<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR109673_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels lokaal prostitutiebeleid gemeente Schouwen-Duiveland 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Eiland, 17-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels lokaal prostitutiebeleid gemeente Schouwen-Duiveland 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 151a en artikel 174 van de Gemeentewet en hoofdstuk 3 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2008</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Beleidregel</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08-12-2009/02</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze beleidsregels zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 8 december 2009 voor zover het zijn bevoegdheden betreft.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Beleidsregels lokaal prostitutiebeleid gemeente
                        Schouwen-Duiveland 2010
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>De burgemeester van Schouwen-Duiveland en het college van burgemeester en
                        wethouders van Schouwen-Duiveland ieder voor zover het zijn bevoegdheden
                        betreft;</al>
          <al>gelet op titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 151a en
                        artikel 174 van de Gemeentewet en hoofdstuk 3 van de Algemene plaatselijke
                        verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2008;</al>
          <al>overwegende dat het ter bescherming van het woon- en leefklimaat, de
                        volksgezondheid, de positie van prostituees en het voorkomen van strafbare
                        feiten wenselijk is lokaal prostitutiebeleid vast te stellen;</al>
          <al>besluiten :</al>
          <al>vast te stellen de “Beleidsregels lokaal prostitutiebeleid gemeente
                        Schouwen-Duiveland 2010”.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>1. Inleiding</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Aan het begin van dit decennium is het algemeen bordeelverbod vervallen.
                            Deze wetswijziging heeft tot gevolg gehad dat (exploitatie van)
                            prostitutie wordt gelegaliseerd. Aan het Wetboek van Strafrecht kunnen
                            geen argumenten worden ontleend om prostitutie en de exploitatie van
                            seksbedrijven te verbieden. Een algeheel bordeelverbod van gemeentewege,
                            op basis van de algemene regelgevende bevoegdheid (ex artikel 149 en
                            151a Gemeentewet) is in strijd met artikel 19 van de Grondwet (vrije
                            keuze van arbeid). Voor seksbedrijven geldt in principe vrijheid van
                            vestiging, behoudens de beperkingen die in diverse regelgeving worden
                            gesteld. </al>
            <al>Het primaat voor de regulering van de exploitatie van seksbedrijven ligt
                            bij de gemeente en is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Algemene
                            plaatselijke verordening (Apv). Samen met de Apv schetsen deze
                            beleidsregels het kader voor het lokaal prostitutitiebeleid van de
                            gemeente Schouwen-Duiveland. Bovendien bevat dit document een aantal
                            beleidsregels voor de vergunningverlening door het bevoegd
                            bestuursorgaan (in de meeste gevallen de burgemeester). </al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>2. Doelstellingen</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>In de memorie van toelichting van de wet ‘opheffing algemeen
                            bordeelverbod’ (TK 1996-1997, 25 437) zijn zes hoofddoelstellingen
                            genoemd die ten grondslag liggen aan de opheffing van het algemeen
                            bordeelverbod:</al>
            <lijst>
              <li nr="·"><al>Beheersing en regulering van exploitatie van prostitutie;</al></li>
              <li nr="·"><al>Verbetering van de bestrijding van exploitatie van onvrijwillige
                                    prostitutie;</al></li>
              <li nr="·"><al>Bescherming van minderjarigen tegen seksueel misbruik;</al></li>
              <li nr="·"><al>Bescherming van de positie van prostituees;</al></li>
              <li nr="·"><al>Ontvlechting van criminaliteit en seksindustrie;</al></li>
              <li nr="·"><al>Terugdringen van (exploitatie van) prostitutie door personen
                                    zonder geldige verblijfstitel.</al></li>
            </lijst>
            <al>Op basis hiervan kunnen de doelstellingen voor het lokaal
                            prostitutiebeleid worden geformuleerd:</al>
            <lijst>
              <li nr="·"><al>Bescherming van het woon- en leefklimaat: een negatieve
                                    uitstraling van de exploitatie van seksinrichtingen en
                                    sekswinkels voorkomen.</al></li>
              <li nr="·"><al>Bescherming van de volksgezondheid: prostitutie is een
                                    bedrijfstak waarin gezondheidsrisico’s worden gelopen door zowel
                                    de prostituee als de klant. Deze risico’s willen we
                                    beperken.</al></li>
              <li nr="·"><al>Bescherming van de positie van prostituees: prostitutie speelt
