<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR109693_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Planschadeverordening Lansingerland 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Internet / Heraut 13 oktober 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Planschadeverordening Lansingerland 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening, art. 6.7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit ruimtelijke ordening, art. 6.1.3.3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR0900146 / Voorstelnr. 2010/73</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Planschadeverordening Lansingerland 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Lansingerland;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 augustus 2010; </al><al>Gelet op het advies van de Commissie Wonen en Werken van 2 december 2008; en
                        gelet op artikel, 147 eerste lid, juncto artikel 149 van de Gemeentewet,
                        artikel 6.7 Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.1.3.3 Besluit ruimtelijke
                        ordening;</al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de Planschadeverordening Lansingerland 2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade
                                als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening
                                indient;</al></li><li nr="b."><al>aanvraagformulier: het door het college van burgemeester en
                                wethouders van Lansingerland vastgestelde aanvraagformulier;</al></li><li nr="c."><al>adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te
                                wijzen persoon, of commissie, als bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder
                                c, Besluit ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="d."><al>adviescommissie: bij aanwijzing van twee of meer
                                adviseurs/deskundigen;</al></li><li nr="e."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Lansingerland;</al></li><li nr="f."><al>gemeente: gemeente Lansingerland;</al></li><li nr="g."><al>planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede
                                lid, Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="h."><al>planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet
                                ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="i."><al>wet: Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="j."><al>derdebelanghebbende: een belanghebbende als bedoeld in artikel 6.4a
                                Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="k."><al>drempelheffing: recht als bedoeld in artikel 6.4 Wet ruimtelijke
                                ordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen van de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om tegemoetkoming in planschade wordt bij het college
                            ingediend met gebruikmaking van een door het college vastgesteld
                            formulier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevestigt onverwijld de ontvangst van de aanvraag en deelt
                            mede dat het verschuldigde drempelbedrag van € 300,- binnen 4 weken na
                            de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de gemeente
                            moet zijn bijgeschreven dan wel op een aangegeven plaats moet zijn
                            gestort.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verklaart de aanvraag niet-ontvankelijk als het
                            verschuldigde drempelbedrag niet binnen 4 weken is bijgeschreven of
                            gestort, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de
                            aanvrager in verzuim is geweest.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Besluit tot afwijzing van de aanvraag wegens kennelijke
                            niet-ontvankelijkheid of kennelijke ongegrondheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de aanvraag binnen 4 weken na ontvangst, of binnen 8
                            weken nadat de termijn verstreken is binnen welke aanvrager de aanvraag
                            kon aanvullen, afwijzen indien sprake is van kennelijke
                            niet-ontvankelijkheid of kennelijk ongegrondheid van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt binnen de genoemde
                            termijnen aan de aanvrager bekend gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De termijn van 8 weken kan één keer met ten hoogste 4 weken worden
                            verlengd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Opdrachtverstrekking</titel></kop><al>Het college verstrekt binnen 8 weken na het verstrijken van de in het
                        voorgaande artikel genoemde termijnen aan één of meerdere adviseurs
                        gezamenlijk de opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te brengen,
                        tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 3 of artikel 4:5 van de Algemene
                        wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Adviseur of adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt
                            door het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende
                            deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste
                            lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft
                            op planschade vanwege inkomensderving en er, gezien de complexiteit,
                            aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid
                            wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is
                            op het gebied van accountancy of van financieel economische
                            bedrijfsvoering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste
                            lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft
                            op planschade vanwege waardevermindering van een onroerende zaak en er,
                            gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat
                            aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur
                            aangewezen die deskundig is ter zake van de waardering van onroerende
                            zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische
                            verslechtering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van
                            toepassing zijn dan worden zowel de in het tweede als het derde lid
                            bedoelde adviseurs aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze tezamen een
                            adviescommissie waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur
                            voorzitter is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Deskundigheid en onafhankelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen kan het college
                            verlangen dat deze persoon aantoont deskundig te zijn op grond van
                            opleiding en ervaring met betrekking tot de in de aanvraag te beoordelen
                            aspecten op grond van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijk van de
                            gemeenteraad. Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de
                            planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing
                            adviseur of adviescommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college de opdracht tot advisering verstrekt, als
                                bedoeld in artikel 4, stelt het college de aanvrager, eventuele
                                andere betrokken bestuursorganen en andere belanghebbenden op grond
                                van de wet schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van:</al><lijst><li nr="a."><al>een adviseur als bedoeld in artikel 5, eerste lid, of</al></li><li nr="b."><al>meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 5, vijfde
                                        lid.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen en andere
                                belanghebbenden op grond van de wet kunnen binnen 2 weken na de
                                mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en voldoende
                                gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs
                                indienen bij het college.</al></li><li nr="3."><al>Het college beslist binnen 4 weken na het verstrijken van de in het
                                tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking
                                van één of meerdere adviseurs.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Werkwijze adviseur of adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de
                            aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling
                            daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie
                            noodzakelijke bescheiden, ter beschikking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meerdere personen
                            aan die de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van de
                            adviesopdracht bijstaat (n).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of
                            meerdere hoorzittingen waar de aanvrager en de in het tweede lid
                            bedoelde ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden
                            gesteld de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de
                            advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen dan wel
                            een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur of de
                            adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken
                            bestuursorganen en andere belanghebbenden op grond van de wet worden
                            eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip
                            waarop de adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal
                            bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende
                            zaak wordt door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met
                            de aanvrager een afspraak gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid
                            bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid
                            van, de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie een verslag
                            gemaakt dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan desgewenst aan de adviseur verzoeken om maatregelen of
                            voorzieningen voor te stellen waardoor de schade op andere wijze dan in
                            geld kan worden beperkt of ongedaan gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de
                            adviescommissie binnen 16 weken na de dagtekening van de opdracht tot
                            advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de aanvrager, aan
                            eventuele andere betrokken bestuursorganen en andere belanghebbenden op
                            grond van de wet. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn
                            onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten
                            hoogste 4 weken verlengen. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen en andere
                            belanghebbenden worden op grond van de wet in de gelegenheid gesteld om
                            binnen 4 weken na de toezending van het conceptadvies schriftelijk
                            hierop te reageren. </al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de
                            adviescommissie binnen 4 weken na het verstrijken van de in het negende
                            lid bedoelde termijn een advies uit aan het college waarbij de
                            betreffende reacties zijn betrokken. </al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de
                            adviseur of de adviescommissie binnen 2 weken na het verstrijken van de
                            in het tiende lid bedoelde termijn een advies uit aan het college. </al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>De adviseur zendt een afschrift van het definitieve advies aan de
                            aanvrager en de derdebelanghebbende(n). </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Het besluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen 8 weken na het uitbrengen van het definitieve
                            advies op de aanvraag. Het college kan deze termijn onder opgaaf van
                            redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste 4 weken
                            verlengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van het toekennen van een tegemoetkoming in planschade vindt de
                            uitbetaling zo spoedig mogelijk plaats nadat het besluit tot
                            tegemoetkoming onherroepelijk is geworden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt de dag na de dag van bekendmaking in
                                    werking. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Planschadeverordening
