<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR108583_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Utrecht (Utr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad van Utrecht 2011, nr. 52</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-07-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Aan artikel 78 wordt een derde lid toegevoegd</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel jaargang 2011 nr. 80</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Een herdruk van deze verordening is gepubliceerd in Gemeenteblad 2011, nr. 53</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies 2010 (raadsbesluit van 11 februari 2010)
            </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Utrecht, gelet op het voorstel van het presidium d.d.
                        Besluit vast te stellen de volgende </al><al/><al><vet>VERORDENING</vet> op de raadscommissies 2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Artikel 1</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raadscommissies, op welke deze verordening van toepassing is,
                                worden onderscheiden in vaste raadscommissies en bestuurscommissies.
                            </al></li><li nr="2."><al>Aan de raadscommissies zijn de volgende bevoegdheden toegekend:
                                voorbereiding van besluitvorming van de raad en overleg voeren met
                                het college respectievelijk de burgemeester </al></li></lijst><al><vet>Afdeling I</vet></al><al><vet>DE VASTE RAADSCOMMISSIES</vet></al><al><cursief>Paragraaf </cursief>1 </al><al><cursief>Het aantal, de benaming en de taak van de vaste raadscommissies
                        </cursief></al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>1.De vaste raadscommissies als bedoeld in artikel 1 zijn de volgende: </al><lijst><li nr="a."><al>de commissie Stad en Ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de commissie Mens en Samenleving. </al><al>2.Het presidium is bevoegd de benaming van de commissies en de
                                daarin ondergebrachte portefeuilleonderdelen te wijzigen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Om de kwaliteit van debat in de commissies en de besluitvorming in
                                de raad te versterken, is er ter ondersteuning van dit proces:</al><lijst><li nr="-"><al>een procedurecommissie en</al></li><li nr="-"><al>worden informerende raadsinformatieavonden (RIA's)
                                        gehouden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De procedurecommissie is belast met de procesmatige en technische
                                beslissingen ten aanzien van de totstandkoming van de agenda's van
                                de vergaderingen van de vaste raadscommissies. </al></li><li nr="3."><al>De procedurecommissie is belast met de procesmatige en technische
                                beslissingen ten aanzien van de totstandkoming van de agenda's van
                                de Raadsinfomatieavonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4 Commissie Stad en Ruimte </vet></al><al>Het Presidium is bevoegd te bepalen welke portefeuille-/beleidsonderdelen in
                        de commissie Stad en Ruimte ter voorbereiding van besluitvorming worden
                        behandeld.</al><al><vet>Artikel 5 Commissie Mens en Samenleving</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het Presidium is bevoegd te bepalen welke
                                portefeuille-/beleidsonderdelen in de commissie Mens en Samenleving
                                ter voorbereiding van besluitvorming worden behandeld.</al></li><li nr="2."><al>De commissie Mens en Samenleving kent een subcommissie Controle en
                                Financiën welke de raad o.a.:</al><lijst><li nr="-"><al>jaarlijks adviseert over de opdrachtverlening aan de
                                        accountant en </al></li><li nr="-"><al>de raad adviseert over de jaarstukken (begroting en
                                        verantwoording). </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De regeling van de werkwijze van de subcommissie is geregeld in een
                                aparte daartoe bedoelde verordening.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6 De Procedurecommissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Procedurecommissie voor de beide vaste raadscommissies:</al></li><li nr="-"><al>stelt de agenda's voor commissievergaderingen en de programma's voor
                                de raadsinformatieavonden vast;</al></li><li nr="-"><al>voorziet de agendaonderwerpen van behandeltijdstippen en clustert de
                                agendaonderwerpen in dagdelen;</al></li><li nr="-"><al>benoemd desgewenst de verschillende fasen in het
                                besluitvormingsproces te weten: informatie vergaren, debatteren,
                                besluiten, communiceren);</al></li><li nr="-"><al>bepaalt de wijze van informatievergaring, bijv. via een
                                raadsinformatieavond, een buurtbezoek, een schriftelijke voorronde,
                                een expertmeeting;</al></li><li nr="-"><al>bepaalt welke onderwerpen wel/niet op de commissieagenda worden
                                geplaatst. Dit kan gebeuren in verband met
