<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR111972_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Strategie handhaving milieuwetgeving</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad 2003/40</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Strategie handhaving milieuwetgeving</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-07-02</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-03-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-08-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>MW2002.27423</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>milieu, handhaving</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Strategie handhaving milieuwetgeving</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Handhavingsstrategie Gelderland</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 1 Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>In artikel 8, eerste lid, van de convenanten voor de
                            handhavingssamenwerking<sup>1</sup> per regio in Gelderland is bepaald
                            dat de deelnemende partijen, het Openbaar Ministerie (OM) en de politie
                            stappenplannen hanteren voor de aanpak van overtredingen van wet- en
                            regelgeving die bijdraagt aan het instandhouden en verbeteren van de
                            kwaliteit van de leefomgeving. Verder is in het tweede lid bepaald dat
                            binnen een jaar na de inwerkingtreding van het convenant een
                            provinciebreed stappenplan wordt opgesteld, waarmee alle partners
                            volgens dezelfde criteria hun handhavingsproces uitvoeren.</al><al>De projectgroep handhavingsstrategie heeft opdracht gekregen een
                            strategie op te stellen voor de handhaving in de provincie Gelderland.
                            Uitgangspunt daarbij zijn bevordering van de uniforme aanpak van
                            overtredingen van wet- en regelgeving, afstemming van bestuurs- en
                            strafrecht en afstemming van activiteiten; een en ander binnen het in
                            artikel 8 van het convenant gestelde kader. In deze notitie worden
                            voornoemde uitgangspunten nader uitgewerkt in de vorm van
                            stappenplannen. Tevens is aangegeven hoe de ‘kernbepalingen’ worden
                            benoemd en hoe deze in de praktijk worden gehanteerd.</al><al>Deze handhavingsstrategie is niet bedoeld als uitgebreide
                            werkinstructie. Partijen kunnen in provinciaal of regionaal verband de
                            afspraken nader aanvullen of uitbreiden. Dit zou bijvoorbeeld kunnen
                            leiden tot een meer probleem- of gebiedsgerichte toepassing van de
                            kernbepalingen. In deze notitie zal ook de afstemming bestuursrecht -
                            strafrecht aan de orde komen. De in deze notitie voorgestelde
                            stappenplannen voor de bestuurlijke handhaving zijn gebaseerd op de
                            ervaringen die in het veld zijn opgedaan met de inrichtingsgebonden
                            handhaving in het kader van de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet
                            verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo). De uitgewerkte stappenplannen
                            zijn dan ook het meest geschikt voor de handhaving van
                            inrichtingsgebonden overtredingen van bepalingen uit de Wm, Wvo en Wet
                            bodembescherming (Wbb) en de op deze wetgeving gebaseerde A.M.v.B.’s,
                            verordeningen, vergunningen en ontheffingen. Buiten inrichtingen en bij
                            de handhaving van andere wetten kunnen zeer uiteenlopende overtredingen
                            plaatsvinden, zodat nog zal moeten blijken of de uitgewerkte
                            bestuurlijke stappenplannen ook bij die overtredingen praktisch
                            toepasbaar zijn. Voor wat betreft overtredingen buiten inrichtingen kan
                            worden opgemerkt, dat deze overtredingen doorgaans zo anders van aard
                            zijn dan inrichtingsgebonden overtredingen, dat ze slechts met de
                            strafrechtelijke handhaving aangepakt kunnen worden. Voor wat betreft de
                            rode en de groene wetgeving, kan worden geconstateerd dat er nog te
                            weinig ervaring met de bestuurlijke handhaving is opgedaan om nu al de
                            voorgestelde stappenplannen zonder meer ook op de handhaving van deze
                            wetgeving van toepassing te verklaren. Wel wordt aanbevolen de
                            stappenplannen zo veel mogelijk toe te passen buiten de Wm en de Wvo en
                            buiten inrichtingen in situaties waarin de stappenplannen toepasbaar
                            zijn.</al><al>De laatste jaren komt het steeds vaker voor dat bij de inwerkingtreding
                            van nieuwe wetgeving de wetgever tevens aangeeft welke
                            handhavingsstrategie kan worden gehanteerd. Denk bijv. aan het
                            handhavingsplan bij het ‘Lozingenbesluit open teelt en veehouderij’ en
                            de handhavingsuitvoeringsmethode bij het ‘Bouwstoffenbesluit’. Ook de
                            waterkwaliteitsbeheerders hebben een landelijke nota opgesteld over de
                            wijze waarop de Wvo wordt gehandhaafd.</al><al>Bij het opstellen van deze notitie is gebruikgemaakt van
                            handhavingsstappenplannen die binnen de verschillende regio’s en door