                                    Lansingerland 2010”.</al><al/></li></lijst><al>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 30 september 2010.</al><al>De voorzitter,</al><al>De griffier,</al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting “Planschadeverordening Lansingerland 2010” </tussenkop><al>Algemene toelichting</al><al/><al>Krachtens artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan degene die in de
                    vorm van inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak
                    schade lijdt of zal lijden als gevolg van een planologische maatregel op
                    aanvraag een tegemoetkoming in planschade worden toegekend voor zover de schade
                    redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor
                    zover de tegemoetkoming in planschade niet voldoende anderszins verzekerd
                    is.</al><al>Afdeling 6.1 (tegemoetkoming in schade) van de Wro bevat bepalingen over het
                    tijdstip waarbinnen aanvragen moeten worden ingediend (artikel 6.1, vierde en
                    vijfde lid, Wro). Daarnaast is bepaald welke schade in ieder geval voor rekening
                    van de aanvrager dient te blijven (artikel 6.2 Wro) en wordt ingegaan op zaken
                    die het bestuursorgaan dient te betrekken bij het nemen van een beslissing op
                    aanvraag om een tegemoetkoming in planschade (artikel 6.3 Wro).</al><al>Artikel 6.1, derde lid, Wro stelt eisen aan de aanvraag om een tegemoetkoming,
                    die op grond van artikel 6.7 Wro in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn
                    uitgewerkt. </al><al/><al>De regels in het Bro leiden tot een uniformering en standaardisering van regels
                    omtrent de inrichting en behandeling en de wijze van beoordeling van een
                    aanvraag om tegemoetkoming in schade. In het Bro zijn in afdeling 6.1
                    (tegemoetkoming in schade) de vereisten opgenomen voor het indienen van een
                    aanvraag, een aantal procedurevoorschriften en de regels voor het aanwijzen van
                    een adviseur.</al><al>Artikel 6.1.3.2 Bro verplicht het college een adviseur aan te wijzen die advies
                    uitbrengt over de op de aanvraag te nemen beslissing.</al><al>In artikel 6.1.3.3, eerste lid, Bro wordt voorgeschreven dat de gemeente een
                    verordening moet vaststellen over de wijze waarop een adviseur wordt aangewezen
                    en de wijze waarop deze tot een advies komt. </al><al>In artikel 6.1.3.3, tweede lid, Bro wordt bepaald dat de verordening in ieder
                    geval betrekking moet hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de deskundigheid en de onafhankelijkheid van de adviseur;</al></li><li nr="b."><al>de gevallen waarin een adviescommissie wordt ingeschakeld;</al></li><li nr="c."><al>het tijdstip waarop de adviseur wordt ingeschakeld;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen
                            en andere belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde
                            lid, Wro vooraf in de aanwijzing van de adviseur worden gekend dan wel
                            na deze aanwijzing kunnen wraken;</al></li><li nr="e."><al>de wijze waarop de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen
                            en andere belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde
                            lid, Wro onder verslaglegging worden gehoord en bij de opstelling van
                            het advies worden betrokken met de daarbij geldende termijnen.</al></li></lijst><al/><al>De Planschadeverordening 2010 in relatie tot de procedureverordening voor
                    advisering tegemoetkoming in planschade 2008. </al><al/><al>De procedureverordening 2008 blijft van toepassing op aanvragen in de volgende
                    situaties:</al><lijst><li nr="-"><al>op een aanvraag ingediend op of na 1 juli 2008 maar vóór 1 september
                            2010 in het geval de planologische maatregel onherroepelijk is geworden
                            op of na 1 september 2005 maar vóór 1 juli 2008 van kracht is geworden,
                            is de Wro van toepassing (met inbegrip van de verjaringstermijn, maar er
                            is geen sprake van het forfait normaal maatschappelijk risico);</al></li><li nr="-"><al>op een aanvraag ingediend op of na 1 juli 2008 maar vóór 1 september
                            2010 in het geval de planologische maatregel van kracht is geworden op
                            of na 1 juli 2008, is de Wro onverkort van toepassing;</al></li><li nr="-"><al>op een aanvraag ingediend op of na 1 september 2010 is de Wro in alle
                            gevallen onverkort van toepassing.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet></tussenkop><al>Bij de definiëring van de begrippen is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij
                    de Wro en het Bro en voor zover dit noodzakelijk werd geacht is een aanvulling
                    gegeven. Voor een juiste interpretatie van de verordening is naast raadpleging
                    van artikel 1 kennisneming van de algemene bepalingen in artikel 6.1.1.1 Bro van
                    belang. Ten behoeve van de duidelijkheid van de begrippen adviseur en
                    adviescommissie is in deze verordening een van het Bro afwijkende omschrijving
                    van het begrip adviseur opgenomen. Het begrip gemeente is afzonderlijk
                    gedefinieerd om te verduidelijken dat indien de verordening het woord gemeente
                    gebruikt, het de gemeente betreft waar de aanvraag om tegemoetkoming in
                    planschade is ingediend.</al><tussenkop><vet>Artikel 2. Indiening van de aanvraag en mededeling
                        van ontvangst</vet></tussenkop><al>Het drempelbedrag is opgenomen als financiële drempel om al te lichtvaardige
                    verzoeken om planschade tegen te gaan. Indien geheel of gedeeltelijk positief
                    wordt beslist op de aanvraag dan wordt het bedrag van de drempelheffing
                    teruggestort op de rekening van de aanvrager. Het niet, of niet-tijdig, betalen
                    van de drempelheffing leidt tot niet-ontvankelijkheid van de aanvraag doordat
                    dit dwingend in de wet is geregeld. </al><tussenkop><vet>Artikel 3. Besluit tot afwijzing van de aanvraag
                        wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en kennelijke
                    ongegrondheid</vet></tussenkop><al>Indien de aanraag niet voldoet aan een wettelijk voorschrift om de aanvraag in
                    behandeling te nemen of de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn om
                    de aanvraag te beoordelen dan kan het college de aanvraag aanstonds afwijzen op
                    grond van kennelijk niet-ontvankelijkheid of kennelijke ongegrondheid daarvan.
