<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR112057_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de behandeling van klachten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brummen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brummen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">25 juli 2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Klachtenregeling gemeente Brummen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-07-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-07-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-07-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>01.002834</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bekendmakingsdatum bij benadering ingevuld</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE BEHANDELING VAN KLACHTEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="31*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="69*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.<vet>klacht </vet> :</al></entry><entry colname="col2"><al>een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een
                                                bestuurs-orgaan of een ambtenaar van de gemeente
                                                zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een
                                                natuurlijk persoon of een rechtspersoon heeft
                                                gedragen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.<vet>bestuursorgaan</vet> :</al></entry><entry colname="col2"><al>1.de gemeenteraad en de commissies;</al><al>2.(een lid van) het college van burgemeester en
                                                wethouders, de burgemeester. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.<vet>gedraging</vet> :</al></entry><entry colname="col2"><al>het in een bepaalde aangelegenheid jegens een
                                                natuurlijk persoon of rechtspersoon handelen of
                                                nalaten door:</al><al>1.een bestuursorgaan;</al><al>2.een ambtenaar of een daarmee op grond van diens
                                                werkzaamheid gelijk te stellen persoon (inclusief
                                                arbeidscontractant) in de uitvoering van zijn
                                                functie, alsmede een gewezen ambtenaar. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.<vet>afdelingsmanager</vet> :</al></entry><entry colname="col2"><al>het hoofd van een afdeling van de ambtelijke
                                                organisatie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.<vet>klachtencoördinator</vet>:</al></entry><entry colname="col2"><al>een door burgemeester en wethouders aangestelde
                                                functionaris die tot taak heeft te bevorderen dat
                                                klachten tijdig, correct en op een uniforme wijze
                                                worden afgehandeld.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan
                                zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft
                                gedragen een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gedraging van de personen, bedoeld in artikel 1 onder c., wordt
                                toegerekend aan het daarvoor verantwoordelijke bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor een
                                behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke
                                klachten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zodra naar tevredenheid van de klager aan zijn klacht tegemoet is
                                gekomen, vervalt de verplichting tot verdere behandeling van de
                                klacht. Bij een schriftelijke klacht wordt dit schriftelijk aan
                                klager en aan degene over wie werd geklaagd, bevestigd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BEHANDELING VAN KLACHTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Mondelinge klachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Mondelinge klachten worden in principe mondeling afgedaan. Wordt de
                                klacht niet tot tevredenheid van klager afgedaan, dan wordt klager
                                op de mogelijkheid gewezen van schriftelijke klachtbehandeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afdelingsmanager wijst iemand van zijn afdeling aan die zich zal
                                bezighouden met de afhandeling van mondelinge klachten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Mondelinge klachten worden geregistreerd, evenals de wijze waarop
                                zij zijn afgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Indiening schriftelijke klachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een klacht kan schriftelijk worden ingediend bij het college van
