<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR111378_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Cliëntenraad Participatiewet Schiedam 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-82645.html">Elektronisch Gemeenteblad, 31-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Cliëntenraad Participatiewet Schiedam 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 2, 18, 20, 21, toelichting</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR 64/2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordening cliëntenraad</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Cliëntenraad Participatiewet Schiedam 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving.</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de gemeente: de gemeente Schiedam;</al></li><li nr="b."><al>de raad: de cliëntenraad Participatiewet Schiedam;</al></li><li nr="c."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Schiedam;</al></li><li nr="d."><al>de wethouder: de wethouder met werk en inkomen in
                                    portefeuille;</al></li><li nr="e."><al>de afdelingsmanager: de afdelingsmanager(s) Werk en Inkomen
                                </al></li><li nr="f."><al>de onafhankelijk voorzitter: de voorzitter van de raad;</al></li><li nr="g."><al>leden: de leden van de raad.</al></li><li nr="h."><al>de adviseur: de door de gemeente beschikbaar gestelde adviseur
                                    ter ondersteuning van de raad;</al></li><li nr="i."><al>de cliënt: de persoon die een uitkering, voorziening en/of
                                    subsidie ontvangt op grond van een door de afdeling(en) Werk en
                                    Inkomen van de gemeente uitgevoerde wettelijke of aanvullende
                                    regeling;</al></li><li nr="j."><al>secretaris: de secretaris van de raad en tevens lid;</al></li><li nr="k."><al>penningmeester: de penningmeester van de raad en tevens
                                    lid;</al></li><li nr="l."><al>de belangenorganisatie: organisatie die de belangen behartigt
                                    van een doelgroep waarin ook cliënten zijn vertegenwoordigd en die een binding heeft met de
                                    gemeente Schiedam; </al></li><li nr="m."><al>de agendacommissie: de commissie gevormd door de voorzitter,
                                    adviseur en een vertegenwoordiger uit de raad;</al></li><li nr="n."><al>de informele vergadering: het overleg tussen de leden van de
                                    cliëntenraad;</al></li><li nr="o."><al>de formele vergadering: officieel beraad tussen gemeente en
                                    cliëntenraad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Doelstelling en taken van de raad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelstelling</titel></kop><al>Het doel van de raad is het behartigen van belangen van cliënten. De
                            leden kunnen daar waar nodig invloed uitoefenen op de uitvoering en (de
                            kwaliteit van) de dienstverlening door Werk en Inkomen. Ten behoeve van
                            dit doel wordt een organisatie in het leven geroepen onder de naam
                            cliëntenraad Participatiewet Schiedam.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken van de raad.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tot de taak van de raad wordt gerekend het gevraagd geven van
                                    adviezen aan de afdelingsmanager over beleidsvoorstellen in de
                                    oriënterende fase en het gevraagd en ongevraagd geven van
                                    adviezen over de uitvoering en (de kwaliteit van) de
                                    dienstverlening door Werk en Inkomen</al></li><li nr="2."><al>Tot de taak van de raad wordt eveneens gerekend het gevraagd en
                                    ongevraagd geven van adviezen aan het college over
                                    beleidsvoorstellen en op hoofdlijnen over de uitvoering en (de
                                    kwaliteit van) de dienstverlening door Werk en Inkomen </al></li><li nr="3."><al>De raad houdt periodiek een spreekuur ten behoeve van cliënten
                                    en toekomstige cliënten met als doel inzicht te krijgen in de
                                    taakuitvoering door Werk en Inkomen vanuit cliëntperspectief om
                                    daarmee de kwaliteit van de adviezen te vergroten. </al></li><li nr="4."><al>De adviezen zoals bedoeld in dit artikel strekken zich alleen
                                    uit tot aangelegenheden met een algemeen karakter.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Rechten van de raad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Initiatiefrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft het recht alle aangelegenheden die de uitvoering en
                                (de kwaliteit van) de dienstverlening door Werk en Inkomen raken in
                                de formele vergadering aan de orde te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad heeft, met inachtneming van artikel 3, het recht advies uit
                                te brengen over alle aangelegenheden die het beleid, de uitvoering
                                en (de kwaliteit van) de dienstverlening door Werk en Inkomen
