<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR110487_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afwegingsmodel handhaving kinderopvang</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt, 6 juli 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afwegingsmodel handhaving kinderopvang</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen art.16, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Awb art. 5, lid 4 en 31</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art.125</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-05-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afwegingsmodel handhaving kinderopvang</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang</al><al>Handhaving- en sanctiebeleid gemeente Aalburg betreffende kwaliteit en
                        handhaving kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen </al><al>Gemeente Aalburg, Mei 2011</al><al><vet>Inhoudsopgave Inleiding 1. Toelichting op het afwegingsmodel </vet>1.a.
                        Algemeen 1.b. Start van een handhavingstraject 1.c. Handhaving
                        Peuterspeelzalen <vet>2. Soorten Sancties </vet>2.1. Herstellende
                        sancties2.1.1 Stap 1 Bevel of aanwijzing2.1.2 Stap 2 Last onder dwangsom of
                        bestuursdwang 2.1.3 Stap 3 Exploitatieverbod2.1.4 Stap 4 Verwijdering uit
                        Landelijk Register Kinderopvang2.1.5 Verloop herstellend
                        handhavingstraject2.2. Bestraffende sancties2.2.1 Grondslag bestuurlijke
                        boete bij kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en
                        gastouderbureaus2.2.2 Grondslag bestuurlijke boete bij gastouder 2.2.3
                        Grondslag bestuurlijke boete bij peuterspeelzalen2.2.4 Opleggen bestuurlijke
                        boete2.2.5 Hoogte bestuurlijke boete<vet>3. Begripsomschrijvingen
                            </vet><vet>4. Gebruikte afkortingen </vet></al><al><vet>5. Afwegingsmodellen handhaving kinderopvangcentra </vet>5.a.
                        Afwegingsmodel handhaving Dagopvang5.b. Afwegingsmodel handhaving
                        Buitenschoolse Opvang 5.c. Afwegingsmodel handhaving Gastouderbureau5.d.
                        Afwegingsmodel handhaving Gastouderopvang5.e. Afwegingsmodel handhaving
                        PeuterspeelzaalFiguur 1 Figuur 2 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Toelichting op het afwegingsmodel</titel></kop><structuurtekst><al>Voor u ligt het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang van de gemeente
                            Aalburg. In deze paragraaf wordt een korte toelichting op het
                            afwegingsmodel gegeven, dat als basis de inspectierapporten van de GGD
                            heeft.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1a</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeente hanteert het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang bij
                                het uitvoeren van de handhavingsacties die nodig zijn als een houder
                                van een kindercentrum, een gastouderbureau, een voorziening voor
                                gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer
                                kwaliteitseisen van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen
                                peuterspeelzalen, hierna genoemd Wet Kinderopvang of Wko en de
                                beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen van de
                                staatssecretaris van OCW. In het model zijn de stappen opgenomen die
                                de gemeente kan hanteren bij het overtreden van de
                                kwaliteitseisen.Handhaving is maatwerk en zal in elke situatie apart
                                afgewogen moeten worden. Daardoor zijn niet automatisch alle
                                genoemde stappen in een bepaalde situatie van toepassing op een
                                gemaakte overtreding. Bij iedere overtreding zal overwogen worden of
                                de te zetten stap in proportie is met de gemaakte overtreding in een
                                bepaalde setting. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1b</nr><titel>Start van een handhavingstraject</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een handhavingstraject begint, indien nodig, direct na ontvangst van
                                het inspectierapport van de GGD. De GGD geeft in het rapport een
                                handhavingsadvies aan de gemeente. In het rapport is het ‘Overzicht
                                bevindingen toezichthouder per inspectiedomein’ de basis voor het
                                afwegen van de te ondernemen handhavingsactie. In dit overzicht
                                beschrijft de toezichthouder per domein de context van de
                                voorwaarden waar de houder niet aan voldoet. Ook de resultaten van
                                eventueel door de inspecteur toegepast ‘overleg en overreding’
                                worden hierin genoemd. De gemeente kan de aangegeven verzwarende of
                                verzachtende omstandigheden, de inspanning van de houder etc. mee
                                laten wegen bij het beoordelen van de te nemen
