<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR113846_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leerdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vijfheerenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Kontakt, 22-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=2a">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raad/10-00284</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leerdam,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november
                        2010;</al><al>overwegende de noodzaak om de <extref doc="http://leerdam.regelingenbank.nl/regelingen/Parkeerverordening-1992">parkeerverordening 1992</extref> aan te passen aan moderne
                        ontwikkelingen en inzichten;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet%20/article=149">artikel 149 van de Gemeentewet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=2a">artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de</al><al>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van
                        vergunningen voor het parkeren 2011 (Parkeerverordening 2011).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>l</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van Burgemeester en Wethouders van
                                    Leerdam;</al></li><li nr="b."><al>WVW 1994: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994">Wegenverkeerswet</extref> van 21 april 1994 (Staatsblad
                                    1994, 475);</al></li><li nr="c."><al>RVV 1990: het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">Reglement verkeersregels en verkeerstekens</extref> van 26
                                    juli 1990 (Staatsblad 1990, 459);</al></li><li nr="d."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken,
                                    op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer
                                    openstaande terreinen of weggedeelten waarop dit doen of laten
                                    staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="e."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">RVV 1990</extref> en hetgeen onder een brommobiel wordt
                                    verstaan in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">RVV 1990</extref>;</al></li><li nr="f."><al>vergunning: een door het college op grond van deze verordening
                                    verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een
                                    motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerplaatsen;</al></li><li nr="g."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="h."><al>vergunningbewijs: het schriftelijke bewijsstuk van de vergunning
                                    dat aan de vergunninghouder wordt verstrekt nadat hij de
                                    verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan;</al></li><li nr="i."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip
                                    van persoonlijke parkeermeters en verzamelparkeermeters en
                                    hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                                    parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="j."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats ten aanzien waarvan
                                    het parkeren wordt geregeld door parkeerapparatuur of digitaal
                                    parkeersysteem;</al></li><li nr="k."><al>vergunninghoudersplaats: een parkeerplaats die: </al><lijst><li nr="-"><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage l van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">RVV 1990</extref>, of</al></li><li nr="-"><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage l van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">RVV 1990</extref> met het opschrift zone, voorzover
                                            deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het kentekenregister als
                                    houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het
                                    motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in
                                    het register was ingeschreven;</al></li><li nr="m."><al>kentekenregister: het register betreffende opgegeven kentekens,
                                    bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=42">artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994</extref>;</al></li><li nr="n."><al>bewonersvergunning: een vergunning, afgegeven op kenteken,
                                    bestemd voor bewoners uit de gebieden waar
                                    vergunninghoudersplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                                    zijn;</al></li><li nr="o."><al>zelfstandige woning: een woning welke een eigen toegang heeft en
                                    welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn
                                    van wezenlijke voorzieningen buiten die woning;</al></li><li nr="p."><al>zakelijke vergunning: een vergunning, afgegeven op naam, bestemd
                                    voor bedrijven uit de gebieden waar vergunninghoudersplaatsen of
                                    parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn;</al></li><li nr="q."><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen uit meer dan één zelfstandige woning en een
                                    aanbieder;</al></li><li nr="r."><al>aanbieder: de rechtspersoon die motorvoertuigen voor autodate
                                    ter beschikking stelt;</al></li><li nr="s."><al>deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft
                                    gesloten inzake autodate;</al></li><li nr="t."><al>wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een
                                    parkeervergunning.</al></li><li nr="u."><al>vergunninghouderssector: een aaneengesloten gebied dat bestaat
                                    uit één of meerdere weggedeelte(n) dat is of die zijn aangewezen
                                    als bestemd voor het parkeren door vergunninghouders;</al></li><li nr="v."><al>parkeergelegenheid op eigen terrein (poet): een parkeerplaats op
                                    eigen terrein of in een garage waarover de aanvrager kan
                                    beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur of
                                    ingebruikgeving of parkeerplaats(en) welke de aanvrager kan
                                    huren of kopen in een garage of op een open perceel grond.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN
                            VERGUNNINGBEWIJZEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                    aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                    vergunninghouders.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                    vaststellen waarop het parkeren op de in het eerste lid bedoelde
                                    weggedeelten aan vergunninghouders is toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een
                                    vergunning verlenen voor het parkeren op
