<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR109204_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afstem - en handhavingsverordening Wwb, Wij, Ioaw, Ioaz en Wi gemeente Kapelle 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kapelle</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-06-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kapelle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Scheldepost</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstem - en handhavingsverordening Wwb, Wij, Ioaw, Ioaz en Wi gemeente Kapelle 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de artikelen 8, eerste lid, onderdeel b, 8a en 18 van de Wet werk en bijstand (Wwb)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de artikelen 12, eerste lid, onderdelen b en c, en 41, eerste lid, van de Wet investeren in jongeren (Wij)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de artikelen 20 en 35, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de artikelen 20 en 35, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35van de Wet inburgering (Wi)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-05-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/16</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet</al><al>de artikelen 8, eerste lid, onderdeel b, 8a en 18 van de Wet werk en bijstand (Wwb)</al><al>de artikelen 12, eerste lid, onderdelen b en c, en 41, eerste lid, van de Wet investeren in jongeren (Wij)</al><al>de artikelen 20 en 35, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw)</al><al>de artikelen 20 en 35, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz)</al><al>de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35van de Wet inburgering (Wi)</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afstem - en handhavingsverordening Wwb, Wij, Ioaw, Ioaz en Wi gemeente Kapelle 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>1.In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><vet>A Wwb:</vet></al><al>de Wet werk en bijstand;</al><al><vet>B Wij:</vet></al><al>de Wet investeren in jongeren;</al><al><vet>C Ioaw:</vet></al><al>de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            werkloze werknemers;</al><al><vet>D Ioaz:</vet></al><al>de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            gewezen zelfstandigen;</al><al><vet>E Wi:</vet></al><al>de Wet inburgering;</al><al><vet>F Wet Suwi:</vet></al><al>de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;</al><al><vet>G Awb:</vet></al><al>de Algemene wet bestuursrecht;</al><al><vet>H uitkering:</vet></al><al>de bijstandsnorm op grond van artikel 5, onder c, van de Wwb en/of
                            inkomensvoorzieningsnorm op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wij
                            en/of een uitkering op grond van artikel 9, eerste lid, van de Ioaw of
                            artikel 9, eerste lid, van de Ioaz;</al><al><vet>I re-integratie instrument:</vet></al><al>een werkleeraanbod, een trajectplan of een individueel plan gericht op
                            het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces
                            of deelname aan sociale activiteiten;</al><al><vet>J maatregel:</vet></al><al>het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18, tweede lid, van de
                            Wwb, het verlagen van de inkomensvoorziening op grond van artikel 41,
                            eerste lid, van de Wij, het verlagen van de uitkering op grond van
                            artikel 20, eerste lid, en artikel 2 van de Ioaw en het verlagen van de
                            uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, en artikel 2 van de
                            Ioaz;</al><al><vet>K benadelingsbedrag:</vet></al><al>het bruto bedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen
                            van een inlichtingenverplichting of als gevolg van een tekortschietend
                            besef van verantwoordelijkheid ten onrechte is verleend als uitkering of
                            re-integratie instrument;</al><al><vet>L college:</vet></al><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kapelle.</al><al>2.Alle overige begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                            niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wwb,
                            Wij, Ioaw, Ioaz, Wi en Awb.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de belanghebbende naar het oordeel van het college een
                                tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de
                                voorziening in het bestaan, dan wel de uit de Wwb, Wij, Ioaw, Ioaz,
                                Wi, Wet Suwi voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende
                                nakomt, waaronder het zich jegens het college ernstig misdragen,
                                wordt op grond van het bepaalde in deze verordening een maatregel
                                opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt toegepast op de uitkering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel ook worden
                                toegepast op de bijzondere bijstand indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met
                                        toepassing van artikel 12 van de Wwb of</al></li><li nr="b."><al>de verwijtbare gedraging van belanghebbende in relatie met
                                        zijn recht op bijzondere bijstand daartoe aanleiding
                                        geeft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het besluit tot het opleggen van maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot het opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld: de reden van de maatregel, de duur van de maatregel, het
                            percentage waarmee de van toepassing zijnde uitkering wordt verlaagd.