                                    zich vaak af in de illegale sfeer. Dit gegeven maakte de positie
                                    van de prostituee extra kwetsbaar. </al></li>
              <li nr="·"><al>Het voorkomen van strafbare feiten: het lokaal prostitutiebeleid
                                    heeft tot doel ongewenste uitwassen van prostitutie, zoals
                                    prostitutie door minderjarigen en onvrijwillige prostitutie
                                    tegen te gaan. </al></li>
            </lijst>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label> 3. Regionale afstemming</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Net zoals in een aantal andere regio’s heeft ook Zeeland er in 2000 voor
                            gekozen het opzetten van prostitutiebeleid regionaal af te stemmen. Een
                            regionale afstemming vergemakkelijkt de taak van de bij de uitvoering en
                            handhaving van het beleid betrokken organisaties - politie, openbaar
                            ministerie, GGD en lokaal bestuur - doordat sprake is van eenduidige
                            vergunningsvoorschriften. Een eenduidig regionaal beleid verkleint de
                            kans op ongewenste verschuivingseffecten binnen de provincie en creëert
                            duidelijkheid. Ingeval dat weigering van een vergunning of het toepassen
                            van dwangmiddelen zijn basis vindt in een regionaal beleid is de positie
                            van de overheid bij de (bestuurs)rechter sterker. Nu er met de nieuwe
                            vaststelling van deze notitie weinig inhoudelijke veranderingen
                            plaatsvinden, heeft er geen regionale afstemming plaatsgevonden.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>4. Feitelijke situatie</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>De gemeente Schouwen-Duiveland kent op het moment van vaststelling geen
                            bordelen. Van het aantal thuiswerkers of kleinschalige escortbedrijven
                            bestaat geen beeld.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>5. Regelgeving</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Artikel 149 van de Gemeentewet kent de gemeenteraad een autonome
                            verordenende bevoegdheid toe op het terrein van de eigen huishouding. De
                            reikwijdte van deze bevoegdheid wordt ingekaderd door een ondergrens en
                            een bovengrens. De ondergrens betekent dat de gemeentelijke
                            voorschriften niet zonder meer mogen treden in de particuliere sfeer van
                            de burger. De voorschriften moeten voldoen aan het openbaarheidsvereiste
                            en mogen niet zien op handelingen die in geen enkel opzicht een openbaar
                            karakter hebben en in geen enkel opzicht betrekking hebben op de
                            openbare orde. De bovengrens wordt gevormd door ‘hogere’ regelgeving
                            (verdragen, Grondwet, wetten in formele zin, algemene maatregelen van
                            bestuur, ministeriële besluiten en provinciale regelgeving).
                            Gemeentelijke regelgeving mag niet treden in datgene wat al door een
                            ‘hogere wetgever’ is geregeld.</al>
            <al>De wetgever is tot de conclusie gekomen dat artikel 149 Gemeentewet de
                            gemeenten in juridische zin te weinig armslag geeft om de (exploitatie
                            van) prostitutie adequaat te kunnen reguleren. Om die reden heeft de
                            wetgever artikel 151a Gemeentewet geïntroduceerd, waarin de gemeenteraad
                            de bevoegdheid krijgt toebedeeld, regels te stellen met betrekking tot
                            ‘het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele
                            handelingen met een derde tegen betaling’.</al>
            <al>Of een prostitutiebedrijf al dan niet op een bepaalde locatie kan worden
                            toegestaan dient te worden getoetst aan de hand van de bestemmingen en
                            de bestemmingsvoorschriften vastgelegd in het bestemmingsplan. </al>
            <al>Op grond van artikel 174 Gemeentewet is de burgemeester belast met het
                            toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden, alsmede op
                            voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven (lid 1)
                            en mede met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking
                            hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht (lid 3). Dit betekent
                            dat de burgemeester in de meeste gevallen kan worden aangemerkt als het
                            bevoegd bestuursorgaan. Dit wordt alleen anders indien een
                            prostitutiebedrijf niet is aan te merken als een voor publiek openstaand
                            gebouw. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een prostitutiebedrijf is
                            gevestigd in een voer- of vaartuig, ingeval van escortbedrijven en
                            indien sprake is van prostitutie op de openbare weg. In deze gevallen is
                            het college van burgemeester en wethouders het bevoegd bestuursorgaan.
