<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">11313_30</dcterms:identifier><dcterms:title xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)</dcterms:title><dcterms:language xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">'s-Gravenhage</dcterms:creator><dcterms:modified xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2017-06-02</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-95238.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAfgelopenDag%26spd%3d20170607%26epd%3d20170607%26sdt%3dDatumPublicatie%26rbk%3dVerordeningen%26org%3d%2527s-Gravenhage%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeenteblad 95238, 2017</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">art. 149 en 151a eerste lid van de Gemeentewet. </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/"></dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2017-05-18</dcterms:issued><dcterms:rights xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-06-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Art. 2:41 2e lid en art. 2:48 3e lid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RIS 296823, 2017</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>2007/21 </overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag</intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="5*"></colspec><colspec colname="col2" colwidth="19*"></colspec><colspec colname="col3" colwidth="76*"></colspec><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>Weg:</al></entry><entry colname="col3"><al></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>1.</al></entry><entry colname="col3"><al>de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                                b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan
                                                liggende en als zodanig aangeduide
                                                parkeerterreinen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>2.</al></entry><entry colname="col3"><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het
                                                publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen,
                                                parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                                natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                                vaartuigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>3.</al></entry><entry colname="col3"><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                                portieken, gangen, passages en galerijen, die
                                                uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde
                                                ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>4.</al></entry><entry colname="col3"><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                                afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                                passages en galerijen; de afsluitbare alleen
                                                gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege
                                                degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is,
                                                zijn afgesloten.</al></entry></row><row><entry colname="col1" rotate="0"><al></al></entry><entry colname="col2" rotate="0"><al>5. </al></entry><entry colname="col3" rotate="0"><al>van de weg zoals bedoeld in sub a, onder 1 tot en
                                                met 4, maakt deel uit de daartoe behorende
                                                ondergrond. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>Openbaar water: </al></entry><entry colname="col3"><al>alle wateren die - al dan niet met enige beperking -
                                                voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                                toegankelijk zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>Rechthebbende: </al></entry><entry colname="col3"><al>eenieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft
                                                krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voertuigen:</al></entry><entry colname="col3"><al>alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a
                                                en onder al, van het Reglementverkeersregels en
                                                verkeerstekens 1990, met uitzondering van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>1.</al></entry><entry colname="col3"><al>treinen en trams;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al></al></entry><entry colname="col2"><al>2.</al></entry><entry colname="col3"><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                voertuigen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>Vaartuigen: </al></entry><entry colname="col3"><al>alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                                                werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en
                                                ponten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bouwwerk: </al></entry><entry colname="col3"><al>elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                                metaal of ander materiaal, die op de plaats van
                                                bestemming hetzij direct of indirect met de grond
                                                verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt
                                                in of op de grond.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw: </al></entry><entry colname="col3"><al>elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke
                                                overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden
                                                omsloten ruimte vormt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>Vee: </al></entry><entry colname="col3"><al>dieren die behoren tot de diersoorten genoemd in
                                                bijlage II, behorend bij artikel 55 van de
                                                Meststoffenwet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>Handelsreclame:</al></entry><entry colname="col3"><al> iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                                diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
                                                commercieel belang te dienen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" rotate="0"><al>j. </al></entry><entry colname="col2" rotate="0"><al>Leiding: </al></entry><entry colname="col3" rotate="0"><al>een buis of kabel, bestemd voor transport van vaste,
                                                vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van
                                                informatie, met alle daarbij behorende
                                                voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten,
                                                afsluiters, brandkranen, kasten. </al></entry></row><row><entry colname="col1" rotate="0"><al>k.</al></entry><entry colname="col2" rotate="0"><al>Winkeluitstalling:</al></entry><entry colname="col3" rotate="0"><al>voorwerpen op de weg (met uitzondering van terras)
                                                bedoeld om producten of diensten, dan wel het
                                                bedrijf zelf onder de aandacht te brengen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" rotate="0"><al>l.</al></entry><entry colname="col2" rotate="0"><al>Trottoir:​</al></entry><entry colname="col3" rotate="0"><al>een verhoogd of afgescheiden deel van de weg dat is
                                                bedoeld voor gebruik door voetgangers.</al></entry></row><row><entry colname="col1" rotate="0"><al>m.</al></entry><entry colname="col2" rotate="0"><al>Voetgangersgebied:</al></entry><entry colname="col3" rotate="0"><al>een zone met G7 RVV borden.</al></entry></row><row><entry colname="col1" rotate="0"><al>n.</al></entry><entry colname="col2" rotate="0"><al>Terras: </al></entry><entry colname="col3" rotate="0"><al>voorwerpen op de weg waarmee sta- of zitgelegenheid
                                                wordt geboden ten behoeve van het tegen vergoeding
                                                schenken van dranken of verstrekken van spijzen voor
                                                directe consumptie, en de daarbij behorende
                                                terraselementen;</al></entry></row><row><entry colname="col1" rotate="0"><al>o.</al></entry><entry colname="col2" rotate="0" morerows="0"><al>Terraselement: </al></entry><entry colname="col3" rotate="0"><al>terrasschotten, stoelen, tafels, bloembakken,
                                                aankondigingsborden, reclameborden, banken,
                                                picknicktafels, parasols e.d.​</al></entry></row><row><entry colname="col1" rotate="0"><al>p.</al></entry><entry colname="col2" rotate="0"><al> Terrasafscheiding: </al></entry><entry colname="col3" rotate="0"><al>ieder terraselement dat feitelijk dient om de grens
                                                van het terras ten opzichte van de omliggende
                                                openbare weg te markeren, hieronder worden in ieder
                                                geval verstaan: terrasschotten, bloembakken, banken,
                                                e.d.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>vervallen</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning ,
                                ontheffing of instemming kunnen voorschriften en beperkingen worden
                                verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning , ontheffing of instemming is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning ,
                                ontheffing of instemming is verleend, is verplicht de daaraan
                                verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning , ontheffing of instemming
                            </titel></kop><al>De vergunning , ontheffing of instemming kan worden ingetrokken of
                            gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning ,
                                    ontheffing of instemming , moet worden aangenomen dat intrekking
                                    of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter
                                    bescherming waarvan de vergunning , ontheffing of instemming is
                                    vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning , ontheffing of instemming verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning , ontheffing of instemming geen gebruik
                                    wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij
                                    gebreke van een dergelijke termijn, </al><al>binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li><li nr="f."><al> indien de houder of een persoon wiens gedraging aan hem kan
                                    worden toegerekend handelt in strijd met artikel 6:2A van deze
                                    verordening of 5:20, eerste lid, van de Algemene wet
                                    bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel></titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="-."><al>Artikel 2:9: Ontheffing van het verbod optreden als
                                    straatartiest;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 2:10: Vergunning voorwerpen of stoffen op, aan, in of
                                    boven de weg;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 2:11: Instemming voor het aanleggen, beschadigen,
                                    opbreken en veranderen van een weg;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 2:10A.: Leidingen;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 2:30: Ontheffing van sluitingstijden horeca;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 2:38B.: Ontheffing van het verbod inzake (nacht)verblijf
                                    aan de weg;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 2:63.:Ontheffing van het verbod op het uitvliegen van
                                    duiven; </al></li><li nr="-."><al>Artikel 2:72: Vergunning ter beschikking stellen van
                                    consumentenvuurwerk;</al></li><li nr="-."><al> Artikel 4:6: Ontheffing van het verbod inzake overige
                                    geluidhinder;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 5:2: Ontheffing van het verbod inzake parkeren van
                                    voertuigen van autobedrijf e.d.;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 5:6: Ontheffing van het verbod inzake parkeren caravans
                                    e.d.;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 5:7: Ontheffing van het verbod inzake parkeren
                                    reclamevoertuigen;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 5:8: Ontheffing van het verbod inzake parkeren grote
                                    voertuigen;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 5:42: Ontheffing van het verbod inzake rijden op het
                                    strand.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel></titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="-."><al> Artikel 2:25 Vergunning evenementen;</al></li><li nr="-."><al> Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;</al></li><li nr="-."><al> Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelautomatenhal;</al></li><li nr="-."><al>Artikel 3:4: Vergunning seksbedrijven</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr></nr><titel></titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Eenieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval
                                        waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te
                                        ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding
                                        gevende gebeurtenis waardoor er wanordelijkheden ontstaan of
                                        dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is
                                        bij een samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend
                                        bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of
                                        zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het is verboden om, wanneer een voorval, gebeurtenis of
                                        samenscholing als bedoeld in het tweede lid plaatsvindt,
                                        tezamen met anderen zich in de richting daarvan te begeven
                                        als daarbij voorwerpen worden medegevoerd, die plegen te
                                        worden gebruikt of geschikt zijn om te worden gebruikt bij
                                        wanordelijkheden, zoals een ketting, knuppel, helm of
                                        bivakmuts.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen,
                                        wegen of weggedeelten die door of vanwege het bevoegd gezag
                                        in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming
                                        van wanordelijkheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen en vergaderingen op openbare
                                        plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats, als
                                        bedoeld in artikel 1 Wet openbare manifestaties, een
                                        betoging of vergadering te houden, als bedoeld in de
                                        artikelen 3 en 4 Wet openbare manifestaties, moet vóór de
                                        openbare aankondiging van deze vergadering of betoging en
                                        tenminste 4 x 24 uur voordat deze zal worden gehouden, de
                                        burgemeester hiervan schriftelijk kennis geven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien aard of omvang van de betoging of vergadering zulks
                                        rechtvaardigen, kan de burgemeester de termijn van 4 x 24
                                        uur bekorten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De kennisgeving ( <cursief>Zie bijgevoegde kennisgeving
                                        </cursief>) moet tenminste bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en telefoonnummer (en zo mogelijk)
                                                faxnummer en e-mailadres van de organisator en
                                                kennisgever van de vergadering of betoging;</al></li><li nr="b."><al>doel van de vergadering of betoging;</al></li><li nr="c."><al>datum waarop de vergadering of betoging wordt
                                                gehouden en het tijdstip van aanvang en
                                                beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de gewenste
                                                route en de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>het aantal te verwachten deelnemers en de wijze van
                                                samenstelling van de vergadering of betoging;</al></li><li nr="f."><al>de middelen van vervoer van de deelnemers aan de
                                                vergadering of betoging;</al></li><li nr="g."><al>door de organisatie zelf te nemen maatregelen om een
                                                ordelijk verloop van de vergadering of betoging te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de kennisgeving wordt door het Regiokorps Politie
                                        Haaglanden de datum en het tijdstip van inlevering vermeld
                                        en een kopie daarvan wordt terstond overhandigd of
                                        toegezonden aan degene, die de kennisgeving heeft
                                        gedaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Zo mogelijk na mondeling overleg met degene, die de
                                        kennisgeving heeft gedaan, wordt hem zo spoedig mogelijk
                                        schriftelijk de volgende stukken toegezonden:</al><lijst><li nr="a."><al>de algemene voorschriften van de burgemeester op
                                                grond van de wet;</al></li><li nr="b."><al>eventuele met de organisator gemaakte afspraken over
                                                een ordelijk verloop en eventuele door de
                                                burgemeester gestelde voorschriften of
                                                beperkingen.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3:</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                        stukken of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan
                                        door het college aangewezen wegen of gedeelten daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4:</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest en muziek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden, op door de Burgemeester aangewezen wegen
                                        en tijden ( <cursief>Zie uitvoeringsbesluit </cursief>) op
                                        of aan de weg als straatartiest op te treden of muziek ten
                                        gehore te brengen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Op andere dan de in het eerste lid vermelde plaatsen, is
                                        het verboden, zonder vergunning van de burgemeester als
                                        straatartiest op te treden of muziek ten gehore te
                                        brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing mits
                                        degene die voornemens is deze activiteiten te verrichten
                                        voor aanvang daarvan naam en adres heeft opgegeven bij het
                                        politiebureau waar de plaats van uitvoering onder
                                        ressorteert, indien</al><lijst><li nr="a."><al>met ten hoogste drie personen wordt opgetreden;</al></li><li nr="b."><al>er geen draaiorgels, geluidversterkende apparatuur
                                                of slaginstrumenten, zoals trommels, bongo’s en
                                                dergelijke, worden gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>de activiteiten niet langer duren dan een half
                                                uur;</al></li><li nr="d."><al>de activiteiten slechts worden verricht tussen 08.00
                                                en 21.00 uur en op zondag tussen 13.00 en 21.00
                                                uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Indien op grond van dit artikel een vergunning is vereist,
                                        kan de burgemeester te dien aanzien de belangen in
                                        aanmerking nemen die zijn bedoeld in artikel 2:25, zesde
                                        lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5:</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning of instemming van het
                                        college van burgemeester en wethouders een voorwerp op, in,
                                        over of boven de weg te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, of de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                        publieke functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>aan gebouwen bevestigde, niet voor commerciële
                                                doeleinden gebruikte vlaggen, wimpels,
                                                vlaggenstokken en dergelijke, voor zover deze
                                                voorwerpen zo zijn aangebracht, dat zij geen gevaar
                                                of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                                goederen;</al></li><li nr="b."><al>zonneschermen, mits aangebracht boven een trottoir
                                                en voldoen aan de voorwaarden:</al><lijst><li nr="1."><al>dat geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter
                                                  boven het trottoir of minder dan 0,5 meter binnen
                                                  de buitenkant daarvan bevindt;</al></li><li nr="2."><al>dat geen onderdeel verder dan 1,4 meter buiten
                                                  de opgaande gevel reikt;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>voorwerpen, met uitzondering van tenten, die
                                                gedurende korte tijd op de weg worden geplaatst en
                                                daar geen gevaar of hinder opleveren voor personen
                                                of goederen;</al></li><li nr="d."><al>voertuigen, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="-"><al>voertuigen die onderdeel uitmaken van het
                                                  bouwverkeer of worden gebruikt bij
                                                  bouwactiviteiten;</al></li><li nr="-"><al>fietsen, bromfietsen of motorfietsen die op de
                                                  weg worden geplaatst met het kennelijk doel om
                                                  deze te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>winkeluitstallingen, mits die voldoen aan de
                                                volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="1."><al>de uitstalling is slechts gedurende de
                                                  openingstijden gesitueerd op het gedeelte van het
                                                  trottoir/voetgangersgebied dat direct aan, en
                                                  slechts voor, de gevel is gelegen van het pand van
                                                  de ondernemer en is niet dieper dan 80 cm en niet
                                                  hoger dan 2,00 m, en;<vet></vet></al></li><li nr="2."><al>a. op het trottoir blijft een obstakelvrije
                                                  doorgang over van minimaal 1,50 m,</al><al> b. in het geval van een voetgangersgebied
                                                  blijft een obstakelvrije doorgang over van
                                                  minimaal 3,50 m, en;</al></li><li nr="3."><al>de uitstalling is niet verankerd in de
                                                  bestrating en levert geen hinder op voor de
                                                  omgeving en de gebruiksmogelijkheden van de weg,
                                                  en;</al></li><li nr="4."><al>de uitstalling maakt geen inbreuk op doelmatig
                                                  beheer en onderhoud van het
                                                  trottoir/voetgangersgebied en brengt geen schade
                                                  toe aan het trottoir/voetgangersgebied, en;</al></li><li nr="5."><al>in de Vlamingstraat, Spuistraat of Venestraat,
                                                  wordt de uitstalling niet geplaatst gedurende
                                                  koopavonden, op zaterdagen en zondagen.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>terrassen geplaatst op trottoirs en direct aan of
                                                voor de gevel van het bij behorende bedrijfspand van
                                                waaruit het terras wordt geëxploiteerd, waarbij het
                                                terras maximaal de helft van het trottoir mag
                                                innemen en er op het trottoir altijd een
                                                obstakelvrije doorgang overblijft van minimaal 1,50
                                                m in een rechte lijn, zijn vergunningsvrij, mits
                                                wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="1."><al>vóór aanvang van de voorgenomen plaatsing, of
                                                  wijziging van de in gebruik genomen ruimte voor
                                                  het terras op de weg moet aan het college van
                                                  burgemeester en wethouder melding worden gedaan
                                                  van deze plaatsing, of wijziging met het daarvoor
                                                  door het college van burgemeester en wethouders
                                                  vastgestelde meldingsformulier, en;<vet></vet></al></li><li nr="2."><al>het terras dient te voldoen aan de richtlijnen
                                                  die door het college van burgemeester en
                                                  wethouders bij nader besluit zijn
                                                  vastgesteld.<vet></vet></al></li></lijst></li><li nr="g."><al>kleine voorwerpen met een publieke functie, die door
                                                burgemeester en wethouders bij nader besluit zijn
                                                aangewezen;</al></li><li nr="h."><al>- vervallen -</al></li><li nr="i."><al>voorwerpen geplaatst voor werkzaamheden en
                                                voorwerpen geplaatst ten behoeve van
                                                bouwwerkzaamheden, mits dit vooraf is gemeld bij het
                                                college van burgemeester en wethouders met het
                                                vastgestelde meldingsformulier (formulier C) en de
                                                voorwerpen: </al><lijst><li nr="-"><al>geen gevaar opleveren voor de bruikbaarheid
                                                  van de weg of het doelmatig en veilig gebruik
                                                  daarvan, en </al></li><li nr="-"><al>de voorwerpen niet langer dan 60 uur op de weg
                                                  worden geplaatst. </al></li></lijst></li><li nr="j."><al>voorwerpen in winkelportieken, voorzover deze
                                                voorwerpen ten dienste staan van de aan het portiek
                                                gelegen winkel(s) en voorzover deze voorwerpen geen
                                                hinder voor de omgeving opleveren;</al></li><li nr="k."><al>voorwerpen in door burgemeester en wethouders
                                                aangewezen winkelpassages, voorzover deze voorwerpen
                                                ten dienste staan van in de passage gelegen
                                                winkels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt
                                        geweigerd, indien tegen de verlening daarvan overwegend
                                        bezwaar bestaat uit een oogpunt van:</al><lijst><li nr="-."><al>doelmatig beheer en onderhoud van de weg, daaronder
                                                mede begrepen de bescherming van de belangen van het
                                                rij- en voetgangersverkeer en de verdeling van
                                                gebruiksmogelijkheden van de weg;</al></li><li nr="-."><al>bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                                gemeente, tenzij het betreffende voorwerp op grond
                                                van de Woningwet dient te worden getoetst aan de
                                                redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="-."><al>schade die door het gebruik aan de weg wordt
                                                toegebracht, of;</al></li><li nr="-."><al>te verwachten hinder voor de omgeving als gevolg van
                                                het gebruik van de weg ten behoeve waarvan de
                                                vergunning wordt gevraagd, tenzij daarop regels bij
                                                of krachtens de Wet milieubeheer of het bepaalde in
                                                de artikelen 2:27 t/m 2:29 en artikel 4:6 van
                                                toepassing is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvrager van een vergunning is verplicht daarvoor
                                        gebruik te maken van een door het college van burgemeester
                                        en wethouders voor bepaalde categorieën van voorwerpen
                                        vastgesteld aanvraagformulier (formulier A).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Een aanvraag om vergunning wordt eerst in behandeling
                                        genomen, nadat de voor de beoordeling van de aanvraag
                                        benodigde stukken zijn overgelegd conform de door het
                                        college van burgemeester en wethouders vastgestelde
                                        richtlijnen (formulier B).</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                        stellen voor de handelingen als bedoeld in het eerste lid.
