<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR113043_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nota investeren en afschrijven</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-02-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">niet van toepassing</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nota investeren en afschrijven</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentwet/article=212">Gemeentwet, art. 212 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R10.023</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-30666</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-30667</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Nota investeren en afschrijven</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Voorwoord</titel></kop><structuurtekst><al>De laatste nota Investeren en afschrijven is niet lang geleden door uw
                            raad vastgesteld. In de praktijk blijkt er echter een aantal knelpunten
                            te bestaan die als aanvullend kader in een nieuwe nota Investeren en
                            afschrijven opgenomen dient te worden. Daarnaast behoeft een aantal
                            zaken nadere verduidelijking in de nieuwe nota.</al><al>De knelpunten betreffen zaken die in de vorige nota nog niet konden
                            worden voorzien, zoals de meerjarige investeringen en de daarbij horende
                            kapitaallasten en een aantal afschrijvingstermijnen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Hierbij bieden wij u de nota Investeren en afschrijven aan. De nota is
                            een nadere uitwerking van de financiële verordening,
                            investeringskredieten (artikel 6) en waardering en afschrijving activa
                            (artikel 9). De indeling van de nota is gestructureerd overeenkomstig de
                            levensloop van een actief. Van een voornemen tot investeren (krediet)
                            tot het weer buiten gebruik stellen van het krediet. Het laatste
                            hoofdstuk geeft een samenvatting van het bestuurlijk proces met
                            betrekking tot Investeren en afschrijven.</al><al>Hieronder wordt puntsgewijs (kort) ingegaan op wijzigingen ten opzichte
                            van het huidig beleid.</al><lijst><li nr="•"><al>Voorbereidingkredieten worden beschouwd als één geheel met het
                                    totale project. De afschrijvingstermijn van het
                                    voorbereidingskrediet is overeenkomstig het gebruik van het
                                    actief.</al></li><li nr="•"><al>Vanaf 2010 worden de kapitaallasten meerjarig in de begroting
                                    geraamd. Dit geeft een beter inzicht in de meerjarige financiële
                                    positie van de gemeente. De uitgangspunten voor de
                                    meerjarenberekening liggen in de nota vast.</al></li><li nr="•"><al>De methodiek ten aanzien van vervangingsinvesteringen zoals deze
                                    in de begroting worden opgenomen is nu onderdeel van de nota
                                    Investeren en afschrijven. De methodiek is met ingang van 2008
                                    geïmplementeerd.</al></li><li nr="•"><al>Het plafond van de vervangingsinvesteringen wordt (met
                                    terugwerkende kracht) geïndexeerd met de
                                    inflatiepercentages.</al></li><li nr="•"><al>Aandacht voor investeringen nieuw beleid.</al></li><li nr="•"><al>In de nota wordt aandacht geschonken aan de kredietrapportage[1]
                                    in de jaarrekening en tussenrapportages. Aangegeven wordt welke
                                    gegevens er gerapporteerd worden.</al></li><li nr="•"><al>Een aantal afschrijvingstermijnen wordt nieuw opgenomen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>1 Grondslagen</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk worden de grondslagen aangegeven waarin deze nota is
                            opgesteld en kaders uitgewerkt binnen welke de gemeente Velsen, het
                            college, met haar beleid investeren en afschrijven opereert.</al></structuurtekst><afdeling><kop><titel>1.1 Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Deze nota Investeren en afschrijven komt voort uit de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref> artikel 212 van deze wet schrijft voor dat
                                de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=212">Gemeenteraad</extref> een verordening vaststelt met daarin de
                                uitgangspunten voor het financiële beleid voor de gemeente. Hierin
                                worden ondermeer regels voor waardering en afschrijving van activa
                                opgenomen.</al><al>In de nota ‘Financiële verordening gemeente Velsen; uitgangspunten
                                voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel
                                beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de
                                gemeente Velsen’ heeft dit zijn beslag gekregen in artikel 9:</al><al>Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa</al><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar de nota
                                        investeren en afschrijven aan. De raad stelt de nota
                                        vast.</al></li><li nr="2."><al>De nota bevat het beleid ten aanzien van het omgaan met en
                                        het afschrijven van investeringen.</al></li><li nr="3."><al>De nota bevat een afschrijvingstabel die wordt gehanteerd
                                        bij het afschrijven van de investeringen.</al></li></lijst><al>De nota dient, zo schrijft de verordening voor, voor het eerst
