                    wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en
                                    met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.7</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de
                                toepassing van artikel 4.5.2, artikel 4.5.4, artikel 4.5.5 of
                                artikel 4.5.6, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet
                                of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de
                                vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het bevoegde gezag hem
                                op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding
                                toe.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.8</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
                                    ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
                                    Moreau);</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                    behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.), Scolytus
                                    multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding
                                    van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers,
                                    is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
                                    aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te
                                    stellen termijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te
                                    vernietigen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                    zondanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
                                    voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of
                                    in voorraad te</al><al> hebben of te vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en
                                    op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het onder sub a. van dit
                                    lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving
                                    biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                    noodzakelijke werkzaamheden voor risico en voor rekening van
                                    aangeschrevenen, door of namens de gemeente kunnen worden
                                    verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.9</nr><titel>Bescherming bomen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om bomen en houtopstanden die openbaar
                                        eigendom zijn</al></li><li nr="-"><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="-"><al>daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door daartoe
                                        bevoegde </al></li></lijst><al>deskundige boomverzorgers ter uitoefening van de hun opgedragen
                                boomverzorgende taak.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een
                                        openbare houtopstand of boom aan te brengen of anderszins te
                                        bevestigen, behoudens vergunning van het college van
                                        burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden onder kroonprojectie van bomen, die openbaar
                                        eigendom zijn, materiaal of materieel op te slaan, behoudens
                                        vergunning van het college.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5a</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.10</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
                                bijvoorbeeld een tent, tentwagen, kampeerwagen, camper of
                                caravan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.11</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik op eigen terrein en voor de door recreatieschap
                                    “De Marrekrite” als zodanig aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een dorpsgezicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.12</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4.5.11 eerste lid, niet geld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4.5.11 vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Bescherming van flora en fauna</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.1</nr><titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel></kop><al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij
                                de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of
                                bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een
                                bloem- of heesterperk dan wel aldaar bloemen te plukken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en overlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.1</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><al>1.Het is verboden één of meer van de volgende voorwerpen of stoffen
                                in de open lucht op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben,
                                indien deze opslag, plaatsing of aanwezigheid naar het oordeel van
                                het college het uiterlijk van de gemeente op ontoelaatbare wijze
                                schaadt of ontoelaatbare overlast veroorzaakt of zal veroorzaken die
                                hetzij moet worden opgeheven hetzij moet worden voorkomen of schade
                                aan de openbare gezondheid zal kunnen veroorzaken die moet worden
                                voorkomen.</al><al>Het gaat om de volgende voorwerpen of stoffen:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                        voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li></lijst><al> c. caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke,
                                gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen, indien
                                het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of
                                verhuur of anderszins voor een commercieel doel;</al><lijst><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                        een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                        landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen;</al></li><li nr="e."><al>afvalstoffen;</al></li><li nr="f."><al>autowrakken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de
                                        Ruimtelijke Ordening of de Provinciale Verordening
                                        Fryslân.</al></li><li nr="4."><al>De ontheffing is zaaksgebonden.</al><al>Artikel 4.7.1.a Vliegenoverlast door gebruik van dierlijke
                                        meststoffen</al><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder:</al></li><li nr="a."><al>dierlijke meststoffen: dierlijke meststoffen als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Meststoffenwet;</al></li><li nr="b."><al>emissie-arm aanwenden: gebruiken van dierlijke
                                                meststoffen op de wijze die is aangegeven in de bij
                                                het Besluit gebruik dierlijke meststoffen 1998
                                                behorende bijlage II, met dien verstande echter dat
                                                onder 3, punt a onder 2e gelezen moet worden:
                                                tijdens het uitrijden van de dierlijke mest deze
