<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR111318_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Heiloo</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heiloo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heiloo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendeheid van de gemeente Heiloo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416">Gemeentewet, art. 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>04-2903</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Onderzoeken financieel beheer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Heiloo</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Doelmatigheid De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde
                                    maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt
                                    mogelijke inzet van middelen. </al></li><li nr="b."><al>Doeltreffendheid De mate waarin de gewenste prestaties en
                                    beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk
                                    worden behaald. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van (onderdelen van)
                            de organisatie-eenheden van de gemeente en de uitvoering van taken door
                            de gemeente. Ieder bedrijfsonderdeel en gemeentelijke taak wordt
                            minstens eens in de 4 jaar in zijn geheel aan een dergelijke toets
                            onderworpen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college toetst jaarlijks de doeltreffendheid van minimaal twee
                            (delen van) programma’s en of paragraven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college zendt ieder jaar uiterlijk voor 1 december een
                            onderzoeksplan naar de raad voor de in het erop volgende jaar te
                            verrichten interne onderzoeken naar de doelmatigheid en de
                            doeltreffendheid, voor de eerste maal uiterlijk voor 31 december
                            2003.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het object van onderzoek;</al></li><li nr="b."><al>de reikwijdte van het onderzoek;</al></li><li nr="c."><al>de onderzoeksmethode;</al></li><li nr="d."><al>doorlooptijd van het onderzoek;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van uitvoering. </al></li></lijst><al>In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de begroting
                            zijn opgenomen voor de uitvoering van de onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting
                            en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de
                            doelmatigheid en doeltreffendheid en de uitputting van de bijbehorende
                            budgetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten
                            en aanbevelingen voor verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college indien
                            nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van
                            verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het college
                            neemt op basis van het plan van verbetering organisatorische
                            maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 december 2003.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken
                            doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Heiloo.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Heiloo in zijn openbare
                        vergadering van 3 november 2003.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Artikelsgewijze toelichting verordening 213a Gemeentewet</titel></kop><al><vet>Artikel 2. Onderzoeksfrequentie</vet></al><al>In artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de
                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. Er worden door de
                    raad een minimaal aantal uit te voeren interne onderzoeken per jaar van het
                    college geëist. Hierbij wordt een scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar
                    de doelmatigheid en onderzoeken naar de doeltreffendheid. De onderzoeken naar de
                    doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de uitvoering van het beleid en het
                    beheer van middelen. De uitvoering wordt gedaan door ten eerste de gemeentelijke
                    organisatie, zodat deze onderzoeken zich ten eerste richten op de
                    organisatie-eenheden van de gemeente. Een tweede ingang voor de
                    doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor kan men kijken naar de
                    gemeentelijke taken. Het voordeel hiervan is dat ook de doelmatigheid van de
                    uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van middelen door derden wordt
                    onderzocht. Om te verzekeren dat alle onderdelen van de gemeente op
                    doelmatigheid worden onderzocht, verplicht het artikel dat ieder onderdeel van
                    de gemeente en elke gemeentelijke taak minimaal eens in de zoveel jaar worden
                    onderzocht. Hier kan iedere gemeente zelf de gewenste periode aangeven.