                                uiterlijk 1e helft van 2012 aangeboden te worden. Om redenen genoemd
                                in de inleiding bieden wij u de nota ruim voor deze termijn
                                aan.</al><al>De nota investeren en afschrijven dient te voldoen aan het besluit
                                begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de
                                nadere voorschriften van de commissie BBV.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.2 Begroting en verantwoording provincies en gemeenten
                                (BBV)</titel></kop><structuurtekst><al>In deze paragraaf zullen algemene, voor de nota relevante,
                                voorschriften uit de BBV weergegeven worden zodat het vervolg van de
                                nota in het juiste kader geïnterpreteerd kan worden. Tevens zullen
                                enkele begrippen uitgediept worden.</al><al>Het bezit van de gemeente wordt op de balans onder het kopje vaste
                                activa[2]onderscheiden in:</al><lijst><li nr="-"><al>Immateriële vasteactiva[3]: dit zijn kosten verbonden aan
                                        het sluiten van geldleningen en kosten van onderzoek en
                                        ontwikkeling</al></li><li nr="-"><al>Materiële vaste activa: dit zijn activa met een fysieke
                                        verschijningsvorm</al></li><li nr="-"><al>Financiële vaste activa[4] : dit betreft
                                        kapitaalverstrekkingen en leningen met een langdurig
                                        karakter</al></li></lijst><al>Van een investering met een immaterieel karakter is sprake wanneer
                                het gaat om kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief. In een later hoofdstuk komen wij terug op de waardering van
                                deze investering op de balans en op de relatie met
                                voorbereidingskosten van een investering.</al><al>Voor de materiële vaste activa maakt het BBV onderscheid naar soort
                                investering:</al><lijst><li nr="•"><al>investeringen met economisch nut; deze investeringen zijn
                                        verhandelbaar en/of kunnen bijdragen aan het genereren van
                                        middelen. Bijvoorbeeld het aanleggen van het riool.</al></li><li nr="•"><al>investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk
                                        nut; deze investeringen genereren geen middelen, maar
                                        vervullen wel duidelijk een publieke taak. Bijvoorbeeld
                                        investeringen in wegen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2 Investeren</titel></kop><afdeling><kop><titel>2.1 Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk zal het begrip investeren worden toegelicht, het
                                deel met betrekking tot de bestuurlijke besluitvorming en de wijze
                                van begroten.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.1.1 Investeringen</titel></kop><structuurtekst><al>Met als uitgangspunt het wettelijke kader kan de volgende definitie
                                van investeren worden gehanteerd:</al><al>Investeren is het verwerven of produceren van vermogensobjecten of
                                het doen van uitgaven ten behoeve van een goed of ter bereiking van
                                een doel waaraan meerjarig een nut kan worden
                                onttrokken/gebruikt..</al><al>Het verwerven of produceren neemt over het algemeen meer tijd in
                                beslag dan een jaar. Deze uitgaven kenmerken zich doordat waarde
                                ontstaat voor de gemeente waar deze meerdere jaren profijt van
                                heeft. Dit in tegenstelling tot uitgaven die verantwoord worden als
                                exploitatielasten; het profijt is eenmalig en kortdurend (minder dan
                                een jaar).</al><al>In de bestuurlijke praktijk wordt eveneens het begrip ‘krediet’
                                gebruikt. In de regel wordt hiermee gedoeld op een besluit van de
                                gemeenteraad waarin een machtiging van de raad aan het college is
                                opgenomen om tot een bepaald maximumbedrag uitgaven te doen ten
                                behoeve van het realiseren van een in het besluit omschreven
                                investeringsproject[5].</al><al>Het verschil met het boekhoudkundige begrip ‘investering’ ligt
                                vooral hierin dat de investering de uiteindelijke
                                waarde(vermeerdering) voor de gemeente weergeeft; indien er een
                                bijdrage van een derde bij de gemeente binnenkomt, zijnde een
                                subsidie, is de (investerings)waarde het verschil van de uitgaven en
                                deze bijdrage. Het krediet is bruto, namelijk het totaal van de
                                geraamde uitgaven.</al><al>Bij een (meerjarige) investeringplanning gaat het om het verkrijgen
                                van inzicht in de noodzakelijke investeringen op middellange en
                                lange termijn. De gemeente Velsen werkt met een
                                meerjaren-investeringsplan met een planningshorizon van 4 jaar.
                                Hierbij geldt dat de informatie omtrent investeringen in de eerste
                                jaarschijf concreet en gedetailleerd is, terwijl de laatste
                                jaarschijf op hoofdlijnen weergegeven wordt.</al><al>Jaarlijks wordt het geactualiseerde investeringsplan met de
                                aanbieding van de begroting ter goedkeuring aan de Raad aangeboden.
