<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR113131_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de gemeentelijke rekenkamer Zandvoort 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zandvoortse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de gemeentelijke rekenkamer Zandvoort 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 147 lid 1 Wet Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-09-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-07-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>z2010-004416</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt ''Verordening gemeentelijke rekenkamer Zandvoort 2009''</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE GEMEENTELIJKE REKENKAMER ZANDVOORT 2010 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld door de gemeenteraad van Zandvoort </al><al>Gepubliceerd in de Zandvoortse Courant </al><al>Inwerkingtreding </al><al>: d.d. 7 september 2010 </al><al>: d.d. 16 september 2010 </al><al>: d.d. 17 september 2010 </al><al>Registratienr: 2010/07/001145/Z2010-004416 </al><al>Datum: 16 juli 2010 </al><al/><al>De raad van de gemeente Zandvoort: </al><al>gelezen het voorstel van het presidium van 16 juli 2010, nr. 2010/07/000406; </al><al>gelet op de overwegingen van de commissie Planning &amp; Control van </al><al>25 augustus 2010; </al><al>overwegende dat de verordening op de Rekenkamer is vastgesteld op 24 maart
                        2009 en de wens bestaat om de Verordening aan te passen; </al><al>gelet op artikel 147 lid 1 van de Wet Gemeentewet; </al><al>besluit de volgende verordening, inclusief toelichting, vast te
                        stellen:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE GEMEENTELIJKE REKENKAMER ZANDVOORT 2010. </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>1.1 BEGRIPSBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsbepalingen </label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a. Wet: Gemeentewet; </al><al>b. voorzitter: voorzitter tevens lid van de rekenkamer; </al><al>c. college: college van burgemeester en wethouders; </al><al>d. commissie: commissie planning &amp; control; </al><al>e. rekenkamer: de rekenkamer van de gemeente Zandvoort </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.2 REKENKAMER EN COMMISSIE</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 Rekenkamer </label></kop><al>1. Er is een rekenkamer. </al><al>2. De rekenkamer bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter. </al><al>3. Benoembaar als leden van de rekenkamer zijn inwoners van buiten de </al><al>gemeente Zandvoort, die het actieve kiesrecht genieten. </al><al>4. De werving van de leden geschiedt door openbare kennisgeving van de </al><al>vacatures van leden van de kamer. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Commissie </label></kop><al>1. Er is een raadscommissie voor de rekenkamer. </al><al>2. De commissie heeft de volgende taken: </al><al>a. het aanbevelen van de kandidaten voor het lidmaatschap en het </al><al>plaatsvervangend lidmaatschap in de rekenkamer en het </al><al>voorzitterschap van de rekenkamer; </al><al>b. het adviseren van de raad over de rapporten als genoemd in artikel </al><al>10; </al><al>c. het gevraagd en ongevraagd adviseren van de raad over alle </al><al>aangelegenheden aangaande de inrichting en het functioneren van </al><al>de rekenkamer; </al><al>d. het onderhouden van de contacten van de raad met de rekenkamer. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.3 LEDEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 4 Benoeming leden </label></kop><al>1. De raad benoemt de leden en de voorzitter van de rekenkamer op </al><al>aanbeveling van de commissie. </al><al>2. De commissie doet de aanbeveling vergezeld gaan van een verklaring
                            van elke kandidaat bevattende: </al><al>a. de mededeling dat hij een benoeming als lid of voorzitter zal </al><al>aanvaarden, en </al><al>b. een overzicht van de openbare betrekkingen die hij bekleedt. </al><al>3. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid op
                            als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting
                            hebben gehad, het oudste lid in jaren. </al><al>4. Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden
                            van de rekenkamer pleegt de commissie overleg met de rekenkamer. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Benoeming plaatsvervangende leden </label></kop><al>1. De raad benoemt één plaatsvervangend lid. Artikel 2 lid 3 en 4 en
                            artikel 4 zijn van overeenkomstige toepassing. </al><al>2. Het plaatsvervangend lid kan door de voorzitter worden opgeroepen een
                            lid tijdelijk te vervangen, als dat lid door de raad op non-activiteit
                            is gesteld dan wel bij voorziene afwezigheid anderszins. </al><al>3. De voorzitter kan het plaatsvervangend lid oproepen deel te nemen aan </al><al>bepaalde werkzaamheden. Het plaatsvervangend lid heeft dan dezelfde </al><al>bevoegdheden als de gewone leden en maakt dan tevens deel uit van de </al><al>rekenkamer. </al><al>4. De bepalingen van deze verordening zijn op het plaatsvervangend lid