                            Van de specifieke aard van het prostitutiebedrijf is dus afhankelijk
                            welk bestuursorgaan bevoegd is.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>6. Definities</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>In artikel 3:1 Apv wordt een aantal begrippen gedefinieerd. Een aantal
                            van deze begrippen verdienen bijzondere aandacht omdat zij bepalend zijn
                            of bepaalde (prostitutie)activiteiten vergunningplichtig zijn op grond
                            van artikel 3:4 Apv.</al>
          </structuurtekst>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>6.1 Seksinrichting</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Seksinrichtingen zijn er in soorten en maten. De definitie van de
                                verordening is daarom algemeen. In de definitie wordt het begrip
                                ‘besloten ruimte’ gehanteerd. Hierbij gaat het om een overdekt
                                geheel of een door wanden omsloten ruimte, die al dan niet met enige
                                beperking, voor publiek toegankelijk is. Dit betekent dat ook een
                                vaar- of een voertuig onder de definitie ‘seksinrichting’ kan
                                vallen. </al>
              <al>De Apv ziet niet op handelingen die een zuiver privé karakter
                                hebben. Om die reden dient sprake te zijn van bedrijfsmatige
                                seksuele handelingen of van seksuele handelingen in een omvang alsof
                                ze bedrijfsmatig zijn. Of sprake is van ‘bedrijfsmatige’ seksuele
                                handelingen dient te worden bepaald aan de hand van de
                                omstandigheden van het geval. Belangrijke aanwijzingen voor het
                                bedrijfsmatig karakter van seksuele handelingen zijn: het verrichten
                                van seksuele handelingen anders dan om niet, advertenties of andere
                                reclame-uitingen en frequent bezoek van ‘bezoekers’.</al>
              <al>In het kader van de definitie ‘seksinrichting’ dient ook kort te
                                worden ingegaan op het fenomeen ‘thuiswerk’. Indien iemand zichzelf
                                in de eigen woning prostitueert en dit doet op zodanige wijze dat
                                geen sprake is van bedrijfsmatige activiteiten, zoals hierboven
                                omschreven, dan wordt dit niet beoordeeld als het exploiteren van
                                een seksinrichting. Een dergelijke vorm van prostitutie is dus niet-
                                vergunningplichtig. Om een vlucht naar het niet vergunningplichtige
                                thuiswerk te voorkomen hanteren wij de volgende voorwaarden:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Thuiswerk vindt uitsluitend plaats in de eigen woning: de
                                        man of vrouw die prostitutie bedrijft, dient volgens de GBA
                                        op dat adres te zijn ingeschreven;</al></li>
                <li nr="2."><al>Het werven van klanten geschiedt langs informele weg. Dit
                                        betekent dat de prostituee niet adverteert noch op een
                                        andere wijze openlijk reclame maakt;</al></li>
                <li nr="3."><al>Aan de buitenkant van het perceel mag niet duidelijk zijn
                                        dat er prostitutie wordt bedreven;</al></li>
                <li nr="4."><al>De prostituee mag niet toestaan dat anderen of andere
                                        bewoners in de woning prostitutie bedrijven;</al></li>
                <li nr="5."><al>De verdiensten voortkomend uit de prostitutie moeten
                                        uitsluitend ten goede komen aan de prostituee;</al></li>
                <li nr="6."><al>Er mag geen sprake zijn van overlast of aantasting van het
                                        woon- of leefklimaat.</al></li>
              </lijst>
              <al>Indien aan elk van de bovenstaande zes voorwaarden wordt voldaan, is
                                sprake van ‘thuiswerk’.</al>
              <al>Om misverstanden te voorkomen benoemt de Apv een aantal bedrijven
                                die wel onder de definitie vallen. Behalve een bordeel en een
                                seksclub wordt onder seksinrichting ook verstaan: een</al>
              <al>seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een
                                prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische
                                massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>6.2 Escortbedrijf</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Een escortbedrijf is een bedrijf dat - meestal telefonisch -
                                bemiddelt tussen klanten en prostituees. De prostituee bezoekt de