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt jaarlijks voor 1 november aan de hand van het
                                afdelingsplan Werk en Inkomen een activiteitenplan op, inclusief
                                begroting dat door de afdelingsmanager namens het college
                                geaccordeerd dient te worden. In de planning is het afdelingsplan
                                Werk en Inkomen leidend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Informatierecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad wordt geïnformeerd over de resultaten van
                                klanttevredenheidsonderzoeken, enquêtes en klachtenrapportages.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad krijgt tijdig alle informatie die het voor de uitoefening
                                van zijn taken nodig heeft, tenzij enig wettelijk voorschrift de
                                verstrekking daarvan in de weg staat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Adviesrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente stelt de raad op een zodanig tijdstip in de
                                    gelegenheid advies uit te brengen over beleid en uitvoering dat
                                    er een daadwerkelijke invloed mogelijk is op de
                                    besluitvorming.</al></li><li nr="2."><al>Alle adviezen, informatieverzoeken en verbetervoorstellen die
                                    door de raad schriftelijk zijn verstrekt, worden door het
                                    geadviseerd orgaan beoordeeld. Het geadviseerd orgaan verzorgt
                                    een schriftelijke met redenen omklede reactie.</al></li><li nr="3."><al>Indien de raad zich niet kan verenigen met het standpunt van het
                                    geadviseerde orgaan, zal de cliëntenraad dit gemotiveerd en
                                    schriftelijk kenbaar maken aan het betreffende geadviseerde
                                    orgaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad bestaat uit minimaal 7 en maximaal 9 leden die actief
                                betrokken zijn bij de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Minimaal een derde van de leden dient cliënt te zijn. De overige
                                leden zijn vertegenwoordigers van belangenorganisaties.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad wordt inhoudelijk ondersteund door de adviseur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De wethouder neemt minimaal twee maal per jaar deel aan de formele
                                vergadering.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Benoeming en zittingsduur van de leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Benoeming en zittingsduur leden van de raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad worden benoemd door het college op
                                    voordracht van de raad. </al></li><li nr="2."><al>Voordat leden worden benoemd kan een proefperiode van drie
                                    maanden worden afgesproken. In deze proefperiode gelden de
                                    bepalingen omtrent garantstelling en geheimhouding zoals bedoeld
                                    in artikel 16 van deze verordening. De raad beslist of de
                                    kandidaat na afloop van de proefperiode wordt voorgedragen voor
                                    benoeming. Deze beslissing is gebaseerd op de vergaderhouding en
                                    taken die van een lid mogen worden verwacht en zijn opgenomen in
                                    artikel 12.</al></li><li nr="3."><al>Het lidmaatschap van de raad is onverenigbaar met het
                                    lidmaatschap van de gemeenteraad, het college,
                                    burgerlidmaatschap van een raadscommissie of werknemerschap van
                                    de gemeente Schiedam op basis van een ambtelijke
                                    aanstelling.</al></li><li nr="4."><al>De leden worden benoemd voor een periode van vier kalenderjaren
                                    plus drie maanden en kunnen eenmalig worden herbenoemd voor een
                                    zelfde periode.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van lid 4 kan het college besluiten om, na het
                                    bereiken van de maximale zittingsduur, de zittingsduur van een
                                    lid voor een nader te bepalen periode te verlengen in het geval
                                    dat niet kan worden voorzien in vervanging van dat lid.</al></li><li nr="6."><al>Totdat nieuwe benoeming heeft plaatsgevonden blijven leden hun
                                    functie waarnemen. </al></li><li nr="7."><al>Indien het aantal kandidaten dat zich beschikbaar stelt niet
                                    leidt tot het benodigde aantal leden worden cliënten en
                                    belangenorganisaties schriftelijk benaderd om kandidaten
                                    beschikbaar te stellen.</al></li><li nr="8."><al>Bij vervulling van tussentijdse vacatures worden door een
                                    verkiezingscommissie, gevormd door de voorzitter, de adviseur en
                                    twee leden van de raad, met kandidaten gesprekken gevoerd. De
