<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR110604_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afschrijvingsverordening gemeente Breda</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Breda</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-08-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Breda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Breda.nl, 12-08-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afschrijvingsverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening ex artikel 212 Gemeentewet, art. 10</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-02-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-02-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2004-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-06-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>22514</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afschrijvingsverordening gemeente Breda</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Investeringen met maatschappelijk nut en met economisch nut.</titel></kop><structuurtekst><al>Onder de definities is kort uitgewerkt wat onder investeren wordt
                            verstaan. In de privaatrechtelijke sfeer worden alle uitgaven met een
                            meerjarige nuttigheid geactiveerd en daarover wordt afgeschreven.
                            Daarover is nauwelijks discussie. De eigenheid van gemeenten brengt een
                            categorie uitgaven naar voren waarvoor het de vraag is of activering
                            gewenst is. Dat raakt de kern van het BBV. In dit hoofdstuk wordt daarop
                            wat verder ingegaan zonder te streven naar volledigheid.</al><al/><al>In het BBV wordt vanwege de eigenheid een strikt onderscheid gemaakt
                            tussen investeringen met een economisch nut en investeringen met een
                            maatschappelijk nut. Het BBV geeft echter geen specifieke definitie van
                            maatschappelijk nut. Wel geeft het BBV duidelijk aan wanneer een
                            investering een economisch nut kent. </al><al/><al>Een economisch nut kenmerkt zich door het feit dat een investering zich
                            in economisch rendabele sferen beweegt doordat er externe
                            tarieven/heffingen voor gelden dan wel dat er een zekere mate van
                            verhandelbaarheid bestaat. De gedachte is dat daarmee de waardevastheid
                            van een actief over een reeks van jaren min of meer gegarandeerd zou
                            zijn, waardoor het activeren van dominante betekenis is. Alle
                            investeringen die niet aan deze omschrijving voldoen, zijn investeringen
                            met een maatschappelijk nut.</al><al/><al>Voor de beeldvorming wat voorbeelden van investeringen:</al><lijst><li nr=" • "><al>Met een economisch nut: zwembaden, sportvelden, betaalde
                                    parkeerplaatsen, gebouwen;</al></li><li nr=" • "><al>Met een maatschappelijk nut: wegen (zonder tolheffing),
                                    plantsoenen. </al></li></lijst><al/><al>Het BBV heeft dus heel nadrukkelijk dit onderscheid in investeringen met
                            een maatschappelijk nut en met een economisch nut gemaakt. Breda kiest
                            ervoor de bepalingen van het BBV zo veel als mogelijk te volgen. </al><al/><al>Dat impliceert dat er een voorkeur bestaat tot het niet activeren van
                            investeringen met een maatschappelijk nut. Het streven moet dan zijn om
                            de afschrijvingstermijnen, afhankelijk van de beschikbare financiële
                            dekkingsmiddelen, zo kort mogelijk te laten zijn. Dat alles betekent dat
                            de gemeente Breda per 1 januari 2004 alleen nog maar investeringen met
                            een economisch nut activeren.</al><al/><al>Breda heeft –geheel conform de richtlijnen van het BBV- gekozen voor het
                            bij voorkeur niet activeren van investeringen met een maatschappelijk
                            nut. Investeringen met een maatschappelijk nut moeten dus zo veel als
                            mogelijk in één keer als kosten worden verantwoord. Slechts wanneer er
                            onvoldoende reservemiddelen zijn om een investering met een
                            maatschappelijk nut direct af te schrijven, geeft het BBV de
                            mogelijkheid tot het beargumenteerd activeren hiervan. Dit zijn dus
