<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR108779_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afstemmingverordening Wet Werk en Inkomen Kunstenaars gemeente Tynaarlo</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oostermoer</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstemmingverordening Wet Werk en Inkomen Kunstenaars gemeente Tynaarlo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 21, vierde lid, en artikel 22, derde lid Wet werk en inkomen kunstenaars</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-04-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvergadering agendapunt 11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Afstemmingverordening Wet Werk en Inkomen Kunstenaars gemeente Tynaarlo 2011</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Niet van toepassing</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afstemmingverordening Wet Werk en Inkomen Kunstenaars gemeente Tynaarlo</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr. 11. VIII</al><al>Betreft: </al><al>De raad van de gemeente Tynaarlo;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8
                        maart jl.; </al><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 21, vierde
                        lid, en artikel 22, derde lid Wet werk en inkomen kunstenaars;</al><al>overwegende dat er bij verordening regels dienen te worden gesteld ter
                        verlaging van de uitkering vanuit de Wet wek en inkomen kunstenaars;</al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>“Afstemmingverordening Wet Werk en Inkomen Kunstenaars gemeente
                            Tynaarlo” </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>WWIK: Wet werk en inkomen kunstenaars;</al></li><li nr="b."><al>AWB: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="c."><al>Uitkeringsnorm: de naar een netto bedrag omgerekende
                                            uitkering, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van de WWIK;</al></li><li nr="d."><al>Maatregel: het tijdelijk verlagen van de uitkering op grond van
                                    artikel 22, eerste lid, van de WWIK;</al></li><li nr="e."><al>Kunstenaar: de kunstenaar die recht heeft op een uitkering op
                                    grond van de WWIK;</al></li><li nr="f."><al>Echtgenoot: de echtgenoot, bedoeld in artikel 2, van de
                                    WWIK;</al></li><li nr="g."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Assen, Aa en Hunze en Tynaarlo. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                            nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWIK en de
                            Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verlaagt <vet>niet </vet>de toegekende WWIK uitkering,
                                indien naar het oordeel van het college de kunstenaar en/of
                                echtgenoot de op hem of haar rustende verplichtingen niet of
                                onvoldoende nakomt. Het betreft de gedragingen die verband houden
                                met de verplichtingen genoemd in artikel 20, 21 en 22 van de WWIK.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het niet en/of niet juist voldoen aan de verplichtingen, wordt
                                de WWIK van rechtswege beëindigd conform de wettelijke bepalingen
                                van deze regeling. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><al>Alleen in bijzondere en specifieke gevallen kan het college afwijken van
                            de bepalingen in deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de tweede dag na
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: de afstemmingverordening WWIK
                            gemeente Tynaarlo. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vries, 29 maart 2011</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>F.A. van Zuilen, voorzitter</ondertekening><ondertekening>J.L. de Jong, griffier</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING </vet></al><al><vet>Vooraf:</vet></al><al>Met ingang van 1 januari 2010 is de wet bundeling van uitkeringen
                            inkomensvoorziening aan gemeenten (Wet BUIG) in werking getreden. Met de
                            inwerkingtreding van de Wet BUIG per 1 januari 2010 heeft de gemeente
                            een grotere beleidsmatige rol en financiële verantwoordelijkheid rond de
                            uitvoering van de IOAW, IOAZ, WWIK en (voor een deel) het Bbz 2004
                            verkregen. </al><al>De IOAW, IOAZ en het Bbz 2004 kenden tot 1 januari 2010 een
                            financieringssystematiek waarbij 75 % bij het Rijk kon worden
                            gedeclareerd en 25 % drukte op het gemeentelijke budget. De WWIK kende
                            daarnaast een financieringssystematiek waarbij 100 % kon worden
                            gedeclareerd. Per 1 januari 2010 is een systeem van volledige
                            budgetfinanciering ingevoerd, zoals dit nu van toepassing is op het
                            WWB-inkomensdeel. Met de Wet BUIG worden de financiële middelen van de
                            'kleine inkomensregelingen' gebundeld in het volledig gebudgetteerde
                            I-deel dat de gemeente ontvangt voor de bijstandsverstrekking op grond
                            van de WWB. </al><al>Door de Wet BUIG wordt het aantal landelijke regels verder sterk
                            teruggedrongen. In de plaats komt een grotere beleidsruimte voor de
                            gemeente. Daardoor is het college gehouden om op een aantal punten zelf
                            beleid te ontwikkelen. Daarnaast moet de gemeenteraad bij verordening
                            regels stellen met betrekking tot de verlaging van uitkeringen IOAW,
                            IOAZ en WWIK als gevolg van verwijtbaar handelen van de belanghebbende
                            (maatregelenverordening), alsmede met betrekking tot de bestrijding van
                            het ten onrechte ontvangen van een uitkering alsmede van misbruik en
                            oneigenlijk gebruik van de IOAW, IOAZ en WWIK in het kader van het
                            financiële beheer (handhavingverordening). </al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Dit artikel bevat de verschillende begripsomschrijvingen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><al>Deze verordening voorziet<onderstreept> niet</onderstreept> in het
                            maatregelenbeleid voor de WWIK. Dit beleid was voor 1 januari 2010
                            geregeld bij AMvB (paragraaf 4 van het Uitvoeringsbesluit WWIK). Dit
                            onderdeel van de AMvB is echter met de inwerkingtreding van de Wet BUIG
                            per 1 januari 2010 komen te vervallen. Op basis van het
                            inwerkingtredingbesluit is het aan de gemeente om per 1 juli 2010 in een
                            bij verordening vastgelegd beleid te voorzien. Gekozen is echter om geen
                            maatregelen aan de kunstenaar en/of echtgenoot op te leggen. De WWIK
                            biedt als regeling zelf voldoende mogelijkheden om te “straffen”. </al><al>De WWIK is een gunstige regeling voor een speciale doelgroep; te weten
                            de kunstenaars. Uit ervaringen blijkt dan ook dat zij nagenoeg geen
                            maatregelwaardig gedrag vertonen en in het verleden zijn er nagenoeg ook
                            geen maatregelen opgelegd. </al><al>De regeling zelf biedt voldoende mogelijkheden om te sanctioneren. Bij
                            het niet voldoen aan de verplichtingen, wordt de uitkering beëindigd. De
                            kunstenaar is dan aangewezen op de WWB. Bij de WWB gelden er
                            arbeidsverplichtingen en worden het inkomen niet deels vrijgelaten (125
                            %). Hierdoor wordt de kunstenaar feitelijk al gestraft. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening gaat in per 1 januari 2011. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>