                                    raad draagt, op voorspraak van de verkiezingscommissie, de
                                    kandidaat-leden voor ter benoeming door het college.</al></li><li nr="9."><al>Eindigt de hoedanigheid, waaraan een lid zijn benoeming
                                    ontleent, dan houdt hij op lid van de raad te zijn.</al></li><li nr="10."><al>De benoeming ter voorziening in tussentijds opengevallen
                                    plaatsen, geschiedt bij voorkeur binnen drie maanden na het
                                    ontstaan van de vacature.</al></li><li nr="11."><al>Indien een meerderheid van de raad van mening is dat een lid
                                    zich stelselmatig aan zijn verplichtingen onttrekt kan zij
                                    besluiten dat lid voor royement voor te dragen aan het
                                    college.</al></li><li nr="12."><al>De cliënten die zitting nemen in de raad zijn gehouden aan de
                                    rechten en plichten die onlosmakelijk zijn verbonden met de
                                    uitkering.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>De voorzitter, de secretaris, de penningmeester, de leden, de
                            ambtelijke ondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De voorzitter.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college benoemt een onafhankelijk voorzitter op voordracht
                                    van de raad.</al></li><li nr="2."><al>De zittingsperiode van de voorzitter is gelijk aan die van de
                                    leden van de raad en eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>aan het einde van de zittingsperiode;</al></li><li nr="b."><al>door opzegging;</al></li><li nr="c."><al>door ontslag door het college.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De raad kiest uit haar midden een plaatsvervangend
                                    voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter heeft een adviserende stem in de raad.</al></li><li nr="5."><al>Tot de taak van de voorzitter behoort:</al><lijst><li nr="a."><al>het mede opstellen van de agenda in de agendacommissie
                                            voor de formele vergadering; </al></li><li nr="b."><al>het bepalen van dag en uur van de vergadering;</al></li><li nr="c."><al>het openbaar bekendmaken van de vergadering;</al></li><li nr="d."><al>het leiden van de vergadering volgens de ter vergadering
                                            vastgestelde agenda;</al></li><li nr="e."><al>het handhaven van de vergaderorde;</al></li><li nr="f."><al>het schorsen van de vergadering;</al></li><li nr="g."><al>het toezien op een goede vergaderdiscipline;</al></li><li nr="h."><al>het peilen van meningen en het mededelen van uitslagen
                                            van stemmingen;</al></li><li nr="i."><al>het bewaken van het budget;</al></li><li nr="j."><al>het schrijven van het jaarlijkse actieplan voor 1
                                            november van elk jaar en het jaarverslag in het eerste
                                            kwartaal volgend op het verslagjaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de taak van de secretaris behoort:</al><lijst><li nr="a."><al>het mede opstellen van de agenda voor de formele
                                        vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het notuleren van de informele vergaderingen;</al></li><li nr="c."><al>het voeren van een secretariaat;</al></li><li nr="d."><al>het zorg dragen voor het archief;</al></li><li nr="e."><al>het geven van een beknopte weergave van de ingekomen en
                                        uitgaande post;</al></li><li nr="f."><al>het voeren van correspondentie;</al></li><li nr="g."><al>het bewaken van de voortgang en afhandeling van de
                                        uitgebrachte adviezen;</al></li><li nr="h."><al>het in zijn algemeenheid zorg dragen voor een goede
                                        ondersteuning van de raad zodat deze zijn taak op een goede
                                        wijze kan uitvoeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De activiteiten zoals genoemd in artikel 9 lid 5, onder b en c van
                                het vorige artikel kunnen aan de secretaris worden
                                overgedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De penningmeester</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de taak van de penningmeester behoort:</al><lijst><li nr="a."><al>het opstellen van de jaarlijkse begroting voor 1 november
                                        van elk jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar;</al></li><li nr="b."><al>het beheren van het toegekende budget op zodanige wijze dat
                                        de rechtmatigheid van de gedane uitgaven en inkomsten op
                                        ieder moment kan worden vastgesteld;</al></li><li nr="c."><al>het opstellen van een jaarlijks verslag aan het college over
                                        de besteding van het beschikbaar gestelde budget gerelateerd
                                        aan verrichte activiteiten door de raad (financieel
                                        jaarverslag) voor 1 april volgend op het verslagjaar;</al></li><li nr="d."><al>het verrichten van betalingen per bank en/of giro.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De handelingen als genoemd in het eerste lid, onder c en d dienen