                                handhavingsactie.</al><al>De gemeente kan in bijzondere gevallen, voordat de eerste juridische
                                stap van aanwijzing wordt gezet, overwegen eerst een schriftelijke
                                waarschuwing te geven. Ook kan worden overwogen om eerst op basis
                                van mondeling overleg de houder te bewegen de overtreding te
                                herstellen. Zowel de waarschuwing als het mondelinge overleg hebben
                                geen juridische status en betekenen daarom een uitstel van het
                                handhavingstraject. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1c</nr><titel>Handhaving peuterspeelzalen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Zolang afdeling 2.2 en art 2.20 Wko niet in werking zijn getreden,
                                is het handhavingsbeleid voor peuterspeelzalen (hoofdstuk 5.e.. van
                                dit afwegingsmodel) nog niet van toepassing. Zodra deze artikelen
                                wel in werking treden, treedt op datzelfde moment ook het
                                handhavingsbeleid peuterspeelzalen in werking.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Soorten sancties</titel></kop><structuurtekst><al>Binnen de handhaving kunnen twee typen sancties onderscheiden worden,
                            namelijk herstellende sancties en bestraffende sancties. Deze typen
                            sancties bestaan naast elkaar. Dit betekent dat sancties van een
                            verschillend type tegelijkertijd kunnen worden opgelegd.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Herstellende sancties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In artikel 5:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt bepaald wat
                                onder een herstellende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt
                                verstaan: een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of
                                gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot
                                het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het
                                wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding.</al><al>Hieruit volgt dat het doel van de herstellende sanctie dus ook met
                                name gelegen is in het voorkomen van het voortduren van de
                                overtreding en/of herhaling ervan in de toekomst. De herstellende
                                sancties zijn onder te verdelen in vier stappen.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.1.1</lidnr><al><cursief>Stap 1 Bevel of aanwijzing</cursief>De eerste stap met
                                betrekking tot herstellende sancties is het geven van een bevel of
                                aanwijzing. Een bevel is een handhavingsmiddel dat in spoedeisende
                                gevallen door de GGD-inspecteur direct tijdens een inspectie ingezet
                                kan worden. Omdat het middel door de GGD-inspecteur wordt ingezet en
                                niet door het college wordt het bevel in het afwegingsmodel verder
                                niet meer genoemd. De GGD geeft alleen een bevel indien hij van
                                mening is dat de kwaliteit bij een kindercentrum of peuterspeelzaal
                                zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs
                                geen uitstel kan lijden. In geval van overtredingen met een lage of
                                gemiddelde prioritering (zie in de tabellen van het afwegingsmodel)
                                zal hier geen sprake van zijn.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin
                                zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een
                                gastouderbureau of een peuterspeelzaal bevindt dat de gegeven
                                voorschriften (zoals weergegeven in de tabellen) niet of in
                                onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing
                                geven. In een aanwijzing wordt met redenen toegelicht op welke
                                punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden
                                nageleefd door de houder. Ook wordt aangegeven welke maatregelen
                                door de houder genomen dienen te worden om deze voorschriften wel op
                                juiste wijze na te leven.</al><al>Bij een aanwijzing wordt de houder een hersteltermijn gegeven. De
                                hersteltermijn wordt bepaald door de zwaarte van de prioritering. De
                                hersteltermijn in dit afwegingsmodel wordt aangegeven in een
                                bandbreedte. De gemeente geeft per concreet geval de exacte
                                hersteltermijn aan. Na het verstrijken van een hersteltermijn dient
                                de overtreding beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de
                                gemeente schriftelijke bewijs-stukken opvragen dan wel de GGD de
                                opdracht geven voor een herinspectie. Is de overtreding niet
                                beëindigd, dan zal de volgende stap worden ingezet.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.1.2</lidnr><al><cursief>Stap 2 last onder dwangsom of last onder