                                        Deze nadere regels strekken ter bescherming van de belangen
                                        als genoemd in het derde lid. In deze nadere regels kan voor
                                        bepaalde categorieën van voorwerpen worden bepaald dat de
                                        uitzondering als genoemd in het tweede lid onder j. of k.
                                        niet van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10A.</nr><titel>Leidingen </titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10, eerste lid,
                                        en onverminderd het bepaalde in artikel 2:11, eerste lid, is
                                        het verboden om zonder voorafgaande instemming van
                                        burgemeester en wethouders een leiding op, aan, in, boven of
                                        onder de weg te leggen, te hebben liggen of in enig opzicht
                                        te wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>De aanvraag voor de vereiste instemming dient bij het
                                        leggen, hebben liggen of in enig opzicht te wijzigen van
                                        huisaansluitingen van leidingen, waarvan de lengte niet
                                        langer is dan 55 meter, ten minste drie werkdagen voor
                                        aanvang van de werkzaamheden door het college te zijn
                                        ontvangen. In alle overige gevallen geldt een termijn van
                                        acht weken. </al></lid><lid><lidnr>3. </lidnr><al>De aanvraag om instemming dient te geschieden door de
                                        eigenaar van de leiding. </al></lid><lid><lidnr>4. </lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt voor de
                                        aanvraag om instemming een formulier en voorwaarden vast
                                        waaraan de aanvraag om instemming voor het leggen, hebben
                                        liggen of in enig opzicht wijzigen van leidingen dient te
                                        voldoen. </al></lid><lid><lidnr>5. </lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt voor het
                                        leggen, hebben liggen of in enig opzicht wijzigen van
                                        leidingen nadere regels vast. </al></lid><lid><lidnr>6. </lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist op een
                                        aanvraag: </al><lijst><li nr="a."><al>om instemming voor het leggen, hebben liggen of in
                                                enig opzicht wijzigen van een leiding binnen acht
                                                weken na ontvangst van de aanvraag; </al></li><li nr="b."><al>om instemming voor het leggen, hebben liggen of in
                                                enig opzicht wijzigen van een huisaansluiting van
                                                een leiding, waarvan de lengte niet langer is dan 55
                                                meter, binnen drie werkdagen na ontvangst van de
                                                aanvraag. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7. </lidnr><al>vervallen</al></lid><lid><lidnr>8. </lidnr><al>Een van rechtswege verleende instemming kan geheel of
                                        gedeeltelijk worden ingetrokken of gewijzigd, indien het
                                        aanvraagformulier onjuiste gegevens bevat of indien de
                                        werkzaamheden onvoorziene en ontoelaatbare gevolgen voor de
                                        fysieke leefomgeving hebben of dreigen te hebben en het
                                        geven van aanwijzingen als bedoeld in het tiende lid onder
                                        b, geen oplossing biedt. </al></lid><lid><lidnr>9. </lidnr><al>Een verleende instemming kan geheel of gedeeltelijk worden
                                        ingetrokken of gewijzigd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de werkzaamheden ontoelaatbare gevolgen voor de
                                                fysieke leefomgeving hebben of dreigen te hebben en
                                                het geven van aanwijzingen als bedoeld in het tiende
                                                lid, onder b, geen redelijke oplossing biedt; </al></li><li nr="b."><al>dit noodzakelijk is voor de uitvoering van
                                                werkzaamheden van de gemeente of derden; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>10. </lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan, als de betrokken belangen dit
                                        vereisen: </al><lijst><li nr="a."><al>de eigenaar van de leiding mondeling instemming
                                                vragen, en kan het college mondeling instemming
                                                verlenen; </al></li><li nr="b."><al>het college van burgemeester en wethouders alsmede
                                                de in artikel 6:2 bedoelde toezichthouder de
                                                eigenaar van de leiding mondelinge of schriftelijke
                                                aanwijzingen geven, die terstond dienen te worden
                                                opgevolgd; </al></li><li nr="c."><al>het college van burgemeester en wethouders haar
                                                instemming mondeling wijzigen of intrekken. </al><al></al><al>Een mondelinge beslissing wordt zo spoedig mogelijk
                                                op schrift gesteld en aan de eigenaar toegezonden.
                                            </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>11. </lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>af te wijken van de nadere regels als bedoeld in het
                                                vijfde lid; </al></li><li nr="b."><al>niet of niet onmiddellijk te voldoen aan de
                                                aanwijzingen als bedoeld in het tiende lid onder b.
                                            </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>12. </lidnr><al>Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het Rijk bij het uitvoeren van zijn of haar
                                                publiekrechtelijke taak; </al></li><li nr="b."><al>op een bovengrondse hoogspanningskabel; </al></li><li nr="c."><al>voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                                voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                                beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal
                                                wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                                Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                                Telecommunicatieverordening, de Elektriciteitswet
                                                1998 of de Gaswet. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>13. </lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde instemming is zaaksgebonden.
                                        De eigenaar van de leiding dient een overdracht van de
                                        leiding binnen twee weken te melden aan het college van
                                        burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>14. </lidnr><al>De eigenaar die leidingen voorafgaande aan de
                                        inwerkingtreding van dit artikel op, aan, in, boven of onder
                                        de weg heeft gelegd, heeft liggen of in enig opzicht heeft
                                        gewijzigd, wordt geacht daarvoor instemming te hebben
                                        verkregen van het college van burgemeester en wethouders.
                                    </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10B.</nr><titel></titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:11 </nr><titel>Aanleggen, beschadigen, opbreken en veranderen van een
                                        weg </titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:83 is het verboden om
                                        zonder voorafgaande instemming van het college van
                                        burgemeester en wethouders een weg aan te leggen, de
                                        verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te
                                        spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen
                                        of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg
                                        van een weg, of handelingen te verrichten die de
                                        gebruiksmogelijkheden van de weg beperken.</al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing op handelingen als bedoeld
                                        in het eerste lid ten behoeve van huisaansluitingen voor
                                        nutsvoorzieningen (telefoon, kabeltelevisie, gas, water,
                                        elektra, riool, stadsverwarming), voor zover die geen
                                        belemmerende invloed hebben op de doorstroming van verkeer,
                                        gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg, of voor
                                        het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                        belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en
                                        onderhoud van de weg. </al></lid><lid><lidnr>3. </lidnr><al>De aanvraag om instemming dient te geschieden door degene
                                        die opdracht geeft tot het uitvoeren van de handelingen.
                                    </al></lid><lid><lidnr>4. </lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan voor de
                                        handelingen als bedoeld in het eerste lid nadere regels
                                        vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>5. </lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist op een
                                        aanvraag: </al><lijst><li nr="a."><al>om instemming voor handelingen als bedoeld in het
                                                eerste lid, binnen acht weken na ontvangst van de
                                                aanvraag; </al></li><li nr="b."><al>om instemming voor handelingen als bedoeld in het
                                                eerste lid die maximaal een oppervlakte van 25 m2
                                                beslaan en niet langer dan 60 uur duren, mits van
                                                niet ingrijpende aard, welke, gelet op de veiligheid
                                                en doelmatigheid van de weg, niet tot hinder leiden
                                                voor motorrijtuigen, bromfietsen, fietsen en trams
                                                binnen drie werkdagen na ontvangst van de aanvraag.
                                            </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6. </lidnr><al>vervallen</al></lid><lid><lidnr>7. </lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan haar
                                        instemming weigeren: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de handeling als bedoeld in het eerste lid
                                                schade toebrengt aan de weg, een belemmerende
                                                invloed heeft op de doorstroming van verkeer, gevaar
                                                oplevert voor de bruikbaarheid van de weg, of voor
                                                het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                                belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                                onderhoud van de weg; </al></li><li nr="b."><al>indien de handeling hetzij op zichzelf, hetzij in
                                                verband met de omgeving, niet voldoet aan de eisen
                                                van redelijke welstand; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van in de nabijheid gelegen
                                                onroerende zaken. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8. </lidnr><al>De weigeringsgronden van het zevende lid, onder a, gelden
                                        niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                        voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. De
                                        weigeringsgronden van het zevende lid, onder b, gelden niet
                                        voor bouwwerken. De weigeringsgronden van het zevende lid,
                                        onder c, gelden niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al></lid><lid><lidnr>9. </lidnr><al>Een verleende instemming kan geheel of gedeeltelijk worden
                                        ingetrokken of gewijzigd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de handelingen als bedoeld in het eerste lid
                                                ontoelaatbare gevolgen voor de fysieke leefomgeving
                                                hebben of dreigen te hebben en het geven van
                                                aanwijzingen als bedoeld in het tiende lid, onder b,
                                                geen redelijke oplossing biedt. </al></li><li nr="b."><al>dit noodzakelijk is voor de uitvoering van
                                                werkzaamheden van de gemeente of derden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>10. </lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan, als de betrokken belangen dit
                                        vereisen: </al><lijst><li nr="a."><al>de opdrachtgever van de handelingen als bedoeld in
                                                het eerste lid mondeling instemming vragen, en kan
                                                het college mondeling instemming verlenen; </al></li><li nr="b."><al>het college van burgemeester en wethouders alsmede
                                                de in artikel 6:2 bedoelde toezichthouder de
                                                opdrachtgever en opdrachtnemer van de handelingen
                                                als bedoeld in het eerste lid mondelinge of
                                                schriftelijke aanwijzingen geven, die terstond
                                                dienen te worden opgevolgd; </al></li><li nr="c."><al>het college van burgemeester en wethouders haar
                                                instemming mondeling wijzigen of intrekken. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>11. </lidnr><al>Een mondelinge beslissing wordt zo spoedig mogelijk op
                                        schrift gesteld en aan de opdrachtgever toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>12. </lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>af te wijken van de nadere regels als bedoeld in het
                                                vierde lid; </al></li><li nr="b."><al>niet of niet onmiddellijk te voldoen aan de
                                                aanwijzingen als bedoeld in het tiende lid onder b.
                                            </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>13. </lidnr><al>De verplichtingen en de verboden in dit artikel gelden niet: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het Rijk bij het uitvoeren van zijn of haar
                                                publiekrechtelijke taak; </al></li><li nr="b."><al>voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                                voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                                beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal
                                                wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                                Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                                Telecommunicatieverordening, de Elektriciteitswet
                                                1998 of de Gaswet. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder vergunning van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                                uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar
                                                de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                                omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                                gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>6:</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de
                                        weg te werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                        4e, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeers-wet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                        beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                        winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de
                                        naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken en de in
                                        de omgeving van dat bedrijf door het publiek op of langs de
                                        weg achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of
                                        te doen verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te
                                        bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf
                                        als bedoeld in het eerste lid of, indien het bedrijf gelegen
                                        is in een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving
                                        van dat winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van het
                                        bedrijf of winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het
                                        weggedeelte, grenzende aan dat bedrijf of dat winkelcomplex
                                        en tevens een aan die weg of dat weggedeelte aansluitende
                                        parkeerplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de
                                        weg, onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een
                                        daartoe aangewezen plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                    hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije
                                    uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of
                                    gevaar oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting
                                    die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen,
                                    onzichtbaar te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg
                                        gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar
                                        voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                        aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden
                                        dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig
                                        meter daarvan gedurende de door het college aangewezen
                                        periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel
                                        in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter
                                        daarvan, voorzover het de open lucht betreft, brandende of
                                        smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te
                                        laten liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                        voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende,
                                        als tuin ingerichte, erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                        (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                        prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                        voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                        meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad,
                                        puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere
                                        afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van
                                        de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn
                                        aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan
                                        wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                        verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van
                                        de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Het is verboden aan een weg of enig deel van een bouwwerk een
                                    voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen
                                    neervallen op de weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                        aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                        openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden,
                                        gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende zijn
                                        besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of
                                        wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld
                                        in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                        Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                        weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                        bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                        houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken
                                        als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te
                                        hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                        bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                                verkeer; daarop op enige andere wijze te belemmeren
                                                of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde
                                                ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of
                                        de Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23A</nr><titel>Beweegbare bruggen</titel></kop><al>Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>zich op een beweegbare brug te begeven of te bevinden,
                                            wanneer de toegang is of wordt afgesloten;</al></li><li nr="b."><al>een afsluiting van een beweegbare brug te openen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>7:</nr><titel>Toezicht op evenementen en sportwedstrijden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsomschrijving evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoel in artikel 160, eerste lid, onder
                                                h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de
                                                kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                                Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:8, 2:9 en de
                                                Verordening op de kansspelen;</al></li><li nr="g."><al>sportwedstrijden als bedoeld in artikel 2:25B..</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>vervallen;</al></li><li nr="c."><al>een optocht niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                artikel 2:3, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest of een wedstrijd op of aan de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> evenemententerrein: de ruimte die in de
                                        evenementenvergunning is aangegeven om de activiteiten te
                                        laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen
                                        daarnaar te kijken en/of er aan deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> grote evenementen: evenementen waarbij naar het oordeel van
                                        de burgemeester meer dan 25.000 bezoekers worden verwacht en
                                        regelmatig terugkerende evenementen die door de burgemeester
                                        als zodanig worden aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Vergunningplicht evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        evenement te houden.</al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>Het verbod genoemd in lid 1 geldt niet voor ééndaagse
                                        evenementen, mits: </al><lijst><li nr="a."><al>het evenement een straatfeest, buurtbarbeque of
                                                kleinschalige activiteit in de open lucht betreft;
                                            </al></li><li nr="b."><al>het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 250;
                                            </al></li><li nr="c."><al>het evenement tussen 10.00 en 23.00 plaatsvindt;
                                            </al></li><li nr="d."><al>er geen samenloop is met andere evenementen in de
                                                wijk; </al></li><li nr="e."><al>het evenement geen of een zeer geringe beperking van
                                                het gebruik van de openbare weg veroorzaakt, en het
                                                derhalve niet noodzakelijk is om één of meerdere
                                                verkeers-maatregel(en) te treffen; </al></li><li nr="f."><al>er te allen tijde een rijloper van minimaal 3.50
                                                meter beschikbaar blijft ten behoeve van de
                                                hulpdiensten; </al></li><li nr="g."><al>er enkel gecertificeerde objecten van een geringe
                                                constructie worden geplaatst, bijv. een kleine
                                                partytent, springkussen, barbecue etc.; </al></li><li nr="h."><al>er geen samenloop is met wegopbrekingen en/of de
                                                hoofdroutes van de hulpdiensten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3 .</lidnr><al> Voor het op het evenemententerrein verrichten van
                                        activiteiten, die op grond van deze of een andere
                                        gemeentelijke verordening vergunningplichtig zijn, is
                                        tijdens de duur van het evenement geen afzonderlijke
                                        vergunning nodig, mits die activiteiten vermeld zijn in de
                                        vergunning als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4 .</lidnr><al>Op een evenemententerrein mogen geen activiteiten
                                        plaatsvinden, die op grond van deze of een andere
                                        gemeentelijke verordening vergunningplichtig zijn, tenzij
