<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR113086_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het onderzoeksrecht van de raad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-08-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op het onderzoeksrecht van de raad
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 1 Begripsbepalingen</label>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>a.</lidnr>
            <al>onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid, van de Gemeentewet;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>b.</lidnr>
            <al>onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de</al>
            <al>Gemeentewet.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 2 Instellen van de onderzoekscommissie</label>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Op voorstel van één of meer van zijn leden kan de raad besluiten een onderzoek in</al>
            <al>te stellen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De raad stelt daartoe een onderzoekscommissie in, bestaande uit tenminste drie leden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De raad wijst een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden aan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al> De commissie kan desgewenst externe deskundigen inschakelen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De commissie rapporteert over de verschillende fases van het onderzoek aan de raad. Dit</al>
            <al>betreft in ieder geval de volgende onderwerpen :</al>
            <al>* de benoeming van de commissievoorzittter;</al>
            <al>* de opdrachtverlening tot het formuleren van de onderzoeksopdracht;</al>
            <al>* de opdrachtverlening tot het verrichten van het eigenlijke onderzoek;</al>
            <al>* de uitkomsten van het verrichte onderzoek;</al>
            <al>* de door de commissie voorgestelde conclusies en aanbevelingen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 3 Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter</label>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De leden van de onderzoekscommissie benoemen een voorzitter en een</al>
            <al>plaatsvervangend voorzitter.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De voorzitter is belast met:</al>
            <al>a het leiden van de beraadslaging en zitting;</al>
            <al>b het handhaven van de orde;</al>
            <al>c het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels;</al>
            <al>d hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 4 Beëindiging van het lidmaatschap</label>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien:</al>
            <al>a de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie;</al>
            <al>b een lid ophoudt lid te zijn van de raad;</al>
            <al>c de onderzoekscommissie besluit een lid van zijn commissie te horen;</al>
            <al>d een lid ontslag neemt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een lid van de onderzoekscommissie kan op elk moment ontslag nemen. Hiervan</al>
            <al>brengt hij de raad en de voorzitter van de onderzoekscommissie zo spoedig mogelijk</al>
            <al>schriftelijk op de hoogte.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende</al>
            <al>leden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 5 Bevoegdheden van de onderzoekscommissie</label>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor plaats vindt of</al>
            <al>getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid, van de Gemeentewet</al>
            <al>genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking aan het onderzoek</al>
            <al>te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt slechts op vrijwillige</al>
            <al>basis.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren</al>
            <al>van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening</al>
            <al>van haar taak nodig acht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid met</al>
            <al>een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als zodanig geen onderdeel van het</al>
            <al>onderzoek uitmaken. Er bestaat hiertoe geen plicht tot medewerking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie kan de bovengenoemde bevoegdheden uitsluitend</al>
            <al>uitoefenen indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>De onderzoekscommissie besluit met meerderheid van stemmen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 6 Ambtelijke bijstand</label>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De raadsgriffier treedt op als commissiegriffier.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De commissiegriffier is bij iedere zitting aanwezig.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen door een daartoe</al>
            <al>door hem aangewezen vervanger.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De verordening ambtelijke bijstand is niet van toepassing.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 7 Zittingen</label>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en brengt</al>
            <al>die ter openbare kennis.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, getuigen en deskundigen</al>
            <al>ten minste twee weken voor de zitting op.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en</al>
            <al>deskundigen</al>
            <al>onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting</al>
            <al>te wijzigen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk een week voor het</al>
            <al>tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 8 Overige bepalingen</label>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de commissie bij</al>
            <al>meerderheid van stemmen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 9. Citeertitel en inwerkingtreding</label>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de dag na haar publicatie en kan aangehaald</al>
            <al>Worden als de “Verordening op het onderzoeksrecht 2011”.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>