Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Westerveld

Handhavingsbeleid kwaliteit kinderopvang

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWesterveld
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingHandhavingsbeleid kwaliteit kinderopvang
CiteertitelHandhavingsbeleid kwaliteit kinderopvang
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet kinderopvang

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

12-05-201123-11-2011Nieuwe regeling

08-03-2011

Da's Mooi, 11-05-2011

11/03547

Tekst van de regeling

Intitulé

Handhavingsbeleid kwaliteit kinderopvang

 

 

HANDHAVINGSBELEID KWALITEIT KINDEROPVANG

Paragraaf  

Artikel  

 

KWALITEIT KINdEROPVANg

December 2010

Organisatie: Gemeente Westerveld

Afdeling: Dienstverlening

Team Maatschappelijk Welzijn

Auteur: Vrouwk Weemstra-van Dorsten

In samenwerking met: Drentse gemeenten en GGD Drenthe

Status beleidsnotitie: Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 8 maart 2011

Inleiding

Op 1 januari 2005 is de Wet Kinderopvang( hierna: WK) in werking getreden. De kinderopvang is met de komst van deze wet een marktsector geworden waarbij ondernemers en ouders vraag en aanbod bepalen. De Wet kinderopvang bevat:

  • -

    een regeling voor tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en

  • -

    een waarborging van de kwaliteit van de kinderopvang en het toezicht daarop.

Een goede kwaliteit van de kinderopvang is belangrijk omdat kinderen een kwetsbare groep vormen. Daarnaast moeten ouders de zorg voor hun kinderen met een gerust hart kunnen uitbesteden.

Deze notitie gaat over de handhaving van de kwaliteit in de kinderopvang en het toezicht daarop en heeft als doel:

Vastleggen hoe de gemeente Westerveld toezicht houdt op de kwaliteit van de kinderopvang en omgaat met overtredingen van die kwaliteitsregels in de kinderopvang zodat gewaarborgd wordt, dat er in de gemeente Westerveld verantwoorde kinderopvang wordt geboden.

Het handhavingsbeleid levert een bijdrage aan de inzichtelijkheid van dit handhavingtraject dat loopt van

de GGD-inspecties tot en met de toepassing van het gemeentelijk afwegingskader door de inzet van één of meer handhavingsinstrumenten. Bijvoorbeeld: inzet GGD-inspecties, prioritering in inspecties, afwegingsgfactoren welk handhavingsinstrument ingezet moet worden.

Houders van kinderopvang moeten vooraf kunnen inzien op welke wijze de gemeente toezicht houdt en op welke wijze en op basis van welke criteria handhavend wordt opgetreden. Bovendien bieden beleidsregels rechtszekerheid en rechtsgelijkheid bij beoordelingen in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures.

De onderlegger van deze notitie vormt het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Dit VNG-model is een handreiking die de gemeente kan hanteren bij het uitvoeren van handhavingsacties die nodig zijn als een houder van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, gastouderbureau of gastouder niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet Kinderopvang en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (tot 2008 lag de verantwoordelijkheid voor dit beleidsterrein bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). In het model zijn de algemene geldende regels opgenomen die de gemeente kan gebruiken bij het overtreden van de kwaliteitseisen. De gemeente heeft er vooralsnog voor gekozen om het VNG-model ongewijzigd over te nemen. Dit model is opgenomen in bijlage 2.

Kinderopvangorganisaties kennen vaak meerdere vestigingsplaatsen. Dit betekent dat de houder te maken heeft met verschillende toezichthoudende & handhavende gemeenten. Een eenduidig toezichts -en handhavingsbeleid in de provincie Drenthe zorgt voor gelijke behandeling van nieuwe en bestaande houders van kinderopvang. Binnen de provinciegrenzen vindt regelmatig ambtelijk overleg en afstemming plaats tussen de diverse Drentse gemeenten onder leiding van de GGD-Drenthe. Onderliggende beleidsnotitie is voortgekomen uit dit overleg en wordt Drenthebreed gedragen.

Hoofdstuk 1

Wet Kinderopvang

De Wet kinderopvang stelt aan instellingen voor kinderopvang de eis dat de houder zorg draagt voor kinderopvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van kinderen in een veilige omgeving. De wet stelt aan kinderopvang enkele globale eisen (“verantwoorde kinderopvang”) en enkele concrete eisen (zoals: risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid, verplichte verklaring omtrent het gedrag). De aanbieders en afnemers in de kinderopvang hebben deze globale en concrete eisen via zelfregulering vertaald in gedetailleerde kwaliteitsafspraken. De drie brancheorganisaties² in de kinderopvang hebben samen deze kwaliteitsafspraken vastgelegd in een Convenant Kwaliteit Kinderopvang. Deze landelijke kwaliteitsafspraken waren uitgangspunt voor de Beleidsregels van de Minister van SZW die net als de Wet kinderopvang op 1 januari 2005 in werking zijn betreden resp. de Besluiten van de staatssecretaris van OCW van 2008.

1.1 Beleidsregels kwaliteit kinderopvang

In 2008 is een herziene versie van het Convenant (“verantwoorde kinderopvang: verdere stappen naar de toekomst”) door de marktpartijen ondertekend. De staatssecretaris van OCW heeft deze herziene versie overgenomen in de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang. De gewijzigde Beleidsregels zijn per 1 april 2008 in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen zijn de aangescherpte eisen voor gastouderopvang en de verplichte invoering van een meldcode kindermishandeling.

De aanpassing en uitbreiding in zowel het Convenant als in de Beleidsregels zijn vervolgens doorgevoerd in de toetsingskaders, model-inspectierapporten en het selectieformulier die door de GGD-inspecteurs gebruikt worden.

Op basis van de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang dient de gemeente ook een afwegingsmodel handhaving kinderopvang vast te stellen. De VNG heeft ter ondersteuning in 2008 een brochure “Handreiking voor een transparant handhavingsbeleid” en een Afwegingmodel opgesteld; deze laatste is recentelijk herzien. Inmiddels heeft de VNG ook een model ontwikkeld waarin aangegeven wordt hoe de gemeente uitvoering kan geven aan de boetebeleidsregels. Het college kan op grond van artikel 72 WK van haar bevoegdheid gebruik maken aan een houder een bestuurlijke boete op te leggen indien een (kwaliteits)verplichting krachtens de WK niet wordt nageleefd. In deze notitie zijn geen boetebeleidsregels opgenomen; de (hoogte van) de bestuurlijke boetes zijn opgenomen in het afwegingsmodel handhaving kinderopvang. Over de toepassing van de boetebeleidsregels zijn overigens Drentebreed geen uniforme afspraken gemaakt.

² Brancheorganisaties kinderopvang, te weten:

  • 1.

    de Maatschappelijk Ondernemers Groep (MOgroep);

  • 2.

    de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang (BoinK);

  • 3.

    de branchevereniging ondernemers in de kinderopvang

  • 1.

    2 Toezicht

Het college is eveneens wettelijk verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de kwaliteitseisen. Dit (eerstelijns)toezicht wordt uitgevoerd door de GGD. Ter uitvoering van het toezicht in de kinderopvang heeft de staatssecretaris van OCW met ingang van april 2008 nadere regels gesteld over de (uniforme) werkwijze van de toezichthouders in de kinderopvang. Daarnaast zijn op het terrein van het toezicht ook de ministeriële beleidsregels herzien (Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang).

Per opvangsoort (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderopvang) zijn toetsingskaders opgesteld door GGD Nederland in opdracht van het Ministerie van OCW en de VNG.

Deze toetsingskaders zijn als bijlage toegevoegd aan de landelijke Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang. Vastgelegd is welke kwaliteitsaspecten de toezichthouder per opvangsoort moet toetsen. De oordelen goed-voldoende-slecht per domein (bijvoorbeeld ‘personeel’ of ‘veiligheid en gezondheid’) zijn komen te vervallen en vervangen door een oordeel per voorwaarde of iets ‘wel’ dan wel ‘niet’ aan de eisen voldoet. Verder zijn de eisen die aan gastouderbureaus worden gesteld verscherpt.

Per 2010 maken ook de gastouders zelf deel uit van het toetsingskader Kinderopvang.

De volgende kwaliteitsaspecten worden, ingedeeld naar domeinen, vanaf 2008 door de toezichthouder beoordeeld:

Dagopvang en buitenschoolse opvang

  • 1.

    ouders

  • 2.

    personeel

  • 3.

    veiligheid en gezondheid

  • 4.

    accommodatie en inrichting

  • 5.

    groepsgrootte en

beroepskracht-kind-ratio

  • 6.

    pedagogisch beleid en praktijk

  • 7.

    klachten

Gastouderopvang

  • 1.

    ouders

  • 2.

    personeel

  • 3.

    veiligheid en gezondheid

  • 4.

    aantal kinderen

  • 5.

    pedagogisch beleid en praktijk

  • 6.

    kwaliteit gastouders en opvangwoning

  • 7.

    kwaliteit gastouderbureau

  • 8.

    klachten

Hoofdstuk 2

taken en verantwoordelijkheden

2.1 Melding en registratie

Voordat de registratie van een kinderdagverblijf, gastouderbureau of buitenschoolse opvang van start kan gaan, dient de ondernemer zich te melden bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van vestiging (art. 45, lid 1, Wk).

Een gastouderbureau meldt zich in de gemeente waar het bureau statutair gevestigd is. Tot voor kort werden de gastouders zelf niet in het register opgenomen, uitsluitend de gastouderbureaus. Voor franchiseorganisaties geldt dat elke franchisenemer zich in de gemeente van vestiging moet melden voor opname in het register. Het gaat hier dan om franchisenemers die als bemiddelaar voor gastouderopvang werken..

Gastouderbureaus kunnen ook gastouderopvang aanbieden in de vorm van experimenten in het kader van innovatieve gastouderopvang als bedoeld in het Tijdelijk besluit innovatieve kinderopvang. Dit houdt in, dat de maximale groepsgrootte voor kinderopvang aan huis, mag worden uitgebreid van 4 naar 6 niet-eigen-kinderen en de gastouderopvang niet plaats hoeft te vinden in de woning waar de gast- of vraagouder zijn hoofdverblijf heeft, maar ook in de nabijheid van de woning kan plaatsvinden.

Het college houdt een register bij van gemelde kinderdagverblijven, gastouderbureaus en buitenschoolse opvang. Na een melding worden de gegevens direct in het register opgenomen (art 46, lid 1, Wk). Het is van belang dat de gemeente een register op orde heeft.

In 2010 heeft er een behoorlijke wijziging in de Kinderopvang plaatsgevonden. Gemeenten moeten nu zelf het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) bijhouden. Hiertoe heeft eind 2010 een omzetting plaatsgevonden; ook gastouders maken deel uit van dit register (inschrijving met een negencijferig registratienummer). Op 31 december 2010 moest het landelijk register volledig zijn ingevuld, in verband met de toeslag aan de ouders door de Belastingdienst

De melding wordt gedaan op een formulier. Het gaat om naam en adresgegevens van de houder en van de opvanglocatie, het telefoonnummer, de rechtsvorm en inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel, het maximum aantal kindplaatsen per opvangsoort en het aanvangstijdstip van exploitatie. Ook een wijziging van bestaande gegevens, bijvoorbeeld een wijziging van het aantal kindplaatsen, dient direct onverwijld gemeld te worden aan het college.

Een kinderdagverblijf, gastouderbureau of buitenschoolse opvang wordt niet in exploitatie genomen voordat een termijn van 8 weken na melding is verstreken of voordat uit het inspectieonderzoek eerder is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en de Beleidsregels. Elke wijziging van de gegevens die opgenomen staan in het register deelt de houder onverwijld mee aan het college (art. 47, Wk). De houder wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van opname van de (gewijzigde) gegevens in het register. De onderwijsinspectie schrijft tevens voor, dat mutaties in het register ook moeten worden bijgehouden.

Het register ligt voor een ieder ter inzage op het gemeentehuis en is digitaal beschikbaar op de website van de gemeente. Van wijzigingen van het register maakt het college melding in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.