                                Met het vaststellen van de begroting autoriseert de raad ook de
                                (vervangings)investeringsplannen voor het begrotingsjaar.</al><al>Er kan een onderscheid gemaakt worden naar het soort
                                investeringskrediet. Afhankelijk van de soort aanvraag verschilt de
                                bestuurlijke afhandeling van het benodigde krediet.</al><al>De gemeente Velsen kent twee soorten investeringen:</al><lijst><li nr="-"><al>vervangingsinvesteringen</al></li><li nr="-"><al>investeringen nieuw beleid.</al></li></lijst><al>Beide worden hieronder toegelicht.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.1.2 Vervangingsinvesteringen</titel></kop><structuurtekst><al>Met het vaststellen van de begroting 2007 is gekozen voor een
                                bepaalde werkwijze per 1 januari 2008 ten aanzien van
                                vervangingsinvesteringen. De vervangingsinvesteringen worden
                                jaarlijks in één krediet in de begroting op een gemiddeld
                                gelijkblijvend niveau gepresenteerd. Het voordeel van deze werkwijze
                                is dat de kapitaallasten eveneens op een gelijk niveau blijven. In
                                de begroting 2007, waarin deze werkwijze is toegelicht, is niet
                                expliciet duidelijk gemaakt of het investeringsniveau jaarlijks
                                stijgt en eventueel met welk percentage. Op termijn ontstaat
                                daardoor een probleem vanwege de inflatie; er kan minder aangeschaft
                                worden met het beschikbaar gestelde bedrag. Vanaf 2011 gelden daarom
                                de, met terugwerkende kracht, geïndexeerde bedragen. Deze zullen
                                daarna jaarlijks geïndexeerd worden met het percentage waarmee de
                                materiële budgetten in de begroting worden verhoogd.</al><al>De volgende gemiddelde investeringsplafonds gelden per
                                programma:</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Velsen/i262182.pdf">Nota investeren en afschrijvinden tabel</extref></al><al>De vervangingsinvesteringen worden per programma gepresenteerd. In
                                de hierboven gepresenteerde tabel is het volume per programma
                                opgenomen zoals door het college vastgesteld en die vanaf 2008 in
                                het meerjareninvesteringsplan gehanteerd worden. In de kolom ‘2011’
                                presenteren wij de bedragen zoals die vanaf 2011 gelden. Deze zijn
                                inclusief een indexering met terugwerkende kracht[6] .</al><al>Tevens is in het voorstel meegenomen dat de brandweer (programma 10)
                                inmiddels ontvlochten is en derhalve geen bedragen in het
                                investeringsplan opgenomen behoeven te worden. Dit gaat mogelijk
                                eveneens gelden voor het bedrag ad € 75.000 ten behoeve van
                                programma 5 (bibliotheek).</al><al>De nieuw voorgestelde bedragen mogen per jaar, gemiddeld over een
                                periode van vier jaar, maximaal worden uitgegeven.</al><al>Het totale investeringsplafond voor vervangingen bedraagt voor het
                                begrotingsjaar 2011 ca. € 7,5 mln.</al><al>De vervangingsinvesteringen voor riolen, grondwaterbeheersing en
                                begraafplaatsen vallen buiten deze investeringsplafonds. Voor riolen
                                en grondwaterbeheersing geldt dat de investeringen gedekt worden uit
                                de rioolheffing. De investeringen in begraafplaatsen gelden als
                                bedrijfsmatige investeringen, die in principe gedekt worden uit de
                                opbrengst van de grafrechten. Deze vervangingsinvesteringen worden
                                wel in het meerjarig overzicht gepresenteerd.</al><al>In de voorjaarsnota kan het college in haar voorstellen aan de raad
                                met de kredieten tussen de programma’s schuiven. In de voorjaarsnota
                                wordt een actualisatie van de daarbij horende meerjaren
                                kapitaallasten opgenomen.</al><al>Nieuwe investeringen vallen buiten dit kader en worden afgewogen in
                                het kader van nieuw beleid bij de voorjaarsnota.</al><al>Onder vervangingsinvesteringen vallen ook aanschaffingen van nieuwe
                                softwarepakketten. Tenzij de aanschaf leidt tot kostenbesparingen
                                van dezelfde omvang. In dat geval wordt deze aanschaf als nieuw
                                beleid gepresenteerd met als volledige dekking van de extra
                                kapitaallasten een verlaging van het exploitatiebudget.</al><al>In het onderwijshuisvestingplan wordt naast het genoemde
                                investeringsbedrag van programma 4 rekening gehouden met ca €
                                300.000 aan onderhoudskosten.</al><al>In de investeringsplanning kunnen eventuele afwijkingen t.o.v. het
                                in de tabel genoemde bedrag van vervangingsinvesteringen binnen het
                                investeringvolume van een programma over de periode van vier jaar
                                opgevangen worden (gemiddelde over 4 jaar).</al><al>Ook kan al bij concretiseren van de jaarlijkse plannen de invulling
                                afwijken van het structurele investeringsvolume. In dat geval wordt
                                eveneens de onderschrijding of overschrijding verrekend met het
                                investeringsvolume van de volgende jaren, zodat ook hier het
                                gemiddeld plafond niet overschreden wordt. Derhalve is dit systeem
                                een dynamisch systeem.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.1.3 Investeringen nieuw beleid</titel></kop><structuurtekst><al>Naast de vervangingsinvesteringen kunnen investeringen zijnde nieuw
                                beleid in de voorjaarsnota voor het nieuwe begrotingsjaar aan de
                                raad voorgelegd worden. Wij hanteren een ruim begrip als het om
                                investeringen gaat; hieronder valt alles wat niet onder de
                                vervangingsinvesteringen valt.</al><al>Deze investeringen zullen jaarlijks als nieuw beleid[7]in de
                                voorjaarsnota aan de raad voorgelegd worden. De raad kan deze
                                categorie investeringen met het overige nieuw beleid in de begroting
                                integraal afwegen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2 Beschikbaar stellen van een krediet/tijd</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Vervangingsinvesteringen</tussenkop><al>Het investeringsvolume voor vervangingsinvesteringen wordt als
                                    één krediet bij de begroting vastgesteld en daarmee wordt het
                                    college geautoriseerd om uitgaven te doen t.l.v. dit krediet.