                                        die activiteiten vermeld zijn in de vergunning als bedoeld
                                        in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5 .</lidnr><al> Tenzij de burgemeester anders bepaalt, geldt het verbod in
                                        het vierde lid niet voor activiteiten, waarvan aannemelijk
                                        is dat zij krachtens een voor onbepaalde tijd of voor een
                                        periode langer dan drie maanden verleende vergunning ook op
                                        het evenemententerrein zouden plaatsvinden, als daar geen
                                        evenement gehouden zou worden.</al></lid><lid><lidnr>6 .</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of
                                                goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7 .</lidnr><al> Bij de toepassing van de in het zesde lid genoemde
                                        weigeringsgronden kan de burgemeester in aanmerking
                                        nemen:</al><lijst><li nr="a."><al>of er behoefte bestaat aan het evenement waarvoor
                                                vergunning wordt gevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de mate waarin door het evenement beslag gelegd
                                                wordt op ruimte, tijd en hulpdiensten;</al></li><li nr="c."><al>het aantal bezoekers dat verwacht wordt;</al></li><li nr="d."><al>of de aard van het evenement zich verdraagt met het
                                                karakter of de bestemming van de gevraagde
                                                locatie;</al></li><li nr="e."><al>of gevaar bestaat voor wanordelijkheden;</al></li><li nr="f."><al>of gevaar bestaat voor ernstige belemmeringen voor
                                                het verkeer;</al></li><li nr="g."><al>of gevaar bestaat voor onaanvaardbare belasting voor
                                                de omgeving als gevolg van het plaatsvinden van het
                                                evenement.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25A.</nr><titel>Aanvraag om vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid,
                                        dient door degene die voornemens is een evenement te
                                        organiseren, te worden aangevraagd door middel van een door
                                        de burgemeester vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>De organisator van het evenement als bedoeld in artikel
                                        2:25, tweede lid, stelt de burgemeester ten minste vier
                                        weken voorafgaand aan het evenement van het houden daarvan
                                        in kennis. Hij maakt hierbij tevens gebruik van een door de
                                        burgemeester vastgesteld formulier. Indien de aanvrager
                                        binnen twee weken na de schriftelijke ontvangstbevestiging
                                        geen respons ontvangt van de gemeente, is de
                                        evenementenmelding akkoord. </al></lid><lid><lidnr>3 .</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:3 moet een
                                        aanvraag om vergunning als bedoeld artikel 2:25, eerste lid
                                        uiterlijk acht weken voor de datum van het evenement worden
                                        ingediend, tenzij het om een groot evenement gaat. In dat
                                        laatste geval moet de aanvraag uiterlijk achttien weken voor
                                        de datum van het evenement worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4 .</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan de burgemeester bij een aanvraag
                                        om vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid
                                        ontheffing verlenen van de eis dat de aanvraag binnen de in
                                        het derde lid gestelde termijnen ingediend moet zijn. </al></lid><lid><lidnr>5 .</lidnr><al>De burgemeester maakt uiterlijk op 1 oktober bekend, welke
                                        grote evenementen in het volgend jaar mogen worden verwacht
                                        en voor welke ingediende en/of nog in te dienen aanvragen om
                                        vergunning voor grote evenementen, de burgemeester behoudens
                                        gewijzigde omstandigheden, voornemens is vergunning te
                                        verlenen. De burgemeester stelt daarvoor het Overzicht grote
                                        evenementen vast, nadat terzake burgemeester en wethouders
                                        en de betreffende raadscommissie(s) zijn gehoord. Indien de
                                        burgemeester na de vaststelling van het Overzicht voornemens
                                        is om het Overzicht te wijzigen en/of indien de burgemeester
                                        voornemens is vergunning te verlenen voor een groot
                                        evenement, dat niet in het Overzicht voorkomt, handelt de
                                        burgemeester overeenkomstig het bepaalde in de vorige volzin
                                    </al></lid><lid><lidnr>6 .</lidnr><al>Op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25,
                                        eerste lid, die betrekking heeft op een groot evenement als
                                        bedoeld in artikel 2:24, vierde lid, besluit de burgemeester
                                        uiterlijk vier weken voor de datum van het evenement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25B</nr><titel>Sportwedstrijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De organisator van een sportwedstrijd, als omschreven in de
                                        bij deze verordening behorendelijst ( <cursief>Zie
                                            bijgevoegde lijst </cursief>) , moet ten minste dertig
                                        dagen vóór de wedstrijddatum, de burgemeester van zijn
                                        voornemen tot het houden van de wedstrijd schriftelijk
                                        kennis geven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een kennisgeving, gelet op het tijdstip, waarop de
                                        wedstrijddatum wordt vastgesteld, niet dertig dagen tevoren
                                        kan worden gedaan, geeft de organisator hiervan kennis aan
                                        de burgemeester uiterlijk zeven dagen vóór de
                                        wedstrijddatum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester stelt een formulier vast voor het doen van
                                        de in het eerste lid bedoelde kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorgeschreven kennisgeving is gedaan, zodra het in het
                                        derde lid bedoelde formuliervolledig en naar waarheid
                                        ingevuld, tijdig ingeleverd is ter plaatse als op dat
                                        formulier aangegeven en het in het vijfde lid bedoelde
                                        bewijs van ontvangst uitgereikt is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene, die de kennisgeving inlevert, ontvangt daarvan een
                                        bewijs, waarin het tijdstip van inlevering vermeld is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een kennisgeving kan meerdere wedstrijden betreffen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Al dan niet in verband met de bij de kennisgeving verstrekte
                                        gegevens kan de burgemeester voorschriften geven ter
                                        beveiliging van personen en goederen, en ter voorkoming van
                                        wanordelijkheden, ernstige verkeersbelemmeringen of ernstige
                                        hinder voor toeschouwers of derden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Als de burgemeester van oordeel is, dat naar redelijke
                                        verwachting, noch door de door de organisator toegezegde
                                        maatregelen, noch door het geven van voorschriften, noch
                                        door de redelijkerwijs te nemen politiemaatregelen,
                                        onevenredige schade aan de in het zevende lid bedoelde
                                        belangen voorkomen kan worden, is de burgemeester bevoegd
                                        het houden van de wedstrijd te verbieden.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het is de organisator verboden een wedstrijd als bedoeld in
                                        het eerste lid te laten plaatsvinden, als:</al><lijst><li nr="a."><al>de kennisgeving ervan niet overeenkomstig het
                                                bepaalde in het eerste tot en met zesde lid gedaan
                                                is;</al></li><li nr="b."><al>gehandeld wordt in afwijking van de gegevens, die
                                                bij deze kennisgeving verstrekt zijn;</al></li><li nr="c."><al>de door de burgemeester ingevolge het zevende lid
                                                gegeven voorschriften niet worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>de burgemeester het houden van de wedstrijd verboden
                                                heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De burgemeester kan van het bepaalde in het negende lid
                                        onder a. ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement als bedoeld in artikel 2:25 de
                                    orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26A.</nr><titel>Ordeverstoring bij sportwedstrijden.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij een sportwedstrijd als bedoeld in
                                        artikel 2:25B. de orde te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Hij, die aanwezig is bij een sportwedstrijd als bedoeld in
                                        artikel 2:25B. is verplicht op last van een ambtenaar van
                                        politie de ruimte of locatie waar de sportwedstrijd
                                        plaatsvindt onmiddellijk te verlaten indien die wedstrijd
                                        plaatsvindt in strijd met het bepaalde in artikel 2:25B. of
                                        indien ter plaatse wanordelijkheden ontstaan dan wel dreigen
                                        te ontstaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26B.</nr><titel>Stadionomgevingsverbod.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De burgemeester kan aan een persoon schriftelijk het verbod
                                        opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion
                                        vanaf vier uur vòòr het vastgestelde aanvangstijdstip tot
                                        vier uur na afloop van voetbalwedstrijden van de organisator
                                        ex artikel 2:25B. Het verbod geldt voor een bepaalde tijd
                                        welke niet langer is dan twee jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in
                                        het vorige lid bedoelde verbod, nadat is vast komen te staan
                                        dat de persoon de openbare orde in of in de omgeving van het
                                        stadion heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de
                                        organisator wordt gespeeld. Tevens kan dit verbod worden
                                        opgelegd aan personen aan wie een stadionverbod is
                                        opgelegd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8:</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al> Horeca-inrichting: </al><lijst><li nr="1."><al> een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste
                                                lid, van de Drank- en Horecawet waarin het
                                                horecabedrijf wordt uitgeoefend, zomede de daarbij
                                                behorende terrassen; </al></li><li nr="2."><al> voor publiek openstaande lokaliteiten, open
                                                plaatsen, tuinen of gedeelten daarvan, zomede de
                                                daarbij behorende terrassen en de daarmee
                                                gemeenschap hebbende vertrekken die niet uitsluitend
                                                als woning of winkel worden gebruikt, alsmede de
                                                niet voor publiek toegankelijke lokaliteiten welke
                                                voor het publiek op de weg bereikbaar zijn,
                                                uitgezonderd standplaatsen als bedoeld in artikel 1
                                                van de Straathandelsverordening voor zover daar
                                                regelmatig of op gezette tijden:</al><al>I. gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet
                                                enigerlei eet- of drinkwaar te verkrijgen, af te
                                                halen of te verbruiken;</al><al>II. amusement of ontspanning wordt aangeboden, met
                                                uitzondering van een speelautomatenhal, of</al><al>III. gelegenheid wordt gegeven anders dan tegen
                                                betaling tot het verrichten van seksuele
                                                handelingen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al> Ondernemer: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon,
                                        voor wiens rekening en risico de horeca-inrichting wordt
                                        gedreven en de bestuurders van de rechtspersoon of hun
                                        gevolmachtigden met uitzondering van de bestuurders van een
                                        rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 Drank- en
                                        Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al> Leidinggevende: natuurlijke persoon die de onmiddellijke
                                        feitelijke leiding uitoefent in de inrichting of het
                                        bedrijf; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al> Bezoeker: een ieder die zich in een horeca-inrichting
                                        bevindt met uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al> de leidinggevenden; </al></li><li nr="2."><al> dienstdoende personen, zoals barpersoneel,
                                                keukenhulpen, schoonmakers en portiers; </al></li><li nr="3."><al> personen van wie de aanwezigheid in de
                                                horeca-inrichting wegens dringende redenen
                                                noodzakelijk is. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al> Categorieën van horeca-inrichtingen: </al><lijst><li nr="a."><al>Categorie 1: horeca-inrichtingen, die alleen zijn
                                                gericht op exploitatie gedurende de dag;</al></li><li nr="b."><al> Categorie 2: alle overige horeca-inrichtingen;
                                            </al></li><li nr="c."><al> Categorie 3: horeca-inrichtingen als bedoeld onder
                                                b die tevens zijn gericht op exploitatie in de
                                                nachtelijke uren en gelegen zijn in een uitgaanskern
                                                zoals aangegeven op een door burgemeester en
                                                wethouders vastgestelde kaart. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:28 </nr><titel>Exploitatie horeca-inrichting </titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>Het is verboden een horeca-inrichting te exploiteren zonder
                                        exploitatievergunning van de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al> Geen exploitatievergunning is vereist voor een
                                        horeca-inrichting die zich bevindt in:</al><lijst><li nr="a."><al> een zorginstelling;</al></li><li nr="b."><al> een museum;</al></li><li nr="c."><al> een bedrijfskantine of -restaurant, of</al></li><li nr="d."><al> rouwcentra, begraafplaatsen en crematoria. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3. </lidnr><al>Een exploitatievergunning wordt verleend voor onbepaalde
                                        tijd, tenzij in de exploitatievergunning anders staat
                                        vermeld. </al></lid><lid><lidnr>4. </lidnr><al>Een afschrift van de exploitatievergunning is in de
                                        horeca-inrichting aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester weigert of trekt de exploitatievergunning in
                                        indien: </al><lijst><li nr="a."><al> de vestiging of de exploitatie van de
                                                horeca-inrichting in strijd is met een geldend
                                                bestemmingsplan; </al></li><li nr="b."><al> de ondernemer of de leidinggevende in enig opzicht
                                                van slecht levensgedrag is; </al></li><li nr="c."><al> de ondernemer of de leidinggevende onder curatele
                                                staat;</al></li><li nr="d."><al> de ondernemer of de leidinggevende niet de leeftijd
                                                van achttien jaar heeft bereikt;</al></li><li nr="e."><al> de ingediende bescheiden niet of niet langer
                                                overeenstemmen met de feiten, welke relevant zijn
                                                voor de door de burgemeester te nemen beslissing;
                                            </al></li><li nr="f."><al> voor de horeca-inrichting een vergunning krachtens
                                                artikel 3 van de Drank- en Horecawet is vereist en
                                                die vergunning is geweigerd, ingetrokken, of de
                                                aanvraag om die vergunning buiten behandeling is
                                                gelaten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan de exploitatievergunning geheel of
                                        gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd
                                        geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen, indien: </al><lijst><li nr="a."><al> naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of
                                                het woon- of leefklimaat in de omgeving van de
                                                horeca-inrichting door de aanwezigheid van de
                                                horeca-inrichting nadelig wordt beïnvloed; </al></li><li nr="b."><al> de ondernemer of de leidinggevende het bij of
                                                krachtens de bepalingen in deze paragraaf geregelde
                                                overtreedt; </al></li><li nr="c."><al> de ondernemer of de leidinggevende betrokken is, of
                                                hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij
                                                activiteiten in of vanuit de horeca-inrichting, dan
                                                wel toestaat of gedoogt dat in zijn
                                                horeca-inrichting activiteiten plaatsvinden, waarmee
                                                de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; </al></li><li nr="d."><al> de ondernemer of de leidinggevende zich schuldig
                                                maakt aan discriminatie;</al></li><li nr="e."><al> er sprake is van een gewijzigde exploitatie, met
                                                uitzondering van een wijziging in het beheer als
                                                bedoeld in artikel 2:30C, tweede lid, of een
                                                wijziging in de ondernemer, waarvoor geen nieuwe
                                                exploitatievergunning is aangevraagd;</al></li><li nr="f."><al> zich in of vanuit de horeca-inrichting anderszins
                                                feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat
                                                het geopend blijven van de horeca-inrichting gevaar
                                                kan veroorzaken voor de openbare orde of een
                                                bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de
                                                omgeving van de horeca-inrichting;</al></li><li nr="g."><al> er aanwijzingen zijn dat in de horeca-inrichting
                                                personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met
                                                het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of
                                                de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28A</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De burgemeester kan: </al><lijst><li nr="a."><al> bepalen dat het exploiteren van categorieën van
                                                horeca-inrichtingen, al dan niet beperkt tot een
                                                bepaald gebied, geheel of gedeeltelijk van de
                                                exploitatie-vergunningplicht wordt vrijgesteld;</al></li><li nr="b."><al> voorschriften verbinden aan een vrijstelling als
                                                bedoeld onder a. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De exploitatie van een horeca-inrichting waarop een besluit
                                        als bedoeld in het eerste lid, onder a, van toepassing is,
                                        geschiedt zodanig dat daardoor het woon- of leefklimaat in
                                        de omgeving van de horeca-inrichting of de openbare orde
                                        niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28B</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>De vergunning kan uitsluitend door de ondernemer worden
                                        aangevraagd door middel van een door de burgemeester
                                        vastgesteld formulier. </al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>De aanvraag vermeldt welke categorie, als bedoeld in artikel
                                        2:27, onder e, op de horeca-inrichting van toepassing is.
                                    </al></lid><lid><lidnr>3. </lidnr><al>Bij de aanvraag om de vergunning moeten in ieder geval
                                        worden overgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al> een locatietekening (plattegrond) in een schaal van
                                                maximaal 1:100 met de afmetingen van de
                                                horeca-inrichting en een eventueel terras; </al></li><li nr="b."><al> een schriftelijk stuk waaruit de juridische relatie
                                                van de ondernemer met het desbetreffende perceel tot
                                                uitdrukking komt, zoals een huurovereenkomst,
                                                pachtovereenkomst of eigendomsbewijs; </al></li><li nr="c."><al> een ondernemingsplan met informatie over de aard
                                                van de werkzaamheden, alsmede informatie over de te
                                                verkopen producten, de exploitatievorm en de beoogde
                                                doelgroep; </al></li><li nr="d."><al> indien de aanvraag een alcoholhoudende
                                                horeca-inrichting betreft, een aanvraag om
                                                vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en
                                                Horecawet; </al></li><li nr="e."><al> indien de aanvraag een alcoholvrije
                                                horeca-inrichting betreft, een Verklaring Omtrent
                                                het Gedrag als bedoeld in de Wet op de Justitiële
                                                Documentatie, betrekking hebbend op de ondernemer(s)
                                                en leidinggevende(n); </al></li><li nr="f."><al> een op grond van de wet Bevordering
                                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
                                                (wet BIBOB) vastgesteld en ingevuld vragenformulier
                                                met de daarbij behorende bijlagen en bescheiden.
                                            </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28C</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>In afwijking van artikel 1:2 beslist de burgemeester binnen 13
                                    weken na de datum waarop de burgemeester de aanvraag heeft
                                    ontvangen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28D</nr><titel>Tijdelijke vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>De vergunning kan voor een bepaalde termijn worden verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>indien niet met voldoende zekerheid de mate van
                                                nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat
                                                en/of de openbare orde kan worden beoordeeld; </al></li><li nr="b."><al>indien de inrichting een tijdelijk karakter heeft.
                                            </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>De burgemeester kan de termijn, als bedoeld in het vorige
                                        lid, verlengen; de termijn kan, al dan niet verlengd, de
                                        duur van drie jaar niet te boven gaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28E.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al></al><al>In afwijking van artikel 1:2 beslist de burgemeester binnen 13
                                    weken na de datum waarop de burgemeester aanvraag heeft
                                    ontvangen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28F.</nr><titel>Vervallen van de vergunning / mutaties</titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>Een vergunning ex artikel 2:28 vervalt, zodra het
                                        exploiteren van de horeca-inrichting is beëindigd en op een
                                        volledige aanvraag om een nieuwe vergunning voor het
                                        exploiteren van dezelfde horeca-inrichting is beslist, of,
                                        indien zodanige aanvraag niet is ingediend binnen 13 weken
                                        na het beëindigen van het exploiteren van de
                                        horeca-inrichting, bij het verstrijken van deze termijn.
