<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR111728_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening WWB-WIJ gemeente Schiedam 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening WWB-WIJ gemeente Schiedam 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikelen 7, 8, 10 en 10a van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 12 van de Wet investeren in jongeren</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR100/2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bieden van ondersteuning en voorzieningen bij arbeidsinschakeling</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels re-integratie gemeente Schiedam.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Schiedam 2004.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening WWB-WIJ gemeente Schiedam 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>WWB: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>WIJ: de Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="c."><al>IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werknemers;</al></li><li nr="d."><al>IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="e."><al>doelgroep: de personen aan wie op grond van artikel 7, eerste
                                    lid onder a, artikel 10 derde lid onder a WWB, de artikelen 11,
                                    34 en 36 IOAW, de artikelen 11, 34 en 36 IOAZ en artikel 13 WIJ,
                                    door het college ondersteuning en voorzieningen kunnen worden
                                    geboden bij arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="f."><al>belanghebbende: de belanghebbende bedoeld in artikel 1:2, eerste
                                    lid Algemene wet bestuursrecht (Awb) die tot de doelgroep
                                    behoort;</al></li><li nr="g."><al>werkleeraanbod: het aan jongeren tot 27 jaar aanbieden van
                                    algemeen geaccepteerde arbeid, een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling, waaronder begrepen scholing, opleiding of
                                    sociale activering alsmede ondersteuning bij
                                    arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="h."><al>voorziening: een voorziening zoals bedoeld in artikel 7 eerste
                                    lid onder a WWB, artikel 35 IOAW en artikel 35 IOAZ en het
                                    werkleeraanbod zoals bedoeld in artikel 5 WIJ; </al></li><li nr="i."><al>algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid
                                    in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
                                    maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare
                                    orde of goede zeden;</al></li><li nr="j."><al>startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in
                                    artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, Wet
                                    educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen
                                    voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
                                    als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs; </al></li><li nr="k."><al>uitvoeringsplan: plan zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="l."><al>voorliggende voorziening: een voorliggende voorziening als
                                    bedoeld in artikel 5, onder e WWB.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>- Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening vindt nadrukkelijk mede haar grondslag in de bepalingen
                            van de EG-verordeningen inzake werkgelegenheidssteun, met name waar het
                            betreft de vormgeving van het bepaalde in artikel 7 ten aanzien van
                            gesubsidieerde arbeid en loonkostensubsidies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- Opdracht college en aanspraken doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingevolge artikel 7 WWB, artikel 11 WIJ, artikel 34 IOAW en artikel
                                34 IOAZ biedt het college ondersteuning bij de arbeidsinschakeling
                                aan leden van de doelgroep en zorgt voor een voldoende gevarieerd
                                aanbod van voorzieningen. Het college houdt daarbij rekening met de
                                aard en de omvang van door het college te bepalen doelgroepen en de
                                voorzieningen die het meest geschikt zijn voor de leden van die
                                doelgroepen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij het bepalen van het aanbod van voorzieningen
                                prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en
                                met maatschappelijke, economische en conjuncturele
                                ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college doet een aanbod dat past binnen de kaders die gesteld
                                zijn in de op het lid van de doelgroep van toepassing zijnde wet,
                                deze verordening en het in artikel 3 genoemde uitvoeringsplan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Leden van de doelgroep jonger dan 27 jaar hebben recht op een