                                    Het college stelt op haar beurt via collegebesluiten
                                    deelkredieten beschikbaar aan de directies om tot uitvoering
                                    over te kunnen gaan. In de rapportage zullen deze deelkredieten
                                    als (door het college) vrijgegeven krediet meegenomen worden
                                    (zie hoofdstuk 6.3).</al><tussenkop> Nieuw beleid</tussenkop><al>Investeringen van nieuw beleid worden in eerste instantie in het
                                    besluit bij de voorjaarsnota vastgelegd en in de nieuwe
                                    begroting opgenomen. In het besluit bij de begroting wordt deze
                                    investering definitief als krediet beschikbaar gesteld voor het
                                    begrotingsjaar.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3 Activeren en afschrijven</titel></kop><afdeling><kop><titel>3.1 Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Activeren van een investering wil niets anders zeggen dan het op de
                                balans plaatsen van de (geïnvesteerde) waarde als een bezit. Dit
                                bezit (het actief) daalt in waarde (afschrijven) doordat het
                                gebruikt wordt. Deze waardedaling wordt als afschrijvingslast aan
                                een boekjaar toegerekend.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.2 Activeren</titel></kop><structuurtekst><al>Niet elke investering wordt geactiveerd. De commissie BBV ontraadt
                                het activeren van investeringen in de openbare ruimte met een
                                maatschappelijk nut. Daarnaast is in boek 2 Titel 9 van het BW in
                                art 363-3 opgenomen dat, indien een post van een te verwaarlozen
                                betekenis is voor het wettelijk vereiste inzicht, er geen
                                afzonderlijke vermelding hoeft plaats te vinden. Dit houdt in dat
                                relatief kleine investeringen niet geactiveerd hoeven worden.
                                Dergelijke investeringen worden ten laste van de exploitatie
                                gebracht.</al><al>Voor de gemeente Velsen gelden de volgende ondergrenzen:</al><lijst><li nr="•"><al>De gebruiksduur van het actief is minstens vier jaar.</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al>Voor het activeren van investeringen met een economisch nut
                                        geldt een ondergrens van € 25.000.</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al>Voor het activeren van investeringen in de openbare ruimte
                                        met een maatschappelijke nut geldt een ondergrens van €
                                        150.000.</al></li></lijst><al>Zoals eerder is aangegeven geven de voorschriften wel de
                                mogelijkheid om investeringen in de openbare ruimte te activeren
                                maar wordt dit ontraden. De gemeente Velsen heeft in het verleden
                                deze investeringen boven een drempelbedrag geactiveerd. De
                                investeringen met een maatschappelijk nut</al><al>zijn niet of nauwelijks te verhandelen en hebben derhalve geen
                                waarde in het economisch verkeer. Het activeren van deze waarden is
                                daarom ongewenst.</al><al>Om geleidelijk naar een situatie te groeien waarbij deze
                                investeringen niet meer geactiveerd worden, wordt de ondergrens
                                jaarlijks met € 50.000 verhoogd (2011 dus € 200.000).</al><al>Getracht zal worden, indien de financiële ruimte aanwezig is, om
                                investeringen met een oorspronke-lijke waarde lager dan de in het
                                jaar geldende ondergrens versneld af te schrijven. Een voorstel zal
                                eventueel, wanneer ook de financiële ruimte aanwezig is, worden
                                opgenomen in de voordracht bij de jaarrekening en betrokken worden
                                bij de eventuele verdeling van het rekeningresultaat.</al><al>Sinds de invoering van de BBV dienen de bedragen bruto geactiveerd
                                te worden. Vanuit het oogpunt van het t.z.t. vervangen van het
                                actief bezien is dit begrijpelijk. Een uitzondering wordt gemaakt
                                voor investeringen met een maatschappelijk nut. Deze mogen ‘netto
                                geactiveerd’, hetgeen wil zeggen dat bijdragen van derden, bijdragen
                                uit reserves in mindering gebracht kunnen worden. Bij investeringen
                                met een economisch nut geldt dit slechts voor een bijdrage van
                                derden, specifiek voor het des-betreffende actief.</al><al>Kosten die kunnen worden geactiveerd zijn alle kosten nodig om een
                                actief te verwerven of te produceren, eventueel inclusief uren van
                                het eigen personeel. Rente zal niet geactiveerd worden, maar als
                                last worden toegerekend aan de exploitatie.</al><al>Voorbereidingskosten op een investering nemen een uitzonderlijke
                                positie in. Tot nu toe werden deze onder de immateriële activa
                                geschaard. Immateriële activa betreffen kosten van het sluiten van
                                geldleningen en disagio en kosten van onderzoek en
                                ontwikkeling.</al><al>Voorbereidingskredieten kunnen in de praktijk echter ingedeeld
                                worden naar twee beoogde doelen:</al><lijst><li nr="1."><al>de voorbereidingskosten van onderzoek naar (technische)
                                        mogelijkheden van een project; de zogenaamde
                                        haalbaarheidsonderzoeken.</al></li><li nr="2."><al>het alvast beschikbaar stellen van een deel van een krediet
                                        om een project op te kunnen starten. Vaak zijn op dat moment
                                        nog niet (al) de details bekend, maar dient het project