                                klant, of gaat met de klant naar een andere plaats. Een
                                escortbedrijf is geen inrichting. Het kan een kantoortje zijn, maar
                                ook een telefooncentrale, een mobiele telefoon of een website op
                                Internet. De plaats van de bedrijfsruimte is bepalend voor de
                                vergunningplicht. Een escortbedrijf biedt de services actief aan
                                door middel van advertenties en andere reclame-uitingen. Uiteraard
                                kan er ook sprake zijn van een combinatie van een seksinrichting en
                                een escortservice.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>6.3 Sekswinkel</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Het gaat hoofdzakelijk om de verkoop van goederen, in casu van
                                erotisch-pornografische aard. Zonder die aanduiding zouden immers
                                vele tijdschriftenwinkels als sekswinkel moeten worden
                                aangemerkt.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>7. Algemene uitgangspunten voor vergunningverlening</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Artikel 3:4 van de Apv is het centrale artikel, want dit artikel
                            verbiedt het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf zonder
                            vergunning van het bevoegd bestuursorgaan. </al>
          </structuurtekst>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>7.1 Maximumstelsel</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Mede in het belang van de openbare orde en het woon- en leefklimaat
                                acht het bestuur van de gemeente Schouwen-Duiveland het noodzakelijk
                                een maximum te stellen aan het aantal op grond van artikel 3:4 van
                                de Apv te verstrekken vergunningen. Bij het vaststellen van dit
                                maximum wordt een aantal omstandigheden meegewogen. In de eerste
                                plaats het karakter van de gemeente. Schouwen-Duiveland is een
                                landelijke gemeente bestaande uit veelal kleine tot zeer kleine
                                kernen. Zeker in de kleine dorpen heeft de vestiging van een
                                seksinrichting een grote impact op het woon- en leefklimaat. In de
                                tweede plaats is de omvang en de demografische opbouw van de
                                gemeente van belang. Schouwen-Duiveland telt slechts 34.000 inwoners
                                en een belangrijk deel van de bevolking is ouder dan 65 jaar. In de
                                derde plaats is van belang dat de gemeente Schouwen-Duiveland op dit
                                moment geen seksinrichtingen kent. Het bestuur ziet geen aanleiding
                                deze situatie drastisch te veranderen. Dit zou een negatieve invloed
                                hebben op het woon- en leefklimaat. In de vierde plaats leeft het
                                besef dat prostitutie bij een belangrijk deel van de bevolking onder
                                meer uit religieuze overwegingen weerstand oproept. Ook deze
                                overweging leidt tot de conclusie dat het in het belang van de
                                openbare orde en bescherming van het woon- en leefklimaat
                                aanbeveling verdient, terughoudend om te gaan met de vestiging van
                                seksinrichtingen. Op grond van het bovenstaande wordt het aantal op
                                grond van artikel 3:4 van de Apv te verstrekken vergunningen
                                gemaximeerd op 1. Indien het maximum aantal vergunningen is
                                verleend, wordt de aanvraag voor de vestiging van een nieuwe
                                seksinrichting geweigerd om te voorkomen dat het woon- en
                                leefklimaat door de vestiging van een nieuw bedrijf verder wordt
                                aangetast.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>7.2 Ongewenste vormen van seksinrichtingen / prostitutie</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>In het belang van de openbare orde en bescherming van het woon- en
                                leefklimaat verleent het bevoegd orgaan geen vergunning voor (het
                                exploiteren van) raamprostitutie en straatprostitutie. Onder een
                                raamprostitutie-inrichting wordt verstaan een inrichting met één of
                                meer ramen, waarachter de prostituee tracht de aandacht van
                                passanten op zich te vestigen en aldus klanten te werven. Bij
                                straatprostitutie begeeft de prostituee zich in de openbare ruimte.