                            uitzonderingssituaties. Het streven moet dan zijn om de
                            afschrijvingstermijnen, afhankelijk van de beschikbare financiële
                            dekkingsmiddelen, zo kort mogelijk te laten zijn. Daarmee wordt
                            aangesloten bij de bepalingen van het BBV. Dat betekent dat de gemeente
                            Breda per 1 januari 2004 in beginsel alleen nog maar investeringen met
                            een economisch nut activeert. </al><al/><al>Qua financieel-technische uitwerking heeft dit een aantal gevolgen. De
                            algemene gedragslijn daarbij is: investeringen met een maatschappelijk
                            nut worden verantwoord via de exploitatierekening (en kunnen bij
                            resultaatbestemming direct ten laste van een reserve worden gebracht). </al><al/><al>Omdat Breda conform het BBV en het voorgaande kiest voor het
                            uitgangspunt van het niet activeren van investeringen met een
                            maatschappelijk nut, gaat hoofdstuk twee uit van de veronderstelling van
                            een actief met een economisch nut. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Investeringen met een economisch nut</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1.</nr><titel>Welke uitgaven activeren we?</titel></kop><structuurtekst><al>In de definitie is opgenomen welke uitgaven als investering worden
                                aangemerkt. In hoofdstuk 2 is de keuze gemaakt in beginsel alleen
                                investeringen met een economische nuttigheid te activeren en
                                daarover af te schrijven. </al><al/><al>Worden alle uitgaven met een meerjarige economische nuttigheid dan
                                geactiveerd? Nee, als praktische richtlijn kiest Breda voor een
                                minimum investeringsvolume van € 10.000. Investeringen onder deze
                                minimumwaarde dienen direct in de exploitatierekening verantwoord te
                                worden. Eventuele afwijkingen van deze regel dienen beargumenteerd
                                toegelicht te worden in de voorstellen/verantwoordingen. Deze
                                voorgestelde lijn geldt overigens vanaf 1 januari 2004 en heeft geen
                                terugwerkende kracht werking.</al><al/><al>NB: Wanneer een investering met een maatschappelijk nut
                                    <cursief>toch</cursief> geactiveerd moet worden, dient zo veel
                                als mogelijk aansluiting gezocht te worden bij de behandeling van
                                activa met een economisch nut, mede in relatie tot de mogelijke
                                dekkingsmiddelen. Een zo kort mogelijke afschrijvingstermijn wordt
                                in het BBV vereist. </al><al/><al>In de balans worden de navolgende vaste activa (d.w.z. activa met
                                een nuttigheid &gt;1jaar) onderscheiden:</al><lijst><li nr=" • "><al>Immateriële vaste activa (niet tastbare activa bijvoorbeeld
                                        ontwikkelingskosten)</al></li><li nr=" • "><al>Materiële vaste activa, onderverdeeld in </al><lijst><li nr=" • "><al>investeringen met een economisch nut</al></li><li nr=" • "><al>investeringen met een maatschappelijk nut</al></li></lijst></li><li nr=" • "><al>Financiële vaste activa (bijvoorbeeld deelnemingen, leningen
                                        u/g)</al></li></lijst><al>Op de twee eerstgenoemde posten wordt afgeschreven en daarvoor moet
                                een aantal spelregels worden afgesproken. Voor elk van de hier
                                genoemde soorten activa geldt in principe dat sprake is van
                                afschrijving. Voor bepaalde onderdelen gelden wettelijke termijnen
                                en soms is het mogelijk de afschrijving op nihil te stellen omdat er
                                geen sprake is van een duurzame waardevermindering. Dat is ook de
                                reden waarom op grond niet afgeschreven wordt. Hieronder wordt
                                hierop een korte nadere toelichting gegeven:</al><al/><al><vet>Toelichting Immateriële vaste activa:</vet></al><al>Onder de immateriële vaste activa worden afzonderlijk
                                opgenomen:</al><lijst><li nr="A."><al>kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen;</al></li><li nr="B."><al>kosten van onderzoek en ontwikkelin<cursief>g.