                                        voorbereid en derhalve opgestart te worden. De kosten kunnen
                                        op deze wijze al aan het project toegerekend worden.</al></li></lijst><al>Het eerste wordt overeenkomstig de BBV ingedeeld onder immateriële
                                activa en in 5 jaar afgeschreven.</al><al>De kosten die ten laste van de kredieten als voorbereiding op een
                                groter project worden gemaakt, worden als volgt geactiveerd en
                                verwerkt.</al><al>Het krediet maakt in dit geval onderdeel deel uit van een groter
                                project. De uitgaven op dit krediet zullen gezamenlijk met de
                                uitgaven op vervolgkredieten van dit investeringsproject geactiveerd
                                worden op het moment dat het actief in gebruik genomen wordt. Het
                                actief zal overeenkomstig de aard van het actief worden
                                afgeschreven.</al><al>Indien onverhoopt een project niet doorgaat worden de kosten, indien
                                mogelijk, verrekend met aanwezige dekking of zijnde een immaterieel
                                actief in 5 jaar afgeschreven.</al><al>De commissie BBV schenkt bijzonder aandacht aan de onderwerpen
                                rioleringen en software.</al><al>Op het onderwerp rioleringen komen we in een later stadium
                                terug.</al><al>Activeren van software vindt plaats wanneer software in eigendom van
                                de gemeente komt en software in de vorm van gebruikers licenties
                                voor onbepaalde tijd aangeschaft wordt. Dit betekent dat
                                gebruikerslicenties voor bepaalde tijd niet geactiveerd kunnen
                                worden. De kosten hiervan worden aan de exploitatiejaren waarin de
                                software gebruikt wordt toegerekend.</al><al>Zolang een investeringsproject loopt worden de kosten verzameld op
                                het project in het onderhanden werk. Op het onderhanden werk wordt
                                niet afgeschreven.</al><al>Afhankelijk van het type investering, maatschappelijk of economisch
                                nut, kunnen op het onderhanden werk bijdragen van derden en/of
                                reserves worden verantwoord.</al><al>Indien een investeringsproject gereed is, wordt deze geactiveerd
                                door een overboeking van het onderhanden werk naar de balanspost
                                materiële activa. Deze post wordt geaggregeerd op een samenhangend
                                geheel van uitgaven, met eenzelfde afschrijvingstermijn. Dit is
                                bekend onder het begrip componenten benadering: een actief wordt
                                opgedeeld in verschillende samenstellende delen, waarop afzonderlijk
                                wordt afgeschreven. Per samenstellend deel kan de economische
                                gebruiksduur namelijk verschillen.</al><al>Op het moment dat het project technisch en financieel gereed is
                                wordt het krediet afgesloten.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.3 Afschrijven</titel></kop><structuurtekst><al>Wanneer wordt geactiveerd, wordt in beginsel daarop afgeschreven op
                                grond van artikel 64, derde lid BBV. Afschrijven is het op
                                methodische wijze, volgens een stelsel dat is gebaseerd op de
                                verwachte toekomstige gebruiksduur, ten laste van de exploitatie
                                brengen van (een) kapitaalgoed(eren). Dit houdt in dat
                                overeenkomstig het toerekeningsbeginsel de uitgave voor een
                                kapitaalgoed, ten laste gebracht wordt aan de exploitatiejaren
                                waarin het goed gebruikt wordt.</al><al>Op grond wordt niet afgeschreven, waarbij ervan uitgegaan wordt dat
                                dit soort actief geen waardedaling kent. Wanneer omstandigheden
                                daartoe aanleiding geven kan grond, gelet op de BBV, gewaardeerd
                                worden op de lagere marktwaarde.</al><al>De gemeente Velsen kent de lineaire afschrijvingsmethode,
                                rekeninghoudend met restwaarden aan het einde van de gebruiksduur.
                                Bij deze methode wordt jaarlijks eenzelfde bedrag afgeschreven. Bij
                                uitzondering kan in het geval van volkshuisvesting, waarbij de
                                lasten tegenover huurinkomsten staan, de annuïteitenmethode gebruikt
                                worden. Hierbij is de afschrijvingslast samen met de rente over de
                                boekwaarde jaarlijks gelijk.</al><al>De tabel met de afschrijvingstermijnen, gebaseerd op de
                                gebruikelijke gemiddelde levensduur van diverse soorten activa, is
                                opgenomen in bijlage 1.</al><al>Met afschrijven wordt gestart op het moment van ingebruikname van
                                het actief.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.4 Rentelasten</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de volledigheid wordt hier vermeld dat het beslag op de
                                middelen door een investering leidt tot rentekosten. Vanaf het
                                eerste moment worden rentekosten van een project berekend en zoals
                                eerder aangeven ten laste van de exploitatie gebracht.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.5 Begroten van kapitaallasten</titel></kop><structuurtekst><al>De kapitaallasten omvatten de afschrijvings- en rentelasten. Samen
                                worden ze onder de kostensoort kapitaallasten in de begroting (en in
                                de rekening) opgenomen.</al><al>Vanaf 2010 werkt de gemeente met een meerjarige raming van de
                                kapitaallasten. Dit verhoogt het meerjarig inzicht in de financiële
                                positie van de gemeente.</al><al>Aan het onderdeel begroten wordt specifiek aandacht besteed omdat
