<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR108720_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuth</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuth</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nuth &amp; Omstreken, 20-07-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Nuth 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8, 19 lid 5, 23 lid 3 en 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-06-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-07-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-07-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>FLO/2011/664</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening Wet Inburgering 2007.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Wet inburgering 2009
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente Nuth;</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders in de vergadering van 29
                        september 2009, met kenmerk WEBU/2009/12213</al>
          <al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet
                        inburgering;</al>
          <al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld,
                        alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd;</al>
          <al>
            <vet>BESLUIT</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Vast te stellen: de ‘verordening Wet Inburgering gemeente Nuth
                                2009’;</al></li>
            <li nr="·"><al>In te trekken de ‘Verordening Wet Inburgering 2007’</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>
              <onderstreept>VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE NUTH
                                2009</onderstreept>
            </vet>
          </al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Nuth; </al></li>
                <li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het genoemde in artikel 1 betekent dat door het college:</al>
              <lijst>
                <li nr="a)"><al>Nadere informatie ten aanzien van de wet en aanverwante
                                        regelingen wordt gegeven.</al></li>
                <li nr="b)"><al>De inburgeringsverplichting van een potentiële
                                        inburgeringsplichtige wordt beoordeeld.</al></li>
                <li nr="c)"><al>De inburgeringsplichtige wordt geïnformeerd voer de uit de
                                        wet voortvloeiende rechten en plichten.</al></li>
                <li nr="d)"><al>De inburgeringsplichtige wordt geïnformeerd over
                                        (gecertificeerde) aanbieders van inburgeringscursussen.</al></li>
                <li nr="e)"><al>De inburgeringsplichtige wordt geïnformeerd over de
                                        doelgroepen aan wie de gemeente een aanbod van een
                                        inburgeringstraject doet en de wijze waarop dit wordt
                                        gefaciliteerd. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college beoordeelt tenminste eens in de 2 jaren de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college bepaalt dat de doelgroepen inburgeringplichtigen
                                (personen) op basis van de volgende criteria voorrang krijgen bij
                                het aanbod van een inburgeringsvoorziening:</al>
              <lijst>
                <li nr="a)"><al>Het ontvangen van een uitkering WWB;</al></li>
                <li nr="b)"><al>Het ontvangen van een verblijfsvergunning op grond van de regeling
                                Afwikkeling nalatenschap oude vreemdelingenwet (pardonregeling)</al></li>
                <li nr="c)"><al>Tot de doelgroep oud-komers behoren en een eigen inkomen hebben van
                                maximaal € 500,= netto per maand.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Aanvullend aan de criteria zoals genoemd in lid 1 van dit artikel
                                zullen bij de bepaling en prioritering van de inburgeringsplichtigen
                                aan wie een aanbod wordt gedaan, taalniveau en mate van
                                maatschappelijke participatie, als criteria gelden. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een inburgeringsplichtige die in een eerdere gemeente reeds een
                                aanbod tot een inburgeringsvoorziening heeft geaccepteerd, zal in
                                geval van verhuizing naar de gemeente Simpelveld, eenzelfde of
                                gelijkwaardig inburgeringsinitiatief worden geboden. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is
                                geregeld, een of meer bijkomende onderdelen bevatten die specifiek
                                gericht zijn op de behoefte van de betreffende
                                inburgeringsplichtige. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>De inning van de eigen bijdrage</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste 36 termijnen betaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het
                                college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt
                                dat in de beschikking vastgelegd. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Opleggen van verplichtingen</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan een inburgeringsplichtige, die een gemeentelijk aanbod
                            accepteert, bij beschikking één of meer van de volgende verplichtingen
                            opleggen: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het deelnemen aan de geaccepteerde inburgeringscursus waarbij
                                    een combinatie van voorzieningen mogelijk is;</al></li>
              <li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li>
              <li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li>
              <li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen binnen
                                    een termijn die door het college is bepaald;</al></li>
              <li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li>
              <li nr="f."><al>wijzigingen in persoonlijke situatie die van invloed kunnen zijn
                                    op de inburgeringsvoorziening;</al></li>
              <li nr="g."><al>het meewerken aan een medisch onderzoek door een door de
                                    gemeente aangewezen arts teneinde een eventuele medische
                                    beperking vast te stellen die zou kunnen leiden tot een
                                    ontheffing van de inburgeringsverplichting. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                basisadministratie is ingeschreven. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en
                                verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorziening worden
                                verbonden. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen 6 weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan
                                niet gewijzigd of ongewijzigd aanvaardt. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen 8 weken na ontvangst van deze mededeling het besluit
                                tot toekenning van de inburgeringsvoorziening, overeenkomstig het
                                gedane aanbod. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>De inhoud van de beschikking</titel>
            </kop>
            <al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al></li>
              <li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige; </al></li>
              <li nr="c."><al>de uiterste datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn
                                    behaald;</al></li>
              <li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling; en</al></li>
              <li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>De bestuurlijke boete</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>De inhoud van de beschikking ingeval van handhaving
                                inburgeringsplichtige zonder gemeentelijk aanbod.</titel>
            </kop>
            <al>Het besluit tot handhaving van de inburgeringsverplichting bevat in
                            ieder geval:</al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li>
              <li nr="b)"><al>de uiterste datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn
                                    behaald;</al></li>
              <li nr="c)"><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is,
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In geval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod
                                voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende
                                boetes:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien
                                        de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking
                                        verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                        inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid,
                                        van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6