                                agendadunning/-stroomlijning van de procedure;</al></li><li nr="-"><al>komt desgewenst tot agendabundeling. De procedurecommissie bepaalt
                                welke onderwerpen gezamenlijk kunnen worden behandeld, geclusterd
                                per dagdeel behandeld kunnen worden en welke onderwerpen in welke
                                vaste raadscommissie aan de orde komen.</al></li><li nr="2."><al>De Procedurecommissie is bevoegd om in dringende, incidentele
                                gevallen over te gaan tot het wijzigen van de door het presidium
                                vastgestelde vergaderdata en –tijdstippen.</al></li><li nr="3."><al>De Procedurecommissie bestaat uit de twee commissievoorzitters, de
                                vier plaatsvervangend commissievoorzitters en de waarnemend
                                raadsvoorzitter, welke laatste de rol van technisch voorzitter
                                vervult.</al></li><li nr="4."><al>Het secretariaat van de Procedurecommissie wordt gevoerd door de
                                commissiegriffiers. De commissie wordt ambtelijk ondersteund door de
                                commissiegriffiers en de coördinator van de
                                raadsinformatieavonden.</al></li><li nr="5."><al>De vergadering van de Procedurecommissie vindt alleen plaats indien
                                tenminste drie leden aanwezig zijn.</al></li><li nr="6."><al>De oproeping tot de vergadering van de Procedurecommissie geschiedt
                                door het secretariaat onder toezending van een agenda.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 7 De Raadsinformatieavond</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De Raadsinformatieavond is bedoeld als instrument om:</al></li><li nr="a."><al>raadsleden de mogelijkheid te bieden om die informatie te verkrijgen
                                welke noodzakelijk is om het debat in de raadscommissies te kunnen
                                voeren en een politiek standpunt te kunnen bepalen;</al></li><li nr="b."><al>inwoners vroegtijdig te betrekken bij de besluitvorming van de
                                raad.</al><al/></li><li nr="2."><al>De Raadsinformatieavond wordt zo mogelijk op donderdagavond in de
                                week voorafgaand aan een commissievergadering gehouden in het
                                stadhuis. Tijdens de raadsinformatieavond kan een aantal
                                informatieactiviteiten parallel aan elkaar plaatsvinden. Per
                                activiteit wordt de aanvangs- en eindtijd aangegeven.</al></li><li nr="3a."><al>De Procedurecommissie kan besluiten om één of meerdere
                                agendaonderde(e)l(-en) van een 'Raadsinformatieavond', dan wel een
                                'solitaire informatiebijeenkomst', aan te merken als een
                                buitengewone, besloten vergadering van de raadscommissie, waar bij
                                aanvang van die vergadering met gesloten deuren geheimhouding wordt
                                opgelegd als bedoeld in artikel 86 van de Gemeentewet omtrent de
                                stukken die aan de commissieleden worden overgelegd alsook over het
                                in de besloten vergadering behandelde.</al></li><li nr="3b."><al>In tegenstelling tot het bepaalde in artikel 15, eerste lid zal de
                                oproeping tot de vergadering voor het/de betreffende geheime
                                agendaonderwerp(-en) geschieden door toezending van de agenda en
                                eventuele bijbehorende stukken via het postvakken van de
                                raadsleden.</al></li><li nr="3c."><al>Van het behandelde wordt een summier impressieverslag gemaakt,
                                waarin in ieder geval is opgenomen: het onderwerp van het
                                behandelde, welke personen aanwezig waren bij de behandeling, of en
                                waarover geheimhouding is opgelegd. Het 'geheime' impressieverslag
                                van het verhandelde wordt ter vaststelling geagendeerd voor de
                                eerste commissievergadering waarop het agendaonderwerp betrekking
                                heeft.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Paragraaf 2</cursief></al><al><cursief>De samenstelling en de werkwijze van de vaste raadscommissies
                        </cursief></al><al><vet>Artikel 8 Samenstelling raadscommissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Elke raadscommissie bestaat uit: </al></li><li nr="a."><al>een voorzitter, door de raad uit zijn midden aan te wijzen en </al></li><li nr="b."><al>twee plaatsvervangende voorzitters, door de raad uit zijn midden aan
                                te wijzen.</al></li><li nr="2."><al>Alle raadsleden zijn lid van beide raadscommissies:</al><lijst><li nr="-"><al>de fracties bepalen zelf welke leden zij als commissielid
                                        naar de vergaderingen van de beide commissies
                                        afvaardigen;</al></li><li nr="-"><al>de fracties melden de griffie de namen van die raadsleden en
                                        fractiemedewerkers die op maillijsten en op de
                                        verzendlijsten voor de vergaderstukken dienen te komen.