                                deze kaders voor de kapitaallasten nog gedefinieerd dienen te
                                worden.</al><al>De begrote lasten van de in gebruik zijnde activa liggen meerjarig
                                vast op grond van de afschrijvings-termijnen. De lasten van het
                                onderhanden werk zijn afhankelijk van wanneer projecten starten
                                en/of gereed gemeld worden en zijn daarom op grond van diverse
                                uitgangspunten goed in te schatten.</al><al>De uitgangspunten zijn gebaseerd op de gebruikelijke wijze van
                                handelen bij het afschrijven en voor wat betreft het onderhanden
                                werk en gereed melden op ervaringsgegevens.</al><al>De volgende kaders worden bij de meerjarenraming van de
                                kapitaallasten in de begroting gehanteerd:</al><lijst><li nr="•"><al>Meerjarig wordt bij vervangingsinvesteringen, zolang een
                                        krediet door het college nog niet is vrijgegeven, rekening
                                        gehouden met een gemiddeld afschrijvingspercentage van de
                                        activa per programma. Op grond van de historie kan namelijk
                                        een uniek afschrijvingspercentage aan de programma’s
                                        toegekend worden, dat jaarlijks getoetst wordt. Nadat een
                                        deel van een krediet van een programma door een
                                        collegebesluit is vrijgegeven, geldt het gebruikelijke
                                        percentage van het (te produceren) actief.</al></li><li nr="•"><al>Vanaf het moment van beschikbaar stellen in de begroting
                                        (jaar t) wordt het einde van het jaar (jaar t) het actief
                                        als technisch gereed beschouwd. De afschrijving start
                                        daardoor bij aanvang van het jaar daarop. (jaar t+1).</al></li><li nr="•"><al>Rente van het onderhanden werk wordt berekend per medio van
                                        het jaar dat het krediet beschikbaar is gesteld. Rente wordt
                                        daarmee berekend over de gemiddelde boekwaarde van dat
                                        jaar.</al></li><li nr="•"><al>Elk begrotingsjaar worden de kapitaallasten meerjarig
                                        geactualiseerd; daarbij wordt eveneens rekening gehouden met
                                        de actuele tijdsplanning van de investeringen.</al></li><li nr="•"><al>In de praktijk blijkt dat voorgenomen investeringen in de
                                        tijd uitlopen. Met dit verschuiven zullen de kapitaallasten
                                        eveneens verschuiven en later verantwoord worden. In de
                                        begroting is een bedrag opgenomen dat de kapitaallasten op
                                        voorhand corrigeert, zodat per saldo niet de berekende
                                        volledige theoretische kapitaallasten in de programma’s zijn
                                        opgenomen. Bij het opmaken van de begroting wordt dit bedrag
                                        gecalculeerd en zichtbaar gemaakt in de begroting.</al></li><li nr="•"><al>Alle kapitaallasten worden aan de programma’s of
                                        kostenplaatsen toegerekend.</al></li></lijst><al><onderstreept>Rekenvoorbeeld</onderstreept></al><al>Een weg is in de begroting 2010 opgenomen als
                                vervangingsinvestering. Gedurende 2010 worden kosten geboekt. Over
                                de gemiddelde boekwaarde wordt rente berekend en toegerekend aan de
                                exploitatie. Per 31 december 2010 is de weg gereed en wordt in
                                gebruik genomen. De afschrijving start per 1 januari 2011 en de
                                volledige kapitaallasten worden dat jaar (afschrijving en rente) aan
                                de exploitatie toegerekend.</al><al><cursief>Over- en onderschrijdingen kredieten</cursief></al><al>Bij de uitvoering van de projecten kunnen onder- en overschrijdingen
                                ontstaan. Bij het samenstellen van de meerjarenbegroting wordt
                                daarmee op de volgende wijze rekening gehouden.</al><al>In geval van onderschrijding wordt afhankelijk van de oorzaak ervan
                                bezien of de niet bestede middelen aan het investeringsniveau van de
                                daarop volgende jaren worden toegevoegd. In eerste instantie ligt
                                overheveling niet voor de hand, omdat binnen een investeringsvolume
                                per programma het mogelijk moet zijn zodanig met de uitvoering van
                                projecten te schuiven, dat in geval van vertraging bij één project
                                er een ander project naar voren wordt gehaald. Er kunnen dringende
                                redenen zijn om onderschrijdingen toch toe te voegen aan het volume
                                van het volgend jaar of de daarop volgende jaren. Aangezien in
                                gevallen van onderschrijding de kapitaallasten in de begroting en
                                meerjarenramingen binnen de ramingen blijven is dit een bevoegdheid
                                van het College. Het college gaat terughoudend met de bevoegdheid
                                om. De raad wordt in deze gevallen via de rapportage
                                geïnformeerd.</al><al>In geval van overschrijding wordt de overschrijding gekort op het
                                investeringsvolume voor het betreffende programma van het volgende
                                of daarop volgende jaren.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4 Buiten gebruik stellen</titel></kop><structuurtekst><al>Buiten gebruik stellen wil zeggen dat het actief niet meer in gebruik is
                            en niet meer in de boeken dient voor te komen.</al><al>Aan het einde van de levensduur van een actief wordt, indien nog niet
                            tot vervanging wordt over-gegaan, de boekwaarde op € 1,00 gesteld om het