                            van </al><al>overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Ontslag en non-activiteit </label></kop><al>1. De commissie bericht de raad als een van de ontslaggronden zich
                            voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, of van artikel
                            81d, eerste of tweede lid, van de wet. </al><al>2. In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel
                            81d, tweede lid, van de wet adviseert de commissie de raad over de vraag
                            of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het
                            op non-activiteit stellen van het desbetreffende lid. </al><al>3. De commissie adviseert de raad tevens met betrekking tot een
                            beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregel als bedoeld
                            in artikel 81d, </al><al>eerste of tweede lid. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.4 BUDGET EN VERGOEDING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7 Budget </label></kop><al>1. De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting </al><al>beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de
                            uitvoering </al><al>van haar taken. </al><al>2. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig
                            begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel
                            185, derde lid van de wet. </al><al>3. De voorzitter doet jaarlijks vóór 1 juni een voorstel aan de raad
                            voor de </al><al>nodige middelen voor een goede uitoefening van de taken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 </label></kop><al>Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de </al><al>rekenkamer </al><al>1. De leden van de rekenkamer ontvangen als vergoeding voor hun </al><al>werkzaamheden een bedrag van €200 per maand, alsmede de door de </al><al>Gemeente Zandvoort gehanteerde tegemoetkoming in de reis-en </al><al>verblijfskosten, zoals geregeld in artikel 27 van de Verordening
                            rechtspositie </al><al>wethouder, raads-en commissieleden. </al><al>2. De voorzitter van de rekenkamer ontvangt als vergoeding voor zijn </al><al>werkzaamheden een bedrag van €250 per maand en de door de Gemeente </al><al>Zandvoort gehanteerde tegemoetkoming in de reis-en verblijfskosten,
                            zoals </al><al>geregeld in artikel 27 van de Verordening rechtspositie wethouders,
                            raadsen </al><al>commissieleden. </al><al>3. De in lid 1 en 2 genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd
                            volgens het indexcijfer dat in de begroting voor het betreffende jaar is
                            opgenomen. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.5 ONDERZOEK EN RAPPORTAGE</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 9 </label></kop><al>Verzoek </al><al>De raad kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen
                            van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen een maand of en
                            in hoeverre aan dat verzoek zal worden voldaan. Indien de rekenkamer
                            niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden
                            aanvoeren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 </label></kop><al>Rapportage en terugkoppeling </al><al>1. De rekenkamer stelt de onderzochte partij schriftelijk op de hoogte
                            van het (nog niet gepubliceerde) ontwerponderzoeksrapport. Indien de
                            bevindingen daartoe aanleiding geven kan de rekenkamer ter zake </al><al>conceptaanbevelingen aan de betrokken partij opnemen. </al><al>2. De rekenkamer stelt de betrokken partij in de gelegenheid om binnen
                            zes </al><al>weken schriftelijk te reageren op het conceptonderzoeksrapport en,
                            indien </al><al>van toepassing, de conceptaanbevelingen. </al><al>3. Na ontvangst van de reactie(s) sluit de rekenkamer haar onderzoek af
                            en </al><al>stelt een definitief rapport op waarin de bevindingen, conclusies en,
                            indien </al><al>van toepassing, aanbevelingen, alsmede de reacties hierop zijn
                            opgenomen. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.6 CITEERTITEL EN INWERKINGTREDING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 11 </label></kop><al>Citeertitel </al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening gemeentelijke
                            Rekenkamer Zandvoort 2010”. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 </label></kop><al>Inwerkingtreding </al><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                            publicatie van deze Verordening. </al><al>2. De “Verordening gemeentelijke rekenkamer Zandvoort 2009” wordt </al><al>ingetrokken vanaf de dag van inwerkingtreding van deze Verordening. </al><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 september 2010. </ondertekening><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>2 TOELICHTING OP DE VERORDENING </label></kop><divisie><kop><label>2.1 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel 1 </label></kop><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                        telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven. In deze verordening is er
