<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR109636_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Wet BIBOB gemeente Schouwen-Duiveland 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-08-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Eiland, 17-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels Wet BIBOB gemeente Schouwen-Duiveland 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) en titel 4.3 Awb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-05-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Beleidsregel</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>50/2 (punt 6) 8 december 2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze beleidsregels zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders voor zover het betreft de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet en in voorkomende gevallen voor zover het betreft de afgifte van vergunningen voor seksinrichtingen en escortbedrijven als bedoeld in artikel 3:4 van de Apv.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels Wet BIBOB gemeente Schouwen-Duiveland 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Beleidsregels Wet BIBOB</vet></al><al>De burgemeester van Schouwen-Duiveland en het college van burgemeester en
                        wethouders van Schouwen-Duiveland, ieder voor zover het zijn bevoegdheden
                        betreft;</al><al>gelet op de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                        bestuur (hierna: Wet BIBOB) en titel 4.3 van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al>overwegende dat een procedure in het kader van de Wet BIBOB om een
                        eenduidige richtlijn vraagt;</al><al>overwegende dat zij zich bij het nemen van die beslissingen daaromtrent kan
                        laten adviseren door bureau BIBOB; besluiten :</al><al>vast te stellen de “Beleidsregels Wet BIBOB gemeente Schouwen-Duiveland
                        2010”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>BIBOB-beleid gemeente Schouwen-Duiveland</titel></kop><al><onderstreept>1.1 Inleiding</onderstreept></al><al/><al>De gemeente Schouwen-Duiveland is in het recente verleden meermalen
                            geconfronteerd met “verdachte” aanvragen en hierbij is na het eigen
                            gemeentelijke onderzoek bureau BIBOB ingeschakeld om duidelijkheid te
                            krijgen over mogelijke illegale praktijken. </al><al>De procedure rond een dergelijk integriteits- of BIBOB onderzoek moet
                            zorgvuldig plaatsvinden en dit vraagt om een éénduidige richtlijn binnen
                            het gemeentelijk apparaat.</al><al/><al>De beslissing al dan niet een BIBOB-advies aan te vragen ligt bij de
                            bestuursorganen. Vanwege deze keuzevrijheid verdient het de voorkeur dat
                            dit gebeurt op basis van beleid, waarin in algemene termen wordt
                            aangegeven in welke gevallen een advies wordt aangevraagd bij het Bureau
                            BIBOB. Dit schept duidelijkheid naar de burgers en ondernemingen die
                            feitelijk aan een BIBOB onderzoek worden onderworpen.</al><al/><al>Met name de afweging om tot een BIBOB onderzoek over te gaan, dient –
                            juist met het oog op het ingrijpende karakter van het instrument –
                            weloverwogen en met inachtneming van de beginselen van behoorlijk
                            bestuur te worden genomen. Daarbij spelen proportionaliteit,
                            subsidiariteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid een belangrijke
                            rol.</al><al/><al>De wet BIBOB wordt in eerste instantie toegepast bij de verlening c.q.
                            intrekking van vergunningen voor horeca-inrichtingen en
                            speelautomatenhallen. Ook op een aanvraag voor een seksinrichting wordt
                            de wet toegepast. Het hierbij gaat om persoonsgebonden vergunningen,
                            waarbij er een mogelijkheid is te toetsen op slecht
                            levensgedrag.</al><al/><al>Coffeeshops worden vooralsnog buiten beschouwing gehouden, aangezien de
                            gemeente Schouwen-Duiveland een nullijn voert. Indien de gemeenteraad
                            dit standpunt aanpast, kunnen ook coffeeshops onder de reikwijdte van
                            deze beleidsregels worden geplaatst.</al><al/><al><onderstreept>1.2 Vergunningen</onderstreept></al><al/><al>Ten aanzien van de genoemde vergunningen geldt dat het bevoegd gezag in
                            deze zowel het college van burgemeester en wethouders als de
                            burgemeester kan zijn. Ter voorkoming van misverstanden en vanwege de
                            leesbaarheid wordt in het vervolg van dit document gesproken over het
                            bevoegd gezag.</al><al/><al>Concreet gaat het om de volgende vergunningen:</al><lijst><li nr="a."><al>De vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet
                                    voor het uitoefenen van een horecabedrijf of
                                    slijtersbedrijf;</al><al> Daarbij wordt een uitzondering gemaakt voor vergunningen die
                                    worden verleend aan paracommerciële instellingen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>De vergunning op grond van artikel 2:28 van de Algemene