                            actief als bezit in de boeken zichtbaar te houden.</al><al>Een actief kan eveneens van functie wijzigen. Bij leegstand,
                            bijvoorbeeld van een schoolgebouw, kan het ondergebracht worden bij
                            volkshuisvesting. De kapitaallasten worden dan aan het desbetreffende
                            programma doorberekend.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5 Bestuurlijk proces</titel></kop><afdeling><kop><titel>5.1 Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Mogelijk ten overvloede wordt in dit hoofdstuk het onderwerp
                                investeringen uit het bestuurlijke perspectief beschreven. De
                                kaderstellende en controlerende rol van de raad met de daarbij
                                horende te verstrekken informatie zal aan bod komen. In het
                                hoofdstuk komen eveneens intern organisatorische zaken aan de orde
                                maar om de nota volledig te laten zijn nemen we deze
                                (bedrijfsvoering-) onderwerpen eveneens op.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>5.2 Begroting</titel></kop><structuurtekst><al>Het budgetrecht ligt bij de gemeenteraad. Met het vaststellen van de
                                begroting zal zij het (vervangings-) investeringplan, dat in de
                                begroting is opgenomen goedkeuren en het college mandateren uitgaven
                                te doen tot het kredietbedrag dat is opgenomen in de desbetreffende
                                jaarschijf.</al><al>Het college stelt op haar beurt van dit krediet middels een
                                collegebesluit deelkredieten beschikbaar aan de organisatie.</al><al>Kredieten inzake nieuw beleid zal de raad in de begroting eveneens
                                op grond van de voorjaarnota bij de begroting vaststellen. Wanneer
                                in de begroting de plannen nog niet of onvoldoende uitgewerkt zijn,
                                kan bij de begrotingsbehandeling een bedrag voorlopig gereserveerd
                                worden. Dat geldt met name voor grote projecten waarvoor de raad
                                wenst te sparen.</al><al>De raad kan in deze gevallen bij het indienen van de uitgewerkte
                                plannen door middel van een besluit het totale krediet beschikbaar
                                stellen.</al><al>In de begroting worden de kapitaallasten van alle investeringen,
                                zowel reeds geactiveerde, het onderhanden werk en de kredieten uit
                                het investeringsplan, meerjarig aan de programma’s toegerekend.</al><al>In de begroting wordt een overzicht opgenomen van deze
                                kapitaallasten per programma.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>5.3 Rapportage en rekening</titel></kop><structuurtekst><al>De raad wordt geïnformeerd over de voortgang van alle door de raad
                                beschikbaar gestelde kredieten. De rapportage omvat een overzicht
                                van alle kredieten:</al><lijst><li nr="1."><al>inzake de vervangingsinvesteringen, op door het college
                                        beschikbaar (vrijgegeven) gestelde kredieten</al></li><li nr="2."><al>en van de overige kredieten (o.a. nieuw beleid).</al></li></lijst><al>In de jaarrekening wordt een overzicht van alle nog niet afgesloten
                                (deel)kredieten opgenomen. In dit overzicht worden de volgende
                                gegevens opgenomen:</al><lijst><li nr="•"><al>Kredietbedrag</al></li><li nr="•"><al>Datum beschikbaarstelling en het nummer</al></li><li nr="•"><al>De cumulatieve uitgaven incl. verplichtingen</al></li><li nr="•"><al>Het restant bedrag per ultimo van het boekjaar</al></li><li nr="•"><al>Of het een af te sluiten krediet betreft</al></li><li nr="•"><al>Indicatie planning krediet</al></li><li nr="•"><al>Toelichting op het totale krediet</al></li></lijst><al>De indicatie planning krediet heeft betrekking op een eventuele
                                uitloop van het project. Een krediet is na vaststelling nog twee
                                jaar beschikbaar. Na deze periode zal, indien dat nog noodzakelijk
                                is, door het college de raad om verlenging gevraagd worden. De
                                verlenging is telkens voor een jaar en is meermalen mogelijk.</al><al>In de tussenrapportages zal met betrekking tot de kredieten worden
                                gerapporteerd op afwijkingen.</al><al>In de jaarrekening wordt een overzicht per programma gepresenteerd
                                van de gerealiseerde kapitaallasten ten opzichte van de begrote
                                kapitaallasten.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6 Overig</titel></kop><afdeling><kop><titel>6.1 Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk wordt een aantal uitzonderingen op de algemene
                                uitgangspunten toegelicht. Sommige onderdelen van de gemeentelijke
                                bedrijfsvoering kennen een dusdanige eigenheid dat voor deze
                                afzonderlijke bepalingen nodig zijn. Uiteraard zal de achtergrond
                                van de uitzonderlijke behandeling toegelicht worden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>6.2 Rioleringen</titel></kop><structuurtekst><al>De kosten van rioleringen, grondwaterbeheersing e.d. worden aan de
                                burgers en ondernemers in de gemeente Velsen doorberekend middels
                                een rioolheffing. De kosten en opbouw van de heffingen worden
                                gebaseerd op het Gemeentelijk Riolerings Plan Velsen (GRP). In de
                                opbouw van het tarief wordt rekening gehouden met de geplande
                                investeringen en de daarbij behorende kapitaallasten. Omdat het
                                karakter van de heffing een egalisatie van de doorberekende kosten
                                met zich meebrengt, worden niet bestede investeringsmiddelen
                                gereserveerd en afhankelijk van de aangepaste planning besteed.
