<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR113123_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Montferland 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Montferland Journaal, 08-02-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Montferland 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening, art. 42</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-01-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-02-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Montferland 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. Medewerking verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden: het
                            door of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen onroerende
                            zaken worden gebaat.</al><al>b. Exploitatiegebied: een als zodanig aangewezen gebied, waarbinnen de
                            onroerende zaken zijn gelegen die worden gebaat door de voorzieningen
                            van openbaar nut die door of met medewerking van de gemeente worden
                            getroffen.</al><al>c. Exploitant: de eigenaar of rechthebbende van een in het
                            exploitatiegebied gelegen onroerende zaak die als gevolg van het door of
                            met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar
                            nut wordt gebaat.</al><al>d. kostenbegroting: begroting van kosten en opbrengsten op basis waarvan
                            de door een exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage wordt
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor
                                onroerende zaken worden gebaat, worden gerekend e aanleg binnen een
                                exploitatiegebied van de hieronder vermelde werken en
                                werkzaamheden:</al><al>a. het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken met
                                inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven;</al><al>b. riolering met inbegrip van bijbehorende werken;</al><al>c. wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels en andere
                                rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen van openbaar nut
                                en kunstwerken verband houdende werken;</al><al>d. plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de
                                aanleg en de inrichting van openbare speelplaatsen en speelweiden
                                alsmede de sierende elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een
                                juiste uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al><al>e. openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                aansluitingen;</al><al>f. het verrichten van bodemonderzoek en -sanering, voorzover het de
                                ondergrond van voorzieningen van openbaar nut betreft en voorzover
                                de daarmee verband houdende kosten niet op andere wijze kunnen
                                worden verhaald;</al><al>g. het treffen van milieutechnisch noodzakelijke maatregelen en
                                voorzieningen van openbaar nut ter uitvoering van een
                                bestemmingsplan;</al><al>h. alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een
                                doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar nut.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor
                                onroerende zaken worden gebaat, worden gerekend de aanleg van de
                                onder 1. vermelde werken en werkzaamheden buiten het
                                exploitatiegebied, voorzover de binnen het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken hierdoor direct danwel indirect worden
                                gebaat.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester
                                en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                                kostenverhaalsbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke
                                wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten
                                zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen:</al><al>a. aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de daarin
                                gelegen en gebate onroerende zaken;</al><al>b. omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren voorzieningen
                                van openbaar nut;</al><al>c. een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van de
                                onder b. genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals bedoeld in
                                artikel 5. In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin kan in
                                het besluit zoals bedoeld in het eerste lid, worden bepaald dat de
                                kostenbegroting op een later tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit
                                tot vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                door de gemeente in eigendom verkregen in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten zo veel mogelijk
                                plaatsvindt via de gronduitgifte.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst zoals
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening.</al><al>Tevens wordt bepaald dat, ingeval op enigerlei wijze niet kan worden
                                gekomen tot het aangaan van een overeenkomst zoals bedoeld in
                                artikel 7 van deze verordening, het kostenverhaal in daarvoor in
                                aanmerking komende gevallen kan plaatsvinden door middel van de
                                vaststelling van een baatbelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens:</al><al>1. Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten, te
                                weten:</al><al>a. de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied gelegen
                                gronden, zijnde de waarde van de grond vermeerderd met de waarde van
                                de opstallen die voor de verwezenlijking van de bestemming niet
                                gehandhaafd kunnen worden, en met de kosten van vrijmaken van
                                opstallen – met inbegrip van de zich in de grond bevindende resten,
                                zoals funderingen, leidingen en kabels – persoonlijke rechten en
                                lasten, eigendom, bezit of beperkt recht, zakelijke lasten alsmede
                                de kosten van schadevergoedingen;</al><al>b. de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding, -beheer en
                                -toezicht. Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de kosten
                                verband houdende met het opstellen van structuur- en
                                bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige uitwerkingen of
                                wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het verlenen van
                                vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van overige
                                planologische maatregelen voor zoveel deze nodig zijn voor het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied;</al><al>c. de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar
                                nut, voorzover deze verband houden met het verlenen van medewerking