                                        </cursief>Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een
                                        bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien is voldaan
                                        aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="1."><al>de gemeente heeft de intentie het actief te
                                                gebruiken of te verkopen;</al></li><li nr="2."><al>de technische uitvoerbaarheid om het actief te
                                                voltooien staat vast;</al></li><li nr="3."><al>het actief zal in de toekomst economisch of
                                                maatschappelijk nut genereren en;</al></li><li nr="4."><al>de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen
                                                kunnen betrouwbaar worden vastgesteld.</al></li></lijst></li></lijst><al>Het activeren van uitgaven in de sfeer van immateriële vaste activa
                                is –gegeven de aard ervan- bewust gelimiteerd. De gedragslijn is
                                deze uitgaven zoveel mogelijk in een keer als kosten te
                                verantwoorden en slechts in uitzonderingssituaties te activeren. Het
                                afschrijven vindt plaats op zo kort mogelijke termijn, BBV geeft
                                daarvoor aanwijzingen.</al><al/><al>Voorheen werden ongedekte tekorten ook nog al eens onder deze noemer
                                verantwoord. Volgens de bedrijfseconomische grondslagen mogen deze
                                niet langer geactiveerd worden maar moeten ten laste van het eigen
                                vermogen c.q. de reserves worden gebracht. Met de invoering van het
                                BBV zullen eventuele geactiveerde tekorten gesaneerd moeten
                                zijn.</al><al/><al><vet>Toelichting Materiële vaste activa met een economisch
                                nut</vet></al><al>Investeringen met een economisch nut zijn dus alle uitgaven die
                                bijdragen aan de mogelijkheid (financiële) middelen te verwerven
                                (terug te verdienen) en/of die verhandelbaar zijn. Het gaat hierbij
                                nadrukkelijk om de <cursief>mogelijkheid</cursief> middelen te
                                verwerven. Dat een gemeente ervoor kan kiezen ergens geen of geen
                                kostendekkend tarief voor te heffen is niet relevant voor de vraag
                                of een actief economisch nut heeft. Een vergelijkbare redenering
                                geldt voor de verhandelbaarheid. Het gaat om de mogelijkheid de
                                activa te verkopen, niet om de vraag of de gemeente het actief ook
                                daadwerkelijk wil verkopen. Dit betekent onder andere dat alle
                                gebouwen per definitie een economisch nut hebben; er is immers een
                                markt voor gebouwen. Voor investeringen met een economisch nut is er
                                in beginsel geen reden af te wijken van boek 2 BW. Dit betekent dat
                                in het BBV is opgenomen dat activa met een meerjarig economisch nut
                                geactiveerd moeten worden. </al><al/><al>Daarnaast mag er op deze investeringen niet resultaatafhankelijk
                                extra worden afgeschreven. Met andere woorden activa met een
                                meerjarig economisch nut moeten eenduidig worden geactiveerd en
                                vervolgens dient er op consistente wijze op te worden afgeschreven,
                                onafhankelijk van de hoogte van het resultaat en de eventuele vrije
                                ruimte daarbij. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2.</nr><titel>Welke factoren bepalen de afschrijving?</titel></kop><structuurtekst><al>De hoogte van de jaarlijkse afschrijvingskosten wordt bepaald door
                                de volgende factoren:</al><lijst><li nr=" • "><al>de waarde van het actief;</al></li><li nr=" • "><al>de verwachte gebruiksduur;</al></li><li nr=" • "><al>de afschrijvingsmethode;</al></li><li nr=" • "><al>bijdragen van derden;</al></li><li nr=" • "><al>bijdragen uit reserves;</al></li><li nr=" • "><al>de ingangsdatum van het afschrijven.</al></li></lijst><al/><al><vet>De waarde van het actief</vet></al><al>De waardering van een actief is gebaseerd op de verkrijgingsprijs of
                                vervaardigingsprijs. Waardering tegen actuele waarde vindt niet
                                plaats. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en de
                                bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs bestaat uit materiaal en
                                arbeidskosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden
                                toegerekend, eventueel verhoogd met indirecte productiekosten en de
                                rente tot het tijdstip van ingebruikname; In dat geval eist BBV dat
                                in de toelichting wordt vermeld dat deze rente is geactiveerd.
                                Opgemerkt moet worden dat slechts de aanschafprijs minus bijdragen
                                van derden worden geactiveerd. Bijdragen uit reserves mogen volgens
                                het BBV op investeringen met een economische nuttigheid niet in
                                mindering gebracht worden. </al><al/><al><cursief>De verwachte gebruiksduur</cursief></al><al>In principe geldt hier de economische (en dus niet de technische)
                                levensduur als uitgangspunt voor de verwachte gebruiksduur. Het is
                                goed hierbij een gemeentelijke beleids- en gedagslijn te hanteren.