                                        van deze verordening.</al></li>
                <li nr="b."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien
                                        de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste
                                        lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
                                        college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a,
                                        van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft
                                        behaald. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is
                                voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een
                                handhavingsverplichting heeft, gelde de volgende boetes: De
                                bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen heeft behaald. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond
                                van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
                                mededeling gedaan. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
                                eerste lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 250,00
                                indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de
                                vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig
                                maakt aan dezelfde overtreding. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Ingeval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod
                                voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende
                                boetes:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel
                                        10, tweede lid onder a van deze verordening, bedraagt ten
                                        hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen
                                        twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                                        overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
                                    </al></li>
                <li nr="b."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien
                                        de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op
                                        grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn
                                        het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is
                                voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een
                                handhavingsverplichting heeft, gelden de volgende boetes: De
                                bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond
                                van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
                                mededeling gedaan. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de dag na besluitvorming door de
                            raad van de gemeente Nuth. werkt terug tot en met 1 januari 2009. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Nuth 2009.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Nuth op 29 september 2009.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>P.J.M. Boyen. Mr. H.G. Vos. </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <al/>
        <tussenkop>Toelichting</tussenkop>
        <al>De Wet inburgering (WI) treedt op 1 januari 2007 in werking en komt in de plaats
                    van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) en de verschillende
                    oudkomersregelingen. De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle
                    onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen
                    en mogen verblijven. </al>
        <al>Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen
                    verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige
                    centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich
                    wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is
                    voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting). </al>
        <al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben
                    gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast
                    hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen inburgeringsplichtigen een
                    inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt
                    inburgeringsplichtigen toe naar het inburgeringsexamen. Ook moeten gemeenten de
                    inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een
                    bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet
                    houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden. </al>
        <al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te
                    stellen over de volgende onderwerpen:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde
                            van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                            inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).</al></li>
          <li nr="·"><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen
                            aan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en over de rechten en
                            plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en
                            artikel 23, derde lid, WI).</al></li>
          <li nr="·"><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI).</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Regels over de informatieverstrekking aan
                    inburgeringsplichtigen</tussenkop>
        <al>Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen. Het gaat
                    dan om informatie over de rechten en plichten uit hoofde van de WI en informatie
                    over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die
                    voorzieningen. </al>
        <tussenkop>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                    inburgeringsvoorzieningen</tussenkop>
        <al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Voor een aantal bijzondere groepen biedt de wet extra
                    faciliteiten. Gemeenten krijgen de taak om voor deze groepen
                    inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het gaat om de
                    volgende vier groepen inburgeringsplichtigen:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>nieuw- en oudkomers die algemene bijstand of een uitkering ontvangen die
                            is aangewezen in het Besluit inburgering;</al></li>
          <li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk, algemene bijstand of
                            uitkering hebben;</al></li>
          <li nr="3."><al>asielgerechtigde nieuw- en oudkomers; </al></li>
          <li nr="4."><al>nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar. </al></li>
        </lijst>
        <al>Aan inburgeringsplichtigen die behoren tot de eerste twee groepen (nieuw- en
                    oudkomers die een algemene bijstand of een nader aangeduide uitkering ontvangen
                    en oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben) kán het
                    college een inburgeringsvoorziening aanbieden (artikel 19, eerste lid, WI). Het
                    college is verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden aan alle
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- en nieuwkomers) en aan nieuw- en
                    oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar (artikel 19, tweede lid,
                    WI). </al>
        <al>Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die toe leidt naar het
                    inburgeringsexamen en het eenmaal gratis afleggen van dat examen. Voor
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening ook
                    uit maatschappelijke begeleiding.</al>
        <al>De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan deze vier
                    groepen. In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval
                    regels moeten worden gesteld: </al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een
                            aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a,
                            WI).</al></li>
          <li nr="·"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                            inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).</al></li>
          <li nr="·"><al>De vaststelling door het college van een passende
                            inburgeringsvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de
                            samenstelling van de inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid,
                            onderdeel b, WI).</al></li>
          <li nr="·"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder
                            geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en
                            de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI).