                            bovenregionale bevoegde gezagen al worden gehanteerd. Er is voor gekozen
                            zo veel mogelijk aan te sluiten bij de reeds (op papier) bestaande
                            praktijk van de meeste regio’s.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 2 Definitie en doel van handhaving</titel></kop><structuurtekst><al>Het convenant geeft de volgende definitie van handhaving: ‘Het door
                            controle en toepassen (of dreigen daarmee) van
                            administratiefrechtelijke, strafrechtelijke of civielrechtelijke
                            middelen trachten te bereiken dat de algemeen en individueel geldende
                            rechtsregels en voorschriften worden nageleefd.’</al><al>Het doel van handhaving wordt in de documenten van de verschillende
                            regio’s en bovenregionale bevoegde gezagen onvoldoende benoemd. Het
                            meest duidelijk wordt het doel van handhaving omschreven in het
                            strategiedocument van het OM<sup>2</sup>. Het door het OM geformuleerde
                            doel van handhaving is met enige aanpassingen en in een andere volgorde
                            van relevantie, ook van toepassing op het bestuur. Ook al wordt het in
                            de praktijk soms anders ervaren, toch hebben de bestuurlijke en
                            strafrechtelijke handhavingspartners hetzelfde handhavingsdoel.</al><al>Dat doel kan overeenkomstig het strafrechtelijke doel van handhaving als
                            volgt luiden:</al><lijst><li nr="a."><al> voorkoming van herhaling, schadebeperking en herstel in de
                                    oorspronkelijke toestand;</al></li><li nr="b."><al> de bevestiging van normen gesteld in het belang van: </al><lijst><li nr="1."><al> het milieu of de openbare gezondheid;</al></li><li nr="2."><al> de geloofwaardigheid van de (normerende) overheid;</al></li><li nr="3."><al> de mogelijkheid tot overheidscontrole, namelijk wanneer
                                            hierop gerichte voorschriften niet worden nageleefd
                                            zodat eventuele overtredingen buiten beeld blijven,
                                            of</al></li><li nr="4."><al>* eerlijke concurrentieverhoudingen, in het bijzonder
                                            wanneer overtreding van milieuwetten een duidelijk
                                            competitief voordeel heeft.</al><al/><al> Hierbij moet men zich realiseren dat
                                            bestuursrechtelijke handhaving er (vooralsnog) niet op
                                            gericht is de dader te bestraffen. Tevens dient het
                                            bestuur bij de uitoefening van zijn handhavende
                                            bevoegdheden altijd de betrokken belangen af te wegen.
                                            Daarbij gaat het om het milieubelang, het belang van de
                                            overtreder (meestal bedrijfsbelang) en het belang van
                                            derden (omwonenden of milieugroepen).</al></li></lijst></li></lijst><al>*) Het belang van eerlijke concurrentieverhoudingen is een belang dat de
                            Wet milieubeheer, in tegenstelling tot het Wetboek van Strafrecht en de
                            Wet op de economische delicten (WED), niet beoogt te beschermen. Wel is
                            het zo dat ook economische overwegingen, zoals prestaties van een
                            bedrijf versus die van de branche, in de bestuursrechtelijke handhaving
                            een rol kunnen spelen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 3 Het doel van een gemeenschappelijke
                            handhavingsstrategie</titel></kop><structuurtekst><al>Het doel van een gemeenschappelijke handhavingsstrategie voor alle
                            handhavingspartners in de provincie is: - het bevorderen van een
                            uniforme benadering en efficiлnte aanpak van milieuovertredingen; -
                            zorgen dat het bestuursrechtelijk en het strafrechtelijk optreden elkaar
                            versterken in hun effect; - het inzichtelijk maken van het
                            bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhavend optreden (weten wat
                            andere betrokken partijen doen).</al><al>Het opstellen van een handhavingsstrategie is niets anders dan het
                            vastleggen van een aantal van tevoren afgesproken uitgangspunten en het
                            benoemen - in de vorm van stappenplannen - van de verschillende
                            handhavingstrajecten die partijen hetzij zelfstandig, hetzij in
                            samenwerking met andere handhavingspartners volgen. Op het moment dat
                            het vastgestelde beleid breeduit bekend- gemaakt is, kunnen de
                            deelnemende handhavingspartijen hun eigen handelen daarop afstemmen en
                            zijn zij op de hoogte van het handelen van andere betrokken partijen.
                            Bovendien worden daarmee de beginselen van rechtszekerheid en
                            rechtsgelijkheid voor burgers en bedrijven bevorderd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 4 Instrumentarium bestuursrechtelijke handhaving</titel></kop><structuurtekst><al>Hoewel de intrekking van een begunstigende beschikking, zoals een
                            vergunning, theoretisch ook een handhavingsbeschikking is, zal
                            intrekking in deze notitie niet worden behandeld.