                                    </al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>Van beëindiging van het exploiteren van de horeca-inrichting
                                        is sprake, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de horeca-inrichting blijkens de registers van de
                                                Kamer van Koophandel en Fabrieken niet meer voor
                                                rekening van de ondernemer, op wiens naam de
                                                vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd; </al></li><li nr="b."><al>op grond van andere informatie blijkt, dat de
                                                horeca-inrichting niet meer voor rekening van de
                                                ondernemer, op wiens naam de vergunning is gesteld,
                                                wordt geëxploiteerd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3. </lidnr><al>Van de beëindiging van het exploiteren van de
                                        horeca-inrichting doet de ondernemer op wiens naam de
                                        vergunning is gesteld onverwijld schriftelijk mededeling aan
                                        de burgemeester. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Openings- en sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>Het is de ondernemer of de leidinggevende verboden een
                                        horeca-inrichting, die behoort tot categorie 1, voor
                                        bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten
                                        of te laten verblijven tussen 23.00 uur en 07.00 uur, tenzij
                                        sprake is van een situatie als bedoeld in lid 3.</al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>Het is verboden een horeca-inrichting, die behoort tot
                                        categorie 2, voor bezoekers geopend te hebben of daarin
                                        bezoekers toe te laten of te laten verblijven op vrijdagen,
                                        zaterdagen en zondagen tussen 02.30 uur en 07.00 uur en op
                                        de overige dagen van de week tussen 02.00 uur en 07.00 uur,
                                        tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in lid 3, 5 of
                                        7. </al></lid><lid><lidnr>3. </lidnr><al>De burgemeester kan voor een horeca-inrichting, waarvan de
                                        ondernemer ten genoegen van de burgemeester heeft
                                        aangetoond, dat de exploitatie van die horeca-inrichting
                                        geen nadelige invloed heeft op de openbare orde of op het
                                        woon- of leefklimaat in de naaste omgeving van die
                                        horeca-inrichting, ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        en tweede lid gestelde verbod, zij het met die beperking,
                                        dat: </al><lijst><li nr="a."><al> alleen een horeca-inrichting behorende tot
                                                categorie 1 in aanmerking komt voor een ontheffing
                                                voor de uren welke zijn gelegen tussen 05.00 uur en
                                                07.00 uur; </al></li><li nr="b."><al> alleen een horeca-inrichting behorende tot
                                                categorie 2 in aanmerking komt voor een ontheffing
                                                voor de uren gelegen tussen 02.00 uur en 04.00 uur
                                                of tussen 02.30 en 05.00 uur. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4. </lidnr><al>De burgemeester kan de ontheffing bedoeld in het derde lid
                                        weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of
                                        gedeeltelijk intrekken of wijzigen, indien een van de in
                                        artikel 2:28, vijfde en zesde lid, genoemde situaties zich
                                        voordoet. </al></lid><lid><lidnr>5. </lidnr><al>De ondernemer van een horeca-inrichting die beschikt over
                                        een exploitatievergunning met categorie 2 sluitingstijden,
                                        kan maximaal twaalf festiviteiten per jaar houden, waarbij
                                        het de ondernemer of leidinggevende is toegestaan de
                                        horeca-inrichting, met uitzondering van het terras, voor
                                        bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten
                                        of te laten verblijven tot 06.00 uur, mits de ondernemer
                                        uiterlijk zeven werkdagen voor de dag waarop de festiviteit
                                        plaatsvindt, de burgemeester van de festiviteit kennis heeft
                                        gegeven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of
                                        het woon- of leefklimaat voor een of meer
                                        horeca-inrichtingen, categorieën van horeca-inrichtingen of
                                        voor de tot de horeca-inrichting behorende terrassen de in
                                        het eerste en tweede lid genoemde openings- en
                                        sluitingstijden – al dan niet tijdelijk – beperken, dan wel
                                        andere openings- en sluitingstijden vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De burgemeester kan, als naar zijn oordeel sprake is van een
                                        bijzondere omstandigheid, algemene ontheffing verlenen van
                                        de krachtens het eerste en tweede lid geldende openings- en
                                        sluitingstijden voor een bepaald gebied of voor een of meer
                                        bepaalde horeca-inrichtingen. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De burgemeester kan een verbod opleggen een festiviteit te
                                        organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan
                                        deel te nemen indien naar zijn oordeel het woon- of
                                        leefklimaat in de omgeving van de horeca-inrichting of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                        beïnvloed. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30 </nr><titel>Sluiting horeca-inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al> De burgemeester kan een horeca-inrichting tijdelijk of voor
                                        onbepaalde tijd gesloten verklaren indien: </al><lijst><li nr="a."><al> die horeca-inrichting wordt geëxploiteerd zonder
                                                geldige exploitatievergunning; </al></li><li nr="b."><al> die horeca-inrichting wordt geëxploiteerd in strijd
                                                met de aan de exploitatievergunning verbonden
                                                voorschriften; </al></li><li nr="c."><al> een van de in artikel 2:28, vijfde of zesde lid,
                                                genoemde situaties zich voordoet. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>Een besluit tot sluiting wordt op, in of nabij de toegang
                                        van de horeca- inrichting aangebracht. </al></lid><lid><lidnr>3. </lidnr><al>Een sluiting kan op verzoek van een belanghebbende door de
                                        burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden
                                        feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar
                                        zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen
                                        herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid,
                                        zal plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>4. </lidnr><al>Het is de ondernemer of de leidinggevende van de
                                        horeca-inrichting verboden na het van kracht worden van de
                                        sluiting bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de
                                        horeca-inrichting toe te laten of daarin te laten
                                        verblijven. </al></lid><lid><lidnr>5. </lidnr><al>Het is een ieder verboden in een bij besluit van de
                                        burgemeester gesloten horeca-inrichting als bezoeker te
                                        verblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30A</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door ondernemer en
                                        leidinggevende </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden een horeca-inrichting voor bezoekers
                                        geopend te hebben zonder dat de ondernemer of leidinggevende
                                        in de horeca-inrichting aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De ondernemer en de leidinggevende zijn verplicht er
                                        voortdurend op toe te zien dat in de horeca-inrichting en/of
                                        buiten de horeca-inrichting doch in directe relatie daarmee,
                                        geen strafbare feiten plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor door
                                        de burgemeester aangewezen horeca-inrichtingen of
                                        categorieën van horeca-inrichtingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30B</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De exploitatievergunning vervalt, zodra het exploiteren van
                                        de horeca-inrichting is beëindigd en op een volledige
                                        aanvraag om een nieuwe vergunning voor het exploiteren van
                                        dezelfde horeca-inrichting is beslist, of, indien zodanige
                                        aanvraag niet is ingediend binnen 13 weken na het beëindigen
                                        van het exploiteren van de horeca-inrichting, bij het
                                        verstrijken van deze termijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Van beëindiging van het exploiteren van de
                                        horeca-inrichting is sprake, indien: </al><lijst><li nr="a."><al> de horeca-inrichting blijkens het Handelsregister
                                                van de Kamer van Koophandel niet meer voor rekening
                                                van de ondernemer, op wiens naam de vergunning is
                                                gesteld, wordt geëxploiteerd; </al></li><li nr="b."><al> op grond van andere informatie blijkt, dat de
                                                horeca-inrichting niet meer voor rekening van de
                                                ondernemer, op wiens naam de vergunning is gesteld,
                                                wordt geëxploiteerd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30C</nr><titel>Wijziging leidinggevende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe
                                        leidinggevende, indien de ondernemer of leidinggevende kan
                                        aantonen dat de nieuwe leidinggevende op de
                                        exploitatievergunning is bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In afwijking van het eerste lid, kan het beheer tot op de
                                        aanvraag is beslist, tijdelijk worden uitgeoefend door een
                                        nieuwe leidinggevende, indien de ondernemer of
                                        leidinggevende een bevestiging van de burgemeester kan tonen
                                        waaruit blijkt dat die nieuwe leidinggevende ten behoeve van
                                        bijschrijving op de exploitatievergunning is aangemeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:31 </nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een horeca-inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al> de orde te verstoren, dan wel strafbare feiten te
                                            plegen;</al></li><li nr="b."><al> zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd
                                            dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van
                                            een besluit krachtens artikel 2:29, eerste of tweede
                                            lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel </label><nr>2:32 </nr><titel>Handel binnen horeca-inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De ondernemer van een horeca-inrichting staat niet toe dat
                                        een handelaar of een voor hem handelend persoon in die
                                        inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige
                                        andere wijze overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horeca-inrichting geen voor het publiek openstaand
                                    gebouw is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt
                                    niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd
                                    bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2:27 tot en met 2:30C en
                                    de daarop rustende bepalingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horeca-inrichting als bedoeld in artikel 2:27 geen
                                    inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
                                    treedt niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd
                                    bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2:28 tot en met 2:28E. en
                                    artikel 2:29. tot en met 2:30. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                    drank- en horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan
                                    onder: </al><al>- alcoholhoudende drank,</al><al>- horecabedrijf,</al><al>- horecalocaliteit,</al><al>- inrichting,</al><al>- paracommerciële rechtspersoon,</al><al>- sterke drank,</al><al>- slijtersbedrijf en</al><al>- zwak-alcoholhoudende drank,</al><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Regulering paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon kan maximaal 12
                                        bijeenkomsten per jaar organiseren van persoonlijke aard of
                                        bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of
                                        niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                        rechtspersoon betrokken zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 2:30, eerste en tweede lid is overeenkomstig van
                                        toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 2:30 derde en vijfde lid is niet van toepassing op
                                        de in het eerste lid bedoelde bijeenkomsten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon doet ten minste twee weken
                                        voorafgaand aan de bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid
                                        hiervan melding aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan een paracommercieel rechtspersoon
                                        verbieden een bijeenkomst te organiseren als bedoeld in het
                                        eerste lid of aanvullende voorschriften stellen indien naar
                                        zijn oordeel:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in het belang is van de openbare orde,
                                                veiligheid of zedelijkheid, dan wel het woon- en
                                                leefklimaat; </al></li><li nr="b."><al>het tweede, derde of vierde lid is overtreden; </al></li><li nr="c."><al>bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid
                                                bedrijfsmatig worden georganiseerd; </al></li><li nr="d."><al>artikel 20, eerste of twee lid van de drank en
                                                horecawet is overtreden. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Beperkingen ten aanzien van het verstrekken van sterke
                                        drank</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke
                                        drank te verstrekken in een inrichting van de volgende
                                        aard:</al><lijst><li nr="a."><al>inrichting waar onderwijs wordt gegeven;</al></li><li nr="b."><al>inrichting die geheel of gedeeltelijk uitsluitend of
                                                in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of
                                                –instellingen;</al></li><li nr="c."><al>inrichting die geheel of gedeeltelijk uitsluitend of
                                                in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of
                                                –instellingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan op schriftelijk verzoek ontheffing
                                        verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Aan een
                                        ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>9:</nr><titel>Nachtverblijf en toezicht op inrichtingen tot het verschaffen
                                    van nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsomschrijvingen inzake nachtverblijf</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in
                                            de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                                            mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                            kamperen wordt verschaft;</al></li><li nr="2."><al>houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel
                                            daarin de feitelijke leiding heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het
                                    houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                                    daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
                                    burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als
                                    bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te
                                    houden dat ingericht is volgens het door de burgemeester
                                    vastgestelde model.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                    kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die
                                    inrichting volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres,
                                    woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van
                                    aankomst, alsmede de dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38A.</nr><titel>Aanbieden logeergelegenheid</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg op te treden tot het
                                    verschaffen of doen verschaffen van tijdelijke woon- of
                                    logeergelegenheden, ongeacht of dit gebeurt door deze
                                    gelegenheden bij het publiek aan te bevelen, of door aan het
                                    publiek hulp bij het verkrijgen daarvan aan te bieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38B.</nr><titel>(Nacht)verblijf aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden om -al dan niet gebruikmakend van enige
                                        vorm van beschutting, waar onder in ieder geval begrepen het
                                        gebruik van een auto- op of aan de weg tussen zonsondergang
                                        en zonsopgang te liggen of te slapen, danwel tussen
                                        zonsopgang en zonsondergang te liggen of te slapen, nadat
                                        door een ambtenaar van politie in het belang van de openbare
                                        orde of veiligheid is aangezegd dat dit moet worden
                                        beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden op of aan de weg een voertuig, woonwagen,
                                        tent, caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te
                                        plaatsen met het kennelijk doel dit als slaapplaats te
                                        gebruiken of daarin te overnachten danwel gelegenheid
                                        daartoe te bieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste en
                                        tweede lid gestelde ontheffing verlenen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>10:</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                        gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk
                                        lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een
                                        voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid
                                        in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                        noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede
                                        lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende
                                        zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                        bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
                                                andere wijze aan te brengen of te doen
                                                aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige
                                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
                                                of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van
                                        toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk
                                        voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al> De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg of
                                        openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig
                                        aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                        verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg inbrekerswerktuigen te vervoeren
                                        of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde
                                        werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich
                                        onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
                                        verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                        verbreken, diefstal door middel van braak te
                                        vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44A</nr><titel>Vervoer geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                        vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er
                                        kennelijk toe is uitgerust om het plegen van
                                        (winkel)diefstal te vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat
                                        lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid
                                        bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden en beschadiging van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich
                                        te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde
                                        parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of
                                        grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden op de weg:</al><lijst><li nr="a."><al>enige schade toe te brengen aan bomen, heesters,
                                                planten of bloemen</al></li><li nr="b."><al>op plaatsen, welke bij besluit van het college zijn
                                                aangewezen, te handelen in strijd met de aan deze
                                                kennisgeving vermelde nadere voorschriften ter
                                                voorkoming van schade als bedoeld onder a;</al></li><li nr="c."><al>op plaatsen, welke bij besluit van het college zijn
                                                aangewezen, bij zich te hebben of te vervoeren, ter
                                                plaatse voorkomende bloemen of planten of takken van
                                                ter plaatse voorkomende bomen en heesters, tenzij
                                                deze met toestemming van de rechthebbende ter
                                                plaatse zijn verkregen of van elders afkomstig
                                                zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid genoemde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                        rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de
                                        zijkant van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onder weg wordt verstaan wat artikel 1 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het verbod geldt niet indien dat rijden door de
                                        omstandigheden redelijkerwijs gebillijkt wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                        wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op
                                                een beeld, monument, overkapping, constructie,
                                                openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of
                                                andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor
                                                niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op of aan de weg of in een voor het publiek
                                                toegankelijk bouwwerk op enigerlei wijze de orde te
                                                verstoren, personen lastig te vallen of te
                                                vechten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47A.</nr><titel>Skaten en skateboarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Onder skates wordt in dit artikel verstaan: rolschaatsen en
                                        de moderne varianten van rolschaatsen zoals rollerskates,
                                        (in-line-) skates, skeelers etc.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen delen van de weg aanwijzen
                                        waar het is verboden om:</al><lijst><li nr="-"><al>te skaten; en</al></li><li nr="-"><al>te skateboarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde plaatsen kunnen worden
                                        aangewezen in het belang van:</al><lijst><li nr="-"><al>het doelmatig beheer en onderhoud van de weg,
                                                waaronder mede begrepen de bescherming van de
                                                belangen van het rij- en voetgangersverkeer en de
                                                verdeling vande gebruiksmogelijkheden van de
                                                weg;</al></li><li nr="-"><al>de voorkoming of opheffing van hinder, anders dan in
                                                artikel 4:6 of;</al></li><li nr="-"><al>de voorkoming van schade aan de weg en
                                                straatmeubilair.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten dat het verbod,
                                        zoals vervat in het tweede lid, ook geldt ten aanzien van
                                        andere, met skates en skateboards vergelijkbare
                                        voorwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden gebruik van drank of softdrugs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar
                                        hebben bereikt verboden op de weg, die deel uitmaakt van een
                                        door het college aangewezen gebied,alcoholhoudende drank te
                                        nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                        alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als
                                                bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
                                                krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het is verboden op de weg, die deel uit maakt van een door
                                        burgemeester en wethouders aangewezen gebied softdrugs te
                                        gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Onder softdrugs worden verstaan: de middelen, genoemd in
                                        lijst II, onderdeel b, behorende bij de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                                te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                                liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                        flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                        meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                        toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                        ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                    hinderlijke wijze op te houden en daarmee op enigerlei wijze de
                                    orde te verstoren in of op een voor het publiek toegankelijk
                                    portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een
                                    openbaarvervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een
                                    andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan
                                    wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel
                                    dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                    plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een
                                    deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een
                                    portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van
                                            de gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>waardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door de burgemeester aangewezen wegen en
                                    tijden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk
                                    gebouw om geld of andere zaken te bedelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan
                                        wel een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                        kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit
                                        gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon,
                                        te bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden door middel van een verrekijker een zich in
                                        een gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon te
                                        bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel></titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                                aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide of op een andere door het college
                                                aangewezen plaats;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan bij besluit plaatsen aanwijzen, waar het in
                                        het eerste lid gestelde verbod gedurende het gehele jaar of
                                        een gedeelte daarvan niet geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De eigenaar of houder van een hond, is verplicht ervoor te
                                        zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op de
                                        weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of
                                        houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een
                                        geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
                                        lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of
                                        houder van de hond of degene die de hond onder zijn hoede
                                        heeft er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                        worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De houder of verzorger van de hond en ook degene die een
                                        hond onder zijn hoede heeft is verplicht, indien hij zich op
                                        de weg bevindt, een doeltreffend hulpmiddel bij zich te
                                        hebben dat geschikt is voor verwijdering van de
                                        uitwerpselen. Het college stelt hiervoor geschikt
                                        hulpmiddelen vast, wil het doeltreffend zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De houder of verzorger van de hond en ook degene die een
                                        hond onder zijn hoede heeft, die zich met die hond op of aan
                                        de weg bevindt, is verplicht dit hulpmiddel op eerste
                                        vordering van een toezichthoudend ambtenaar te laten
                                        zien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                        gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder
                                        van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en
                                        muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                                        loopt op een openbare plaats of op het terrein van een
                                        ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met
                                        een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste
                                        1,50 meter. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf
                                        die: </al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig
                                                leer of van beide stoffen; </al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond
                                                de hals is aangebracht dat verwijdering zonder
                                                toedoen van de mens niet mogelijk is; en </al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten,
                                                dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe
                                                opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen
                                                binnen de korf aanwezig zijn. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een hond als bedoeld in het eerste lid dient voorzien te
                                        zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
                                        uniek identificatienummer door middel van een microchip die
                                        met een chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college is bevoegd buiten een inrichting in de zin van
                                        de Wet milieubeheer gedeelten van de gemeente of bepaalde
                                        plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing
                                        van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden
                                        is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben; dan wel</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                                de door hen ter voorkoming of opheffing van overlast
                                                of schade aan de openbare gezondheid gestelde
                                                regels; dan wel</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                                aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide
                                        dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders
                                        dan met inachtneming van de door het college gestelde
                                        regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan
                                        door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het
                                        tweede lid gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen
                                        dat die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en
                                        18.00 uur in een door het college te bepalen tijdvak dat
                                        ligt tussen 1 maart en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Provinciale ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit en
                                        invliegen van de bijen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod
                                        geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                        voorzien door het Provinciaal wegenreglement</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel><vet>Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                            kermisterrein e.d.</vet></titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                    burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                    bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                    terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                    plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                    kenbaar is gemaakt aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>11:</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsomschrijvingen inzake heling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                            algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                            eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="b."><al>verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen
                                            of op andere wijze overdragen van alle gebruikte en
                                            ongeregelde goederen door de handelaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het
                                        verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                        gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                        andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of
                                        namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                                        vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                                het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het
                                                goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                                voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer
                                                van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor
                                                overdracht van het goed; e. de naam en het adres van
                                                degene die het goed heeft verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van
                                        deze verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid,
                                        van het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is
                                    verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437
                                            ter, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de
                                            burgemeester of de door deze aangewezen ambtenaar er
                                            schriftelijk van in kennis stelt dat hij van het opkopen
                                            een beroep of gewoonte maakt, daarbij tevens
                                            schriftelijk opgave te doen van zijn woonadres en van
                                            het volledig adres van elke lokaliteit door hem ten
                                            behoeve van zijn onderneming in gebruik genomen;</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van
                                            zijn register(s) onverwijld doch woonadres, zomede van
                                            het adres of de adressen van een bij hem ten behoeve van
                                            zijn onderneming in gebruik zijnde lokaliteit;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming
                                            is gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en
                                            de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar
                                            voorkomen;</al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                            waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                            misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren
                                            is gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de
                                            onder a bedoelde functionaris;</al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te
                                            geven aan de burgemeester of een daartoe door de
                                            burgemeester aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep
                                            of gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                            handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
                                            functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval
                                            binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                            stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden
                                    enig door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen
                                    dat het onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige
                                    wijziging aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed
                                    is op de herkenbaarheid van het goed.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>12:</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:</al><al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002,
                                    houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                    professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                        de verkoopdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                        nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen
                                        dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden,
                                        zonder een vergunning van het college van de gemeente waar
                                        het bedrijf is of zal worden gevestigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd in het belang van de openbare orde en in het
                                        belang van het voorkomen of beperken van overlast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag om vergunning als bedoeld in het eerste lid kan
                                        voorts worden geweigerd, indien een persoon verbonden aan de
                                        desbetreffende inrichting binnen de laatste drie en een half
                                        (3½) jaar een overtreding heeft begaan van hetgeen bij of
                                        krachtens de wet is geregeld omtrent het vervoer, de opslag
                                        en/of verkoop van vuurwerk.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het aantal vergunningen als bedoeld in het eerste lid
                                        bedraagt maximaal 75.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                        jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op
                                        een voor publiek toegankelijke plaats te bezigen indien
                                        zulks gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73A.</nr><titel>Vreugdevuren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg te vervoeren, op de weg bij zich
                                        te dragen of anderszins voorhanden te hebben kerstbomen,
                                        autobanden en andere voorwerpen of stoffen, met het
                                        kennelijk doel deze op de weg te verbranden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet als ter plaatse en naar het
                                        bevredigend oordeel van een ambtenaar van politie wordt
                                        aangetoond, dat het vervoer en/of de opslag van de genoemde
                                        voorwerpen of stoffen gebeurt voor andere handelingen dan in
                                        het eerste lid worden genoemd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>13:</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Handel in en gebruik van verdovende middelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op
                                        of aan de weg post te vatten of</al><al>zich daar heen en weer te bewegen, alsmede zich op of aan
                                        wegen in of op een voertuig te bevinden, of daarmee heen en
                                        weer of rond te rijden met het kennelijke doel om middelen
                                        als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of
                                        daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te
                                        leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam
                                        te zijn of daarin te bemiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek
                                        toegankelijke plaats middelen als bedoeld in de artikel 2
                                        van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel
                                        voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat
                                        gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voor handen te
                                        hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van
                                        toepassing op voorwerpen en activiteiten die in het belang
                                        van de Volksgezondheid, in het bijzonder de preventie, de
                                        bestrijding van drugsverslaving of hulpverlening aan
                                        verslaafden, van overheidswege worden bevorderd of zijn
                                        goedgekeurd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74A.</nr><titel>Overlastgevende woonpanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 199 van het Wetboek van
                                        Strafrecht is het verboden een op basis van artikel 174a
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden, nadat dat door de burgemeester in
                                        het openbaar bekend is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van het in het eerste lid
                                        bedoelde verbod ontheffing te verlenen aan door hem daartoe
                                        aangewezen rechthebbende(n) en hun bloed- en
                                        aanverwanten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        personen wier tegenwoordigheid in het perceel of op het erf
                                        om dringende reden vereist is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74B.</nr><titel>Verzameling van personen in verband met harddrugs of
                                        heling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden op of aan wegen die door de burgemeester
                                        zijn aangewezen ( <cursief>Zie bijgevoegd besluit
                                        </cursief>) omdat deopenbare orde dit in verband met het
                                        openlijk gebruik van of de handel in harddrugs dan heling
                                        naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, deel te nemen aan een
                                        verzameling van meer dan 4 personen waarvan redelijkerwijs
                                        kan worden aangenomen dat de verzameling verband houdt met
                                        het gebruik van of de handel in harddrugs dan wel heling.