                        </al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Het vaststellen van de bedrag van de bestuurlijke boete </tussenkop>
        <al>Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke
                    boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden
                    opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al>
        <tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop>
        <al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                    gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de
                    Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 De informatieverstrekking aan
                    inburgeringsplichtigen</tussenkop>
        <al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet inburgering.
                    De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de
                    informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel
                    bepaalt artikel 8 WI dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake
                    van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van
                    en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al>
        <al>De gemeenten Voerendaal, Nuth en Simpelveld hebben gekozen voor samenwerking op
                    het terrein van sociale zaken en inburgering. Het samenwerkingsverband zal de
                    Wet inburgering en de bijbehorende regelingen (waaronder deze verordening)
                    uitvoeren.</al>
        <al>Ook wordt daar bepaald of iemand wel of niet inburgeringsplichtig is.</al>
        <al>Omdat een potentiële inburgeringsplichtige mogelijk in eerste instantie
                    informatie zal vragen binnen de eigen gemeente zal in elke afzonderlijke
                    gemeente aan de receptie, servicebalie of loket bevolking algemene informatie
                    worden verstrekt en doorverwijzing naar het samenwerkingsverband
                    plaatsvinden.</al>
        <al>Naast bovenstaande (gemeentelijke) informatiepunten kunnen uiteraard ook derden
                    zoals scholen, bibliotheken, vluchtelingenwerk en andere zelfzorgorganisaties,
                    een rol spelen bij de informatievoorziening.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</tussenkop>
        <al>Aan asielgerechtigde oud- en nieuwkomers en geestelijke bedienaren is de
                    gemeente verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het staat de
                    betreffende inburgeringsplichtige overigens vrij om al dan niet op het aanbod in
                    te gaan. Aan asielgerechtigde nieuwkomers zal uiterlijk binnen zes maanden een
                    aanbod worden gedaan. Voor asielgerechtigde oudkomers zal nog een tijdpad en
                    prioritering worden aangegeven. Het aantal geestelijke bedienaren is naar
                    verwachting zeer beperkt in omvang. De inburgeringsvoorziening voor deze groep
                    zal landelijk worden samengesteld.</al>
        <al>Een aparte groep vormen de inburgeringsplichtigen die al eerder in een gemeente
                    een inburgeringsvoorziening hebben geaccepteerd en die vervolgens verhuizen naar
                    een andere gemeente. Voor hen wordt het als onredelijk ervaren dat een eerder
                    gedaan aanbod ingeval van verhuizing zou vervallen. Deze verplichting voor de
                    nieuwe gemeente kan betekenen da zij aan een inburgeringsplichtige (uit een
                    andere gemeente) een aanbod moet doen terwijl deze mogelijk nog niet onder een
                    aangewezen doelgroep valt.</al>
        <al>Artikel 19, eerste lid, WI bepaalt dat het college aan twee groepen
                    inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening kán aanbieden:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op grond
                            een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen
                            socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen ontvangen;</al></li>
          <li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben.</al></li>
        </lijst>
        <al>In artikel 3 bepaalt het college binnen bovengenoemde groepen
                    inburgeringsplichtigen aan wie bij voorrang een inburgeringsvoorziening wordt
                    aangeboden. Bij het samenstellen van de geprioriteerde groepen zal het college
                    zich laten leiden door twee criteria, namelijk taalniveau en maatschappelijke
                    participatie.</al>
        <al>Daarnaast heeft onze gemeente ervoor gekozen om prioriteit te geven aan oud- en
                    nieuwkomers die graag voor een inburgeringsvoorziening in aanmerking willen
                    komen (bijvoorbeeld voorrang op basis van eigen aanmelding of gemotiveerdheid). </al>
        <tussenkop>Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</tussenkop>
        <al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met in
                    begrip van de totstandkoming en samenstelling van de inburgeringsvoorziening
                    (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). In dit artikel worden de kaders
                    vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere
                    inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon
                    toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen. </al>
        <al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                    inburgeringsvoorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de passendheid van
                    een inburgeringsvoorziening, kunnen de volgende factoren een rol spelen:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                            Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit.</al></li>
          <li nr="·"><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                            vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan
                            het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen.</al></li>
          <li nr="·"><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                            bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                            inburgeringsplichtige moet vervullen. </al></li>
        </lijst>
        <al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren
                    wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de
                    mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren
                    aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al>
        <al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de
                    inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel, zo blijkt
                    uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een aanbod voor een
                    inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige niet
                    wordt gedaan, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert. </al>
        <al>De Wet inburgering bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd
                        <onderstreept>moet</onderstreept> worden met een voorziening gericht op
                    arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als een inburgeringsvoorziening
                    wordt aangeboden aan een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of een
                    uitkering ontvangt op grond van een andere socialezekerheidswet of
                    socialezekerheidsregeling <onderstreept>én</onderstreept> die verplicht is om
                    arbeid om arbeid te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI).
