<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR111604_1</dcterms:identifier><dcterms:title>De verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Vijfsluizen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Verzameling belas-ting- en retributiever-verordeningen en publicatie huis-aan-huisblad Maasstad op 6 januari 2010 en 03-02-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening BI-zone Vijfsluizen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 1, eerste lid en artikel 7, vierde lid, van de Experimentenwet Bedrijven Investeringszones (BI-zones).</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet .</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">De Uitvoeringsovereenkomst tussen de gemeente Schiedam en Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR 106/2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>de verordening bi-zone vijfsluizen 2010</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Vijfsluizen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>BI-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de
                                    gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; </al></li><li nr="b."><al>de wet: de Experimentenwet BI-zones;</al></li><li nr="c."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="d."><al>Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Schiedam en
                                    Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen gesloten
                                    Uitvoeringsovereenkomst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing stichting</titel></kop><al>De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen wordt aangewezen als stichting
                            als bedoeld in artikel 7 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Gebiedsomschrijving</titel></kop><al>De Bi-zone betreft het bedrijvenpark Vijfsluizen met uitzondering van
                            het Mammoetterrein en omvat de volgende straten: Jan Evertsenweg, Karel
                            Doormanweg, Jan van Galenstraat, Piet Heinstraat, Adriaan Banckertstraat
                            en Daniël Pichotstraat.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Belastingbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die zijn
                            gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke
                            kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de
                            BI-zone. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt gedurende een periode van vijf jaren jaarlijks
                                geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die
                                niet in hoofdzaak tot woning dienen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degenen die bij het begin van het
                                kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet
                                krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht,
                                gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het tweede lid wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
                                        in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als
                                        zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                                        gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene
                                        die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is
                                        bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan
                                        wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet
                                in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de toepassing van de
                                vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
                                kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld,
                                tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient,
                                wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de
                                Wet waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning
                                dient.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de
                                waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in
                                hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak
                                die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van
                                de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject
                                vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 5,
                                tweede lid, van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet
                                waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 7 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet
                                reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde
                                waarde, de waarde van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor
                                de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als
                                voedingsbodem te gebruiken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of
                                teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de
                                in onderdeel a bedoelde grond;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                                levensbeschouwelijke aard;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet
                                van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                                voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
                                Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende
                                gebouwde eigendommen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                                zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                                volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg
                                uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
                                worden;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                                organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                rechtspersonen;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden
                                zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                                toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn
                                aan te merken;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde
                                eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten
                                gerieve of in het belang van het publiek ten dienste van het verkeer
                                of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken,
                                abri’s , hekken en palen;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 7 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten
                                van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in
                                hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt € 0,80 per € 1.000,- van de
                            heffingsmaatstaf. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                worden de aanslagen betaald binnen drie maanden na de dagtekening
                                van het aanslagbiljet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Subsidiebepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene
                            subsidieverordening niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt verstrekt aan de Stichting Ondernemersfonds
                                Vijfsluizen voor de uitvoering van de activiteiten die zijn
                                opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst c.q. het Businessplan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie wordt vastgesteld op het geraamde bedrag van de
                                BIZ-bijdragen die in de in artikel 5, eerste lid, bedoelde periode
                                worden geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van betalen</titel></kop><al>De subsidie wordt jaarlijks betaald in vier gelijke
                            voorschottermijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Melding van relevante wijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen stelt het college zo
                                spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan
                                ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Stichting Ondernemersfonds Vijfsluizen stelt het college zo
                                spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de
                                statuten, dan wel van verandering of beëindiging van
                                activiteiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Delegatie van de bevoegdheid tot intrekken of wijzigen
                                subsidievaststelling</titel></kop><al>Het college is bevoegd tot het intrekken of ten nadele van de ontvanger
                            wijzigen van de subsidievaststelling bedoeld in artikel 4:49 van de
                            Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op een door het college te
                                    bepalen tijdstip, dat gelegen is op een datum nadat van
                                    voldoende steun, als bedoeld in artikel 4 van de wet, is
                                    gebleken. </al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening BI-zone
                                    Vijfsluizen’.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare
                        vergadering van</ondertekening><ondertekening>de griffier, J. Gordijn </ondertekening><ondertekening>de voorzitter, W.M. Verver-Aartsen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>