                                    vergunninghoudersplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. Een
                                    vergunning kan worden verleend aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in
                                            een gebied waar vergunninghoudersplaatsen of mede door
                                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                            aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig die een
                                            beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                            vergunninghoudersplaatsen of mede door vergunninghouders
                                            te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en
                                            die aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of
                                            bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                            motorvoertuig te kunnen parkeren;</al></li><li nr="c."><al>de door het college erkende aanbieder van een
                                            motorvoertuig bestemd voor autodate;</al></li><li nr="d."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig die in de
                                            gezondheidszorg of serviceverlening werkzaam is en
                                            aantoont dat het in het belang van diens
                                            beroepsuitoefening noodzakelijk is om regelmatig een
                                            motorvoertuig te kunnen parkeren op
                                            vergunninghoudersplaatsen of
                                            parkeerapparatuurplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze
                                            tijdelijk een motorvoertuig moet kunnen parkeren in een
                                            gebied waar vergunninghoudersplaatsen of mede door
                                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook
                                    verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet
                                    voldoen aan één van de in het eerste lid genoemde
                                    voorwaarden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                    verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een
                                    goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></li><li nr="4."><al>Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid onder c kan het
                                    college voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot
                                    bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van
                                    door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede
                                    de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>, waaronder mede wordt begrepen
                                    het stimuleren van selectief autogebruik.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan per vergunninghouderssector het maximale aantal
                                    vergunningen vaststellen. Wanneer dit aantal is bereikt, wordt
                                    een wachtlijst opgesteld.</al></li><li nr="6."><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het
                                    aanvragen, het verlenen en het gebruik van de vergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen 6 weken na ontvangst van een aanvraag
                                    voor een vergunning.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                    hoogste vier weken verlengen. De aanvrager wordt van de
                                    verlenging in kennis gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning wordt voor maximaal 12 maanden verleend en wordt
                                    stilzwijgend verlengd door afgifte van een
                                    vergunningbewijs.</al></li><li nr="2."><al>Het vergunningbewijs bevat in ieder geval de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor het vergunningbewijs geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                            motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend of,
                                            indien het motorvoertuig geen kenteken heeft, andere
                                            kenmerken van het motorvoertuig.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen: </al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied waarvoor de
                                            vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar
                                            uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de
                                            omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van
                                            de vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                            vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan
                                            de vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                            onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>wanneer het voor de vergunning verschuldigde bedrag als
                                            bedoeld in <extref doc="http://leerdam.regelingenbank.nl/regelingen/Verordening-parkeerbelastingen-2011#artikel-2-belastbaar-feit">artikel 2 onder b van de Verordening
                                                parkeerbelastingen 2011</extref> niet tijdig is
                                            voldaan;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een vergunning weigeren indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager de beschikking heeft over
                                            parkeergelegenheid op eigen terrein of de mogelijkheid
                                            heeft daarover te beschikken;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager beschikt over een gereserveerde
                                            gehandicaptenparkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>een vergunning van de aanvrager in het jaar voorafgaande
                                            aan de beslissing op de aanvraag wegens het handelen in
                                            strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften
                                            of het verstrekken van onjuiste gegevens is
                                            ingetrokken;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager in de twee jaar voorafgaande aan de
                                            beslissing op de aanvraag gebruik heeft gemaakt van een
                                            vervalsing of onrechtmatige kopie van een
                                            vergunning.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>VERBODSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                    vergunninghoudersplaats slechts aan vergunninghouders is
                                    toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te
                                    houden: </al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is