                                    </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet></vet>De aanwijzing van wegen, zoals bedoeld in het eerste
                                        lid wordt gegeven voor ten hoogste zesmaanden, welke termijn
                                        telkenmale kan worden verlengd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die zich bevindt in een verzameling als in het eerste
                                        lid bedoeld is verplicht op een daartoe strekkend bevel van
                                        een ambtenaar van politie direct zijn weg te vervolgen of
                                        zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74C.</nr><titel>Verblijfsontzeggingen in verband met harddrugs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Degene die in een gebied, dat door de burgemeester is
                                        aangewezen ( <cursief>Zie bijgevoegd besluit </cursief>) ,
                                        omdat naar zijn oordeel de openbare orde in dat gebied
                                        ernstig is verstoord door de aanwezigheid van verslaafden
                                        en/of handelaren in harddrugs, zich gedraagt in strijd met: </al><lijst><li nr="a."><al>de artikelen 2:1, 2:49, en 2:79 voor zover de
                                                gedragingen in verband staan met harddrugs</al></li><li nr="b."><al>artikel 2:74 (handel en gebruik verdovende
                                                middelen)</al></li><li nr="c."><al>artikel 2:74B. (verzameling personen i.v.m.
                                                harddrugs of heling)</al></li><li nr="d."><al>artikel 3:16 (tippelverbod)</al></li><li nr="e."><al>artikel 2:48 (alcohol- en softdrugsverbod) is
                                                verplicht zich terstond uit dat gebied te
                                                verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak
                                                vanvierentwintig uur niet te bevinden, nadat de
                                                burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft
                                                gegeven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die messen of andere voorwerpen, die als wapen kunnen
                                        worden gebruikt zoals verboden in de Wet wapens en munitie,
                                        openlijk voorhanden heeft, is verplicht zich terstond uit
                                        een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in
                                        het eerste lid, te verwijderen en zich daar gedurende een
                                        tijdvak van vierentwintig uur niet te bevinden nadat de
                                        burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft
                                        gegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied,
                                        als bedoeld in het eerste lid in een aaneengesloten periode
                                        van ten hoogste zes maanden ten minste drie ordeverstorende
                                        gedragingen heeft begaan, is verplicht zich terstond uit dat
                                        gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van
                                        1 maand niet te bevinden nadat de burgemeester hem een
                                        daartoe strekkend bevel heeft gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><vet></vet>Degene die in een door de burgemeester aangewezen
                                        gebied, als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig het
                                        derde lid een bevel van de burgemeester heeft gekregen zich
                                        te verwijderen uit dat gebied en die in een aaneengesloten
                                        periode van ten hoogste één jaar weer een ordeverstorende
                                        gedraging heeft begaan, is verplicht zich terstond uit dat
                                        gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van
                                        2 maanden niet te bevinden nadat de burgemeester hem een
                                        daartoe strekkend bevel heeft gegeven. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied,
                                        als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig het vierde lid
                                        een bevel van de burgemeester heeft gekregen zich te
                                        verwijderen uit dat gebied en die in een aaneengesloten
                                        periode van ten hoogste één jaar weer een ordeverstorende
                                        gedraging heeft begaan, is verplicht zich terstond uit dat
                                        gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van
                                        3 maanden niet te bevinden nadat de burgemeester hem een
                                        daartoe strekkend bevel heeft gegeven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onder ordeverstorende gedragingen als bedoeld in het derde,
                                        vierde en vijfde lid worden verstaan de gedragingen als
                                        bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede het niet
                                        voldoen aan een opgelegd verwijderingsbevel, geweldsdelicten
                                        en diefstallen uit auto’s op of aan de weg, voor zover een
                                        verband bestaat tussen het delict en harddrugs.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>14:</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a Gemeentewet
                                    besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem
                                    aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                    plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:26,
                                    2:26B., 2:45, 2:48, 2:49, 2:73, 2:73A., 2:79 of 5:34 van deze
                                    verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>15:</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Aanwijzing veiligheidsrisicogebied ten behoeve van
                                        preventief fouilleren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b Gemeentewet
                                        bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van
                                        wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan
                                        daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor
                                        het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven,
                                        aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens de burgemeester overgaat tot het aanwijzen van een
                                        veiligheidsrisicogebied, hoort de burgemeester de
                                        betreffende raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde is niet van toepassing,
                                        indien naar het oordeel van de burgemeester sprake is van
                                        een spoedeisend belang op grond waarvan zijn besluit tot het
                                        aanwijzen van een veiligheidsrisicogebied niet kan worden
                                        uitgesteld. De burgemeester hoort de betreffende
                                        raadscommissie zo spoedig mogelijk over het genomen
                                        besluit.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>16:</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van
                                        de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor
                                        een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een
                                        openbare plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                        eerste lid eveneens ten aanzien van andere voor een ieder
                                        toegankelijke plaatsen: </al><lijst><li nr="a."><al>parkeerterreinen;</al></li><li nr="b."><al>plaatsen die vanwege doelgebonden verblijf niet
                                                onder de definitie van openbare plaats uit artikel 1
                                                van de Wet openbare manifestaties (Wom) vallen.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>17:</nr><titel>Toegankelijkheid gebouwen in geval van calamiteiten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Sleuteladres</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:79</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De burgemeester kan, indien de openbare orde dit naar zijn
                                        oordeel vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen
                                        van voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                                        behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de
                                        Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het
                                        bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven,
                                        waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op
                                        of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het bevel tot sluiting geldt voor bepaalde of onbepaalde
                                        tijd; in het laatste geval wordt het bevel tot sluiting
                                        opgeheven bij openbaar te maken besluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Een ieder is verplicht toe te laten, dat het in het tweede
                                        lid bedoelde besluit ter plaatse wordt aangebracht en daar
                                        aangebracht blijft, zolang het bevel van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf,
                                        verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt
                                        op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers
                                        toe te laten of te laten verblijven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting
                                        openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid
                                        aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of
                                        erf als bezoeker te verblijven.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>18</nr><titel>de Omgevingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:80</nr><titel></titel></kop><al>Op de in deze afdeling geregelde activiteiten is tevens van
                                    toepassing de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:81</nr><titel></titel></kop><al> Op de in deze afdeling geregelde activiteiten zijn niet van
                                    toepassing de artikelen 1:2, 1:3 en 1:5. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:82</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al> bevoegd gezag: het gezag als bedoeld in artikel 1.1 van
                                            de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="2."><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: één of meer bomen, hakhout of een
                                                  houtwal;</al></li><li nr="b."><al> boom: een houtachtig overblijvend gewas met een
                                                  omtrek van de stam van minimaal 30 centimeter op
                                                  1.30 meter boven het maaiveld gerekend langs de
                                                  stam, indien het bomen betreft op achtererven van
                                                  woningen niet groter dan 50 vierkante meter en
                                                  niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied,
                                                  geldt een omtrek van de stam van minimaal 90
                                                  centimeter op 1,3 meter boven maaiveld. In geval
                                                  van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste
                                                  stam. In het kader van een herplant- of
                                                  instandhoudingsplicht of vanwege de plaatsing op
                                                  de lijst met monumentale bomen worden als bomen
                                                  ook aangemerkt, bomen met een omtrek van kleiner
                                                  dan 30 centimeter respectievelijk 90 centimeter
                                                  bij voornoemde achtererven niet groter dan 50
                                                  vierkante meter;</al></li><li nr="c."><al> dunning: velling, die uitsluitend als een
                                                  voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei en
                                                  instandhouding van de overblijvende houtopstand
                                                  moet worden beschouwd indien deze houtopstand als
                                                  bosperceel kan worden aangemerkt; </al></li><li nr="d."><al> bosperceel: houtopstanden, die een zelfstandige
                                                  eenheid vormen en of een grotere oppervlakte
                                                  beslaan dan 10 are of, in geval van
                                                  eenrijbeplanting, gerekend over het totaal aantal
                                                  rijen meer dan 20 bomen omvatten zoals bedoeld in
                                                  de Boswet; </al></li><li nr="e."><al> eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die
                                                  eigenaar is van of een beperkt zakelijk recht
                                                  heeft op de houtopstand; </al></li><li nr="f."><al> hakhout: één of meer bomen, die na geveld te
                                                  zijn opnieuw op de stronk uitlopen; </al></li><li nr="g."><al> herplantwaarde: monetaire waardering van
                                                  houtopstand conform de meest recente richtlijnen
                                                  van de Nederlandse vereniging van taxateurs van
                                                  bomen; </al></li><li nr="h."><al> bomenfonds: het tijdelijk fonds voor gelden ten
                                                  behoeve van herplant van houtopstanden; </al></li><li nr="i."><al> boomziekte: een biologische aantasting van
                                                  bomen of andere houtopstand door bacteriën,
                                                  schimmels, insecten of ander natuurlijke oorzaak;
                                                </al></li><li nr="j."><al> Adviesraad: de Adviesraad Monumentale Bomen,
                                                  bestaande uit vertegenwoordigers van de landelijke
                                                  Bomenstichting, de Algemene Vereniging voor
                                                  Natuurbescherming voor ‘s-Gravenhage en omstreken
                                                  en onafhankelijke boomdeskundigen;</al></li><li nr="k."><al> monumentale houtopstand: houtopstand als
                                                  bedoeld in artikel 2:85 van deze verordening;
                                                </al></li><li nr="l."><al> kandelaberen: het terugsnoeien van een kroon
                                                  met meer dan 50% tot eventueel een hoofdstam met
                                                  takstompen; </al></li><li nr="m."><al> vellen: kappen, rooien, met in begrip van
                                                  verplanten, kandelaberen, het snoeien van meer dan
                                                  30% tot maximaal 50%, van het kroonvolume, alsmede
                                                  het verrichten van handelingen zowel boven- als
                                                  ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of
                                                  ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen
                                                  hebben;</al></li><li nr="n."><al> MOR: Ministeriële regeling omgevingsrecht.
                                                </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:83</nr><titel>Veranderen van de weg</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een weg
                                    aan te leggen of verandering te brengen in de wijze van aanleg
                                    van een weg, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:84</nr><titel>Uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                        uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik
                                        daarvan te veranderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al> het veilig en doelmatig gebruik van de weg; </al></li><li nr="c."><al> de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                                omgeving; </al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                                gemeente</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:85</nr><titel>Lijst van monumentale bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een lijst vast met monumentale
                                        houtopstand, die verder wordt aangeduid als: lijst van
                                        monumentale bomen. Deze lijst omvat de plaatselijke en
                                        kadastrale aanduiding, de tenaamstelling, twee foto’s met
                                        zomer- en winterbeeld van de houtopstand en een beschrijving
                                        van de houtopstand. Er wordt een kaart bijgevoegd met daarop
                                        aangeduid de beschermde houtopstand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De eigenaar van een houtopstand, die op de lijst staat
                                        vermeld, is verplicht schriftelijk aan de gemeente
                                        mededeling te doen van:</al><lijst><li nr="-"><al>de eigendomsoverdracht van de houtopstand;</al></li><li nr="-"><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de
                                                houtopstand anders dan door velling op grond van een
                                                verleende ontheffing.</al></li></lijst><al>De mededeling dient te geschieden binnen vier weken na de
                                        eigendomsoverdracht c.q. het geheel of gedeeltelijk
                                        tenietgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:86</nr><titel>Adviezen en inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens het college tot vaststelling of wijziging van de
                                        lijst van monumentale bomen overgaat, wint zij omtrent haar
                                        voornemen advies in bij de Adviesraad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het voornemen tot de vaststelling en wijziging van de
                                        lijst met monumentale bomen wordt de gelegenheid geboden om
                                        binnen 4 weken na bekendmaking van dit voornemen zienswijzen
                                        kenbaar te maken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:87</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een houtopstand zonder vergunning of, indien
                                        de houtopstand is vermeld op de lijst van monumentale bomen
                                        zonder ontheffing, van het bevoegd gezag te vellen of te
                                        doen vellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing op houtopstanden als
                                        bedoeld in artikel 15 lid 2 van de Boswet, die aantoonbaar
                                        op bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden
                                        geëxploiteerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het verbod is evenmin van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>een houtopstand, die bij wijze van dunning moet
                                                worden geveld; </al></li><li nr="b."><al> een houtopstand, die moet worden geveld krachtens
                                                de Plantenziektenwet, een aanschrijving krachtens de
                                                Woningwet of het bepaalde in het artikel 2:94; </al></li><li nr="c."><al> het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van
                                                het reguliere onderhoud; </al></li><li nr="d."><al> het periodiek terugzetten van reeds geknotte,
                                                gekandelaberde of andere lei- of snoeivormen zonder
                                                wijziging van de periodieke snoeiplaatsen; </al></li><li nr="e."><al> het direct vellen van een houtopstand indien
                                                hiervoor door de burgemeester mondeling toestemming
                                                is gegeven vanwege acuut gevaar voor veiligheid van
                                                personen en zaken. De mondelinge toestemming wordt
                                                zo spoedig mogelijk schriftelijk gemotiveerd en aan
                                                de aanvrager alsmede belanghebbenden toegezonden.
                                            </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:88</nr><titel>Weigering vergunning/ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning of ontheffing, als
                                        bedoeld in artikel 2:87, eerste lid, weigeren dan wel onder
                                        voorschriften verlenen in het belang van:</al><lijst><li nr="-"><al>natuur-, educatieve en milieuwaarden;</al></li><li nr="-"><al>belevings- en gebruikswaarden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager van een vergunning wordt erop gewezen dat hij
                                        dient te voldoen aan de verplichtingen van het vigerende
                                        bestemmingsplan en de regelgeving gericht op
                                        natuurbescherming. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:89</nr><titel></titel></kop><al>Op een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 2:87,
                                    eerste lid, beslist het bevoegd gezag niet alvorens zij de in
                                    artikel 2:86 genoemde Adviesraad over de aanvraag heeft gehoord.
                                    Artikel 2:86, eerste en tweede lid, is op de aanvraag van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:90</nr><titel></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een ontheffing of een vergunning dient te worden
                                        aangevraagd door, namens of met toestemming van de eigenaar
                                        of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid
                                        gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 7.5 van de MOR moet een aanvraag om
                                        ontheffing of vergunning vergezeld gaan van drie
                                        verschillende foto’s van de houtopstand van minimaal 10x15
                                        centimeter en niet ouder dan twee maanden, waarvan tenminste
                                        twee een beeld van de houtopstand in zijn omgeving geven.
