<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR113163_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-09-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 212 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels
            voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de
            gemeente Leiderdorp</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leiderdorp;</al><al>gelezen het voorstel van het college van B&amp;W, nr. 11 d.d. 2 augustus
                        2011;</al><al>gezien het advies van commissie Bestuur en Maatschappij van 22 augustus
                        2011;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de Verordening op de uitgangspunten voor het financieel
                        beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting
                        van de financiële organisatie van de gemeente Leiderdorp.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel> Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.administratie:</al><al>Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                        informatie ten </al><al>behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen
                        van) de organisatie van de gemeente Leiderdorp en ten behoeve van de
                        verantwoording die daarvoor moet worden afgelegd.</al><al>b.financiële administratie:</al><al>Het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en
                        samenvoegen van (financiële) gegevens van (onderdelen van) de organisatie
                        van de gemeente Leiderdorp, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al><lijst><li nr="·"><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="·"><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="·"><al>de onderverdeling van de budgetten in de begroting;</al></li><li nr="·"><al>de herzieningen van de begroting d.m.v. begrotingswijzigingen;</al></li><li nr="·"><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden, alsmede</al></li><li nr="·"><al>tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover in
                                tussentijdse rapportages, jaarrekening of anderszins</al><al>c. financieel beleid:</al></li></lijst><al>De wijze waarop middelen ter beschikking komen en ter beschikking gekomen
                        middelen worden gebruikt om de gemeentelijke doelstellingen te
                        bereiken.</al><al>d.financieel beheer:</al><al>Het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en
                        het uitoefenen van rechten van de gemeente Leiderdorp.</al><al>e.rechtmatigheid:</al><al>Het in overeenstemming zijn met wet- en regelgeving, waaronder verordeningen
                        en raads- en collegebesluiten.</al><al>f.doelmatigheid:</al><al>Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet
                        van middelen.</al><al>g.doeltreffendheid:</al><al>De mate waarin de gemeente erin slaagt met de geleverde prestaties de
                        gestelde doelen of de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2 Planning en controlcyclus</nr></kop><al>De planning en controlproducten worden door het college aan de raad
                        aangeboden ter besluitvorming, danwel ter kennisneming. Het college biedt de
                        stukken steeds tijdig aan doch uiterlijk voor de raad:</al><lijst><li nr="a."><al>van het tweede kwartaal, de bestuursrapportage tot en met
                                maart;</al></li><li nr="b."><al>vóór 15 juli, de jaarstukken van het voorgaande jaar;</al></li><li nr="c."><al>voor het zomerreces, de financiële kadernota;</al></li><li nr="d."><al>van het derde kwartaal, de bestuursrapportage tot en met juni;</al></li><li nr="e."><al>vóór 15 november, de programmabegroting voor het daarop volgende
                                jaar met meerjarenraming;</al></li><li nr="f."><al>van het vierde kwartaal, de bestuursrapportage tot en met
                                september.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><al>a. De raad stelt de programma-indeling vast.</al><al>b. De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante </al><al> indicatoren vast voor het meten van de gemeentelijke productie van goederen
                        en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid en
                        het afleggen van verantwoording daarover. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Bij de begroting en het jaarverslag wordt een financieel overzicht
                                gegeven van de producten ingedeeld naar programma’s;</al></li><li nr="b."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting
                                wordt van elke nieuwe investering het benodigde investeringskrediet
                                weergegeven en van elke al bestaande investering het geautoriseerde
                                investeringskrediet;</al></li><li nr="c."><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde investeringskredieten weergegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Financiële kadernota</titel></kop><al>Het college biedt de raad een nota aan met een voorstel over de kaders voor
                        het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad geeft aan de hand
                        van dit voorstel vóór het zomerreces de kaders aan voor het college voor het
                        opstellen van de begroting van het komende jaar en de bijbehorende
                        meerjarenraming. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel> Autorisatie begroting, investeringskredieten en
                            begrotingswijzigingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting het totaal
                                van baten en lasten per programma en het overzicht van algemene
                                dekkingsmiddelen.</al></li><li nr="b."><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. </al></li><li nr="c."><al>Bij de behandeling in de raad van de hierna in artikel 7 beschreven
                                bestuursrapportage kan het college voorstellen doen voor wijziging
                                van de door de raad geautoriseerde budgetten en
                                investeringskredieten en bijstelling van het beleid. </al></li><li nr="d."><al>Begrotingswijzigingen van reserves of tussen Programmabudgetten
                                vanaf € 15.000 worden vooraf en met een toelichting aan de raad ter
