<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR110164_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Almere 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-08-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad Almere, 22-07-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Almere 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147 en 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-07-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-07-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-09-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV-36/2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Almere 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Almere;</al><al/><al>Gezien het voorstel van het college;</al><al/><al>Gelet op het bepaalde in de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet en titel
                        4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>Besluit vast te stellen:</al><al/><al>De Algemene subsidieverordening Almere 2011.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Almere;</al></li><li nr="b."><al>jaarlijkse subsidie: subsidie die voor een jaar wordt verstrekt
                                    dan wel wordt verstrekt ten behoeve van activiteiten die
                                    (nagenoeg) een geheel jaar plaatsvinden;</al></li><li nr="c."><al>eenmalige subsidie: subsidie anders dan een jaarlijkse
                                    subsidie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><al>Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten op de volgende
                            beleidsterreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen bestuur</al></li><li nr="b."><al>openbare orde en veiligheid</al></li><li nr="c."><al>verkeer, vervoer en waterstaat</al></li><li nr="d."><al>economische zaken</al></li><li nr="e."><al>onderwijs</al></li><li nr="f."><al>kunst, cultuur en recreatie</al></li><li nr="g."><al>sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening</al></li><li nr="h."><al>volksgezondheid, natuur en milieu</al></li><li nr="i."><al>stedelijk beheer waarondervolkshuisvesting</al></li><li nr="j."><al>sport</al></li><li nr="k."><al>internationale betrekkingen</al></li><li nr="l."><al>media</al></li><li nr="m."><al>personeel</al></li><li nr="n."><al>zorg</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan met betrekking tot de in artikel 2 vermelde
                                beleidsterreinen nadere regels vaststellen over:</al><lijst><li nr="a."><al>Activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt en de
                                        rechtspersonen of personen die daarvoor in aanmerking
                                        komen;</al></li><li nr="b."><al>Criteria om voor verstrekking van subsidie in aanmerking te
                                        komen;</al></li><li nr="c."><al>Het te verstrekken bedrag aan subsidie dan wel de wijze
                                        waarop dit bedrag wordt bepaald;</al></li><li nr="d."><al>De aanvraag van een subsidie en de besluitvorming
                                        daarover;</al></li><li nr="e."><al>De voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="f."><al>De verplichtingen van de subsidieontvanger;</al></li><li nr="g."><al>De vaststelling van de subsidie;</al></li><li nr="h."><al>De betaling van de subsidie en het verlenen van
                                        voorschotten;</al></li><li nr="i."><al>De beslistermijnen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid of een natuurlijk
                                persoon kan enkel subsidie worden verstrekt indien daartoe is
                                voorzien in nadere regels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen
                                financiële middelen en - indien de begroting nog niet is
                                vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende
                                gelden ter beschikking worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast het nemen van besluiten over het verstrekken van subsidies
                                waaronder het verlenen en vaststellen is het college bevoegd tot het
                                nemen van besluiten over betaling, wijziging en intrekking van
                                subsidies alsmede het opleggen van voorwaarden of verplichtingen aan
                                de subsidieontvanger en het terugvorderen van onverschuldigd
                                betaalde subsidiebedragen of voorschotten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd bij afzonderlijk besluit dan wel bij besluit
                                tot subsidieverlening te bepalen dat afdeling 4.2.8 van de Algemene
                                wet bestuursrecht geheel dan wel voor nader aangeduide onderdelen
                                van toepassing is. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan jaarlijks besluiten tot het instellen van
                                subsidieplafond(s).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op
                                welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt waar van
                                toepassing gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen
                                daarvan voor reeds ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanvraag van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                                college door middel van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt of vermeldt de aanvrager de
                                volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen.