2.2 Niet gemelde kinderopvang

Houders van een kinderdagverblijf, gastouderbureau of buitenschoolse opvang die zich niet bij de gemeente hebben gemeld (of een exploitatieverbod negeren) plegen een economisch delict in de zin van de Wet economische delicten (WED). Bij een signaal kan de gemeente de GGD de opdracht geven om te onderzoeken of er sprake is van kinderopvang, buitenschoolse opvang of gastouderopvang in de zin van artikel 1, eerste lid van de Wk. Weigert de houder mee te werken en bestaat een vermoeden van opvang in de zin van de Wk dan kan aangifte gedaan worden bij het Openbaar Ministerie (OM). Het OM kan vervolgens strafvervolging inzetten of een strafbeschikking opleggen (art. 257a, Wetboek van Strafvordering jo art. 1, onder 2º jo art. 2, lid 1 jo art. 6, lid 1, onder 2º en 4º, WED).

2.3Toezicht en taken

Gemeente

Het college van burgemeester en wethouders ziet toe op de naleving van de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang, de Regeling Wet kinderopvang en de ministeriële Beleidsregels.

Voor het uitvoeren van het toezicht wijst het college van burgemeester en wethouders ambtenaren van de GGD aan. Van de aanwijzing van toezichthouders maakt het college melding in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huis blad (art. 61, lid, 2 Wk).

De Minister van OCW houdt toezicht op de rechtmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering van de wettelijke taken door het college (art. 68, Wk). Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks vóór 1 mei een verslag vast van alle toezicht en handhavingstaken die de gemeente in een kalenderjaar in het kader van de wet heeft verricht (art, 67 Wk jo art. 12, Regeling Wet kinderopvang).

GGD

De GGD is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit. Afhankelijk van de situatie kunnen er verschillende inspecties plaatsvinden:

  • §

    Jaarlijkse inspectie

  • §

    Inspectie na melding (exploitatieonderzoek)

  • §

    Onaangekondigde inspectie

  • §

    Nader onderzoek deelaspecten

De toezichthouder legt zijn bevindingen vast in een inspectierapport. Een houder kan zijn zienswijze op het inspectierapport schriftelijk aan de GGD, voor definitieve vaststelling, kenbaar maken. De zienswijze van de houder wordt toegevoegd aan het rapport dat door de GGD naar de gemeente wordt verzonden.

Binnen 3 weken na vaststelling daarvan wordt het rapport openbaar gemaakt op de website van de GGD en een afschrift wordt voor ouders en personeel ter inzage gelegd.

Ouders

In de wet is de rol van ouders vastgelegd. Bij elke vestiging hoort een oudercommissie. Deze heeft een adviserende taak en functioneert op basis van een reglement. Ouders hebben alleen recht op een tegemoetkoming in de kosten van de overheid als het kinderdagverblijf, gastouderbureau en gastouders of buitenschoolse opvang waarvan zij gebruik maken bij de gemeente is geregistreerd.

Rechtsbescherming van de houder

Zoals eerder aangeven, krijgt de houder de gelegenheid om een zienswijze op het concept inspectierapport schriftelijk aan de GGD kenbaar te maken. Daarnaast heeft de houder in het geval de gemeente handhavend wil gaan optreden de mogelijkheid om tegen een handhavingsbesluit bezwaar aan te tekenen.

2.4 Afspraken GGD Drenthe en de Drentse gemeenten

Om de gemeentelijke verantwoordelijkheid te kunnen waarmaken zijn indertijd op regionaal niveau afspraken vastgelegd met de GGD over de uitvoering van het toezicht. Deze afspraken zijn thans nog steeds geldend.

Taken GGD

De GGD verricht volgens de Wet kinderopvang de volgende activiteiten:

  • 1.

    Binnen 8 weken na melding start de GGD met de 1e inspectie (exploitatie onderzoek) van een nieuw kinderdagverblijf, gastouderbureau of buitenschoolse opvang en beoordeelt of de ondernemer redelijkerwijs in exploitatie mag gaan. De GGD informeert de ondernemer schriftelijk over het besluit en stuurt een kopie naar de gemeente. Binnen 3 maanden na exploitatie vindt de reguliere inspectie plaats.

  • 2.

    De reguliere inspectie vindt jaarlijks plaats. Daarin onderzoekt de toezichthouder of elk kinderdagverblijf, gastouderbureau of buitenschoolse opvang voldoet aan de kwaliteitseisen.

  • 3.

    De GGD voert de inspecties uit via een landelijke uniforme procedure, inhoudend documentenonderzoek, interview, observatie en zonodig gesprekken.

  • 4.

    De GGD maakt gebruik van landelijke inspectie-instrumenten (inclusief format rapportage) opgenomen in een ‘handboek kinderopvang’.

  • 5.

    De GGD stuurt een conceptrapport naar de instelling uiterlijk 6 weken na de inspectie. Vervolgens bespreekt de GGD inspecteur binnen 2 weken het rapport met de ondernemer (hoor & wederhoor). Indien er een blijvend verschil van mening blijft bestaan, dient de ondernemer binnen twee weken zijn of haar zienswijze schriftelijk te formuleren en op te sturen aan de GGD. De GGD inspecteur past eventueel het rapport aan en/of voegt -bij een verschil van mening- de zienswijze van de ondernemer als bijlage bij het rapport en stuurt het naar de gemeente en naar de instelling (de instelling moet de oudercommissie informeren).

  • 6.

    De GGD voert herinspecties uit binnen de door de gemeente gestelde termijn en rapporteert de bevindingen aan de gemeente en de instelling (de instelling moet de oudercommissie informeren).

  • 7.

    De GGD maakt binnen 3 weken na vaststelling het inspectierapport openbaar op haar website www.ggddrenthe.nl (vaststelling = uitgave van de definitieve rapportage). Het rapport wordt niet openbaar gemaakt als de aard of de omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten. Denk hierbij aan onderzoek naar melding van seksueel misbruik.

  • 8.

    De GGD inspecteur kan bij levensbedreigende situaties een schriftelijk bevel afgeven en informeert de gemeente bij voorkeur dezelfde dag of uiterlijk de dag na het afgeven telefonisch, zo spoedig mogelijk gevolgd door een schriftelijke bevestiging.

  • 9.

    Indien de GGD signalen opvangt over niet gemelde kinderopvang geeft zij deze door aan de gemeente.

Taken gemeente

De gemeente verricht volgens de Wet kinderopvang de volgende activiteiten:

  • 1.

    De gemeente houdt een register bij van gemelde kinderdagverblijven, gastouderbureaus, gastouders en buitenschoolse opvang.

  • 2.

    De gemeente informeert de GGD zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 5

werkdagen na de melding van een nieuwe instelling of wijzigingen van een

bestaande instelling (bijvoorbeeld verhuizing, wijziging aantal kindplaatsen, nieuwe houder etc.) en stuurt een kopie van het meldingsformulier en een nieuw overzicht van het register naar de GGD.

  • 3.

    De gemeente geeft signalen over slecht functionerende instellingen door aan de GGD en geeft de GGD eventueel opdracht voor inspectie.

  • 4.

    De gemeente coördineert de samenwerking met andere lokale toezichthouders

(brandweer, bouw-en woningtoezicht etc.). De gemeente voorziet in een informatieblad waarin de aanvrager over de vergunningen omtrent kinderopvang wordt geïnformeerd (Wet samenhangende besluiten).

  • 5.

    Het opsporen van niet gemelde kinderopvang valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeente hanteert geen actief opsporingsbeleid.

  • 6.

    De gemeente wijst een (bij voorkeur één) contactpersoon/contactfunctionaris aan

waarmee de GGD contact heeft betreffende het toezicht kinderopvang.

Handhaving en toezicht kinderopvang

  • 1.

    Handhaving en toezicht kinderopvang vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.

  • 2.

    De gemeente informeert de GGD over de gekozen niveaus en de wijze van

    prioritering van het handhavingsbeleid kinderopvang (= afwegingsmodel).

  • 3.

    De inspecteur kinderopvang van de GGD adviseert de gemeente naar aanleiding van een inspectie om wel of niet te handhaven en om eventueel af te wijken (= rekening houdend met verzachtende en verzwarende omstandigheden) van het handhavings-beleid van de gemeente.

Hoofdstuk 3

Toezicht en Handhaving

De wet bepaalt dat elk kindercentrum jaarlijks wordt gecontroleerd. De toezichthouders maken daarbij gebruik van (landelijk) vastgestelde toetsingskaders. Uitkomsten van de getoetste onderdelen worden ingevuld in een afwegingsmodel (gebaseerd op het VNG-model). Dit model is gebaseerd op een risico-analyse waarbij wordt beoordeeld in welke mate een negatief effect optreedt als niet wordt voldaan aan kwaliteitseisen. Het belang (prioritering) van de verschillende onderdelen wordt uitgedrukt in termen van hoog-middel-laag. Dit afwegingsmodel draagt bij aan transparantie en consistentie. Prioriteitsstelling wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en is nodig omdat niet elke overtreding gesanctioneerd kan worden. De zwaarte van de prioritering komt tot uiting in de hersteltermijn van de aanwijzing en wordt aangegeven in een bandbreedte (zie sanctieprotocol op bladzijde 13). De handhaver geeft echter per geval de exacte hersteltermijn aan zodat de houder precies weet wat en wanneer het verzuim hersteld moet zijn.

3.1 Afwegingsmodel

3.Dagopvang en Buitenschoolse opvang

Domeinen

Kwaliteitsaspecten

Indicatoren

Prioritering

1.

Ouders

Oudercommissie

1.1

Reglement oudercommissie

Laag

 

 

 

1.2

Instellen oudercommissie

Laag

 

 

 

1.2.1

Voorwaarden oudercommissie

Laag

 

 

 

1.2.2

Adviesrecht oudercommissie

Gemiddeld

 

 

Informatie

1.3

Informatie voor ouders

Laag

2.

Personeel

Verklaring omtrent het gedrag

2.1

Regels voor verklaring omtrent gedrag

Hoog

 

 

Beroepskwalificatie

2.2

Passende beroepskwalificatie

Gemiddeld

 

 

 

2.3

Voorwaarde en inzet van beroepskracht in opleiding

Gemiddeld

 

 

Nederlandse taal

2.4

Gebruik voorgeschreven voertaal

Gemiddeld

3.

Veiligheid en gezondheid

Veiligheid

3.1

Risico-inventarisatie veiligheid

Hoog

 

 

 

3.1.1

Beleid veiligheid

Hoog

 

 

 

3.1.2

Uitvoering beleid veiligheid

Hoog

 

 

Gezondheid

3.2

Risico-inventarisatie gezondheid

Hoog

 

 

 

3.2.1

Beleid gezondheid

Hoog

 

 

 

3.2.2

Uitvoering beleid gezondheid

Hoog

 

 

Kindermishandeling

3.3

Protocol Meldcode kindermishandeling

Hoog

 

 

 

3.3.1

Inhoud protocol kindermishandeling

Hoog

4.

Accommodatie en inrichting

Binnenruimte

4.1

Binnenspeelruimte

Hoog

 

 

 

4.2

Slaapruimte

Hoog

 

 

Buitenruimte

4.3

Buitenspeelruimte

Gemiddeld

5

Groepsgrootte en

beroepskracht-kind-ratio

Groepsgrootte

5.1

Opvang in groepen

Hoog

 

5.2

Vaste beroepskrachten + vaste ruimtes

Hoog

 

 

Leidster/kind

5.3

Beroepskracht-kind-ratio

Hoog

 

 

 

5.4

Inzet beroepskrachten in afwijking beroepskracht-kind-ratio bij openingstijden van 10 uur of langer

Hoog

6.

Pedagogisch beleid en

praktijk

Pedagogisch beleid

6.1

Pedagogisch beleidsplan

Gemiddeld

 

6.1.1

Inhoud pedagogisch beleid

Gemiddeld

 

 

 

6.1.2

Pedagogische praktijk

Gemiddeld

 

 

Interactie leidster-kind

6.2

Emotionele veiligheid

Gemiddeld

 

 

 

6.3

Persoonlijke competentie

Gemiddeld

 

 

 

6.4

Sociale competentie

Gemiddeld

 

 

 

6.5

Overdacht normen en waarden

Gemiddeld

7.

Klachten

Klachtrecht

7.1

Wet klachtrecht cliënten zorgsector

Laag

 

 

 

7.2

Klachtenregeling oudercommissie

Laag

3.Gastouderopvang

Domeinen

Kwaliteitsaspecten

Indicatoren

Prioritering

1.

Ouders

Oudercommissie

1.1

Reglement oudercommissie

Laag

 

 

 

1.2

Instellen oudercommissie

Laag

 

 

 

1.2.1

Voorwaarden oudercommissie

Laag

 

 

 

1.2.2

Adviesrecht oudercommissie

Gemiddeld

 

 

Informatie

1.3

Informatie voor vraagouders

Laag

2.