                                    bestuursdwang</cursief>De volgende stap met betrekking tot
                                herstellende sancties is ‘last onder dwangsom’ of ‘last onder
                                bestuursdwang’. Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de
                                herstelsanctie, inhoudende:</al><lijst><li nr="a."><al>een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de
                                        overtreding, en</al></li><li nr="b."><al>de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last
                                        niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.De stap last onder
                                        dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een
                                        geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder
                                        dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen
                                        een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit
                                        vereist een nieuw besluit.</al></li></lijst><al>Tevens is er de mogelijkheid om een ‘last onder bestuursdwang’ op te
                                leggen. Hieronder wordt verstaan: de herstelsanctie,
                                inhoudende:</al><lijst><li nr="a."><al>een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de
                                        overtreding, en</al></li><li nr="b."><al>de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door
                                        feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last
                                        niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.In gevallen waarin het
                                        bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding
                                        op te lossen (op kosten van de overtreder) kan een last
                                        onder bestuursdwang opgelegd worden. Omdat in het kader van
                                        handhaving kinderopvang de overtredingen zich maar in
                                        beperkte mate lenen voor toepassing van bestuursdwang, is
                                        deze optie op een enkele overtreding na niet opgenomen in
                                        het afwegingsmodel. Echter, op grond van het bestuursrecht
                                        geldt dat in die gevallen waarin last onder dwangsom
                                        mogelijk is, ook bestuursdwang kan worden toegepast indien
                                        de gemeente de overtreding daardoor zelf kan doen
                                        beëindigen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.1.3</lidnr><al><cursief>Stap 3 Exploitatieverbod</cursief>Het college van
                                burgemeester en wethouders kan de houder verbieden de exploitatie
                                van een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een
                                gastouderbureau of de instandhouding van een peuterspeelzaal voort
                                te zetten, zolang hij een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het
                                opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is.</al><al>Tevens kan het college van burgemeester en wethouders de houder
                                verbieden een bepaald kindercentrum, een bepaalde voorziening voor
                                gastouderopvang, gastouderbureau of peuterspeelzaal in exploitatie
                                te nemen, zolang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen (zoals
                                genoemd in de tabellen) wordt voldaan. </al></lid><lid><lidnr>2.1.4</lidnr><al><cursief>Stap 4 Verwijdering uit Landelijk Register
                                    Kinderopvang</cursief>De laatste stap betreft verwijdering uit
                                het Landelijk Register Kinderopvang. Er zijn verschillende gronden
                                waarop het college een voorziening uit het register kinderopvang kan
                                verwijderen:</al><lijst><li nr="1."><al>Indien is gebleken dat de houder niet langer de organisatie
                                        voor kinderopvang exploiteert</al></li><li nr="2."><al>Indien uit een GGD-inspectie is gebleken dat de houder naar
                                        verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan in de Wko
                                        gegeven voorschriften</al></li><li nr="3."><al>Indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de
                                        organisatie voor kinderopvang niet daadwerkelijk is
                                        aangevangenVanaf het moment dat een kindercentrum, een
                                        voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een
                                        peuterspeelzaal is verwijderd uit het register, is er geen
                                        sprake meer van kinderopvang in de zin van de wet.
                                        Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale kinderopvang
                                        en tot een boete op basis van de Wet Economische Delicten.