                                Raamprostitutie en straatprostitutie hebben een relatief grote
                                impact op de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Gezien het
                                hiervoor geschetste karakter van Schouwen-Duiveland is het
                                gemeentebestuur van oordeel dat deze impact onaanvaardbaar groot zou
                                zijn.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>7.3 Vestigingsvoorschriften</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>De vestiging van seksinrichtingen en escortbedrijven wordt in
                                principe gereguleerd door het bestemmingsplan. Artikel 3:13, eerste
                                lid, onder b, van de Apv geeft aan dat de vestiging of exploitatie
                                wordt geweigerd, indien dit in strijd is met een geldend
                                bestemmingsplan. In het belang van de openbare orde en bescherming
                                van het woon- en leefklimaat hanteert het bevoegd orgaan daarnaast
                                nog een aantal vestigingsvoorschriften, waaraan de exploitant moet
                                voldoen. De vestigingsvoorschriften zijn:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Seksinrichtingen zullen niet worden toegestaan in of aan
                                        woonstraten. Onder het begrip ‘woonstraat’ wordt in dit
                                        verband verstaan: ‘alle voetpaden en rijstraten, wegen,
                                        lanen, kaden, hofjes, woonerven en pleinen, waaraan
                                        bebouwing is gelegen, die uitsluitend of in belangrijke mate
                                        dient ter bewoning’. Door de functie van dergelijke straten
                                        is het gevaar groot dat de vestiging van een
                                        prostitutiebedrijf de openbare orde en/of het woon- en
                                        leefklimaat op onaanvaardbare wijze zal aantasten. De hinder
                                        kan onder meer bestaan uit: parkeeroverlast, slaan van
                                        autodeuren, (angst voor) waardevermindering van de woning,
                                        gevoelens van onbehagen en onveiligheid. Eén en ander zou
                                        aanleiding kunnen zijn voor allerlei conflictsituaties
                                        tussen bewoners en de exploitant. </al></li>
                <li nr="2."><al>Seksinrichtingen zullen niet worden toegestaan in straten,
                                        niet zijnde straten als bedoeld onder a, waar sprake is van
                                        een concentratie van recreatiebedrijven, horecabedrijven of
                                        detailhandel. In straten met een concentratie van
                                        detailhandel is er een af- en aanloop van klanten, met
                                        bijbehorende parkeerproblematiek. De vestiging van een
                                        prostitutiebedrijf in een dergelijke omgeving vergroot de
                                        druk op de openbare orde en het woon- en leefklimaat en kan
                                        mogelijk conflicteren met de detailhandelsfunctie. Voor
                                        straten met een concentratie van horecabedrijven en
                                        recreatiebedrijven geldt hetzelfde. In deze gebieden is een
                                        grote toeloop van toeristen, waardoor de druk op de openbare
                                        orde en het woon- en leefklimaat al groot is. Vestiging van
                                        een prostitutiebedrijf in een dergelijk gebied kan gezien de
                                        uitstraling die een dergelijk bedrijf heeft tot conflicten
                                        leiden met de recreatiefunctie. </al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>7.4 Gezondheid en hygiëne</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>In de prostitutiebranche worden gezondheidsrisico’s gelopen, vooral
                                op het terrein van besmetting met seksueel overdraagbare
                                aandoeningen (soa’s), waarvan aids de meest beruchte is. Deze
                                risico’s treffen zowel de prostituee als de bezoeker. Dit betekent
                                dat binnen een prostitutiebedrijf ‘arbeidsomstandigheden’, ‘hygiëne’
                                en ‘bescherming van de gezondheid’ bijzondere aandacht dienen te
                                krijgen. De exploitant / beheerder van de seksinrichting of het
                                escortbedrijf is hiervoor eindverantwoordelijk. Daartoe is de
                                exploitant / beheerder in de eerste plaats gehouden tot het naleven
                                van de voorschriften die hieromtrent in de verordening en de
                                vergunning zijn opgenomen. Daarbij komt in de tweede plaats dat van
                                de exploitant / beheerder verwacht wordt dat hij zelf een actief
                                beleid voert ter bevordering van de arbeidsomstandigheden, de
                                hygiëne en de gezondheid. Om dit inzichtelijk te maken moet de
                                exploitant bij de aanvraag een ondernemingsplan overleggen waaruit
                                onder meer blijkt welke maatregelen de exploitant neemt ter
                                bevordering van de werkomstandigheden van de prostituees,
                                bevordering van de hygiëne en bescherming van de gezondheid van de
                                bezoekers en de prostituees. Voorts stelt de exploitant / beheerder
                                ter bevordering van een ordelijke, hygiënische en veilige gang van
                                zaken binnen het bedrijf huisregels op.</al>
              <al>De exploitant / beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf is
                                er verantwoordelijk voor dat het bedrijf op geen enkele wijze
                                betrokken raakt bij criminele activiteiten, vooral niet bij
                                strafbare vormen van prostitutie, onvrijwillige prostitutie,
                                prostitutie met minderjarigen en mensenhandel.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>7.5 Vergunningverlening voor bepaalde tijd</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Apv wordt verleend