                                De afschrijvingstabel (zie bijlage) is in deze leidend. Wanneer de
                                afschrijvingstabel geen uitsluitsel geeft dient aansluiting gezocht
                                te worden met de zelf geschatte economische levensduur. Bij
                                investeringen met een maatschappelijk nut is de gebruiksduur niet
                                bepalend voor de afschrijvingstermijn. Deze dient immers conform BBV
                                zo kort mogelijk te zijn ook al is de “echte” levensduur
                                langer.</al><al/><al><vet>De afschrijvingsmethode</vet></al><al>De afschrijvings<cursief>methode</cursief> is sterk medebepalend
                                voor de afschrijvings<cursief>component</cursief> van de
                                kapitaallasten. In deze verordening worden de volgende -meest
                                gebruikte- methoden onderscheiden:</al><lijst><li nr=" • "><al>lineair: de afschrijvingskosten blijven gedurende de
                                        looptijd constant, de jaarlijkse kapitaallasten dalen door
                                        afname van de rentecomponent.</al></li><li nr=" • "><al>annuïtair: de afschrijvingskosten stijgen jaarlijks, de
                                        jaarlijkse kapitaallasten blijven constant omdat de stijging
                                        van de afschrijving wordt gelijkgesteld aan de afname van de
                                        rentecomponent.</al></li></lijst><al/><al>In principe kiest Breda –conform het BBV- voor de lineaire
                                afschrijvingsmethode. Het synchroon laten lopen van kapitaallasten
                                met dekkingsmiddelen, rijksvoorschriften en/of tariefsontwikkelingen
                                kunnen eventueel redenen zijn om in uitzonderingssituaties te kiezen
                                voor de annuïtaire vorm van afschrijven. </al><al/><al><vet>Bijdragen van derden </vet></al><al>Het is toegestaan om ontvangen vergoedingen van derden te
                                verrekenen, in zoverre er een directe relatie is tussen de
                                vergoeding en het actief. Breda kiest ervoor om deze te ontvangen
                                vergoedingen, wanneer deze pas worden ontvangen na het moment van
                                activeren, op de balans te zetten als nog te ontvangen bedragen en
                                de hoogte van dit bedrag bij activering alvast in mindering te
                                brengen op de vervaardigingsprijs of de verkrijgingsprijs. Feitelijk
                                ontstaat dan een situatie van voorfinanciering zonder dat de
                                rentekosten al aan het product doorberekend worden. Wanneer de
                                vergoeding vooraf of gelijktijdig met het moment van activeren
                                ontvangen wordt, dan wordt de verkrijgingsprijs of de
                                vervaardigingsprijs direct met de ontvangen vergoeding gesaldeerd en
                                wordt de netto boekwaarde geactiveerd. </al><al/><al><vet>Bijdragen uit reserves</vet></al><al>Het BBV 2004 verbiedt het in mindering brengen van bijdrages uit
                                reserves op de investering met een bedrijfseconomisch nut en
                                schrijft een zogenoemde bruto verantwoording voor (zie definities). </al><al>Qua financieel technische uitwerking betekent dit dat de
                                investeringskosten moeten worden geactiveerd zonder dat de bijdrage
                                in mindering wordt gebracht. De bijdrage moet in een reserve worden
                                gestort. Dit leidt tot hogere afschrijvings- en rentekosten in de
                                exploitatierekening. Tegenover deze hogere kosten staat jaarlijks
                                een bijdrage uit de reserve. Dit gebeurt bij resultaatbestemming
                                (=expliciet besluit). Het gevolg hiervan is dat in de balanssfeer de
                                reserve opgenomen moet blijven, met de aantekening dat deze
                                vooralsnog bestemd is ter dekking van de kapitaallasten van reeds
                                gepleegde investeringen.</al><al/><al><vet>De ingangsdatum van het afschrijven</vet></al><al>Bij rendabele activa vindt afschrijving al plaats in het jaar van
                                activering zelf om zo een maximale matching met de nuttigheid/baten
                                te realiseren. Daarmee is immers bij het berekenen van de tarieven
                                al rekening gehouden. De eerste afschrijving gebeurt tegen een halve
                                afschrijvingslast omdat daarbij uitgegaan wordt van een gemiddelde
                                investeringstermijn van een half jaar. Dit impliceert qua
                                systematiek ook dat –net zoals nu- gerekend wordt met een halve
                                omslagrente (= gemiddelde rente over investeringen) in het eerste
                                jaar.</al><al/><al>Bij onrendabele activa vindt afschrijving eerst in het jaar na
                                activering plaats. Wel wordt in het jaar van activering de halve
                                omslagrente in de exploitatie meegenomen. Bij investering maakt een
                                dienst daartoe een begrotingswijziging waardoor ze (via de stelpost
                                kapitaallasten) budget hiervoor krijgen. In 2004 zal een werkgroep
                                bezien of het zinvol is om het hier beschreven onderscheid tussen