                                                gelijktijdig wordt ondergewerkt;</al></li><li nr="c."><al>grond: bouwland, maïsland en grasland.</al></li></lijst><al>d . onhygiënische meststoffen: dierlijke mest waarin grote
                                        hoeveelheden eitjes en larven van vliegen voorkomen. </al><lijst><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik
                                                dierlijke meststoffen 1998 is het verboden op
                                                gronden onhygiënische meststoffen, uit te rijden, op
                                                te brengen, te doen uitrijden of te doen opbrengen
                                                gedurende de periode van 1 april tot 1 oktober.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van
                                                toepassing voorzover de dierlijke mest emissie-arm,
                                                als bedoeld in dit artikel, wordt aangewend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.7.2 Vergunningplicht handelsreclame</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak
                                                alsmede de hoofdgebruiker van die zaak verboden
                                                zonder vergunning van het bevoegde gezag deze zaak
                                                of een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het
                                                gebruik daarvan toe te laten voor het maken van
                                                handelsreclame met behulp van een opschrift,
                                                aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook,
                                                die vanaf de weg of vanaf een andere voor het
                                                publiek toegankelijke plaats zichtbaar is.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet ten aanzien van:</al></li><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het
                                                inwendig gedeelte van een onroerende zaak;</al></li><li nr="b."><al>opschriften en aankondigingen op zuilen, borden,
                                                muren of andere constructies, aangewezen door de
                                                overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften en aankondigingen betrekking hebbend
                                                op:</al></li><li nr="-"><al>openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop,
                                                verhuur of verpachting van een onroerende zaak voor
                                                zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li><li nr="-"><al>het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op
                                                de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die
                                                zaak is bestemd, zomede op naamborden;</al></li></lijst><al>mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen
                                        grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en geen van alle een
                                        grotere afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter en
                                        mits deze opschriften en aankondigingen zijn aangebracht op
                                        of aan een onroerende zaak;</al><lijst><li nr="d."><al>opschriften betrekking hebbend op de naam of aard
                                                van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen
                                                van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van
                                                het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften
                                                zijn aangebracht op borden bij of op de in
                                                uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht
                                                zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                                hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften en aankondigingen aan gebouwen en
                                                inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn
                                                aangebracht ten dienste van dat vervoer;</al></li><li nr="f."><al>Opschriften, aankondigingen en afbeeldingen binnen
                                                sportinrichtingen, mits deze zijn aangebracht
                                                beneden de hoogte van 1.20 meter boven de grond rond
                                                het speelveld of bassin.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan
                                                worden geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                                eisen van welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li></lijst><al>c . in het belang van de voorkoming of beperking van
                                        overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                        onroerende zaak.</al><lijst><li nr="4."><al>De weigeringsgrond van het derde lid, onder a, geldt
                                                niet voor bouwwerken.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning is zaaksgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.7.3 Eisen aan niet-vergunningsplichtige
                                            handelsreclame</vet></al><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of
                                        afbeelding als bedoeld in art. 4.7.2, tweede lid, de
                                        veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige
                                        hinder voor de omgeving te veroorzaken.</al><al><vet>Afdeling 8</vet><vet> Regels voor het hobbymatig houden van grote
                                            huisdieren</vet></al><al><cursief>Paragraaf 1</cursief><cursief> Algemene bepalingen</cursief></al><al><vet>Artikel 4.8.1 Begripsomschrijvingen</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Woning: een gebouw of een deel van een gebouw dat
                                                voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is
                                                bestemd.</al></li><li nr="b."><al>Stankgevoelig objecten: objecten als genoemd in de
                                                Richtlijn Veehouderij en stankhinder 1996.</al></li><li nr="c."><al>Brandbare vloeistoffen: stof in vloeibare toestand
                                                die een vlampunt heeft die hoger ligt dan 55°
                                                C.</al></li><li nr="d."><al>Emballage: glazen flessen tot 5 l, kunststof flessen
                                                of vaten tot 60 l, metalen bussen tot 25 l, stalen
                                                vaten of fiberdrums tot 300 l, papieren of kunststof
                                                zakken, laadketels.</al></li><li nr="e."><al>PGS-30: vloeibare aardolieproducten: buitenopslag in
                                                kleine installaties.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 2</cursief><cursief> Nadere bepalingen</cursief></al><al><vet>Artikel 4.8.2 Opslag van mest</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De opslag van mest moet zodanig geschieden dat geen