                    Aanbevolen is een periode van ongeveer twee raadsperiodes. De onderzoeken naar
                    de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de programma’s of
                    paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan gehele
                    begrotingsprogramma’s omvatten of delen daarvan. Ook kunnen dergelijke
                    onderzoeken paragrafen van de begroting en jaarstukken of delen daarvan
                    omvatten.</al><al><vet>Artikel 3. Onderzoeksplan</vet></al><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal de raad
                    willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om deze te
                    bespreken en als de raad dat nodig acht, invloed uit te oefenen. Hierin voorziet
                    het onderzoeksplan. Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de
                    voorgenomen onderzoeken, zij het uiteraard nog globaal. De onderzoeken in het
                    onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. Het onderzoeksplan wordt
                    aangeboden aan de raad en de raad kan het ter bespreking agenderen, maar het
                    wordt door het college vastgesteld. In de verordening kan worden aangegeven, wat
                    in een onderzoeksplan in ieder geval moet worden opgenomen. De onderwerpen
                    genoemd in het tweede lid kunnen als volgt worden toegelicht:</al><lijst><li nr="a."><al>Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven, dat duidelijk
                            aangegeven is, wat de afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden
                            bij de doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de scheidslijnen aangegeven
                            ten aanzien van de te onderzoeken procedures, instrumenten en
                            gemeentelijke taken. Bij de doeltreffendheidsonderzoeken worden
                            duidelijk de scheidslijnen met andere beleidsvelden aangegeven. </al></li><li nr="b."><al>De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over alle
                            organen (raad, college), organisatie-eenheden en instellingen, waarvoor
                            de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de activiteiten
                            geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd.De
                            reikwijdte kan in het onderzoeksplan worden ingeperkt door het aangeven
                            van het te onderzoeken tijdsvak en de te onderzoeken organen,
                            organisatie-eenheden en instellingen. De reikwijdte van onderzoeken moet
                            van tevoren duidelijk worden aangegeven. Aangegeven moet worden, welk
                            tijdvak wordt onderzocht en welke organisatie-eenheden en niet
                            gemeentelijke instellingen bij het onderzoek worden betrokken. </al></li><li nr="c."><al>Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden
                            (benchmarking, enquête, enzovoorts). </al></li><li nr="d."><al>Een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel onderverdeeld
                            in fasen. </al></li><li nr="e."><al>Onderzoeken kunnen in opdracht van het college worden uitgevoerd door
                            het ambtelijke apparaat (al of niet met inbreng van deskundigheid van
                            derden) of door derden. Indien de ambtelijke organisatie de onderzoeken
                            uitvoert, zullen in de onderzoeksopzet waarborgen dienen te worden
                            ingebouwd, waarmee de onafhankelijkheid van de analyse en/of adviezen
                            ter verbeteringen worden gegarandeerd. Dat betekent, dat van het
                            onderzoek wel mag worden uitgevoerd door functionarissen die in hun
                            dagelijks werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject. De analyse en de
                            aanbevelingen tot verbetering echter moeten zoveel als mogelijk
                            onafhankelijk tot stand komen en uitgevoerd worden door functionarissen
                            die niet in hun dagelijks werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject.
                        </al></li></lijst><al><vet>Artikel 4. Voortgang onderzoek</vet></al><al>De bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken dient inzicht te
                    geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de bedrijfsvoering.
                    Daarbij dient een relatie te worden gelegd met inhoud van de programma’s van de
                    begroting en jaarstukken. Het ligt voor de hand om in deze paragaaf eveneens te
                    rapporteren over de stand van zaken bij de interne onderzoeken naar de
                    doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur.</al><al><vet>Artikel 5. Rapportage en gevolgtrekking</vet></al><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van
                    gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te
                    versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in
                    rapporten voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid van de
                    Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van de
                    Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Dat
                    betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat
                    sluit echter geenszins uit dat de raad, als hij dat wenst, de rapporten
                    ontvangt, zodra ze zijn vastgesteld. Systematische aandacht voor doelmatigheid
                    en doeltreffendheid impliceert ook het doel om te leren, om na te denken over en
                    te streven naar verbetering, daarom is in deze modelverordening opgenomen, dat
                    evaluatie en aanbevelingen voor verbetering onderdeel zijn van de rapportage en
                    dat zo nodig door middel van een plan van verbetering het vervolgtraject moet
                    worden ingezet. De bedrijfsvoering is een zaak van het college. Het is dan ook
                    het college, dat maatregelen moet nemen tot verbetering. Het college moet een
                    plan van verbetering opstellen en uitvoeren. Het plan van verbetering wordt
                    uiteraard ook ter kennisgeving aan de raad gestuurd.</al><al><vet>Artikel 6. Inwerkingtreding</vet></al><al>Volgens de Gemeentewet moet deze verordening per 7 maart 2003 zijn vastgesteld.
                    De raad kan indien nodig bij raadsbesluit het vaststellen van deze verordening
                    met maximaal één jaar uitstellen, hetgeen heeft plaatsgevonden.</al><al><vet>Artikel 7. Citeertitel</vet></al><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>