                                rendabele en onrendabele activa in stand te houden. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3.</nr><titel>Voorschriften in het kader van leasing van vaste activa</titel></kop><structuurtekst><al>Een steeds vaker voorkomende vorm van ´eigendom` is het leasen van
                                goederen. Leasen is geen wettelijk omschreven begrip. Vele
                                leasecontracten zijn juridische huurcontracten. Leasecontracten in
                                de vorm van huurkoop of die naar strekking huurkoop zijn, komen
                                eveneens voor. De volgende twee vormen worden onderscheiden:</al><lijst><li nr=" • "><al><cursief>Financiële lease</cursief>: de juridische eigendom
                                        van het desbetreffende actief blijft bij de financier
                                        terwijl het economisch eigendom en daarmee het algehele
                                        risico bij de eigen organisatie ligt. </al></li><li nr=" • "><al><cursief>Operationele lease</cursief>: heeft betrekking op
                                        het ter beschikking stellen van een actief, meer in de vorm
                                        van huur. De voor- en nadelen van de eigendom komen geheel
                                        of nagenoeg geheel voor rekening van de financier.</al></li></lijst><al/><al>Ten aanzien van de balanswaardering en afschrijving voor deze activa
                                geldt: </al><al>Indien uit het geheel van contractvoorwaarden blijkt dat sprake is
                                van financiële lease, dient het gehuurde te worden geactiveerd als
                                ware het eigen eigendom. In de toelichting wordt aangegeven dat er
                                wel sprake is van economisch maar niet van juridisch eigendom. In de
                                praktische uitvoering betekent dit dat de som van de gedurende de
                                resterende looptijd jaarlijks te betalen leasetermijnen als schuld
                                wordt opgenomen tegenover de activapost. Op de vaste activa die
                                geleasd zijn, wordt volgens de normale regels afgeschreven.
                                Operationele lease daarentegen geeft nooit aanleiding tot
                                activering. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Samenvatting en beslispunten</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk worden kort de beslispunten samengevat en in de bijlage
                            vindt u de bijbehorende afschrijvingstabel. </al><al/><lijst><li nr=" • "><al>Het gemeentelijk waarderings- en afschrijvingsbeleid wordt vanaf
                                    2004 uitgevoerd conform de in het Besluit begroting en
                                    verantwoording (BBV) opgenomen richtlijnen. </al><al/></li><li nr=" • "><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2004. </al><al/></li><li nr=" • "><al>Investeringen met een maatschappelijk nut worden niet
                                    geactiveerd doch in één keer afgeschreven. Dekking gebeurt via
                                    onttrekking uit reserves of uit de exploitatierekening zelf. Een
                                    en ander verloopt via de exploitatierekening. Indien activering
                                    toch noodzakelijk is, wordt de afschrijvingstermijn
                                    (beredeneerd) zo kort mogelijk gehouden. </al><al/></li><li nr=" • "><al>Investeringen in met een relatief geringe aanschafprijs mogen om
                                    praktische redenen direct in het jaar van aanschaf ten laste van
                                    het resultaat worden gebracht. Als richtlijn geldt in dit geval
                                    een investeringsvolume kleiner dan € 10.000. </al><al/></li><li nr=" • "><al>De gemeente Breda hanteert een bruto waarderingssystematiek bij
                                    activering. Op deze bruto waarde worden wel bijdragen van derden
                                    in mindering gebracht, maar niet de bijdragen uit eigen
                                    reservemiddelen. </al><al/></li><li nr=" • "><al>Afschrijvingen worden gebaseerd op duurzame waardeverminderingen
                                    van vaste activa en worden onafhankelijk van het resultaat in
                                    enig jaar verantwoord. </al><al/></li><li nr=" • "><al>Bijdragen van derden (ontvangen subsidies) worden op de
                                    waardering van het actief in mindering gebracht voor zover er
                                    een directe relatie met het actief bestaat. Wanneer deze
                                    vergoeding pas wordt ontvangen na het moment van activering
                                    wordt het te ontvangen bedrag als nog te ontvangen op de balans
                                    gezet. Zodoende vindt activering plaats tegen de waarde van het
                                    actief minus bijdrage van derden. </al><al/></li><li nr=" • "><al>Breda kiest voor de lineaire afschrijvingsmethode. In bijzondere
                                    gevallen wordt toegestaan beredeneerd af te wijken, bijv. naar
                                    de annuïtaire methode.</al><al/></li><li nr=" • "><al>Bij rendabele activa vindt afschrijving plaats in het jaar van
                                    activering. De kapitaallasten zijn gebaseerd op de halve
                                    omslagrente en de halve afschrijvingslast. In volgende jaren
                                    wordt de volledige kapitaallast berekend. Bij onrendabele
                                    activering wordt in het jaar van activering niet afgeschreven.