                                            voorzien van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                            voorschriften en beperkingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven, in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig,
                                    te plaatsen of te laten staan op: </al><lijst><li nr="a."><al>een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>een vergunninghoudersplaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp
                                    op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of
                                    te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                    belemmerd of verhinderd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>STRAFBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III of van de krachtens artikel
                            3, zesde lid, van deze verordening vastgestelde nadere regels wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van
                            de eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering%20/article=141">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</extref> genoemde
                            opsporingsambtenaren en de door het college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011 dan wel een
                                    door het college bij openbaar besluit bekend te maken
                                    datum.</al></li><li nr="2."><al>De "<extref doc="http://leerdam.regelingenbank.nl/regelingen/Parkeerverordening-1992">Parkeerverordening 1992</extref>" van 18 juni 1992 wordt
                                    ingetrokken met ingang van 1 januari 2011 dan wel een door het
                                    college bij openbaar besluit bekend te maken datum.</al></li><li nr="3."><al>Aanwijzingsbesluiten worden geacht krachtens deze
                                    parkeerverordening te zijn genomen.</al></li><li nr="4."><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de "Parkeerverordening
                                    1992" blijven van kracht tot de termijn waarvoor zij werden
                                    verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.</al></li><li nr="5."><al>Aanwijzingen, voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de
                                    "Parkeerverordening 1992" of de “Parkeerverordening 1984”
                                    blijven van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd is
                                    verstreken of totdat zij worden ingetrokken.</al></li><li nr="6."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag voor een vergunning op grond van de
                                        "<extref doc="http://leerdam.regelingenbank.nl/regelingen/Parkeerverordening-1992">Parkeerverordening 1992</extref>" is ingediend en voor het
                                    tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de
                                    aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening
                                    toegepast.</al></li><li nr="7."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Parkeerverordening
                                    2011".</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering</al><al>van de raad van 25 november 2010</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al>Parkeerbeleid is vanouds een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk verkeer-
                    en vervoerbeleid. Parkeerbeleid is van belang in verband met de verbetering van
                    de bereikbaarheid en leefbaarheid op lokaal en regionaal niveau. Via
                    parkeerbeleid kunnen gemeenten de verdeling van de vaak schaarse parkeerruimte
                    reguleren en overlast voorkomen. Een goed instrument dat gemeenten kunnen
                    gebruiken voor de parkeerregulering is het invoeren van betaald parkeren en
                    parkeren door vergunninghouders (ook wel belanghebbendenparkeren) en autodate.
                    Veel grote en middelgrote gemeenten passen dit instrument reeds vele jaren
                    toe.</al><al>In het verleden heeft de VNG drie varianten voor een model-Parkeerverordeningen
                    en drie varianten voor een model-Verordeningen Parkeerbelastingen
                    opgesteld:</al><lijst><li nr="1."><al>model voor fiscale afhandeling;</al></li><li nr="2."><al>model voor strafrechtelijke afhandeling via de ‘Wet Mulder’</al></li><li nr="3."><al>model voor een gecombineerde fiscale en strafrechtelijke afhandeling via
                            de ‘Wet Mulder’.</al></li></lijst><al>Bij het model voor de fiscale afhandeling wordt de handhaving door de gemeenten
                    zelf gedaan door middel van het opleggen van een fiscale naheffingsaanslag,
                    wanneer iemand niet, niet geheel of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting
                    via de aangewezen parkeerapparatuur heeft voldaan.</al><al>Bij de strafrechtelijke afhandeling via de ‘Wet Mulder’ wordt de handhaving door
                    de politie, bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) en het openbaar ministerie
                    gedaan. Bij de gecombineerde variant wordt de handhaving via beide wegen
                    uitgevoerd.</al><al>Voor zover wij weten hebben (nagenoeg) alle gemeenten die betaald parkeren
                    hebben ingevoerd gekozen voor de fiscale afhandeling (variant 1). Op zich niet
                    vreemd, omdat gemeenten op deze manier de handhaving van het betaald parkeren
                    zelf in de hand hebben. De kosten die gemeenten hiervoor moeten maken kunnen
                    voor een groot deel worden gedekt door de opbrengsten van de naheffingsaanslag
                    (anno 2011 max. € 52 per naheffingsaanslag). De andere varianten worden niet (of
                    nauwelijks) toegepast. Dit is voor de VNG aanleiding geweest om nog slechts één
                    model-Parkeerverordening en één model-Verordening Parkeerbelastingen op te
                    stellen. Deze beide model-verordeningen sluiten naadloos op elkaar aan.</al><al>In de model-Parkeerverordening wordt vooral aandacht besteed aan het verlenen
                    van parkeervergunningen en is een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het
                    zonder vergunning parkeren op een belanghebbendenplaats en het plaatsen van
                    andere voorwerpen op parkeerplaatsen die bestemd zijn voor betaald parkeren of
                    belanghebbendenparkeren.</al><al>De model-Verordening Parkeerbelastingen gaat vooral over (het ontstaan van) de
                    belastingplicht, de maatstaf en de wijze van de heffing, de betaling en de
                    naheffingsaanslag.</al><al><vet>FISCALISERING EN BELANGHEBBENDENPARKEREN</vet></al><al>Alleen het parkeren bij parkeerapparatuur (parkeermeters, parkeerautomaten en
                    verder alles wat hieronder kan worden verstaan) kan worden gefiscaliseerd. Bij
                    deze apparatuur wordt een parkeerbelasting geheven. Het college van burgemeester
                    en wethouders wijst de gebieden aan waar het betaald parkeren wordt ingevoerd.