                                Derhalve is het inzichtelijker en eenvoudiger om de kapitaallasten
                                van een geplande investering in het eerste jaar volledig te
                                begroten.</al><al>Ten behoeve van riolering worden met deze nota
                                afschrijvingstermijnen gewijzigd en aangepast aan de termijnen die
                                genoemd worden in het GRP, t.w.:</al><lijst><li nr="•"><al>Riolen en bouwkundig deel van de gemalen 45 jaar</al></li><li nr="•"><al>Elektrotechnisch/mechanisch deel gemalen 15 jaar.</al></li></lijst><al>Deze termijnen zullen ook in het nog te vervaardigen GRP 2010-2014
                                opgenomen worden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>6.3 Woonwagens</titel></kop><structuurtekst><al>Ten behoeve van de herstructurering van het woonwagenkamp ‘de Oude
                                Pontweg’ is een krediet beschikbaar gesteld om het kamp te
                                herstructureren. In de berekeningen van de kapitaallasten van deze
                                investering is een afschrijvingstermijn van 40 jaar gehanteerd. Deze
                                gebruiksduur is gehanteerd omdat de investeringen deels via de huren
                                worden terugverdiend. De herstructurering van woonwagenkampen is in
                                de bij deze nota opgenomen afschrijvingstabel opgenomen met een
                                afschrijvingstermijn van 40 jaar.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>7 Bijlage 1 Afschrijvingstabel</titel></kop><structuurtekst><al><extref doc="/cvdr/images/Velsen/i262183.pdf">Bijlage 1 Afschrijvingstabel</extref></al><al>Bijlage 2 interne procesgang</al><al>Dit onderdeel maakt deel uit van de nota. Deze wordt ter kennisneming
                            van de raad gebracht. Dit onderdeel maakt voor de organisatie integraal
                            deel uit van het kader. Omdat het de bedrijfsvoering betreft behoort dit
                            tot de bevoegdheid van het college. Dit onderdeel, met de beschrijving
                            van de procesgang inzake het vrijgeven van een (deel)krediet is deels al
                            beschreven in het Financieel Masterplan Velsen.</al></structuurtekst><afdeling><kop><titel>7.1 Vormvereisten</titel></kop><structuurtekst><al>De bevoegdheid om gedeelten van het door de raad gevoteerde totale
                                krediet beschikbaar te stellen voor vervangingsinvesteringen ligt
                                bij het college. Om definitief te kunnen beschikken over de middelen
                                dient een collegebesluit genomen te worden om een deel “vrij te
                                geven”. Het collegebesluit dient aan een aantal minimale vereisten
                                te voldoen. Inhoudelijk moet duidelijk beschreven zijn wat er
                                precies vervaardigd wordt; men zal het uiteindelijke resultaat
                                moeten benoemen. Daarnaast is de volgende informatie nodig, die
                                ingevuld kan worden op een startformulier, waarmee het krediet
                                formeel wordt geopend in de administratie. Dit formulier maakt
                                integraal deel uit van het college-voorstel. De benodigde informatie
                                is:</al><lijst><li nr="•"><al>Geplande start en einddatum</al></li><li nr="•"><al>Fasering met de bijbehorende bedragen</al></li><li nr="•"><al>Eventuele aanvullende dekking of nog te verwerven
                                        middelen</al></li><li nr="•"><al>Welke soort investering, met de bijbehorende
                                        afschrijvingstermijn</al></li></lijst><al>De afdeling Financiën toetst of de aanvraag past binnen de kaders en
                                vermeldt dat in het college-voorstel.</al><al>Ook bij kredieten m.b.t. nieuw beleid geldt dat het formulier intern
                                gebruikt dient te worden om het project administratief op te
                                starten. Ook hier kan het formulier gevoegd worden bij het
                                collegevoorstel, waarna het, na goedkeuring door de raad, verwerkt
                                kan worden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>7.2 Gereedmelden</titel></kop><structuurtekst><al>Een investeringsproject wordt administratief afgerond door bij de
                                afdeling Financiën een gereedmeldingsformulier in te dienen. Na
                                verwerking van dit formulier zal de investering geactiveerd worden
                                en in de kredietoverzichten niet meer zichtbaar zijn.</al><al>Relevante informatie in dit formulier is een analyse van het
                                uiteindelijk resultaat, zowel financieel als inhoudelijk, van het
                                project. Deze informatie kan gebruikt worden in de rapportage in de
                                jaarrekening.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al/><al/><al><vet>Voetnoten</vet></al><al/><al><vet>[1]</vet></al><al>1 Met ‘kredietrapportage’ wordt bedoeld een financiële voortgangsrapportage van
                    door de raad gevoteerde kredieten. In de hoofdstuk 5.3 wordt dit
                    toegelicht.</al><al/><al><vet>[2]</vet></al><al>2 Op de balans wordt het bezit aan de linkerkant weergegeven in vaste en
                    vlottende activa. Het onderscheid ligt in de tijdspanne. Vaste activa zijn
                    meerjarig in bezit.</al><al/><al><vet>[3]</vet></al><al>3 Immateriële activa vallen buiten het kader van deze nota en worden per
                    gebeurtenis met de raad besproken.</al><al/><al><vet>[4]</vet></al><al>4 De procedures rond investeringen in financiële vaste activa zijn vastgelegd in
                    het treasurystatuut.</al><al/><al><vet>[5]</vet></al><al>5 In dit zogenaamde kredietbesluit worden ook zaken als financiële dekking, de
                    tijdsplanning en overige zaken die van belang zijn voor de afwegingen van de
                    raad opgenomen</al><al/><al><vet>[6]</vet></al><al>6 Behoudens programma 4. In de begroting 2009 is eenmalig een bedrag van 1,5
                    mln. Beschikbaar gesteld voor prijscompensatie.</al><al/><al><vet>[7]</vet></al><al>7 Ook hierbij geldt dat eveneens nieuw beleid opgenomen wordt waarvoor geldt
                    “oud voor nieuw”.</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>