                    Dit vloeit voort uit artikel 6.1.3.1 Bro. Voordat het college dit doet stelt het
                    college de aanvrager een termijn om de gegevens en bescheiden aan te
                    vullen.</al><al>Bij kennelijke ongegrondheid kan gedacht worden aan de verjaring van een recht
                    om een aanvraag in te kunnen dienen, de schade op grond van de wet kennelijk
                    voor rekening van de aanvrager moet blijven of de schade wordt toegeschreven aan
                    een niet bestaande oorzaak zoals een niet vastgesteld bestemmingsplan of de niet
                    verleende ontheffing.</al><tussenkop><vet>Artikel 4. Opdrachtverstrekking</vet></tussenkop><al>Het college dient binnen 8 weken een opdracht te verstrekken aan één of meerdere
                    adviseurs gezamenlijk, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 Bro
                    of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Het college kan de
                    aanvraag dan afwijzen als kennelijk niet- ontvankelijk of kennelijk ongegrond
                    nadat de aanvraag de gelegenheid heeft gehad om de aanvraag aan te vullen.
                    Daarnaast kan op grond van artikel 4:5 Awb een onvolledige aanvraag, wederom
                    nadat een termijn is gegeven om aan te vullen, als onvolledige aanvraag buiten
                    behandeling worden gelaten. </al><al>Indien de termijnen uit artikel 6.1.3.1 Bro worden overschreden dan wordt alsnog
                    een opdracht verstrekt en moet(en) één adviseur, of meerdere adviseurs, worden
                    aangewezen. </al><tussenkop><vet>Artikel 5. Adviseur of
                    adviescommissie</vet></tussenkop><al>Een adviseur kan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon zijn. De keuze
                    daartussen is aan het college. Derhalve kan een in planschade gespecialiseerd
                    adviesbureau worden aangewezen als adviseur of als één van de adviseurs in de
                    adviescommissie. </al><al>Hoewel voor iedere aanvraag een aanwijzing van één of meerdere adviseurs
                    noodzakelijk is staat de verordening er niet aan in de weg om telkens dezelfde
                    adviseur(s) aan te wijzen (vaste adviseur/vaste adviescommissie).</al><al>In het eerste lid is bepaald dat een eerste adviseur wordt aangewezen die over
                    voldoende deskundigheid op het gebied van planschadeadvisering dient te
                    beschikken. Afhankelijk van de kennelijke oorzaak van de planschade kan een
                    tweede en/of derde adviseur worden aangewezen, die over specifieke deskundigheid
                    op het gebied van planschade wegens inkomensderving onderscheidenlijk wegens
                    waardevermindering van een onroerende zaak als gevolg van een planologische
                    verslechtering beschikt.</al><al>Het is aan het college om, na advies te hebben ingewonnen bij de (eerste)
                    adviseur, te beoordelen of deze (eerste) adviseur zelfstandig kan adviseren, of
                    dat er gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag behoefte is een
                    tweede en/of derde adviseur bij de opdracht te betrekken die beschikt over de
                    specifieke deskundigheid. </al><al>De adviseur of de adviescommissie zich door derden kan laten adviseren en
                    bijstaan. Indien hiermee kosten zijn gemoeid is instemming van het college
                    vereist.</al><tussenkop><vet>Artikel 6. Deskundigheid en
                    onafhankelijkheid</vet></tussenkop><al>In aansluiting op artikel 3:5, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht juncto
                    artikel 6.1.1.1 onder c, Bro waaruit voortvloeit dat een adviseur niet werkzaam
                    mag zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan waaraan wordt
                    geadviseerd, wordt in artikel 7, tweede lid, bepaald dat die adviseur eveneens