                            Indien van toepassing wordt ook de reden vermeld waarom wordt afgeweken
                            van de standaard verlaging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De zienswijze van belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt belanghebbende in de
                                gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid gestelde mogelijkheid kan achterwege blijven
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende reeds in de gelegenheid is gesteld zijn
                                        zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
                                        nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
                                        college of van een derde aan wie het college op grond van de
                                        artikelen 7, vierde lid, van de Wwb, 11, vierde lid, van de
                                        Wij, 34, derde lid, van de Ioaw en 34, derde lid, van de
                                        Ioaz werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed,
                                        om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken
                                        als bedoeld in de artikelen 17 van de Wwb, 44 van de Wij, 13
                                        van de Ioaw en 13 van de Ioaz;</al></li><li nr="d."><al>het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen
                                        van de ernst van de gedraging of de mate van
                                        verwijtbaarheid;</al></li><li nr="e."><al>de maatregel wordt toegepast wegens zeer ernstige
                                        misdragingen zoals bedoeld in artikel 19 van deze
                                        verordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Waarschuwing</titel></kop><al>Van het opleggen van een maatregel kan worden afgezien en worden
                            volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het
                            niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting plaatsvindt binnen
                            een periode van twee jaar, te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan
                            belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Afzien van het opleggen van een verlaging</titel></kop><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:</al><lijst><li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of</al></li><li nr="b."><al>de gedraging meer dan één jaar vóór de constatering van die
                                    gedraging door het college, heeft plaatsgevonden, tenzij de
                                    gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als
                                    gevolg van die gedraging ten onrechte of teveel uitkering is
                                    verleend. Een maatregel wegens schending van de
                                    inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van 5 jaren
                                    nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de kalendermaand volgend
                                op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan
                                belanghebbende is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd, voor zover de ingangsdatum daardoor niet
                                voor de datum van de gesanctioneerde gedraging komt te liggen en de
                                uitkering of langdurigheidstoeslag nog niet is uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd, een maatregel die
                                voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt
                                uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd,
                                heroverwogen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Samenloop</titel></kop><al>Indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan verschillende
                            gedragingen zoals het niet nakomen van een verplichting als bedoeld in
                            artikel 2, eerste lid, van deze verordening stelt het college de
                            maatregel vast met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van deze
                            verordening tot maximaal de som van het totaal van de maatregelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Recidive</titel></kop><al>Indien belanghebbende zich bij herhaling schuldig maakt aan
                            maatregelwaardige gedragingen zoals genoemd in artikel 2, eerste lid,
                            van deze verordening wordt de duur van de verlaging afgestemd op het
                            aantal keren dat de belanghebbende zich in de afgelopen 24 maanden aan
                            eerdergenoemde gedraging heeft schuldig gemaakt en waarbij een besluit
                            tot het opleggen van een maatregel is bekend gemaakt.</al><al>Met een besluit waarbij een maatregel is opgelegd wordt
                            gelijkgesteld:</al><lijst><li nr="-"><al>het besluit om af te zien van een maatregel wegens dringende
                                    reden, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c, van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="-"><al>een waarschuwing op grond van artikel 6 van deze
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of
                            behouden van algemene geaccepteerde arbeid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Indeling in categorieën</titel></kop><al>Gedragingen van belanghebbende waardoor de verplichting op grond van