                                                mest(vocht) in of op de bodem of het
                                                oppervlaktewater terecht kan komen.</al></li><li nr="2."><al>Dunne mest moet worden opgeslagen in een doelmatige
                                                mestdichte opslagruimte (kelder).</al></li><li nr="3."><al>Vaste mest moet worden opgeslagen op een mestdichte
                                                betonnen ondergrond voorzien van opstaande randen en
                                                een mestdichte afvoer naar een mestdichte
                                                opslagruimte (kelder), of een gelijkwaardige
                                                voorziening.</al></li></lijst><al> 4. Van lid 3 mag worden afgeweken indien de opslag van
                                        vaste mest plaatsvindt:</al><lijst><li nr="a."><al>boven een absorberende laag en een dikte van ten
                                                minste 0,15 meter en een organische stofgehalte van
                                                ten minste 25 % (bijvoorbeeld stro of zaagsel)
                                                en</al></li><li nr="b."><al>onder een permanente bovenafdekking, zodanig dat
                                                contact met hemelwater wordt voorkomen.</al></li><li nr="5."><al>De opslag van vaste mest mag niet onder het maaiveld
                                                zijn gelegen.</al></li><li nr="6."><al>Bij een opslag overeenkomstig lid 4 moet de
                                                absorberende laag tezamen met de mest worden
                                                verwijderd.</al></li><li nr="7."><al>Er mag niet meer dan 50 m3 vaste mest worden
                                                opgeslagen.</al></li><li nr="8."><al>De vaste mest moet ten minste 1 maal per jaar worden
                                                verwijderd.</al></li><li nr="9."><al>Verwijdering van de mest moet zodanig geschieden dat
                                                hierdoor geen hinder voor de omgeving dan wel
                                                verontreiniging van de bodem of oppervlaktewater
                                                ontstaat. Eventueel gemorste mest moet direct worden
                                                verwijderd.</al></li><li nr="10."><al>De opslag van vaste mest moet geschieden op een
                                                afstand van ten minste:</al></li><li nr="a."><al>50 meter van een woning van derden of ander gevoelig
                                                object <onderstreept>binnen</onderstreept> de</al></li></lijst><al> bebouwde kom;</al><al>b.25 meter van een woning van derden of ander gevoelig
                                        object <onderstreept>buiten</onderstreept> de</al><al>bebouwde kom;</al><lijst><li nr="c."><al>5 meter van de erfgrens;</al></li><li nr="d."><al>5 meter van de insteek van een
                                                oppervlaktewater.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.8.3 Opslag van vloeistoffen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de opslag van brandbare stoffen, (waaronder
                                                gasolie of dieselolie) is artikel 2.1.8. van het
                                                “Besluit van 26 juli 2008 houdende vaststelling van
                                                voorschriften met betrekking tot het gebruik van
                                                bouwwerken uit het oogpunt van brandveiligheid
                                                (Besluit brandveilig gebruik bouwwerken), van
                                                toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Opslag van brandbare vloeistoffen in emballage moet
                                                geschieden in doelmatige verpakking en boven een
                                                vloeistofdichte lekbak die een inhoudscapaciteit
                                                heeft die ten minste gelijk is aan de totale in deze
                                                lekbak opgeslagen vloeistof.</al></li><li nr="3."><al>Een tank voor de opslag van brandbare vloeistoffen
                                                mag niet een grotere inhoud hebben dan 1100
                                                liter.</al></li><li nr="4."><al>Er mag niet meer dan 25 liter brandbare vloeistoffen
                                                in emballage worden opgeslagen.</al></li><li nr="5."><al>Brandbare vloeistoffen in emballage moet op een
                                                afstand van ten minste 25 meter van woningen van
                                                derden plaatsvinden. </al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 5</vet></al><al><vet> Hoofdstuk 5</vet><vet> Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                                            gemeente</vet></al><al><vet>Afdeling 1 </vet><vet> Parkeerexcessen</vet></al><al><vet>Artikel 5.1.1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b,
                                        van de Wegenverkeerswet 1994;</al><al>b voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>fietsen, bromfietsen;</al></li></lijst><al>3 invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><lijst><li nr="4."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                voertuigen, rolstoelen;</al></li><li nr="c."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig,
                                                anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en
                                                gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                                uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk
                                                laden of lossen van goederen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf
                                            e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan
                                                wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te
                                                herstellen, te slopen, te verhuren of te
                                                verhandelen, verboden:</al></li><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
                                                cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                middelpunt een dezer voertuigen; dan wel</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li><li nr="2."><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt
                                                mede verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
                                                van personen tegen betaling.</al></li><li nr="3."><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden
                                                niet gerekend:</al></li><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende
                                                de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor
                                                deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de
                                                in het eerste lid genoemde persoon.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde
                                                verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="5."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.2a Te koop aanbieden van voertuigen