                    Bij niet-, niet geheel of niet tijdige betaling van de parkeerbelasting wordt
                    het verschuldigde parkeergeld nageheven en worden ook de kosten van de
                    naheffingsaanslag doorgerekend.</al><al>Bij belanghebbendenparkeren wordt ook een parkeerbelasting betaald voor het
                    verkrijgen van een parkeervergunning, waarmee in een bepaald gebied mag worden
                    geparkeerd. Het college van burgemeester en wethouders wijst de gebieden aan
                    waar belanghebbendenparkeren wordt ingevoerd. Wanneer iemand zijn auto zonder
                    vergunning parkeert in een belanghebbendengebied (aangeduid met bord E9 uit
                    bijlage 1 van het RVV 1990), kan geen naheffingsaanslag worden opgelegd. Het
                    zonder vergunning parkeren is strafbaar gesteld in de model-Parkeerverordening
                    (art. 9) en komt in principe alleen voor strafrechtelijke handhaving via de ‘Wet
                    Mulder’ in aanmerking.</al><al>Gemeenten hebben de mogelijkheid om de handhaving binnen belanghebbendengebieden
                    toch te fiscaliseren. Zij kunnen dit doen door in het belanghebbendengebied ook
                    parkeerapparatuur neer te zetten, nadat dit gebied door het college ook als
                    betaald parkeergebied is aangewezen. In feite is dan sprake van een gecombineerd
                    gebied voor betaald parkeren én belanghebbendenparkeren. Wanneer iemand in zo’n
                    gebied parkeert zonder vergunning én zonder betaling van de parkeerbelasting,
                    kan alsnog een naheffingsaanslag worden opgelegd. Dit betekent wel dat op de
                    parkeerplaatsen, die voor belanghebbendenparkeren bestemd waren, ook andere
                    parkeerders geduld moeten worden. Om te voorkomen dat het belanghebbendengebied
                    geheel door de losse parkeerders wordt bezet, kan een hoog (dag)tarief worden
                    gehanteerd waardoor het parkeren door anderen dan vergunninghouders wordt
                    ontmoedigd.</al><al><vet>AUTODATE</vet></al><al>Onder autodate wordt verstaan het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik
                    van een auto op basis van een overeenkomst tussen meerdere partijen (zie art.1
                    onder q van de Parkeerverordening). Vergunningen voor aanbieders van
                    motorvoertuigen bestemd voor autodate worden verleend met het oog op de bijdrage
                    die daardoor kan worden geleverd aan het selectief gebruik van de auto. De
                    voorschriften en beperkingen waaronder de vergunningen worden verleend en de
                    gronden waarop vergunningen worden geweigerd zouden dan ook betrekking moeten
                    hebben op deze bijdrage aan het publiek belang.</al><al>Om autodateplaatsen te kunnen reserveren in gebieden met een lage parkeerdruk is
                    het noodzakelijk om het motief van de verordening expliciet te verbreden naar de
                    in artikel 2, tweede lid van de Wegenverkeerswet genoemde motieven: het
                    voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of
                    schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer,
                    waarbij onder het laatste ook wordt verstaan het bevorderen van selectief
                    autogebruik.</al><al>Bij de besluitvorming over het afgeven van een vergunning voor een
                    autodateplaats kunnen gemeenten de volgende criteria een rol laten spelen:</al><lijst><li nr="•"><al>de beschikbaarheid van de auto voor deelnemers dag en nacht</al></li><li nr="•"><al>het ophalen en terugbrengen van de auto is makkelijk en dicht in de
                            buurt</al></li><li nr="•"><al>het systeem draagt bij aan een bewust en selectief autogebruik</al></li><li nr="•"><al>de afspraken tussen aanbieder en deelnemers zijn van langere duur (dus
                            niet incidenteel)</al></li><li nr="•"><al>de (technische) kwaliteit en service bij ongevallen en storingen is
                            goed.</al></li></lijst><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al><vet>Aanhef</vet></al><al>In de aanhef van de Parkeerverordening dienen de artikelen 149 Gemeentewet en 2a
                    Wegenverkeerswet 1994 opgenomen te worden. Op grond van het eerste artikel mogen
                    autonome verordeningen worden opgesteld en op grond van het tweede artikel
                    behouden gemeenten hun autonome regelgevende bevoegdheid ten aanzien van het
                    onderwerp waarin de Wegenverkeerswet voorziet, voorzover die regels niet in
                    strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voorzover