                    niet werkzaam mag zijn onder verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Voorts
                    bepaalt artikel 6, tweede lid, dat een adviseur niet betrokken mag zijn bij de
                    planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft. Dit betreft
                    deskundigen die op enigerlei wijze betrokken zijn bij de in het geding zijnde
                    planologische maatregel. In het bijzonder kan worden gedacht aan personen
                    behorende tot de risicoanalysecommissie die optreedt in het kader van
                    planologische maatregelen.</al><tussenkop><vet>Artikel 7. Betrokkenheid aanvrager en andere
                        belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of adviescommissie</vet></tussenkop><al>De aanwijzing van een adviseur dient schriftelijk bekend te worden gemaakt. Dit
                    zal in de praktijk gebeuren nadat het drempelbedrag is betaald. Tegelijkertijd
                    zal met het verzoek een offerte van de adviseur worden verzonden. In het geval
                    meerdere adviseurs worden aangewezen, worden deze aanwijzingen gezamenlijk
                    schriftelijk bekend gemaakt. </al><al>Op verzoek van de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen of
                    andere belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de
                    Wro kunnen één of meerdere adviseurs worden gewraakt op grond van feiten of
                    omstandigheden waardoor de vereiste deskundigheid en onafhankelijkheid schade
                    zou kunnen lijden. Genoemde partijen worden gedurende 2 weken in de gelegenheid
                    gesteld een verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs bij het college
                    kenbaar te maken. Het college moet binnen 8 weken na het verstrijken van de
                    termijn tot het indienen van een verzoek tot wraking beslissen.</al><tussenkop><vet>Artikel 8. Werkwijze adviseur of
                        adviescommissie</vet></tussenkop><al>Het derde, vierde en vijfde lid bevatten regels over achtereenvolgens de
                    hoorzitting, de bezichtiging en de taxatie. Deze onderdelen behoeven niet
                    afzonderlijk te worden georganiseerd. Het is dus mogelijk om de hoorzitting te
                    combineren met de bezichtiging en/of taxatie. Daarnaast kan ingevolge artikel
                    6.1.3.5, tweede lid, Bro van de bezichtiging worden afgezien, indien uit de
                    inhoud van de aanvraag aanstonds blijkt dat deze behoort te worden
                    afgewezen.</al><al>Het zevende lid geeft aan dat het college kan vragen aan de adviseur om
                    voorstellen voor maatregelen of voorzieningen te doen waarmee het planologische
                    nadeel op een andere wijze dan in geld zou kunnen worden gecompenseerd. Een
                    mogelijke constructie zou zijn dat de adviseur op aangeven van het college
                    bekijkt in hoeverre een bepaalde grondtransactie de schade kan compenseren.</al><al>Uit artikel 6.1.1.3, tweede lid, onder e Bro vloeit voort dat de verordening
                    moet bepalen hoe de aanvrager, eventueel andere betrokken bestuursorganen en
                    andere belanghebbenden worden betrokken bij de opstelling van het advies.
                    Zodoende bepaalt het tiende lid dat de aanvrager, eventueel andere betrokken
                    bestuursorganen en andere belanghebbenden worden betrokken bij de opstelling van
                    het advies. Om dat te bewerkstelligen is ervoor gekozen om, in aansluiting op de
                    Nota van toelichting van het Bro, de aanvrager, eventueel andere betrokken
                    bestuursorganen en andere belanghebbenden in de gelegenheid te stellen om binnen
                    een bepaalde termijn te reageren op het conceptadvies. </al><al>Het dertiende lid bepaalt dat naast het college ook de aanvrager en eventuele
                    derdebelanghebbenden een afschrift van het definitieve advies ontvangen.