                        voor gekozen om de begrippen doeltreffendheid, doelmatigheid en
                        rechtmatigheid (die in artikel 182 van de Gemeentewet zijn genoemd) niet in
                        artikel 1 op te nemen. Hiermee wordt voorkomen dat gemeenten in de
                        verordening een eigen definitie hanteren. Wel wordt ter nadere verklaring in
                        deze toelichting uiteengezet wat onder deze termen wordt verstaan. </al><al>Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo
                        gering mogelijke kosten worden bereikt. Bij doeltreffendheid gaat het er om
                        of het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd
                        beoogd en de gestelde beleidsdoelen worden verwezenlijkt. Bij rechtmatigheid
                        gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat
                        dan vooral om wet-en regelgeving die direct van belang is voor de
                        rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 2 </label></kop><al>De raad kan op grond van de Gemeentewet een gemeentelijke rekenkamer </al><al>instellen. De rekenkamer bestaat echter niet ex lege; de raad moet haar
                        uitdrukkelijk instellen (artikel 81a). Daarin voorziet het eerste lid.
                        Verder moet de raad bepalen hoeveel leden de kamer zal hebben (artikel 81b).
                        Er is hier gekozen voor een kleine rekenkamer met een oneven aantal leden;
                        voor een extra onderstreping van de onafhankelijkheid en ter vermijding van
                        belangenverstrengeling dienen de leden bovendien van buiten Zandvoort te
                        komen (dit geeft wel wat meer kosten op het vlak </al><al>van de reiskostenvergoeding). Bij de werving kan gezocht worden naar een
                        combinatie van specifieke deskundigheden, benodigd voor een rekenkamer.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 3 </label></kop><al>In deze verordening wordt er van uitgegaan dat beslissingen van de raad over
                        de rekenkamer worden voorbereid door een commissie uit de raad, die hier
                        wordt aangeduid als de commissie voor de rekenkamer (hierna: de commissie).
                        De raad stelt de commissie in die het aanspreekpunt is voor de rekenkamer.
                        De commissie treedt als ‘ontvanger’ van de rekenkameronderzoeken op en
                        onderhoudt ook de overige contacten met de rekenkamer. Het ligt voor de hand
                        de commissie Planning &amp; Control deze functie te laten vervullen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 4 </label></kop><al>Het eerste lid bevat, naast een herhaling van artikel 81c, eerste lid, van
                        de wet, de bepaling dat de leden van de rekenkamer worden benoemd op de
                        voordracht van de commissie. Gezien het belang van de rekenkamer is het zaak
                        dat dergelijke belangrijke beslissingen door de raad zelf worden genomen. Op
                        grond van artikel 81e zullen de leden van de rekenkamer openbaar moeten
                        maken welke andere functies dan het lidmaatschap van de rekenkamer zij
                        vervullen. Artikel 81f noemt de functies dieonverenigbaar zijn met het
                        lidmaatschap van de rekenkamer. Alvorens tot benoeming van een lid over te
                        gaan, zal de raad dus zeker moeten stellen dat artikel 81f aan de benoeming
                        niet in de weg staat. Het tweede lid van artikel 3 houdt in dat de commissie
                        de hiervoor benodigde informatie moet verschaffen. De kandidaat-leden zullen
                        dus via de commissie de informatie moeten verschaffen die zij op grond van
                        artikel 81e van de wet na benoeming </al><al>openbaar zullen moeten maken. Ook zal duidelijk moeten zijn dat een beoogd
                        lid zijn kandidatuur aanvaardt. Op grond van artikel 81c, tweede lid, van de
                        wet benoemt de raad de voorzitter van de rekenkamer in functie. Het derde
                        lid geeft in aanvulling daarop een regeling voor de vervulling van het
                        voorzitterschap als de voorzitter zelf tijdelijk niet in de gelegenheid is
                        zijn functie te vervullen. Artikel 81c, vijfde lid, van de wet bevat het
                        voorschrift dat voorafgaand aan benoemingen overleg wordt gevoerd met de
                        rekenkamer. De wet bepaalt niets over de vorm die dat overleg moet hebben.