                                    Wel wordt in dat jaar de halve omslagrente (= gemiddelde rente)
                                    aan het actief toegerekend. In volgende jaren wordt de totale
                                    jaarlijkse kapitaallast berekend. </al><al/></li><li nr=" • "><al>Overeenkomsten waarbij sprake is van financiële lease worden
                                    geactiveerd en de afschrijving wordt overeenkomstig de
                                    gebruikelijke regels vastgesteld. </al><al/></li><li nr=" • "><al>In de afschrijvingstabel zijn de afgesproken
                                    afschrijvingstermijnen opgenomen. Afwijkingen hierop dienen
                                    beargumenteerd voorgelegd te worden aan het college. </al><al/></li><li nr=" • "><al>Als het voornemen bestaat om af te wijken van de richtlijnen
                                    conform deze verordening moet dit vooraf aan het college van
                                    burgemeester en wethouders voorgelegd worden. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Bijlage: Afschrijvingstabel</titel></kop><al><cursief>In principe worden alleen investeringen met een economisch nut
                        geactiveerd. In de afschrijvingstabel staan derhalve alleen maar
                        afschrijvingstermijnen voor investeringen die Breda als investeringen met
                        een economisch nut beschouwt. Investeringen met een maatschappelijk nut
                        zullen bij voorkeur niet geactiveerd worden. Indien wel (om financiële
                        redenen) geactiveerd wordt dan schrijft het BBV een zo kort mogelijke
                        afschrijvingstermijn voor. Deze zal afhankelijk zijn van de beschikbare
                        ekkingsmiddelen.</cursief></al><al/><al><cursief>Uitgangspunt: De intentie is om kleine bedragen niet te activeren. Voor
                        zover de exploitatie het kan dragen wordt aanbevolen om relatief kleine
                        bedragen als kosten mee te nemen. Als richtlijn hanteert de gemeente Breda €
                        10.000 euro als praktische ondergrens waarboven geactiveerd
                    wordt.</cursief></al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al><cursief><vet>Soort Actief</vet></cursief></al></entry><entry><al/></entry><entry><al><cursief><vet>Afschrijvingstermijn</vet></cursief></al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>1. Immateriële Vaste Activa</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>1.1 Onderzoek en ontwikkeling </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>max. 5 jaren </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>2. Financiële Vaste Activa</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>Levensduur voorziening </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>3. Materiële Vaste Activa</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>3.1 Gronden </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>Geen afschrijvingGeen afschrijving </al></entry></row><row><entry><al>3.2 Rioleringen </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>30 jaren </al></entry></row><row><entry><al>3.3 Parkeren </al></entry><entry><al>Parkeergarage </al></entry><entry><al>30 jaren </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Parkeerterrein </al></entry><entry><al>20 jaren </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Parkeermeters en –automaten </al></entry><entry><al>10 jaren </al></entry></row><row><entry><al>3.4 Monumenten </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>30 jaren </al></entry></row><row><entry><al>3.5 Begraafplaatsen </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>30 jaren </al></entry></row><row><entry><al>3.6 Woonwagenlocaties </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>25 jaren </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><vet>4. Bedrijfsmiddelen</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>4.1 Gebouwen </al></entry><entry><al>Ondergrond </al></entry><entry><al>Geen afschrijving </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Onderwijshuisvesting </al></entry><entry><al>40 jaren </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Opstal </al></entry><entry><al>40 jaren </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Semi-permanent </al></entry><entry><al>20 jaren </al></entry></row><row><entry><al>4.2 Bekabeling </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>12 jaren </al></entry></row><row><entry><al>4.3 Verbouwingen </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>25 jaren </al></entry></row><row><entry><al>4.4 Technische installaties </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>25 