                                    </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij verhindering tot het bijwonen van de commissievergadering van
                                enig commissielid van een fractie of groep is artikel 30 van deze
                                verordening van toepassing. </al></li><li nr="4."><al>Ingeval van een gecombineerde vergadering van beide commissies
                                bepalen de betrokken voorzitters wie als voorzitter zal
                                optreden.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter is belast met:</al></li><li nr="-"><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="-"><al>het geven van gelegenheid aan de leden tot het kenbaar maken van hun
                                mening betreffende het aan de orde gestelde onderwerp;</al></li><li nr="-"><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="-"><al>het constateren en reproduceren van door de portefeuillehouders
                                gedane toezeggingen;</al></li><li nr="-"><al>het bewaken van de indicatieve behandeltijden; </al></li><li nr="-"><al>het formuleren van de door de vergadering geconstateerde
                                behandeluitkomsten van commissiebrieven en raadsvoorstellen;</al></li><li nr="-"><al>het toezien op het uitgangspunt dat per agendaonderwerp maximaal één
                                persoon per fractie het woord voert; </al></li><li nr="-"><al>hetgeen deze verordening hem/haar verder opdraagt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9 Uitnodiging collegeleden </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering van elke commissie wordt op uitnodiging door één of
                                meer leden van het college bijgewoond en aan de beraadslagingen
                                aldaar mag met adviserende stem worden deelgenomen.</al></li><li nr="2."><al>De voornoemde uitnodiging vindt plaats door het toezenden van het
                                jaaroverzicht van het 'vergaderschema voor de vergaderingen van de
                                raad en de raadscommissies' én door het toezenden van de
                                vergaderstukken aan de betreffende collegeleden c.q.
                                portefeuillehouders. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 10 Bevoegdheden commissie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Elk(e) (lid van de) commissie is bevoegd om feitelijke informatie,
                                vragen met een politiek karakter en bijstand te vragen aan de
                                ambtenaren, die bij de gemeente Utrecht zijn aangesteld. Nadere
                                regelgeving hiertoe is vastgelegd in de 'Verordening op de
                                ambtelijke bijstand 2009'. </al></li><li nr="2."><al>Elke commissie is bevoegd adviezen en inlichtingen te vragen aan de
                                ondernemingsraad, ingesteld voor de takken van dienst, waarover haar
                                werkkring zich uitstrekt, met dien verstande dat het bepaalde in het
                                eerste lid van overeenkomstige toepassing is. </al></li><li nr="3."><al>De ambtenaren zijn verplicht, daartoe door de voorzitter opgeroepen,
                                de vergadering van de commissie bij te wonen en desgewenst adviezen
                                en inlichtingen te geven.</al></li><li nr="4."><al>De oproeping geschiedt door de voorzitter, hetzij eigener beweging,
                                hetzij op verlangen der commissie. </al></li><li nr="5."><al>De adviezen of de inlichtingen worden desverlangd schriftelijk
                                gegeven. </al></li><li nr="6."><al>Elke commissie is bevoegd deskundigen buiten het gemeentepersoneel
                                te raadplegen en aan haar beraadslagingen over een bepaalde zaak met
                                adviserende stem te doen deelnemen. Indien hiermee kosten zijn
                                gemoeid wordt eerst overlegd met het presidium.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 11 Gebruik hulpmiddelen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>In commissievergaderingen kan door elk der leden gebruik worden
                                gemaakt van hulpmiddelen. Deze hulpmiddelen moeten ten opzichte van
                                het gesproken woord een ondersteunende functie hebben. </al></li><li nr="2."><al>Van de in het eerste lid genoemde bevoegdheid kan geen gebruik
                                worden gemaakt, dan nadat uiterlijk twee uren voor aanvang van de
                                vergadering overleg is gepleegd met de voorzitter. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 12 Behandeling in één of meer commissies </vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de regel wordt een zaak in één commissie behandeld. Een zaak die
                                de werkkring van meer dan één commissie raakt, kan aan het oordeel
                                van meer dan één commissie onderworpen worden, hetzij in
                                afzonderlijke, hetzij in gecombineerde vergaderingen. </al></li><li nr="2."><al>Een zaak vallende buiten de werking van de commissies, kan worden
                                onderworpen aan het oordeel van de commissie, wier werkkring zij uit
                                haar aard het meest nabij komt. </al></li><li nr="3."><al>De afweging van procedurecommissie als bedoeld in artikel 3 van deze
                                verordening is bepalend bij de afweging van de in lid 1. en 2.