                        Er zal wel vastgesteld moeten worden dat bij de te benoemen leden van de
                        rekenkamer is voldaan aan artikel 81f van de wet, waarin de
                        “incompatabiliteiten” worden geregeld: de “geloofsbrieven” van de </al><al>kandidaten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 5 </label></kop><al>Op grond van artikel 81c, derde lid, kan de raad plaatsvervangende leden </al><al>benoemen. De wet bepaalt verder niets over hun rol. Het tweede en derde lid
                        van artikel 4 bieden op dat punt een tegenhanger van artikel 40 van de </al><al>Comptabiliteitswet. De plaatsvervangende leden kunnen op grond hiervan
                        tijdelijk invallen als een van de leden door ziekte of anderszins enige tijd
                        niet in staat is zijn functie uit te oefenen. Ook kunnen ze opgeroepen
                        worden om voor een speciaal project tijdelijk de rekenkamer aan te vullen.
                        Er is hier gekozen voor eenzelfde aantal vervangers als er leden zijn (te
                        werven op grond van dezelfde specifieke deskundigheid als de vaste leden).
                        Het tweede lid gaat er van uit dat de voorzitter iemand oproept om tijdelijk
                        als waarnemer op te treden. Gezien de snelheid waarmee dat soms zal moeten
                        gebeuren ligt het niet voor de hand dat door de raad te laten doen. Zeker
                        daar waar de leden met het oog op een bepaalde combinatie van deskundigheden
                        zijn benoemd en waar om die reden elk lid zijn eigen vervanger heeft. Het
                        derde lid bestrijkt de situatie dat in verband met een bijzonder project een
                        van de plaatsvervangers als tijdelijke aanvulling wordt opgeroepen. Het ligt
                        dan voor de hand dat de voorzitter zelf bepaalt wie van de plaatsvervangers
                        hij oproept omdat hij ook het beste weet welke deskundigheid hij voor dat
                        project nodig heeft. Het vierde lid verklaart de bepalingen uit deze
                        verordening van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden om
                        te voorkomen dat deze plaatsvervangende leden bepaalde
                        (onderzoeks)bevoegdheden niet zouden kunnen </al><al>gebruiken. In de raadsvergadering van 9 juni 2005 is het volgende amendement
                        van de VVD-fractie aangenomen: </al><al>De raad der gemeente Zandvoort, </al><al>gelezen het voorstel inzake de rekenkamer; </al><al>gelet op artikel 147 b van de Gemeentewet; </al><al>gelet op artikel 1 sub b en artikel 33 lid 1 van het Reglement van Orde van
                        de gemeenteraad; </al><al>overwegende dat: </al><al>het benoemen van drie plaatsvervangende leden conform artikel 5 van de </al><al>Verordening op de rekenkamer onnodig is; </al><al>besluit: </al><lijst><li nr="I."><al>artikel 5 (benoeming plaatsvervangende leden) als volgt te
                                wijzigen:</al><lijst><li nr="1."><al>De raad benoemt één plaatsvervangend lid. Artikel 2 lid 3 en
                                        4 en artikel 4 zijn van overeenkomstige toepassing. </al></li></lijst></li></lijst><al>2.Het plaatsvervangend lid kan door de voorzitter worden opgeroepen een lid
                        tijdelijk te vervangen, als dat lid door de raad op non-activiteit is
                        gesteld dan wel bij voorziene afwezigheid anderszins. </al><al>3.De voorzitter kan het plaatsvervangend lid oproepen deel te nemen aan</al><al>bepaalde werkzaamheden. Het plaatsvervangend lid heeft dan dezelfde </al><al>bevoegdheden als de gewone leden en maakt dan tevens deel uit van de </al><al>rekenkamer. </al><al>4.De bepalingen van deze verordening zijn op het plaatsvervangend lid
                        van</al><al>overeenkomstige toepassing. </al><al>II. de toelichting hieromtrent aan te passen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 6 </label></kop><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid
                        (of soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde
                        situaties. De artikelen 81c zesde en zevende lid alsmede 81d van de
                        Gemeentewet luiden als volgt: </al><lijst><li nr="6."><al>Een lid van de rekenkamer wordt door de raad ontslagen:</al><al>a. op eigen verzoek;</al><al>b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                lidmaatschap;</al><al>c. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak
                                wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak
                                een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
                                d.indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak
                                onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard,
                                surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is
                                gegijzeld; e.indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel
                                toebrengt aan het in hemgestelde vertrouwen. </al></li><li nr="7."><al>Een lid van de rekenkamer kan door de raad worden ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is