Personeel

Verklaring omtrent het gedrag

2.1

Regels voor verklaring omtrent gedrag

Hoog

 

 

Pedagogische kennis

2.2

Pedagogische kennis

Hoog

3.

Veiligheid en gezondheid

Veiligheid

3.1

Risico-inventarisatie veiligheid

Hoog

 

 

 

3.1.1

Beleid Veiligheid

Hoog

 

 

 

3.1.2

Uitvoering beleid veiligheid

Hoog

 

 

Gezondheid

3.2

Risico-inventarisatie gezondheid

Hoog

 

 

 

3.2.1

Beleid gezondheid

Hoog

 

 

 

3.2.2

Uitvoering beleid gezondheid

Hoog

 

 

Kindermishandeling

3.3

Protocol Meldcode kindermishandeling

Hoog

 

 

 

3.3.1

Inhoud protocol kindermishandeling

Hoog

4.

Aantal kinderen

Aantal kinderen

4.1

Aantal kinderen bij gastouder

Hoog

5.

Pedagogisch beleid en

praktijk

Pedagogisch beleid

5.1

Pedagogisch beleidsplan

Gemiddeld

 

5.1.1

Inhoud pedagogisch beleid

Gemiddeld

 

 

 

5.1.2

Pedagogische praktijk

Gemiddeld

6.

Kwaliteit gastouders en opvangwoning

Gastouders en opvangwoning

6.

Kwaliteit gastouders en opvangwoning

Hoog

7.

Kwaliteit gastouderbureau

Gastouderbureau

7.

Kwaliteit gastouderbureau

Hoog

8.

Klachten

Klachtrecht

8.1

Wet klachtrecht cliënten zorgsector

Laag

 

 

 

8.2

Klachtenregeling oudercommissie

Laag

3.2 Handhaving

Bij inspecties wordt de kwaliteit van de onderdelen beoordeeld en uitgedrukt in scores van onvoldoende en voldoende. Het belang en de score leiden vervolgens tot een bepaald eindoordeel waarvoor het sanctieprotocol van bladzijde 13 gebruikt wordt. Indien uit het inspectierapport blijkt dat een houder van een kinderdagverblijf, gastouder(bureau) en/of buitenschoolse opvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitsvoorwaarden moet de gemeente in beginsel een handhavingsactie opstarten. Het college kan een keuze maken uit de volgende wettelijke sanctiemogelijkheden om naleving van de kwaliteitseisen af te dwingen:

Aanwijzing of bevel (= een bevel wordt in een spoedeisende situatie opgelegd door de toezichthouder namens en onder gezag van het college), bestuursdwang, last onder dwangsom, exploitatieverbod, uitschrijving uit register en/of bestuurlijke boete.

Het college zal in de meeste gevallen eerst een aanwijzing opleggen alvorens tot een zwaarder handhavingmiddel over te gaan. Omdat de houder zijn zienswijze al op het inspectierapport heeft gegeven is het niet nodig om de houder voorafgaand aan het opleggen van een aanwijzing te horen. Dit is anders in het geval van bestuursdwang of last onder dwangsom; o.g.v. artikel 4:8, Awb moet wel eerst een vooraankondiging / voornemen aan de houder verzonden worden.

De zwaarte van de prioriteit komt tot uiting in de hersteltermijn.

De gemeente kan in bijzondere gevallen, voordat de eerste juridische stap van aanwijzing wordt gezet, overwegen eerst een schriftelijke waarschuwing te geven. In feite is hier tot op heden enkel nog gebruik van gemaakt. Indien een houder ongevoelig is (geworden) voor deze niet-juridische stap is het zaak om de waarschuwing achterwege te laten en direct een aanwijzing op te gaan leggen.

3.3 Sanctieprotocol

De prioriteitsstelling (bijlage II, afwegingsmodel handhaving kinderopvang) gebruiken we om te bepalen welke sanctie-instrumenten ingezet gaan worden en welke hersteltermijn de houder krijgt om de tekortkoming op te lossen. Sanctionering gebeurt in twee fasen, te weten:

  • -

    Fase 1 is gericht op herstel. De houder krijgt in fase 1 een aanwijzing van het college van burgemeester en wethouders of een bevel van de GGD. Hierin wordt aangegeven dat niet voldaan is aan bepaalde kwaliteitsregels van de Wet kinderopvang en dat de houder een bepaalde tijd heeft om de situatie te herstellen. Na de hersteltermijn gaat de inspecteur van de GGD kijken of inmiddels wel voldaan wordt aan de kwaliteitsregels (herinspectie).

  • -

    Fase 2 is van belang in het geval een houder de situatie niet heeft hersteld. In deze fase kunnen we door middel van bijvoorbeeld een bestuursdwang of last onder dwangsom herstel afdwingen zodat een houder de tekortkoming alsnog oplost. Om de sanctiestrategie te kunnen bepalen is een sanctieprotocol opgesteld (zie hieronder in tabel 1).

Tabel 1, Sanctieprotocol gemeente Westerveld

 

Sanctie-instrument

Hersteltermijn

Herinspectie

Hoog belang en onvoldoende

Score

Fase 1

-Bevel GGD

(bij direct gevaar)

-Aanwijzing

7 - 14 dagen

Ja

Fase 2

-Exploitatieverbod

-Verwijdering uit register

-Bestuursdwang

-Last onder dwangsom

 

Ja

Gemiddeld belang en onvoldoende score

Fase 1

-Aanwijzing

6 - 18 weken

Ja

Fase 2

-Bestuursdwang

-Last onder dwangsom

 

Ja

Laag belang en onvoldoende score

Fase 1

Aanwijzing

5 - 7 maanden

Nee, mee te nemen bij reguliere inspectie.

Schriftelijk bevestigen.

Fase 2

-Last onder dwangsom

 

Nee, mee te nemen bij reguliere inspectie.

Schriftelijk bevestigen.

Het sanctieprotocol zien we vooral als een richtlijn en zorgt voor transparantie en duidelijkheid. Het maakt niet uit wie een bepaalde overtreding maakt, maar de overtreding zelf en de omstandigheden waaronder deze is gepleegd bepalen de aanpak. Er kan echter enkel gemotiveerd afgeweken worden van het beleid.

In het geval dat er meerdere overtredingen plaatsvinden, gaan we in het geval van een keuze voor een handhavingsactie uit van de zwaarste overtreding.

Hoofdstuk 4

handhaving in Westerveld

Hieronder beschrijven we de verdeling van de verantwoordelijkheden van de bij (kwaliteitshandhaving) kinderopvang betrokken afdelingen, de locaties in Westerveld, de communicatie, de actuele ontwikkelingen en de evaluatie van het voorgestelde handhavingsbeleid.

4.1 Verantwoordelijkheden

Binnen de gemeente Westerveld vindt toezicht en handhaving op diverse afdelingen plaats (zal plaatsvinden). Met inachtneming van het project “Achterblijvende gemeenten in de Kinderopvang” waarvan onze gemeente deel uitmaakt, zal er op last van de Inspectie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een inhaalslag moeten worden gemaakt om de toezicht- en handhavingsfuncties op orde te krijgen. Dit betekent een intensieve inzet op het (voor een deel) nog te lopen traject.. Ten aanzien van de Wet kinderopvang ligt de eindverantwoordelijkheid voor het inzetten van de eerste fase van de handhavinginstrumenten (vooralsnog) bij de afdeling Dienstverlening team Maatschappelijk Welzijn. Ten aanzien van de allerlaatste fase – als het gaat om een exploitatieverbod en sluiting van de inrichting, ligt het voor de hand om vanwege de juridische kennis en de ervaring met de handhavings-instrumenten, deze neer te leggen bij het Handhavingsteam, zoals dat is aangesteld voor de vijf gemeenten in Zuidwest- Drenthe.

Andere betrokken afdelingen vanuit de gemeente

Een ondernemer, die wil starten met kinderopvang heeft binnen de gemeente Westerveld te maken met verschillende loketten, te weten:

  • -

    Bij de afdeling Dienstverlening team Maatschappelijk Welzijn kan de ondernemer zich melden en laten registeren in het kinderopvangregister. Ook kan hier informatie over het kinderopvangbeleid (en de andere voorschoolse voorziening: het peuterspeelzaalwerk) verkregen worden.

  • -

    Bij de brandweer moet de ondernemer in de meeste gevallen een gebruiksvergunning-brandveiligheid aanvragen. Het gaat dan om een dagverblijf voor kinderen jonger dan 12 jaar en voor meer dan tien personen.

  • -

    Als het gaat om de planologische bestemming ligt er een duidelijke rol voor het team Leefomgeving. Ruimtelijk gezien vallen gastouders onder de reguliere bestemming Wonen. De planologische bestemming van een kinderdagverblijf ligt anders en zal integraal moeten behandeld. Ieder verzoek wordt door het team Leefomgeving getoetst, waardoor de status c.q. bestemming van Kinderopvang zal voldoen aan de eisen van de nieuwe Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO). Er wordt dan vastgesteld of het gevraagde past binnen de bestemming, of er een omgevingsvergunning is vereist, òf dat het verzoek moet worden afgewezen.

Tweedelijnstoezicht

Team Maatschappelijk Welzijn is tevens verantwoordelijk voor de jaarlijkse verantwoording richting de Minister van OCW voor wat betreft de toezicht- en handhavingstaken die de gemeente in het kader van de Wk heeft verricht. Dit zgn. tweedelijnstoezicht wordt onder gezag van de Minister van OCW uitgevoerd door de Inspectie van het Onderwijs. Het verantwoordingsverslag moet ieder jaar vóór 1 mei naar de Inspectie van het Onderwijs worden verzonden met een afschrift naar de gemeenteraad.

4.2 Aantal in Westerveld geregistreerde locaties (per 1 januari 2011)

Dagopvang: 6

Buitenschoolse opvang: 9

Gastouders 61

Gastouderbureaus 0

* In onze gemeente zijn ook enkele innovatieve gastouders actief/ kleinschalige kinderopvang (zoals Heemhuys Sammie)

4.3 Communicatie

Het handhavingsbeleid en de uitvoering brengen veranderingen met zich mee. Deze veranderingen vragen om zorgvuldige communicatie. Er moet adequaat richting de houders gecommuniceerd worden om de kwaliteit in de kinderopvang te behouden resp. te verbeteren.

Tevens is in het ambtelijk overleg bij de GGD de afspraak gemaakt om een informatiepakket te maken zodat de (aspirant)houder goed geïnformeerd wordt over diverse wettelijke regels rondom kinderopvang.

4.4 Actuele ontwikkelingen

Recentelijk zijn er enkele ontwikkelingen op het terrein van kinderopvang geweest die van invloed zijn op het onderhavige toezicht –en handhavingsbeleid. Hieronder staan de belangrijkste.

-Gemeenschappelijke InspectieRuimte Kinderopvang (GIR).

De taken van de gemeente, GGD en IvhO (Inspectie van het Onderwijs) krijgen elk hun eigen plaats in de GIR. Het gemeentelijk kinderopvangregister wordt vervangen door één landelijk centraal register. De GGD inspectierapporten worden erin gezet en ook is het de bedoeling dat het jaarlijks verantwoordingsverslag met behulp van de GIR terecht gaat komen bij de IvhO.

-Landelijk Register Kinderopvang (LRK).

Per 31 december 2010 zijn alle KDV’s, BSO’s en GOB’s overgezet in het Landelijk Register Kinderopvang. De uitvoering van deze omvangrijke operatie en de invoering van de registernummers berust bij de gemeenten. Per 1 januari 2011 hebben aanvragers van kinderopvangtoeslag alleen recht op deze toeslag als de kinderopvangorganisatie geregistreerd staat in het register. De Belastingdienst/ Toeslagen controleert of er sprake is van geregistreerde kinderopvang door het eigen toeslagensysteem te koppelen met het LRK. Deze koppeling vindt plaats op basis van de adresgegevens en opvangsoort van de opvanglocatie.

-Herziening stelsel gastouderopvang.

In 2010 is de Wet op de Kinderopvang ten aanzien van de gastouders strenger geworden. De gastouders zijn nu net als de gastouderbureaus object van toezicht en handhaving. Beide vormen worden geregistreerd en beide vormen worden in het LRK opgenomen. De term minicrèches lijkt verdwenen.