                                            (vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 5.1.3 Defecte voertuigen</vet></al><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere
                                        dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden
                                        gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de
                                        weg te parkeren.</al><al><vet>Artikel 5.1.4 Voertuigwrakken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te
                                                plaatsen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat
                                                rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en
                                                tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand
                                                verkeert.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                                milieubeheer.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.5 Caravans e.d.</vet></al><al>1.Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan,
                                        camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander
                                        dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins
                                        uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebezigd:</al><al>langer dan op 5 achtereenvolgende dagen te laten staan op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn
                                        oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente.</al><lijst><li nr="2."><al>De rechthebbende op een voertuig als genoemd in lid
                                                1 wordt geacht op dezelfde plaats te zijn gebleven
                                                indien het voertuig binnen een straal van 500 meter
                                                - hemelsbreed gemeten – gerekend vanaf de in lid 1
                                                bedoelde plaats wordt aangetroffen.</al></li><li nr="3."><al>Het is de rechthebbende op een voertuig als genoemd
                                                in lid 1 verboden het voertuig binnen vijf dagen
                                                nadat het is verplaatst, opnieuw neer te zetten op
                                                de in lid 1 bedoelde plaats.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het
                                                eerste lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                                geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                                Provinciaal wegenreglement Fryslân of de Provinciale
                                                landschapsverordening Fryslân.</al></li><li nr="6."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.6 Parkeren van reclamevoertuigen of
                                            vaartuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig of een vaartuig dat is
                                                voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op
                                                de weg te parkeren of te plaatsen met het kennelijk
                                                doel om daarmee handelsreclame te maken. Onder
                                                handelsreclame wordt mede verstaan het te koop of te
                                                huur aanbieden van een voertuig of een
                                                vaartuig.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing
                                                verlenen.</al></li><li nr="3."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.7 Parkeren van grote voertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van
                                                de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of
                                                een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een
                                                door het college aangewezen plaats, waar dit naar
                                                zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                                aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van
                                                de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te
                                                parkeren op een door het college aangewezen weg,
                                                waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is
                                                met het oog op de verdeling van beschikbare
                                                parkeerruimte.</al></li></lijst><al>3 Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op
                                        werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van
                                        08.00 tot 18.00 uur.</al><lijst><li nr="4."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid
                                                gestelde verboden ontheffing verlenen.</al></li><li nr="5."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.8 Parkeren van uitzichtbelemmerende
                                            voertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van
                                                lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een
                                                hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren
                                                bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik
                                                bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het
                                                uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat
                                                gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun
                                                anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is
                                                voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van
                                                werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
                                                voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.9 Parkeren van voertuigen met
                                            stankverspreidende stoffen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende
                                                stoffen daar te parkeren waar bewoners of gebruikers
                                                van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan
                                                hinder of overlast kunnen ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                                milieubeheer.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.10 Aantasting groenvoorzieningen door
                                            voertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te
                                                rijden door dan wel deze te doen of te laten staan
                                                in een park of plantsoen of een van gemeentewege
                                                aangelegde beplanting of groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op wegen, zoals bedoeld in artikel 5.1.1, onder