                            artikel 9 van de Wwb, artikel 45 van de Wij, artikel 37 van de Ioaw of
                            artikel 37 van de Ioaz niet of onvoldoende is nagekomen, worden
                            onderscheiden in de volgende categorieën.</al><lijst><li nr="1."><al><cursief>Eerste categorie:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende
                                            bij het UWV Werkbedrijf of het niet tijdig laten
                                            verlengen van de registratie;</al></li><li nr="b."><al>het niet, niet tijdig of onvolledig nakomen van de
                                            administratieve verplichtingen in verband met het recht
                                            op uitkering;</al></li><li nr="c."><al>het onvoldoende meewerken aan het opstellen van een plan
                                            met betrekking tot de arbeidsinschakeling, waaronder
                                            begrepen het onvoldoende meewerken aan een onderzoek
                                            naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="d."><al>het zonder geldige reden en tijdige afmelding niet
                                            verschijnen op een oproep, cursus of
                                            scholingsmogelijkheid;</al></li><li nr="e."><al>het zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke
                                            behandeling van medische aard;</al></li><li nr="f."><al>het niet tijdig of vooraf melden van een voorgenomen
                                            verblijf in het buitenland, waarbij onder tijdig wordt
                                            verstaan minimaal twee weken voor vertrek;</al></li><li nr="g."><al>het langer in het buitenland verblijven dan is
                                            toegestaan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><cursief>Tweede categorie:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>het in de periode voorafgaand aan de uitkering en/ of
                                            gedurende de verlening van de uitkering niet naar
                                            vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te
                                            verkrijgen of te aanvaarden;</al></li><li nr="b."><al>gedragingen en/of het dragen van kleding die de
                                            arbeidsinschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid
                                            belemmeren;</al></li><li nr="c."><al>het niet of onvoldoende meewerken aan activiteiten of
                                            werkzaamheden gericht op arbeidsinschakeling, waaronder
                                            begrepen maatschappelijke participatieplaatsen en
                                            inburgering;</al></li><li nr="d."><al>het stellen van onredelijke eisen in verband met de door
                                            belanghebbende te verrichten algemeen geaccepteerde
                                            arbeid, die het aanvaarden of verkrijgen van algemeen
                                            geaccepteerde arbeid belemmeren;</al></li><li nr="e."><al>het niet of onvoldoende meewerken aan het behoud of
                                            bevorderen van de arbeidsbekwaamheid;</al></li><li nr="f."><al>het nalaten de opgedragen werkzaamheden of activiteiten
                                            naar beste vermogen te verrichten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al><cursief>Derde categorie:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>het niet aanvaarden of door eigen toedoen niet
                                            verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid;</al></li><li nr="b."><al>het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
                                            geaccepteerde arbeid;</al></li><li nr="c."><al>het door eigen toedoen verwijtbaar verliezen van een
                                            andere inkomstenbron, anders dan onder b.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De hoogte en de duur van de verlaging bij gedragingen uit artikel
                                11</titel></kop><al>De verlaging van de uitkering wordt vastgesteld op:</al><lijst><li nr="1."><al>10 procent van de uitkering gedurende een maand bij gedragingen
                                    van de eerste categorie;</al></li><li nr="2."><al>40 procent van de uitkering gedurende een maand bij gedragingen
                                    van de tweede categorie;</al></li><li nr="3."><al>100 procent van de uitkering gedurende een maand bij gedragingen
                                    van de derde categorie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Gedragingen inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>Gedragingen van belanghebbenden die inburgeringsplichtig zijn op grond
                            van de Wi en die de verplichtingen op grond van die wet niet nakomen of
                            in onvoldoende mate meewerken aan het behalen van het
                            inburgeringsexamen, worden onderscheiden in de volgende
                            categorieën.</al><al>1.<cursief>Eerste categorie:</cursief></al><al>Indien de inburgeringsplichtige of de persoon van wie het college op
                            redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, geen
                            gehoor geeft aan de oproep van het college zoals bedoeld in artikel 25