                                burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De klacht dient bij voorkeur zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                binnen een jaar nadat de gedraging heeft plaatsgevonden, te worden
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De klacht dient schriftelijk en ondertekend te worden ingediend en
                                bevat de naam en het adres van de klager.De klacht dient te
                                bevatten, zo duidelijk mogelijk, een omschrijving van de gedraging
                                (datum, tijdstip) waarop de klacht betrekking heeft, mededeling wie
                                zich aldus heeft gedragen, jegens wie de gedraging heeft
                                plaatsgevonden en de reden waarom klager meent bezwaar te moeten
                                maken tegen de gedraging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Registratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke ingediende klacht wordt door de klachtencoördinator
                                geregistreerd en voorgelegd aan degene die de klacht op grond van
                                artikel 7 behandelt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een mondeling ingediende klacht wordt op schrift gesteld en ter
                                tekening aan de klager voorgelegd ter bevestiging van de juiste
                                notering van de klacht, tenzij de klager dat niet wenst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontvangstbevestiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontvangst van een klacht wordt terstond door de
                                klachtencoördinator namens het college van burgemeester en
                                wethouders schriftelijk aan de klager bevestigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de bevestiging wordt meegedeeld wie de klacht zal behandelen, op
                                welke wijze de behandeling zal plaatsvinden en binnen welke termijn
                                dat zal gebeuren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, krijgt de
                                klacht, de daarbij meegezonden stukken en de ontvangstbevestiging in
                                afschrift toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Klachtbehandelaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met inachtneming van hetgeen in lid 2 van dit artikel en in artikel
                                12 is bepaald, alsmede in goed onderling overleg, bepaalt de
                                klachtencoördinator namens het college van burgemeester wie als
                                klachtenbehandelaar optreedt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een klacht wordt behandeld door:</al><lijst><li nr="a."><al> een afdelingsmanager namens het college van burgemeester en
                                        wethou- ders indien het een gedraging van een ambtenaar van
                                        zijn afdeling betreft;</al></li><li nr="b."><al>De gemeentesecretaris namens het college van burgemeester en
                                        wet houders indien het gedragingen van meerdere medewerkers
                                        van een afdeling danwel van een gehele afdeling
                                        betreffen;</al></li><li nr="c."><al>de gemeentesecretaris namens het college van burgemeester en
                                        wethouders indien het een gedraging van een afdelingsmanager
                                        betreft;</al></li><li nr="d."><al>de burgemeester, namens het college van burgemeester en
                                        wethouders indien het een gedraging van de
                                        gemeentesecretaris betreft;</al></li><li nr="e."><al>de burgemeester, namens het college van burgemeester en
                                        wethouders indien het een gedraging van de gemeenteraad, een
                                        commissie of van het college van burgemeester en wethouders
                                        betreft;</al></li><li nr="f."><al>de loco-burgemeester indien het een gedraging van de
                                        burgemeester betreft. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Niet ontvankelijk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een klacht wordt niet in behandeling genomen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de vereisten in artikel 4, tweede en
                                        derde lid en klager de voor behandeling vereiste gegevens
                                        niet binnen veertien dagen verstrekt nadat klager op deze
                                        tekortkoming is gewezen;</al></li><li nr="b."><al>deze een gedraging betreft die reeds eerder met inachtneming
                                        van deze verordening is behandeld;</al></li><li nr="c."><al>het belang van de klager of het gewicht van de gedraging
                                        kennelijk onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>ten aanzien van de gedraging voor klager een wettelijk