                                                a;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                                uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                                overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend voor
                                                dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst><al>3 Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al><al>4.De ontheffing is persoonsgebonden.</al><al><vet>Artikel 5.1.11 Overlast van fiets of bromfiets</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen
                                                waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van
                                                de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
                                                overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de
                                                openbare gezondheid, verboden is fietsen of
                                                bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde
                                                ruimten of plaatsen te laten staan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die
                                                rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en
                                                in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te
                                                laten staan.</al></li></lijst><al><vet>Afdeling 2</vet><vet> Collecteren, venten, standplaatsen en
                                            snuffelmarkten</vet></al><al><vet>Artikel 5.2.1 Inzameling van geld of goederen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college
                                                een openbare inzameling van geld of goederen te
                                                houden of daartoe een intekenlijst aan te
                                                bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                                verstaan: het bij het aanbieden van goederen,
                                                waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte
                                                stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten
                                                aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                                kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat
                                                de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig
                                                of ideëel doel is bestemd.</al></li></lijst><al>3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                        inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al><lijst><li nr="4."><al>Het college kan onder door hem te stellen
                                                voorschriften vrijstelling verlenen van het in het
                                                eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen die
                                                gehouden worden door daarbij aangewezen
                                                instellingen.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.2.2.1 Begripsomschrijving venten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze paragraaf wordt onder venten verstaan: het
                                                in uitoefening van de ambulante handel te koop
                                                aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op of
                                                aan de weg, aan huis of op een andere voor het
                                                publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen
                                                plaats, dan wel diensten aan te bieden. </al></li><li nr="2."><al>Onder het venten wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het huis-aan-huis afleveren van goederen door
                                                  of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van
                                                  zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                                  Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren
                                                  van goederen als bedoeld in het eerste lid op
                                                  jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                                  eerste lid, onder h van de Gemeentewet of op
                                                  snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5.2.4 van
                                                  deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren
                                                  van goederen als bedoeld in het eerste lid op een
                                                  standplaats als bedoeld in artikel 5.2.3.1 van
                                                  deze verordening. </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 5.2.2.2 Ventverbod en meldingsplicht</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de
                                                openbare orde, de openbare veiligheid of de
                                                volksgezondheid in gevaar komt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot
                                                en met zaterdag tussen 22 en 9 uur.</al></li><li nr="3."><al>Tien werkdagen voorafgaand aan het venten, moet
                                                hiervan melding worden gedaan aan het college. </al></li><li nr="4."><al>Wanneer binnen vijf werkdagen na ontvangst van het
                                                meldingsformulier door het college geen tegenbericht
                                                is verzonden, kan het venten zoals vermeld
                                                plaatsvinden.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin
                                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                                van de Wegenverkeerswet.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.1</nr><titel>Begripsomschrijving standplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                    een vaste plaats op of aan de weg of op een ander voor het
                                    publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats te koop
                                    aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins
                                    aanbieden van goederen of diensten, al dan niet gebruikmakend
                                    van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een
                                    tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld in artikel
                                    160 eerste lid onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.2</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                            redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.3</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.4</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5.2.3.2, eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    beheer rijkswaterwerken of het Provinciaal wegenreglement
                                    Fryslân.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De weigeringsgrond overlast geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    Milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5.2.3.2, tweede lid, onder b,