Er zijn extra rijksmiddelen voor toezicht- en handhavingstaken beschikbaar gesteld; deze zijn via het gemeentefonds naar de gemeenten overgeheveld. Een (groot) deel van deze gelden is en wordt doorgesluisd naar de (Gemeenschappelijke Regeling) GGD. Deze instellingen hebben immers in 2010 extra inspecteurs moeten aantrekken om te kunnen voldoen aan de toetsingskaders A en B ten behoeve van de gastouderopvang. Dit loopt door in 2011, in welk jaar ook opnieuw alle kinderopvanglocaties zullen worden bezocht.

-Harmonisatie kinderopvang – peuterspeelzaalwerk.

Het wetsvoorstel Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie – de wet OKE – is in de zomer van 2010 door de Tweede Kamer aanvaard. De wet zorgt voor juridische harmonisatie tussen de voorschoolse instellingen (Kinderopvang en peuterspeelzalen) en geeft een kwaliteitsimpuls aan de peuterspeelzalen. Daarnaast regelt de wet dat peuterspeelzalen financieel toegankelijk blijven en dat gemeenten, onder meer door een betere toeleiding, een breder en beter aanbod van voorschoolse educatie aanbieden, in beide opvangvormen. In Westerveld is recentelijk gestart met het scholingstraject Piramide en er zijn criteria ontwikkeld voor het bepalen van de doelgroepkinderen. De methode Piramide richt zich naast taal op drie andere beleidsterreinen: rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.

4.5 Evaluatie

Het handhavingsbeleid kinderopvang en de afspraken met de GGD zullen zonodig ten gevolge van diverse ontwikkelingen op dit terrein, geëvalueerd moeten worden. Op basis van deze evaluatie dient beoordeeld te worden of het handhavingsbeleid voor de kinderopvang moet worden bijgesteld.

Evaluatie zal doorlopend plaats vinden. Er is een nauw en intensief contact met de GGD-inspecteurs.

Zij zijn immers via de weg van overleg en overreding eerst aan zet als het gaat om het toezicht op de houder in de kinderopvang.

Lijst met afkortingen

Wk

Wet kinderopvang

Wsb

Wet samenhangende besluiten

Awb

Algemene wet bestuursrecht

WED

Wet economische delicten

GGD

Gemeenschappelijke gezondheidsdienst

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

SZW

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

OCW

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VROM

Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer

MaWe

Maatschappelijk Welzijn

MOgroep

Maatschappelijk Ondernemers Groep,

een brancheorganisatie van de kinderopvang

Boink

Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang

OM

Openbaar Ministerie

IvhO

Inspectie van het Onderwijs

GIR

Gemeenschappelijke Inspectie Ruimte

 

 

 

 

 

 

Bijlage I

Handhavingsinstrumenten volgens de Wet kinderopvang

Het college kan op basis van de bevindingen van de toezichthouder ingrijpen. Hiertoe heeft het college op grond van de Wet kinderopvang een aantal instrumenten tot haar beschikking. Hieronder worden deze handhavingsinstrumenten kort beschreven.

Aanwijzing

Als een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, gastouderbureau of gastouders zich niet aan de kwaliteitseisen houdt dan kan het college een aanwijzing geven. Een aanwijzing is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In een aanwijzing staat welke overtredingen geconstateerd zijn, welke maatregelen binnen welke termijn getroffen moeten worden en de waarschuwing dat de aanwijzing kan worden afgedwongen met bestuursdwang, dwangsom of kan leiden tot een bestuurlijke boete.

Bevel

Als de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit zó tekortschiet dat de gezondheid of de veiligheid van de kinderen in direct gevaar is, dan kan de toezichthouder een schriftelijk bevel geven. De toezichthouder is hiertoe bevoegd. De bevoegdheid voor het toepassen van de andere sanctie-instrumenten onder de Wet kinderopvang ligt bij het college. Een bevel is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Een bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen. Het college kan de geldigheidsduur verlengen. Deze bevoegdheid kan niet worden uitgeoefend ten aanzien van een gastouderbureau.

Verbod om in exploitatie te gaan

Het college kan de houder verbieden een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau in exploitatie te nemen door middel van een besluit in de zin van de Awb, als blijkt dat het kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau naar verwachting niet dan wel niet langer aan de voorschriften voldoet.

Verbod exploitatie voort te zetten

Het college kan de houder verbieden de exploitatie van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau voort te zetten, zolang hij een bevel of een aanwijzing niet opvolgt en het toepassen van bestuursdwang niet mogelijk is. Het geven van een verbod tot exploitatie is een besluit in de zin van de Awb.

Verwijdering uit het register

Het college mag de gegevens van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau uit het register verwijderen, als uit onderzoek blijkt dat de houder niet aan de kwaliteitseisen voldoet.

Verwijdering ligt echter niet meteen voor de hand. Eerst zal geprobeerd worden om afspraken te maken over het nemen van maatregelen om de tekortkomingen op te heffen. Het verwijderen uit het register is een uiterst middel: het heeft tot gevolg dat de ouders de aanspraak op tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang verliezen.

Bestuursdwang

Nadat de aanwijzing of het bevel niet uitgevoerd is, kan het college besluiten ter handhaving bestuursdwang aan te zeggen, waarbij bijvoorbeeld besloten wordt een onveilig speeltoestel op kosten van de houder weg te halen, als de ondernemer dat na aanwijzing niet zelf gedaan heeft. Niet alle overtredingen zijn geschikt om met bestuursdwang op te lossen. In de plaats van bestuursdwang kan dan besloten worden tot een last onder dwangsom worden opgelegd (Awb).

Last onder dwangsom

In plaats van bestuursdwang kan het college besluiten een last onder dwangsom op te leggen. Deze sanctie kan alleen worden opgelegd aan de overtreder zelf door middel van een besluit in de zin van de Awb. Een last onder dwangsom wordt niet opgelegd als er acuut gevaar is. Dan is het beter om te kiezen voor bijvoorbeeld bestuursdwang. Een last onder dwangsom is een herstelsanctie: de overtreding moet ’hersteld’ worden. Gebeurt dit niet of niet tijdig, dan moet een geldsom worden betaald. Een voorbeeld waar de dwangsom een goed instrument kan zijn, is in het geval dat er consequent niet wordt voldaan aan de beroepskracht-kind-ratio. Dit gebeurt vaak vanuit kostenoverwegingen van de ondernemer. Door een dwangsom per constatering op te leggen, vervalt het economisch voordeel.

Bestuurlijke boete houder

Een bestuurlijke boete kan worden opgelegd als een houder een verplichting, een aanwijzing of een bevel niet nakomt. Het is een instrument om de naleving van de Wet kinderopvang te bevorderen. Het gaat hier om een punitieve sanctie, gericht op leedtoevoeging. Hiermee onderscheidt de boete zich van de bovenstaande handhavingsinstrumenten die reperatoir van karakter zijn.

De bestuurlijke boete kan al dan niet in combinatie met een last onder dwangsom, bestuursdwang of een andere reperatoire sanctie worden opgelegd (vooralsnog zal in Westerveld ten aanzien van dit instrument terughoudendheid worden betracht).

Strafrechtelijke mogelijkheden

Strafrechtelijke vervolging is geen specifieke mogelijkheid voor het college en de toezichthouder zelf. Als het gaat om een opzettelijke of roekeloze overtreding die een direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen tot gevolg heeft, dan kan geen gebruik worden gemaakt van de bestuurlijke boete. Als de gedraging strafbaar is, wordt het aan het OM voorgelegd.

Dit is een spoor naast de bestuurlijke handhaving.

--o-o--

Bijlage II

AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG

Gemeente Westerveld

januari 2011

Handhaving- en sanctiebeleid gemeenten betreffende kwaliteit en handhaving kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

  • 1.

    Dagopvang

  • 2.

    Buitenschoolse opvang (BSO)

  • 3.

    Gastouderbureau

  • 4.

    Gastouders

  • 5.

    Peuterspeelzalen

  • 6.

    Overige overtredingen

Toelichting

Paragraaf 1 Algemeen

De gemeente hanteert het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang bij het uitvoeren van de handhavingacties die nodig zijn als een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (kortweg aangeduid als Wet kinderopvang) en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (verder: Beleidsregels kwaliteit) van de staatssecretaris van OCW. In het model zijn de algemene stappen opgenomen die de gemeente kan hanteren bij het overtreden van de kwaliteitseisen.

Handhaving is maatwerk en zal in elke situatie apart afgewogen moeten worden. Proportionaliteit is daarbij van belang. Daardoor zijn niet automatisch alle genoemde stappen onverkort van toepassing op een geconstateerde overtreding, maar zal telkens afgewogen worden of toepassing onder meer proportioneel is.

Dit Afwegingsmodel heeft als basis de model(inspectie)rapporten van de GGD. De tekst van het rapport en het Afwegingsmodel is gelijk. Voor de leesbaarheid van het Afwegingsmodel zijn de meeste voetnoten die in het modelrapport zijn opgenomen ten behoeve van de inspectie in het Afwegingsmodel verwijderd. Dit betekent echter niet dat de toelichtingen in de voetnoten niet van overeenkomstige toepassing zijn op de bepalingen van het Afwegingsmodel.

Start handhavingstraject

Het gemeentelijke handhavingtraject begint direct na ontvangst van het inspectierapport van de GGD. De GGD geeft in het rapport een handhavingadvies aan de gemeente. In het rapport is het ‘Overzicht bevindingen toezichthouder per inspectiedomein’ de basis voor het afwegen van de te ondernemen handhavingactie. In dit overzicht beschrijft de toezichthouder per domein de context van de voorwaarden waar de houder niet aan voldoet. Ook de resultaten van eventueel door de inspecteur toegepast overleg en overreding worden hierin genoemd. De gemeente kan de aangegeven verzwarende of verzachtende omstandigheden, de inspanning van de houder etc. mee laten wegen bij het beoordelen van de te nemen handhavingactie.

De gemeente kan in bijzondere gevallen, voordat de eerste juridische stap van aanwijzing wordt gezet, overwegen eerst een schriftelijke waarschuwing te geven. Ook kan overwogen worden eerst op basis van mondelinge overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Zowel de waarschuwing als de overreding hebben geen juridische status en betekenen daarom een uitstel van het handhavingtraject.

Handhaving peuterspeelzalen

Zolang afdeling 2.2 en art 2.20 Wko niet in werking zijn getreden, is het handhavingsbeleid voor peuterspeelzalen (hoofdstuk 5 van dit Afwegingsmodel) nog niet van toepassing. Zodra deze artikelen wel in werking treden, treedt op datzelfde moment ook het handhavingsbeleid peuterspeelzalen inwerking.

Paragraaf 2 Verschillende soorten sancties

Binnen de handhaving kunnen 2 typen sancties onderscheiden worden, te weten herstellende sancties en bestraffende sancties. Deze typen sancties bestaan naast elkaar en derhalve kunnen sancties van een verschillend type tegelijkertijd worden opgelegd.

A. Herstellende sancties

In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een herstellende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding.

Hieruit volgt dat het doel van de herstellende sanctie dus ook met name gelegen is in het voorkomen van voortduren van de overtreding en/of herhaling in de toekomst. Bestraffing van reeds begane overtredingen kan via de bestraffende sanctie (zie hieronder)

Welke herstellende sancties worden er onderscheiden binnen dit handhavingsbeleid?

Stap 1

OF Bevel.

Dit is een handhavingsmiddel dat in spoedeisende gevallen door de GGD-inspecteur direct tijdens een inspectie ingezet kan worden. Omdat het middel door de GGD-inspecteur wordt ingezet en niet door het college wordt dit bevel in onderhavig Afwegingsmodel niet nader genoemd. Inzet van dit middel wordt door de GGD-inspecteur bepaald. De GGD geeft alleen een bevel indien hij van mening is dat de kwaliteit bij een kindercentrum of peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. Ingeval van overtredingen met een lage of gemiddelde prioritering zal hier niet snel sprake van zijn.

OF Aanwijzing

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal bevindt dat de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3, of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften (de ‘kwaliteitseisen”) niet of in onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven.

In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen dienen te worden.

Hersteltermijn

Bij een aanwijzing wordt de houder een hersteltermijn gegeven. De hersteltermijn wordt bepaald door de zwaarte van de prioritering. De hersteltermijn in dit model wordt aangegeven in een bandbreedte. De handhaver geeft per concreet geval de exacte hersteltermijn aan. Na het verstrijken van een hersteltermijn dient de overtreding beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel de GGD de opdracht geven voor een herinspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan zal een volgende stap worden ingezet.

Stap 2. Last onder dwangsom

Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

  • o

    a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

  • o

    b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit.

