Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Harlingen

Verordening op het Duo-commissielidmaatschap

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHarlingen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op het Duo-commissielidmaatschap
CiteertitelOnbekend
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

14-12-201022-04-2020Onbekend

08-12-2010

Onbekend

-

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op het Duo-commissielidmaatschap

 

 

Artikel 1 Begripsbepaling
  • 1.

    Een duo-commissielid is een persoon, geen raadslid zijnde, die met inachtneming

    van het bepaalde in het tweede en derde lid, een raadslid in zijn hoedanigheid als

    lid van de commissie kan vervangen.

  • 1.

    Een duo-commissielid dat als plaatsvervanger een vergadering van een commissie

    bijwoont, kan deelnemen aan de beraadslagingen van deze commissie en heeft

    hierbij adviesrecht doch geen stemrecht.

  • 1.

    Een duo-commissielid heeft geen recht op het bijwonen van besloten

    vergaderingen van een commissie en tot het inzien van stukken als bedoeld in

    artikel 15, derde lid van het Reglement van Orde voor de raad.

  • 1.

    Een duo-commissielid vervangt een raadslid slechts in de commissie waarin dit

    raadslid door de raad is benoemd, met dien verstande dat een raadslid in een

    vergadering van een commissie of een gecombineerde vergadering van twee of

    meer commissies gelijktijdig slechts door één duo-raadslid kan worden

    vervangen.

Artikel 2 Benoeming
  • 1.

    Een duo-commissielid wordt benoemd door de raad op voordracht van het

    raadslid als wiens plaatsvervanger hij optreedt.

  • 2.

    Uitsluitend een raadslid dat een zelfstandige fractie vormt is gerechtigd om ten

    hoogste twee personen, die geen raadslid zijn, voor te dragen voor benoeming als

    zijn plaatsvervanger in één of meer commissies.

  • 3.

    Duo- commissieleden kunnen niet benoemd worden in een

    vertrouwenscommissie voor de benoeming van de burgemeester of van

    wethouders en in de werkgeverscommissie.

Artikel 3 Vereisten voor het duo-raadslidmaatschap
  • 1.

    Een duo-commissielid moet voorkomen op de vastgestelde kandidatenlijst voor

    de verkiezingen voor de leden van de raad waarbij het raadslid, als wiens

    vervanger hij optreedt, is gekozen.

  • 2.

    De vereisten voor het raadslidmaatschap, als bepaald in de artikelen 10, 11, 12 en

    13 van de Gemeentewet, zijn van overeenkomstige toepassing op het duocommissielidmaatschap.

  • 3.

    Het duocommissielid verricht geen handelingen als bedoeld in artikel 15, eerste

    lid, van de Gemeentewet.

  • 4.

    De gedragscode voor bestuurders (neergelegd in de nota "Het glazen huis) is van

    overeenkomstige toepassing op een duo-commissielid.

Artikel 4 Onderzoek vereisten
  • 1.

    Voordat de raad overgaat tot benoeming van een duo-commissielid onderzoekt hij

    of betrokkene aan de vereisten voldoet.

  • 2.

    Het onderzoek vindt plaats overeenkomstig het onderzoek van de geloofsbrieven

    van nieuwe raadsleden, zoals bepaald in artikel 8 van het Reglement van Orde

    voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad.

  • 3.

    Een persoon die is voorgedragen voor benoeming als duo-commissielid is

    verplicht alle inlichtingen te verschaffen, die nodig zijn voor de uitvoering van het

    in het eerste lid bedoelde onderzoek.

Artikel 5 Beëindiging duo-raadslidmaatschap
  • Het duo-commissielid maatschap eindigt zodra één van de vereisten voor het duocommissielidmaatschap

    ontbreekt.

Artikel 6 Ontslag
  • De raad kan besluiten een duo-commissielid te ontslaan, indien dit het vertrouwen van

    de raad niet meer bezit dan wel indien hij in strijd handelt met het bepaalde in artikel 15,

    eerste lid, van de Gemeentewet.