                                voor een periode van ten hoogste drie jaren. Ten behoeve van
                                verlenging van de vergunning dient de aanvrager de stukken als
                                hierna bedoeld te overleggen.</al>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>8. Aanvraag van de vergunning</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Een vergunning ex artikel 3:4 van de Apv moet schriftelijk worden
                            aangevraagd. Bij de aanvraag dienen de volgende bescheiden te worden
                            overgelegd:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>een geldig legitimatiebewijs, zoals bedoeld in de Wet op de
                                    identificatieplicht, van de aanvrager / exploitant - indien de
                                    exploitant een rechtspersoon is de tot vertegenwoordiging van de
                                    rechtspersoon bevoegde natuurlijke personen - en de beheerder
                                    die in de seksinrichting of voor het escortbedrijf werkzaam
                                    zullen zijn;</al></li>
              <li nr="2."><al>een geldige verblijfstitel van de exploitant en de beheerder die
                                    in de seksinrichting of voor het escortbedrijf werkzaam zullen
                                    zijn; </al></li>
              <li nr="3."><al>een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en de
                                    beheerder;</al></li>
              <li nr="4."><al>een document (zoals een huurcontract of eigendomsakte) waaruit
                                    blijkt dat de aanvrager over de ruimte beschikt of gaat
                                    beschikken, waarin de seksinrichting of het escortbedrijf wordt
                                    gevestigd;</al></li>
              <li nr="5."><al>een nauwkeurige plattegrond van de seksinrichting /
                                    escortbedrijf waarop tevens de oppervlakte van de in de
                                    seksinrichting / escortbedrijf aanwezige ruimtes staat
                                    aangegeven;</al></li>
              <li nr="6."><al>indien de exploitant de seksinrichting of het escortbedrijf gaat
                                    exploiteren ten behoeve van een vereniging of stichting: een
                                    afschrift van de statuten en een uittreksel uit het register van
                                    de Kamer van Koophandel;</al></li>
              <li nr="7."><al>voor zover van toepassing, een opgave van de adressen van
                                    overige / andere seksinrichtingen of escortbedrijven, die door
                                    de aanvrager werden of worden geëxploiteerd;</al></li>
              <li nr="8."><al>een ondernemingsplan waaruit blijkt op welke wijze de
                                    exploitatie van het seksbedrijf of het escortbedrijf vorm gaat
                                    krijgen (o.a. de aard van het bedrijf) en voorts welke
                                    maatregelen de exploitant neemt ter bevordering van de
                                    arbeidsomstandigheden van de prostituees, bevordering van de
                                    hygiëne en bescherming van de gezondheid van de bezoeker en de
                                    prostituee;</al></li>
              <li nr="9."><al>de eisen als bedoeld in paragraaf 10.3 onder 3 van deze
                                    beleidsregels;</al></li>
              <li nr="10."><al>eventuele andere gegevens of bescheiden, die nodig zijn voor de
                                    beslissing op de aanvraag en waarover de aanvrager
                                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.</al><al/></li>
            </lijst>
            <al>Indien de aanvrager bij herhaling weigert te voldoen aan het verzoek om
                            bovengenoemde stukken over te leggen, dan wordt de aanvraag niet in
                            behandeling genomen (artikel 4:2 lid 2 juncto artikel 4:5 Algemene wet
                            bestuursrecht). Voor de bepaling van de volgorde van aanvraag in het
                            kader van het maximumstelsel geldt als eerste aanvrager degene die als
                            eerste de aanvraag en alle stukken heeft overgelegd, waarop door of
                            namens het bevoegd bestuursorgaan de datum van ontvangst wordt
                            gesteld.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>9. Weigering van de vergunning</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>De weigeringsgronden zijn opgenomen in artikel 3:13 van de Apv. Artikel
                            3:13 van de Apv bevat drie imperatieve weigeringsgronden. De vergunning
                                <onderstreept>wordt</onderstreept> geweigerd indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de gedragseisen
                                    als genoemd in artikel 3:5 van de Apv;</al></li>
              <li nr="2."><al>er sprake is van strijd met het geldend bestemmingsplan,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li>
              <li nr="3."><al>er aanwijzingen zijn dat in de inrichting personen werkzaam
                                    zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van
                                    Strafrecht, of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                    vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
            </lijst>
            <al>Daarnaast worden in artikel 3:13, tweede lid van de Apv enkele gronden
                            aangegeven, waarop het bevoegd bestuursorgaan de vergunning
                                <onderstreept>kan</onderstreept> weigeren. Deze weigeringsgronden
                            hebben betrekking op de openbare orde, overlast, het woon- en
                            leerklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid
                            en/of verkeersveiligheid, gezondheid en zedelijkheid en de
                            arbeidsomstandigheden van de prostituee. Deze weigeringsgronden geven
                            het bestuursorgaan een grote mate van ruimte. Vanzelfsprekend wordt deze
                            ruimte wel beperkt door de eis dat een eventuele weigering deugdelijk
                            dient te worden gemotiveerd (artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht).