                    Indien in deze specifieke situatie geen reïntegratievoorziening wordt
                    aangeboden, kan de gemeente derhalve geen inburgeringsvoorziening aanbieden. Het
                    college is verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                    inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid, WI). Het tweede lid van artikel
                    4 van de verordening draagt het college op om er voor te zorgen dat de
                    inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de reïntegratievoorziening. Aangezien
                    deze voorzieningen in het kader van de uitkeringsverstrekking op grond van
                    socialezekerheidswetten of –regelingen ook door andere partijen dan het college
                    (kunnen) worden verstrekt, zal het college afspraken moeten maken met de
                    verantwoordelijke uitvoerders van de socialezekerheidswet of –regeling: het
                    Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), eigenrisicodragers of
                    overheidswerkgevers (artikel 21 WI). </al>
        <al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel
                    van de inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan aanbieden. In de
                    wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan:
                    een cursus die toe leidt naar het inburgeringsexamen en het eenmaal kosteloos
                    afleggen van dat examen (artikel 19, derde lid, WI). Voor asielgerechtigde
                    inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke
                    begeleiding een verplicht onderdeel uit van de inburgeringsvoorziening (artikel
                    19, zesde lid, WI). Wat betreft de bijkomende faciliteiten die het college als
                    onderdeel van de inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan
                    aanbieden, kan worden gedacht aan trajectbegeleiding of het (periodiek) houden
                    van voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtigen. Ook kan worden gedacht
                    aan een uitbreiding van de opleiding, bijvoorbeeld in de vorm van een
                    maatschappelijke stage of een aparte module die gericht is op het verwerven van
                    kennis van de Nederlandse samenleving. </al>
        <al>Ten overvloede wordt gewezen op het feit dat het inburgeringsexamen ook een
                    praktijkgericht deel omvat, waarin de praktische (taal)vaardigheden worden
                    getoetst. Het is vanzelfsprekend dat bij de samenstelling van de
                    inburgeringsvoorziening ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van deze
                    vaardigheden. Daarbij zal de inzet van duale trajecten een belangrijke rol
                    vervullen.</al>
        <tussenkop>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage </tussenkop>
        <al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                    inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de
                    mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De hoogte
                    van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit bedrag kan
                    bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid,
                    WI). </al>
        <al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de inburgeringsplichtige
                    het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal termijnen te betalen. Deze
                    termijn is gesteld op <vet>ten hoogste 36 maanden.</vet></al>
        <al>Hierbij is uitgegaan van de gedachte dat per huishouden maximaal € 15,= per
                    maand reëel zou zijn om af te lossen. Een huishouden waarin twee
                    inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening accepteren (bijvoorbeeld
                    asielmigranten), betaalt bij een aflossingstermijn van 36 maanden € 7,50 per
                    persoon en daarmee € 15,00 per huishouden per maand. In een huishouden waarin 1
                    persoon een inburgeringsvoorziening accepteert zou, uitgaande van € 15,00
                    aflossing per maand, een aflossingstermijn van 18 maanden gesteld kunnen
                    worden.</al>
        <al>Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij inburgeringsplichtigen die algemene
                    bijstand ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met deze
                    uitkering. Als het college wil overgaan tot verrekening, moet dat worden
                    vastgelegd in de beschikking tot toekenning van de inburgeringsvoorziening. </al>
        <tussenkop>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</tussenkop>
        <al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van de
                    inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Dit
                    artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het
                    artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een
                    inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt in de beschikking tot de
                    toekenning van de inburgeringsvoorziening deze verplichtingen vast. </al>
        <tussenkop>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod</tussenkop>
        <al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat
                    het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat
                    zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het goed is – leidt tot een
                    besluit tot het toekennen van een inburgerings-voorziening. In het eerste lid
                    van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van een
                    inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet
                    en dat het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige
                    staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er geen onduidelijk ontstaan
                    over het feit dat het college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan. </al>
        <al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke
                    beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens
                    worden opgevat als instemming met de beschikking tot de toekenning van de
                    inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd). Deze
                    beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod (het vierde lid). </al>
        <al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige het
                    aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente
                    meedeelt (het derde lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke
                    mededeling geschiedt in de vorm van het laten ondertekenen door de
                    inburgeringsplichtige van een verklaring die door de gemeente is opgesteld. </al>
        <al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente meldt
                    dat hij wel een inburgeringsvoorziening wil, maar dat hij gelet op zijn situatie
                    bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het aanbod van de gemeente.