                                bedoelde situaties.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 13 Oordeel commissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Elke commissie doet haar oordeel kennen, hetzij door het overleggen
                                van de notulen en/of de besluiten van haar vergaderingen, hetzij
                                door een afzonderlijk, door voorzitter en secretaris ondertekend,
                                rapport of advies dan wel door aantekening van het oordeel op de
                                conceptraadsvoorstellen. </al></li><li nr="2."><al>De notulen van commissievergaderingen zijn zo spoedig mogelijk
                                publiekelijk beschikbaar in conceptvorm. </al></li><li nr="3."><al>Een eenvoudig gunstig advies, zonder meer, kan ook aangetekend
                                worden op een aan het oordeel van een commissie onderworpen stuk,
                                mits gewaarmerkt door voorzitter en secretaris. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan, na consent met het presidium, in bijzondere
                                gevallen, eventueel na een verzoek van burgemeester en wethouders,
                                besluiten de leden schriftelijk te raadplegen. Wanneer dit
                                geschiedt, worden de stukken mede ter openbare kennis gebracht met
                                inachtneming van het bepaalde in artikel 19, eerste lid. </al></li><li nr="5."><al>Indien schriftelijke afdoening bij één of meer leden op bezwaar
                                stuit, geschiedt de behandeling van het betreffende stuk in een
                                vergadering. In het geval van schriftelijk raadplegen, dienen de
                                betreffende stukken in de eerstvolgende vergadering alsnog ter
                                vaststelling aan de orde te worden gesteld. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 14 Dag en tijdstip van de vergaderingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Elke commissie houdt als regel één vergadering per maand</al></li><li nr="2."><al>Een commissievergadering kan plaatshebben, verdeeld over diverse
                                dagdelen, op de dinsdagmiddag en/of -avond en de
                                donderdagavond.</al></li><li nr="3."><al>Het middagdagdeel van een vergadering vangt aan om 14.00 uur en
                                eindigt om 17.30 uur. Het avond dagdeel begint om 19.30 dan wel
                                20.00 uur en eindigt om 23.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Het presidium kan om bijzondere redenen bepalen van de voornoemde
                                tijden af te wijken. </al></li><li nr="5."><al>Om bijzondere redenen, bijvoorbeeld als punten na een middagzitting
                                en avondzitting onbehandeld zijn, kan de voorzitter bepalen dat van
                                het bepaalde in het eerste, tweede lid en derde wordt
                                afgeweken.</al></li><li nr="6."><al>Ontvangt de commissievoorzitter een verzoek van tenminste drie leden
                                van verschillende fracties of groepen om een extra vergadering te
                                beleggen, dan heeft die vergadering zo spoedig mogelijk plaats.
                            </al></li></lijst><al><vet> Artikel 15 Agenda </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De oproeping tot een vergadering geschiedt door of namens de
                                voorzitter, door toezending van de agenda en bijbehorende stukken,
                                en -hetzij in spoedeisende gevallen- uiterlijk zeven dagen voor
                                aanvang van de vergadering.. </al></li><li nr="2."><al>De agenda en bijbehorende stukken worden uiterlijk tien dagen voor
                                aanvang van de vergadering op de internetsite van de gemeente
                                Utrecht geplaatst.</al></li><li nr="3."><al>De wethouders respectievelijk de burgemeester ontvangen, met
                                inachtneming van dezelfde termijn, een opgave van de te houden
                                vergadering en van de aldaar te behandelen onderwerpen. De
                                aanwezigheid van de op de agendaonderwerpen betrekking hebbende
                                portefeuillehouders is vereist..</al></li><li nr="4."><al>Met uitzondering van bijzondere spoedeisende zaken en van zaken van
                                bijzonder eenvoudige aard, worden in een vergadering geen zaken
                                behandeld, waarvan de leden van de commissie niet vooraf kennis
                                hebben kunnen nemen. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 16 Quorum </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een commissievergadering wordt niet gehouden als niet, behalve de
                                voorzitter, tenminste drie leden uit drie verschillende fracties of
                                groepen, welke fracties of groepen tezamen minimaal 50% van het
                                getal zitting hebbende raadsleden vormende, aanwezig zijn. Wanneer
                                tengevolge van de toepassing van deze bepaling een vergadering geen
                                doorgang heeft gevonden, wordt binnen twee weken een nieuwe
                                vergadering gehouden, ongeacht het aantal dan opgekomen leden. In
                                deze vergadering worden uitsluitend onderwerpen behandeld die voor
                                de eerste vergadering aan de orde waren gesteld. </al></li><li nr="2."><al>Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de
                                gewogen meerderheid vereist van de leden die aan de stemming hebben
                                deelgenomen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 17 Hoorzitting </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Elke commissie is bevoegd een hoorzitting te houden. </al></li><li nr="2."><al>Onder een hoorzitting wordt verstaan: een zitting die op initiatief
                                van een commissie wordt gehouden, teneinde belanghebbenden en/of
                                belangstellenden bij bepaalde voorgenomen plannen of maatregelen in
                                de gelegenheid te stellen daarover hun mening kenbaar te maken en
                                met de commissie van gedachten te wisselen. </al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf </cursief>3 </al><al><cursief>Regelen, betrekking hebbend op alle vaste raadscommissies
                        </cursief></al><al><vet>Artikel 18 Zittingsduur commissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De zittingsduur van de leden van een commissie is, behoudens de
                                bepalingen van het tweede en het derde lid, gelijk aan het tijdvak
                                gedurende hetwelk zij zitting hebben als leden van de raad. </al></li><li nr="2."><al>Een lid van een commissie kan tussentijds aftreden, van welk feit
                                hij mededeling doet aan de voorzitter van de raad. </al></li><li nr="3."><al>Indien buitengewone omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de
                                raad tussentijds een commissie ontbinden en opnieuw samenstellen.