                                        Doordat eerdergenoemde voorzieningen uit het register zijn
                                        verwijderd, wordt ook de grond voor recht op
                                        kinderopvangtoeslag voor vraagouders beëindigd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.1.5</lidnr><al><cursief>Verloop herstellend handhavingstraject</cursief>Een
                                herstellend handhavingstraject verloopt in beginsel volgens de
                                hierboven genoemde stappen. Er kunnen zich echter situaties
                                voordoen, waarin het naar beoordeling van het college
                                gerechtvaardigd is om, gezien de aard en/of ernst van de
                                overtreding, bepaalde stappen over te slaan en direct over te gaan
                                tot inzet van een zwaardere sanctie. Eén van de situaties waarin dit
                                zich kan voordoen is recidive. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Bestraffende sancties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een bestraffende sanctie
                                wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie
                                voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te brengen.Een
                                bestraffende sanctie bestraft een overtreding die in het verleden
                                begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt
                                bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet
                                kinderopvang is de bestuurlijke boete. Een bestuurlijke boete kan
                                apart maar ook gelijktijdig met een herstellend handhavingstraject
                                worden opgelegd. </al><al/></lid><lid><lidnr>2.1.1</lidnr><al>Grondslag bestuurlijke boete bij kindercentra, voorzieningen voor
                                gastouderopvang en gastouderbureausOp grond van artikel 1.72 Wko is
                                het college bevoegd bij een aantal overtredingen een bestuurlijke
                                boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste €
                                45.000,- bedragen. Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het
                                college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties:</al><lijst><li nr="1."><al>In geval van overtreding van een of meer bepalingen bij of
                                        krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.60a Wko (zie
                                        tabellen)</al></li><li nr="2."><al>In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel niet
                                        nakomt</al></li><li nr="3."><al>In geval de houder een kinderopvangcentrum blijft
                                        exploiteren terwijl op grond van artikel 1.66 Wko aan hem
                                        een exploitatieverbod is opgelegd</al></li><li nr="4."><al>In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan
                                        een toezichthouder</al></li><li nr="5."><al>In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167
                                        Wet op het primair onderwijs niet nakomt</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.2.2</lidnr><al><cursief>Grondslag bestuurlijke boete bij
                                gastouder</cursief>Gastouders vallen ook volledig onder het regime
                                van toezicht en handhaving en daarbij is ook de mogelijkheid om een
                                bestuurlijke boete op te leggen van toepassing. Omdat echter een
                                gastouder toch een bijzondere vorm van opvang is, is ervoor gekozen
                                niet vooraf in dit model boetebedragen te noemen in het domein
                                ‘gastouderopvang’. Indien de gemeente een overtreding van een
                                gastouder wil sanctioneren met een bestuurlijke boete, zal in dat
                                geval het boetebedrag bepaald worden, met inachtneming van de
                                algemene bepalingen hieromtrent in dit handhavingsbeleid. Daarbij
                                kan bijvoorbeeld een relatie worden gelegd met de boetebedragen
                                zoals die zijn bepaald binnen de kinderopvang.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.2.3</lidnr><al><cursief>Grondslag bestuurlijke boete bij
                                peuterspeelzalen</cursief>Voor peuterspeelzalen geldt dat de
                                mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen, is bepaald in
                                artikel 2.27 Wko. Dit artikel bepaalt dat een bestuurlijke boete
                                alleen opgelegd kan worden aan niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen.
                                Voor de gemeente Aalburg is het opleggen van een bestuurlijke boete
                                aan peuterspeelzalen derhalve niet van toepassing, aangezien alle
                                peuterspeelzalen worden gesubsidieerd door de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.2.4</lidnr><al>Opleggen bestuurlijke boeteEen bestuurlijke boete wordt opgelegd bij
                                een overtreding met de prioriteit ‘hoog’. Er zal in beginsel een
                                boete ter hoogte van het in het afwegingsmodel genoemde bedrag
                                worden opgelegd. Ook bij een overtreding met een prioriteit
                                ‘gemiddeld’ of ‘laag’ kan het college besluiten een boete op te
                                leggen.</al><al>Het college legt geen boete op indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de overtreder aannemelijk maakt dat elke vorm van
                                        verwijtbaarheid ontbreekt</al></li><li nr="2."><al>de houder, zijnde een natuurlijk persoon (en geen
                                        rechtspersoon), is overleden</al></li><li nr="3."><al>er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid die een
                                        direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van
                                        personen tot gevolg heeft. In dit geval past slechts een
                                        strafrechtelijke sanctie en geen bestuurlijke boete.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.2.5</lidnr><al>Hoogte bestuurlijke boeteDe in dit afwegingsmodel genoemde
                                boetebedragen zijn richtlijnen. Per geconstateerde overtreding zal
                                bepaald moeten worden of het genoemde boetebedrag proportioneel is.