                                    </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Een vergunning vervalt indien daarvan niet binnen maximaal
                                        anderhalf jaar na het onherroepelijk zijn van die
                                        vergunning, gebruik is gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:91</nr><titel>Bijzondere vergunningvoorschriften ter bescherming van de
                                        houtopstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing zoals bedoeld in de
                                        artikelen 2:87, eerste lid, kunnen in het belang van de
                                        bescherming en het behoud van nabije houtopstanden
                                        voorschriften worden verbonden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kan behoren
                                        het voorschrift:</al><lijst><li nr="a."><al>dat binnen een bepaalde termijn van de vergunning
                                                gebruik dient te worden gemaakt;</al></li><li nr="b."><al> dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig
                                                de daarbij te geven aanwijzingen moet worden
                                                herplant;</al></li><li nr="c."><al> dat pas tot vellen mag worden overgegaan indien
                                                vergunningen inzake bouw, aanleg of andere
                                                ruimtelijke herinrichting onherroepelijk zijn
                                                geworden en de feitelijke en financiële uitvoering
                                                van deze werken voldoende gewaarborgd is;</al></li><li nr="d."><al> dat ter bescherming van flora of fauna op een
                                                aangewezen locatie gedurende een bepaalde periode
                                                niet mag worden geveld;</al></li><li nr="e."><al> dat pas tot vellen mag worden overgegaan indien een
                                                ontheffing op grond van de Flora- en Faunawet
                                                onherroepelijk is geworden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Wordt een voorschrift tot herplant gegeven, dan kan daarbij
                                        tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en
                                        op welke wijze niet geslaagde herplant moet worden
                                        vervangen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien uitvoering van een herplant niet mogelijk is of naar
                                        maatstaven van redelijkheid onvoldoende compensatie biedt
                                        voor het vellen van de houtopstand wordt aan de ontheffing
                                        of vergunning het voorschrift verbonden, dat de houtopstand
                                        niet mag worden geveld alvorens een bedrag gelijk aan de
                                        herplantwaarde in het bomenfonds is gestort. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Tot de aan de vergunning of ontheffing te verbinden
                                        voorschriften behoort het voorschrift dat ook alle
                                        rechtsopvolgers van degene aan wie een voorschrift of een
                                        verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd,
                                        verplicht zijn daaraan te voldoen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:92</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als
                                        bedoeld in deze verordening van toepassing is, zonder
                                        ontheffing of vergunning is geveld anders dan bij wijze van
                                        dunning, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het
                                        met betrekking tot die houtopstand tot vergunningverlening
                                        het college aan de eigenaar of de publiekrechtelijk bevoegde
                                        van de grond, waarop de houtopstand zich bevond, de
                                        verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door
                                        hem te geven aanwijzingen en binnen een door hem te stellen
                                        termijn. Artikel 2:91, derde en vierde lid zijn van
                                        overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van
                                        toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd,
                                        is de eigenaar of de publiekrechtelijk bevoegde van de grond
                                        waarop de houtopstand zich bevindt, verplicht om
                                        overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen binnen
                                        een door haar te stellen termijn maatregelen te nemen,
                                        waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Ook alle rechtsopvolgers van degene aan wie een voorschrift
                                        of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd,
                                        zijn verplicht daaraan te voldoen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:93</nr><titel>Bomenfonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De bedragen gestort in het bomenfonds mogen slechts worden
                                        gebruikt ten behoeve van herplanten van houtopstanden ten
                                        genoegen van de vergunningverlener. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college informeert de raad jaarlijks over de besteding
                                        van het bomenfonds. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:94</nr><titel>Bestrijding van boomziekten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen of andere
                                        houtopstand bevinden, die naar het oordeel van het college
                                        gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor
                                        vermeerdering van de insecten, die boomziekten verspreiden,
                                        is de eigenaar of de publiekrechtelijke bevoegde op
                                        aanschrijving van het college en binnen de door haar daarbij
                                        te stellen termijn verplicht: </al><lijst><li nr="a."><al>de houtopstand te vellen;</al></li><li nr="b."><al> de houtopstand ter plaatse te ontbasten en de bast
                                                te vernietigen; </al></li><li nr="c."><al> de niet ontbaste bomen of delen daarvan te
                                                vernietigen of zodanig te behandelen, dat
                                                verspreiding van boomziekten wordt voorkomen;</al></li><li nr="d."><al>in geval van iepziekte alle onder hierboven a, b en
                                                c genoemde maatregelen te treffen; </al></li><li nr="e."><al> alle andere maatregelen te treffen ter voorkoming
                                                van boomziekten behoudens beperkingen bij of
                                                krachtens de Plantenziektenwet gesteld. </al></li><li nr="f."><al> tot herbeplanting over te gaan overeenkomstig de
                                                daarbij gegeven aanwijzingen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde door boomziekte aangetaste bomen, of
                                        delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                        vervoeren, tenzij het betreft geheel ontbast hout of hout
                                        met een doorsnede kleiner dan 4 cm. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het tweede lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:95</nr><titel>Afstand tot de erfgrens</titel></kop><al>De afstand tot de erfgrenslijn als bedoeld in artikel 5:42 van
                                    het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0.5 meter voor bomen
                                    en op nihil voor heesters en heggen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:96</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Op een aanvraag op grond van artikel 17 van de Boswet om
                                    schadevergoeding beslist het college. De bepalingen van de
                                    Schadevergoedingsverordening zijn hierop van overeenkomstige
                                    toepassing, indien sprake is van aantoonbaar nadeel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:97</nr><titel>Handelsreclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op
                                        of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te
                                        voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of
                                        afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een
                                        voor het publiek toegankelijke plaats</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag als
                                        eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van een
                                        onroerende zaak toe te staan of te gedogen dat op of aan die
                                        onroerende zaak handelsreclame wordt gemaakt of gevoerd met
                                        behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in
                                        welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het
                                        publiek toegankelijke plaats</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte: </al><lijst><li nr="a."><al> opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het
                                                inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet
                                                kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf een
                                                voor het publiek toegankelijke plaats;</al></li><li nr="b."><al> opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2
                                                en de langste zijde korter dan 1 meter die
                                                betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="-"><al> een openbare verkoping of een aanleiding ter
                                                  verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende
                                                  zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                                  hebben;</al></li><li nr="-"><al> het beroep, de dienst of het bedrijf dat in
                                                  of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of
                                                  waarvoor de zaak is bestemd; </al></li></lijst></li><li nr="c."><al> opschriften die betrekking hebben op de naam of
                                                aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de
                                                namen van degenen die bij het ontwerp of de
                                                uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits
                                                deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of
                                                op de in uivoering zijnde bouwwerken zelf, zulks
                                                voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li><li nr="d."><al> opschriften of aankondigingen op of aan onroerende
                                                zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien
                                                deze zijn aangebracht ten dienste van dat
                                                vervoer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of
                                        afbeelding als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid de
                                        veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige
                                        hinder voor de omgeving te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste en tweede lid kan
                                        worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al> indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf,
                                                hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                redelijke eisen van welstand; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid; </al></li><li nr="c."><al> in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van een in de nabijheid
                                                gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover
                                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                                door de Provinciale landschapsverordening;</al></li><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a,
                                                geldt niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c,
                                                geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                                onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
                                            </al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE
                                ONDERWERPEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Afbakening</titel></kop><al>De artikelen 1:2, 1:3 en 1:5 tot en met 1:6 zijn niet van
                                    toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><colspec colname="colC"></colspec><tbody><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>advertentie: </al></entry><entry><al>elke commerciële uiting in een medium, die een
                                                  seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht
                                                  van het publiek brengt;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>beheerder: </al></entry><entry><al>de natuurlijke persoon die door de exploitant
                                                  is aangesteld voor de feitelijke leiding van een
                                                  seksbedrijf;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>bevoegd bestuursorgaan: </al></entry><entry><al>het college of, voor zover het betreft voor
                                                  het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                                                  behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de
                                                  Gemeentewet, de burgemeester;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>bezoeker: </al></entry><entry><al>degene die aanwezig is in een seksinrichting,
                                                  met uitzondering van:</al><al>1. de exploitant;</al><al>2. de beheerder;</al><al>3. de schoonmaker;</al><al>4. de prostituee,</al><al>5. de toezichthouder(s) krachtens artikel
                                                  6:2;</al><al>6. andere personen wier aanwezigheid in de
                                                  inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                  is.</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>escortbedrijf: </al></entry><entry><al>de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig
                                                  gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van
                                                  bemiddeling tussen klant en prostituee; </al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>exploitant: </al></entry><entry><al>de natuurlijke persoon of de bestuurder van
                                                  een rechtspersoon of, indien van toepassing, de
                                                  tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon
                                                  bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening
                                                  en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; </al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>klant: </al></entry><entry><al>degene die gebruik maakt van de door een
                                                  exploitant van een prostitutiebedrijf of een
                                                  prostituee aangeboden seksuele diensten;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>prostituee: </al></entry><entry><al>degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                                  verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                                  tegen betaling;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>prostitutie: </al></entry><entry><al>het zich beschikbaar stellen tot het
                                                  verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                                  tegen betaling;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>prostitutiebedrijf: </al></entry><entry><al>de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig
                                                  gelegenheid geven tot prostitutie;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>raamprostitutiebedrijf: </al></entry><entry><al>de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig
                                                  gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het
                                                  werven van klanten gebeurt door een prostituee die
                                                  zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke
                                                  plaats;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>seksbedrijf: </al></entry><entry><al>de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig
                                                  gelegenheid geven tot prostitutie of tot het
                                                  verrichten van seksuele handelingen voor een ander
                                                  tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden
                                                  van vertoningen van erotisch-pornografische aard
                                                  in een seksinrichting tegen betaling; </al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>seksinrichting: </al></entry><entry><al>voor het publiek toegankelijke besloten
                                                  ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>werkruimte: </al></entry><entry><al>als zelfstandig aan te merken onderdeel van
                                                  seksinrichting waarin de seksuele handelingen met
                                                  een ander tegen betaling worden verricht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>VERGUNNING SEKSBEDRIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen of te
                                        wijzigen zonder vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist binnen twaalf weken op
                                        de aanvraag om een vergunning. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid gestelde termijn kan door de
                                        burgemeester met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.
                                    </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning kan mede voor één seksinrichting worden
                                        verleend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning wordt voor de duur van één jaar verleend aan
                                        de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is
                                        niet overdraagbaar. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning kan worden verlengd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet></vet>Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door
                                        gebruikmaking van een door het bevoegde bestuursorgaan
                                        vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit
                                        vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de
                                        volgende gegevens en bescheiden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li><li nr="b."><al>het nummer van inschrijving in het handelsregister
                                                bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="c."><al>of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de
                                                exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is
                                                geweigerd of een aan de exploitant verleende
                                                vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;
                                            </al></li><li nr="d."><al>het adres waar het seksbedrijf wordt
                                                uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>het adres van een onder het seksbedrijf vallende
                                                seksinrichting;</al></li><li nr="f."><al>het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor
                                                het seksbedrijf zal worden gebruikt;</al></li><li nr="g."><al> een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel
                                                1 van de Wet op de identificatieplicht van de
                                                exploitant;</al></li><li nr="h."><al>indien van toepassing, de verblijfstitel van de
                                                exploitant;</al></li><li nr="i."><al>een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming
                                                fiscale verplichtingen, verstrekt door de
                                                Belastingdienst;</al></li><li nr="j."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                                is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de
                                                uitoefening van het seksbedrijf;</al></li><li nr="k."><al>indien van toepassing, de plaatselijke ligging van
                                                de seksinrichting waarvoor vergunning wordt
                                                aangevraagd, door middel van een situatieschets met
                                                een noordpijl en schaalaanduiding;</al></li><li nr="l."><al>indien van toepassing, de plattegrond van de
                                                seksinrichting waarvoor vergunning wordt
                                                aangevraagd, door middel van een tekening met een
                                                schaalaanduiding;</al></li><li nr="m."><al>een op grond van de Wet Bevordering
                                                Integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
                                                (wet BIBOB) vastgesteld en ingevuld vragenformulier
                                                met de daarbij behorende bijlagen en
                                                bescheiden;</al></li><li nr="n."><al>een recent (maximaal drie maanden oud) uittreksel
                                                uit de Basisregistratie personen ter onderbouwing
                                                van het opgegeven adres van de exploitant en/of
                                                beheerder. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder
                                        a, c, g, h en n, van overeenkomstige toepassing op de
                                        beheerder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van
                                        een aanvraag, kan hij verlangen dat aanvullende gegevens
                                        worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Weigeringsgronden<vet></vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een vergunning wordt geweigerd als: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder onder curatele
                                                staat;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant of de beheerder is ontzet uit het
                                                ouderlijk gezag of de voogdij; </al></li><li nr="c."><al>de exploitant of de beheerder onherroepelijk is
                                                veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor
                                                mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht
                                                levensgedrag is; </al></li><li nr="d."><al>de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21
                                                jaar nog niet heeft bereikt;</al></li><li nr="e."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de
                                                feitelijke toestand niet met het in de aanvraag
                                                vermelde in overeenstemming zal zijn;</al></li><li nr="f."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de
                                                aanvrager in strijd zal handelen met aan de
                                                vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
                                            </al></li><li nr="g."><al>er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf
                                                personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als
                                                het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21
                                                jaar hebben bereikt, als het overige personen
                                                betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben
                                                bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of
                                                verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij
                                                of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; </al></li><li nr="h."><al>de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar
                                                geleden voor de dag dat de vergunning wordt
                                                aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is
                                                veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                van meer dan zes maanden;</al></li><li nr="i."><al> de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar
                                                geleden voor de dag dat de vergunning wordt
                                                aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak
                                                of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is
                                                tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of
                                                meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van
                                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
                                                van:</al><al>1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank-
                                                en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000,
                                                de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de
                                                APV Den Haag]; </al><al>2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416,
                                                417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en
                                                429quater van het Wetboek van Strafrecht; </al><al>3°. artikel 69 van de Algemene wet
                                                rijksbelastingen;</al><al>4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van
                                                de Wegenverkeerswet 1994; </al><al>5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                weerkorpsen; of</al><al>6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                munitie.</al></li><li nr="j."><al> de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf
                                                strijd op zal leveren met een geldend
                                                bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat
                                                ter inzage is gelegd, een beheersverordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder
                                        h, wordt gelijk gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige
                                                voorwaardelijke straf;</al></li><li nr="b."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van
                                                Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                geldsom minder dan € 375,- bedraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h
                                        en i, wordt bij de intrekking van een vergunning
                                        teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze
                                        vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in
                                        het eerste lid, onder h en i, telt de periode waarin een
                                        onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet
                                        mee.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond
                                                van artikel 3:7, eerste lid, aanhef en onder a tot
                                                en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met
                                                g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld
                                                in artikel 3 van de Wet bevordering
                                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
                                                is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar
                                                na de intrekking; </al></li><li nr="b."><al>als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel
                                                3:4 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag,
                                                mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de
                                                aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan
                                                gestelde termijn aan te vullen;</al></li><li nr="c."><al>als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking
                                                heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf
                                                in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning
                                                is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder
                                                zonder vergunning een prostitutiebedrijf is
                                                uitgeoefend;</al></li><li nr="d."><al> als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of
                                                de veiligheid en de gezondheid van prostituees of
                                                klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid
                                                van de seksinrichting waarvoor de vergunning is
                                                aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:13,
                                                eerste en tweede lid;</al></li><li nr="f."><al>als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de
                                                bij artikel 3:14 gestelde verplichtingen zal
                                                naleven.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Eisen met betrekking tot vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet></vet>De vergunning vermeldt in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al> de naam van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al> indien van toepassing, die van de
                                                beheerder(s);</al></li><li nr="c."><al> voor welke activiteit de vergunning is verleend;
                                            </al></li><li nr="d."><al> het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;
                                            </al></li><li nr="e."><al> het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor
                                                het seksbedrijf zal worden gebruikt; </al></li><li nr="f."><al> indien van toepassing, het adres van de onder dat
                                                seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de
                                                vergunning mede is verleend; </al></li><li nr="g."><al> de voorschriften en beperkingen die aan de
                                                vergunning zijn verbonden; </al></li><li nr="h."><al> de geldigheidsduur van de vergunning; </al></li><li nr="i."><al> het nummer van de vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een
                                        afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting
                                        waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan
                                        de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij
                                        over een vergunning voor die seksinrichting beschikt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De vergunning wordt ingetrokken als:</al><lijst><li nr="a."><al>de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig
                                                blijken te zijn dat op de aanvraag een andere
                                                beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling
                                                daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
                                            </al></li><li nr="b."><al>de vergunning in strijd met een wettelijk
                                                voorschrift is gegeven; </al></li><li nr="c."><al>is gehandeld in strijd met de artikelen 3:8, 3:11,
                                                aanhef en onder a, 3:12, eerste lid, 3:13 en 3:14,
                                                eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b,
                                                aanhef en onder 1°; </al></li><li nr="d."><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan
                                                die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven
                                                van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare
                                                orde of veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in
                                                artikel 3:5, eerste lid, onder a tot en met i; </al></li><li nr="f."><al>de vergunninghouder dat verzoekt;</al></li><li nr="g."><al>de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert
                                                met een geldend bestemmingsplan of een
                                                beheersverordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De vergunning kan tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel
                                        of gedeeltelijk worden ingetrokken als: </al><lijst><li nr="a."><al>is gehandeld in strijd met aan de vergunning
                                                verbonden voorschriften of beperkingen; </al></li><li nr="b."><al>in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften,
                                                gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de
                                                bescherming van de belangen met het oog waarop het
                                                vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan
                                                het belang van de vergunninghouder bij behoud van de
                                                vergunning; </al></li><li nr="c."><al>een niet in de vergunning vermelde persoon
                                                exploitant of beheerder is geworden; </al></li><li nr="d."><al>is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of
                                                krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen,
                                                onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;
                                            </al></li><li nr="e."><al>is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan
                                                beschreven maatregelen; </al></li><li nr="f."><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan
                                                die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van
                                                de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en
                                                leefomgeving of de gezondheid van prostituees of
                                                klanten;</al></li><li nr="g."><al>de exploitant of de beheerder het toezicht op de
                                                naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert
                                                of bemoeilijkt; </al></li><li nr="h."><al>er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn
                                                die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een
                                                gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;</al></li><li nr="i."><al>gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is
                                                gemaakt van de vergunning;</al></li><li nr="j."><al> de exploitant of beheerder strafbare feiten pleegt
                                                in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in
                                                zijn seksinrichting strafbare feiten worden
                                                gepleegd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Melding gewijzigde omstandigheden</titel></kop><al>De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn
                                    seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond
                                    van artikel 3:6, eerste lid, in de vergunning opgenomen
                                    gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan.
                                    Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan
                                    de vereisten voldoet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Verlenging vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de
                                        artikelen 3:3, 3:4, 3:5, 3:6 en 3:13, derde lid, van
                                        overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele
                                        gegevens en bescheiden waarover het bevoegde bestuursorgaan
                                        al beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te
                                        worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de
                                        vervaltermijn van de vergunning verlenging van de vergunning
                                        is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de
                                        aanvraag om verlenging is besloten.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3:</nr><titel>UITOEFENEN SEKSBEDRIJF</titel></kop><sub-paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.1</nr><titel>REGELS VOOR ALLE SEKSBEDRIJVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid;
                                        toegang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant en de beheerder verboden een
                                        seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin
                                        bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot
                                        en met vrijdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur en op zaterdag
                                        en zondag tussen 01.30 uur en 07.00 uur tenzij bij
                                        vergunning anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich
                                        daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting
                                        gesloten dient te zijn voor bezoekers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die
                                        nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten
                                        of te laten verblijven in een seksinrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Adverteren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al> geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer,
                                                bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onder e, van het
                                                nummer, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onder i,
                                                en van de bedrijfsnaam;</al></li><li nr="b."><al> vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer
                                                dan bedoeld onder a, en</al></li><li nr="c."><al> als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige
                                                seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees
                                                die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij
                                                zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. </al></li></lijst></lid></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.2</nr><titel>REGELS VOOR ALLE PROSTITUTIEBEDRIJVEN EN
                                        PROSTITUEES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Leeftijd en verblijfstitel prostituees<vet></vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij
                                        zich te laten werken die:</al><lijst><li nr="a."><al> nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft
                                                bereikt;</al></li><li nr="b."><al> in Nederland verblijft of werkt in strijd met het
                                                bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet
                                                2000.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Bedrijfsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan,
                                        waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de
                                        exploitant treft: </al><lijst><li nr="a."><al>op het gebied van hygiëne; </al></li><li nr="b."><al> ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en
                                                het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;</al></li><li nr="c."><al> ter bescherming van de gezondheid van de
                                                klanten;</al></li><li nr="d."><al> ter voorkoming van strafbare feiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in
                                        het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: </al><lijst><li nr="a."><al> de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de
                                                algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en
                                                dat dit controleerbaar is;</al></li><li nr="b."><al> inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen
                                                een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting
                                                van de werkruimten treft voor gezonde en veilige
                                                werkomstandigheden voor prostituees; </al></li><li nr="c."><al> in de seksinrichting te allen tijde voldoende
                                                condooms met een CE-markering voor gebruik
                                                beschikbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al> in de werkruimten voor de prostituees een goed
                                                functionerende alarmvoorziening aanwezig is; </al></li><li nr="e."><al> de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken
                                                op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de
                                                exploitant voldoende geïnformeerd is over de
                                                mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;</al></li><li nr="f."><al> de prostituee niet gedwongen wordt zich
                                                geneeskundig te laten onderzoeken; </al></li><li nr="g."><al> de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en)
                                                die zij wil bezoeken;</al></li><li nr="h."><al> de prostituee klanten en diensten kan weigeren
                                                zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden
                                                gevolgen heeft;</al></li><li nr="i."><al> de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te
                                                gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden
                                                gevolgen heeft;</al></li><li nr="j."><al> aan de voor de exploitant werkzame beheerder
                                                voldoende professionele eisen op het gebied van
                                                agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden
                                                gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing
                                                hierin;</al></li><li nr="k."><al> de exploitant zich een oordeel vormt over de mate
                                                van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze
                                                voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te
                                                stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor
                                                in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen;</al></li><li nr="l."><al> de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame
                                                prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of
                                                arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; </al></li><li nr="m."><al>de exploitant of beheerder zich er regelmatig van
                                                vergewist dat de prostituee niet door derden
                                                gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit
                                                kader informatie van hulpverleningsinstanties ter
                                                beschikking stelt;</al></li><li nr="n."><al> de exploitant aan de voor of bij hem werkzame
                                                prostituees informatie ter beschikking stelt over de
                                                mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee
                                                wil stoppen met haar werk in de prostitutie;</al></li><li nr="o."><al> de overlast aan de omgeving van de onder het
                                                seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt
                                                wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een
                                        vergunning. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het
                                        bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De
                                        wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde
                                        bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan
                                        aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig
                                        het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden
                                        gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond
                                        van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor
                                        haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die
                                        werkzaam is voor of bij de exploitant. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor
                                        de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee
                                        klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of
                                        drugs te gebruiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder
                                        prostitutiebedrijf<vet></vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren
                                        dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.