                                    geldt niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.5</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>Het college houdt de aanvraag om een standplaatsvergunning aan,
                                indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een
                                vergunning bedoeld in artikel 8.1 van de Wet Milieubeheer is vereist
                                en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het tweede lid, tot
                                de dag waarop is beslist op de aanvraag om een vergunning als
                                bedoeld in artikel 8.1 van de Wet Milieubeheer. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.4</nr><titel>Snuffelmarkten e.d. (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.1</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet
                                    zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                                    aan te brengen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek
                                    van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.2</nr><titel>Ligplaats innemen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee
                                        ligplaats in te nemen.</al></li><li nr="2."><al>Het in lid 1 gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                        innemen van ligplaats:</al></li><li nr="a."><al>met een vaartuig aan een krachtens artikel 5.3.8 of bij een
                                        geldend bestemmingsplan als zodanig aangewezen ligoever dan
                                        wel in een bij geldend bestemmingsplan aangewezen haven of
                                        andere bij bestemmingsplan aangewezen gelegenheid die
                                        bestemd is om een vaartuig onder te brengen;</al></li><li nr="b."><al>met een vaartuig, behorende tot een categorie vaartuigen,
                                        waarvoor het verbod door het college op grond van het
                                        gestelde in lid 3, buiten toepassing is verklaard.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan (categorieën van) vaartuigen aanwijzen
                                        waarop het in lid 1 gestelde verbod niet van toepassing
                                        is.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van het in lid 1 gestelde verbod ontheffing
                                        verlenen.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                        stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig ,
                                        waarop het in lid 1 gestelde verbod krachtens het bepaalde
                                        in lid 2 onder a en b, lid 3 en lid 4 niet van toepassing
                                        is:</al></li><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                        volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien
                                        van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen;</al></li><li nr="6."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        Fryslân of de Provinciale landschapsverordening
                                        Fryslân.</al></li><li nr="7."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al>Artikel 5.3.3 Aanleggen.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee aan
                                        te leggen in of aan een rietkraag of aan of op een krachtens
                                        artikel 5.3.9 als zodanig aangewezen oever.</al></li><li nr="2."><al>a<cursief>. </cursief>Onverminderd het bepaalde in
                                        lid 1, is het de rechthebbende op een vaartuig verboden,
                                        daarmee langer dan gedurende ten hoogste drie
                                        achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde
                                        plaats aan te leggen.</al></li><li nr="b."><al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee
                                        gedurende drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan
                                        op dezelfde plaats te hebben gelegen, indien dat vaartuig op
                                        die plaats door een met de uitvoering van de verordening
                                        belaste ambtenaar als bedoeld in artikel 6.1.a wordt
                                        aangetroffen op enig tijdstip van de eerste van drie dagen
                                        en op enig tijdstip van de eerste dag na die drie
                                        dagen.</al></li><li nr="c."><al>De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht op dezelfde
                                        plaats te zijn gebleven indien het vaartuig binnen een
                                        straal van 500 meter - hemelsbreed gemeten - gerekend vanaf
                                        de in lid a bedoelde aanlegplaats wordt aangetroffen.</al></li><li nr="d."><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden, met enig
                                        vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst op de in
                                        lid 1, sub a, bedoelde plaats opnieuw aan te leggen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het in lid 1 gestelde verbod ontheffing
                                        verlenen voorzover het betreft een krachtens artikel 5.3.9
                                        als zodanig aangewezen oever.</al></li><li nr="4."><al>Het in het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement,
                                        de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale
                                        vaarwegenverordening Fryslân of de Provinciale
                                        landschapsverordening Fryslân.</al></li><li nr="5."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.4</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats/aanlegmogelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.3.2
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats of aanlegmogelijkheid in het belang
                                    van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de
                                    milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.5</nr><titel>Aanleg- exces</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 5.3.3, lid 1 en lid 2, is
                                    het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmede op een
                                    plaats aan te leggen, indien burgemeester en wethouders hem
                                    schriftelijk hebben medegedeeld, dat zij het, met het oog op de
                                    verdeling van de beschikbare aanlegplaatsen, onaanvaardbaar
                                    achten dat genoemde rechthebbende aldaar nog langer
                                    aanlegt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in de
                                    daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.6</nr><titel>Ankeren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te
                                    ankeren in een rietkraag of op een afstand van minder dan 5
                                    meter vanuit een rietkraag, in een krachtens artikel 5.3.9 als
                                    zodanig aangewezen water of op een afstand van minder dan 5
                                    meter vanuit een krachtens artikel 5.3.9 als zodanig aangewezen