                                geaccordeerd te worden door de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de leden mag een actieve vergaderhouding worden verwacht. Dit
                                betekent actief deelnemen aan werkgroepen, de informele en de
                                formele vergaderingen, regelmatig communiceren met de eigen
                                achterban en inbreng van onderwerpen die het terrein van Werk en
                                Inkomen bestrijken. Maar ook goed naar elkaar luisteren, elkaar
                                laten uitpraten, elkaar respecteren en de afgesproken
                                vergaderstructuur naleven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de taak van de leden behoort:</al><lijst><li nr="a."><al>het zich inhoudelijk en kritisch voorbereiden op de
                                        agendapunten;</al></li><li nr="b."><al>het verplicht deelnemen aan informele en formele
                                        vergaderingen;</al></li><li nr="c."><al>het mede opstellen van een activiteitenplan;</al></li><li nr="d."><al>het bij toerbeurt houden van een spreekuur voor
                                        cliënten;</al></li><li nr="e."><al>het volgens onderlinge afspraak bijwonen van vergaderingen
                                        en deze schriftelijk verslaan voor zover dit van belang is
                                        voor de raad;</al></li><li nr="f."><al>het bevorderen van deskundigheid bij andere raadsleden;</al></li><li nr="g."><al>het volgen van cursussen die voor een goede uitoefening van
                                        het lidmaatschap noodzakelijk zijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De adviseur en notulist</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een door de afdelingsmanager aan te wijzen medewerker treedt op als
                                adviseur voor de raad en woont alle formele vergaderingen bij.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afdelingsmanager wijst tevens een medewerker aan voor het
                                notuleren van de formele vergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De advisering zoals bedoeld in het eerste lid en de ondersteuning
                                zoals bedoeld in het tweede lid geldt voor een door de
                                afdelingsmanager vast te stellen aantal uren op jaarbasis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de notulen worden opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, leden en de adviseur, onder
                                        vermelding van de aan- en afwezigheid van de leden;</al></li><li nr="b."><al>een beknopte opgave van de inhoud van de ingekomen stukken
                                        en gedane mededelingen;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van de gedane voorstellen en
                                        kennisgevingen;</al></li><li nr="d."><al>een beknopt verslag van de gevoerde beraadslagingen en
                                        gemaakte opmerkingen;</al></li><li nr="e."><al>de meningen van de leden omtrent behandelde zaken alsmede
                                        uitslag van gehouden stemmingen;</al></li><li nr="f."><al>de inhoud van de genomen besluiten al dan niet in de vorm
                                        van gedifferentieerd advies;</al></li><li nr="g."><al>de vermelding van die agendapunten welke naar de volgende
                                        vergadering moesten worden doorgeschoven;</al></li><li nr="h."><al>een actiepuntenlijst.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vergaderingen en vergaderorde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad belegt tienmaal per jaar of zo vaak als waartoe zij nader
                                besluit een formele vergadering. De raad bepaalt of zij voorafgaand
                                aan een formele vergadering een informele vergadering belegt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen zijn in beginsel openbaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan besluiten een besloten vergadering te houden, indien de
                                aard of het karakter van de te behandelen onderwerpen dit
                                noodzakelijk maakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De agenda plus vergaderstukken en notulen worden uiterlijk één week
                                voor het vastgesteld formeel overleg aan de leden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ieder lid heeft het recht schriftelijk voorstellen aan de raad te
                                doen, welke bij de secretaris worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Deze voorstellen worden door de secretaris zo spoedig mogelijk aan
                                de leden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de raad omtrent de behandeling van deze voorstellen niet
                                onmiddellijk beslist, heeft behandeling zoveel mogelijk in de daarop
                                volgende vergadering plaats.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Ieder lid heeft het recht een voorstel aan de raad te doen