jaren </al></entry></row><row><entry><al>4.5 Machines </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>10 jaren </al></entry></row><row><entry><al>4.6 Meubilair en inventaris </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>10 jaren </al></entry></row><row><entry><al>4.7 Kopieer- en lichtdrukmachines </al></entry><entry><al/></entry><entry><al> 5 jaren </al></entry></row><row><entry><al>4.8 Automatisering </al></entry><entry><al>Software </al></entry><entry><al>4-7 jaren </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>PC’s, printers en servers </al></entry><entry><al>3 jaren </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Kasregisters </al></entry><entry><al>5 jaren </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Foto- en filmapparatuur </al></entry><entry><al>3 jaren </al></entry></row><row><entry><al>4.9 Tractiemiddelen </al></entry><entry><al>Zwaar materieel </al></entry><entry><al>15 jaren </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Halfzwaar materieel </al></entry><entry><al>6-10 jaren </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Licht materieel </al></entry><entry><al>5 jaren </al></entry></row><row><entry><al>4.10 Gereedschappen </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>5 jaren </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>In die gevallen waarin deze tabel geen uitsluitsel geeft, geldt de economische
                    levensduur als norm voor de afschrijvingstermijn. </al><al/><lijst><li nr="1."><al> Investeringsbijdragen aan activa in eigendom van derden </al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Aanleiding voor een nieuwe afschrijvingsverordening </vet></al><al>“Niet alle uitgaven zijn kosten”. Veel van de uitgaven die een gemeente doet
                    leiden direct tot kosten, bijvoorbeeld salarissen en de aanschaf van
                    vakliteratuur. Soms worden er uitgaven gedaan die hun nuttigheid niet beperken
                    tot een enkel jaar maar over een reeks van jaren strekken. </al><al>In de praktijk wordt deze relatie veelal gelegd met relatief grote bedragen. Dit
                    noemt men investeringen en voorbeelden zijn te vinden in de sfeer van wegen,
                    gebouwen, ict hulpmiddelen, vervoersmiddelen. Door middel van afschrijvingen
                    worden daarbij de kosten van de waardevermindering over jaarschijven verdeeld.
                    Zo worden de afschrijvingskosten berekend en wordt een optimale match van
                    gebruik/baten en kosten gerealiseerd. </al><al/><al>Waarom is een juiste kostentoerekening van belang? Als de afschrijvingen te hoog
                    berekend worden dan leidt dat tot een te hoge lastendruk op dit moment; als de
                    afschrijvingen te laag berekend worden, worden de lasten naar de toekomst
                    doorgeschoven. Beide effecten zijn niet wenselijk, zeker niet als een relatie
                    naar (kostendekkende) tarieven wordt gelegd. </al><al/><al>Er is een duidelijke aanleiding die uitnodigt tot het schrijven van een
                    afschrijvingsverordening, te weten: het Besluit Begroten en Verantwoorden 2004
                    (BBV). Deze nieuwe wetgeving stelt nieuwe eisen aan het omgaan met
                    investeringen, met een belangrijke trendbreuk per 2004 ten opzichte van het
                    verleden. Momenteel ontbreekt het ook aan een eenduidige
                    afschrijvingssystematiek binnen Breda en deze verordening wordt geacht de
                    huidige verschijningsvormen wat meer uit te lijnen. De keuzes worden overigens
                    ook beperkt door de bestaande (financiële) situatie binnen de gemeente Breda. </al><al/><al>Deze verordening is tot slot te zien als een uitwerking van artikel 10
                    “waardering en afschrijving vaste activa” in de Verordening ex artikel 212
                    Gemeentewet (Verordening Financieel beleid, financieel beheer en financiële
                    organisatie). </al><al/><al><vet>Leeswijzer </vet></al><al>Deze verordening begint met enkele definities. BBV maakt een nieuwe opdeling in
                    investeringen nl. tussen investeringen met een maatschappelijk nut en
                    investeringen met een economisch nut. Hoofdstuk 2 bevat een uitvoerige inleiding
                    waarin basale elementen van activering en waardering beschreven worden. In
                    hoofdstuk 3 tenslotte bevat een samenvatting van de beslispunten. In de bijlage
                    is een tabel met uniforme afschrijvingstermijnen opgenomen. </al><al/><al><vet>Beleidsvrijheid</vet></al><al>Overigens is het niet zo dat er heel beleidsvrijheid bestaat voor individuele