                                werkleeraanbod op grond van artikel 12 van de WIJ.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Leden van de doelgroep van 27 jaar of ouder hebben op grond van de
                                op hen van toepassing zijnde wet ingevolge artikel 10 WWB, artikel
                                34 IOAW en artikel 34 IOAZ aanspraak op ondersteuning bij
                                arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college
                                noodzakelijk geachte voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>- Uitvoeringsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                jaarlijks een uitvoeringsplan vast, waarin de doelstellingen, de
                                instrumenten en voorzieningen, het beschikbare budget en de daarmee
                                te behalen resultaten worden aangegeven<vet>;</vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het uitvoeringsplan bevat een omschrijving van het beleid ten
                                aanzien van de arbeidsinschakeling en de wijze waarop aandacht wordt
                                besteed aan doelgroepen; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zendt eenmaal per jaar aan de raad een verslag over de
                                doeltreffendheid en de effecten van het beleid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>- Verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de doelgroep aan wie door het college een voorziening
                                wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de doelgroep die deelneemt aan een voorziening is
                                gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de op hem van
                                toepassing zijnde wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen,
                                deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan
                                de aangeboden voorziening heeft verbonden;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij niet nakoming van de verplichtingen als bedoeld in het eerste en
                                tweede lid kan het college het werkleeraanbod herzien of intrekken
                                of voor zover leden van de doelgroep een uitkering (of
                                inkomensvoorziening) ingevolge de WWB, IOAW, IOAZ of WIJ ontvangen,
                                deze uitkering (of inkomensvoorziening) verlagen conform hetgeen
                                hierover is bepaald in de maatregelenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>- Subsidieplafonds en plafonds betreffende voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in het uitvoeringsplan een of meer subsidieplafonds
                                - of plafonds betreffende voorzieningen vaststellen; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bereiken van de in lid 1 bedoelde plafonds wordt een naar
                                het oordeel van het college passende ondersteuning aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>- Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt in beleidsregels vast welke voorzieningen in ieder
                                geval aangeboden kunnen worden, alsmede de voorwaarden die daarbij
                                gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere
                                bepalingen zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                                uit de van toepassing zijnde wet en deze verordening, aan een
                                voorziening nadere verplichtingen verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>- Beëindiging of intrekking van een voorziening of
                                werkleeraanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                        verplichting als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, 17
                                        en 18, eerste en tweede lid WWB, artikel 37, eerste lid
                                        IOAW, artikel 37, eerste lid IOAZ en of artikel 30c van de
                                        Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet
                                        nakomt;</al></li><li nr="b."><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                        doelgroep;</al></li><li nr="c."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
                                        voorziening;</al></li><li nr="d."><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                        onvoldoende bijdraagt aan een snelle duurzame
                                        arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan het werkleeraanbod zoals intrekken of herzien zoals
                                bedoeld in artikel 21 WIJ, waarbij het college in eerste instantie
                                bij voorrang toepassing geeft aan de maatregelenverordening WWB en
                                WIJ zoals bedoeld in artikel 12, eerste lid onder b WIJ.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>- Vergoedingen</titel></kop><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor noodzakelijke kosten bij
                            arbeidsinschakeling voorzover daarvoor geen beroep op een voorliggende