                                betreffende de orde van die vergadering.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De raad kan één of meer medewerkers van de gemeente Schiedam en/ of
                                derden uitnodigen de vergadering bij te wonen voor het geven van
                                toelichting of advies.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De door de raad vastgestelde notulen van de informele en de formele
                                vergaderingen worden door de voorzitter en de secretaris
                                getekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De besluitvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan alleen beraadslagen en besluiten nemen indien minstens
                                de helft van het aantal leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet voldaan is aan het in het eerste lid gestelde, kunnen de
                                aanwezige leden besluiten binnen één week een nieuwe vergadering uit
                                te schrijven. In deze vergadering wordt ongeacht het aantal
                                aanwezige leden, over agendapunten uit de voorgaande vergadering een
                                advies geformuleerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad beslist bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte
                                stemmen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Over adviezen wordt bij handopsteken gestemd, tenzij één lid een
                                schriftelijke stemming wenst of wanneer de voorzitter dit wenselijk
                                acht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een lid verzoekt om in een advies een minderheidsstandpunt in
                                te nemen, wordt daartoe slechts overgegaan als tenminste een derde
                                van het aantal leden dat verzoek ondersteunt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Garantstelling en geheimhouding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente draagt er zorg voor dat cliënten die lid zijn of waren van
                            de raad uit hoofde van hun lidmaatschap op geen enkele wijze worden benadeeld ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitkering, voorziening of subsidie die zij ontvangen van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="b."><al>bejegening door medewerkers van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De leden van de raad dragen zorg voor de bescherming van
                                            de privacy van cliënten die zich tot de raad
                                            wenden;</al></li><li nr="3."><al>Aan de leden van de raad wordt geheimhouding opgelegd
                                            ten aanzien van de door de gemeente verstrekte
                                            informatie gedurende een van te voren afgesproken
                                            embargoperiode.</al></li><li nr="4."><al>De leden en de voorzitter tekenen een
                                            geheimhoudingsverklaring.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Facilitering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente draagt er zorg voor dat de raad in de formele
                                    vergadering wordt bijgestaan door een adviseur en notulist.
                                </al></li><li nr="2."><al>De gemeente zorgt voor een vergaderaccommodatie en de daarbij
                                    behorende aanvullende voorzieningen.</al></li><li nr="3."><al>De gemeente stelt een werkplek ter beschikking ten behoeve van
                                    het secretariaat van de raad.</al></li><li nr="4."><al>Jaarlijks vóór 1 april maakt de raad een verslag van de
                                    activiteiten van het afgelopen jaar en een verslag over de
                                    besteding van het beschikbaar gestelde budget gerelateerd aan
                                    verrichte activiteiten door de raad.</al></li><li nr="5."><al>De verslagen als bedoeld in lid 4 worden aan het college ter
                                    beoordeling aangeboden. Daarbij kan het college inzage in de
                                    administratie vragen om de rechtmatigheid van de uitgaven vast
                                    te kunnen stellen.</al></li><li nr="6."><al>De raad beschikt over een jaarlijks budget ter bestrijding van
                                    de door de leden noodzakelijk te maken kosten die voor een goede
                                    uitvoering van hun taken van belang zijn.</al></li><li nr="7."><al>Het budget wordt vastgesteld door het college en wordt opgenomen
                                    in de begroting van de afdeling inkomen.</al></li><li nr="8."><al>Tot het in lid 6 bedoelde kosten behoren onder meer:</al><lijst><li nr="a."><al>afvaardigingkosten (reis- en verblijfskosten);</al></li><li nr="b."><al>deskundigheidsbevorderende cursussen, seminars en reis-
                                            en verblijfkosten;</al></li><li nr="c."><al>contributies LCR;</al></li><li nr="d."><al>abonnementen;</al></li><li nr="e."><al>agenda’s, ordners, briefpapier en andere
                                            kantoorartikelen; </al></li><li nr="f."><al>telefoon en internetkosten van het secretariaat.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>De leden ontvangen maandelijks een forfaitaire onkostenvergoeding welke