                    gemeenten. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft zodanige
                    richtlijnen en aanwijzingen dat het aantal vrije keuzes heel beperkt is. De
                    eigen beleidsruimte was onder het oude gesternte i.c. de
                    Comptabiliteitsvoorschriften veel groter. Wel is er de vrijheid om met
                    argumenten omkleed af te wijken van de voorschriften. Die mogelijkheden zijn in
                    de tekst nadrukkelijk aangegeven. </al><al/><al><vet>Definities </vet></al><al><cursief>Inves­teren </cursief>is het aanschaffen of in eigen beheer produceren
                    van goederen met een meerjarige nuttigheid<cursief>.</cursief> Deze
                    investeringen noemt men in de balans materiele vaste <cursief>activa</cursief>,
                    in het enkelvoud een <cursief>actief</cursief>. Kenmerkend voor investeren is
                    dus het begrip meerjarig. Het (gebruiks)nut is aanwezig gedurende meerdere jaren
                    en de uit de investering voortvloeiende kosten worden over een aantal jaren
                    verdeeld, de afschrijvingskosten genaamd. </al><al/><al><cursief>Afschrijven</cursief> is het bepalen van de jaarlijkse
                    waardevermindering van een actief i.c. de systematiek om te bepalen voor welke
                    bedragen de investeringsuitgaven ten laste van het jaarlijkse
                    exploitatieresultaat komen. Deze verdeling over een reeks van jaren gebeurt om
                    een aantal redenen: </al><lijst><li nr=" • "><al>De waardevermindering van de activa geschiedt in een reeks van jaren.
                            Door middel van afschrijvingen geeft een actief in de balans een
                            realistische weergave van het vermogen gedurende deze periode.
                            Voorbeeld: de waarde van een vrachtauto ontwikkelt zich gedurende vijf
                            jaar van oorspronkelijke aanschafwaarde tot restwaarde. </al></li><li nr=" • "><al>Door de afschrijvingen wordt een directe relatie gelegd tussen kosten en
                            nuttigheid/dienstbaarheid. Voorbeeld: gedurende 40 jaar wordt gebruik
                            gemaakt van een gebouw en de kosten daarvan worden in 40 jaar ten laste
                            van de rekening van baten en lasten gebracht. </al></li></lijst><al>Deze afschrijvingskosten vormen tezamen met de rentekosten de
                        <cursief>kapitaallasten</cursief>. </al><al/><al>De afschrijvingskosten worden bepaald op basis van de werkelijk betaalde
                    verkrijgingsprijs, het <cursief>bruto investeringsbedrag</cursief>.<sup/> Soms
                    dragen derden met subsidies bij in het realiseren van investeringen. BBV stelt
                    dat deze bijdragen van derden op de verkrijgingsprijs in mindering moeten worden
                    gebracht indien deze direct samenhangen met de investering. Dan ontstaat het
                        <cursief>netto investeringsbedrag</cursief>. Idealiter wordt de verwachte
                    bijdrage direct op de boekwaarde in mindering gebracht maar soms ontbreekt
                    daarvoor op het moment van investeren de juiste informatie (bijvoorbeeld:
                    ontbreken van definitieve subsidietoezeggingen). Als dat niet mogelijk is, mag
                    op de bijdrage in ieder geval niet langer afgeschreven worden dan de resterende
                    looptijd van het actief.<extref doc="#sdfootnote1sym"><sup>1</sup></extref></al><al/><al><vet>Tijdstip van inwerkingtreding </vet></al><al>Deze afschrijvingsnota treedt bij verordening in werking per 1 januari 2004 en
                    geldt voor alle nieuwe investeringen en daarmee ook voor investeringen die nog
                    in de overloop van 2003 naar 2004 zitten. De verordening geldt dus niet met
                    terugwerkende kracht. Inhaalafschrijvingen en extra afschrijvingen worden
                    daardoor niet nodig geacht. Wel zou een verkorting of verlenging van
                    afschrijvingstermijnen een (beperkte) invloed kunnen hebben op de toekomstige
                    ontwikkeling van de kapitaallasten. Dat zal in overleg met de diensten nog nader
                    in beeld gebracht worden. </al><al/><al><extref doc="#sdfootnote1anc">1</extref> In veruit de meeste gevallen is het
                    bruto investeringsbedrag geschoond voor de btw component om dat deze compensabel
                    is. In uitzonderingsgevallen (bijvoorbeeld onderwijshuisvesting) is de bruto
                    verkrijgingsprijs inclusief btw. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>