                    Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het gedane aanbod moeten
                    aanpassen. </al>
        <al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                    inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                    voorbereiden op het inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is er geen
                    termijn vastgesteld waarbinnen de betreffende persoon het inburgeringsexamen
                    moet hebben behaald. Het ligt voor de hand dat het college in een dergelijke
                    situatie een handhavingsbeschikking neemt: een besluit op grond van artikel 26
                    WI waarmee de termijn van start gaat waarbinnen de inburgeringsplichtige het
                    inburgeringsexamen moeten hebben behaald (vijf jaar na aanvang van deze
                    termijn). </al>
        <tussenkop>Artikel 8 De inhoud van de beschikking</tussenkop>
        <al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening is een
                    beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft
                    tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld
                    welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden
                    neergelegd.</al>
        <al>In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening en de daaraan
                    verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten
                    worden vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn
                    medewerking te verlenen aan de uitvoering van de inburgeringsvoorziening
                    (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de
                    verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de
                    betrokkene (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt. </al>
        <al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                    hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, WI). In de
                    beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden gemaakt
                    (onderdeel c). </al>
        <al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                    termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                    plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering).
                    Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.</al>
        <al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het college
                    een inburgeringsvoorziening vaststelt voor een oudkomer, dan moet het college in
                    de betreffende beschikking ook de dag opnemen waarop de termijn van handhaving
                    van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel 22, tweede lid, juncto artikel
                    26 WI). Binnen vijf jaar ná deze datum moet de betreffende oudkomer het
                    inburgeringexamen hebben behaald. Het college kan zelf bepalen wanneer de
                    termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat. Het ligt voor
                    de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en bijvoorbeeld niet te koppelen
                    aan de datum waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat). De precieze
                    datum waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat, zal niet altijd bekend
                    zijn op het moment dat deze wordt toegekend. Bovendien past het vaststellen van
                    een datum van aanvang van handhaving van de inburgeringsplicht, onafhankelijk
                    van het moment waarop met de inburgeringsvoorziening kan worden begonnen bij het
                    uitgangspunt van de wet dat de betreffende persoon als oudkomer
                    inburgeringsplichtig is en in beginsel zelf verantwoordelijk is voor het behalen
                    van het inburgeringsexamen. </al>
        <tussenkop>Artikel 9 De inhoud van de beschikking ingeval van handhaving
                    inburgeringsplichtige zonder gemeentelijk aanbod</tussenkop>
        <al>De handhaving van een inburgeringsplichtige die geen gemeentelijk aanbod krijgt,
                    is minder intensief dan die van een inburgeringsplichtige die wel een
                    gemeentelijk aanbod heeft geaccepteerd. De eerst genoemde inburgeringsplichtige
                    is immers zelf verantwoordelijk voor zijn inburgering. De taak van de gemeente
                    bestaat hierbij alleen uit de vaststelling van de inburgeringsverplichting en de
                    handhaving van het behalen van het inburgeringsexamen. De beschikking voor deze
                    groep is op deze taken afgestemd.</al>
        <tussenkop>Artikel 10 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                    overtredingen</tussenkop>
        <al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende overtredingen de
                    maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De gemeente kan deze
                    boetebedragen in haar verordening overnemen, maar ze kan ook lagere bedragen
                    vaststellen. </al>
        <al>Voor onze gemeente hebben wij niet de maximumbedragen zoals genoemd in artikel
                    34 WI aangehouden. Ervan uitgaande dat de inburgeringsplichtigen waarschijnlijk
                    voor een belangrijk deel niet behoren tot de bevolkingsgroepen met een grote
                    financiële draagkracht, zijn de in de WI genoemde maximumbedragen in deze
                    verordening gehalveerd.</al>
        <al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen en