                            gelijk is aan de maximale vergoeding die, op grond van artikel 7 van de
                            Regeling Participatiewet, mag worden vrijgelaten voor de vrijwilligers
                            die geen voorziening gericht op arbeidsinschakeling volgen zoals bedoeld
                            in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Participatiewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij geschillen over de toepassingen van de verordening en in
                                    gevallen, waarin deze niet of niet voldoende voorziet, beslist
                                    het college.</al></li><li nr="2."><al>De raad evalueert jaarlijks tezamen met Werk en Inkomen het
                                    functioneren van de raad en de samenwerking tussen gemeente en
                                    de raad. Indien er op basis van deze evaluatieronde reden is de
                                    verordening aan te passen dan wordt hiertoe via het college een
                                    verzoek ingediend bij de gemeenteraad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Cliëntenraad
                            Participatiewet Schiedam 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet Schiedam wordt
                            ingetrokken op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding van de verordening</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag volgend
                            op de maand waarin deze verordening is bekend gemaakt.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Verordening Cliëntenraad Participatiewet Schiedam
                    2009</tussenkop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Cliëntenparticipatie is in essentie het betrekken van cliënten bij de keuzes die
                    gemeenten maken. Het kan hierbij zowel gaan om keuzes op het terrein van de
                    beleidsvorming als om keuzes in de uitvoeringspraktijk. De Participatiewet
                    schrijft in artikel 47 voor dat cliëntenparticipatie dient plaats te vinden en
                    dat, in het verlengde van die verplichting, een</al><al>verordening dient te worden opgesteld en goedgekeurd door de gemeenteraad. Op
                    grond van deze bepaling is deze verordening tot stand gekomen.</al><al/><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Het doel van artikel 47 Participatiewet is te bewerkstelligen dat de
                    cliëntparticipatie bij gemeenten in lijn wordt gebracht met de Wet Structuur
                    Uitvoering Werk en Inkomen, waarin wordt gesteld dat cliëntenparticipatie
                    onmisbaar is in een uitvoeringsstructuur waar de cliënt centraal staat. De
                    gemeente moet haar cliënten betrekken bij zaken die zowel betrekking hebben op
                    de beleidsvorming als op de uitvoering van de wet. In de verordening moet in
                    ieder geval worden opgenomen</al><lijst><li nr="·"><al>dat periodiek overleg wordt gevoerd met cliënten of hun
                            vertegenwoordigers;</al></li><li nr="·"><al>hoe de cliënten of hun vertegenwoordigers agendapunten kunnen aanmelden
                            en</al></li><li nr="·"><al>hoe de cliënten of hun vertegenwoordigers van adequate informatie worden
                            voorzien.</al></li></lijst><al>De wettelijke doelgroep van de cliëntparticipatie bestaat uit:</al><lijst><li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW en
                            IOAZ;</al></li><li nr="·"><al>personen die gebruik maken van een voorziening zoals gesubsidieerd
                            werk;</al></li><li nr="·"><al>niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers).</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><al>Voor de diverse omschrijvingen is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de
                    formuleringen in de Participatiewet en/of andere bestaande regelgeving.</al><tussenkop>Artikel 2 Doelstelling</tussenkop><al>In dit artikel wordt de doelstelling beschreven. Belangrijk is dat de raad ook
                    ongevraagd kan adviseren.</al><tussenkop>Artikel 3 Taken van de raad.</tussenkop><al>In dit artikel wordt onder meer aandacht besteed aan de verschillende
                    gemeentelijke organen die</al><al>de raad adviseert. In de verordening wordt de volgende volgorde gehanteerd:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="44*"/><colspec colname="col2" colwidth="56*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Instantie waaraan advies wordt uitgebracht</al></entry><entry colname="col2"><al>Onderwerpen waarover wordt geadviseerd</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Afdelingsmanager(s) Werk en Inkomen</al></entry><entry colname="col2"><al>·beleidsvoorstellen in de oriënteringsfase van het
                                        beleidsproces;</al><al>·uitvoering en dienstverlening door Werk en Inkomen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>College B&amp;W</al></entry><entry colname="col2"><al>·(kaderstellende) beleidsvoorstellen </al><al>·hoofdlijnen uitvoering en dienstverlening door Werk en
                                        Inkomen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Artikel 4 Initiatiefrecht</tussenkop><al>De raad geeft aan dat zij behoefte heeft aan een planning van haar activiteiten.