                    verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen.</al><al><vet>AFDELING I DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</vet></al><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al>d. parkeren</al><al>In de Parkeerverordening is aansluiting gezocht bij de definitie van het begrip
                    parkeren in artikel 225 van de Gemeentewet en dus niet bij de definitie uit
                    artikel 1 onder ac. van het RVV 1990. Er is gekozen voor deze definitie, omdat
                    het invoeren van betaald parkeren en vergunninghoudersparkeren ook gebaseerd is
                    op artikel 225 van de Gemeentewet.</al><al>e. motorvoertuigen</al><al>Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet kunnen parkeerbelastingen worden
                    geheven voor het parkeren met voertuigen. In de model-Parkeerverordening is
                    ervoor gekozen om de werking van deze verordening te beperken tot
                    motorvoertuigen, zoals bedoeld in artikel 1 onder z van het RVV 1990 met
                    inbegrip van brommobielen. In dit artikel wordt onder motorvoertuigen verstaan:
                    ‘alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met
                    trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails
                    te worden voortbewogen’. Een brommobiel is in het RVV 1990 (art. 1 onder ia)
                    gedefinieerd als een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een
                    carrosserie. Brommobielen vallen dus niet onder de definitie van
                    motorvoertuigen. In artikel 2a van het RVV 1990 is echter bepaald dat de regels
                    voor motorvoertuigen ook van toepassing zijn op brommobielen en de bestuurders
                    en passagiers van brommobielen. Bestuurders van brommobielen moeten zich in het
                    verkeer dus gedragen als een ‘gewone’ automobilist. Dit geldt ook voor het
                    parkeren met een brommobiel. Daarom is ervoor gekozen de Parkeerverordening en
                    de Verordening parkeerbelastingen ook van toepassing te verklaren op
                    brommobielen</al><al>i .houder</al><al>In de definitie van het begrip houder komt het begrip ‘motorrijtuig’ voor. Dit
                    is gedaan, omdat in de WVW 1994 bepaald is dat motorrijtuigen over een kenteken
                    moeten beschikken. Het RVV 1990, waarin onder andere bepalingen over parkeren
                    zijn opgenomen, spreekt daarentegen over motorvoertuigen. Dit is op zich
                    verwarrend, maar materieel gezien komen de definities van beide begrippen
                    goeddeels overeen.</al><al>q. autodate</al><al>De omschrijving van het begrip autodate is bewust ruim gelaten, om ruimte te
                    bieden aan verschillende vormen van autodate. Anderzijds dient autodate te
                    worden onderscheiden van andere, met name reguliere vormen van autoverhuur,
                    hetgeen uiteraard niet betekent dat reguliere autoverhuurbedrijven geen autodate
                    kunnen aanbieden. Deze 'reguliere' vormen van autoverhuur vallen niet onder
                    autodate, omdat het daarbij niet gaat om herhaald gezamenlijk gebruik op grond
                    van een overeenkomst. Bij autodate worden overeenkomsten gesloten tussen
                    meerdere deelnemers en een aanbieder op grond waarvan deelnemers meerdere malen
                    een auto kunnen gebruiken. Bij reguliere autohuur wordt in beginsel per
                    huurperiode een overeenkomst gesloten.</al><al><vet>AFDELING II PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN
                        VERGUNNINGBEWIJZEN</vet></al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden waarop met een
                    vergunning op belanghebbendenplaatsen geparkeerd kan worden, dient bij of
                    krachtens deze verordening te worden geregeld. Het aanwijzen van de gebieden,
                    plaatsen en tijden voor het parkeren bij parkeerapparatuur gebeurt op basis van
                    de Verordening Parkeerbelastingen. Uit praktische overwegingen is de
                    aanwijzingsbevoegdheid bij het college neergelegd.</al><al>De aanwijzing van belanghebbendengebieden is in principe alleen mogelijk voor
                    gebieden waar een redelijke mate van parkeerdruk aanwezig is. Voor het aanwijzen
                    van een autodateplaats is de aanwezigheid van parkeerdruk niet perse
                    noodzakelijk. Het motief van het aanwijzen van zo’n autodateplaats is veel meer
                    gelegen in het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast,
                    hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet
                    milieubeheer (zie artikel 2, tweede lid WVW 1994).</al><al>Autodate levert een bijdrage aan een selectiever autogebruik en daarmee aan het
                    verbeteren van de luchtkwaliteit en het verminderen van de geluidsoverlast door
                    het verkeer. Het reserveren van een autodateplaats in een gebied met een lage
                    parkeerdruk is nodig om autodate als werkbaar alternatief voor de eigen auto te
                    kunnen aanbieden. Voorkomen moet worden dat de gebruiker van een date-auto eerst
                    de gehele buurt moet gaan afzoeken naar de plek waar de date-auto door de vorige
                    gebruiker is geparkeerd. Het welslagen van autodatesystemen is in grote mate
                    afhankelijk van de mate waarin de aanbieder een dienst kan aanbieden die
                    hetzelfde gebruikersgemak kent als 'de (eigen) auto voor de deur'.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Het college kan parkeervergunningen afgeven voor het parkeren op plaatsen voor
                    belanghebbenden of met parkeerapparatuur. Het college kan tevens nadere regels
                    stellen voor het indienen van aanvragen en het verlenen van de
                    parkeervergunning. Hierbij kan worden gedacht aan het stellen van
                    indieningvereisten voor het aanvragen van een parkeervergunning. Ook kan het
                    college regels stellen voor personen of bedrijven die nog niet in het
                    vergunningenhoudersgebied wonen of gevestigd zijn, maar die dat wel binnen
                    afzienbare tijd gaan doen. Zij zouden alvast op een eventuele wachtlijst voor
                    een parkeervergunning kunnen worden gezet. Wel zullen zij voldoende hard moeten
                    kunnen maken dat zij ook daadwerkelijk in het betreffende gebied gaan wonen of
                    zich daar gaan vestigen met een bedrijf. Denk hierbij een koopcontract of
                    huurcontract.</al><al>In het derde lid worden verschillende categorieën belanghebbenden genoemd die in
                    aanmerking kunnen komen voor een parkeervergunning. In de verordening zijn vijf
                    categorieën opgenomen: bewoners, bedrijven, autodate en dienstverleners, zoals
                    huisartsen en servicebedrijven, waaronder ook incidentele en of tijdelijke
                    vergunningen.</al><al>Parkeervergunningen voor autodate worden veelal verleend aan bedrijven die zich
                    bezighouden met het aanbieden van date-auto’s. Deze vergunningen zijn geldig de
                    voor specifiek aangewezen autodateplaatsen. Daarnaast kunnen dit soort
                    vergunningen ook worden verleend aan natuurlijke personen of aan een maatschap
                    ten behoeve van particuliere autodate. De Vereniging voor Gedeeld Autogebruik
                    heeft een standaard-maatschapovereenkomst voor particuliere autodate: zie
                    www.autodate.nl</al><al>Een parkeervergunning voor autodate kan ook worden verleend voor een
                    subcategorie. Als bijvoorbeeld in één straat meerdere aanbieders van autodate
                    standplaatsen hebben, kunnen vergunningen worden verleend voor categorie III
                    (autodate) in zone A (wijk X), subcategorie 2 (plaatsen voor aanbieder Z).
                    Hiermee kan worden voorkomen dat een auto van bedrijfsmatige aanbieder Y wordt
                    geparkeerd op plaatsen gereserveerd voor een auto van aanbieder Z.</al><al>Door in de parkeerverordening te verwijzen naar categorieën en deze middels een
                    onderbord ook bij de parkeerplaats zelf te vermelden, is het de betrokken
                    vergunninghouders ook bekend waar zij kunnen parkeren. Voor een uitgebreider
                    behandeling van de parkeerbebording verwijzen wij naar de CROW-uitgave
                    'Richtlijn parkeerbebording' (publicatie 134, 1999).</al><al>In het vierde lid is een soort hardheidsclausule opgenomen. In bijzondere
                    gevallen kan het college ook een (tijdelijke) parkeervergunning verlenen aan de
                    eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de
                    vereisten die in het derde lid zijn opgenomen. Hierbij kan onder andere worden
                    gedacht aan de eerder genoemde personen of bedrijven die nog niet in het
                    vergunningenhoudersgebied wonen of gevestigd zijn, maar die dat wel binnen
                    afzienbare tijd gaan doen.</al><al>Om te voorkomen dat er voor een bepaald gebied teveel parkeervergunningen worden
                    uitgegeven, is het verstandig om direct bij de invoering van een
                    belanghebbendengebied het maximum aantal uit te geven vergunningen te bepalen.