                                    plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland (Apv) voor
                                    de exploitatie van een horecabedrijf;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>De vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal op
                                    grond van artikel 2, eerste lid van de Verordening
                                    speelautomatenhallen gemeente Schouwen-Duiveland 2010;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>De vergunning op grond van artikel 3:4 van de Apv voor het
                                    exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf.</al></li></lijst><al>Het van toepassing verklaren van de Wet BIBOB op de hierboven genoemde
                            vergunningen betekent dat het bevoegde gezag zowel bij de aanvraag van
                            de vergunning als bij het toezicht op de naleving ervan steeds
                            onderzoekt of de weigerings- of intrekkingsgronden uit artikel 3 van de
                            Wet BIBOB van toepassing zijn. Artikel 3 bevat samengevat de volgende
                            elementen:</al><al/><al>1. Het bevoegde gezag kan op basis van de Wet BIBOB een vergunning
                            weigeren of intrekken indien ernstig gevaar bestaat dat de vergunning
                            mede gebruikt zal worden voor:</al><al>a) het benutten van voordelen uit strafbare feiten;</al><al>b) het plegen van strafbare feiten</al><al/><al>2. Wanneer feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen
                            vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel verleende
                            vergunning een strafbaar feit is gepleegd (bijvoorbeeld valsheid in
                            geschrifte of omkoping).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De Wet BIBOB toegepast</titel></kop><al>2<onderstreept>.1 Onderzoek door het bevoegd gezag
                            zelf</onderstreept></al><al>Bij de aanvraag om een nieuwe vergunning of een wijziging van een
                            vergunning (zoals het bijschrijven van een leidinggevende op een Drank-
                            en horecawetvergunning verzoekt de gemeente standaard om bij de aanvraag
                            aanvullende informatie te verstrekken op het gemeentelijk
                            vragenformulier. Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek
                            moet beoordeeld worden of artikel 3 van de Wet BIBOB van toepassing kan
                            zijn op de aanvraag. Is er een vermoeden dat dit het geval is, dan wordt
                            er vervolgens een uitgebreider onderzoek ingesteld door het bevoegd
                            gezag.</al><al/><al>Dit betekent concreet dat het uitgebreide vragenformulier BIBOB
                            toegezonden wordt naar de aanvrager. Hiertoe wordt overgegaan op advies
                            van politie of justitie of indien uit het antecedentenonderzoek van de
                            Centraal Justitiële Documentatiedienst vragen ontstaan omtrent het
                            levensgedrag van de aanvrager of de financiering van de onderneming.
                            Deze instanties adviseren op verzoek van de gemeente altijd bij een
                            aanvraag om een vergunning. Dit onderzoek betreft in alle gevallen een
                            controle en analyse van de door de aanvrager/houder van de vergunning
                            beantwoorde vragen die zijn opgenomen in het gemeentelijk
                            vragenformulier BIBOB-vergunning.</al><al/><al>Indien er na invulling van het gemeentelijk vragenformulier vragen
                            blijven bestaan over:</al><al>a. de bedrijfsstructuur, of de activiteiten in en/of in de directe
                            omgeving van de onderneming;</al><al>b. de financiering van het bedrijf;</al><al>c. de omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de financier
                            van</al><al> de onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is
                            gevestigd of de inventaris van de inrichting;</al><al>d. (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat er sprake
                            is van een ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt voor het
                            plegen van strafbare feiten, of het gebruiken van voordelen uit
                            strafbare feiten;</al><al>e. (andere) omstandigheden die de gemeente doen vermoeden dat ter
                            verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven vergunning een strafbaar
                            feit is gepleegd,</al><al/><al>dan dient de aanvrager/houder van de vergunning:</al><al>a. het BIBOB-vragenformulier (als bedoeld in artikel 30 van de Wet
                            BIBOB) in te vullen;</al><al>b. documenten op grond van het BIBOB-vragenformulier aan te
                            leveren;</al><al>c. eventuele extra, op verzoek van de gemeente, documenten of informatie
                            aan te leveren.</al><al/><al>Het bevoegd gezag toetst de informatie, verkregen uit het
                            BIBOB-vragenformulier, aan de in het kader van BIBOB onderzoek