                            Intrekkingsbeschikkingen hebben immers slechts betrekking op een
                            wijziging van de juridische situatie, zonder dat er sprake is van
                            (dreigen met) handhavend optreden<sup>3</sup>. Voor het beлindigen van
                            een overtreding of een illegale situatie heeft het bestuur een tweetal
                            instrumenten, te weten: het opleggen van een last onder dwangsom of het
                            toepassen van bestuursdwang. Het bestuur is in beginsel vrij om te
                            kiezen van welk instrument het gebruikmaakt. Wel dient de zwaarte van
                            het instrument te zijn afgestemd op de ernst van de overtreding. Zowel
                            de last onder dwangsom als de toepassing van bestuursdwang zijn gericht
                            op het beлindigen van een voortdurende overtreding (bijvoorbeeld
                            illegale opslag van afval) en het herstel in de oorspronkelijke
                            toestand. Daarnaast kan een last onder dwangsom gericht zijn op het
                            voorkomen van herhaling (bijvoorbeeld van belang bij overtreding van
                            gedragsregels).</al><al>Als de overtreding nб het opleggen van een last onder dwangsom en het
                            verstrijken van de begunstigingstermijn voortduurt of als herhaling van
                            de overtreding plaatsvindt, dan verbeurt de overtreder van rechtswege de
                            opgelegde dwangsommen. Verbeurde dwangsommen kunnen vervolgens door het
                            bestuur worden geпnd. Het bestuur heeft de mogelijkheid om van inning
                            van de verbeurde dwangsommen af te zien, bijvoorbeeld in het geval de
                            overtreding alsnog is beлindigd. Van deze mogelijkheid zou het bestuur
                            slechts “bij hoge uitzondering” gebruik moeten maken, wil het niet zijn
                            geloofwaardigheid verliezen.</al><al>Als de overtreding nб een aanzegging tot toepassing van bestuursdwang
                            voortduurt of met beлindiging van de illegale situatie de
                            oorspronkelijke toestand niet is hersteld, dan wordt dit “in het
                            algemeen op kosten van de overtreder” door de overheid gedaan. Hieraan
                            zijn voor de overheid financiлle risico’s verbonden, omdat de kans
                            bestaat dat de overheid met “niet te verhalen” kosten blijft
                            zitten.</al><al>Over het algemeen gaat de voorkeur van het bevoegde gezag uit naar het
                            opleggen van een last onder dwangsom boven een aanzegging tot toepassing
                            van bestuursdwang. De redenen hiervoor zijn dat:</al><lijst><li nr="a."><al> een dwangsom de overtreder extra in zijn portemonnee treft, wat
                                    een prikkel kan zijn om maatregelen te treffen;</al></li><li nr="b."><al> de sanctie optimaal is af te stemmen op het milieubelang en de
                                    beoogde preventieve werking;</al></li><li nr="c."><al> de sanctie past in het beeld van de overheid die de eigen
                                    verantwoordelijkheid van bedrijven erkent.</al></li></lijst><al>Het opleggen van een last onder dwangsom is niet toegestaan indien het
                            milieubelang zich daartegen verzet. Zo dient het bestuur in het geval
                            dat sprake is van het optreden van acute milieuschade of dreiging
                            daarvan onmiddellijk met toepassing van bestuursdwang in te grijpen en
                            zelf maatregelen te treffen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 5 Instrumentarium strafrechtelijke handhaving</titel></kop><structuurtekst><al>In hoofdstuk 2 is vastgesteld dat de bestuursrechtelijke en de
                            strafrechtelijke handhaving van de milieuwet- en regelgeving hetzelfde
                            doel dienen. De taakstelling is echter verschillend. Het strafrecht is
                            vooral gericht op bestraffing van de overtreder. Het strafrechtelijk
                            instrumentarium bestaat uit straffen en maatregelen. Van straffen is
                            bijvoorbeeld sprake in het geval van het opleggen van een geldboete of
                            een vrijheidsstraf. Maatregelen zijn bijvoorbeeld het stilleggen van
                            bedrijfsactiviteiten, herstel in de oorspronkelijke toestand en onder
                            bewindstelling.</al><al>Daarnaast kent de Wet op de economische delicten (WED) in spoedeisende
                            gevallen de voorlopige maatregel die kan worden opgelegd door de
                            officier van justitie (art. 28 WED) of de rechter (art. 29 WED). Als een
                            voorlopige maatregel wordt opgelegd, dan heeft dit tot gevolg dat de
                            situatie als het ware wordt ‘bevroren’. Met name in situaties die om
                            andere dan milieuhygiлnische redenen spoedeisend zijn en waarin dus niet
                            rauwelijks<sup>4</sup> bestuursdwang kan worden toegepast, kan een
                            voorlopige maatregel opgelegd door de officier van justitie voor het
                            bestuur van pas komen. Het bestuur kan in dat geval met de nodige
                            zorgvuldigheid - wat nu eenmaal tijd kost - een aanschrijving
                            bestuursdwang voorbereiden.</al><al>Het Openbaar Ministerie (OM) heeft de volgende afdoeningsmogelijkheden
                            tot zijn beschikking: - seponeren met een schriftelijke waarschuwing; -
                            seponeren onder voorwaarden, waarbij de voorwaarden kunnen dienen ter
                            ondersteuning van het bevoegde gezag; - het aanbieden van een
                            schikkings- of transactievoorstel (al dan niet onder voorwaarden) ter