                                        geregelde administratiefrechtelijke voorziening openstaat of
                                        heeft opengestaan en hij daarvan geen gebruik heeft
                                        gemaakt;</al></li><li nr="e."><al>ten aanzien van de gedraging anders dan ingevolge een
                                        wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening
                                        door een rechterlijke instantie uitspraak is gedaan; </al></li><li nr="f."><al>zolang ten aanzien van een gedraging die nauw samenhangt met
                                        het onderwerp van de klacht een procedure aanhangig is bij
                                        een rechterlijke instantie, dan wel ingevolge een wettelijk
                                        geregelde administratiefrechtelijke voorziening bij een
                                        andere instantie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het niet in behandeling nemen van een klacht wordt klager zo
                                spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van
                                de klacht schriftelijk in kennis gesteld, onder vermelding van de
                                redenen daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderzoek en horen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die op grond van artikel 7 daartoe is aangewezen behandelt de
                                klacht en stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht
                                betrekking heeft in de gelegenheid om te worden gehoord en om op
                                elkaars standpunt te reageren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van deze procedure van hoor en wederhoor kan worden afgezien indien
                                zowel de klager als degene, op wiens gedraging de klacht betrekking
                                heeft, hebben verklaard daaraan geen behoefte te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de procedure van hoor en wederhoor wordt een verslag
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Afdoening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De klachtbehandelaar doet de klacht binnen vier weken na de datum
                                van ontvangst van de klacht gemandateerd af en deelt dit mee aan de
                                klachtencoördinator.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De klachtencoördinator stelt de klager, degene tegen wie de klacht
                                gericht is en de mandataris binnen zes weken na de datum van
                                ontvangst van de klacht schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de
                                bevindingen van het onderzoek, de beslissing op de klacht, alsmede
                                van de eventuele conclusies die er aan zijn verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij deelt hierbij schriftelijk mee dat klager, indien deze niet
                                tevreden is over de uitkomst van de klachtbehandeling, zijn klacht
                                kan voorleggen aan de Nationale ombudsman.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De klachtencoördinator verstrekt desgevraagd aan overigen een
                                afschrift of uittreksel van de beslissing op de klacht, onder zoveel
                                als mogelijke waarborging van de anonimiteit van de in de beslissing
                                genoemde personen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de klacht niet binnen een termijn van zes weken kan worden
                                afgedaan, kan de afdoening voor ten hoogste vier weken worden
                                verdaagd. Van de verdaging wordt schriftelijk, onder vermelding van
                                de reden, mededeling gedaan aan de klager en aan degene op wiens
                                gedraging de klacht betrekking heeft.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>RAPPORTAGE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Jaaroverzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders brengen over het afgelopen kalenderjaar
                                verslag uit van het aantal klachten, de aard van de klachten, de
                                wijze van afdoening en de maatregelen die naar aanleiding van de
                                behandeling zijn getroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het jaarverslag wordt, zonodig voorzien van beleidsmatige
                                aanbevelingen, voorgelegd aan de gemeenteraad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Onvoorzien</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op <vet>1 november 1997</vet>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Klachtenregeling gemeente
                            Brummen”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Brummen op 28 augustus 1997,</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd bij raadsbesluit van 19 juli 2001.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING KLACHTENREGELING GEMEENTE BRUMMEN</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Waar mensen werken worden fouten gemaakt. Niemand is volmaakt ook de medewerkers