                            toegankelijke informatiebronnen. Het bevoegd gezag past uiteraard ook de
                            reeds bestaande weigeringsgronden onderzoeken toe. Deze kunnen ook
                            betrekking hebben op de integriteit van aanvrager/houder van de
                            vergunning.</al><al/><al>Als het bevoegd gezag op basis van het eigen onderzoek genoeg
                            aanwijzingen heeft dat een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet
                            BIBOB zich voordoet, kan het de vergunning weigeren of intrekken. Een
                            weigering om het gemeentelijk vragenformulier en/of het
                            BIBOB-vragenformulier volledig in te vullen (voorzien van alle gevraagde
                            documenten) wordt door het bevoegd gezag aangemerkt als ‘ernstig gevaar’
                            en zal eveneens leiden tot weigering of intrekking van de vergunning
                            (artikel 4 van de Wet BIBOB).</al><al><onderstreept>2.2 Onderzoek door het Bureau BIBOB</onderstreept></al><al>Indien na dit eigen onderzoek door het bevoegd gezag vragen blijven
                            bestaan over:</al><al>1. de bedrijfsstructuur;</al><al>2. de financiering;</al><al>3. omstandigheden in de persoon van de aanvrager</al><al>zal het bevoegd gezag een advies vragen bij het landelijk Bureau BIBOB
                            (artikel 9 Wet BIBOB).</al><al/><al>Ook in de situatie dat de officier van justitie het bevoegd gezag
                            adviseert een advies te vragen over de verlening of intrekking van een
                            vergunning aan het landelijk Bureau BIBOB (artikel 26 van de Wet BIBOB),
                            zal het bevoegd gezag dit advies opvolgen.</al><al/><al>Een toetsing aan de Wet BIBOB met behulp van een advies geldt in
                            beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een betrokken
                            (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy
                            moet het bevoegd gezag de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit
                            in acht nemen. Deze eisen brengen met zich mee dat het bevoegd gezag
                            eerst gebruik maakt van haar eigen instrumenten. Verder moet het vragen
                            van een advies evenredig zijn gelet op de mate van gevaar en de ernst
                            van de strafbare feiten. Dus pas wanneer de bestaande wetgeving geen
                            uitkomst biedt bij het weigeren of intrekken van een vergunning en het
                            belang aantoonbaar is, kan een advies worden aangevraagd bij het bureau
                            BIBOB. </al><al/><al>Bij een aanvraag voor een BIBOB-advies bij het Bureau BIBOB wordt de
                            aanvrager/houder van de vergunning vooraf geïnformeerd door het bevoegd
                            gezag (mededelingsplicht).</al><al/><al>De adviesaanvraag bij het Bureau BIBOB is géén beschikking in de zin van
                            de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen staat dus geen bezwaar en
                            beroep open. De aanvrager van een vergunning kan uiteraard te allen
                            tijde de aanvraag intrekken.</al><al/><al>Het Bureau BIBOB neemt geen direct contact op met de aanvrager/houder
                            van de vergunning of de andere bij het onderzoek betrokken
                            (rechts)personen. Eventuele aanvullende vragen van het Bureau BIBOB
                            worden via het bevoegd gezag aan betrokkenen gesteld.</al><al>Het Bureau BIBOB moet in beginsel binnen vier weken adviseren aan het
                            bevoegd gezag. Deze termijn kan met ten hoogste vier weken worden
                            verlengd. Het Bureau BIBOB zal het bevoegd gezag hiervan in kennis
                            stellen. De beslistermijn voor het bevoegd gezag wordt opgeschort
                            gedurende de adviestermijn van het Bureau BIBOB, doch is niet langer dan
                            acht weken.</al><al><onderstreept>2.3 Welke personen en bedrijven worden in het onderzoek
                                betrokken?</onderstreept></al><al>De in artikel 3 van de Wet BIBOB genoemde personen en bedrijven moeten
                            er rekening mee houden dat in het kader van een vergunningaanvraag
                            diepgaand onderzoek kan worden gedaan naar betrokkenheid bij criminele
                            activiteiten. In de Wet BIBOB is bepaald wie aan een dergelijk onderzoek
                            van de gemeente en bureau BIBOB kunnen worden onderworpen. De
                            voornaamste personen en bedrijven zijn:</al><al>1. de aanvrager/houder van een vergunning;</al><al>2. direct en indirect leidinggevenden;</al><al>3. personen die in een zakelijk samenwerkingsverband tot</al><al> aanvrager/houder staan;</al><al>4. personen die zeggenschap hebben binnen een bedrijf waarbij de
                            aanvrager/houder betrokken is;</al><al>5. vermogensverschaffers.</al><al/><al><onderstreept>2.4 Wat gebeurt er met het advies van Bureau
                                BIBOB?</onderstreept></al><al>Het advies van het Bureau BIBOB draagt bij aan de onderbouwing van het