Of eventueel Last onder bestuursdwang

Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

  • o

    a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

  • o

    b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding op te lossen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. Omdat in het kader van handhaving kinderopvang de overtredingen zich maar in zeer beperkte mate lenen voor toepassing van bestuursdwang, is de optie last onder bestuursdwang op een enkele overtreding na niet opgenomen. Echter, op grond van het bestuursrecht geldt dat in die gevallen waarin last onder dwangsom mogelijk is, ook bestuursdwang kan worden toegepast indien de gemeente de overtreding daardoor zelf kan doen beëindigen.

Stap 3. exploitatieverbod

Het college van burgemeester en wethouders kan de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of de instandhouding van een peuterspeelzaal voort te zetten, zolang hij een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is.

Ook kan het college van burgemeester en wethouders de houder verbieden dat kindercentrum, die voorziening voor gastouderopvang, dat gastouderbureau of die peuterspeelzaal in exploitatie te nemen, zolang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen uit hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2 is voldaan.

Stap 4 verwijdering uit landelijk register

Er zijn verschillende gronden waarop het college een voorziening uit het register kinderopvang kan verwijderen:

  • ·

    indien is gebleken dat de houder niet langer de organisatie voor kinderopvang exploiteert

  • ·

    indien uit een GGD-inspectie is gebleken dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de bij en krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 van de Wko gegeven voorschriften

  • ·

    indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de organisatie voor kinderopvang niet daadwerkelijk is aangevangen

Vanaf het moment dat een kindercentrum (dagopvang of BSO), een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal is verwijderd uit het register, is er geen sprake meer van kinderopvang in de zin van de wet. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale kinderopvang en tot een boete op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten.

Doordat een kindercentrum (dagopvang of BSO), een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau uit het register is verwijderd, wordt ook grond voor het recht op kinderopvangtoeslag voor vraagouders beëindigd.

Verloop herstellend handhavingstraject

Een herstellend handhavingstraject verloopt in beginsel volgens de hierboven beschreven stappen. Er kunnen zich echter situaties voordoen, waarin het naar beoordeling van het college gerechtvaardigd is om, gezien de aard en/of ernst van de overtreding, bepaalde stappen ‘over te slaan’ en direct over te gaan tot inzet van een zwaardere sanctie. Eén van de situaties waarin dit zich kan voordoen is recidive.

B. Bestraffende sancties

In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een bestraffende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te voegen.

Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die ‘in het verleden’ begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de bestuurlijke boete.

Een bestuurlijke boete kan apart maar ook gelijktijdig met een herstellend handhavingstraject worden opgelegd.

Grondslag bestuurlijke boete

Bij kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureau’s

Op grond van artikel 1.72 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen.

Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties:

  • ·

    In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.60a Wko (hoofdstuk 1 afdeling 3 Kwaliteit kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureau’s);

  • ·

    In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 1.65 WKo) niet nakomt;

  • ·

    In geval de houder een kinderopvangcentrum blijft exploiteren terwijl op grond van artikel 1.66 Wko aan hem een exploitatieverbod is opgelegd;

  • ·

    In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (5:20 Awb).

  • ·

    In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt

Gastouders

Gastouders vallen ook volledig onder het regime van toezicht en handhaving en daarbij is ook de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen van toepassing. Omdat echter een gastouder toch een bijzondere vorm van opvang is, is ervoor gekozen niet vooraf in dit model boetebedragen te noemen in het domein ‘gastouderopvang’. Indien een gemeente een overtreding van een gastouder wil sanctioneren met een bestuurlijke boete, zal in dat geval het boetebedrag bepaald worden, met inachtneming van de algemene bepalingen hieromtrent in dit handhavingsbeleid. Daarbij kan bijvoorbeeld een relatie worden gelegd met de boetebedragen zoals die zijn bepaald binnen de kinderopvang.

Bij peuterspeelzalen

Voor peuterspeelzalen geldt dat de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen, is bepaald in artikel 2.27 Wko. Dit artikel bepaalt dat een bestuurlijke boete alleen opgelegd kan worden aan niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen. Dit betekent dat het onderdeel ‘bestraffende sanctie’ in dit Afwegingsmodel alleen van toepassing is op niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen.

Op grond van artikel 2.28 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen.

Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties:

  • ·

    In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 2.2 tot en met 2.13 Wko (hoofdstuk 2 afdeling 2 Kwaliteit peuterspeelzalen);

  • ·

    In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 2.23 WKo) niet nakomt;

  • ·

    In geval de houder een peuterspeelzaal in stand blijft houden terwijl op grond van artikel 2.24 Wko de voortzetting van de instandhouding is verboden;

  • ·

    In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (5:20 Awb).

  • ·

    In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt

Opleggen bestuurlijke boete

Wanneer wordt een boete opgelegd?

Bij een overtreding van de prioriteit ‘hoog’ zal in beginsel een boete ter hoogte van het in het Afwegingsmodel genoemde bedrag worden opgelegd.

Bij overtredingen met een prioriteit ‘gemiddeld’ of ‘laag’ kan het college besluiten een boete op te leggen.

Wanneer geen bestuurlijke boete?

Het college legt geen boete op indien:

  • ·

    de overtreder aannemelijk maakt dat elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt

  • ·

    indien de houder, zijnde een natuurlijk persoon (en geen rechtspersoon), is overleden.

  • ·

    bij opzet of bewuste roekeloosheid en een direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen tot gevolg heeft

Hoogte bestuurlijke boete

De in dit Afwegingsmodel genoemde boetebedragen zijn richtlijnen. Per geconstateerde overtreding zal bepaald moeten worden of het genoemde boetebedrag proportioneel is. Het college stemt de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

Boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden

In het geval de overtreder in de afgelopen drie jaar al eerder is beboet voor eenzelfde type overtreding kan het college de boete verhogen. Daarbij is irrelevant of de in het verleden gepleegde overtreding(en) al dan niet betrekking hadden op hetzelfde kindercentrum, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal waarvoor de nieuwe boete wordt opgelegd. Bepalend is of de overtreder als houder al eerder een boete is opgelegd.

Ook kan sprake zijn van boeteverlagende omstandigheden.

Als boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden kunnen onder meer in aanmerking worden genomen:

  • ·

    De omstandigheid dat de houder al eerder eenzelfde type overtreding heeft gepleegd. Daaronder wordt ook een overtreding in een ander kindercentrum, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal van dezelfde houder begrepen (recidive, boeteverhogend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreding betrekking heeft op een kleine onderneming (boeteverlagend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreder door de verboden gedraging een aanzienlijk voordeel heeft verkregen (boeteverhogend)

  • ·

    De omstandigheid dat de overtreder uit eigen beweging derden, aan wie direct of indirect door de overtreding schade is berokkend, schadeloos heeft gesteld (boeteverlagend)

  • ·

    Een andere omstandigheid die naar het oordeel van het college aanleiding geeft tot verhoging/verlaging van de boete.

Paragraaf 3 Begripsomschrijvingen

In dit Afwegingsmodel wordt verstaan onder: beroepskracht: de persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een kindercentrum en is belast met de verzorging en opvoeding van kinderen; of de persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een gastouderbureau en is belast met het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang;

beroepskracht in opleiding: degene die de beroepsbegeleidende leerweg volgt, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, en ten behoeve van beroepspraktijkvorming is belast met de verzorging en opvoeding van kinderen bij een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang;

gastouder: de natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder die gastouderopvang biedt, met uitzondering van natuurlijke personen van wie een of meer kinderen op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gronden onderworpen zijn aan ondertoezichtstelling of voorlopige ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 254, onderscheidenlijk artikel 255, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, en met uitzondering van de persoon die op hetzelfde woonadres als de ouder of diens partner staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

gastouderbureau: een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt;

houder: de rechtspersoon of natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder die een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau exploiteert;

kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang;

kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;

ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, met dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap een subsidie op grond van de Wet op de jeugdzorg buiten beschouwing blijft;

oudercommissie: de commissie, bedoeld in artikel 1.58 Wet kinderopvang;

dagopvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;

buitenschoolse opvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, evenals gedurende vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties;

stamgroep: een vaste groep kinderen in de dagopvang in een passend ingerichte vaste groepsruimte;

stamgroepruimte: de ruimte waarin de kinderen in de dagopvang het grootste deel van de dag aanwezig zijn;

basisgroep: een vaste groep kinderen in de buitenschoolse opvang in een passend ingerichte ruimte;

risico-inventarisatie: de risico-inventarisatie, bedoeld in artikel 1.51 Wet kinderopvang;

bemiddelingsmedewerker: de medewerker die zich bezighoudt met de taken, bedoeld in de artikelen 12, 15 en 15e Beleidsregels kwaliteit kinderopvang.

Voor eventuele overige begrippen is artikel 1.1 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en artikel 1 Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen van toepassing.

Deze begripsbepalingen zijn opgenomen ter bevordering van de leesbaarheid van dit Afwegingsmodel en zijn overeenkomstig de begripsbepalingen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen. Mochten in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen deze begripsbepalingen worden aangepast dan geldt ook voor dit Afwegingsmodel vanaf dat moment de omschrijving zoals die dan geldt volgens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en/of de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.

Paragraaf 4 Gebruikte afkortingen

Art

: artikel

Artt

: artikelen

Beleidsregels kwaliteit: Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

BSO: buitenschoolse opvang

GOB: gastouderbureau

Jo: juncto (in samenhang met)

Kdv: kinderdagverblijf

Psz: peuterspeelzaal

Wkcz: Wet klachtrecht cliënten zorgsector

Wko: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

1. Afwegingsmodel handhaving dagopvang

De kwaliteitsaspecten voor dagopvang, zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

  • 0.

    Kinderopvang in de zin van de wet

  • 1.

    Ouders

  • 2.

    Personeel

  • 3.

    Veiligheid en gezondheid

  • 4.

    Accommodatie en inrichting

  • 5.

    Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

  • 6.

    Pedagogisch beleid

  • 7.

    Klachten

  • 8.

    Voorschoolse educatie

    0.Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    0.1 Kinderopvang in de zin van de wet

    Wet kinderopvang (artikel 1.1, eerste lid)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (artikel 4, eerste lid)

     

    constatering

    gevolg

    verdere sancties mogelijk?

    1De opvang vindt bedrijfsmatig of anders dan om niet plaats (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    2Gedurende de opvang wordt verzorging en opvoeding geboden (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    3De opvang is gericht op kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    1. Ouders

    1.1 Reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    1.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 lid 2 sub a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 lid 2 sub b Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 lid 2 sub c Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 lid 5 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 lid 1 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder is geen lid (art 1.58 lid 2 en 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2Het personeel is geen lid (art 1.58 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 1.58 lid 2 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.60)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 lid 4 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3Van een gevraagd advies van deoudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 3 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    1.3 Informatie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.54 en 1.63, vierde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2De houder informeert de ouders en de kinderen in welke stamgroep het kind verblijft en welke beroepskrachten op welke dag bij welke groep horen (art 1.54 Wko jo art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 1.63 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2. Personeel

    2.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikel 1.50, derde, vierde en vijfde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Personen werkzaam bij het kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.50 lid 3 Wko en art 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het kindercentrum overlegd (art 1.50 lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

    3De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.50 lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    2.2 Passende beroepskwalificatie

    Wet kinderopvang (artikel 1.50, eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen (art 1.50 lid 1 Wko jo art 9 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

    2.3 Voorwaarden en inzet van pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (PMIO)

    Wet kinderopvang (artikel 1.50, eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a Alle PMIO’ers beschikken over een diploma op minimaal MBO-3 niveau;

    OF

    1b Een HAVO of VWO diploma;

    OF

    1c Een voor de kinderopvang relevant, maar nog niet gelijkgesteld buitenlands diploma én relevante werkervaring.