                            voorkoming van strafvervolging; - het instellen van strafvervolging,
                            waarbij de zaak wordt voorgelegd aan de rechter; - ontneming van
                            wederrechtelijk verkregen voordeel.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 6 Stappen in de bestuurlijke handhavingsaanpak</titel></kop><structuurtekst><al>In het verleden werd in de discussie over de bestuursrechtelijke aanpak
                            van milieu-overtredingen vooral stilgestaan bij de vraag wanneer het
                            bevoegde gezag moest overgaan tot het treffen van bestuursrechtelijke
                            maatregelen (dwangsom, dan wel bestuursdwang). Moest het
                            bestuursrechtelijk optreden plaatsvinden nadat de overtreding een keer,
                            twee keer of nog vaker was geconstateerd?</al><al>Bij het opstellen van deze handhavingsstrategie is voor een andere opzet
                            gekozen. Uitgangspunt is in de eerste plaats een zo kort mogelijke duur
                            van overtredingen door een voortvarende opeenvolging van stappen waarmee
                            het bestuur optreedt. Dit vraagt om een goede discipline als het gaat om
                            zaken als termijnbewaking en het plannen van (her)controles. De
                            verschillen tussen de handhavende organisaties kan met zich meebrengen
                            dat een verschil in aanpak toch leidt tot hetzelfde voortvarende en
                            snelle optreden tegen overtredingen. In deze notitie wordt voor het
                            bestuursrechtelijke spoor in principe uitgegaan van (maximaal) een
                            twee-stappenplan. Daarnaast worden in hoofdstuk 7 bijzondere
                            omstandigheden benoemd om van een twee-stappenplan gemotiveerd af te
                            wijken. In bijzondere omstandigheden kan ййn stap genoeg zijn of is
                            juist een extra stap nodig. Het bij een handhavingsbeschikking geven van
                            een begunstigingstermijn wordt in dit verband niet gezien als een extra
                            stap, maar maakt deel uit van de handhavingsbeschikking.</al><al><vet>Waarom bestuursrechtelijke maatregelen bij de tweede
                                constatering?</vet> Landelijk tekent zich een ontwikkeling af
                            waarbij bestuursrechtelijke handhaving plaatsvindt in twee stappen. Deze
                            ontwikkeling vloeit enerzijds voort uit het feit dat vergunningverlening
                            en handhaving zich in veel gevallen op een adequaat niveau van
                            uitvoering bevinden en anderzijds uit het feit dat overheden die een
                            onvoldoende niveau van handhaving hebben zich steeds vaker moeten
                            verantwoorden of (mede)verantwoordelijk voor de gevolgen worden gesteld.
                            Verder blijkt uit jurisprudentie dat de bestuursrechter handhavend
                            optreden bij de tweede constatering acceptabel vindt.</al><al>Daarbij kan worden gesteld dat: - illegale situaties, waarbij sprake is
                            van het ontbreken van een vergunning of ontheffing, op een zo kort
                            mogelijk termijn moeten worden beлindigd; - voorschriften uit
                            vergunningen of algemene regels milieurelevant zijn en moeten worden
                            nageleefd; - over de voorschriften in vergunningen en algemene regels
                            voldoende is nagedacht, daarover met de overtreder is gecommuniceerd of
                            dat de overtreder inspraakmomenten heeft gehad; - de geloofwaardigheid
                            van het bestuur in het geding komt als steeds een nieuwe termijn wordt
                            gegund, waarbinnen de overtreding moet worden beлindigd; - een betere
                            afstemming met de strafrechtelijke aanpak mogelijk is.</al><al><vet>Omschrijving van de stappen</vet> Stap 1: Bij een (reguliere,
                            periodieke) controle wordt een overtreding geconstateerd. Daarop volgt
                            een vooraankondigings- of waarschuwingsbrief, waarin een hersteltermijn
                            wordt opgenmen waarbinnen de overtreding moet zijn beлindigd. Er wordt
                            in de brief tevens aangekondigd dat bestuurlijke maatregelen worden
                            toegepast, als blijkt dat na het verstrijken van de termijn de
                            overtreding nog steeds voortduurt en/of opnieuw wordt
                            geconstateerd.</al><al>Stap 2: Als bij hercontrole blijkt dat de overtreding nog steeds
                            voortduurt en/of opnieuw wordt geconstateerd, volgt een dwangsom- of
                            bestuursdwangbeschikking. De procedure conform de Awb (inbrengen
                            zienswijze, horen e.d.) ter voorbereiding van deze
                            handhavingsbeschikking behoort tot deze stap.</al><al><vet>Afronding</vet> Als, nadat de handhavingsbeschikking in werking is
                            getreden en de begunstigingstermijn is verstreken, bij controle blijkt
                            dat de overtreding nog steeds voortduurt, dan volgt effectuering door
                            toepassing van bestuursdwang, dan wel verbeurdverklaring en inning van
                            de opgelegde dwangsommen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 7 Gemotiveerd afwijken en uitzonderingen</titel></kop><structuurtekst><al>Er kunnen zich in de handhavingspraktijk situaties voordoen die voor het
                            bevoegd gezag reden zijn om van het hiervoor geschetste tweestappenplan
                            af te wijken. Het is belangrijk te motiveren waarom van de vaste
                            handhavingsstrategie wordt afgeweken. Consistent handelen, de
                            rechtszekerheid en rechtsgelijkheid mogen niet in het geding komen.