                            </al></li><li nr="4."><al>Het derde lid vindt geen toepassing dan nadat de raad in een
                                vergadering tenminste veertien dagen tevoren gehouden, heeft
                                verklaard, dat buitengewone omstandigheden in de zin van deze
                                bepaling zich voordoen. </al></li><li nr="5."><al>De gewone tijd ter verkiezing van de leden van een commissie is de
                                vergadering waarin de raad ingevolge de Kieswet voor de eerste maal
                                bijeenkomt in het jaar, waarin de verkiezing van de leden van de
                                raad heeft plaatsgehad.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 19 Notulen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissies vergaderen In het openbaar. In bijzondere situaties,
                                als het openbaar belang zich verzet tegen een openbare behandeling
                                van een onderwerp of een particulier onevenredig zou worden
                                bevoordeeld of geschaad, kan de commissie gemotiveerd in
                                beslotenheid vergaderen.</al></li><li nr="2."><al>Vergaderen in beslotenheid kan op voorstel van de voorzitter, de
                                commissie of wethouders respectievelijk de burgemeester geschieden.
                            </al></li><li nr="3."><al>Wanneer een commissie in het openbaar vergadert kan zij op verzoek
                                van tenminste twee leden van verschillende fracties of groepen
                                besluiten tot een besloten vergadering indien blijkt dat een der
                                omstandigheden als in het eerste lid genoemd, zich voordoet. </al></li><li nr="4."><al>Het presidium besluit over de wijze waarop verslag gedaan wordt van
                                commissievergaderingen.</al></li><li nr="5."><al>Indien notulen van een openbare commissievergadering worden gemaakt
                                dan zijn deze openbaar..Ten aan zien van stukken, die ter
                                behandeling in een besloten vergadering zijn overgelegd, het
                                verhandelde in en de notulen in een besloten vergadering is voor wat
                                de geheimhouding betreft artikelen 11 van het Reglement van Orde
                                voor de vergaderingen van de raad der gemeente Utrecht van
                                toepassing, met dien verstande dat in de plaats van de raad de
                                betreffende commissie treedt en de geheimhouding niet geldt
                                tegenover raadsleden, de burgemeester, wethouders, griffier en
                                gemeentesecretaris. Evenmin zijn laatstbedoelde notulen geheim voor
                                de bij een besloten vergadering aanwezige andere personen voor zover
                                betreft de verslaggeving van die onderdelen, waarvan deze personen
                                de behandeling hebben bijgewoond. </al></li><li nr="6."><al>De commissie, besloten bijeen zijnde, kan om redenen van algemeen
                                belang met algemene stemmen besluiten, dat van de in die vergadering
                                behandelde beknopte notulen, dan wel genomen conclusies openbaar
                                worden gemaakt.</al></li><li nr="7."><al>De conceptnotulen van een openbare vergadering zijn uiterlijk de
                                daarop volgende openbare vergadering beschikbaar en worden dan, met
                                eventuele op- of aanmerkingen vanuit de commissie vastgesteld door
                                de leden van de commissie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 20 VERVALLEN </vet></al><al><vet>Artikel 21 De griffier</vet></al><al>Vanuit de Griffie Gemeenteraad Utrecht wordt zorg gedragen voor voldoende
                        (secretariële) ondersteuning van de commissie. </al><al><vet>Artikel 22 Toehoorders</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen zijn, met inachtneming van het bepaalde in artikel
                                19, eerste lid, openbaar toegankelijke voor toehoorders.</al></li><li nr="2."><al>Een persoon die het woord wenst te voeren ter toelichting van
                                zijn/haar zienswijze ten behoeve van een aan de orde zijnd
                                agendapunt op een commissievergadering, dient dat te doen op de
                                Raadsinformatieavond welke voorafgaand aan de