                    Een planning geeft houvast. Het geeft een beeld van de activiteiten in de tijd
                    gezien. Het wordt daardoor gemakkelijker om de taken in de raad onderling te
                    verdelen. Tevens wordt transparant op welk moment de gemeentelijke organisatie
                    adviezen van de raad verwacht. Het jaarlijkse activiteitenplan van de raad is
                    gekoppeld aan het afdelingsplan van de afdeling Werk en Inkomen. In
                    laatstgenoemd plan komen de verwachte beleidswijzigingen voor het daarop
                    volgende jaar aan de orde. Aan de hand van dit plan kan de raad haar
                    activiteiten voor het komende jaar plannen en binnen de kaders van het budget
                    bepalen hoe zij dit budget inzetten. Het afdelingsplan ligt niet ter advisering
                    voor aan de raad; het plan is voor de cliëntenraad wel leidraad voor de planning
                    van de activiteiten.</al><tussenkop>Artikel 5 Informatierecht</tussenkop><al>De raad ontvangt van de gemeente alle informatie die zij nodig heeft voor de
                    uitvoering van haar taak.</al><tussenkop>Artikel 6 Adviesrecht</tussenkop><al>In overleg met de raad wordt per advies de termijn waarbinnen de raad de
                    gemeente adviseert vastgesteld. De termijn waarbinnen het geadviseerde orgaan op
                    de adviezen reageert wordt per advies vastgesteld.</al><tussenkop>Artikel 7 Raad</tussenkop><al>Cliëntenparticipatie in Schiedam had voorheen een raad bestaande uit maximaal
                    leden. In deze verordening is het aantal leden gemaximeerd tot 9 personen. De
                    verhouding (minimaal) een derde cliënt en twee derde vertegenwoordigers van
                    belangenorganisatie kan gelijk blijven. Het lidmaatschap van de raad is niet
                    verenigbaar met een aantal functies vanwege mogelijke
                    belangenverstrengeling.</al><tussenkop>Artikel 8 Benoeming en zittingsduur leden van de
                    raad</tussenkop><al>De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar en drie maanden. De leden
                    kunnen eenmalig worden herbenoemd voor dezelfde periode. Mocht na afloop van de
                    maximale zittingsduur blijken dat niet in de vervanging van een lid kan worden
                    voorzien dan kan het college besluiten om de zittingsduur van dat lid voor een
                    nader te bepalen periode te verlengen. De verkiezingscommissie is in deze
                    verordening uitgebreid met de adviseur voor de raad. De leden van de raad worden
                    niet tijdelijk ontheven van de sollicitatieplicht. Alle rechten en plichten die
                    horen bij een uitkering blijven voor hen van toepassing. Dit betekent ook dat de
                    Workfirst methode die door de gemeente wordt gebruikt van toepassing is op de
                    leden die tevens cliënt zijn.</al><tussenkop>Artikel 9 De voorzitter.</tussenkop><al>Een goed functionerende raad vraagt een grote inzet van haar leden. Wanneer
                    leden deze inzet niet kunnen leveren heeft dit invloed op het functioneren van
                    de gehele raad. Het is de taak van de voorzitter om de inzet van de leden te
                    bewaken. De voorzitter is onafhankelijk en mag in ieder geval niet op één of
                    andere wijze werkzaam zijn voor de gemeente Schiedam of in de twaalf maanden
                    voor kandidaatstelling lid zijn geweest van de raad.</al><tussenkop>Artikel 10 De secretaris</tussenkop><al>Het artikel spreekt voor zich en behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 11 De penningmeester</tussenkop><al>Het artikel spreekt voor zich en behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 12 De leden</tussenkop><al>Een taakomschrijving van de leden is deze verordening opgenomen. Hierdoor is