                            van de Wi of onvoldoende meewerkt aan een onderzoek, bedoeld in artikel
                            25, vierde lid, van de Wi.</al><lijst><li nr="2."><al><cursief>Tweede categorie:</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende
                                            medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem
                                            vastgestelde inburgeringvoorziening bedoeld in artikel
                                            23, eerste lid, van de Wi of aan de verplichtingen van
                                            artikel 23, derde lid, van de Wi;</al></li><li nr="-"><al>indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in
                                            artikel 7, eerste lid, van de Wi bedoelde termijn of
                                            binnen de door het college op grond van artikel 31,
                                            tweede lid, onder a, van de Wi verlengde termijn het
                                            inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al><cursief>Derde categorie:</cursief></al></li></lijst><al>indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
                            van artikel 32 of artikel 33 van de Wi vastgestelde termijn het
                            inburgeringsexamen heeft behaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>De hoogte en de duur van de verlaging bij gedragingen uit artikel
                                13</titel></kop><al>De verlaging van de uitkering wordt vastgesteld op:</al><lijst><li nr="1."><al>20 procent van de uitkering gedurende een maand bij gedragingen
                                    van de eerste categorie;</al></li><li nr="2."><al>40 procent van de uitkering gedurende een maand bij gedragingen
                                    van de tweede categorie;</al></li><li nr="3."><al>80 procent van de uitkering gedurende een maand bij gedragingen
                                    van de derde categorie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Niet nakomen inlichtingenplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Te laat verstrekken van gegevens</titel></kop><al>Indien een belanghebbende de verplichting op grond van de artikelen 17
                            van de Wwb, 44 van de Wij, 13 van de Ioaw of 13 van de Ioaz niet is
                            nagekomen, door informatie die van belang is voor de verlening van de
                            uitkering of de voortzetting daarvan niet binnen de door het college
                            daartoe gestelde termijn te verstrekken, wordt de uitkering verlaagd met
                            5% gedurende een maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder
                                financieel nadeel</titel></kop><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting op grond
                            van de artikelen 17 van de Wwb, 44 van de Wij, 13 van de Ioaw of 13 van
                            de Ioaz niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
                            verlenen van uitkering, wordt de uitkering verlaagd met 10% gedurende
                            een maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met
                                financieel nadeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting op
                                grond van de artikelen 17 van de Wwb, 44 van de Wij, 13 van de Ioaw
                                of 13 van de Ioaz heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te
                                hoog bedrag verlenen van uitkering wordt de maatregel afgestemd op
                                het benadelingsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maatregel bedraagt bij een benadelingsbedrag:</al><lijst><li nr="-"><al>tot € 1.000,--: 20% gedurende een maand;</al></li><li nr="-"><al>van € 1.000,-- tot € 2.000,--: 30% gedurende een maand;</al></li><li nr="-"><al>van € 2.000,-- tot € 4.000,--: 50% gedurende een maand;</al></li><li nr="-"><al>van € 4.000,-- of meer: 100% gedurende een maand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een maatregel wordt afgezien:</al><lijst><li nr="a."><al>zodra ter zake van de gedraging strafrechtelijke vervolging
                                        is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang
                                        heeft genomen;</al></li><li nr="b."><al>zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat
                                        het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende
                                        heeft getroffen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien door beëindiging van de uitkering de maatregel niet of niet
                                volledig kan worden toegepast, wordt het restant van de maatregel
                                ten uitvoer gelegd, zodra belanghebbende opnieuw recht op een
                                uitkering heeft.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de maatregel bedoeld in lid 4 niet ten uitvoer is gelegd
                                binnen een termijn van 12 maanden na de (fictieve) ingangsdatum van
                                de maatregel, komt deze te vervallen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>overig</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><al>Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van
                            verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond
                            als bedoeld in de artikelen 18, tweede lid, van de Wwb, 20, tweede lid,