                    en bestuurders van de gemeente Brummen niet. Omdat de gemeente het
                    bestuursorgaan is dat het dichtst bij de burger staat zullen fouten die door de
                    gemeente worden gemaakt direct effect hebben op de burger. Dit vereist grote
                    zorgvuldigheid bij het handelen van de gemeente.</al><al/><al>In onze rechtsstaat is een uitgebreid stelsel van (administratieve)
                    rechtsbescherming ontwikkeld. Niet ieder handelen van de overheid kan evenwel
                    worden onderworpen aan een juridische procedure. Een dergelijke juridische
                    procedure is meestal het gevolg van bepaalde besluitvorming van de overheid, in
                    de vorm van een beschikking.</al><al>Maar er kan ook onvrede ontstaan over <cursief>bepaald gedrag</cursief> van
                    bestuurders of ambtenaren, zonder dat er sprake is van één of ander
                    besluit.</al><al>De overheid kan bijvoorbeeld te traag werken, een ambtenaar kan een burger niet
                    correct behandelen of een burger kan te lang in het ongewisse blijven over een
                    voor hem belangrijke zaak doordat op een gebrekkige manier informatie wordt
                    verstrekt. Het zijn zaken die zeer frustrerend kunnen werken voor de burger,
                    maar waarvoor geen rechtsbeschermingsprocedure bestaat.</al><al>Een klachtenregeling voorziet in de mogelijkheid dit soort gedragingen via een
                    klacht aan de orde te stellen.</al><al/><al>Het recht een klacht in te dienen over het optreden van de overheid is een
                    bijzondere vorm van het recht van petitie zoals dat is opgenomen in artikel 5
                    van de Grondwet. Deze grondwetsbepaling kent uitsluitend het recht toe een
                    verzoek schriftelijk in te dienen bij het bevoegd gezag. Een recht op
                    behandeling of beantwoording van een verzoek vloeit daaruit echter niet
                    voort.</al><al>Om in deze leemte te voorzien heeft de Commissie wetgeving algemene regels van
                    bestuursrecht (commissie Scheltema) op verzoek van staatssecretaris Kohnstam een
                    advies uitgebracht over een minimumregeling voor de interne behandeling van
                    klachten door bestuursorganen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in de vorm
                    van een Voorontwerp van Wet tot aanvulling van de Awb.</al><al/><al>In de Memorie van Toelichting van dit Voorontwerp wordt met betrekking tot het
                    waarom van een regeling van klachtenbehandeling het volgende opgemerkt:</al><al>‘<cursief>Zorgvuldige klachtenbehandeling dient zowel het belang van de burger
                        als dat van het bestuur. Voor de burger levert het de mogelijkheid
                        genoegdoening (in welke vorm dan ook) te krijgen in verband met onheuse
                        bejegening door de overheid.</cursief></al><tussenkop>Voor de overheid is zorgvuldige klachtenbehandeling een vereiste dat
                    voortvloeit uit de beginselen van behoorlijk bestuur en een kwestie van
                    bestuurlijke betamelijkheid.</tussenkop><tussenkop>Het bestuur dient het uitgangspunt dat het bestuur een dienende functie
                    heeft en zich in zijn handelen niet primair door andere overwegingen behoort te
                    laten leiden, voortdurend in het oog te houden. Het is tevens de taak van het
                    bestuursorgaan om van buiten komende signalen die er op duiden dat de dienende
                    functie op enige wijze afbreuk wordt gedaan, op hun merites te beoordelen en zo
                    nodig corrigerend op te treden.</tussenkop><al/><tussenkop>Zorgvuldig onderzoek van klachten binnen het bestuursorgaan heeft een
                    belangrijk leereffect. In het kader van het streven naar verbetering van de
                    kwaliteit van de overheidsdienstverlening en van het functioneren van de
                    openbare dienst in het algemeen, leveren klachten van burgers immers een schat
                    aan concrete en bruikbare informatie op. Het bestuur kan op basis van ontvangen
                    klachten aanleiding zien fouten te herstellen en misstanden binnen de
                    organisatie weg te nemen. Wanneer regelmatig op een bepaald punt kritiek wordt
                    uitgeoefend, behoort dit voor het bestuur aanleiding te zijn zich daarop nader
                    te bezinnen. Steeds sterker leeft voorts het besef, binnen de overheid zowel als
                    in het bedrijfsleven, dat een goede behandeling van een klacht bijdraagt aan een
                    betere relatie met de cliënt en aan de kwaliteit van de dienstverlening.
                    Zorgvuldige klachtenbehandeling kan dus bijdragen aan herstel van het geschonden