    (art 1.50 lid 1 Wko jo art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2Voor alle PMIO’ers is binnen 2 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit jo art 1.50 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    3Alle PMIO’ers worden ingezet conform een actueel persoonlijk ontwikkelplan (art 1.50 lid 1 Wko jo art 9 lid 2Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang (artikel 1.55)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 lid 1 Wko)

    OF

    1b Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 lid 2 Wko)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    3.Veiligheid en gezondheid

    3.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.1.1 Beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3Er is een registratie van ongevallen, waarbij per ongeval de aard en plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum van het ongeval en een overzicht van te treffen maatregelen worden vermeld (art 1.51 Wko jo art 8 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 Wko jo art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.2.1 Beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Derisico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 Wko jo art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 Wko jo art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49, 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een protocol kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000

    3.3.1 Beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49, 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3.3.2 Uitvoering beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (art 1.49, 1.51 Wko)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskrachten kennen de inhoud van het protocol (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskrachten handelen aantoonbaar naar het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 Wko jo art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4. Accommodatie en inrichting

    4.1 Binnenspeelruimte

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 5)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste groepsruimte (art 1.50 Wko jo art 5 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 (per ontbrekende ruimte)

    2Er is ten minste 3,5 m2 bruto oppervlakte in de groepsruimte beschikbaar per kind, waaronder mede begrepen passend voor spelactiviteiten ingerichte ruimtes buiten de groepsruimte (art 1.50 Wko jo art 5 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3.0-3.5 m2: 2000

    < 3.0 m2: 4000

    3De binnenspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 Wko jo art 5 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4De binnenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 Wko jo art 5 lid 1 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4.2 Slaapruimte

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 6)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is een afzonderlijke slaapruimte voor in ieder geval kinderen tot anderhalf jaar (art 1.50 Wko jo art 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    2De slaapruimte is afgestemd op het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 Wko jo art 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    4.3 Buitenspeelruimte

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 7, eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is ten minste 3 m2bruto buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2.5-3.0 m2: 1000

    < 2.5 m2: 2000

    2De buitenspeelruimte is voor kinderen toegankelijk (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De buitenspeelruimte is aangrenzend aan het kindercentrum (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 Wko jo art 7 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5. Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

    5.1 Opvang in groepen

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, eerste en vierde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De opvang vindt plaats in stamgroepen (art 1.50 Wko jo art 3 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    2a De stamgroep bestaat uit maximaal 12 kinderen tot 1 jaar (art 1.50 Wko jo art 3 lid 1 sub a beleidsregels kwaliteit).

    OF

    2b De stamgroep bestaat uit maximaal 16 kinderen van 0 tot 4 jaar waarvan maximaal 8 kinderen tot 1 jaar (art 1.50 Wko jo art 3 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 per kind teveel

    5.2 Vaste beroepskrachten en vaste ruimtes

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, derde en vierde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Ieder kind heeft maximaal drie vaste beroepskrachten (art 1.50 Wko jo art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Dagelijks is minimaal één van de vaste beroepskrachten werkzaam op de groep van het kind (art 1.50 Wko jo art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Ieder kind maakt van maximaal twee stamgroepruimtes gebruik gedurende een week (art 1.50 Wko jo art 3 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.3 Beroepskracht-kind-ratio

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tweede, derde, zevende en achtste en twaalfde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste:

    -1 beroepskracht per 4 aanwezige kinderen tot 1 jaar;

    -1 beroepskracht per 5 aanwezige kinderen van 1 tot 2 jaar;

    -1 beroepskracht per 6 aanwezige kinderen van 2 tot 3 jaar;

    -1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 3 tot 4 jaar.

    (art 1.50 Wko jo art 3 lid 7 Beleidsregels kwaliteit)

    Bij kinderen van verschillende leeftijden in één groep wordt het rekenkundig gemiddelde berekend

    (art 1.50 Wko jo art 3 lid 8 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    5000 per ontbrekende beroepskracht

    2Indien conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld (art 1.50 Wko jo art 3 lid 12 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5.4 Inzet beroepskrachten in afwijking van de beroepskracht-kind-ratio bij openingstijden van 10 uur of langer

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tiende, elfde en twaalfde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Gedurende de genoemde openingstijden kunnen ten hoogste drie uur per dag, niet aaneengesloten, minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    2De drie uur afwijkende inzet betreft uitsluitend de tijd voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3De afwijking betreft maximaal anderhalf aaneengesloten uren voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze gedurende maximaal twee uur aaneengesloten (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4Minstens de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet wanneer er tijdelijk wordt afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio (art 1.50 Wko jo art 3 lid 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5Indien als gevolg van het afwijken van de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum ingezet wordt, dan is er ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig (art 1.50 Wko jo art 3 lid 11 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    6. Pedagogisch beleid

    6.1 Pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (art 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat kindercentrum kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.50 lid 1Wko jo art 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    6.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    Herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de werkwijze, de maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de stamgroep (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen bij welke (spel)activiteiten kinderen hun stamgroep verlaten (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door andere volwassenen (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 2 sub d Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    6.1.2 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskrachten kennen de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 Wko en art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskrachten handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 Wko jo art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.2 Emotionele veiligheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskracht communiceert met de kinderen (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskracht heeft een respectvolle houding naar de kinderen (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Er heerst een ontspannen, open sfeer in de groep (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4De kinderen worden uitgenodigd tot participatie (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5Kinderen hebben vaste beroepskrachten en bekende leeftijdsgenootjes om zich heen(artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6Er is informatieoverdracht tussen ouders en beroepskracht (artt 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 sub a Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.3 Persoonlijke competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskracht ondersteunt en stimuleert individuele kinderen (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Er is een goede interactie tussen beroepskracht en individuele kinderen (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Kinderen hebben de mogelijkheid om eigen ervaringen op te doen middels spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Er is aandacht voor leermomenten. Hierbij is taal en motorisch spel van jonge kinderen belangrijk (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.4 Sociale competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De beroepskracht ondersteunt de kinderen in de interactie tussen kinderen onderling (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De beroepskracht ondersteunt de kinderen in het voorkómen en oplossen van conflicten (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De kinderen maken deel uit van het groepsgebeuren (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.5 Overdracht van normen en waarden

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Afspraken, regels en omgangsvormen zijn aanwezig (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2Afspraken, regels en omgangsvormen zijn duidelijk (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3Afspraken, regels en omgangsvormen worden aan de kinderen uitgelegd (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4Beroepskrachten geven zelf in hun spreken en handelen het goede voorbeeld (artt. 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    7 Klachten

    7.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

    Wet klachtrecht cliënten zorgsector (artikelen 1, 2, 2a, 3c en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1. De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten die voldoet aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz)

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2. De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van ouders (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3. De houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4. De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5. De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 4 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6. De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7. De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.2 Klachtenregeling oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De houder zorgt voor naleving van de regeling (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2. Afwegingsmodel handhaving BSO

    De kwaliteitsaspecten voor BSO zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 0.

      Kinderopvang in de zin van de wet kinderopvang

    • 1.

      Ouders

    • 2.

      Personeel

    • 3.

      Veiligheid en gezondheid

    • 4.

      Accommodatie en inrichting

    • 5.

      Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

    • 6.

      Pedagogisch beleid

    • 7.

      Klachten

    0.Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    0.1 Kinderopvang in de zin van de wet

    Wet kinderopvang (artikel 1.1, eerste lid)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (artikel 4, eerste lid)

     

    constatering

    gevolg

    Verdere sancties mogelijk?

    1.De opvang vindt bedrijfsmatig of anders dan om niet plaats (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    2.Gedurende de opvang wordt verzorging en opvoeding geboden (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    3.De opvang is gericht op kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (art 1.1 lid 1 Wko en art 4 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    1. Ouders

    1.1 Reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    1.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 lid 2 sub a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 lid 2 sub b Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 lid 2 sub c Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 lid 5 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 lid 1 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder is geen lid (art 1.58 lid 2 en 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het personeel is geen lid (art 1.58 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 1.58 lid 2 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    1.2.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.60)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2.De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 lid 4 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3.Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4.De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 3 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    1.3 Informatie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.54 en 1.63 vierde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 3, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.De houder informeert de ouders en de kinderen in welke basisgroep het kind verblijft en welke beroepskrachten op welke dag bij welke groep horen (art 3 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 1.63 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.54 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie (art 1.54 WKo).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2. Personeel

    2.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikel 1.50 derde, vierde en vijfde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Personen werkzaam bij het kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.50 lid 3 en art 10 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2.De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het kindercentrum overlegd (art 1.50 lid 4 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of t elaat overlegde VOG

    3.De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.50 lid 4 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    2.2 Passende beroepskwalificatie

    Wet kinderopvang (artikel 1.50 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen (art 1.50 lid 1 WKo jo art 9 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

    2.3 Voorwaarden en inzet van pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (PMIO)

    Wet kinderopvang (artikel 1.50 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 9, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a Alle PMIO’ers beschikken over een diploma op minimaal MBO-3 niveau;

    OF

    1b Een HAVO of VWO diploma;

    OF

    1c Een voor de kinderopvang relevant, maar nog niet gelijkgesteld buitenlands diploma én relevante werkervaring.

    (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2.Voor alle PMIO’ers is binnen 2 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit jo art 1.50 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    3.Alle PMIO’ers worden ingezet conform een actueel persoonlijk ontwikkelplan (art 9 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per PMIO-er die niet voldoet

    2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang (artikel 1.55)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 lid 1 WKo).

    OF

    1b Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 lid 2 WKo).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    3. Veiligheid en gezondheid

    3.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 WKo jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2.De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 WKo jo art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.1.1 Beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2.Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.Er is een registratie van ongevallen, waarbij per ongeval de aard en plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum van het ongeval en een overzicht van te treffen maatregelen worden vermeld (art 1.51 WKo en art 8 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 WKo en art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

    2.De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.2.1 Beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Derisico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    2.Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    3.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.51 WKo en art 8 lid 1 sub b Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (art 1.51 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 1.51 WKo en art 8 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (art 1.51 WKo).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49, 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een protocol kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.51 WKo en art 10a lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000

    3.3.1 Beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 WKo en art 10a lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3.3.2 Uitvoering beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.51)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskrachten kennen de inhoud van het protocol (art 1.49 lid 1 WKo en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskrachten handelen aantoonbaar naar het protocol kindermishandeling (art 1.49 lid 1 WKo en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4. Accommodatie en inrichting

    4.1 Binnenspeelruimte

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 5)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is ten minste 3,5 m2 bruto oppervlakte voor spelactiviteiten ingerichte ruimtes beschikbaar per kind (art 1.50 WKo en art 5 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3.0-3.5 m2: 2000

    < 3.0 m2: 4000

    2De binnenspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 WKo en art 5 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3De binnenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 WKo en art 5 lid 2 en 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4.2 Buitenspeelruimte

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 7, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Er is ten minste 3 m2bruto buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2.5-3.0 m2: 1000

    < 2.5 m2: 2000

    2De buitenspeelruimte is voor kinderen toegankelijk (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De buitenspeelruimte is vast beschikbaar voor de buitenschoolse opvang (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.3 Aanvullende eisen indien de buitenspeelruimte niet-aangrenzend is

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 7, tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is in de directe nabijheid van het kindercentrum (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is voor kinderen goed bereikbaar (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is voor kinderen veilig bereikbaar (art 1.50 WKo en art 7 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5. Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

    5.1 Opvang in groepen

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 4, eerste, tweede, vijfde en zesde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Ieder kind behoort bij een basisgroep (art 1.50 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    2a De basisgroep bestaat uit maximaal twintig kinderen in de leeftijd van 4 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt (art 1.50 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    OF

    2b De basisgroep bestaat uit maximaal dertig kinderen in de leeftijd van 8 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt (art 1.50 Wko jo art 4 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 per kind teveel

    5.2 Beroepskracht-kind-ratio

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 4, derde, vierde, en negende lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste:

    1a - 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 4 jaar

    - 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar (art 1.50 Wko jo art 4 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    .

    OF

    1b - 2 beroepskrachten en een extra volwassene per 30 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar (art 1.50 Wko jo art 4 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    5000 per ontbrekende beroepskracht

    2Indien conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 9 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5.3 Inzet beroepskrachten in afwijking van de beroepskracht-kind-ratio

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 4, derde, vierde, zevende en achtste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Bij buitenschoolse opvang gedurende schooldagen, kunnen ten hoogste een half uur per dag minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    2Bij buitenschoolse opvang gedurende vrije dagen, kunnen ten hoogste drie uur per dag minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is. Deze inzet betreft de tijd voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    3De afwijking betreft maximaal anderhalf aaneengesloten uren voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze gedurende maximaal twee uur aaneengesloten

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    4Minstens de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet wanneer er tijdelijk wordt afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio.