                                vaststelling aangeboden.</al><al> Wijzigingen tot € 15.000 worden achteraf door middel van een
                                begrotingswijziging aan de raad ter vaststelling voorgelegd.</al></li><li nr="e."><al>Investeringen waarvoor geen dekking in de Programmabudgetten is
                                opgenomen en waarvan de jaarlijkse kapitaallasten (rente +
                                afschrijving) niet meer bedragen dan € 15.000 worden achteraf door
                                middel van een begrotingswijziging aan de raad ter vaststelling
                                aangeboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bestuursrapportage en GIG</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college informeert de raad door middel van bestuursrapportages
                                over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste
                                drie, zes en negen maanden van het begrotingsjaar.</al></li><li nr="b."><al>De bestuursrapportage bevat per (sub)programma een stoplichtenmodel
                                voor:</al><lijst><li nr="·"><al>Doelen</al></li><li nr="·"><al>Activiteiten</al></li><li nr="·"><al>Budget</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>In de bestuursrapportage wordt verder op de onder b. genoemde
                                onderdelen de voortgang toegelicht. Hierbij wordt aandacht besteed
                                aan de inhoudelijke voortgang en de hiermee samenhangende
                                financiën.</al></li><li nr="d."><al>In de bestuursrapportage wordt ook een overzicht gegeven van de
                                uitputting van openstaande investeringen en voortgang van
                                taakstellingen.</al></li><li nr="e."><al>In de bestuursrapportage over de eerste zes maanden wordt naast de
                                onder lid b, c en d genoemde onderdelen ook ingegaan op de
                                paragrafen bedrijfsvoering en weerstandsvermogen.</al></li><li nr="f."><al>Het college informeert de raad twee maal per jaar over de financiële
                                ontwikkeling en voortgang van de gemeentelijke grondexploitatie. Dit
                                gebeurt door middel van:</al><lijst><li nr="·"><al>De Gemeentelijke Integrale Grondexploitatie (GIG). In de GIG
                                        worden met peildatum 1 januari alle grondexploitaties
                                        opnieuw doorgerekend. De GIG wordt in het voorjaar door het
                                        college ter vaststelling aangeboden aan de raad.</al></li><li nr="·"><al>De voortgangsrapportage GIG. In de voortgangsrapportage GIG
                                        wordt gerapporteerd over de voortgang ten opzichte van de
                                        GIG per 1 januari. De belangrijkste financiële mutaties
                                        worden inzichtelijk gemaakt. De voortgangsrapportage wordt
                                        in het najaar door het college ter kennisname aangeboden aan
                                        de raad.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Informatieplicht leningen, waarborgen en garanties</titel></kop><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een
                        besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld binnen 4 weken zijn
                        wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen van het
                        verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 50.000.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief en het saldo van agio en disagio worden, indien geactiveerd,
                                lineair in 5 jaar afgeschreven.</al></li><li nr="b."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></li><li nr="c."><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingprijs van minder dan €
                                5.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en
                                terreinen.</al></li><li nr="d."><al>Gronden en terreinen worden geactiveerd, maar er wordt niet op
                                afgeschreven.</al></li><li nr="e."><al>Voor het afschrijven van de materiële vaste activa met economisch
                                nut worden de termijnen gehanteerd zoals vermeld in het overzicht
                                “Afschrijvingstermijnen vaste activa”, dat als bijlage 1 onderdeel
                                uitmaakt van deze verordening.</al></li><li nr="f."><al>Onder activa met een maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel
                                35 van het Besluit begroting en verantwoording worden verstaan
                                investeringen in aanleg en vervanging van: </al></li><li nr="·"><al>(de inrichting van) wegen;</al></li><li nr="·"><al>waterwegen; </al></li><li nr="·"><al>civiele kunstwerken;</al></li><li nr="·"><al>groen; </al></li><li nr="·"><al>kunstwerken. </al></li><li nr="g."><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een maatschappelijk nut
                                worden onder aftrek van bijdragen van derden ten laste van de
                                exploitatie gebracht. Indien hiervan bij raadsbesluit wordt
                                afgeweken, wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte
                                levensduur van het actief of een kortere door de raad aan te geven
                                tijdsduur.</al></li><li nr="h."><al>Met het afschrijven van activa wordt gestart in januari volgend op
                                het jaar waarin het actief is opgeleverd.</al></li><li nr="i."><al>Aan openstaande investeringen en grondexploitaties wordt aan het
                                begin van ieder boekjaar rente over de boekwaarde per 1 januari
                                toegerekend..</al></li><li nr="j."><al>In afwijking op het gestelde in lid i wordt aan openstaande
                                investeringen ten behoeve van: </al><lijst><li nr="·"><al>Nieuwe gemeentehuis</al></li><li nr="·"><al>Brede school Oude Dorp</al></li><li nr="·"><al>Brede school West</al></li></lijst></li><li nr=""><al>uitsluitend rente toegerekend indien de investeringen aan het einde
                                van het boekjaar nog niet volledig zijn afgerond. Naast rente over