                    vertrouwen in het bestuur”</tussenkop><al>Op basis van het vorenstaande kunnen de volgende doelstellingen voor een
                    klachtenregeling worden geformuleerd:</al><al/><al>Primair:</al><tussenkop>naar de burger: </tussenkop><al>het wegnemen van ontevredenheid en ervaren dat het helpt (hoe dan ook) als je
                    met een klacht aankomt bij de gemeente. </al><al/><al>Secundair:</al><tussenkop>naar de organisatie:</tussenkop><al>het laten doorwerken van klachten, zodat deze de werkprocessen doen verbeteren,
                    de mentaliteit van de ambtenaren en bestuurders positief beïnvloeden en het
                    werken in de organisatie veraangenamen.</al><al/><al/><al/><tussenkop>Artikelsgewijs.</tussenkop><al/><al><cursief>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</cursief></al><al>De omschrijving van het begrip <onderstreept>klacht</onderstreept> is in
                    overeenstemming met de Wet Nationale ombudsman en is ruim, omdat een uiting van
                    ongenoegen in de praktijk nogal gevarieerd kan zijn.</al><al>Bij <onderstreept>bestuursorgaan</onderstreept> zijn de organen vermeld zoals de
                    gemeentewet die kent. Hierbij is wel een lid van het college van burgemeester en
                    wethouders vermeld, omdat een individuele wethouder in de dagelijkse praktijk
                    zelfstandige bevoegdheid kan hebben. Desondanks wordt een klacht tegen een lid
                    van het college van burgemeester en wethouders beschouwd te zijn gericht tegen
                    het college.</al><al>Een lid van de gemeenteraad heeft geen zelfstandige bevoegdheid.</al><al>Bij <onderstreept>gedraging</onderstreept> is het de bedoeling aan te geven dat
                    gedragingen van alle personen of onderdelen van de gemeente in directe zin
                    onderwerp kunnen zijn van een klachtenprocedure.</al><al>“Klachten” die betrekking hebben op gebreken in de uitvoering van gemeentelijke
                    taken binnen de leefomgeving van burgers (zoals bijv. gaten in het wegdek)
                    worden beschouwd als meldingen en vallen niet onder de klachtenregeling. Dit
                    soort zaken wordt omwille van een praktische en snelle oplossing van het gemelde
                    gebrek rechtstreeks door de betrokken afdeling afgedaan. Wanneer op een melding
                    niet of traag wordt gereageerd is er aanleiding voor het indienen van een
                    klacht.</al><al>Het begrip <onderstreept>afdelingsmanager</onderstreept> komt uit “iedere burger
                    centraal” en zal ook in de Organisatieverordening worden opgenomen.</al><al>De <onderstreept>klachtencoördinator</onderstreept> is een nieuw begrip. Omdat
                    gekozen is voor een decentrale afhandeling van de klachten is er coördinatie
                    nodig voor een uniforme en tijdige afhandeling en registratie.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Mondelinge klachten</tussenkop><al>De inzet van klachtbehandeling is om alle klachten, mondelinge en schriftelijke,
                    op goede wijze af te handelen.</al><al>Bij de behandeling van een mondelinge klacht is het voor de klager en voor de
                    organisatie van belang de klacht snel en mondeling af te doen. Er zullen dan ook
                    goede afspraken moeten worden gemaakt over de werkwijze.</al><al>Als een mondeling ingediende klacht niet naar tevredenheid van klager blijkt te
                    kunnen worden afgehandeld, wordt klager gewezen op het traject van schriftelijke
                    klachtenbehandeling.</al><al>De klacht kan dan worden genoteerd op een daartoe ontworpen formulier dat breed
                    in de organisatie voorhanden moet zijn. Er is dan vervolgens sprake van een
                    schriftelijke klacht, waarop de volgende artikelen van toepassing zijn.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Indiening schriftelijke klachten</tussenkop><al>In de praktijk zullen schriftelijke klachten op verschillende manieren en
                    plaatsen binnenkomen. Ook de adressering zal verschillend zijn. Hierbij valt te
                    denken aan klachten die gericht worden aan de burgemeester of aan de
                    gemeentesecretaris. Ze kunnen binnenkomen bij Voorlichting, of op de afdelingen
                    en natuurlijk ook in Eerbeek.</al><al>Met artikel 4 wordt daarom aangegeven dat het college van burgemeester en
                    wethouders de centrale ontvanger is, als verantwoordelijk orgaan voor de
                    ambtenaren en als uitvoerder en voorbereider van besluiten door de raad.</al><al>In lid 3 van dit artikel is aangegeven welke gegevens minimaal in een klacht
                    moeten zijn opgenomen. Ook dient de indiener van de klacht de reden aan te geven
                    waarom hij meent bezwaar te moeten maken tegen de gedraging. Uit dit gegeven kan
                    worden opgemaakt of het belang van de klager voldoende is om tot behandeling
                    over te gaan (zie art. 8).</al><al/><al>Anonieme klachten hoeven in beginsel niet in behandeling te worden genomen.