                            Ongelijke behandeling leidt tot een ongeloofwaardige overheid en zou
                            daarnaast mogelijk tot oneerlijke concurrentie kunnen leiden. Hierna is
                            het een en ander nader uitgewerkt.</al><al>A. <vet>Minder stappen</vet> In de volgende (uitzonderlijke) situaties
                            dient al bij de eerste constatering te worden opgetreden, namelijk als:
                            - er sprake is van acute milieuschade of een dreiging daarvan; het
                            bestuur dient dan onmiddellijk met bestuursdwang in te grijpen en zelf
                            maatregelen te treffen; - herhaling van de overtreding aannemelijk is en
                            leidt tot acute milieuschade, dan wel onacceptabel grote hinder voor de
                            omgeving; met het opleggen van een dwangsom moet herhaling worden
                            voorkomen; - er sprake is van recidive, waarbij al eerder
                            bestuursrechtelijk of strafrechtelijk tegen dezelfde overtreding is
                            opgetreden. Indien kennelijk sprake is van een incident waarbij de
                            overtreder reeds zelf maatregelen heeft genomen of direct neemt om
                            (dreigende) milieuschade te voorkomen, dan kan onmiddellijk ingrijpen
                            door het bestuur vooralsnog achterwege blijven.</al><al>B. <vet>Meer stappen</vet> Het uitgangspunt is dus dat indien bij de
                            hercontrole dezelfde overtreding wordt geconstateerd,
                            bestuursrechtelijke maatregelen worden getroffen. In de praktijk kunnen
                            zich echter situaties voordoen waarin het bevoegde gezag op grond van
                            algemene beginselen van behoorlijk bestuur, dan wel
                            efficiency-overwegingen ertoe besluit (nog) niet tot het treffen van
                            bestuursrechtelijke maatregelen over te gaan. Dit kan in de volgende
                            situaties aan de orde zijn: - bij overtreding van gedrags- of
                            middelvoorschriften waarbij zich geen directe milieuschade of hinder
                            voordoet en waarbij er duidelijk aanwijzingen zijn dat met druk op de
                            overtreder alsnog herhaling van de overtreding wordt voorkomen; - de
                            overtreding is nog niet geheel beлindigd, maar de overtreder heeft
                            daarmee aantoonbaar een begin gemaakt; daarbij moet het duidelijk zijn
                            dat enerzijds de illegale situatie spoedig zal zijn beлindigd en
                            anderzijds het milieubelang het toelaat dat (nog) geen
                            bestuursrechtelijke maatregelen worden getroffen; - de overtreding is
                            niet binnen de gestelde termijn beлindigd, maar valt de overtreder niet
                            te verwijten (overmacht); - in ander verband zijn al afspraken gemaakt
                            over beлindiging van de overtreding (bijvoorbeeld bij een branchegewijze
                            aanpak van overtredingen); - na een opleveringscontrole kan blijken dat
                            er nog interpretatieverschillen bestaan over vergunningvoorschriften. In
                            de hierboven weergegeven situaties wordt stap 1 een tweede keer
                            doorlopen.</al><al>Als er nog geen sprake is van een adequaat niveau van de handhaving,
                            bijvoorbeeld in situaties waarin in nieuwe regels gelden en
                            duidelijkheid/voorlichting over voorschriften en de handhavingsstrategie
                            pas wordt gegeven bij een eerste mondelinge contact tijdens een
                            bedrijfsbezoek, dan wordt dit bezoek niet tot de eerste stap van het
                            stappenplan gerekend.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 8 Kernbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>In juli 1999 is door het Openbaar Ministerie het document ‘Strategie
                            Milieu’ opgesteld. In dit document hanteert het OM als uitgangspunt dat
                            het strafrecht in hoofdzaak dient te worden ingezet bij overtredingen
                            van ‘kernbepalingen’ in het milieurecht. Inzet van het strafrecht bij
                            overtreding van andere bepalingen wordt niet opportuun geacht, tenzij er
                            sprake is van bijzondere, vanuit strafrechtelijk oogpunt relevante
                            omstandigheden<sup>5</sup>. Onder kernbepalingen worden verstaan ‘die
                            bepalingen die binnen de regeling of vergunning waarvan zij deel
                            uitmaken, de kern vormen van de bescherming van de belangen waartoe die
                            regeling of vergunning strekt’<sup>6</sup>. In het strategiedocument is
                            alleen de definitie van het begrip kernbepaling opgenomen alsmede een
                            bijlage met een voorlopige lijst van landelijke kernbepalingen.</al><al>Niet aangegeven is welke kernbepalingen op welke (categorie van)
                            bedrijven of branches van toepassing zijn. Het is van belang dat de
                            bestuursrechtelijke en de strafrechtelijke bevoegde gezagen dezelfde
                            kernbepalingen als uitgangspunt voor de handhavingsstrategie hanteren.