                                    </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor
                                        dat:</al><lijst><li nr="a."><al> de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                                                prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden
                                                kunnen bepalen;</al></li><li nr="b."><al>er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt
                                                gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen
                                                van in ieder geval;</al><al>1° de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                                                prostituees;</al><al>2° de verhuuradministratie;</al><al>3° met betrekking tot alle voor of bij het
                                                prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de
                                                documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming
                                                van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid,
                                                bedoeld in artikel 3:13, tweede lid, onder k;</al><al>4° de werkroosters van de beheerders.</al></li><li nr="c."><al> de bedrijfsadministratie met inachtneming van de
                                                wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde
                                                beschikbaar is voor toezichthouders;</al></li><li nr="d."><al> medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst
                                                en van andere door de burgemeester of het college
                                                aangewezen instellingen worden toegelaten tot
                                                seksinrichtingen als ze voornemens zijn
                                                voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te
                                                voeren of voorlichtingsmateriaal te
                                                verspreiden;</al></li><li nr="e."><al> onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder
                                                signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang
                                                en uitbuiting;</al></li><li nr="f."><al> onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt
                                                gemeld als gedurende ten minste één maand geen
                                                gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze
                                                melding vermeldt de reden en de verwachte duur;</al></li><li nr="g."><al> gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van
                                                zaken binnen het prostitutiebedrijf;</al></li><li nr="h."><al> geen strafbare feiten plaatsvinden in of vanuit het
                                                prostitutiebedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.3</nr><titel>RAAM- EN STRAATPROSTITUTIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Raamprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is een prostituee verboden:</al><lijst><li nr="a."><al> zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar
                                                een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg
                                                bevinden beschikbaar te stellen; en</al></li><li nr="b."><al> passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan
                                                passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of
                                                vrijwel ongekleed achter het raam van een
                                                seksinrichting of in de toegang tot een
                                                seksinrichting op te houden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod van het eerste lid, aanhef en onder a, is niet
                                        van toepassing op een prostituee die werkzaam is in onder
                                        een raamprostitutiebedrijf vallende een seksinrichting
                                        waarvoor een vergunning is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><al>Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een
                                    andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een
                                    seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, of in een
                                    voor publiek toegankelijk gebouw, op te houden met het
                                    kennelijke doel zich door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                    op andere wijze, beschikbaar te stellen voor prostitutie of op
                                    of aan de weg ontuchtige handelingen te verrichten als dit
                                    kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:17</nr><titel>Handhaving straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in
                                        artikel 3:16, kan door een politieambtenaar of
                                        toezichthouder aan personen het bevel worden gegeven zich
                                        onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen en zich
                                        gedurende een tijdvak van vierentwintig uur niet te bevinden
                                        op bepaalde wegen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:5, vijfde lid, sub d,
                                        genoemde belangen kan door politieambtenaren of
                                        toezichthouders aan personen die zich bevinden op de wegen
                                        en tijden als bedoeld in het eerste lid, het bevel worden
                                        gegeven zich onmiddellijk van de aangewezen wegen te
                                        verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:5, vijfde
                                        lid, sub d, genoemde belangen aan personen aan wie in een
                                        aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden ten
                                        minste driemaal een bevel is gegeven als bedoeld in het
                                        tweede lid bij besluit verbieden zich gedurende een tijdvak
                                        van 1 maand te bevinden op of aan de wegen bedoeld in het
                                        eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Degene die een bevel van de burgemeester, als bedoeld in
                                        het derde lid, heeft gekregen en die in een aaneengesloten
                                        periode van ten hoogste één jaar weer het verbod, bedoeld in
                                        artikel 3:16, overtreedt, is verplicht zich terstond zich te
                                        verwijderen van de aangewezen wegen gedurende een tijdvak
                                        van 2 maanden nadat de burgemeester hem een daartoe
                                        strekkend bevel heeft gegeven. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Degene die een bevel van de burgemeester als bedoeld in het
                                        vierde lid heeft gekregen en die in een aaneengesloten
                                        periode van ten hoogste één jaar weer het verbod, bedoeld in
                                        artikel 3:16, overtreedt, is verplicht zich terstond te
                                        verwijderen van de aangewezen wegen en zich daar gedurende
                                        een tijdvak van 3 maanden niet te bevinden nadat de
                                        burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft
                                        gegeven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> De burgemeester beperkt het in het derde, vierde en vijfde
                                        lid genoemde verbod indien dat in verband met de
                                        persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
                                        is.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al> Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                        burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het derde,
                                        vierde en vijfde lid.</al></lid></artikel></sub-paragraaf></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4:</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:18</nr><titel>Verbodsbepalingen klanten<vet></vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere
                                        voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de
                                        diensten van een prostituee.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet in een
                                        seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:19</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                        erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                        dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen als het bevoegde
                                        bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat
                                        de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen
                                        daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in
                                        gevaar brengt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van het
                                        tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:20</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                        sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                        kan het bevoegd bestuursorgaan van een afzonderlijke
                                        seksinrichting -al dan niet tijdelijk- de gedeeltelijke of
                                        algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid
                                        gesloten seksinrichting te bezoeken of als bezoeker daarin
                                        te verblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het is verboden voor de exploitant of de beheerder van een
                                        seksinrichting om bezoekers toe te laten of aldaar te laten
                                        verblijven gedurende de periode dat de inrichting
                                        overeenkomstig het eerste lid gesloten is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van het bevel tot sluiting wordt een afschrift aangebracht
                                        op of nabij de toegang of toegangen van de seksinrichting.
                                        Een ieder is verplicht dit toe te laten en het afschrift te
                                        laten hangen zolang de sluiting van kracht is.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                                uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al> inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in
                                            het Besluit;</al></li><li nr="c."><al> houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                            bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                            drijft;</al></li><li nr="d."><al> collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek
                                            aan één of een klein aantal inrichtingen is
                                            verbonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                        van het Besluit gelden niet voor ten hoogste vier door het
                                        college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan het
                                        college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of
                                        meer delen van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr></kop><al><onderstreept>Reserveren</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr></kop><al><onderstreept>Reserveren</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in werking te
                                        hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze
                                        dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                                        geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet, voor zover artikel 2:56, de op de Wet
                                        milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder,
                                        de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens
                                        en verkeersregels 1990, de Bouwverordening of het
                                        Vuurwerkbesluit van toepassing zijn.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                    natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde
                                    inrichting of plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                        riolen en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten
                                    buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die
                                    gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of
                                    hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3:</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                        enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer, in de openlucht, buiten de weg gelegen
                                        plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk
                                        aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
                                        overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                        gezondheid, verboden is een of meer van de volgende daarbij
                                        nader aangeduide, voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                        plaatsen of aanwezig te hebben, anders dan met inachtneming
                                        van de door hem gestelde regels:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
                                                dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
                                                gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of
                                                aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of
                                                verhuur of anderszins voor een commercieel
                                                doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen
                                        daaronder verstaan wordt in artikel 1 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.\</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
                                        een door hem aangeduide voorwerp of stof:</al><lijst><li nr="a."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan
                                                wel</al></li><li nr="b."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben
                                                anders dan met inachtneming van de door hen gestelde
                                                regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de
                                        Ruimtelijke Ordening of de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>meststoffen: meststoffen als bedoeld in artikel 1
                                                van de Meststoffenwet;</al></li><li nr="b."><al>emissiearm aanwenden: gebruiken van meststoffen op
                                                de wijze die is aangegeven in de bij het Besluit
                                                gebruik meststoffen behorende bijlage II, met dien
                                                verstande echter dat onder 3, punt a onder 2e
                                                gelezen moet worden: 'tijdens het uitrijden van de
                                                mest deze gelijktijdig wordt ondergewerkt';</al></li><li nr="c."><al>grond: bouwland, maïsland en grasland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen
                                        is het verboden op gronden meststoffen uit te rijden, op te
                                        brengen, te doen uitrijden of te doen opbrengen op zaterdag,
                                        ondag en op de volgende feest- en gedenkdagen: de
                                        Nieuwjaarsdag, de tweede Paas- en Pinksterdag, de beide
                                        Kerstdagen, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag
                                        van de Koningin wordt gevierd en de vijfde mei.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        voorzover de mest emissiearm, als bedoeld in dit artikel,
                                        wordt aangewend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                        gestelde verboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Vervoer van meststof als dunne mest dient te geschieden in
                                        volledig gesloten transportmiddelen die in een zindelijke
                                        staat verkeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel></titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                                gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1:</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen inzake parkeerexcessen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder
                                            b, van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>fietsen, bromfietsen;</al></li><li nr="3."><al>invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement
                                                  verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="4."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                  voertuigen, rolstoelen;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders
                                            dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt
                                            wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                            passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van
                                            goederen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
                                                cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                middelpunt een dezer voertuigen; dan wel</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
                                                van personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                        gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende
                                                de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor
                                                deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de
                                                in het eerste lid genoemde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of
                                        weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke
                                        doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                    eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                    langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                    parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Caravans e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan,
                                        camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander
                                        dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins
                                        uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebezigd:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg
                                                te plaatsen of te hebben;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te
                                                parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan wegen en weggedeelten aanwijzen waar voor
                                        bepaalde categorieën voor bepaalde perioden, het onder het
                                        eerste lid onder a bedoelde verbod niet geldt </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                        Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                        landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                        aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                        kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college
                                        aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                        voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op
                                        werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van
                                        07.00 tot 18.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
                                        of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                        dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
                                        dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen
                                        anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
                                        de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
                                        is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                        stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen
                                        daar te parkeren waar bewoners of gebruikers van
                                        nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of
                                        overlast kunnen ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen buiten de daarvoor
                                        bestemde parkeervoorzieningen te laten staan op een door het
                                        college in het belang van het uiterlijk aanzien van de
                                        gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel
                                        ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid,
                                        aangewezen weg of weggedeelte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                        onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde
                                        toestand verkeren, op de weg te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen te laten staan in
                                        parkeervoorzieningen op een door het college aangewezen weg
                                        of weggedeelten, langer dan een door het college te bepalen
                                        periode.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen zonder wezenlijke
                                        tijdsonderbreking te laten staan op een door het college
                                        aangewezen weg of weggedeelte, langer dan een door het
                                        college te bepalen periode.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2:</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inzameling van geld of goederen
                                        te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een inzameling
                                        die in besloten kring gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>instellingen die zijn vermeld op het landelijke
                                                collecterooster van het Centraal Bureau
                                                Fondsenwerving en die geld of goederen inzamelen in
                                                de aan hen door het Centraal Bureau Fondsenwerving
                                                toegewezen periode, of;</al></li><li nr="b."><al>in de gemeente Den Haag gevestigde verenigingen en
                                                stichtingen, die krachtens statuten en activiteiten
                                                een doel nastreven dat van algemeen
                                                (gemeenschaps)belang is en die geld of goederen
                                                inzamelen buiten de periodes die door het Centraal
                                                Bureau Fondsenwerving zijn toegewezen aan
                                                gecertificeerde instellingen;</al></li></lijst><al></al><al>en indien wordt voldaan aan elk van de volgende
                                        voorwaarden:</al><lijst><li nr="1."><al>De collectanten moeten in bezit zijn van een door de
                                                politie afgestempeld legitimatiebewijs;</al></li><li nr="2."><al>De gebruikte collectebussen moeten zijn voorzien van
                                                een duidelijk opschrift waaruit de naam en
                                                doelstelling van de instelling blijkt;</al></li><li nr="3."><al>Op de weg mag niet na zonsondergang en aan de huizen
                                                niet na 21.00 uur worden gecollecteerd;</al></li><li nr="4."><al>Uiterlijk een week voor aanvang van de inzameling
                                                moet aan het college melding worden gedaan van de
                                                inzameling onder vermelding van de naam van de
                                                inzamelende instelling, naam contactpersoon en het
                                                doel, de plaats, datum en het tijdstip van de
                                                inzameling;</al></li><li nr="5."><al>De verplichtingen en de verboden in dit artikel
                                                gelden niet voor zover in het daarin geregelde
                                                onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer of
                                                de op deze wet gebaseerde Afvalstoffenverordening.
                                            </al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3:</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                        contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
                                        aard en omvang van het voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening,
                                        de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                        aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
                                        zijnde vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                        beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                        pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                        bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                    daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                    ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
                                </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                        ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan
                                        een vaartuig in openbaar water daarop te klimmen of zich
                                        daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                        maken.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4:</nr><titel>Gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                        een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                        terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                                milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het
                                                publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                        van paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                                hulpverlening en van andere krachtens artikel 29,
                                                eerste lid, Reglement verkeersregels en
                                                verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en
                                                Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud
                                                of exploitatie van de door het college aangewezen
                                                plaatsen;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die
                                                krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                                uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters
                                                van percelen gelegen binnen de door het college
                                                aangewezen plaatsen;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                                verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                                b, van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale
                                                verordening 'Stiltegebieden' aangewezen
                                                stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die
                                                bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                                'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5:</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                        anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden,</al></li></lijst><al></al><al>alles voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de
                                        omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De burgemeester kan van dit verbod ontheffing verlenen.
                                    </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing kan worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde en
                                                veiligheid;</al></li><li nr="b."><al>ter bescherming van de woon- en leefomgeving;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van
                                        het Wetboek van Strafrecht. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>6:</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele
                                    asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op
                                    de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n)
                                    gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                                crematoriumterreinen;</al></li><li nr="c."><al>op het strand en in zee, gedurende de periode van 15
                                                mei tot 1 oktober, tussen zonsopgang en
                                                zonsondergang;</al></li><li nr="d."><al>speel- en ligweiden;</al></li><li nr="e."><al>kinderspeelplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                        termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in
                                        het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                        voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                    overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>7:</nr><titel>Aangelegenheden betreffende het toezicht op het
                                    strand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Zwemmen in zee.</titel></kop><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich bij het baden of zwemmen in zee te bevinden met een
                                            voorwerp bestemd of gebruikt om zich daarmede drijvende
                                            te houden;</al></li><li nr="b."><al>zich van een strandhoofd af in zee te begeven of in de
                                            naaste omgeving daarvan te baden of te zwemmen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Strandstoelen e.d.</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:40</nr><titel>Spelen op het strand</titel></kop><al>Het is verboden op het strand of bij het baden of zwemmen in zee
                                    enig spel of enige sport te beoefenen als daarvan gevaar of
                                    overlast voor personen dan wel beschadiging van goederen is te
                                    duchten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:41</nr><titel>Varen in zee.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaartuig op het strand te hebben of te
                                                brengen;</al></li><li nr="b."><al>zich met een vaartuig in zee tussen de strandhoofden
                                                te bevinden.</al></li><li nr="c."><al>om tot een afstand van 1000 meter, loodrecht gemeten
                                                vanaf de laagwaterlijn richting zee, te waterskiën,
                                                een waterscooter (jetski) te gebruiken en/of te
