<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR112319_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Groningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 2008, 5</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 217a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-02-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Voordracht 2007, 23</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bestuurlijke organisatie, Financieel beheer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling werkt terug tot en met 1 oktober 2007.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Provinciale Staten van Groningen: 
Gelezen de voordracht van Gedeputeerde Staten van 25 september 2007, nr. 2007-34.133, FC; 
Gelet op artikel 217a van de Provinciewet; 
BESLUITEN: 
I. Vast te stellen de volgende verordening, luidende als volgt</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo gering mogelijke inzet van middelen;</al></li><li nr="b."><al> doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten toetsen jaarlijks de doelmatigheid en doeltreffendheid van specifieke onderwerpen van één of meerdere beleidsprogramma's, waarbij in ieder geval elk beleidsprogramma eens in de acht jaar onderzocht wordt. Bij die onderzoeken betrekken zij de doelmatigheid van de voor realisering van die onderwerpen van programma's verrichte taken, alsmede de daarvoor werkzame organisatie-eenheden, zoals vermeld in het Organisatiebesluit 2003.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een onderzoeksplan vast van de in het erop volgende jaar te verrichten onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid. Provinciale Staten en de Rekenkamer ontvangen een afschrift van dit onderzoeksplan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In het onderzoeksplan geven Gedeputeerde Staten per onderzoek globaal aan:
    </al><lijst><li nr="a."><al> het object van onderzoek;</al></li><li nr="b."><al> de reikwijdte van het onderzoek;</al></li><li nr="c."><al> de onderzoeksmethode;</al></li><li nr="d."><al> de doorlooptijd van het onderzoek;</al></li><li nr="e."><al> de wijze van uitvoering;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de productenraming zijn opgenomen voor de uitvoering van de onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten rapporteren in de bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapport. Elk rapport bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten en indien nodig aanbevelingen voor verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stellen Gedeputeerde Staten indien nodig een plan voor verbetering op. Het rapport en het plan worden ter kennisgeving aangeboden aan de Provinciale Staten en de Rekenkamer. Gedeputeerde Staten nemen op basis van het plan van verbetering organisatorische maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na vaststelling en werkt terug tot en met 1 oktober 2007.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid 2007. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Groningen, 
Provinciale staten voornoemd: 
, voorzitter. 
, griffier. 
 </al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>23-1 
26-7-200725 september 2007 
Corr.nr. 2007-34133, FC Nummer 23/ 2007 
Zaaknr. 47817 
Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van 
Groningen tot vaststelling van de Verordening onderzoek doelmatigheid en 
doeltreffendheid 2007 en intrekking van de Verordening onderzoek 
doelmatigheid en doeltreffendheid. 
SAMENVATTING: 
Uit een evaluatie van het Groninger Model en een beoordeling van de 
efficiency en effectiviteit van het onderzoek naar doelmatigheid en 
doeltreffendheid in brede zin op basis van de ervaringen met betrekking tot 
de onderzoeken over het Programma Wonen en het Programma Bestuur is 
als belangrijkste resultaat naar voren gekomen dat onderzoeken naar een 
volledig beleidsprogramma leiden tot omvangrijke rapporten met een hoog 
abstractieniveau. Hierdoor zijn de onderzoeksresultaten onvoldoende te 
gebruiken als sturingsinstrument. Het is wenselijk dat de onderzoeken zich 
meer richten op specifieke onderwerpen die politiek en/of maatschappelijk 
van belang zijn, waardoor de actualiteit en de concreetheid van de 
onderzoeksresultaten verbeterd kunnen worden. Om het niveau van 
beleidsprogramma's los te laten en de onderzoeken te richten op specifieke 
onderwerpen is het noodzakelijk om de verordening onderzoek 
doelmatigheid en doeltreffendheid te wijzigen. Opgemerkt wordt dat het 
wettelijk kader deze mogelijkheid biedt en andere provincies zich veelal ook 
richten op specifieke onderwerpen. Verder leverde de evaluatie vooral 
praktische verbeterpunten op. 
De aanpassing van de verordening vloeit voort uit de hierboven genoemde 
evaluatie en beoordeling. 