                            Het aangeven van de gezamenlijke prioriteiten zal de doelmatigheid van
                            de handhaving vergroten.</al><al>Voorgesteld wordt om binnen Gelderland tot een afstemming te komen door
                            per handhavingssamenwerkingsproject, per gebiedsgericht thema of per
                            branche in overleg tussen de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke
                            handhavingspartners gezamenlijk een beperkt aantal kernbepalingen aan te
                            wijzen. Per bedrijf of branche kunnen namelijk verschillende
                            kernbepalingen van toepassing zijn, omdat ze juist voor dat specifieke
                            bedrijf of die branche van belang zijn. Een nadere uitwerking daarvan
                            maakt geen deel uit van deze handhavingsstrategie, maar dient plaats te
                            vinden binnen handhavingsprojecten die provinciebreed of in de regio’s
                            worden uitgevoerd of te worden toegevoegd aan bijvoorbeeld
                            toezichtsplannen. Verder heeft de projectgroep vastgesteld dat het
                            wenselijk is een provinciebrede lijst met kernbepalingen op te stellen
                            als nadere uitwerking van de voorlopige lijst met kernbepalingen zoals
                            die bij de OM-strategie is gepubliceerd; dit in navolging op hetgeen
                            waterkwaliteitsbeheerders hebben gedaan met kernbepalingen specifiek
                            voor de Wvo. Het streven is de lijst met provinciebrede kernbepalingen
                            in te brengen in de vergadering van het BHOG van mei 2001.</al><al>Bij de strafrechtelijke afdoening van overtredingen van milieuwet- en
                            regelgeving is het van belang in hoeverre sprake is van overtreding van
                            gezamenlijk vastgestelde kernbepalingen of van “overige” bepalingen
                            (niet-kernbepalingen). De strafrechtelijk afdoening verschilt voor beide
                            situaties. In de hoofdstukken 9 (stappen bij kernbepalingen) en 10
                            (stappen bij overige bepalingen) is dit nader uitgewerkt.</al><al>Voor het bevoegde gezag betekent dit dat het toezicht op de naleving van
                            de gezamenlijk vastgestelde kernbepalingen intensiever kan zijn dan het
                            toezicht op de naleving van de overige bepalingen. Dit is echter een
                            bestuurlijke keuze en afhankelijk van de wijze waarop gezamenlijke
                            handhavingsprojecten worden opgezet en uitgevoerd.</al><al>Constatering van een overtreding van een kernbepaling betekent voor het
                            bestuur niet automatisch dat wordt afgeweken van het in hoofdstuk 6.
                            beschreven twee-stappenplan, tenzij de overtreding leidt tot (dreiging)
                            van acute milieuschade of sprake is van ййn van de andere situaties
                            waarbij direct bestuurlijk wordt opgetreden. Wel dient het bestuur
                            (toezichthouder) een overtreding van een kernbepaling altijd te melden
                            bij de politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). Verder kan
                            een overtreding van een kernbepaling, wat duidelijk iets zegt over de
                            milieurelevantie van het voorschrift, meewegen bij het bepalen van de
                            hoogte van het dwangsombedrag.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 9 Stappen in de strafrechtelijke handhaving van gezamenlijk
                            vastgestelde kernbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Met inachtneming van het vorenstaande, zal de strafrechtelijke
                            handhaving bij overtreding van kernbepalingen op de navolgende wijze
                            plaatsvinden. Bij constatering van een overtreding van een kernbepaling
                            wordt direct proces-verbaal opgemaakt, tenzij de overtreding niet
                            doelbewust is begaan, het een kennelijk incident betreft of het gevolg
                            gering van omvang is.</al><al>Als de overtreding niet door een toezichthouder maar door een
                            opsporingsambtenaar wordt geconstateerd en vastgelegd in een
                            proces-verbaal, dan zet de officier van justitie bij de afwikkeling van
                            het proces-verbaal de vervolgstappen pas nadat afstemming heeft
                            plaatsgehad met het bestuurlijk bevoegde gezag.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 10 Stappen in de strafrechtelijke handhaving van overige
                            bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Hiervoor is al aangegeven dat het OM strafrechtelijk optreden in de
                            regel niet opportuun acht, als er sprake is van overtreding van andere
                            bepalingen dan gezamenlijk vastgestelde kernbepalingen, tenzij er naar
                            het oordeel van de officier van justitie sprake is van strafrechtelijk
                            relevante omstandigheden. Deze omstandigheden zijn<sup>7</sup>:</al><lijst><li nr="a."><al> directe aantasting of bedreiging in betekenende mate van het
                                    milieu of de openbare gezondheid, de geloofwaardigheid van de
                                    overheid, eerlijke concurrentie, overheidscontrole, of</al></li><li nr="b."><al> de handelwijze van de overtreder duidt op een calculerende of
                                    malafide instelling, of</al></li><li nr="c."><al> er bestaat een aanmerkelijke kans dat door niet optreden de
                                    overtreding op grotere schaal navolging vindt, of</al></li><li nr="d."><al> de overtreding komt reeds op een zodanige schaal voor dat
                                    cumulatie van ongewenste effecten kan optreden, terwijl er geen
                                    bestuurlijk bevoegd gezag is dat doeltreffend kan optreden,
                                    of</al></li><li nr="e."><al> internationaal recht dwingt tot handhavend optreden en er is
                                    geen bestuurlijk bevoegd gezag dat doeltreffend kan
                                    optreden.</al></li></lijst><al>Daarnaast is in het verleden door bestuurlijke overheden geconstateerd
                            dat de strafrechtelijke aanpak in een aantal situaties effectiever is
                            dan de bestuursrechtelijke. Dat zijn situaties waarin of waarbij:</al><lijst><li nr="f."><al> een lik-op-stukaanpak nodig is, of</al></li><li nr="g."><al> sprake is van recidive, waarbij een dwangsom niet afdoende
                                    afschrikt, of</al></li><li nr="h."><al> sprake is van fraude en overige economische delicten, of</al></li><li nr="i."><al> sprake is van financieel voordeel, of</al></li><li nr="j."><al> de mogelijkheden tot controle onmogelijk zijn gemaakt (bijv.