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 7 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    5Indien als gevolg van het afwijken van de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum ingezet wordt, dan is er ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig

    (art 1.50 Wko jo art 4 lid 8 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    6. Pedagogisch beleid

    6.1 Pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat kindercentrum kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.50 Wko jo art 2 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    6.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2 en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2.Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de werkwijze, de maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de basisgroep (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3.Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen bij welke (spel)activiteiten kinderen hun basisgroep verlaten (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4. Bij activiteiten in groepen groter dan dertig kinderen besteedt de houder in het pedagogisch beleidsplan aantoonbaar extra aandacht aan de omgang met de basisgroep (art 1.50 Wko jo art 4 lid 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    5. Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door andere volwassenen (art 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    6.1.2 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikel 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskrachten kennen de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 Wko jo art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskrachten handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 Wko jo art 2 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.2 Emotionele veiligheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskracht communiceert met de kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskracht heeft een respectvolle houding naar de kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.Er heerst een ontspannen, open sfeer in de groep(art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.De kinderen worden uitgenodigd tot participatie (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5.Kinderen hebben vaste beroepskrachten en bekende leeftijdsgenootjes om zich heen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.Er is informatieoverdracht tussen ouders en beroepskracht (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.3 Persoonlijke competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskracht ondersteunt en stimuleert individuele kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Er is een goede interactie tussen beroepskracht en individuele kinderen (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.Kinderen hebben de mogelijkheid om eigen ervaringen op te doen middels spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Er is aandacht voor leermomenten. Hierbij is taal en motorisch spel van jonge kinderen belangrijk (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.4 Sociale competentie

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De beroepskracht ondersteunt de kinderen in de interactie tussen kinderen onderling (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.De beroepskracht ondersteunt de kinderen in het voorkómen en oplossen van conflicten (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.De kinderen maken deel uit van het groepsgebeuren (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    6.5 Overdracht van normen en waarden

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 2)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Afspraken, regels en omgangsvormen zijn aanwezig (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.Afspraken, regels en omgangsvormen zijn duidelijk (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3.Afspraken, regels en omgangsvormen worden aan de kinderen uitgelegd (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    4.Beroepskrachten geven zelf in hun spreken en handelen het goede voorbeeld (art 1.49 jo 1.50 Wko jo art 2 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    7. Klachten

    7.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

    Wet klachtrecht cliënten zorgsector (artikelen 1, 2, 2a, 3c en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten die voldoet aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van ouders (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz)

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 4 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.2 Klachtenregeling oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder zorgt voor naleving van de regeling (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (artikel 1.60a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3. Afwegingsmodel handhaving Gastouderbureau

    De kwaliteitsaspecten voor Gastouderbureau’s zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 1

      Gastouderbureau in de zin van de wet

    • 2

      Ouders

    • 3

      Personeel

    • 4

      Pedagogisch beleid

    • 5

      Klachten

    • 6

      Veiligheid en gezondheid

    • 7

      Kwaliteit gastouderbureau

    1.Gastouderbureau in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    1.0Gastouderbureau en handhaving

    Wet kinderopvang (Verzamelwet, wordt in de loop van 2011 vastgesteld), wordt later aan Handhavingsbeleid toegevoegd

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    1Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de onderneming(en) van de houder.

     

     

     

     

     

     

     

    2De houder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in zijn onderneming(en) te voorkomen.

     

     

     

     

     

     

     

    1.1 Gastouderbureau in de zin van de wet

    Wet kinderopvang (artikelen 1.1 en 1.49 derde lid)

     

    constatering

    gevolg

    Verdere sancties mogelijk?

    1a.Het gastouderbureau is een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt (art 1.1 jo 1.49 lid 2 Wko).

    Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

    1.2 Administratie gastouderbureau

    Wet kinderopvang (artikelen 1.1, 1.50 en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12)

    Regeling Wet kinderopvang (artikel 11 tm 11 e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De administratie van het gastouderbureau bevat een contract per vraagouder (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000 per ontbrekende overeenkomst

    2De administratie van het gastouderbureau bevat kopieën van de verklaringen omtrent gedrag van de gastouders en volwassen huisgenoten (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per ontbrekende VOG

    3De administratie van het gastouderbureau bevat kopieën van de getuigschriften en/of EVC-bewijsstukken en certificaten Eerste Hulp aan kinderen van de gastouders (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per ontbrekend stuk

    4In de administratie van het gastouderbureau is de betaling van de vraagouders aan het gastouderbureau inzichtelijk (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per vraagouder waarbij dit ontbreekt

    5In de administratie van het gastouderbureau is de betaling van het gastouderbureau aan de gastouder inzichtelijk (art 1.56 Wko jo art 11 lid 3 Regeling Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 per gastouder waarbij dit ontbreekt

    6De administratie van het gastouderbureau bevat een origineel van de door de gastouder en bemiddelingsmedewerker ondertekende versie van iedere risico-inventarisatie en bijbehorende plan van aanpak (art 1.56 Wko jo art 12 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000 per ontbrekend stuk

    2.Ouders

    2.1 Informatie voor vraagouders

    Wet kinderopvang (artikel 1.56 lid 4 en 1.63 lid 4)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 11 en 13)

    Regeling Wet kinderopvang (artikel 11)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1Het gastouderbureau laat in de schriftelijke overeenkomst met de vraagouder duidelijk zien welk deel van het betaalde bedrag naar het gastouderbureau gaat (uitvoeringskosten) en welk deel van het betaalde bedrag naar de gastouder gaat (art 1.56 lid 4 Wko jo art 11b Regeling Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000 per onjuiste overeenkomst

    2De houder informeert de vraagouders over het te voeren beleid (art 1.56 Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3Het gastouderbureau draagt zorg voor een goede bereikbaarheid van het gastouderbureau voor de vraagouder en informeert de vraagouders hierover (art 1.56 Wko jo art 13 lid 4 Beleidsregels kwaliteit)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De informatie is gedetailleerd genoeg om vraagouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.56 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5De praktijk sluit aan bij de aan de vraagouders verstrekte informatie (art 1.56 Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor vraagouders, gastouders en personeel toegankelijke plaats (artikel 1.63 lid 4 Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.2 Reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    2.2.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.59)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2.3.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.58)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder is geen lid (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2Het personeel is geen lid (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3De leden worden gekozen uit en door de vraagouders (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 Wko).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 Wko)

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3. Personeel

    3.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikelen 1.56 derde lid en 1.50)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 13)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.Personen werkzaam bij het gastouderbureau zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.56 lid 3 jo 1.50 Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2.De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het gastouderbureau overlegd (art 1.56 lid 3 jo 1.50 Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

    3a De verklaring omtrent het gedrag is bij aanvraag om opname in het landelijk register niet ouder dan twee maanden.

    OF

    3b De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden

    (art 1.56 lid 3 jo 1.50 Wko).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    3.2 Beroepskwalificatie bemiddelingsmedewerkers

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 13 en 14)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1Alle bemiddelingsmedewerkers werkzaam bij het gastouderbureau beschikken over relevante pedagogische opleiding op MBO-niveau (art 1.56 Wko jo art 13 lid 2 en 14 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per bemiddelingsmedewerker die niet voldoet

    3.3 Personeelsformatie per gastouder

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 13)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling (art 1.56 Wko jo artikel 13 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per gastouder met < 16 uur

    4. Pedagogisch beleid

    4.1 Pedagogisch beleidsplan

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 11)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.56 Wko jo art 11 lid 1 beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000

    4.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 11, 15c en 15d)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.56 Wko jo art 11 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de leeftijdsopbouw en aantallen van de kinderen die door een gastouder worden opgevangen (art 1.56 Wko jo art 11 lid 2 beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3Het pedagogisch plan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de eisen die aan het opvangadres worden gesteld (art 1.56 Wko jo art 11 lid 1 beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4.1.2 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 11 en art 15b sub c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder informeert de gastouders over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan waardoor zij ernaar kunnen handelen (art 1.49 en 1.56 Wko jo art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    2De houder ziet er op toe dat gastouders handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.49 en 1.56 Wko jo art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    3De houder begeleidt gastouders, zodat zij handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.49 en 1.56 Wko jo art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    Maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1000

    5. Klachten

    5.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

    Wet klachtrecht cliënten zorgsector (artikelen 1, 2, 2a, 3c en 4)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.De regeling voor de behandeling van klachten voorziet erin dat er wordt voldaan aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien deze ontbreekt; 500 indien deze niet voldoet

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van vraagouders (art 2 lid 1 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.Een houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 4 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin een minimaal aantal zaken wordt aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    7.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.2 Klachtenregeling oudercommissie

    Wet kinderopvang (artikel 1.60a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (art 1.60a Wko)

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500 indien deze ontbreekt;

    500 indien deze niet voldoet aan de eisen

    2.De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder zorgt voor naleving van de regeling (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin een minimaal aantal zaken wordt aangegeven (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5.De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 1.60a Wko).

    Laag

    Maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    6. Veiligheid en gezondheid

    6.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 tweede lid en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8 en 12)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1.De houder draagt er zorg voor dat samen met de gastouder door een bemiddelingsmedewerker van het bureau op het opvangadres in elke voor de op te vangen kinderen toegankelijke ruimte de veiligheidsrisico’s in een risico-inventarisatie vastgelegd worden (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 indien deze ontbreekt

    2.De houder draagt zorg voor een inventarisatie van de veiligheidsrisico’s door een bemiddelingsmedewerker van het bureau vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks voor elke woning waar gastouderopvang plaatsvindt (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3.De houder draagt er zorg voor dat de risico-inventarisatie de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, verstikking, verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden beschrijft (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 6 jo art 8 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    4.De houder draagt er zorg voor dat de gastouder en huisgenoten op de hoogte zijn van de uitkomsten van de risico-inventarisatie veiligheid en het daaruit voortvloeiende plan van aanpak (art 1.49 lid 2 Wko)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    5.De houder draagt er zorg voor dat de veiligheidsrisico’s worden gereduceerd door in het plan van aanpak preventieve maatregelen te beschrijven die effectief en adequaat zijn (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 4 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    6.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikelen 1.49 tweede lid en 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8 en 12)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    De houder draagt er zorg voor dat samen met de gastouder door een bemiddelingsmedewerker van het bureau op het opvangadres in elke voor de op te vangen kinderen toegankelijke ruimte de gezondheidsrisico’s in een risico-inventarisatie vastgelegd worden (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000 indien deze ontbreekt

    De houder draagt zorg voor een inventarisatie van de gezondheidsrisico’s door een bemiddelingsmedewerker van het bureau vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks voor elke woning waar gastouderopvang plaatsvindt (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    4000

    3De houder draagt er zorg voor dat de risico-inventarisatie de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen beschrijft (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 2 jo art 8 lid 3 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    4De houder draagt er zorg voor dat de gastouder en huisgenoten op de hoogte zijn van de uitkomsten van de risico-inventarisatie gezondheid en het daaruit voortvloeiende plan van aanpak (art 1.49 lid 2 Wko)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    5De houder draagt er zorg voor dat de gezondheidsrisico’s worden gereduceerd door in het plan van aanpak preventieve maatregelen te beschrijven die effectief en adequaat zijn. (art 1.49 lid 2 Wko jo art 12 lid 4 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1500

    6.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.56)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 10a en 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder heeft een protocol kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.56 Wko en art 10a en 15a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    8000

    6.3.1 Beleid protocol kindermishandeling

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    1De houder draagt er zorg voor dat de gastouder op de hoogte is van de inhoud van het protocol kindermishandeling(art 1.56 Wko en art 10a en 15a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000

    7. Kwaliteit gastouderbureau

    7.1 Kwaliteitscriteria

    Wet kinderopvang (artikelen 1.1 lid 1 en 1.56 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikelen 13, 14, 15 en 15d)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    Bestuurlijke boete

    De houder draagt er zorg voor dat per gastouder beoordeeld wordt hoeveel kinderen bij de betreffende gastouder verantwoord opgevangen kunnen worden (art 1.56 Wko jo art 13 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2000 per kind teveel

    De houder draagt zorg voor een intakegesprek met de gastouder (art 1.56 Wko jo art 15 lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    De houder draagt zorg voor een intakegesprek met de vraagouder (art 1.56 Wko jo art 15 lid 5 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    De houder draagt zorg voor een koppelingsgesprek voor elke nieuwe koppeling tussen vraag- en gastouder in de woning waar de opvang plaats vindt (art 1.56 Wko jo art 15 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    De houder draagt er zorg voor dat ieder opvangadres minstens twee maal per jaar wordt bezocht, waarbij het jaarlijkse voortgangsgesprek met de gastouder een onderdeel is van één van deze bezoeken (art 1.56 Wko jo art 15 lid 6 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250 per ontbrekend bezoek

    De houder evalueert jaarlijks mondeling de gastouderopvang met de vraagouders en legt deze schriftelijk vast (art 1.56 Wko jo art 15 lid 4 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    Een ondertekend origineel verslag van het evaluatiegesprek is aanwezig in het dossier op het gastouderbureau en een kopie is verstrekt aan de vraagouder.