                    Volgens een uitspraak van de Nationale ombudsman lijdt dit beginsel uitzondering
                    indien de klager zwaarwegende belangen heeft anoniem te blijven en de anonieme
                    klager op een zodanige wijze kenbaar en bereikbaar is, dat zijn klacht naar
                    behoren kan worden onderzocht. (Nat.ombds. nr. 93/067, AB 1993, nr. 207)</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Ontvangstbevestiging</tussenkop><al>De klager ontvangt per omgaande een ontvangstbevestiging van de
                    klachtencoördinator met een korte toelichting op de verdere gang van zaken. De
                    praktijk elders leert dat het moeilijk kan zijn een klacht te onderscheiden van
                    een bezwaar. Deskundigheid in het onderscheiden van klaag- of bezwaarschriften
                    of anderszins zal noodzakelijk zijn (zie art. 8).</al><al/><al><cursief>Artikel 7 Klachtbehandelaar</cursief></al><al>De afdelingsmanagers zijn namens burgemeester en wethouders verantwoordelijk
                    voor een goede klachtenafhandeling van de klachten overeenkomstig de regeling. </al><al>Als de klacht betrekking heeft op een afdelingsmanager, de gemeentesecretaris,
                    (een lid van) het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester of de
                    gemeenteraad, is voor de behandeling een andere regeling vastgelegd.</al><al>Indien nodig kan het college op grond van artikel 12 andere of aanvullende
                    voorzieningen treffen.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Niet ontvankelijk</tussenkop><al>Als de klacht niet de gegevens vermeldt die nodig zijn voor een goede
                    behandeling kan deze buiten behandeling worden gelaten. Klager wordt eerst in de
                    gelegenheid gesteld eventuele tekortkomingen te herstellen.</al><al>Denkbaar is dat wordt geklaagd over de inhoud van een beschikking en een of meer
                    daarmee samenhangende feitelijke gedragingen, terwijl de beschikking in een
                    administratieve procedure is of kan worden aangevochten. De klachtencoördinator
                    zal de klacht als regel dan niet ter behandeling voorleggen aan de
                    klachtbehandelaar en de klager daarover schriftelijk informeren.</al><al>In het geval het duidelijk is dat de klacht slechts een feitelijke gedraging
                    betreft en de uitkomst van de klachtbehandeling geen effect zal hebben op de
                    uitkomst van de administratieve procedure wordt de klacht wel in behandeling
                    genomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Onderzoek en horen</tussenkop><al>Dit artikel bevat het beginsel van hoor en wederhoor. De hoorplicht vormt een
                    essentieel onderdeel van de schriftelijke klachtprocedure en is als zodanig ook
                    opgenomen in het Voorontwerp van wet (Klachtrecht).</al><al>Afhankelijk van de aard van de klacht zal het onderzoek meer of minder formeel
                    kunnen verlopen. Waar dat aan de orde is en de klager daarin mee wil gaan, kan
                    het onderzoek daarbij het karakter van een bemiddeling krijgen. Tijdens de
                    behandeling van de klacht kan blijken dat de klager niet langer behoefte heeft
                    op een verdere (formele) afhandeling van de klacht. In dat geval is artikel 2,
                    lid 4 van toepassing.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Afdoening</tussenkop><al>Juist omdat een klacht betrekking heeft op een volgens de klager
                    niet-behoorlijke gedraging, is het van belang dat de behandeling van de klacht
                    zorgvuldig en binnen redelijke termijn af te doen. Het sturen van een
                    ontvangstbevestiging, het (snel) uitnodigen voor een gesprek en het uitgangspunt
                    de klacht binnen zes weken af te doen, zijn procedure-onderdelen van de regeling
                    in verband met de serieuze benadering van de klager en sluit bovendien aan bij
                    de bepalingen in het Voorontwerp van wet (Klachtrecht).</al><al>De behandelaar van de klacht heeft vier weken de tijd om de klacht af te
                    handelen. Hij doet daarvan mededeling aan de klachtencoördinator. Deze zorgt
                    vervolgens voor de berichtgeving naar buiten. Omdat dit door de
                    klachtcoördinator gebeurt ontstaat uniformiteit in de berichtgeving en in de
                    informatie naar de klager over de mogelijkheid om de klacht extern te
                    behandelen. </al><al/><al>Ook zal de klachtcoördinator de afdoeningstermijnen bewaken en bij
                    overschrijding daarvan de klager en degene op wiens gedraging de klacht
                    betrekking heeft, daarover informeren (zie lid 5).</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Als gebruik kan worden gemaakt van de “tweede instapmogelijkheid” zal dit het
                    geval zijn op 1 november 1997. Gelet op artikel 30 van de Wet Nationale
                    ombudsman zal de Nationale ombudsman slechts klachten kunnen behandelen van
                    gedragingen die zich hebben voorgedaan, nadat hij bevoegd was geworden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>