                                    een werk is aangelegd zonder vooraf te zijn gemeld en uit de
                                    administratie is niet meer of onvoldoende te achterhalen wat
                                    voor grond e.d. is gebruikt).</al></li></lijst><al>Voorgesteld wordt dat het bestuur de officier van justitie informeert,
                            als de hiervoor omschreven omstandigheden a t/m j zich voordoen. Met
                            inachtneming van het vorenstaande, kan de strafrechtelijke handhaving er
                            als volgt uitzien: - het OM zal de bestuurlijke waarschuwingsbrief (stap
                            1 bestuurlijke handhaving) door middel van een zgn. flankeerbrief
                            ondersteunen. Daarbij wordt de betrokkene meegedeeld dat bij voortduring
                            van de overtreding (ook) strafrechtelijk zal worden opgetreden; - als
                            bij hercontrole blijkt dat de overtreding nog steeds voortduurt en/of
                            opnieuw wordt geconstateerd, wordt proces-verbaal opgemaakt. Als de
                            overtreding niet door een toezichthouder maar door een
                            opsporingsambtenaar wordt geconstateerd en vastgelegd in een
                            proces-verbaal, dan zet de officier van justitie bij de afwikkeling van
                            het proces-verbaal de vervolgstappen pas nadat afstemming heeft
                            plaatsgehad met het bestuurlijk bevoegde gezag.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoofdstuk 11 Afstemming bestuursrecht - strafrecht</titel></kop><structuurtekst><al>In de vorige hoofdstukken zijn de stappen in zowel de bestuurlijke als
                            de strafrechtelijke handhavingsaanpak uitgebreid beschreven. Ook is
                            aangegeven op welke wijze “kernbepalingen” worden uitgewerkt. Hieronder
                            is nog eens in schema’s weergegeven op welke wijze door het bestuur en
                            het Openbaar Ministerie gehandhaafd wordt bij overtredingen.</al><al><vet>ACUUT MILIEUGEVAAR/CALAMITEITEN</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>Bestuur</al></entry><entry><al>OM</al></entry></row><row><entry><al>Kennelijk incident en betrokkene treft zelf
                                                maatregelen</al></entry><entry><al>Treedt vooralsnog niet op</al></entry><entry><al>Stemt af met bestuur. Eventueel proces-verbaal</al></entry></row><row><entry><al>Overige gevallen</al></entry><entry><al>Onmiddellijk een handhavingsbeschikking (meestal
                                                bestuursdwang)(par. 7a)</al></entry><entry><al>Stemt af met bestuur. Proces-verbaal en eventueel
                                                voorlopige maatregel</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>OVERTREDING VAN KERNBEPALING</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><tbody><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>Stap</al></entry><entry><al>Bestuur</al></entry><entry><al>OM</al></entry></row><row><entry><al>1</al></entry><entry><al><vet>Bedrijfsbezoek.</vet> Overtreding wordt
                                                geconstateerd. Melding overtreding aan politie of
                                                boa</al></entry><entry><al>Brief waarin termijn wordt gesteld en met
                                                bestuursrechtelijke maatregelen wordt gedreigd.