                                                parasailen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Dit verbod geldt niet op de door burgemeester en wethouders
                                        bij besluit ( <cursief>Zie uitvoeringsbesluit </cursief>)
                                        vastgestelde plaatsen en tijden ten aanzien van de in dat
                                        besluit genoemde categorie van vaartuigen, mits daarbij de
                                        door burgemeester en wethouders vastgestelde voorschriften
                                        in acht worden genomen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                        bedoelde verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:42</nr><titel>Rijden op het strand.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>het strand te berijden met een motorvoertuig;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig op het strand te plaatsen of te
                                                laten staan.</al></li><li nr="c."><al>het strand te berijden met een door wind
                                                voortbewogen voertuig;</al></li><li nr="d."><al>op het strand bromfietsen te berijden, te plaatsen
                                                of te laten staan;</al></li><li nr="e."><al>tussen 19.00 uur en 10.00 uur te slapen op het
                                                strand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gedurende het tijdvak van 15 mei tot 1
                                        oktober op het strand:</al><lijst><li nr="a."><al>fietsen te berijden, te plaatsen of te laten staan,
                                                tussen 07.00 uur en 19.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>te rijden met rij- of trekdieren of wagens tussen
                                                07.00 uur en 19.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in lid 2 onder b. is het verboden
                                        anders dan stapvoets het strand te berijden met rij- of
                                        trekdieren of bespannen wagens.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het verbod in het eerste lid, en van het verbod, neergelegd
                                        in het tweede lid en het derde lid.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, boete-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen
                                    bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                    voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van
                                    ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en
                                    kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                                    rechterlijke uitspraak: artikel 2:1, 2:3, 2:6, 2:10, 2:10B.,
                                    2:11, 2:12, 2:18, 2:25, 2:25B., 2:26, 2:26A., 2:26B., 2:28,
                                    2:29, 2:30, 2:31, 2:32, 2:33, 2:36, 2:37, 2:38, 2:41, 2:44,
                                    2:48, 2:49, 2:50, 2:52, 2:67, 2:68, 2:69, 2:72, 2:73, 2:73A.,
                                    2:74, 2:74A., 2:74B., 2:74C., 2:75, 2:79, 3:3, 3:8, 3:10, 3:11,
                                    3:12, 3:13, 3:14, 3:15, 3:16, 3:18, 3:19, 3:20, 4:3, 4:4, 4:6,
                                    4:13, 4:14, 5:2, 5:3, 5:7, 5:8, 5:9, 5:13, 5:24, 5:34, 5:36,
                                    5:37, 5:39, 5:42, eerste lid, 5:42, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen
                                    bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                    voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete
                                    van de eerste categorie: artikel 2:8, 2:9, 2:13, 2:14, 2:15,
                                    2:16, 2:17, 2:19, 2:20, 2:21, 2:22, 2:23, 2:23A., 2:42, 2:43,
                                    2:45, 2:46, 2:47, 2:47A., 2:51, 2:53, 2:56, 2:57, 2:58, 2:59,
                                    2:60, 2:63, 2:64, 2:65, 4:8, 4:9, 5:4, 5:6, 5:10, 5:11, 5:12,
                                    5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:33, 5:38, 5:40, 5:41, 5:42, tweede
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de
                                    Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van
                                    het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid,
                                    2:11, tweede lid, [2:12, eerste lid,] en 4:11, eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1A</nr><titel>Boetebepaling bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding door een natuurlijke persoon of rechtspersoon van
                                    het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde of de op
                                    grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                    beperkingen kan worden beboet met een bestuurlijke boete:</al><al> 2:6, 2:9, 2:10, 2:11, 2:12, 2:13, 2:14, 2:15, 2:16, 2:17, 2:18,
                                    2:19, 2:20, 2:23, 2:23A, 2:25, 2:25B, 2:26, 2:26A, 2:26B, 2:28,
                                    2:29, 2:30, 2:30A, 2:31, 2:32, 2:38A, 2:38B, 2:41, 2:42, 2:43,
                                    2:44A, 2:45, 2:46, 2:47, 2:47A, 2:48, 2:49, 2:50, 2:51, 2:53,
                                    2:57, 2:58, 2:59, 2:60, 2:63, 2:64, 2:65, 2:72, 2:73, 2:73A,
                                    2:74, lid 2, 2:74A, 2:74C, 3:15, 3:16, 3:17, 3:18, 4:6, 4:8,
                                    4:9, 4:13, 4:14, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:10,
                                    5:12, 5:13, 5:24, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:33, 5:34, 5:36,
                                    5:37, 5:38, 5:40, 5:41, 5:42, 6:2A.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij overtreding door een natuurlijke persoon van een voorschrift
                                    als genoemd in de bijlage bij dit artikel, is de hoogte van de
                                    bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in de bijlage is
                                    vermeld bij het desbetreffende voorschrift. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overtreding door een rechtspersoon van een voorschrift als
                                    genoemd in de bijlage bij dit artikel wordt de hoogte van de
                                    bestuurlijke boete die geldt voor een natuurlijke persoon
                                    vermenigvuldigd met de factor twee. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De op te leggen bestuurlijke boete worden verhoogd met 100% van
                                    het boetebedrag, indien binnen een tijdvak van vijf jaar
                                    voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een
                                    eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, is
                                    geconstateerd en de bestuurlijke boete voor de eerdere
                                    overtreding onherroepelijk is geworden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het boetebedrag bedoeld in het derde of vierde lid, hoger
                                    is dan het wettelijk maximum boetebedrag bedoeld in artikel
                                    154b, zesde lid, van de Gemeentewet, geldt het wettelijk maximum
                                    boetebedrag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                    verordening bepaalde, zijn belast: de Inspecteurs Openbare
                                    Ruimte, de Boswachters, Controleurs Binnenwateren en de
                                    Controleurs Openbare Ruimte werkzaam bij de Dienst
                                    Stadsbeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere
                                    personen belasten met dit toezicht .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2A</nr><titel></titel></kop><al>Een ieder is verplicht om de door de in artikel 6:2 bedoelde
                                toezichthouder gegeven aanwijzingen na te leven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing
                                van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening,
                                gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare
                                orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van
                                personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder
                                toestemming van de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                    verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van een door
                                    burgemeester en wethouders nader te bepalen datum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ingang van de in het lid 1 bedoelde datum wordt de Algemene
                                    politieverordening voor 's-Gravenhage 1982 (5/1982)
                                    ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend
                                    krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6:4, tweede lid,
                                    blijven - indien en voorzover het gebod of verbod waarop de
                                    vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze
                                    verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of
                                    ingetrokken - van kracht totdat de termijn, waarvoor zij werden
                                    verleend, is verstreken of totdat zij met inachtneming van
                                    hetgeen terzake in de vergunning of ontheffing is bepaald worden
                                    ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen
                                    bedoeld in artikel 6:4, tweede lid, blijven - indien en
                                    voorzover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en
                                    bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en
                                    voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van
                                    kracht totdat de termijn, waarvoor zij werden verleend, is
                                    verstreken of totdat zij met inachtneming van hetgeen terzake in
                                    het voorschrift of de beperking is bepaald worden
                                    ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe
                                    ook genaamd - op grond van een verordening bedoeld in artikel
                                    6:4, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
                                    inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag
                                    is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de
                                    onderhavige verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                    vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                    voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of
                                    na het tijdstip bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, is ingekomen
                                    binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met
                                    toepassing van de verordening bedoeld in artikel 6:4, tweede
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                    vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat
                                    onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens
                                    een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod
                                    vereiste, vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten
                                    minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde
                                    termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of
                                    ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet
                                    voorkomend in een verordening als bedoeld in artikel 6:4, tweede
                                    lid, zijn niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende acht weken na het in werking treden van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a. bepaalde termijn, voorzover degene
                                            die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze
                                            termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat
                                            onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6:4, tweede
                                    lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                    verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                    aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop
                                    de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                    verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of
                                    ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
                                verordening voor de gemeente Den Haag.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr> als bedoeld in artikel 6:1A, tweede lid, van de Algemene plaatselijke
                        verordening voor de gemeente Den Haag</nr><label></label><titel></titel></kop><al></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><colspec colname="colC"></colspec><tbody><row><entry><al>Artikel</al></entry><entry><al>Onderwerp</al></entry><entry><al>Boete in euro’s</al></entry></row><row><entry><al>2:6, lid 1</al></entry><entry><al>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                        of afbeeldingen</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:9, lid 1 </al></entry><entry><al>Straatartiest en muziek (uitvoeringsbesluit)</al></entry><entry><al>230 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:9, lid 2</al></entry><entry><al>Straatartiest en muziek (op andere plaatsen)</al></entry><entry><al>230 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:10, lid 1</al></entry><entry><al>Voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg</al></entry><entry><al>230 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:11, lid 1</al></entry><entry><al>Aanleggen, beschadigen, opbreken en veranderen van een
                                        weg</al></entry><entry><al>230 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:12, lid 1</al></entry><entry><al>Maken, veranderen van een uitweg</al></entry><entry><al>300 </al></entry></row><row><entry><al>2:13, lid 1</al></entry><entry><al>Veroorzaken van gladheid</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:14, lid 1</al></entry><entry><al>Winkelwagentjes (rechthebbende op een bedrijf)</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:14, lid 3</al></entry><entry><al>Winkelwagentjes (gebruiker)</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:15</al></entry><entry><al>Hinderlijke beplanting of voorwerp</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:16</al></entry><entry><al>Openen straatkolken e.d.</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:17, lid 1</al></entry><entry><al>Kelderingangen e.d. </al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:18, lid 1</al></entry><entry><al>Rookverbod in bossen en natuurterreinen </al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:18, lid 2</al></entry><entry><al>Rookverbod in bossen en natuurterreinen (brandende
                                        voorwerpen)</al></entry><entry><al>280 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:19, lid 1</al></entry><entry><al>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:20</al></entry><entry><al>Vallende voorwerpen</al></entry><entry><al>90 </al></entry></row><row><entry><al>2:23, lid 1, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Veiligheid op het ijs (ijsvlakte)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:23, lid 1, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Veiligheid op het ijs (bakens etc.)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:23A, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Beweegbare bruggen (zich bevinden op brug waarvan toegang is
                                        afgesloten)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:23A, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Beweegbare bruggen (afsluiting openen)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:25, lid 1</al></entry><entry><al>Vergunningplicht evenement</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:25B, lid 9</al></entry><entry><al>Sportwedstrijden</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:26 </al></entry><entry><al>Ordeverstoring bij evenement</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:26A, lid 1 </al></entry><entry><al>Ordeverstoring bij sportwedstrijden</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:26B, lid 1</al></entry><entry><al>Stadionomgevingsverbod</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:28, lid 1</al></entry><entry><al>Exploitatievergunning horeca-inrichting</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:29, lid 1</al></entry><entry><al>Sluitingstijden categorie 1</al></entry><entry><al>280 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:29, lid 2</al></entry><entry><al>Sluitingstijden categorie 2</al></entry><entry><al>280 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:30, lid 4</al></entry><entry><al>Toelating bezoekers in op last van burgemeester gesloten
                                        horeca-inrichting</al></entry><entry><al>280 </al></entry></row><row><entry><al>2:30, lid 5</al></entry><entry><al>Aanwezigheid bezoekers in op last van burgemeester gesloten
                                        horeca-inrichting</al></entry><entry><al>280</al></entry></row><row><entry><al>2:30A, lid 1</al></entry><entry><al>Toezicht in horeca-inrichting (afwezigheid ondernemer of
                                        leidinggevende)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:30A, lid 2</al></entry><entry><al>Toezicht in of buiten de horeca-inrichting (voorkomen
                                        strafbare feiten)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:31 onderdeel b.</al></entry><entry><al>Sluitingstijden (bezoeker)</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:32, lid 2 </al></entry><entry><al>Handel in horeca-inrichting </al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:38A</al></entry><entry><al>Aanbieden logeergelegenheid</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:38B, lid 1</al></entry><entry><al>(Nacht)verblijf aan de weg (aanzegging tot beëindiging)</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al><al></al></entry></row><row><entry><al></al><al>2:38B, lid 2 </al></entry><entry><al>(Nacht)verblijf aan de weg (verboden slaapplaats) </al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:41, lid 1</al></entry><entry><al>Betreden gesloten woning of lokaal (174a Gemeentewet)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:41, lid 2</al></entry><entry><al>Betreden gesloten woning of lokaal (13b Opiumwet)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:42, lid 1</al></entry><entry><al>Plakken en kladden (algemeen)</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:42, lid 2, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Plakken en kladden (aanplakbiljet)</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:42, lid 2, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Plakken en kladden (met kalk etc.)</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:42, lid 5</al></entry><entry><al>Plakken en kladden (handelsreclame)</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:43, lid 1</al></entry><entry><al>Vervoer plakgereedschap e.d.</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:45, lid 1</al></entry><entry><al>Betreden van plantsoenen e.d.</al></entry><entry><al>45 (bijlage Bboor) </al></entry></row><row><entry><al>2:45, lid 2</al></entry><entry><al>Beschadiging van plantsoenen e.d.</al></entry><entry><al>90 </al></entry></row><row><entry><al>2:46, lid 1 </al></entry><entry><al>Rijden over bermen e.d.</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:47, lid 1a</al></entry><entry><al>Hinderlijk gedrag op of aan de weg (klimmen op beeld,
                                        monument etc.)</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:47, lid 1b</al></entry><entry><al>Hinderlijk gedrag op of aan de openbare weg (overig)</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:47A, lid 2</al></entry><entry><al>Skaten en skateboarden</al></entry><entry><al>90 </al></entry></row><row><entry><al>2:48, lid 1 </al></entry><entry><al>Verboden gebruik of voorhanden hebben van drank</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:48, lid 3</al></entry><entry><al>Verboden gebruik of voorhanden hebben van softdrugs</al></entry><entry><al>90 </al></entry></row><row><entry><al>2:49, lid 1 onderdeel a.</al></entry><entry><al>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen (portiek of poort)</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:49, lid 1 onderdeel b.</al></entry><entry><al>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen (raamkozijn of
                                        drempel)</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:50</al></entry><entry><al>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:50</al></entry><entry><al>Hinderlijk gedrag (verontreinigen)</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:50</al></entry><entry><al>Gebruik van voor publiek toegankelijke ruimte voor een ander
                                        doel dan waarvoor de ruimte is bestemd</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:51, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Neerzetten van fietsen e.d. (tegen de wil van gebruiker van
                                        gebouw)</al></entry><entry><al>45 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:51, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Neerzetten van fietsen e.d. (versperren ingang)</al></entry><entry><al>45 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:53, lid 1</al></entry><entry><al>Bespieden van personen (kennelijke bedoeling)</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:53, lid 2</al></entry><entry><al>Bespieden van personen </al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:57, lid 1a</al></entry><entry><al>Loslopende honden op een weg binnen de bebouwde kom</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:57, lid 1b</al></entry><entry><al>Loslopende honden op kinderspeelplaats e.d.</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:58, lid 1</al></entry><entry><al>Verontreiniging door honden</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:58, lid 4</al></entry><entry><al>Hulpmiddel ter verwijdering van uitwerpselen</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:58, lid 5</al></entry><entry><al>Hulpmiddel niet tonen op eerste vordering</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:59, lid 2</al></entry><entry><al>Gevaarlijke honden aanlijngebod</al></entry><entry><al>€ 230</al></entry></row><row><entry><al>2:59, lid 3</al></entry><entry><al>Gevaarlijke honden muilkorfgebod</al></entry><entry><al>€ 230</al></entry></row><row><entry><al>2:59, lid 4</al></entry><entry><al>Gevaarlijke honden microchip</al></entry><entry><al>€ 230</al></entry></row><row><entry><al>2:60, lid 2</al></entry><entry><al>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:63, lid 1</al></entry><entry><al>Duiven</al></entry><entry><al>90 </al></entry></row><row><entry><al>2:64, lid 1, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Bijen (bij woningen) </al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:64, lid 1, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Bijen (bij de weg)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:65</al></entry><entry><al>Overlast van fiets op markt en kermissterrein</al></entry><entry><al>45 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:72, lid 1</al></entry><entry><al>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                        verkoopdagen</al></entry><entry><al>150 </al></entry></row><row><entry><al>2:73, lid 1</al></entry><entry><al>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
                                        (aangewezen gebied)</al></entry><entry><al>100 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:73, lid 2</al></entry><entry><al>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
                                        (schade, overlast e.d.)</al></entry><entry><al>100 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>2:73A, lid 1</al></entry><entry><al>Vreugdevuren</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:74, lid 2</al></entry><entry><al>Softdrugs gebruiken in de openbare ruimte</al></entry><entry><al>90 </al></entry></row><row><entry><al>2:74A, lid 1</al></entry><entry><al>Overlastgevende woonpanden</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>2:74C, lid 1</al></entry><entry><al>Verblijfsontzeggingen (aangewezen gebied)</al></entry><entry><al>150 </al></entry></row><row><entry><al>2:74C, lid 2</al></entry><entry><al>Verblijfsontzeggingen (wapens)</al></entry><entry><al>150</al></entry></row><row><entry><al>2:74C, lid 3</al></entry><entry><al>Verblijfsontzeggingen (ordeverstorende gedragingen)</al></entry><entry><al>150</al></entry></row><row><entry><al>2:74C, lid 4</al></entry><entry><al>Verblijfsontzeggingen (recidive)</al></entry><entry><al>150</al></entry></row><row><entry><al>2:74C, lid 5</al></entry><entry><al>Verblijfsontzeggingen (recidive)</al></entry><entry><al>150</al></entry></row><row><entry><al>3:15, lid 1, onderdeel a</al></entry><entry><al>Raamprostitutie (vanuit gebouw)</al></entry><entry><al>230</al></entry></row><row><entry><al>3:15, lid 1, onderdeel b</al></entry><entry><al>Raamprostitutie (passanten)</al></entry><entry><al>230</al></entry></row><row><entry><al>3:16</al></entry><entry><al>Straatprostitutie</al></entry><entry><al>230</al></entry></row><row><entry><al>3:17, lid 7</al></entry><entry><al>Handhaving straatprostitutie</al></entry><entry><al>370</al></entry></row><row><entry><al>3:18, lid 1</al></entry><entry><al>Verbodsbepaling klanten</al></entry><entry><al>230</al></entry></row><row><entry><al>4:6, lid 1</al></entry><entry><al>Overige geluidhinder</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>4:8</al></entry><entry><al>Natuurlijke behoefte doen</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>4:9</al></entry><entry><al>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                        riolen en putten buiten gebouwen</al></entry><entry><al>90 </al></entry></row><row><entry><al>4:13, lid 3, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen (als
                                        zodanig)</al></entry><entry><al>120</al></entry></row><row><entry><al>4:13, lid 3, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen (anders
                                        dan conform gestelde regels)</al></entry><entry><al>120</al></entry></row><row><entry><al>4:14, lid 2</al></entry><entry><al>Stankoverlast door meststoffen</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:2, lid 1, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. (op de
                                        weg)</al></entry><entry><al>120</al></entry></row><row><entry><al>5:2, lid 1, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. (gebruik weg
                                        als werkplaats)</al></entry><entry><al>120</al></entry></row><row><entry><al>5:3, lid 1</al></entry><entry><al>Te koop aanbieden van voertuigen</al></entry><entry><al>180 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>5:4</al></entry><entry><al>Defecte voertuigen</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>5:5, lid 1 </al></entry><entry><al>Voertuigwrakken</al></entry><entry><al>90 </al></entry></row><row><entry><al>5:6, lid 1, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Caravans e.d. (langer dan drie achtereenvolgende dagen)</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>5:6, lid 1, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Caravans e.d. (in strijd met uiterlijk aanzien
                                        gemeente)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:7, lid 1 </al></entry><entry><al>Parkeren van reclamevoertuigen</al></entry><entry><al>180 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>5:8, lid 1</al></entry><entry><al>Parkeren van grote voertuigen (strijd met uiterlijk aanzien
                                        gemeente)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:8, lid 2</al></entry><entry><al>Parkeren van grote voertuigen (verdeling beschikbare
                                        parkeerruimte)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:9, lid 1</al></entry><entry><al>Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</al></entry><entry><al>90 </al></entry></row><row><entry><al>5:10, lid 1</al></entry><entry><al>Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen</al></entry><entry><al>90 </al></entry></row><row><entry><al>5:12, lid 1</al></entry><entry><al>Overlast van fiets of bromfiets (buiten
                                        parkeervoorzieningen)</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>5:12, lid 2</al></entry><entry><al>Overlast van fiets of bromfiets (wrakken)</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>5:12, lid 3</al></entry><entry><al>Overlast van fiets of bromfiets (langer parkeren dan
                                        toegestaan)</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>5:12, lid 4</al></entry><entry><al>Overlast van fiets of bromfiets (zonder wezenlijke
                                        tijdsonderbreking laten staan)</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>5:13, lid 1</al></entry><entry><al>Inzameling van geld of goederen</al></entry><entry><al>140 </al></entry></row><row><entry><al>5:24, lid 1 </al></entry><entry><al>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:28, lid 1</al></entry><entry><al>Beschadigen van waterstaatswerken</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:29</al></entry><entry><al>Reddingsmiddelen</al></entry><entry><al>140</al></entry></row><row><entry><al>5:30, lid 1</al></entry><entry><al>Veiligheid op het water</al></entry><entry><al>140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>5:31, lid 1</al></entry><entry><al>Overlast aan vaartuigen</al></entry><entry><al>90 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>5:31, lid 2</al></entry><entry><al>Overlast aan vaartuigen</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:33, lid 1 </al></entry><entry><al>Beperking verkeer in natuurgebieden e.d. met
                                        motorvoertuig</al></entry><entry><al> 140 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>5:33, lid 1</al></entry><entry><al>Beperking verkeer in natuurgebieden e.d. met bromfiets</al></entry><entry><al> 95 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>5:33, lid 1</al></entry><entry><al>Beperking verkeer in natuurgebieden e.d. met fiets</al></entry><entry><al>55 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>5:33, lid 1</al></entry><entry><al>Beperking verkeer in natuurgebieden e.d. met paard</al></entry><entry><al>55 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>5:34, lid 1 </al></entry><entry><al>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                        anderszins vuur te stoken</al></entry><entry><al>280 (bijlage Bboor)</al></entry></row><row><entry><al>5:36, lid 1</al></entry><entry><al>Verstrooiing van as op verboden plaatsen</al></entry><entry><al>90 </al></entry></row><row><entry><al>5:37</al></entry><entry><al>Hinder of overlast incidentele as verstrooiing</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:38, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Zwemmen in zee (drijfmiddel)</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>5:38, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Zwemmen in zee (bij strandhoofd)</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>5:40</al></entry><entry><al>Spelen op het strand (hinder, gevaar etc.)</al></entry><entry><al>60 </al></entry></row><row><entry><al>5:41, lid 1, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Vaartuig op strand</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>5:41, lid 1, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Vaartuig tussen strandhoofden</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>5:41, lid 1, onderdeel c.</al></entry><entry><al>Waterskiën, jetski of parasailen</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:42, lid 1, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Rijden op het strand (motorvoertuig)</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:42, lid 1, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Motorvoertuig op strand plaatsen e.d.</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>5:42, lid 1, onderdeel c.</al></entry><entry><al>Rijden met door wind bewogen voertuig op strand</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>5:42, lid 1, onderdeel d.</al></entry><entry><al>Rijden met bromfiets op strand</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:42, lid 2, onderdeel a.</al></entry><entry><al>Fietsen op het strand</al></entry><entry><al>60</al></entry></row><row><entry><al>5:42, lid 2, onderdeel b.</al></entry><entry><al>Rij- of trekdieren op het strand</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>5:42, lid 3</al></entry><entry><al>Anders dan stapvoets het strand berijden</al></entry><entry><al>90</al></entry></row><row><entry><al>6:2A</al></entry><entry><al>Aanwijzingen toezichthouders</al></entry><entry><al>90</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>