    Hoog

    0-14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    1250

    4. Afwegingsmodel handhaving gastouderopvang

    De kwaliteitsaspecten voor voorzieningen voor gastouderopvang zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 1.

      Gastouderopvang in de zin van de wet

    • 2.

      Gastouder

    • 3.

      Accommodatie en inrichting

    • 4.

      Pedagogisch beleid

    • 5.

      Aantal kinderen

    • 6.

      Veiligheid en gezondheid

      1Gastouderopvang in de zin van de wet

    1.0 Gastouderopvang en handhaving

    Wet kinderopvang (Verzamelwet, wordt in de loop van 2011 vastgesteld), wordt later aan Handhavingsbeleid toegevoegd

     

     

     

    1 Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de gastouder.

     

     

    2 De gastouder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in de opvangsituatie te voorkomen.

     

     

    1.1 Gastouderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    Wet kinderopvang (artikel 1.1 eerste lid)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 4 eerste lid)

     

    Constatering

    gevolg

    1 De opvang vindt plaats door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    2 De opvang vindt plaats door een gastouder welke niet de ouder van de op te vangen kinderen is noch de partner van de vraagouder (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    3 De gastouder exploiteert maximaal één voorziening voor gastouderopvang (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastoudervang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    4 De opvang vindt plaats op het woonadres van de gastouder of van één van de vraagouders (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    5 De gastouder is niet inwonend bij de vraagouder (art 1.1 Wko jo art 4 lid 1 Beleidsregels werkwijze).

    Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    2 Gastouder

    2.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b, derde, vierde en vijfde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.56b lid 3 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Bij opvang in de woning van de gastouder zijn alle huisgenoten vanaf 18 jaar in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.56b lid 3 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het gastouderbureau overlegd (art 1.56b lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De verklaring omtrent het gedrag is bij aanvraag om opname in het landelijk register niet ouder dan twee maanden.

    OF

    De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden

    (art 1.56b lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.2 Onder toezicht

    Wet kinderopvang (artikel 1.1 eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder heeft geen kinderen die (tijdelijk) onder toezicht staan (art 1.1 lid 1 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder is niet (tijdelijk) ontheven of ontzet uit het ouderlijke gezag (art 1.1 lid 1 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.3 Deskundigheidseisen

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b, eerste lid)

    Besluit deskundigheidseisen gastouders kinderopvang (artikel 3 en 4)

    Regeling Wet kinderopvang (art 10 t/m 10c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder beschikt over een getuigschrift conform de ministeriële regeling.

    OF

    De gastouder beschikt over een EVC-bewijsstuk waaruit blijkt dat de gastouder voldoet aan alle competenties van de bij ministeriële regeling aangewezen MBO-2 opleiding(en).

    (art 1.56b Wko jo art 10-10b Regeling Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 (deze formulering is aangepast aan de laatste toevoegingen en wijkt daarmee af van letterlijke tekst modelrapport)

    De gastouder beschikt over:

    ·* een geregistreerd certificaat Eerste Hulp aan kinderen van het Oranje Kruis;

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Spoedeisende Hulpverlening bij Slachtoffers (SEHSO) of Spoedeisende Hulpverlening bij Kinderen (SEHBK) van NedCert;

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Acute Zorg bij kinderen van Nikta;

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Acute Zorgverlener Module Kind en Omgeving van Nikta

    ·OF

    ·* een geregistreerd certificaat Eerstehulpverlener van Nikta.

    (art 1.56b Wko jo art 10c Regeling Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.4 Overige eisen

    Wet kinderopvang (artikel 1.1 eerste lid en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a onder a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder is 18 jaar of ouder (artikel 1.1 lid 1 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder is telefonisch bereikbaar (artikel 1.56b Wko jo 15a sub a Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2.5 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang (artikel 1.55)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 Wko).

    OF

    Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, daar de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3. Accomodatie en inrichting

    3.1 Woning

    Wet kinderopvang (art 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De woning waar gastouderopvang plaats vindt is te allen tijde rookvrij (art 1.56b Wko en art 15c lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De woning waar gastouderopvang plaats vindt beschikt over voldoende binnenspeelruimte voor kinderen, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 sub 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De woning waar gastouderopvang plaats vindt beschikt over voldoende buitenspeelmogelijkheden voor kinderen, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 2 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De woning waar gastouderopvang plaats vindt dient voorzien te zijn van voldoende en werkende rookmelders (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 3 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3.2 Slaapruimte

    Wet kinderopvang (art 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Er is een afzonderlijke slaapruimte voor in ieder geval kinderen tot anderhalf jaar (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De slaapruimte is afgestemd op het aantal op te vangen kinderen (art 1.56b Wko en art 15c lid 1 onder 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 Pedagogisch beleid

    4.1 Pedagogische praktijk

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15b)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder kent de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.56b Wko en art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder handelt conform het pedagogisch beleidsplan(artikel 1.56b en art 15b onder c Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4.2 Emotionele en sociale veiligheid, persoonlijke competenties, overdracht normen en waarden

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteitkinderopvang (artikel 11 en 15b onder c)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder draagt zorg voor het waarborgen van sociaal emotionele veiligheid (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder biedt de opvangkinderen de mogelijkheid om tot ontwikkeling van persoonlijke competentie te komen (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De gastouder biedt de opvangkinderen de mogelijkheid om tot ontwikkeling van sociale competentie te komen (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De gastouder draagt zorg voor de overdracht van normen en waarden (art 1.56b Wko en art 11 en 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    5 Aantal kinderen

    5.1 Aantal kinderen

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15d)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Bij een gastouder worden maximaal twee kinderen van 0 jaar gelijktijdig opgevangen (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Bij een gastouder worden maximaal vier kinderen van 0 en 1 jaar gelijktijdig opgevangen (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 Bij een gastouder worden maximaal vijf kinderen gelijktijdig opgevangen, als de kinderen (op te vangen én eigen kinderen) allemaal jonger zijn dan 4 jaar (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    OF

    Bij een gastouder worden maximaal zes kinderen gelijktijdig opgevangen, als de op te vangen kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar zijn. Eigen kinderen tot 10 jaar worden meegerekend (art 1.56b Wko en art 15d lid 3)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    5.2 Achterwacht

    Wet kinderopvang (artikel 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15b onder b)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Indien er drie of meer kinderen op het opvangadres aanwezig zijn, dan is ondersteuning van de gastouder door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld (artikel 1.56b Wko en art 15b onder b).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De achterwacht is telefonisch bereikbaar tijdens de opvangtijden (artikel 1.56b Wko en art 15b onder b).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De achterwacht is in geval van calamiteiten binnen 15 minuten op het opvangadres aanwezig (artikel 1.56b Wko en art 15b onder b).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6 Veiligheid en gezondheid

    6.1 Risico-inventarisatie veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder heeft op het opvangadres een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.1.1 Beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 8, 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen ((art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Er is een registratie van ongevallen, waarbij per ongeval de aard en plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum van het ongeval en een overzicht van te treffen maatregelen worden vermeld (art 1.56b Wko en art 15e lid 5 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De gastouder is op de hoogte van de risico’s en handelt conform het plan van aanpak (art 1.56b Wko en art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De gastouder informeert de volwassen huisgenoten over de risico’s en de daarbij behorende maatregelen uit het plan van aanpak (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.2 Risico-inventarisatie gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder heeft op het opvangadres een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.2.1 Beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12 en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (art 1.56b Wko en art 15e lid 1 Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 12, 15 b en 15e)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    3 De gastouder is op de hoogte van de risico’s en handelt conform het plan van aanpak (art 1.56b Wko en art 15b sub c Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    4 De gastouder informeert de volwassen huisgenoten over de risico’s en de daarbij behorende maatregelen uit het plan van aanpak (art 1.56b Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.3 Protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Op het opvangadres is een protocol kindermishandeling van het gastouderbureau aanwezig (art 1.49 Wko en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    6.3.1 Uitvoering beleid protocol kindermishandeling

    Wet kinderopvang (artikel 1.49 en 1.56b)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang (artikel 15a)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Hersteltermijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 De gastouder kent de inhoud van het protocol (art 1.49 en 1.56b Wko en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    2 De gastouder handelt aantoonbaar naar het protocol (art 1.49 en 1.56b Wko en art 10a Beleidsregels kwaliteit).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

     

    5. Afwegingsmodel handhaving peuterspeelzaal

    De kwaliteitsaspecten voor de peuterspeelzaal zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

    • 1.

      Peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    • 2.

      Ouders

    • 3.

      Personeel

    • 4.

      Veiligheid en gezondheid

    • 5.

      Groepsgrootte en beroepskracht/vrijwilliger-kind-ratio

    • 6.

      Pedagogisch beleid

    • 7.

      Klachten

    • 8.

      Voorschoolse educatie

    Voor het boetebeleid (de bestraffende sanctie) geldt dat dit alleen van toepassing is op niet-gesubsidieerde instellingen (art 2.27 Wko). 1 Peuterspeelzaalwerk in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

    1.1Peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.1)

    Beleidsregels werkwijze toezichthouder (artikel 4, eerste lid)

     

    Constatering

    gevolg

    1Gedurende het verblijf in de peuterspeelzaal wordt verzorging en opvoeding geboden en wordt een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van kinderen.

    Indien niet voldaan: geen peuterspeelzaal in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    2Het verblijf in de peuterspeelzaal is uitsluitend bestemd voor kinderen in de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs.

    Indien niet voldaan: geen peuterspeelzaal in de zin van de wet.

    Verwijdering uit landelijk register

    2 Ouders

    2.1Informatie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikelen 2.11 en 2.21 vierde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikelen 19 en 20 tweede lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art. 2.11 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.De houder informeert de ouders en de kinderen tot welke peuterspeelzaalgroep het kind behoort en welke beroepskrachten op welke dag voor welke groep verantwoordelijk zijn en welke vrijwilligers op deze dag aanwezig zijn (art 2.11 Wko en art 19 lid 2 Beleidsregels kwaliteit).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De houder legt een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 2.21 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 2.11 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5. De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie.

    (art 2.11 Wko)

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    Items 2.2 t/m 2.3.2 zijn alléén van toepassing op niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen

    2.2 Reglement oudercommissie,

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.16 en 2.17)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 2.16 lid 1 Wko)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500

    2.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.16)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1 Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 2.16 lid 2 sub a Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 2.16 lid 2 sub b Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 2.16 lid 2 sub c Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4. Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 2.16 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    5 De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 2.16 lid 5 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3 Instellen oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.15 eerste lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art. 2.15 lid 1 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3.1 Voorwaarden oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.15, tweede, derde en vierde lid)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder is geen lid (art 2.15 lid 2 en 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.Het personeel is geen lid (art 2.15 lid 3 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    3.De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 2.15 lid 2 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    4.De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 2.15 lid 4 Wko).

    Laag

    maximaal 6 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    500

    2.3.2 Adviesrecht oudercommissie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.17)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art. 2.17 lid 1 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    2.De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art. 2.17 lid 4 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3.Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art. 2.17 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    4.De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen(art. 2.17 lid 3 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    750

    3 Personeel

    3.1 Verklaring omtrent het gedrag

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.6, derde, vierde en vijfde lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 21)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1.Personen werkzaam bij de peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 2.6 lid 3 Wko en art 21 lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende VOG

    2.De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij de peuterspeelzaal overlegd (art 2.6 lid 4 Wko)

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

    3.De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 2.6 lid 4 Wko).

    Hoog

    maximaal 14 dagen

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per te oude VOG

    3.2 Passende beroepskwalificatie

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.6 eerste lid)

    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (artikel 9 eerste lid en artikel 24)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1Alle beroepskrachten beschikken over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie overeenkomstig de CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening (art 2.6 lid 1 Wko en art 20 lid 1 Beleidsregels kwaliteit)

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

    3.3 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (artikel 2.12)

     

     

     

    herstellende sanctie

    bestraffende sanctie

     

    Prioriteit

    Herstelter-mijn

    Stap 1

    Stap 2

    Stap 3

    Stap 4

    bestuurlijke boete

    1a De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 2.12 lid 1 Wko).

    OF

    1b Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 2.12 lid 2 Wko).

    Gemiddeld

    maximaal 2 maanden

    Aanwijzing

    Last onder dwangsom

    Exploitatie-verbod

    Verwijdering uit landelijk register

    2500