                            voorziening kan worden gedaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>- Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>– Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2010 onder
                            gelijktijdige intrekking van “De Re-integratieverordening Wet werk en
                            bijstand gemeente Schiedam 2004”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>- Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Re-integratieverordening
                            gemeente Schiedam 2010”.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare
                        vergadering van </ondertekening><ondertekening>17 december 2009</ondertekening><ondertekening>de griffier, J. Gordijn </ondertekening><ondertekening>de voorzitter, W.M. Verver Aartsen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting bij de Re-integratieverordening gemeente Schiedam</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 - Begrippen</tussenkop><al>Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wet
                    werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                    arbeidsongeschikte werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet investeren in jongeren.</al><al>De omschrijving van de doelgroep is zodanig dat de aanspraak op ondersteuning
                    alleen geldt voor personen woonachtig in Schiedam.</al><al>Het begrip voorliggende voorziening is een begrip dat alleen in de WWB voorkomt
                    en houdt in dat als er ondersteuning en/of een voorziening kan worden geboden
                    die gezien haar aard en doel toereikend en passend is, geen recht bestaat op
                    ondersteuning en/of een voorziening op grond van de WWB. </al><tussenkop>Artikel 2 - Reikwijdte</tussenkop><al>Bij de bepaling van het beleid op het gebied van gesubsidieerde arbeid zal
                    rekening moeten</al><al>worden gehouden met Europese regelgeving omtrent staatssteun. Het geven van
                    dergelijke</al><al>steun is aan regels gebonden om ervoor te waken dat er tussen, maar ook binnen,
                    de</al><al>lidstaten geen sprake is van concurrentievervalsing. Het verstrekken van
                    subsidie aan</al><al>bedrijven, ook de financiering van detacheringsbanen, kan onder omstandigheden
                    vallen onder het begrip staatssteun. Indien dat bij de loonkostensubsidie die de
                    gemeente verstrekt het geval is, zal de gemeente zich houden aan de bepaling van
                    de betreffende EG-verordeningen omtrent werkgelegenheidssteun.</al><tussenkop>Artikel 3 - Opdrachtcollege en aanspraken doelgroep</tussenkop><al>De WWB, IOAW, IOAZ en de Wij geven aan het college de verantwoordelijkheid voor
                    het bieden van ondersteuning aan de doelgroep. Hoewel leden van de doelgroep
                    aanspraak kunnen maken op ondersteuning is er geen afdwingbaar recht op
                    ondersteuning op de manier zoals zij het zich bij voorkeur zouden wensen. Er
                    geldt wel een onderscheid, in de WIJ wordt gesproken over een recht op een
                    werkleeraanbod, terwijl bij de WWB, IOAZ en IOAW wordt gesproken over een
                    aanspraak op. Wat betreft de WIJ zal gezorgd worden dat jongeren tot 27 jaar in
                    principe altijd beschikken over een werkleeraanbod.</al><al>Het is aan het college om te zorgen voor een voldoende aanbod van voorzieningen,
                    maar het college heeft daarbij te maken met beperkte middelen terwijl de vraag
                    naar voorzieningen afhankelijk is van een veelheid aan sociaal-economische
                    factoren.</al><al>Overigens kan een aanspraak op een voorziening niet geweigerd worden om reden
                    dat het budget ontoereikend is: er dient ten minste een alternatief voorhanden
                    te zijn in de vorm van klantmanagement waarbij praktische hulp wordt geboden en
                    advies wordt gegeven of doorverwijzing naar andere instanties plaatsvindt.</al><al>Bij de WIJ bestaat recht op een werkleeraanbod. Dit is een verschil met de WWB,
                    waarbij het college ondersteuning moet bieden en daarbij voorzieningen
                        <onderstreept>kan</onderstreept> inzetten. Onder de WIJ kan het college dus
                    geen werkleeraanbod weigeren. Wel kan het college uiteraard kiezen voor sobere
                    voorzieningen op het moment dat daar een budgettaire aanleiding voor is.</al><al>Ook kan het college besluiten geen aanbod te doen aan WWB-gerechtigden als het
                    college van mening is dat een voorziening niet noodzakelijk is omdat de persoon
                    direct aan het werk kan. Wat betreft WIJ-gerechtigden moet het college het
                    werkleeraanbod afstemmen op de mogelijkheden van de jongere. Als de jongere niet
                    in staat is tot het aanvaarden van een werkleeraanbod om lichamelijke,
                    geestelijke of sociale redenen kan het college afzien van een aanbod. Als een
                    jongere zijn verplichtingen niet nakomt, bijvoorbeeld niet wil meewerken aan het
                    (tot stand komen van een) werkleeraanbod, doet het college ook geen aanbod.</al><tussenkop>Artikel 4 - Uitvoeringsplan</tussenkop><al>Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening jaarlijks een