                                        zijn functie te vervullen;</al></li><li nr="b."><al>indien hij handelt in strijd met artikel 81h.</al></li></lijst></li></lijst><al>Artikel 81d </al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt een lid van de rekenkamer op non-activiteit
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>hij zich in voorlopige hechtenis bevindt;</al></li><li nr="b."><al>hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf</al></li></lijst></li></lijst><al>is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd
                        die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; </al><al>c.hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard,
                        surséance vanbetaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld
                        ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak. </al><al>2.De raad kan een lid van de rekenkamer op non-activiteit stellen, indien
                        tegen hemeen gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt
                        ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van
                        feiten en omstandigheden die tot ontslag, anders dan op gronden vermeld in
                        artikel 81c, zesde lid, onder a, en zevende lid, onder a, zouden kunnen
                        leiden. </al><al>3.De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel is
                        vervallen,met dien verstande dat in een geval als bedoeld in het tweede lid
                        de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden. In dat geval kan de
                        raad de maatregel telkens voor ten hoogste drie maanden verlengen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 7 </label></kop><al>De rekenkamer is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het aan
                        haar ter beschikking gestelde budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering
                        van haar taak. Deze zelfstandigheid van de rekenkamer ten opzichte van de
                        raad is een borg voor een behoorlijke uitvoering van haar taak. De
                        rekenkamer is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording
                        verschuldigd aan de raad. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 8 </label></kop><al>De raad dient voor de leden de vergoeding voor de werkzaamheden en een </al><al>tegemoetkoming in de kosten vast te stellen (artikel 81k Gemeentewet). Hier
                        is er voor gekozen om per lid een vaste maandvergoeding te verstrekken. Deze
                        maandvergoeding ligt op het niveau van de bezwaarschriftencommissie, waarbij
                        rekening is gehouden met het feit dat de bezwaarschriftencommissie wel over
                        secretariële ondersteuning beschikt en de rekenkamer niet. Alle
                        secretariaatswerk wordt dan ook door de leden van de rekenkamer zelf gedaan.
                        De voorzitter krijgt een extra vergoeding, gelet op de extra taken die hij
                        vervult. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 9 </label></kop><al>De onafhankelijkheid van de rekenkamer blijkt onder andere uit het feit dat
                        zij zelfstandig bepaalt welke onderzoeken zullen worden ingesteld. De
                        rekenkamer kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen maar is niet
                        verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad
                        wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet genoemd. Doordat deze
                        mogelijkheid van uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaalde
                        gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de rekenkamer niet
                        voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de </al><al>raad zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 10 Rapportage </label></kop><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte
                        partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde) </al><al>ontwerponderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de
                        feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende
                        ambtenaren worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden uit te
                        halen en te corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke
                        wethouder of het college de gelegenheid geboden om te reageren op de
                        conceptaanbevelingen die de rekenkamer verbindt aan de (gecorrigeerde)
                        bevindingen. Aanvankelijk was een termijn van vier weken opgenomen als
                        reactietermijn. Dit bleek in de praktijk vaak te kort. Op verzoek van het
                        college heeft het presidium op 16 juni 2010 besloten om de raad voor te
                        stellen de termijn van vier weken te verlengen naar zes weken. </al><al>Tot slot brengt de rekenkamer een definitief rapport naar buiten met
                        bevindingen, conclusies en eventueel aanbevelingen. </al><al>Artikelen 11 en 12 </al><al>Deze bepalingen behoeven geen toelichting. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>