                                aan het in exploitatie brengen van gronden binnen het
                                exploitatiegebied, alsmede de daarmee verband houdende kosten van
                                onderzoeken, voorbereiding en toezicht;</al><al>d. de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover dit
                                rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden kan worden
                                toegerekend;</al><al>e. de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten verminderd
                                met renteopbrengsten;</al><al>f. overige kosten die in beginsel ten laste van de grondexploitatie
                                behoren te worden gebracht.</al><al>2. Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                exploitatie brengen van gronden verband houdende opbrengsten,
                                bestaande uit:</al><al>a. doelsubsidies;</al><al>b. verkoop van gronden;</al><al>c. bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar
                                nut, hetzij via overeenkomst hetzij via baatbelasting;</al><al>d. overige bijdragen.</al><al>3. De wijze van toerekening van de totale onder sub 1. en 2. van dit
                                artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in
                                het exploitatiegebied naar de mate van de baat die de onroerende
                                zaken hebben van het samenhangend geheel van voorzieningen van
                                openbaar nut zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening.</al><al>De mate van baat wordt aangeduid met inachtneming van hetgeen
                                hieromtrent in artikel 6 is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan dat
                                het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                                zal worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
                                danwel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot
                                herziening van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1 sub a. is niet van
                                toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen
                                en gebate gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar
                                nut niet geschikt worden voor bebouwing.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
                                eerste lid, onder 1 sub a. bedoelde inbrengwaarde van de gronden
                                beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut, ingeval er sprake is van een
                                exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van openbaar
                                nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
                                bebouwing van onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m² grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de gebate onroerende zaken,
                                waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor
                                ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de
                                baat van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar
                                nut tot uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader in de kostenbegroting zoals bedoeld in artikel
                                5, te bepalen grondslag die voorziet in de aanwezige verschillen in
                                baat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, wat betreft de in het exploitatiegebied liggende
                                onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente, indien
                                dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het afstand
                                doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel
                                uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een notariële akte
                                opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst nadat een kostenbegroting zoals bedoeld in
                                artikel 5, is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De overeenkomst zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                geval bepalingen omtrent:</al><al>a. de aard en de omvang van de door de gemeente te treffen
                                voorzieningen van openbaar nut;</al><al>b. het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen zullen
                                worden uitgevoerd;</al><al>c. de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld
                                volgens de artikelen 5 en 6;</al><al>d. in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de
                                gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg c.q.
                                aanpassing van voorzieningen van openbaar nut.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1., onder a. van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te
                                verkrijgen gebate</al><al>gronden, en van de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut en door exploitant aan de gemeente
                                worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                                overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                                commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                aangewezen deskundigen.</al><al>Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde deskundige geen
                                overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen deskundigen
                                tezamen dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de meest gerede
                                partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de kantonrechter in
                                het kanton waartoe de gemeente behoort, kan verzoeken deze
                                deskundige te benoemen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                                tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als
                                volgt bepaald: </al><al>a. de bijdrage zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en 6
                                opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt toegerekend, wordt
                                vermeerderd met de kosten op de afstand van de in artikel 7, derde
                                lid, sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten van kadastrale
                                uitmeting;</al><al>b. de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:</al><al>1. de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van exploitant
                                behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is
                                van overeenkomstige toepassing;</al><al>2. het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1 onder b. tot en met f.,
                                voorzover de uitvoering van de daarmee verband houdende werken en
                                werkzaamheden voor risico en rekening komt van de exploitant.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing
                                heeft verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende
                                bijdrage bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien
                                verstande dat de in het eerste lid en derde lid onder b, sub 1.