                                de boekwaarde wordt voor deze investeringen ook rente over de
                                uitgaven/inkomsten van dat boekjaar toegerekend.</al></li><li nr="k."><al>In aanvulling op het gestelde in lid i wordt aan grondexploitaties
                                en bijbehorende investeringen ten behoeve van:</al><lijst><li nr="·"><al>Vierzicht</al></li><li nr="·"><al>Mauritskwartier</al></li><li nr="·"><al>Plantage</al></li><li nr="·"><al>Bospoort</al></li><li nr="·"><al>Uren W4 algemeen (projectbureau W4-algemeen)</al></li><li nr="·"><al>Oude plankosten OWB A4</al></li><li nr="·"><al>Oude plankosten OWB W4</al></li><li nr="·"><al>Investeringsprojecten W4</al></li><li nr="·"><al>Centrumplein</al></li><li nr="·"><al>Hoek Merelstraat</al></li><li nr="·"><al>Meas</al></li><li nr="·"><al>Ommedijk</al></li><li nr="·"><al>Orangerie</al></li><li nr="·"><al>Schansen en Dreven</al></li><li nr="·"><al>Gebied Willem Alexander Laan</al></li></lijst></li></lijst><al>ook rente over de uitgaven/inkomsten van dat boekjaar toegerekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Voorzieningen voor oninbare vorderingen </titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="·"><al>onroerende zaakbelastingen;</al></li><li nr="·"><al>afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="·"><al>reinigingsrechten;</al></li><li nr="·"><al>toeristenbelasting;</al></li><li nr="·"><al>hondenbelasting en</al></li><li nr="·"><al>precariobelasting.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. De omvang van
                                deze voorziening wordt berekend op basis van een percentage over de
                                openstaande vorderingen voor deze heffingen. </al></li><li nr="b."><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op
                                inbaarheid van de openstaande vorderingen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al> Het college biedt de raad minimaal eens in de vier jaar een Nota
                                reserves en voorzieningen aan. De raad stelt de nota vast. De nota
                                behandelt:</al><lijst><li nr="·"><al>de vorming en bestemming van reserves;</al></li><li nr="·"><al>de vorming en bestemming voor voorzieningen en</al></li><li nr="·"><al>de toerekening en verwerking van rente over de
                                        reserves.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt
                                minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="·"><al>het specifieke doel van de reserve;</al><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="·"><al>de maximale hoogte van de reserve en</al></li><li nr="·"><al>de maximale looptijd.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><al>a. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                        diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                        kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten
                        betrokken, die samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. </al><al>b. Bij de indirecte kosten worden de dotaties aan en onttrekkingen van
                        voorzieningen van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik
                        zijnde activa en de Compensabele Btw (BCF) (voor zover van toepassing) bij
                        de berekening betrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Rentetoerekening</label></kop><lijst><li nr="a."><al>De interne rekenrente, welke wordt gebruikt voor rentetoerekening
                                aan activa, is marktconform. Deze wordt afgestemd op het
                                rentepercentage dat de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) hanteert
                                voor lineaire vaste geldleningen met een looptijd van 25 jaar.</al></li><li nr="b."><al>In uitzondering op het gestelde in lid a wordt voor
                                grondexploitaties en investeringen die een negatieve boekwaarde
                                hebben (meer baten dan lasten) de interne rekenrente gebaseerd op
                                het rentepercentage dat de BNG rekent over een 6-maands
                                deposito.</al></li><li nr="c."><al>In uitzondering op lid b worden voor de in artikel 9;lid k genoemde
                                grondexploitaties en bijbehorende investeringen ook bij een
                                negatieve boekwaarde gerekend met de in lid a genoemde
                                rekenrente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
                        </titel></kop><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
                        gemeentelijke tarieven voor belastingen, leges, rioolheffingen en
                        afvalstoffenheffing/reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Financieringsruimte</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de financiële functie voor: </al><lijst><li nr="·"><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders uit te voeren;</al></li><li nr="·"><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals rente-, koers- en
                                        kredietrisico’s;</al></li><li nr="·"><al>het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van
                                        een voldoende rendement op uitzettingen;</al></li><li nr="·"><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van geldstromen en financiële
                                        posities. </al></li></lijst></li><li nr="b."><al> Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de
                            </al></li><li nr=""><al> richtlijnen zoals opgenomen in de wet FIDO en RUDDO alsmede het
                                treasurystatuut in acht.</al></li><li nr="c."><al> Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en
                                het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke
                                taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college
                                motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
                                uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en
                                financiële participaties.</al></li><li nr="d."><al> Het college doet de raad op basis van daartoe geldende regelgeving
                                een voorstel tot vaststelling of wijziging van het Treasurystatuut.