                            Voorts wordt deze beleidsruimte ingekaderd door de uitgangspunten voor
                            vergunningverlening die hiervoor in paragraaf 5 zijn geformuleerd.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>10. Voorschriften</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Aan een vergunning op grond van artikel 3:4 van de Apv worden in het
                            belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de openbare
                            zedelijkheid, de arbeidsomstandigheden van de prostituee en de
                            volksgezondheid in elk geval de volgende voorschriften verbonden:</al>
          </structuurtekst>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>10.1 Algemeen</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De exploitant / beheerder is gehouden tot een zodanige
                                        exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf dat
                                        geen inbreuk wordt gemaakt op de openbare orde, het woon- en
                                        leefklimaat en/of de openbare zedelijkheid. </al></li>
                <li nr="2."><al>Het is de exploitant / beheerder verboden tijdens de opening
                                        personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt hebben
                                        in het bedrijf toe te laten of aanwezig te laten zijn.</al></li>
                <li nr="3."><al>De exploitant / beheerder van een seksinrichting of
                                        escortbedrijf is verplicht een register bij te houden met
                                        daarin opgenomen de naam en de geboortedatum van alle in het
                                        bedrijf werkzame personen.</al></li>
                <li nr="4."><al>De exploitant / beheerder van een seksinrichting of
                                        escortbedrijf is verplicht het register als bedoeld in het
                                        vorige lid desgevraagd ter inzage te geven aan een ambtenaar
                                        van politie of een daartoe aangewezen toezichthouder.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>10.2 Eisen aan de inrichting</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>Seksinrichtingen dienen te voldoen aan de eisen die ter zake in het
                                Bouwbesluit, het Gebruiksbesluit en de gemeentelijke Bouwverordening
                                zijn gesteld. Voor zover genoemde bepalingen dit niet voorschrijven,
                                dient de seksinrichting in het belang van de hygiëne en de
                                gezondheid van de prostituee en de bezoeker en de werkomstandigheden
                                van de prostituee in ieder geval te voldoen aan de volgende
                                eisen:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In een seksinrichting dient een verblijfsruimte ingericht
                                        als dagverblijf aanwezig te zijn met een vloeroppervlakte
                                        van tenminste 16 vierkante meter en een breedte van
                                        tenminste 3,5 meter;</al></li>
                <li nr="2."><al>In een seksinrichting waar 5 of meer werkruimten aanwezig
                                        zijn, dient een keuken aanwezig te zijn met een oppervlakte
                                        van tenminste 5 vierkante meter en een breedte van tenminste
                                        1,80 meter;</al></li>
                <li nr="3."><al>Het dagverblijf en de keuken mogen niet voor
                                        prostitutiedoeleinden worden gebruikt;</al></li>
                <li nr="4."><al>In het dagverblijf en de keuken moet voldoende daglicht
                                        kunnen toetreden en vanuit deze verblijfsruimten moet
                                        visueel contact met buiten mogelijk zijn;</al></li>
                <li nr="5."><al>Elke werkruimte moet een vloeroppervlakte hebben van ten
                                        minste 8 vierkante meter, waarvan de breedte tenminste 2,10
                                        meter is;</al></li>
                <li nr="6."><al>Elke werkruimte moet zijn voorzien van een wasbak met warm
                                        en koud stromend water en van heldere witte elektrische
                                        verlichting;</al></li>
                <li nr="7."><al>Elke werkruimte moet zijn voorzien van een afsluitbare hang-
                                        / legkast;</al></li>
                <li nr="8."><al>In een seksinrichting moeten tenminste één heren- en
                                        damestoilet en één badruimte aanwezig zijn: - per bouwlaag -
                                        per 5 werkruimten;</al></li>
                <li nr="9."><al>De voorzieningen voor de toevoer van verse lucht en de
                                        afvoer van binnenlucht in een seksinrichting moet voldoen
                                        aan het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Bouwbesluit.</al></li>
                <li nr="10."><al>Een seksinrichting moet zijn voorzien van
                                        verwarmingsapparatuur, waarmee alle besloten ruimten kunnen
                                        worden verwarmd.</al></li>
                <li nr="11."><al>Iedere werkruimte moet zijn voorzien van een stil
                                        alarm.</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>10.3 Eisen aan de werksituatie (gezondheid, werkomstandigheden en hygiëne)</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De exploitant / beheerder is verantwoordelijk voor goede
                                        werkomstandigheden voor de in de seksinrichting of voor het