                    Hierbij kan ook onderscheid worden gemaakt naar de verschillende categorieën
                    parkeervergunningen, waarbij het in de praktijk vooral zal gaan om het aantal
                    bewonersvergunningen en bedrijfsvergunningen. Hoewel een parkeervergunning geen
                    absoluut recht geeft op een parkeerplaats in een aangewezen
                    belanghebbendengebied, moet de vergunninghouder er wel op kunnen vertrouwen dat
                    hij zijn auto doorgaans kwijt kan in dat gebied. Wanneer het maximum aantal uit
                    te geven parkeervergunningen is bereikt, kan het college de parkeervergunning
                    weigeren en de betreffende persoon of het betreffende bedrijf op een wachtlijst
                    plaatsen</al><al>Op grond van het zesde lid kunnen met het oog op een goede verdeling van de
                    beschikbare parkeerruimte aan de vergunning zowel beperkingen worden verbonden
                    met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
                    tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. Vergunningen kunnen ook worden
                    verleend voor bepaalde zones, om te voorkomen dat vergunninghouders overal
                    elders in de gemeente gratis kunnen parkeren.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een
                    beslissing wordt genomen op een aanvraag voor een vergunning. Om voor de
                    aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijn de termijnen in de verordening zelf
                    opgenomen. In de verordening is een beslistermijn van vier weken opgenomen, die
                    eenmaal met ten hoogste vier weken kan worden verlengd. Normaal gesproken moet
                    een parkeervergunning binnen vier weken kunnen worden verstrekt. Mocht dit in
                    een enkel geval onverhoopt niet lukken, dan kan deze termijn worden verlengd met
                    vier weken.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>De termijnen waarvoor de parkeervergunningen worden verleend, verschillen sterk
                    van gemeente tot gemeente. Het varieert van vergunningen voor onbepaalde tijd
                    tot vergunningen voor een periode van 1 jaar. De tekst moet op dit punt worden
                    aangepast aan de in de gemeente gangbare praktijk.</al><al>Het is mogelijk om een parkeervergunning voor onbepaalde tijd ofwel tot
                    wederopzegging te verlenen. Het voordeel hiervan is dat er minder
                    administratieve lasten bij de burger en het bedrijfsleven komen te liggen, omdat
                    zij niet steeds opnieuw een nieuwe vergunning behoeven aan te vragen. Ook de
                    administratieve lasten van het gemeentelijke apparaat komen hierdoor lager te
                    liggen dan bij tussentijdse verlenging. Een mogelijk nadeel is dat eenmaal
                    uitgegeven vergunningen alleen ingetrokken of gewijzigd kunnen worden op grond
                    van de in de verordening genoemde criteria. De intrekkings- en wijzigingsgronden
                    in artikel 6 zijn echter zodanig ruim geformuleerd, dat inspelen op gewijzigde
                    omstandigheden ook dan mogelijk is.</al><al>Wanneer gekozen wordt voor een parkeervergunning voor onbepaalde tijd is het
                    verstandig om wél jaarlijks – na betaling van de parkeerbelasting – een nieuw
                    vergunningbewijs te verstrekken. Dit vergunningbewijs moet achter de voorruit
                    worden bevestigd, zodat de parkeercontroleurs eenvoudig kunnen zien dat er nog
                    steeds sprake is van een geldige parkeervergunning.</al><al>Om de controle op de naleving van het belanghebbendenparkeren efficiënt te laten
                    verlopen, moet zo min mogelijk informatie op de vergunning worden vermeld. Een
                    overmaat aan informatie bemoeilijkt de waarneming voor de controleurs (veel
                    lezen, kleine letters etcetera). Wanneer er toch behoefte bestaat aan meer
                    informatie, zou deze op de achterzijde van de vergunning vermeld kunnen worden.