                            </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>In de paragraaf Lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken neemt
                        het college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                        begroting en verantwoording in ieder geval op:</al><lijst><li nr="·"><al>de geraamde respectievelijk gerealiseerde opbrengsten per lokale
                                heffing en</al></li><li nr="·"><al>het kwijtscheldingsbeleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Weerstandsvermogen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al> Het beleid wordt in de kadernota Weerstandsvermogen en
                                Risicomanagement weergegeven. Deze nota wordt minimaal één keer in
                                de vier jaar geactualiseerd en aan de raad aangeboden.</al></li><li nr="b."><al> In de paragraaf Weerstandsvermogen bij de begroting en de
                                jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op
                                grond van het besluit Begroting en Verantwoording in ieder geval
                                op:</al></li><li nr="."><al>de gewenste omvang van de weerstandscapaciteit. De
                                weerstandscapaciteit bestaat daarbij uit de middelen en
                                mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om
                                niet begrote kosten te dekken;</al></li><li nr="."><al>een opsomming van de 10 risico’s met de grootste invloed op de
                                exploitatie, inclusief een inschatting van de kans dat deze risico’s
                                zich voordoen;</al></li><li nr="."><al>de relatie tussen de geraamde respectievelijk aanwezige
                                weerstandscapaciteit en in hoeverre schade en verliezen als gevolg
                                van de geïnventariseerde risico’s met de weerstandscapaciteit kunnen
                                worden opgevangen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                                Onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond
                                van het Besluit begroting en verantwoording in ieder geval op:</al></li><li nr="·"><al>de voortgang van het geplande onderhoud;</al></li><li nr="·"><al>het gewenste kwaliteitsniveau.</al></li><li nr="b."><al>Het college biedt de raad minimaal eens in de vier jaar ter
                                vaststelling aan een:</al></li><li nr="·"><al>rioleringsplan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde
                                onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van
                                de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele
                                uitbreidingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf Financiering bij de begroting en jaarstukken neemt het
                        college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en
                        verantwoording in ieder geval op:</al><lijst><li nr="·"><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="·"><al>de renterisiconorm.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf Bedrijfsvoering bij de begroting en jaarstukken neemt het
                        college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en
                        verantwoording in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de ontwikkeling van de loonkosten;</al></li><li nr="b."><al>de ontwikkelingen m.b.t. organisatie, planning &amp; control en
                                communicatie;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van inhuur derden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>In de paragraaf Verbonden partijen bij de begroting en jaarstukken neemt het
                        college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en
                        verantwoording in ieder geval van elke verbonden partij op:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en vestigingsplaats;</al></li><li nr="b."><al>het financieel belang van de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>de zeggenschap van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Eigendommenbeleid</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>In de paragraaf Grondbeleid bij de begroting en jaarstukken neemt
                                het college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                                begroting en verantwoording in ieder geval op:</al></li><li nr="·"><al>de verwerving van gronden;</al></li><li nr="·"><al>de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.</al></li><li nr="b."><al>Het college biedt de raad minimaal eens in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota Eigendommenbeleid aan. De raad stelt de nota
                                vast. In de nota wordt aandacht besteed aan:</al></li><li nr="·"><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                gemeente;</al></li><li nr="·"><al>de uitgangspunten voor het opstellen van grondexploitaties, zoals
                                rente, winstneming, resultaatbestemming en prijsstelling van de
                                verkoop van gronden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is
                        voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                                activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                voorraden, vorderingen, schulden en contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot
                                de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                                daaraan ontleende informatie, evenals voor de controle op de
                                rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Interne control</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de
                                getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van
                                de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></li><li nr="b."><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                uitstaande leningen, de (debiteuren)vorderingen, de opgenomen
                                leningen en de (crediteuren)schulden jaarlijks worden gecontroleerd
                                en registergoederen en bedrijfsmiddelen minimaal eenmaal in de vier
                                jaar. </al><al> Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen
                                voor herstel van de tekortkomingen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Misbruik en oneigenlijk gebruik </titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van
                        misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt
                                voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan
                                beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en
                                de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie
                                en</al></li><li nr="e."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten
                                en baten aan de producten van de productraming en de
                                productrealisatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26a</nr><titel>Inkoop en aanbesteding</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast de interne regels voor de inkoop en de
                        aanbesteding van goederen, werken en diensten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2011;</al></li><li nr="b."><al>Deze verordening treedt in de plaats van de “Financiële verordening
                                gemeente Leiderdorp 2010”, vastgesteld door de raad op 15 december
                                2009. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de naam
                        “Financiële verordening 2011 gemeente Leiderdorp”.</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>