                                        escortbedrijf werkzame prostituees, alsmede voor het voeren
                                        van een actief beleid om gezondheidsrisico’s voor
                                        prostituees en bezoekers zoveel mogelijk te beperken (veilig
                                        seksbeleid);</al></li>
                <li nr="2."><al>In de seksinrichting dienen voldoende condooms en
                                        voorlichtingsmateriaal over soa beschikbaar te zijn;</al></li>
                <li nr="3."><al>Ter bevordering van een ordelijke, hygiënische en veilige
                                        gang van zaken binnen de seksinrichting of het escortbedrijf
                                        stelt de exploitant / beheerder huisregels op. Deze
                                        huisregels worden op zodanige wijze bekendgemaakt dat iedere
                                        bezoeker / klant er kennis van kan nemen. De exploitant /
                                        beheerder ziet actief toe op de naleving van de
                                        huisregels;</al></li>
                <li nr="4."><al>De exploitant / beheerder van een seksinrichting of
                                        escortbedrijf is gehouden medewerking te verlenen aan
                                        voorlichtingscampagnes van de GGD ten behoeve van
                                        prostituees. Hij dient daartoe de verpleegkundige / arts van
                                        de GGD toegang tot het bedrijf te verlenen;</al></li>
                <li nr="5."><al>De exploitant / beheerder stelt de in de seksinrichting of
                                        voor het escortbedrijf werkzame prostituees in de
                                        gelegenheid zich vier keer per jaar te laten onderzoeken op
                                        seksueel overdraagbare aandoeningen (soa). Dit onderzoek
                                        geschiedt volgens de ‘Richtlijnen soa-onderzoek’. Op verzoek
                                        van de GGD dient de naam van de arts die dit onderzoek heeft
                                        uitgevoerd, bekend te worden gemaakt;</al></li>
                <li nr="6."><al>De prostituee kiest zelf de arts die het soa-onderzoek
                                        verricht en mag niet worden verplicht gebruik te maken van
                                        een door de exploitant of de beheerder aangewezen arts;</al></li>
                <li nr="7."><al>De aanwezige vertrekken en sanitaire voorzieningen dienen te
                                        alle tijde in hygiënische staat te verkeren;</al></li>
                <li nr="8."><al>In iedere werkruimte dienen voldoende schone handdoeken en
                                        vloeibare zeep aanwezig te zijn;</al></li>
                <li nr="9."><al>Het bedlinnen in de werkruimten dient dagelijks te worden
                                        verschoond. Het bedlaken wordt na iedere bezoeker vervangen.
                                    </al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>10.4 Overige bepalingen</label>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een prostituee te verplichten
                                        alcoholhoudende dranken te consumeren al dan niet in het
                                        gezelschap van bezoekers;</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is de exploitant / beheerder verboden reclame te maken
                                        waarbij de garantie wordt gegeven dat de prostituees in het
                                        bedrijf vrij zijn van soa;</al></li>
                <li nr="3."><al>Het is de exploitant / beheerder verboden te adverteren met
                                        de mogelijkheid van onveilig (zonder condoom) werken door
                                        prostituees;</al></li>
                <li nr="4."><al>De prostituee mag bezoekers en/of bepaalde seksuele
                                        handelingen weigeren;</al></li>
                <li nr="5."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zo nodig nadere voorschriften
                                        aan de vergunning verbinden</al></li>
              </lijst>
            </structuurtekst>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>11. Slotbepaling</label>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2010. Deze
                            beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels lokaal
                            prostitutiebeleid gemeente Schouwen-Duiveland 2010”. Bij
                            inwerkingtreding van deze beleidsregels wordt de Beleidsnota lokaal
                            prostitutiebeleid gemeente Schouwen-Duiveland, in werking getreden op 1
                            oktober 2000, ingetrokken.</al>
            <al/>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Deze beleidsregels zijn op 8 december 2009 vastgesteld door de burgemeester,
                        voor zover het zijn bevoegdheden betreft.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De burgemeester van Schouwen-Duiveland, </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>G.C.G.M. Rabelink </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>burgemeester </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>Deze beleidsregels zijn vastgesteld door het college van burgemeester en
                        wethouders op 8 december 2009 voor zover het zijn bevoegdheden betreft.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>M.K. van den Heuvel, secretaris </ondertekening>
        <ondertekening>G.C.G.M. Rabelink, burgemeester </ondertekening>
        <ondertekening/>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>