                    géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke
                    boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan
                    de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college daarbij ook
                    rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd
                    (artikel 38, tweede lid, WI). Deze bepaling brengt met zich mee dat het college
                    bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend
                    is, gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken
                    inburgeringsplichtige.</al>
        <al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie- en
                    inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld
                    het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken)
                    zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor
                    het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van artikel 18, tweede lid,
                    Wet werk en bijstand) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van
                    een andere scocialezekerheidswet of – regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling
                    voor deze samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat geval
                    géén bestuurlijke boete kan opleggen. </al>
        <tussenkop>Artikel 11 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                    overtreding</tussenkop>
        <al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 10 mogelijk
                    is. </al>
        <al>Het eerste en tweede lid kunnen alleen in de verordening worden opgenomen als in
                    artikel 9, eerste en tweede lid, lagere maximumboetebedragen zijn opgenomen dan
                    de maximumbedragen in de wet. De verhoogde boetebedragen ingeval van herhaling
                    van de overtreding mogen uiteraard niet hoger zijn dan de maximumbedragen die in
                    artikel 34 WI worden genoemd. </al>
        <al>Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de
                    overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne voordoen, bijvoorbeeld 12
                    maanden. Gemeenten kunnen een kortere of langere termijn vaststellen. </al>
        <al>Artikel 34, onderdeel d, WI biedt de mogelijkheid voor gemeenten om de
                    bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500 naar maximaal € 1000 in het
                    geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de
                    verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen. Dit
                    is geregeld in het derde en vierde lid van artikel 10. </al>
        <al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het
                    inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke
                    boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel 10,
                    derde lid, van de verordening. Op grond van artikel 32 WI moet het college in de
                    boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen de
                    inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet behalen. Als de
                    inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het inburgeringsexamen niet
                    heeft behaald, maakt het derde lid van artikel 11 het mogelijk dat het college
                    een hogere boete vaststelt. Het wettelijk maximum bedraagt € 1000 (artikel 34,
                    onderdeel d, WI). Ook in dat geval zal in de boetebeschikking een nieuwe termijn
                    moeten worden opgenomen waarbinnen de inburgeringsplichtige het
                    inburgeringsexamen moet behalen. </al>
        <al>Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn het
                    inburgeringsexamen niet heeft behaald, regelt het vierde lid dat het college
                    wederom een hogere bestuurlijke boete kan opleggen. De maximumboete in het
                    vierde lid geldt ook voor alle hierop volgende overschrijdingen van termijnen
                    door de inburgeringsplichtige. </al>
        <al>Het vierde lid kan alleen in de verordening worden opgenomen als in het derde
                    lid niet het wettelijk maximum van € 1000 is vastgesteld. Alleen in dat geval is
                    er ruimte voor het verhogen van het maximumbedrag van de bestuurlijke boete (tot
                    maximaal € 1000). </al>
        <al>Als in het derde lid het wettelijk maximum van € 1000 is opgenomen of als de
                    gemeente er geen behoefte aan heeft om een hogere maximumboetebedrag vast te
                    stellen wanneer termijnen bij herhaling worden overschreden, kan het vierde lid
                    worden geschrapt en dient het derde lid als volgt te luiden: <cursief>De
                        bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste &lt;BEDRAG VAN MAXIMAAL € 1000&gt;
                        indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                        artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen
                        heeft behaald. </cursief></al>
        <al>De artikelen 10 en 11 bieden in de vorm van het vaststellen van maximumbedragen
                    het kader voor het college bij het vaststellen van de hoogte van de bestuurlijke
                    boetes in individuele gevallen. </al>
        <tussenkop>Artikel 12 Inwerkingtreding </tussenkop>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich. </al>
        <tussenkop>Artikel 13 Citeertitel </tussenkop>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>