                                Het college stemt de bestuurlijke boete af op de ernst van de
                                overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden
                                verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de
                                omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.</al><al>Er bestaan in dit kader ook ‘boeteverhogende en boeteverlagende
                                omstandigheden’. In het geval de overtreder in de afgelopen drie
                                jaar al eerder is beboet voor eenzelfde type overtreding kan het
                                college de boete verhogen. Daarbij is irrelevant of de in het
                                verleden gepleegde overtreding(en) al dan niet betrekking hadden op
                                hetzelfde kindercentrum, gastouderbureau, voorziening voor
                                gastouderopvang of peuterspeelzaal waarvoor de nieuwe boete wordt
                                opgelegd. Bepalend is of de overtreder als houder al eerder een
                                boete is opgelegd.</al><al>Als boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden kunnen onder
                                meer in aanmerking worden genomen:</al><lijst><li nr="1."><al>De omstandigheid dat de houder al eerder eenzelfde type
                                        overtreding heeft gepleegd. Daaronder wordt ook een
                                        overtreding in een andere voorziening van dezelfde houder
                                        begrepen (recidive, boeteverhogend)</al></li><li nr="2."><al>De omstandigheid dat de overtreding betrekking heeft op een
                                        kleine onderneming (boeteverlagend)</al></li><li nr="3."><al>De omstandigheid dat de overtreder door het verboden gedrag
                                        een aanzienlijk voordeel heeft gekregen
                                        (boeteverhogend)</al></li><li nr="4."><al>De omstandigheid dat de overtreder uit eigen beweging
                                        derden, aan wie direct of indirect door de overtreding
                                        schade is berokkend, schadeloos heeft gesteld
                                        (boeteverlagend)</al></li><li nr="5."><al>Een andere omstandigheid die naar het oordeel van het
                                        college aanleiding geeft tot verhoging of verlaging van de
                                        boete.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><structuurtekst><al>In dit afwegingsmodel wordt verstaan onder:</al><al><cursief>beroepskracht:</cursief> de persoon van 18 jaar of ouder die
                            werkzaam is bij een kindercentrum en is belast met de verzorging en
                            opvoeding van kinderen; of de persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam
                            is bij een gastouderbureau en is belast met het tot stand brengen en
                            begeleiden van gastouderopvang;</al><al><cursief>beroepskracht in opleiding: </cursief>degene die de
                            beroepsbegeleidende leerweg volgt, bedoeld in de Wet educatie en
                            beroepsonderwijs, en ten behoeve van beroepspraktijkvorming is belast
                            met de verzorging en opvoeding van kinderen bij een kindercentrum of
                            voorziening voor gastouderopvang;</al><al><cursief>gastouder: </cursief>de natuurlijke persoon van 18 jaar of
                            ouder die gastouderopvang biedt, met uitzondering van natuurlijke
                            personen van wie een of meer kinderen op bij algemene maatregel van
                            bestuur aan te wijzen gronden onderworpen zijn aan ondertoezichtstelling
                            of voorlopige ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 254,
                            onderscheidenlijk artikel 255, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, en
                            met uitzondering van de persoon die op hetzelfde woonadres als de ouder
                            of diens partner staat ingeschreven in de gemeentelijke
                            basisadministratie persoonsgegevens;</al><al><cursief>gastouderbureau: </cursief>een organisatie die gastouderopvang
                            tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling
                            van ouders aan gastouders geschiedt;</al><al><cursief>houder: </cursief>de rechtspersoon of natuurlijke persoon van
                            18 jaar of ouder die een kindercentrum, een voorziening voor