                    Hierdoor is het voor betrokken partijen duidelijk wat het oordeel van de
                    adviseur is over ingebrachte zienswijzen. </al><tussenkop><vet>Artikel 9. Het besluit</vet></tussenkop><al>Uitbetaling van tegemoetkoming in planschade zal plaatsvinden na de
                    onherroepelijkheid van het besluit om te voorkomen dat eventueel uitgekeerde
                    bedragen met veel moeite teruggevorderd zouden moeten worden als blijkt dat deze
                    onjuist zijn toegekend. </al><al/><al/><al><vet>Aanvraagformulier behorend bij de Procedureverordening voor advisering
                        tegemoetkoming in planschade en de Planschadeverordening Lansingerland
                        2010</vet></al><al/><al>Op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan degene die in
                    de vorm van inkomens-derving of vermindering van de waarde van een onroerende
                    zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een planologische maatregel, op
                    aanvraag een tegemoetkoming in planschade worden toegekend, voor zover de schade
                    redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor
                    zover de tegemoetkoming in planschade niet voldoende anderszins verzekerd
                    is.</al><al/><al>Een aanvraag om tegemoetkoming in schade (planschade) dient te worden ingediend
                    bij het college van burgemeester en wethouders. Hiervoor kan gebruik worden
                    gemaakt van het onderhavige formulier.</al><al/><al>Op voorhand wijst het College van B&amp;W de aanvrager er op dat voor het
                    behandelen van de aanvraag een drempelbedrag van € 300,- is verschuldigd. De
                    gang van zaken is daarna als volgt: de aanvrager dient het aanvraagformulier bij
                    het College van B&amp;W in. Hierna krijgt de aanvrager een bevestiging van
                    ontvangst met de mededeling dat het verschuldigde bedrag binnen 4 weken na de
                    dag van verzending van deze ontvangstbevestiging op de rekening van de gemeente
                    dient te zijn gestort of bijgeschreven.</al><al/><al><vet>Aanvrager</vet></al><al>Naam en voorletters: …</al><al>Adres, postcode en woonplaats:</al><al>…</al><al>…</al><al>Telefoon: …</al><al>E-mail:…</al><al/><al>In zijn hoedanigheid van eigenaar/huurder/pachter (doorhalen wat niet van
                    toepassing is).</al><al/><al><vet>Eventuele mede-eigenaar</vet></al><al>Naam en voorletters: …</al><al>Adres, postcode en woonplaats: </al><al>…</al><al>…</al><al>Telefoon: …</al><al/><al><vet>Eventuele gemachtigde </vet>(graag een machtigingsbewijs meesturen)</al><al>Naam en voorletters:…..</al><al>Adres, postcode en woonplaats:</al><al>…</al><al>…</al><al>Telefoon: …</al><al/><al><vet>Planologische maatregel die volgens aanvrager oorzaak is van de gestelde
                        schade</vet></al><al><vet>…………………………………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>…………………………………</vet><vet>………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>……………</vet><vet>……………………………….……………………….</vet></al><al/><al><vet>Op welk gebied heeft deze maatregel betrekking?</vet></al><al><vet>……………………………………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>……………………………</vet><vet>………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>………………………………………………………………</vet></al><al/><al><vet>Wat is de aard van de schade? Bestaat die volgens u uit waardevermindering
                        van uw eigendom of uit inkomensderving?</vet></al><al><vet>………………………………………………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>…………………………</vet><vet>……………………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>…………………………….…….……………</vet></al><al/><al><vet>Bij gestelde waardevermindering van eigendom: datum waarop u de eigendom
                        van de onroerende zaak of een ander zakelijk recht heeft
                    verworven</vet></al><al><vet>………………………………………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>……………………………</vet><vet>…………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>………………………………………….…..……………</vet></al><al/><al><vet>Bij gestelde waardevermindering van eigendom: datum waarop u de eigendom
                        van de onroerende zaak of een ander zakelijk recht daarop heeft verworven
                    </vet>(kopie eigendomsbewijs of eventueel contract economische overdracht
                    meesturen)</al><al><vet>………………………………………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>…………………………</vet><vet>……………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>………</vet><vet>…………………………………...…………….</vet></al><al/><al/><al><vet>Bij gestelde inkomensderving: gelieve nadere informatie te geven</vet></al><al><vet>……………………………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>…………</vet><vet>…………………………</vet><vet>………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>…………</vet><vet>……………………</vet><vet>…………………….....…………….</vet></al><al/><al><vet>Ruimte voor aanvullingen en toelichting</vet></al><al><vet>…………………………………………………………………………………………………………………………….………………………………</vet><vet>…………………………………………………………………………</vet><vet>…………………</vet></al><al><vet>……………………………….…………………….…...……</vet></al><al><vet>……….</vet><vet>……………………………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>……………………..…...…………….</vet></al><al><vet>……………………………………………………………………………………………………………………………</vet></al><al><vet>…………………………...…………….</vet></al><al/><al/><al>Naam: Datum: Plaats: </al><al/><al/><al/><al>Handtekening van de aanvrager:</al><al/><al/><al/><al>Handtekening van eventuele mede-eigenaar:</al><al/><al/><al/><al>Handtekening van eventuele gemachtigde:</al><al/><al/><al/><al/><al>Gelieve het ingevulde formulier met bijbehorende bescheiden richten aan:</al><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Lansingerland, </al><al>t.a.v. de afdeling Strategische Ontwikkeling</al><al>Postbus 1 </al><al>2650 AA Berkel en Rodenrijs.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>