                    uitvoeringsplan vast, waarin de doelstellingen, het beschikbare budget en de
                    daarmee te behalen resultaten worden aangegeven<vet>.</vet></al><al>Het uitvoeringsplan voor het nieuwe jaar wordt tegelijkertijd met de begroting
                    voor dat nieuwe jaar vastgesteld.</al><al>Het derde lid biedt de basis voor de verantwoording van het beleid. De WWB geeft
                    aan dat het college elk jaar een ”beeld van de uitvoering” aan de minister moet
                    sturen. Dit betreft een louter financiële verantwoording, daarnaast vindt
                    jaarlijkse een verantwoording van de rechtmatigheid (uitvoering in
                    overeenstemming met de gelden regels) plaats richting de minister van
                    Binnenlandse Zaken. Deze verantwoording draagt de naam SISA (Single information
                    Single audit) en bestaat uit de jaarrekening, de accountantsverklaring en een
                    bijlage. De verantwoording van WWB, IOAW, IOAZ en de WIJ is daar een onderdeel
                    van. Tenslotte vindt er een verantwoording van de doelmatigheid plaats waarin de
                    effecten van het re-integratiebeleid worden verantwoord aan de raad. Dit gebeurt
                    eens per jaar. </al><tussenkop>Artikel 5 - Verplichtingen</tussenkop><al>Tegenover het recht op ondersteuning en/of een voorziening en/of een uitkering
                    staan de verplichtingen zoals genoemd in de van toepassing zijnde wetten, de Wet
                    Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede de
                    verplichtingen die het college aan de aangeboden ondersteuning, voorziening
                    en/of uitkering heeft verbonden. </al><al>Artikel 21 WIJ biedt de mogelijkheid om het werkleeraanbod bij niet nakomen van
                    de verplichtingen in te trekken of te beëindigen. </al><al>In het derde lid wordt de verbinding met de maatregelenverordening gelegd. Deze
                    maatregelenverordening regelt het opleggen van een maatregel indien het lid van
                    de doelgroep niet aan zijn verplichtingen voldoet. Deze maatregel bestaat uit
                    het verlagen van de uitkering/inkomensvoorziening met een bepaald percentage en
                    voor een bepaalde duur. In het geval van de WIJ bestaan dus twee mogelijkheden:
                    intrekking of beëindiging van het werkleeraanbod of het toepassen van een
                    maatregel op grond van de maatregelen-verordening. Het intrekken van het
                    werkleeraanbod betekent automatisch ook het intrekken van de inkomensvoorziening
                    (artikel 42, eerste lid onder f WIJ). In Schiedam is het beleid m.b.t. de inzet
                    van beide instrumenten als volgt:</al><tussenkop>Toepassing van de maatregelenverordening bij:</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het niet nakomen van de arbeidsverplichtingen</al></li><li nr="2."><al>Het niet nakomen van de inlichtingenplicht</al></li><li nr="3."><al>Overige gedragingen die leiden tot een maatregel</al></li></lijst><al>Bovenstaande gedragingen en de daarbij horende maatregelen zijn nader beschreven
                    in de maatregelenverordening.</al><tussenkop>Intrekking of beëindiging van het werkleeraanbod:</tussenkop><al>Pas wanneer een jongere herhaaldelijk de verplichtingen niet nakomt en
                    maatregelen geen effect hebben kan voor dit uiterste middel worden gekozen. In
                    de praktijk zal dit betekenen dat in de meeste gevallen het verwijtbare gedrag
                    van jongeren via het maatregelenbeleid wordt benaderd. Het is van groot belang
                    het contact met jongeren zo lang mogelijk te behouden; intrekking betekent dat
                    er geen contact meer met de jongere is. Als een jongere tot drie keer toe binnen
                    12 maanden een gedraging van de tweede of vierde categorie vertoont, wordt bij
                    de derde maal het werkleeraanbod ingetrokken. Daarmee vervalt ook het recht op
                    de inkomensvoorziening.</al><tussenkop>Artikel 6 - Subsidieplafonds en plafonds betreffende
                    voorzieningen</tussenkop><al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, een verdeling maken van
                    de middelen over de verschillende voorzieningen. Dit kan in het uitvoeringsplan
                    gebeuren (zie artikel 3). De naderende uitputting van begrotingsposten kan
                    echter nooit een reden zijn om aanvragen voor voorzieningen te weigeren. Om dat
                    wel mogelijk te maken kan de gemeente bij verordening subsidieplafonds en
                    plafonds betreffende voorzieningen instellen.</al><al>De WWB stelt dat het ontbreken van financiële middelen alleen geen reden kan
                    zijn voor de afwijzing van een aanvraag om ondersteuning, voorzieningen of een
                    uitkering. De gemeente dient dan na te gaan welke alternatieven er beschikbaar
                    zijn. Dit houdt dus in dat er geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat
                    wel kan is dat per voorziening een plafond wordt ingebouwd. Dit laat de
                    mogelijkheid open dat er naar het oordeel van het college een andere