                                                Kopie brief aan OM</al></entry><entry><al>Proces-verbaal wordt opgemaakt, ingeval doelbewust,
                                                of geen incident of niet gering van omvang;
                                                eventueel voorlopige maatregel</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>Flankeerbrief ingeval niet doelbewust, of kennelijk
                                                incident, of gering van omvang</al></entry></row><row><entry><al>2</al></entry><entry><al><vet>Hercontrole.</vet> Overtreding duurt voort,
                                                maar een van de onder 7b genoemde situaties doet
                                                zich voor</al></entry><entry><al>Brief waarin gemotiveerd een nieuwe termijn wordt
                                                gesteld en met bestuursrechtelijke maatregelen wordt
                                                gedreigd. Kopie brief aan OM</al></entry><entry><al>Eventueel proces-verbaal op basis van
                                                flankeerbrief</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al><vet>Hercontrole.</vet> Dezelfde overtreding wordt
                                                opnieuw geconstateerd</al></entry><entry><al>Dwangsom- of bestuursdwangbeschikking. Kopie
                                                beschikking aan OM</al></entry><entry><al>Proces-verbaal op basis van flankeerbrief</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al><vet>Nazorg</vet>. Na van kracht worden
                                                handhavingsbeschikking en verstrijken
                                                begunstigingstermijn</al></entry><entry><al>Effectueren
                                                bestuursdwangbeschikking/verbeurdverklaren en innen
                                                dwangsommen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>OVERTREDING OVERIGE BEPALINGEN</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><tbody><row><entry><al>-</al></entry><entry><al>Stap</al></entry><entry><al>Bestuur</al></entry><entry><al>OM</al></entry></row><row><entry><al>1</al></entry><entry><al><vet>Bedrijfsbezoek</vet>. Overtreding wordt
                                                geconstateerd</al></entry><entry><al>Brief waarin termijn wordt gesteld en met
                                                bestuursrechtelijke maatregelen wordt gedreigd.
                                                Kopie brief aan OM</al></entry><entry><al>Flankeerbrief, indien er sprake is van de
                                                omstandigheden 10a t/m j. 10a t/m j niet van
                                                toepassing, geen bemoeienis OM</al></entry></row><row><entry><al>2</al></entry><entry><al><vet>Hercontrole</vet>. Overtreding duurt voort,
                                                maar een van de onder 7b genoemde situaties doet
                                                zich voor</al></entry><entry><al>Brief waarin gemotiveerd een nieuwe termijn wordt
                                                gesteld en met bestuursrechtelijke maatregelen wordt
                                                gedreigd. Kopie brief aan OM, indien 10a t/m j van
                                                toepassing</al></entry><entry><al>Eventueel proces-verbaal op basis van
                                                flankeerbrief</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al><vet>Herontrole</vet>. Dezelfde overtreding wordt
                                                opnieuw geconstateerd. Melding overtreding aan
                                                politie of boa</al></entry><entry><al>Dwangsom- of bestuursdwangbeschikking. Kopie
                                                beschikking aan OM</al></entry><entry><al>Indien 10a t/m j van toepassing, proces-verbaal
                                                wordt opgemaakt</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry><al><vet>Nazorg</vet>. Na van kracht worden
                                                handhavingsbeschikking en verstrijken
                                                begunstigingstermijn</al></entry><entry><al>Effectueren
                                                bestuursdwangbeschikking/verbeurdverklaren en innen
                                                dwangsommen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><sup>1 </sup>Hierna aangeduid als het convenant</al><al><sup>2 </sup>Zie pagina 10, Strategie Milieu, Openbaar Ministerie juli
                            1999</al><al><sup>3 </sup>Voor de volledigheid worden hier ook gedoogbeschikkingen
                            genoemd. De meeste bestuurlijke overheden zien gedoogbeschikkingen als
                            een bijzonder soort handhavingsbeschikkingen. In het verleden zijn voor
                            deze beschikkingen reeds afstemmingsafpraken gemaakt tussen de
                            bestuurlijke en strafrechtelijke instanties. Deze afspraken staan niet
                            ter discussie en worden hier slechts voor de volledigheid weergegeven.
                            Afgesproken is dat bij de voorbereiding van gedoogbeschikkingen
                            afstemming tussen het bevoegde gezag enerzijds en het OM en de IMH Oost
                            anderzijds, zal plaatsvinden. Hiermee wordt voorkomen dat de ene
                            overheid een gedoogbeschikking verleent en de andere overheid bezig is
                            met een strafrechtelijk onderzoek, zonder dat ze het vooraf van elkaar
                            weten. Let wel, het gaat hier slechts om afstemming, niet om wederzijdse
                            instemming.</al><al><sup>4 </sup>In situaties die spoedeisend zijn, kan het bestuur
                            rauwelijks bestuursdwang toepassen, d.w.z. het bestuur gaat terstond,
                            zonder de beschikking eerst op schrift te stellen, over tot het
                            effectueren van de maatregelen die nodig zijn om verdere schade voor het
                            milieu te voorkomen. Bijvoorbeeld het stilleggen van een installatie die
                            onaanvaardbaar hoge emissies veroorzaakt, het afgraven van
                            verontreinigde grond om aantasting van het grondwater te voorkomen, etc.
                            Uiteraard gaat het bestuur hiertoe niet over, als de overtreder bereid
                            is deze maatregelen zelf met spoed te treffen.</al><al><sup>5 </sup>Zie pagina 14 van de “Strategie Milieu” Openbaar Ministerie
                            juli 1999</al><al><sup>6 </sup>Zie pagina’s 13 en 31 van de “Strategie Milieu” Openbaar
                            Ministerie juli 1999</al><al><sup>7 </sup>Zie pagina’s 14 en 32 van de ‘Strategie Milieu’ Openbaar
                            Ministerie juli 1999</al></structuurtekst></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Gedeputeerde Staten van Gelderland</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>