                                bedoelde vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden
                                die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                en door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een belanghebbende kan burgemeester en wethouders verzoeken tot het
                                verlenen van medewerking met betrekking tot het in exploitatie
                                brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><al>a. een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen
                                onroerende zaken; </al><al>b. gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom van de
                                in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft verkregen of kan
                                verkrijgen;</al><al>c. gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                (bouw)werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij
                                in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
                                gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel
                                2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de
                                beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij
                                wordt een door burgemeester en wethouders vast te stellen aanduiding
                                van het exploitatiegebied en kostenbegroting aan de exploitant
                                bekendgemaakt. Het bepaalde in artikel 5, met uitzondering van het
                                bepaalde in de slotzin van het derde lid, is van overeenkomstige
                                toepassing.</al><al>Tevens wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een aanvraag in
                                te dienen bij burgemeester en wethouders voor medewerking met
                                betrekking tot het in exploitatie brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes maanden na ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                                verzoek van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens
                                een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat
                                de in artikel 7 bedoelde kostenbegroting en de daarmee verband
                                houdende aanduiding van het exploitatiegebied wordt vastgesteld door
                                burgemeester en wethouders. De kostenbegroting en de aanduiding van
                                het exploitatiegebied worden bekendgemaakt aan de exploitant. Het
                                bepaalde in artikel 5, derde lid, slotzin is niet van</al><al>toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:</al><al>a. de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
                                waarvoor een bestemmingsplan, gericht op de voorgenomen exploitatie
                                van gronden, geldt;</al><al>b. de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden leiden
                                tot strijd met de Woningwet;</al><al>c. het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel
                                overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd
                                met belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing en/of
                                herinrichting;</al><al>d. het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote kosten
                                of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het doeltreffend
                                voorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering,
                                etc.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><al>a. ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing zijnd
                                bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier
                                weken na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan of de
                                herziening daarvan;</al><al>b. ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                                zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied
                                reeds een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is
                                genomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de exploitant
                                bekend.</al><al>Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant tevens
                                een ontwerp-overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7,
                                aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in
                                artikel 4 is genomen, zal, indien een exploitant een overeenkomst
                                zoals bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden
                                bepaald dat met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                                overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                                desbetreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomst,
                                maken burgemeester en wethouders aan exploitant bekend dat het
                                kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting,
                                zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in het
                                kostenverhaalsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst totstandgekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze voorzieningen
                                niet geheel zijn voltooid en waarvoor geen kostenverhaalsbesluit of
                                afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, vinden de bepalingen
                                van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voorzover nodig, op
                                een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval geldt
                                daarbij dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt</al><al>gekomen tot een exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7,
                                de vaststelling van de daarin op te nemen financiële bijdrage
                                geschiedt op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                                kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                                vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                vastgesteld, blijft - voor het voormalig grondgebied van de gemeente
                                Bergh - de ‘Exploitatieverordening gemeente Bergh 2004’ hetzij -
                                voor het voormalig grondgebied van de gemeente Didam - de
                                ‘Exploitatieverordening Didam 1997’ van toepassing tot twee jaren
                                nadat de ten behoeve van dat exploitatiegebied getroffen en/of te
                                treffen</al><al>voorzieningen van openbaar nut geheel zijn voltooid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan
                                het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, blijft - voor
                                het voormalig grondgebied van de gemeente Bergh - de
                                ‘Exploitatieverordening gemeente Bergh 2004’ hetzij - voor het
                                voormalig grondgebied van de gemeente Didam - de
                                ‘Exploitatieverordening Didam 1997’ van toepassing tot op de
                                aanvraag is beslist, met dien verstande dat, indien tot het treffen
                                van voorzieningen van openbaar nut wordt besloten, genoemde
                                verordening van toepassing blijft tot twee jaren nadat de te treffen
                                voorzieningen van openbaar nut geheel zijn voltooid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag volgende op die
                                waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet
                                heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Op hetzelfde tijdstip vervallen de ‘Exploitatieverordening gemeente
                            Bergh 2004’ zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 24 juni 2004, alsmede
                            de ‘Exploitatieverordening Didam 1997’ zoals vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 17 april 1997, met dien verstande dat zij van
                            toepassing blijft voor de gevallen zoals bedoeld in artikel 13, tweede
                            en derde lid.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>