<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR111372_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening antidiscriminatievoorziening gemeente Schiedam 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening antidiscriminatievoorziening gemeente Schiedam 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikelen 1, 2 en 4, van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR 94/2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordening antidiscriminatievoorziening gemeente schiedam 2010</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening antidiscriminatievoorziening gemeente Schiedam 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wet: de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluit: het Besluit gemeentelijke
                                antidiscriminatievoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De antidiscriminatievoorziening: antidiscriminatievoorziening als
                                bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke
                                antidiscriminatievoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Klacht: klacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de
                                wet. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Klachtbehandelaar: klachtbehandelaar als bedoeld in artikel 1 van
                                het besluit.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Klager: Klager als bedoeld in artikel 1 van het besluit.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Ingezetene: ingezetene als bedoeld in artikel 2 van de
                                Gemeentewet.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Zorgplicht college van burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr/><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam biedt de
                                ingezetenen toegang tot een antidiscriminatievoorziening.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting antidiscriminatievoorziening</titel></kop><lid><lidnr/><al/><al>Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in
                                ieder geval de deskundigheid van klachtbehandelaars en de
                                toegankelijkheid van de voorziening gewaarborgd.</al><lijst><li nr="1."><al>De antidiscriminatievoorziening draagt er zorg voor dat de
                                        klachtbehandelaars voldoen aan de voor klachtenbehandeling
                                        vereiste deskundigheid en biedt de klachtbehandelaars de
                                        mogelijkheid hun deskundigheid te onderhouden en verder te
                                        ontwikkelen.</al></li><li nr="2."><al>De klager heeft in ieder geval de mogelijkheid om een klacht
                                        te melden:</al><lijst><li nr="-"><al>Per post;</al></li><li nr="-"><al>Per e-mail;</al></li><li nr="-"><al>Telefonisch;</al></li><li nr="-"><al>Op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie als
                                        bedoeld in artikel 5 van deze verordening.</al></li></lijst></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Protocol klachtenbehandeling</titel></kop><lid><lidnr/><al/><al>Het protocol voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel
                                6 van de wet regelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>De afdoeningstermijn van klachten;</al></li><li nr="b."><al>De wijze van afdoening van klachten;</al></li><li nr="c."><al>De registratie van klachten<cursief>.</cursief></al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Laagdrempeligheid antidiscriminatievoorziening</titel></kop><lid><lidnr/><al/><lijst><li nr="1."><al>Ingezetenen worden in de gelegenheid gesteld een klacht in
                                        hun directe leefomgeving te melden.</al></li><li nr="2."><al>De gemeente Schiedam, die aansluiting heeft bij een
                                        regionaal antidiscriminatiebureau, kan overeenkomen dat deze
                                        melding op een locatie in Schiedam plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Het college draagt zorg voor de deskundigheid van de
                                        medewerkers die deze meldingen op adequate manier opneemt en
                                        doorverwijst.</al></li><li nr="4."><al>Klager wordt door de medewerkers doorgeleid naar de
                                        antidiscriminatievoorziening.</al><al/></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr/><al/><al>1. De antidiscriminatievoorziening brengt jaarlijks vóór 1 maart
                                verslag uit aan het college van burgemeester en wethouders van
                                Schiedam over de door de antidiscriminatievoorziening in het daaraan
                                voorafgaande kalenderjaar geregistreerde klachten. 2. Het college
                                van burgemeester en wethouders van Schiedam zendt dit verslag
                                jaarlijks vóór 1 april door aan de Minister van Binnenlandse Zaken
                                en Koninkrijksrelaties. De gemeenteraad ontvangt hiervan een
                                afschrift.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr/><al>Deze verordening treedt in werking op 28 januari 2010.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr/><al>Deze verordening wordt aangehaald als: </al><al>Verordening antidiscriminatievoorziening Schiedam 2010. </al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 november 2010 De
                        griffier, J. Gordijn</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, W.M. Verver-Aartsen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHING</titel></kop><divisie><kop><titel>ALGEMEEN</titel></kop><al>Artikel 1 van de wet legt het college van burgemeester en wethouders op
                            om toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening. Zie ook de
                            toelichting bij artikel 2 van deze verordening.</al><al>Artikel 2, tweede lid, van de wet wordt opgedragen dat de gemeenteraad
                            stelt “met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet bij
                            verordening regels vast omtrent de inrichting van de
                            antidiscriminatievoorziening , bedoeld in artikel 1, en de uitvoering
                            van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a.” De wet is als bijlage
                            toegevoegd aan deze verordening.</al><al>De wet is nader ingevuld in een Algemene Maatregel van Bestuur
                            vastgesteld op 16 september 2009, het Besluit gemeentelijke
                            antidiscriminatievoorziening. Het besluit is als bijlage toegevoegd aan
                            deze verordening.</al><al>Nu veel van de nadere invulling die de wet behoeft is geregeld in het
                            besluit, kan deze verordening beknopt blijven.</al><al>De Handreiking Iedereen=Gelijk: lokale aanpak discriminatie zal als
                            ondersteuning dienen bij de uitvoering van de Algemene Maatregel van
                            Bestuur en deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Zoals in het algemene deel van deze toelichting al aangegeven, is deze
                            zorgplicht opgenomen in artikel 1 van de wet. In wetstechnische zin is
                            het dan ook niet noodzakelijk om deze hier te herhalen. Er is voor
                            gekozen om dat wel te doen, nu deze zorgplicht zozeer de kern van deze
                            regelgeving uitmaakt, dat het opnemen ervan sterk bijdraagt aan de
                            begrijpelijkheid van deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Met deze bepaling wordt nader invulling gegeven aan artikel 3 van het
                            besluit, dat luidt: “Bij de inrichting van de
                            antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval de deskundigheid van
                            de klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de
                            antidiscriminatievoorziening gewaarborgd”. Ook op de
                            verantwoordelijkheid met de omgang met gegevens zal worden toegezien. Er
                            is gekozen voor een minimale invulling om gemeenten en
                            antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor maatwerk.</al><al>De antidiscriminatievoorziening dient aan te geven of ze beschikt over
                            een opleidingprotocol waar klachtbehandelaars gebruik van kunnen maken.