                            van de Ioaw of 20, tweede lid, van de Ioaz wordt een maatregel opgelegd
                            die wordt afgestemd op het eventuele benadelingsbedrag èn op de periode
                            dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer
                            recht heeft op een uitkering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><al>Indien de belanghebbende zich tegenover het college of zijn ambtenaren
                            of medewerkers zeer ernstig misdraagt als bedoeld in de artikelen 18,
                            tweede lid, van de Wwb, 41, eerste lid, van de Wij, 20, tweede lid, van
                            de Ioaw of 20, tweede lid, van de Ioaz, wordt de uitkering verlaagd
                            met:</al><lijst><li nr="-"><al>40% gedurende een maand indien sprake is van verbaal
                                    geweld;</al></li><li nr="-"><al>100% gedurende een maand indien sprake is van fysiek geweld of
                                    indien sprake is van recidive van een in dit artikel bedoelde
                                    gedraging, binnen een termijn van 12 maanden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>Indien aan een belanghebbende één of meerdere nadere of extra
                            verplichtingen zijn opgelegd en deze niet in voldoende mate worden
                            nagekomen, wordt de uitkering verlaagd met 10% gedurende een maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het
                                bepaalde in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Handhavingsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beleidsplan en beleidsregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik
                                van uitkeringen een beleidsplan op ter beoordeling van de
                                rechtmatigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het hiervoor genoemde beleidsplan kunnen de volgende onderwerpen
                                aan de orde komen:</al><lijst><li nr="-"><al>voorlichting en communicatie;</al></li><li nr="-"><al>poortwachtersfunctie;</al></li><li nr="-"><al>controle bij aanvraag;</al></li><li nr="-"><al>controle tijdens en na beëindiging van de uitkering;</al></li><li nr="-"><al>validering van gegevens;</al></li><li nr="-"><al>terug- en invorderen van ten onrechte verstrekte
                                        uitkeringen;</al></li><li nr="-"><al>toepassing van deze verordening;</al></li><li nr="-"><al>aangiftebeleid ten aanzien van vermeende
                                        uitkeringsfraude;</al></li><li nr="-"><al>controlemiddelen;</al></li><li nr="-"><al>risicoprofielen en –signalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot
                                terugvordering en verhaal van uitkeringen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Intrekking verordeningen</titel></kop><al>De volgende verordeningen worden ingetrokken:</al><lijst><li nr="-"><al>de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Kapelle,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 11 mei 2004 en laatstelijk
                                    gewijzigd bij raadsbesluit van 28 oktober 2008;</al></li><li nr="-"><al>de Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren gemeente
                                    Kapelle, vastgesteld bij raadsbesluit van 1 juni 2010 en</al></li><li nr="-"><al>de Fraudeverordening Wet werk en bijstand en Wet investeren in
                                    jongeren gemeente Kapelle, vastgesteld bij raadsbesluit van 1
                                    juni 2010.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Afstem - en
                            handhavingsverordening Wwb, Wij, Ioaw, Ioaz en Wi gemeente Kapelle
                            2011.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Kapelle
                        van 24 mei 2011.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al><al>Artikel 1 Begripsomschrijving</al><al>Artikel 2 Maatregel</al><al>Artikel 3 Berekeningsgrondslag</al><al>Artikel 4 Het besluit tot het opleggen van een verlaging</al><al>Artikel 5 De zienswijze van belanghebbende</al><al>Artikel 6 Waarschuwing</al><al>Artikel 7 Afzien van het opleggen van een verlaging</al><al>Artikel 8 Ingangsdatum en tijdvak</al><al>Artikel 9 Samenloop</al><al>Artikel 10 Recidive</al><al><vet>Hoofdstuk 2 Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of
                    behouden van algemene geaccepteerde arbeid</vet></al><al>Artikel 11 Indeling in categorieën</al><al>Artikel 12 De hoogte en de duur van de verlaging bij gedragingen uit
                    artikel 11</al><al>Artikel 13 Gedragingen inburgeringsplichtigen</al><al>Artikel 14 De hoogte en de duur van de verlaging bij gedragingen uit
                    artikel 13</al><al><vet>Hoofdstuk 3 Niet nakomen inlichtingenplicht</vet></al><al>Artikel 15 Te laat verstrekken van gegevens</al><al>Artikel 16 Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder
                    financieel nadeel</al><al>Artikel 17 Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met
                    financieel nadeel</al><al><vet>Hoofdstuk 4 Overig</vet></al><al>Artikel 18 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</al><al>Artikel 19 Zeer ernstig misdragen</al><al>Artikel 20 Nadere verplichtingen</al><al>Artikel 21 Hardheidsclausule</al><al><vet>Hoofdstuk 5 Handhavingsbeleid</vet></al><al>Artikel 22 Handhavingsbeleid</al><al><vet>Hoofdstuk 6 Slotbepalingen</vet></al><al>Artikel 23 Intrekking verordeningen</al><al>Artikel 24 Inwerkingtreding</al><al>Artikel 25 Citeertitel</al></bijlage></regeling></body></cvdr>