                                commissievergadering.</al></li><li nr="3."><al>Aanmelding daartoe dient te geschieden uiterlijk om 16.00 uur op de
                                dag voorafgaand aan de betreffende raadsinformatieavond. </al></li><li nr="4."><al>Het programma van de raadsinformatieavonden wordt via Internet en
                                een huis aan huisblad bekend gemaakt. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 23 Plaatsvervangers</vet></al><al>In de artikelen 18, 19 en 29 worden onder de leden van een commissie voor
                        zoveel nodig mede begrepen de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en
                        de plaatsvervangende leden. </al><al><vet>Afdeling II</vet></al><al><vet>DE BESTUURSCOMMISSIES</vet></al><al><vet>Samenstelling en werkwijze</vet></al><al><vet>Artikel 24 Samenstelling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de bestuurscommissies worden door de raad benoemd,
                                tenzij bij enig voorschrift een andere regeling is getroffen. </al></li><li nr="2."><al>De leden wijzen uit hun midden een voorzitter en een
                                plaatsvervangend voorzitter aan, tenzij bij enig ander voorschrift
                                dan wel bij het besluit tot instelling der commissie is bepaald dat
                                de functie van voorzitter respectievelijk plaatsvervangend
                                voorzitter door een derde zal worden bekleed. Indien de voorzitter
                                respectievelijk de plaatsvervangend voorzitter geen lid van de
                                commissie is, heeft hij/zij daarin een adviserende stem.</al></li><li nr="3."><al>Een commissie, als bedoeld in het eerste lid, bestaat uit ten
                                hoogste twee leden per fractie of groep. Voor elk lid kan een
                                plaatsvervangend lid door de raad worden benoemd. Elke commissie
                                stelt in het bijzonder de bevoegdheden van haar plaatsvervangende
                                leden vast. Een commissie als bedoeld in het eerste lid, wordt zo
                                zij het verlangt, bijgestaan door de griffier.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 25 Bevoegdheden bestuurscommissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot het vragen van inlichtingen door een commissie
                                als bedoeld in artikel 24, eerste lid aan ambtenaren der gemeente is
                                artikel 10 van overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="2."><al>Aan andere deskundigen buiten het gemeentepersoneel kunnen door de
                                commissie inlichtingen worden gevraagd, indien de raad bij het
                                instellen van de commissie daartoe besloten heeft. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 26 De griffier</vet></al><al>Met betrekking tot de vergaderingen van een commissie als bedoeld in artikel
                        24, eerste lid, is artikel 21 van overeenkomstige toepassing. </al><al><vet>Artikel 27 Toehoorders</vet></al><al>Met betrekking tot het horen van publiek in een openbare vergadering van een
                        commissie als bedoeld in artikel 24, eerste lid, is artikel 22 van
                        overeenkomstige toepassing.</al><al><vet>Artikel 28 Hoorzitting</vet></al><al>Met betrekking tot het houden van een hoorzitting, is artikel 17 van
                        overeenkomstige toepassing.</al><al><vet> Afdeling III</vet></al><al><vet>REGELEN BETREKKING HEBBEND OP ALLE RAADSCOMMISSIES</vet></al><al><vet>Artikel 29 Aanwezigheid in vergaderingen</vet></al><al>Ten bewijze van hun aanwezigheid ter vergadering van een commissie wordt in
                        het vergaderverslag per dagdeel opgenomen welke commissieleden aanwezig zijn
                        geweest.</al><al><vet>Artikel 30 Fractiemedewerkers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij afwezigheid van enig commissielid van een fractie of groep bij
                                een commissievergadering, is een in de stad Utrecht woonachtige
                                fractiemedewerker van een fractie of groep bevoegd kort en bondig
                                namens zijn/haar fractie of groep het standpunt te vertolken en
                                informatieve vragen te stellen, als ware hij/zij lid van de
                                commissie.</al></li><li nr="2."><al>De fractiemedewerker die als plaatsvervanger optreedt is dient te
                                zijn ingeschreven in het hiertoe bedoelde openbare registratie.