                                        In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn
                                        op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente
                                        vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting en dekkingsplan van de kosten van de
                                        activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het
                                        dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen
                                        of private organisaties of personen aangevraagde subsidies
                                        of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder
                                        vermelding van de stand van zaken daarvan en andere
                                        inkomstenbronnen;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand
                                        van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag;</al></li><li nr="e."><al>de meest recente versie van het jaarverslag, de jaarrekening
                                        en de balans met dien verstande dat bij een aanvraag om een
                                        jaarlijkse subsidie deze stukken enkel bij de eerste
                                        aanvraag om subsidie behoeven te worden overgelegd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in
                                het tweede lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het
                                nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                respectievelijk voldoende, zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan vóór 1
                                oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de
                                subsidieaanvraag betrekking heeft. In geval de activiteiten, waarop
                                de aanvraag betrekking heeft, gerelateerd zijn aan een schooljaar
                                wordt de aanvraag voor de jaarlijkse subsidie gedaan vóór 1 april
                                voorafgaand aan het schooljaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan toestemming verlenen voor het later indienen van een
                                aanvraag dan in het eerste lid is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag voor een eenmalige subsidie moet tenminste 8 weken vóór
                                de aanvang van de activiteit worden ingediend maar niet eerder dan
                                26 weken daarvoor. Te vroeg ingediende aanvragen worden aangehouden
                                tot de eerste dag van de periode van 26 weken welke dag als eerste
                                dag van de aanvraag wordt beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
                                aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie
                                uiterlijk vóór 1 januari van het jaar waarop de aanvraag is
                                ingediend. Voorwaarde hiervoor is dat de aanvrager een volledige
                                subsidieaanvraag heeft ingediend uiterlijk vóór 1 oktober van het
                                jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op een aanvraag die ingevolge artikel 7, eerste lid vóór 1 april
                                moet zijn ingediend, beslist het college uiterlijk vóór 1 juli
                                daaropvolgend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval het college toestemming heeft verleend voor het later
                                indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 7, tweede lid,
                                beslist het college binnen 3 maanden na ontvangst van de volledige
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen
                                8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Indien het college
                                hiertoe regels heeft opgesteld, beslist het college binnen 8 weken
                                gerekend vanaf de uiterste indieningdatum. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Weigering van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><al>De aanvraag om subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25, tweede
                            lid en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen
                            worden geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                    gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen
                                    van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze verordening dan wel
                                    aan de in nadere regels vastgestelde criteria om voor subsidie
                                    in aanmerking te komen;</al></li><li nr="c."><al>verstrekking van subsidie niet past binnen door het
                                    gemeentebestuur vastgesteld beleid;</al></li><li nr="d."><al>de activiteiten niet dan wel niet voldoende bijdragen aan de
                                    gemeentelijke doelstellingen;</al></li><li nr="e."><al>gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de gelden niet of in
                                    onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de
                                    subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="f."><al>gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de aanvrager
                                    doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in
                                    strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare
                                    orde;</al></li><li nr="g."><al>de aanvrager ook zonder gemeentelijke subsidieverstrekking over
                                    voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen
                                    van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                    dekken;</al></li><li nr="h."><al>subsidiëring tot ongeoorloofde staatssteun dan wel oneerlijke
                                    concurrentie leidt;</al></li><li nr="i."><al>de subsidie is bestemd voor religieuze of politieke
                                    activiteiten;</al></li><li nr="j."><al>de aanvrager niet over voldoende kwaliteit en organisatiekracht
                                    beschikt om de voorgenomen activiteiten te organiseren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wet BIBOB</titel></kop><al>Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen
                            beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie
                            kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in
                            het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet
                            bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Verlening van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Verlening subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan
                                op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats
                                vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan het besluit tot
                                subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                gebruik van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in
                                artikel 16, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de
                                betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel
                                16, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100%
                                bevoorschot.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, worden in
                                het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de
                                voorschotten bepaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, kan het college de verplichting
                            opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording
                            omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
                            inkomsten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Meldingsplicht en controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                                aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend,
                                niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet
                                geheel aan de in de beschikking tot subsidieverlening verbonden
                                verplichtingen zal worden voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als blijkt dat niet is voldaan aan de meldingsplicht, kan het
                                college de subsidie lager vaststellen of intrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de subsidieontvanger verplichten mee te werken aan
                                een controle ten aanzien van de gesubsidieerde activiteiten en de
                                besteding van de subsidiegelden. De subsidieontvanger dient
                                desgevraagd bewijsstukken te overleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie
                                is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                        van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel
                                        ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                        beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden
                                        geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het
                                        doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidieontvanger zal de Wet openbaarmaking uit publieke middelen
                                gefinancierde topinkomens in acht nemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Verantwoording en vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verantwoording subsidies tot 10.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot 10.000 euro worden door het college:</al><lijst><li nr="a."><al>direct vastgesteld of;</al></li><li nr="b."><al>ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de
                                        activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door
                                haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de
                                subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 10.000 tot 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 10.000 euro, maar
                                minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13
                                weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot
                                vaststelling in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit
                                blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn
                                verricht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient de
                                subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het
                                college:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het
                                        verricht zijn van de activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 juli
                                        in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk
                                        6 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is
                                        verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                        waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                        jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop in geval van een jaarlijkse
                                        subsidie;</al></li><li nr="d."><al>een accountantsverklaring in geval de subsidieverlening meer
                                        bedraagt dan 125.000 euro.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling de subsidie vast, tenzij bij nadere regels
                                anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in
                                te dienen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het
                                eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken
                                na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Egalisatiereserve</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval al de activiteiten waarvoor een jaarlijkse subsidie is
                                verleend overeenkomstig het besluit tot subsidieverlening zijn
                                uitgevoerd èn de werkelijke kosten van die activiteiten lager zijn
                                dan het bedrag waarvoor subsidie is verleend, kan het college
                                besluiten het verschil geheel of gedeeltelijk terug te vorderen dan
                                wel toestaan dat het verschil geheel of gedeeltelijk ten goede komt
                                aan een afzonderlijk door de aanvrager van de subsidie te vormen dan
                                wel reeds gevormde egalisatiereserve.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een uitgave ten laste van een egalisatiereserve kan enkel worden
                                aangewend om schommelingen op te vangen in de inkomsten en uitgaven
                                betreffende van gemeentewege gesubsidieerde activiteiten in volgende
                                jaren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanwending van bedragen vanuit de egalisatiereserve voor andere
                                doeleinden is enkel toegestaan na vooraf verkregen toestemming van
                                het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In voorkomend geval maakt het college in het besluit tot
                                subsidievaststelling melding van het bedrag aan subsidie dat
                                eventueel voor desbetreffend jaar aan de egalisatiereserve mag
                                worden toegevoegd alsmede het totaal bedrag van deze
                                egalisatiereserve.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Vergoeding vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, lid 2 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken
                                van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een
                                vergoeding verschuldigd aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding is minimaal nihil, en is maximaal niet hoger dan het
                                totale bedrag dat het college aan de subsidieontvanger heeft
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel of in overwegende
                                mate ontleent aan de subsidie is deze de maximale vergoeding aan de
                                gemeente verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het derde lid niet van toepassing is, wordt de hoogte van de
                                vergoeding bepaald naar evenredigheid van de hoogte van het
                                subsidiebedrag op het totaal van de inkomsten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de
                                vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van
                                ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat
                                als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
                            </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
                                door een onafhankelijke deskundige.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Afwijkende regels</titel></kop><al>De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing voor zo ver
                            het betreft het verlenen, vaststellen en betalen van een subsidie ten
                            laste van gelden die van een andere overheid zijn verkregen en
                            waaromtrent van deze verordening afwijkende bepalingen van toepassing
                            zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Subsidieverslag</titel></kop><al>Tenzij bij besluit van het college anders is bepaald is artikel 4:24 van
                            de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme
                                kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt
                                gemaakt van uurtarieven, kan het college bepalen dat deze tarieven
                                door de subsidieaanvrager worden berekend met gebruikmaking van een
                                door het college voor te schrijven standaardberekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van
                                uurtarieven wordt uitgegaan van door het college bepaalde
                                definities.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van
                            deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met
                            uitzondering van de artikelen 1, 2, 4 en 9 voor zover toepassing gelet
                            op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot
                            onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit
                            artikel wordt gemotiveerd in het besluit. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Almere 2008 wordt
                            ingetrokken.</al><al>Nadere regels als bedoeld in artikel 4 van de Algemene
                            subsidieverordening gemeente Almere 2008 behouden –met uitzondering van
                            de Nadere regels subsidies Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling,
                            Algemeen 2008- na intrekking van de Algemene subsidieverordening
                            gemeente Almere 2008 hun rechtskracht totdat deze worden ingetrokken en
                            worden tot de dag van intrekking geacht gebaseerd te zijn op deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van
                            deze verordening en waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld
                            volgens de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekend
                            gemaakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening
                            Almere 2011.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Almere, 14 juli 2011,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J. D. Pruim A. Jorritsma - Lebbink</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>