Inleiding 
Artikel 217a van de Provinciewet verplicht tot het verrichten van periodiek onderzoek naar de 
doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur. Hiertoe hebben 
Provinciale Staten in februari 2004 de Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid 
vastgesteld. Met deze verordening waarborgen Provinciale Staten dat de aandacht voor 
doelmatigheid en doeltreffendheid verankerd wordt in de Provinciale organisatie. 
De uitvoering van de onderzoeken is gebaseerd op het zogenaamde Groninger Model. Over dit 
model hebben wij u reeds eerder geïnformeerd. 
Het verrichten van de onderzoeken is de verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten. Zij 
bepalen welke onderzoeken zullen worden uitgevoerd. Provinciale Staten stellen bij verordening 
regels vast, die uit de aard der zaak een kaderstellend, algemeen karakter hebben. In de 
verordening bepalen de Staten waaraan Gedeputeerde Staten op hoofdlijnen moeten voldoen, en 
hoe zij zelf bij de onderzoeken betrokken willen zijn en erover geïnformeerd willen worden. 
De Rekenkamer doet ook onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid. Er is echter een 
fundamenteel verschil tussen de onderzoeken van de Rekenkamer en die van Gedeputeerde 
Staten. De Rekenkamer doet onafhankelijke onderzoeken, die bedoeld zijn om Provinciale Staten 
te helpen hun controlerende taak beter uit te voeren. Gedeputeerde Staten doen onderzoek naar 
hun eigen functioneren op het gebied van doelmatigheid en doeltreffendheid. Opgemerkt wordt dat 
we er voor moeten waken om een schaduwrekenkamer te worden. Wel is het van belang om zorg 
te dragen voor ondermeer een programmatische afstemming. 23-2 
Evaluatie 
Gedeputeerde Staten hebben in april 2007 besloten om een evaluatie te verrichten van het 
Groninger Model alsmede een beoordeling uit te voeren van de efficiency en effectiviteit van het 
onderzoek in brede zin op basis van de ervaringen met betrekking tot de onderzoeken naar 
doelmatigheid en doeltreffendheid van het Programma Wonen en het Programma Bestuur. 
Hierbij is de volgende probleemstelling gehanteerd:
"Willen we op deze manier verder met het onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid in het 
kader van artikel 217a van de Provinciewet en de daarop gebaseerde provinciale Verordening 
inzake periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door 
Gedeputeerde Staten van Groningen gevoerde bestuur?" 
Een ander belangrijk aandachtspunt was de balans tussen inzet van middelen en de uitkomsten 
van het onderzoek als praktisch sturingsinstrument. Het niet in balans zijn leidt tot inefficiency. 
Deze inefficiency is in de takenanalyse geduid met het begrip "control-spook". 
Bij de evaluatie van het Groninger Model en de beoordeling van de efficiency en effectiviteit van 
het verrichte onderzoek is nadrukkelijk gekeken naar de eisen van het wettelijk kader en de wijze 
waarop wij daaraan invulling geven. 
De belangrijkste resultaten van deze evaluatie en beoordeling zijn de volgende: 
• Onderzoeken naar volledige beleidsprogramma's zijn zeer tijdrovend en leiden tot 
omvangrijke rapporten met een hoog abstractieniveau. 
• De resultaten van de onderzoeken zijn onvoldoende geschikt als sturingsinstrument. 
• Het is wenselijk dat de onderzoeken zich meer richten op specifieke onderwerpen die politiek 
en/of maatschappelijk van belang zijn, waardoor de actualiteit en de concreetheid van de 
onderzoeksresultaten verbeterd kunnen worden. 
Om het niveau van beleidsprogramma's los te laten en de onderzoeken te richten op specifieke 
onderwerpen is het noodzakelijk om de verordening te wijzigen. Opgemerkt wordt dat het wettelijk 
kader deze mogelijkheid biedt en de meeste provincies zich ook richten op specifieke 
onderwerpen. 
In onderstaande tabel is per provincie inzichtelijk gemaakt of provincies beleidsprogramma's of 
onderwerpen hebben onderzocht. 