                            </al></li></lijst><al><vet>Artikel 31 Fractiemedewerkers in besloten vergadering</vet></al><al>Tenzij anders wordt beslist, hebben de fractiemedewerkers toegang tot de
                        besloten vergadering, tenzij artikel 4, derde lid van het Reglement op de
                        fractiemedewerkers toepassing vindt. </al><al><vet>Artikel 32</vet></al><al>Voor zover deze verordening daarin niet voorziet, worden de wijzen van
                        werken van een commissie en de orde der vergaderingen ingericht naar de
                        regelen, voor overeenstemmende gevallen, gesteld in de Gemeentewet en in het
                        Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad der gemeente Utrecht. </al><al><vet>Afdeling IV</vet></al><al><vet>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</vet></al><al><vet>Artikel 33</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze bekend
                                gemaakt is. </al></li><li nr="2."><al>Op die datum vervalt de Verordening op de raadscommissies 2002,
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 31 oktober 2002 (Gemeenteblad van
                                Utrecht 2002, nr. 3).</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 11
                        februari 2010</ondertekening><ondertekening>De griffier, De burgemeester, </ondertekening><ondertekening>Drs. A.A.H. Smits Mr. A. Wolfsen </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Bekendmaking is geschied op 24 februari 2010</vet></al><al><vet>Deze verordening is in werking getreden op 25 februari 2010</vet></al><al><vet>BIJLAGE BEHOREND BIJ GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2011, NR. 53</vet></al><al><vet>Toelichting op de Verordening op de raadscommissies 2010</vet></al><al>Deze toelichting omvat:</al><lijst><li nr="1."><al>een algemene toelichting op de aanleiding tot aanpassing van de
                            verordening;</al></li><li nr="2."><al>waar nodig een toelichting op een aantal specifieke artikelen in de
                            verordening.</al></li></lijst><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De aanleiding tot de herziening van de 'Verordening op de raadscommissies 2002'
                    is ingegeven vanuit de behoefte vanuit de gemeenteraad om de eigen werkwijze
                    tegen het licht te houden.</al><al>Vanaf het aantreden van deze raad is er herhaaldelijk gesproken over de behoefte
                    om een nieuwe werkwijze voor raad en raadscommissies te introduceren. Aanleiding
                    hiervoor was de onvrede over veel en lang vergaderen en ontevredenheid over de
                    manier waarop burgers worden betrokken bij het besluitvormingsproces.</al><al>Eind september 2007 is tijdens een heidag van het presidium gesproken over de
                    essenties van volksvertegenwoordiging, raads- en commissiewerk. Tijdens deze dag
                    zijn criteria opgesteld door het presidium voor een nieuwe werkwijze voor de
                    raad en commissies met de opdracht aan de griffie om deze nader uit te werken. </al><al>Tijdens verschillende presidiumvergaderingen is gesproken over de ontwikkeling
                    van een nieuwe werkwijze. </al><al>De belangrijkste criteria voor de gedachte nieuwe werkwijze zijn destijds
                    geformuleerd in een viertal hoofddoelen:</al><lijst><li nr="∙"><al>heldere structuur: de vergaderstructuur moet duidelijk zijn, zodat
                            raadsleden, collegeleden, ambtenaren en burgers weten wanneer een
                            onderwerp aan de orde komt en in welke fase van besluitvorming een
                            onderwerp zich bevindt;</al></li><li nr="∙"><al>aantrekkelijker en efficiënter vergaderen in minder tijd: de
                            vergaderstructuur moet ertoe leiden dat minder wordt vergaderd
                            (agendadunning), zodat er ruimte is voor ad hoc, c.q. externe
                            activiteiten, maar ook dat de vergaderingen interessant zijn om bij te
                            wonen c.q. te volgen;</al></li><li nr="∙"><al>betere betrokkenheid van burgers: in de vergaderstructuur moet op een
                            andere manier met burgers worden omgegaan, zodanig dat zij in een
                            vroegtijdig tijdstip worden betrokken en in een vorm die aansluit bij
                            het onderwerp;</al></li><li nr="∙"><al>cultuur- en gedragsverandering: een nieuwe vergaderstructuur kan als
                            hefboom functioneren voor een cultuurverandering, waarin de hiervoor
                            aangegeven doelen kunnen worden bereikt; deze vraagt daarnaast om
                            bewustwording en acceptatie van nieuwe spelregels.</al></li></lijst><al>Bij besluit van 5 juni 2008 heeft de raad besloten tot de invoering van een