                            gastouderopvang of een gastouderbureau exploiteert;</al><al><cursief>kindercentrum: </cursief>een voorziening waar kinderopvang
                            plaatsvindt, anders dan gastouderopvang;</al><al><cursief>kinderopvang: </cursief>het bedrijfsmatig of anders dan om niet
                            verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop
                            het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;</al><al><cursief>ouder: </cursief>de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de
                            pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, met
                            dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap
                            een subsidie op grond van de Wet op de jeugdzorg buiten beschouwing
                            blijft;</al><al><cursief>oudercommissie:</cursief> de commissie, bedoeld in artikel 1.58
                            Wet kinderopvang;</al><al><cursief>dagopvang: </cursief>kinderopvang, verzorgd door een
                            kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het
                            basisonderwijs volgen;</al><al><cursief>buitenschoolse opvang: </cursief>kinderopvang, verzorgd door
                            een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het
                            basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de
                            dagelijkse schooltijd, evenals gedurende vrije dagen of middagen en in
                            de schoolvakanties;</al><al><cursief>stamgroep: </cursief>een vaste groep kinderen in de dagopvang
                            in een passend ingerichte vaste groepsruimte;</al><al><cursief>stamgroepruimte:</cursief> de ruimte waarin de kinderen in de
                            dagopvang het grootste deel van de dag aanwezig zijn;</al><al><cursief>basisgroep: </cursief>een vaste groep kinderen in de
                            buitenschoolse opvang in een passend ingerichte ruimte;</al><al><cursief>risico-inventarisatie</cursief>: de risico-inventarisatie,
                            bedoeld in artikel 1.51 Wet kinderopvang;</al><al><cursief>bemiddelingsmedewerker: </cursief>de medewerker die zich
                            bezighoudt met de taken, bedoeld in de artikelen 12, 15 en 15e
                            Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (OCW).</al><al>Voor eventuele overige begrippen is artikel 1.1 Wet kinderopvang en
                            kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) en artikel 1 Beleidsregels
                            kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (OCW) van toepassing.</al><al>Deze begripsbepalingen zijn opgenomen ter bevordering van de
                            leesbaarheid van dit Afwegingsmodel en zijn overeenkomstig de
                            begripsbepalingen van de Wko en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang
                            en peuterspeelzalen. Mochten in de Wko of de Beleidsregels kwaliteit
                            kinderopvang en peuterspeelzalen deze begripsbepalingen worden aangepast
                            dan geldt ook voor dit Afwegingsmodel vanaf dat moment de omschrijving
                            zoals die dan geldt volgens de Wko en/of de Beleidsregels kwaliteit
                            kinderopvang en peuterspeelzalen. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Gebruikte afkortingen</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Art: </cursief>artikel<cursief>Artt</cursief>:
                                artikelen<cursief>Beleidsregels kwaliteit</cursief>: Beleidsregels
                            kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen<cursief>BSO</cursief>:
                            buitenschoolse opvang<cursief>GOB</cursief>:
                                gastouderbureau<cursief>Jo</cursief>: juncto (in samenhang
                                met)<cursief>Kdv</cursief>: kinderdagverblijf<cursief>Psz</cursief>:
                                peuterspeelzaal<cursief>Wko</cursief>: Wet kinderopvang en
                            kwaliteitseisen peuterspeelzalen<cursief>PMIO</cursief>: Pedagogisch
                            medewerker in Ontwikkeling </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Afwegingsmodellen handhaving kinderopvangcentra</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="ie9030bcd-ac93-47d5-9ab2-5ab87f490ede" naam="i53133ie9030bcd-ac93-47d5-9ab2-5ab87f490ede.jpg" breedte="5.3cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="200px" hoogte="3.8cm"/></plaatje></al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>