                            Ook moet worden aangegeven hoe vaak van behandelaars wordt verwacht aan
                            een opleiding deel te nemen. Het landelijke expertisebureau van Art.1
                            kan de opleidingen en cursussen verzorgen. </al><al>De gemeente draagt er zorg voor dat de burger zich zowel fysiek als
                            niet- fysiek kan melden.</al><al>De mogelijkheid om zich fysiek op locatie te kunnen melden betekent
                            tevens dat een burger redelijkerwijs op de hoogte kan zijn waar hij of
                            zij terecht kan om te melden. De gemeente draagt zorg voor de
                            aanwezigheid van een locatie. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een
                            bestaande balie (zie ook de toelichting bij artikel 5). Uiteraard kan
                            ook worden afgesproken dat de antidiscriminatievoorziening op locatie
                            aanwezig is, zodat klachten direct bij de voorziening kunnen worden
                            ingediend.</al><al>Bij niet-fysiek wordt verstaan dat de mogelijkheid bestaat voor de
                            burger via sms, telefoon (0900 landelijk en 0900 ADV), brief of email om
                            de klacht te melden of in te dienen.</al><al>Ook hier geldt dat op de gemeente een zorgplicht rust om ervoor zorg te
                            dragen dat burgers kennis kunnen nemen van deze mogelijkheden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Met deze bepaling wordt invulling gegeven aan artikel 6 van het besluit
                            dat luidt: “De antidiscriminatievoorziening heeft een protocol voor de
                            behandeling van klachten”. Daarbij is gekozen voor een minimale
                            invulling om gemeenten en antidiscriminatievoorziening alle ruimte te
                            geven voor maatwerk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De wet vermeldt dat de antidiscriminatievoorziening zich in de
                            leefomgeving van burgers moet bevinden. De memorie van toelichting geeft
                            aan dat het gemeenten vrij staat om daar op een praktische wijze
                            invulling aan te geven. De voorziening hoeft dan ook niet in de gemeente
                            zelf aanwezig te zijn. Een gemeente kan zich bijvoorbeeld aansluiten bij
                            een (bestaande) regionale antidiscriminatievoorziening. Ook kan de
                            gemeente aansluiting zoeken bij het regionaal discriminatieoverleg (RDO)
                            waar politie, openbaar ministerie en antidiscriminatievoorzieningen
                            overleg voeren over discriminatie incidenten en deze in zaaksoverzichten
                            opnemen.</al><al>Voor de nodige laagdrempeligheid kan dan worden gezorgd door een
                            doorverwijsfunctie of meldpunt te creëren bij bestaande gemeentelijke
                            voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een loket burgerzaken, slachtofferhulp
                            of WMO-loket.</al><al>Een gemeente kan er ook voor kiezen deze toegang een meer inhoudelijk
                            karakter te geven door een eigen frontoffice in te richten. Daarbij moet
                            het voor klagers ondubbelzinnig duidelijk zijn dat een gemeentelijk
                            loket een luisterend oor en de nodige deskundigheid kan bieden, maar dat
                            het zijn taak is om de klager door te geleiden naar de
                            antidiscriminatievoorziening. In de wet is uitdrukkelijk aangegeven dat
                            de antidiscriminatievoorziening onafhankelijk is en op geen enkele wijze
                            onder het gezag van de (gemeentelijke) overheid kan vallen. Het
                            gemeentelijk loket kan dan ook op geen enkele manier in de plaats treden
                            van de antidiscriminatievoorziening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Op grond van artikel 3 van de Wet gemeentelijke
                            antidiscriminatievoorzieningen rust op het college de plicht om
                            jaarlijks (vóór 1 april) verslag uit te brengen aan de Minister van
                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de door de
                            antidiscriminatievoorziening in het daaraan voorafgaande kalenderjaar
                            geregistreerde klachten. Het is duidelijk dat de informatie voor dit
                            verslag bij de antidiscriminatievoorziening zelf gezocht moet worden.
                            Daarom is in dit artikel de plicht om verslag uit te brengen
                            overgeheveld van het college op de antidiscriminatievoorziening zelf.
                            Omdat aan de antidiscriminatievoorziening de plicht wordt opgelegd om te
                            voldoen aan het gestelde in de wet en het besluit, berust de wettelijke
                            plicht te voldoen aan artikel 3 van de wet, via deze verordening bij de
                            antidiscriminatievoorziening. Om het college een maand te tijd te geven
                            het verslag dat zij binnenkrijgt van de antidiscriminatievoorziening
                            door te sturen aan de Minster van Binnenlandse Zaken en
                            Koninkrijksrelaties, wordt de antidiscriminatievoorziening verplicht dit
                            verslag aan het college te sturen vóór 1 maart.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>