                    Ook is het denkbaar de vergunning vouwbaar uit te voeren of een bijlage te
                    verstrekken. Om fraude te bemoeilijken (het maken van bij voorbeeld een
                    fotokopie) is het denkbaar de vergunning in meer kleuren uit te voeren. In dat
                    geval moet gelet worden op de kleurechtheid van de inkt en/of het papier.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>In de aanhef van dit artikel wordt aangegeven dat het college een
                    parkeervergunning 'kan’ intrekken of wijzigen. Bedoeld is hiermee aan te geven
                    dat het ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders staat of
                    een vergunning daadwerkelijk moet worden ingetrokken of gewijzigd, wanneer een
                    van de opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is limitatief
                    bedoeld. Om andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden ingetrokken of
                    gewijzigd.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Deze bepaling is opgenomen voor situaties waarin er sprake is van een gebied
                    waarbinnen géén betaald parkeerregime geldt, maar waarbinnen alléén met een
                    parkeervergunning mag worden geparkeerd. Zoals in de algemene toelichting
                    aangegeven kan géén fiscale naheffingsaanslag worden opgelegd bij het zonder
                    vergunning parkeren in een belanghebbendengebied ‘sec’. De fiscale aanpak van
                    het niet betalen van de parkeerbelasting is, gelet op artikel 234 van de
                    Gemeentewet, alleen mogelijk bij parkeerapparatuurplaatsen. Daarom moet in de
                    verordening een strafbepaling worden opgenomen, die alleen voor strafrechtelijke
                    handhaving via de ‘Wet Mulder’ in aanmerking komt.</al><al>Alleen indien sprake is van een gecombineerd gebied voor betaald parkeren én
                    belanghebbendenparkeren, kan wél een naheffingsaanslag worden opgelegd, wanneer
                    iemand parkeert zonder geldige vergunning én zonder te betalen in de
                    parkeerapparatuur.</al><al>Voor het parkeren op parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur zonder (geldige)
                    vergunning is geen strafbaarstelling nodig. Op die plaatsen kan immers wel het
                    fiscale regime gehanteerd worden.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Ook dit artikel bevat een verbodsbepaling voor gedragingen die niet
                    gefiscaliseerd kunnen worden. Deze bepalingen moeten, ongeacht of tot
                    fiscalisering wordt overgegaan of niet, in de verordening opgenomen worden.</al><al>Een 'bijvulverbod' is niet opgenomen, omdat dit in strijd zou zijn met het
                    fiscale regime. Wanneer de parkeertijd, waarvoor een bestuurder heeft betaald,
                    is verstreken moet hij (opnieuw) aangifte doen. Als hij niet aan die
                    verplichting voldoet, wordt hem, in geval van constatering, een
                    naheffingsaanslag opgelegd. Wanneer een bijvulverbod geldt, zou de parkeerder
                    een strafbaar feit plegen, terwijl hij wél aan zijn belastingplicht voldoet. Een
                    bijvulverbod is derhalve onder een fiscaal regime niet mogelijk.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen,
                    op parkeerapparatuur- en belanghebbendenplaatsen. Het plaatsen van dergelijke
                    voorwerpen belemmert het normale gebruik van de bedoelde parkeerplaatsen en
                    doorkruist daarmee de beoogde parkeerregulering. Het gaat hier om gedragingen
                    die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet dan ook,
                    ongeacht of tot fiscalisering wordt overgegaan, in de verordening worden
                    opgenomen.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                    verordeningen een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                    tweede categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak
                    kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld.</al><al>Gezien de ernst van een parkeerovertreding lijkt het minder gewenst om daarop de
                    zwaarste strafsanctie te stellen. Er is daarom gekozen voor een hechtenis van
                    maximaal een maand of een geldboete van de eerste categorie. Het openbaar maken
                    van de rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij
                    parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Het opnemen daarvan in de
                    Parkeerverordening is daarom achterwege gelaten.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met het houden van toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften, zo
                    volgt uit artikel 5:11 Awb. Deze personen kunnen (deels) categoraal en (deels)
                    individueel worden aangewezen. Voor een uitgebreide toelichting op deze
                    bepalingen verwijzen wij naar de toelichting op in de model Algemene
                    Plaatselijke Verordening (APV) van de VNG.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>De bedoeling van de overgangbepalingen is om te voorkomen dat er strijd ontstaat
                    tussen de oude en de nieuwe verordening. Verder dienen met name de bestaande
                    aanwijzigingsbesluiten en andere regelgeving onder de nieuwe verordening
                    vooralsnog behouden blijven.</al><al>Overige opmerkingen</al><al>Gezien de nauwe samenhang die er bestaat tussen de Parkeerverordening en de
                    Verordening Parkeerbelastingen, dienen deze gelijktijdig in werking te treden.
                    Bovendien moeten op dat ogenblik de oude verordeningen worden ingetrokken.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>