<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR109440_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afstemmingsverordening Wet werk en inkomen kunstenaars</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-03-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.assen.nl/Actueel/Berichten_van_de_Brink/Berichten_van_de_Brink_2012">Berichten van de Brink, 10-03-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstemmingsverordening Wet werk en inkomen kunstenaars</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">gemeentewet, artikel 147, eerste lid.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en inkomen kunstenaars, artikel 21, vierde lid en artikel 22, derde lid.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BB-00038</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>werk en inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>NVT</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afstemmingsverordening Wet werk en inkomen kunstenaars</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>WWIK : Wet werk en inkomen kunstenaars;</al></li><li nr="b."><al>AWB :<extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">
                                            Algemene wet bestuursrecht</extref>;</al></li><li nr="c."><al>uitkeringsnorm : de naar een netto bedrag omgerekende
                                        uitkering, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van
                                        de WWIK;</al></li><li nr="d."><al>maatregel : het tijdelijk verlagen van de uitkering op grond
                                        van artikel 22, eerste lid, van de WWIK;</al></li><li nr="e."><al>kunstenaar : de kunstenaar die recht heeft op een uitkering
                                        op grond van de WWIK;</al></li><li nr="f."><al>echtgenoot : de echtgenoot, bedoeld in artikel 2, van de
                                        WWIK;</al></li><li nr="g."><al>het college : het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Assen, Aa en Hunze en Tynaarlo.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWIK en
                                de <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">Algemene wet
                                    bestuursrecht (Awb)</extref></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verlaagt <vet>niet </vet>de toegekende WWIK uitkering,
                                indien naar het oordeel van het college de kunstenaar en/of
                                echtgenoot de op hem of haar rustende verplichtingen niet of
                                onvoldoende nakomt. Het betreft de gedragingen die verband houden
                                met de verplichtingen genoemd in artikel 20, 21 en 22 van de
                                WWIK.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het niet en/of niet juist voldoen aan de verplichtingen, wordt
                                de WWIK van rechtswege beëindigd conform de wettelijke bepalingen
                                van deze regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><al>Alleen in bijzondere en specifieke gevallen kan het college afwijken van
                            de bepalingen in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de tweede dag na
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Afstemmingverordening
                            WWIK.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 3 maart 2011.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>     , voorzitter</ondertekening><ondertekening>     , griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Met ingang van 1 januari 2010 is de wet bundeling van uitkeringen
                    inkomensvoorziening aan gemeenten (Wet BUIG) in werking getreden. Met de
                    inwerkingtreding van de Wet BUIG per 1 januari 2010 heeft de gemeente een
                    grotere beleidsmatige rol en financiële verantwoordelijkheid rond de uitvoering
                    van de IOAW, IOAZ, WWIK en (voor een deel) het Bbz 2004 verkregen.</al><al>De IOAW, IOAZ en het Bbz 2004 kenden tot 1 januari 2010 een
                    financieringssystematiek waarbij 75% bij het Rijk kon worden gedeclareerd en 25%
                    drukte op het gemeentelijke budget. De WWIK kende daarnaast een
                    financieringssystematiek waarbij 100% kon worden gedeclareerd. Per 1 januari
                    2010 is een systeem van volledige budgetfinanciering ingevoerd, zoals dit nu van
                    toepassing is op het WWB-inkomensdeel. Met de Wet BUIG worden de financiële
                    middelen van de "kleine inkomensregelingen" gebundeld in het volledig
                    gebudgetteerde I-deel dat de gemeente ontvangt voor de bijstandsverstrekking op
                    grond van de WWB. </al><al>Door de Wet BUIG wordt het aantal landelijke regels verder sterk teruggedrongen.
                    In de plaats komt een grotere beleidsruimte voor de gemeente. Daardoor is het
                    college gehouden om op een aantal punten zelf beleid te ontwikkelen. </al><al>Daarnaast moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen met betrekking tot
                    de verlaging van uitkeringen IOAW, IOAZ en WWIK als gevolg van verwijtbaar
                    handelen van de belanghebbende (maatregelenverordening), alsmede met betrekking
                    tot de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een uitkering alsmede van
                    misbruik en oneigenlijk gebruik van de IOAW, IOAZ en WWIK in het kader van het
                    financiële beheer (handhavingverordening).</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Artikel 1. begripsbepalingen</al><al>Dit artikel bevat de verschillende begripsomschrijvingen.</al><al>Artikel 2. Het opleggen van een maatregel</al><al>Deze verordening voorziet niet in het maatregelenbeleid voor de WWIK. Dit beleid
                    was voor 1 januari 2010 geregeld bij AMvB (paragraaf 4 van het
                    Uitvoeringsbesluit WWIK). Dit onderdeel van de AMvB is echter met de
                    inwerkingtreding van de Wet BUIG per 1 januari 2010 komen te vervallen. Op basis
                    van het inwerkingtredingbesluit is het aan de gemeente om per 1 juli 2010 in een
                    bij verordening vastgelegd beleid te voorzien. Gekozen is echter om geen
                    maatregelen aan de kunstenaar en/of echtgenoot op te leggen. De WWIK biedt als
                    regeling zelf voldoende mogelijkheden om te "straffen".</al><al>De WWIK is een gunstige regeling voor een speciale doelgroep; te weten de
                    kunstenaars. Uit ervaringen blijkt dan ook dat zij nagenoeg geen
                    maatregelwaardig gedrag vertonen en in het verleden zijn er nagenoeg ook geen
                    maatregelen opgelegd. De regeling zelf biedt voldoende mogelijkheden om te
                    sanctioneren. Bij het niet voldoen aan de verplichtingen, wordt de uitkering
                    beëindigd. De kunstenaar is dan aangewezen op de WWB. Bij de WWB gelden er
                    arbeidsverplichtingen en wordt het inkomen niet deels vrijgelaten (125%).
                    Hierdoor wordt de kunstenaar feitelijk al gestraft.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>