                    noodzakelijk geachte voorziening wordt aangeboden. Er dient ten minste een
                    alternatief voorhanden te zijn. Dit kan zijn in de vorm van klantmanagement
                    waarbij praktische hulp wordt geboden en advies wordt gegeven, of doorverwijzing
                    naar andere instanties plaatsvindt.</al><al>Bij dit artikel wordt uitgegaan van de bevoegdheid van het college om plafonds
                    in te stellen. Een mogelijkheid is dat bij de vaststelling van de plafonds wordt
                    verwezen naar de bedragen die in het uitvoeringsplan of in de begroting voor de
                    verschillende voorzieningen worden gereserveerd. Een subsidieplafond geldt voor
                    voorzieningen die in de vorm van subsidies worden aangeboden. Een
                    subsidieplafond dient wel bekendgemaakt te worden vóór de periode waarvoor deze
                    geldt (art. 4:27 lid 1 Awb). Een plafond betreffende voorzieningen geldt voor de
                    overige uitgaven die het college doet in het kader van voorzieningen.</al><tussenkop>Artikel 7 - Algemene bepalingen over voorzieningen</tussenkop><al>In de lijn van het systeem van deze verordening strekt dit artikel ertoe enkele
                    zaken te regelen die te maken hebben met de voorzieningen. Het gaat daarbij in
                    principe om de volgende voorzieningen: </al><lijst><li nr="a."><al>Werkstages</al></li><li nr="b."><al>Opstapbanen</al></li><li nr="c."><al>Loonkostensubsidies aan werkgevers</al></li><li nr="d."><al>Vangnetbanen</al></li><li nr="e."><al>Uitstroompremies aan werkgevers,</al></li><li nr="f."><al>Stimuleringspremies</al></li><li nr="g."><al>Werkaanvaardingspremies</al></li><li nr="h."><al>Premies voor vrijwilligerswerk</al></li><li nr="i."><al>Inkomstenvrijlating. </al></li><li nr="j."><al>Sociale activering (als opstap naar werk), </al></li><li nr="k."><al>Scholing </al></li><li nr="l."><al>Nazorg</al></li></lijst><al>Voor deze voorzieningen zijn nadere beleidsregels (Beleidsregels re-integratie
                    gemeente Schiedam 2010) opgesteld. Deze beleidsregels worden ter vaststelling
                    aan het college aangeboden na vaststelling van deze re-integratieverordening
                    door de gemeenteraad.</al><al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om aan een voorziening nadere
                    verplichtingen te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van diverse aard zijn. Zo
                    kan bepaald worden dat betrokkene gedurende het traject op gezette tijden met de
                    klantmanager de voortgang bespreekt. Of dat de client meewerkt aan een bepaald
                    onderzoek.</al><tussenkop>Artikel 8 - Beëindiging of intrekking van een voorziening of
                    werkleeraanbod</tussenkop><al>Het eerste lid geeft aan in welke gevallen het college een voorziening kan
                    beëindigen. Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het stopzetten van de
                    subsidie aan een werkgever of het opzeggen van de arbeidsovereenkomst bij een
                    opstapbaan. Bij deze laatste wijze van beëindigen dienen vanzelfsprekend de
                    toepasselijke bepalingen uit het arbeidsrecht en de eventueel aanwezige
                    rechtspositieregeling in acht te worden genomen.</al><al>Een bijzonder aandachtspunt is hier het uitbesteden van voorzieningen aan
                    re-integratiebedrijven. Immers, bij uitbesteden wordt een deel van de regie uit
                    handen gegeven. Het verdient dan ook aanbeveling dat in het contract met het
                    re-integratiebedrijf wordt verklaard dat deze re-integratieverordening van
                    toepassing is.</al><al>In het tweede lid wordt duidelijk dat het Werkleeraanbod zoals bedoeld in de WIJ
                    ingetrokken of herzien kan worden. Dit kan in gevallen waarbij de omstandigheden
                    of de geschiktheid voor het werkleeraanbod van de jongere zijn veranderd of hij
                    zijn verplichtingen niet nakomt . Ook kan een jongere worden uitgesloten van het
                    recht op een werkleeraanbod als hij zich herhaaldelijk ernstig misdraagt. Het
                    college past in eerste instantie de maatregelen-verordening toe omdat deze
                    voldoende mogelijkheden biedt voor een bij de gedraging gepaste maatregel. </al><tussenkop>Artikel 9 - Vergoedingen</tussenkop><al>Het is denkbaar dat de gemeente besluit noodzakelijke kosten te vergoeden die
                    verband houden met arbeidsinschakeling, voor zover daarvoor geen beroep op
                    voorliggende voorzieningen kan worden gedaan.</al><tussenkop>Artikel 10 - Hardheidsclausule</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 11 - Inwerkingtreding</tussenkop><al>Met het vaststellen van deze verordening kan de huidige verordening worden
                    ingetrokken. Deze verordening is van kracht geworden met de invoering van de
                    WWB. De WIJ betekent een uitbreiding van regimes. Er is bewust voor gekozen de
                    bestaande WWB verordening te integreren met de verordeningplicht van de
                    WIJ.</al><tussenkop>Artikel 12 - Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>