                                    oever.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op
                                    een vaartuig verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de
                                    tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een permanent
                                    recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 1 en lid 2
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen voorzover het betreft een
                                    krachtens artikel 5.3.9 aangewezen water of oever.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.7</nr><titel>Varen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee door of
                                    in een rietkraag te varen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op
                                    een vaartuig verboden daarmee te varen in een krachtens artikel
                                    5.3.9 als zodanig aangewezen water.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in lid 2 gestelde verbod ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.8</nr><titel>Procedure met betrekking tot de aanwijzing van
                                    ligoevers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd ligoevers aan te wijzen als bedoeld
                                        in artikel 5.3.2, lid 2 sub a.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat deze slechts
                                        gedurende een bepaalde periode van kracht is en/of slechts
                                        voor één of meer categorieën vaartuigen zal gelden.</al></li><li nr="3."><al>Het college wint, alvorens tot ter inzage legging als
                                        bedoeld in lid 4 over te gaan, het advies in van, zoveel
                                        mogelijk, de publiekrechtelijke beheerder(s) van de
                                        betrokken oever(s) en het (de) betrokken water(en).</al></li><li nr="4."><al>Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het
                                        eerste lid is de in afdeling 3.4 van de Awb geregelde
                                        procedure van toepassing.</al></li><li nr="5."><al>In de aanwijzing zelf wordt het tijdstip bepaald waarop zij
                                        in werking treedt.</al></li></lijst><al>Artikel 5.3.9 Procedure m.b.t. de aanwijzing van oevers en/of
                                wateren waar het ……………….. verboden is aan te leggen, te ankeren, of
                                te varen</al><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd oevers en/of wateren aan te wijzen
                                        als bedoeld in artikel 5.3.3, artikel 5.3.6 en artikel
                                        5.3.7, waar het verboden is aan te leggen, te ankeren of te
                                        varen.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van het gebruik van de in lid 1 bedoelde
                                        bevoegdheid zijn de leden 2 t/m 5 van artikel 5.3.8 van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.10</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbaar water, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.11</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.12</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.13</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.14</nr><titel>Ligplaats aan laad- of losplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud
                                    zijnde laad- en losplaats met een vaartuig ligplaats in te nemen
                                    anders dan ter onmiddellijke lading of lossing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    vervatte verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al><al>Artikel 5.3.15 Laad en losplaats</al><lijst><li nr="1."><al>het is verboden op een gemeentelijke laad- en
                                            losplaats:</al></li><li nr="a."><al>andere goederen aanwezig te hebben dan die, welke
                                            bestemd zijn ter lading in een vaartuig of welke aldaar
                                            uit een vaartuig gelost zijn;</al></li><li nr="b."><al>levende dieren langer dan een uur en goederen en stoffen
                                            langer dan 24 uur te doen verblijven;</al></li><li nr="c."><al>goederen zodanig aanwezig te hebben, dat deze het laden
                                            of lossen van andere goederen belemmeren;</al></li><li nr="d."><al>goederen, die niet voor onmiddellijke lading bestemd
                                            zijn, op te slaan binnen een afstand van twee meter uit
                                            de walkant;</al></li><li nr="e."><al>agressieve stoffen te laden of te lossen:</al></li><li nr="f."><al>langer dan 2 x 24 uur aaneengesloten te laden of te
                                            lossen</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste
                                            lid vervatte verbod.</al></li><li nr="3."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3.16 Hinder of gevaar door laden of lossen</vet></al><al>De schipper van een vaartuig is verplicht het laden en lossen
                                    van dat voertuig te stoppen indien hem door of namens het
                                    college mededeling is gedaan, dat naar het oordeel van het
                                    college of naar het oordeel van een door het college aangewezen
                                    toezichthouder, hierdoor gevaar of verontreiniging voor de
                                    omgeving wordt veroorzaakt.</al><al><vet>Afdeling 4</vet><vet> Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                        natuurgebieden</vet></al><al><vet>Artikel 5.4.1 Crossterreinen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met
                                            een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z,
                                            en een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i
                                            van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een
                                            wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te
                                            doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                            motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                            daartoe aanwezig te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod
                                            niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen
                                            voor het gebruik van deze terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst><al>3 Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al><al>4.Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al><al><vet>Artikel 5.4.2 Beperking verkeer in natuurgebieden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                            natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                            gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te
                                            bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in het
                                            Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
                                            bromfiets als bedoeld in het Reglement verkeersregels en
                                            verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                            eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het