 </al><table><title>Tabel Verkenning onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid provinciebreed </title><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><tbody><row><entry><al>Provincie</al></entry><entry><al>Beleidsprogramma of 
            onderwerp</al></entry><entry><al>Onderzoeksonderwerp</al></entry><entry><al>Jaar</al></entry></row><row><entry><al>Groningen</al></entry><entry><al>beleidsprogramma</al></entry><entry><al>Bestuur 
            Wonen</al></entry><entry><al>2004
            2005</al></entry></row><row><entry><al>Friesland</al></entry><entry><al>onderwerp</al></entry><entry><al>Milieutoezicht 
            Milieuvergunningen</al></entry><entry><al>2005
            2006</al></entry></row><row><entry><al>Drenthe</al></entry><entry><al>onderwerp</al></entry><entry><al>EHS en ISV. 
            BDU, ASV, Bibob</al></entry><entry><al>2005
            2006</al></entry></row><row><entry><al>Overijssel</al></entry><entry><al>onderwerp</al></entry><entry><al>Waterbeleid</al></entry><entry><al>2007</al></entry></row><row><entry><al>Flevoland</al></entry><entry><al>onderwerp</al></entry><entry><al>Nog geen onderzoeken in het kader van
            artikel 217a van de Provinciewet 
            uitgevoerd (Rapport Rekenkamer okt. 
            2006)</al></entry><entry><al>2006</al></entry></row><row><entry><al>Gelderland</al></entry><entry><al>onderwerp</al></entry><entry><al>(Milieu-)vergunningen/handhaving</al></entry><entry><al>2007</al></entry></row><row><entry><al>Utrecht</al></entry><entry><al>onderwerp</al></entry><entry><al>Subsidieproces en 
            Aanbestedingsproces Werken</al></entry><entry><al>2005-2006</al></entry></row><row><entry><al>Noord Holland</al></entry><entry><al>onderwerp</al></entry><entry><al>Geen onderscheid tussen onderzoeken 
            die in het kader van artikel 217a van de 
            Provinciewet worden uitgevoerd en 
            andere onderzoeken op basis van het 
            auditplan.</al></entry><entry><al>2006</al></entry></row><row><entry><al>Zuid Holland</al></entry><entry><al>onderwerp</al></entry><entry><al>Geen onderscheid tussen onderzoeken 
            die in het kader van artikel 217a van de 
            Provinciewet worden uitgevoerd en 
            andere onderzoeken</al></entry><entry><al>2006</al></entry></row><row><entry><al>Zeeland</al></entry><entry><al>onderwerp</al></entry><entry><al>De werking van de nieuwe algemene 
            subsidieverordening</al></entry><entry><al>2006-2007</al></entry></row><row><entry><al>Noord Brabant</al></entry><entry><al>onderwerp</al></entry><entry><al>Onderzoek naar efficiency en 
            taakvermindering, als onderdeel van het 
            programma Bestuur</al></entry><entry><al>2005</al></entry></row><row><entry><al>Limburg</al></entry><entry><al>onderwerp</al></entry><entry><al>Subsidies</al></entry><entry><al>2006</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor de volledigheid worden hieronder nog enkele praktische resultaten van de evaluatie en 
beoordeling weergegeven: 
• Het streven moet erop gericht zijn om het onderzoeksrapport over een bepaald onderwerp 
direct na afloop van het onderzoek te presenteren en dit dus los te koppelen van de 
behandeling van de Jaarrekening over enig jaar. 
• De onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid moeten op een slimme wijze 
gekoppeld worden aan het auditplan van het MT die in elke afdeling wordt uitgevoerd in het 
kader van de taakstelling. 
• De follow-up van de aanbevelingen moet vorm krijgen met gebruikmaking van de bestaande 
structuren (managementrapportages en concernrapportages). Op deze wijze kan worden 
nagegaan of de aanbevelingen daadwerkelijk zijn geïmplementeerd en of ze de gewenste 
werking hebben. 
Voorstel 
Recapitulerend wordt voorgesteld om naar aanleiding van de uitgevoerde evaluatie en beoordeling 
de onderzoeken te richten op specifieke onderwerpen en derhalve artikel 2 van de verordening aan 
te passen. 
Wij stellen u voor het in ontwerp bij deze voordracht gevoegde besluit vast te stellen. 
Groningen, 26-7-2007 25 september 2007 
Gedeputeerde Staten van Groningen: 
M.J. van den Berg , voorzitter. 
H.J. Bolding , secretaris. 
 </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>