                            besluit tot verlening, weigering of intrekking van de vergunning. Het
                            bevoegd gezag mag slechts de gegevens uit het advies gebruiken die
                            noodzakelijk zijn voor de onderbouwing van de verlening, weigering of
                            intrekking van de vergunning.</al><al>Het Bureau BIBOB kan drie soorten adviezen afgeven:</al><lijst><li nr="1."><al>Er is <vet>geen</vet>sprake van een ernstige mate van gevaar als
                                    bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB;</al></li><li nr="2."><al>Er is sprake van een <vet>mindere</vet> mate van gevaar;</al></li><li nr="3."><al>Er is sprake van een <vet>ernstige </vet>mate van gevaar.</al></li></lijst><al/><al>In hoofdlijnen hanteert het bevoegd gezag de volgende werkwijze rondom
                            de adviezen.</al><al/><al>Indien het Bureau BIBOB adviseert dat er “geen gevaar” is, verleent het
                            bevoegd gezag de vergunning. Is het advies van Bureau BIBOB “ernstige
                            mate van gevaar” dan weigert het bevoegd gezag de vergunning. Is het
                            advies “een mindere mate van gevaar” dan verleent het bevoegd gezag de
                            vergunning onder bepaalde voorschriften (bijvoorbeeld het periodiek
                            overleggen van de boekhouding ten behoeve van een betere controle).</al><al/><al>Vanzelfsprekend kan het bevoegd gezag te alle tijde gemotiveerd afwijken
                            van deze werkwijze.</al><al/><al>Het bevoegd gezag stelt, indien het voornemens is een negatieve
                            beslissing te nemen op grond van een BIBOB-advies, de betrokkene in de
                            gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen. Betrokkene kan dan
                            ook het BIBOB-advies inzien. </al><al>Derden die genoemd zijn in het voorgenomen besluit worden aangemerkt als
                            belanghebbenden in de zin van artikel 4:8 Awb. Zij kunnen ook hun
                            zienswijze over het voorgenomen besluit naar voren brengen, indien te
                            verwachten is dat zij hiertegen bedenkingen hebben. Derden hebben niet
                            het recht om het BIBOB-advies in te zien. Tegen het uiteindelijke
                            besluit van het bevoegd gezag staat bezwaar en beroep open. Op eenieder
                            die de beschikking krijgt over gegevens uit het advies, die betrekking
                            hebben op anderen dan hemzelf, rust een geheimhoudingsplicht, behoudens
                            voor zover de Wet BIBOB mededelingen toelaat.</al><al/><al><onderstreept>2.5 Hoe lang moet een aanvrager op zijn (verleende of
                                geweigerde) vergunning wachten?</onderstreept></al><al>Bij een adviesaanvraag bij het Bureau BIBOB wordt de wettelijke
                            beslistermijn met vier weken verlengd. Deze termijn kan vervolgens met
                            nog eens vier weken worden verlengd, indien het onderzoek van het Bureau
                            BIBOB niet in de eerste vier weken na de indiening van het verzoek om
                            advies kan worden afgerond.</al><al/><al>Dit betekent dat de beslissing op een aanvraag maximaal acht weken is,
                            tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen en een extra redelijke
                            termijn wordt bepaald als bedoeld in artikel 4:14 Awb. Het bevoegd gezag
                            streeft ernaar de beslissingstermijnen zo kort mogelijk te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels Wet BIBOB
                        gemeente Schouwen-Duiveland 2010”. Bij inwerkingtreding van deze
                        beleidsregels wordt de eerdere Beleidslijn Wet BIBOB gemeente
                        Schouwen-Duiveland, ingetrokken.</al><al/><al>Deze beleidsregels zijn vastgesteld door de burgemeester, voor zover het
                        betreft de exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Apv, een
                        vergunning voor seksinrichtingen en escortbedrijven als bedoeld in artikel
                        3:4 van de APV en artikel 2, eerste lid van de Verordening
                        speelautomatenhallen gemeente Schouwen-Duiveland 2010. </al><al>Deze beleidsregels zijn bekendgemaakt op 17 december 2009.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de burgemeester op 8 december 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester van Schouwen-Duiveland,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>G.C.G.M. Rabelink</ondertekening><ondertekening>burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Deze beleidsregels zijn vastgesteld door het college van burgemeester en
                        wethouders voor zover het betreft de vergunning als bedoeld in artikel 3 van
                        de Drank- en Horecawet en in voorkomende gevallen voor zover het betreft de
                        afgifte van vergunningen voor seksinrichtingen en escortbedrijven als
                        bedoeld in artikel 3:4 van de Apv. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 8
                        december 2009.</ondertekening><ondertekening>M.K. van den Heuvel, secretaris</ondertekening><ondertekening>G.C.G.M. Rabelink, burgemeester</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>