                                            kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik
                                            van deze terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li></lijst><al>c in het belang van de veiligheid van het publiek.</al><al>3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers
                                    of berijders van paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens het Reglement
                                            verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister
                                            van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de door het college aangewezen
                                            plaatsen;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van
                                            percelen gelegen binnen de door het college aangewezen
                                            plaatsen;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                            niet:</al></li><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                            ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als ‘toestel’.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het
                                            eerste lid gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet> Afdeling 5</vet><vet> Verbod vuur te stoken</vet></al><al><vet>Artikel 5.5.1 Verbod vuur te stoken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht vuur aan te leggen, te
                                            stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al>3 . De ontheffing kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>ter bescherming van de woon- en leefomgeving;</al></li><li nr="c."><al>ter bescherming van de flora en de fauna;</al></li><li nr="d."><al>ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van
                                            het milieu door rook, roet, stof, walm of stank.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                            voorzover:</al></li><li nr="a."><al>het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels
                                            en dergelijke of het betreft vuur voor koken, bakken en
                                            braden, vuurkorven of terraskachels, indien dat geen
                                            gevaar of onaanvaardbare hinder oplevert voor de
                                            omgeving.</al></li><li nr="b."><al>het betreft door het college aangewezen plaatsen voor de
                                            door het college aangewezen stoffen.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer,
                                            artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van
                                            Strafrecht of de Provinciale Milieuverordening.</al></li><li nr="6."><al>De in het vierde lid genoemde uitzonderingen gelden niet
                                            in op enigerlei wijze als zodanig aangegeven
                                            natuurgebieden en de particuliere terreinen die
                                            daarbinnen liggen.</al></li><li nr="7."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Afdeling 6 </vet><vet> Straatnaamborden, huisnummers e.d.</vet></al><al><vet>Artikel 5.6.1 Gedoogplicht aanduidingen (vervallen)</vet></al><al><vet>Artikel 5.6.2 Verwijdering e.d. van aanduidingen
                                        (vervallen)</vet></al><al><vet> Afdeling 7</vet><vet> Verstrooiing van as</vet></al><al><vet>Artikel 5.7.1 Begripsomschrijving</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele
                                    asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op
                                    de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n)
                                    gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.</al><al><vet>Artikel 5.7.2 Verboden plaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></li><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>de gemeentelijke begraafplaatsen;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een
                                            bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen
                                            dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                            plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die
                                            zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere
                                            omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit
                                            het eerste lid, behoudens de gemeentelijke
                                            begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li><li nr="4."><al>De ontheffing is persoonsgebonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.7.3 Hinder of overlast</vet></al><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                    overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al><al><vet>Hoofdstuk 6</vet></al><al><vet> Hoofdstuk 6 </vet><vet> Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 6.1 Strafbepaling</vet></al><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                                    en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en
                                    beperkingen, met uitzondering van het bepaalde in de artikelen
                                    2.1.5.2, 2.1.5.3, 4.5.2, 4.5.4, 4.5.6 en 4.7.2, wordt gestraft
                                    met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                                    tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                                    openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. </al><al><vet>Artikel 6.2 Toezichthouders</vet></al><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aangewezen personen.</al><al><vet>Artikel 6.3 Binnentreden woningen</vet></al><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de
                                    opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze
                                    verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving
                                    van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven
                                    of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden
                                    in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al><al><vet>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                        verordening</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente
                                            Tytsjerksteradiel van maart 2011 wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die
                                            waarop zij is bekendgemaakt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</vet></al><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel
                                    6:4, eerste lid, die golden op het moment van de
                                    inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze
                                    verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten
                                    genomen krachtens deze verordening.</al><al><vet>Artikel 6:6 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
                                    verordening Tytsjerksteradiel.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>