                    duidelijk wat van de leden wordt verwacht. Het artikel spreekt verder voor zich
                    en behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 13 De adviseur en notulist</tussenkop><al>Het artikel spreekt verder voor zich en behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 14 Vergaderingen en vergaderorde</tussenkop><al>Het artikel spreekt verder voor zich en behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 15 De besluitvorming</tussenkop><al>De manier waarop de raad haar besluiten neemt is in dit artikel vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 16 Garantstelling en geheimhouding</tussenkop><al>De raad heeft verzocht om in deze verordening een bepaling over garantstelling
                    op te nemen. De gemeente draagt er zorg voor dat cliënten die lid zijn of waren
                    van de raad uit hoofde van hun lidmaatschap op geen enkele wijze worden
                    benadeeld.</al><tussenkop>Artikel 17 Facilitering</tussenkop><al>De Participatiewet laat het aan de gemeenten over of en welke faciliteiten zij
                    beschikbaar willen stellen. De gemeente zorgt in ieder geval voor ambtelijke
                    ondersteuning (een adviseur en notulist) en een ruimte om te vergaderen alsmede
                    een eigen kantoorruimte voor de raad in het gebouw waar Werk en Inkomen is
                    gevestigd. Daarnaast is in de gemeentebegroting een post voor de raad opgenomen.
                    Hieruit worden onder meer de vergoeding voor de leden, de kosten van cursussen,
                    naslagwerken en dergelijke bekostigd. De verplichting tot het aanleveren van een
                    jaarverslag en een financieel verslag is in dit artikel opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 18 Vergoedingen</tussenkop><al>Het verstrekken van vergoeding aan de leden van de raad kan er toe bijdragen dat
                    de bereidheid van cliënten(organisaties) om zitting te nemen in de cliëntenraad
                    toeneemt. De inzet van de leden dient niet beperkt te zijn tot het bijwonen van
                    vergaderingen. Daarom wordt een vaste vergoeding per maand gegeven. Omdat de
                    vergoeding voor alle leden gelijk dient te zijn wordt voor de hoogte van de
                    vergoeding aangesloten bij het bedrag dat op het moment van inwerkingtreding van
                    deze verordening wordt vrijgelaten voor de Participatiewet voor cliënten die
                    geen voorziening gericht op arbeidsinschakeling volgen (artikel 7 van de
                    Regeling Participatiewet). Dit is een bedrag van € 764 per lid per jaar. Indien
                    dit wettelijk vastgestelde bedrag wordt geïndexeerd, wordt de onkostenvergoeding
                    voor de leden van de raad overeenkomstig aangepast.</al><tussenkop>Artikel 19 Slotbepalingen</tussenkop><al>Om het functioneren van de raad en de samenwerking met de gemeente te monitoren
                    vindt een jaarlijkse evaluatie plaats door de raad gezamenlijk met Werk en
                    Inkomen. Indien er op basis van deze evaluatieronde reden is de verordening aan
                    te passen dan wordt hiertoe via het college een verzoek ingediend bij de
                    gemeenteraad. </al><tussenkop>Artikel 20 Citeerartikel,</tussenkop><al>Het artikel spreekt voor zich en behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 21 Intrekking oude verordening</tussenkop><al>Het artikel spreekt voor zich en behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 22 inwerkingtreding van de
                    verordening</tussenkop><al>Het artikel spreekt voor zich en behoeft geen toelichting.</al><al/><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare
                    vergadering van 17 december 2009</al><al/><al>de griffier, J. Gordijn</al><al>de voorzitter, W.M. Verver-Aartsen</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>