Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Groningen (Gr)

Destructieverordening 2011

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGroningen (Gr)
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingDestructieverordening 2011
CiteertitelDestructieverordening 2011
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerpDestructieverordening
Externe bijlageArtikel 1 Begripsomschrijvingen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gezondheids- en welzijnswet, de Gemeentewet, art. 147 en 148

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Nadere regels Destructieverordening 2011

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

07-10-2011nieuwe regeling

28-09-2011

Gemeenteblad, 2011, 91.

GR 11.2710680

Tekst van de regeling

Intitulé

DESTRUCTIEVERORDENING 2011

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN,

(GR 11.2710680);

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 augustus 2011;

 

gelet op de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de artikelen 147 en 148 van de Gemeentewet;

 

HEEFT BESLOTEN:

 

de Destructieverordening 2011 vast te stellen.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 2 Verzamelplaatsen

Het college wijst één of meer verzamelplaatsen aan, waar dode gezelschapsdieren in ontvangst worden genomen.

Artikel 3 Aangifte en aanbieden van dode gezelschapsdieren
  • 1.

    De aangifteplichtige doet van het hebben of houden van een dood gezelschapsdierzo spoedig mogelijk doch uiterlijk op de eerste werkdag volgend op de dag waarop het dier is overleden, melding (telefonisch) bij de Dierenambulance. Het is ook toegestaan dat de aangifteplichtige zelf het dode gezelschapsdier op de eerste werkdag volgend op de dag waarop het dier is overleden brengt naar de verzamelplaats, en daar ter plekke melding doet van het dode gezelschapsdier.

  • 2.

    De melding geschiedt onder opgave van de soort en hoeveelheid van de dode gezelschapsdieren, en bij melding aan de Dierenambulance van de plaats waar het zich bevindt.

  • 3.

    Het is ook toegestaan dat de Dierenambulance dode gezelschapsdieren waarvan geen eigenaar of houder bekend is naar de verzamelplaats brengt.

  • 4.

    Het college kan nadere regels stellen voor de plaats en wijze van aanbieding en de uren waarbinnen het aanbieden kan geschieden.

  • 5.

    Het college kan een tarief vaststellen voor het aanbieden van dode gezelschapsdieren.

Artikel 4 Bedrijf of beroep

Deze verordening is niet van toepassing op dode gezelschapsdieren afkomstig uit eenbedrijf of beroep.

Artikel 5 Begraven

Het in artikel 3 bepaalde, geldt niet voor zover artikel 81h, vierde lid van de Wet juncto artikel 2. 11, eerste lid van de Regeling dierlijke bijproducten 2011 van toepassing is. Dit houdt in dat het is toegestaan een dood gezelschapdier te begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of de houder van het dode gezelschapsdier of op een plaats die ingevolge een besluit van het college van burgemeester en wethouders daarvoor is toegelaten.

Artikel 6 Bewaren van dode gezelschapsdieren

De aangifteplichtige is gehouden, vermenging van materiaal van het dode gezelschapsdier met andere stoffen tegen te gaan.

Artikel 7 Mandaat
  • 1.

    Het college is bevoegd om nadere regels vast te stellen.

  • 2.

    Het college kan deze bevoegdheid mandateren.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking.

De Destructieverordening 2006 betreffende hetzelfde onderwerp wordt ingetrokken.

Artikel 9 Citeertitel

De verordening kan worden aangehaald als de Destructieverordening 2011.

Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 28 september 2011.

 

 

De griffier,                                                    De voorzitter,

 

 

 

 

drs. A.G.M. (Toon) Dashorst.                           dr. J.P. (Peter) Rehwinkel.