                    nieuwe werkwijze voor de raad en raadscommissies. De belangrijkste elementen van
                    de nieuwe werkwijze zijn:</al><lijst><li nr="∙"><al>de instelling van een procedurecommissie;</al></li><li nr="∙"><al>het terugbrengen van het aantal raadscommissies van vier naar twee, te
                            weten: de commissies Mens &amp; Samenleving en Stad &amp; Ruimte; </al></li><li nr="∙"><al>de instelling van vaste vergaderdagen: er wordt gekozen voor vaste dagen
                            waarop vergaderingen en andere activiteiten voor raad en commissies
                            plaatsvinden, namelijk de dinsdag en de donderdag; daarbij is de
                            donderdag aangemerkt als raadsdag; </al></li><li nr="∙"><al>het instellen van de Raadsinformatieavond bedoeld voor
                            informatievergaring door de raad en inspraakmoment voor de burgers;</al></li><li nr="∙"><al>het duidelijker afbakenen van het besluitvormingstraject: Informeren
                            (o.a. via raadsinformatieavonden en bezoeken), debatteren (in de
                            commissies), besluiten (in de raadsvergadering) en terugkoppelen van
                            beslissingen (o.a. via persberichten en internet).</al><lijst><li nr="&gt;"><al>dit betekent o.a. voor de commissievergaderingen dat deze
                                    bedoeld zijn voor debat, met name over raadsvoorstellen; ook
                                    vindt hier de rondvraag plaats; </al></li><li nr="&gt;"><al>dit betekent o.a. voor de raadsvergadering dat in deze
                                    vergadering ten opzichte van voorheen vooral het debat over
                                    B-stukken wordt gevoerd aan de hand van politieke
                                    discussiepunten en dat besluitvorming over alle raadsvoorstellen
                                    tegelijk aan het einde van de vergadering plaatsvindt;</al></li></lijst></li><li nr="∙"><al>dat agendadunning en agendabundeling wordt toegepast: aangegeven wordt
                            op welke manier de agenda kan worden gedund (minder geagendeerde
                            informatiestukken) en op welke wijze onderwerpen gebundeld kunnen worden
                            behandeld;</al></li><li nr="∙"><al>dat behandeltijdstippen en fractiewoordvoering worden toegepast: tijdens
                            de raadsinformatieavond en de commissies zullen behandeltijdstippen
                            worden gehanteerd en mag per onderwerp maximaal één persoon per fractie
                            het woord voeren.</al></li></lijst><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet> (alleen m.b.t. die artikelen waarvoor een
                    nadere toelichting wenselijk is)</al><al><vet>Artikel 5, derde lid</vet></al><al>De bedoelde verordening is bekend onder de naam 'Verordening op de subcommissie
                    Controle en Financiën van de commissie Bestuur en Veiligheid van de gemeente
                    Utrecht' (raadsbesluit van 11 januari 2007; de genoemde raadscommissie Bestuur
                    en Veiligheid is samen met de raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling
                    opgegaan in de raadscommissie Mens en Samenleving).</al><al><vet>Artikel 6, tweede lid</vet></al><al>Het presidium heeft in de vergadering van 9 maart 2009 besloten de
                    Procedurecommissie de bevoegdheid te verlenen om in dringende, incidentele
                    gevallen over te gaan tot het wijzigen van de door het presidium vastgestelde
                    vergaderdata en -tijdstippen.</al><al><vet>Artikelen 8, derde lid en 30, eerste lid</vet></al><al><vet>Inbrengen fractiestandpunt tijdens commissievergaderingen</vet></al><al>Het presidium heeft op 2 februari 2009:</al><lijst><li nr="1."><al>de regel te herbevestigen dat indien tijdens een commissievergadering
                            een fractielid niet aanwezig kan zijn, slechts een fractiemedewerker
                            bevoegd is om namens die fractie of groep het fractiestandpunt in te
                            brengen. (Zoals feitelijk bepaald is in de artikelen 8 en 30 van de
                            Verordening op de raadscommissies);</al></li><li nr="2."><al>geconstateerd/besloten dat op basis van het besluit onder 1 het dus niet
                            is toegestaan dat standpunten van een fractie via een aparte bijdrage
                            naar voren worden gebracht door een lid van andere fractie;</al></li><li nr="3."><al>geconstateerd/besloten dat, op basis van de praktijk, de grens van het
                            toelaatbare van het toestaan van het leveren van bijdragen door fracties
                            namens andere fracties ligt bij ‘het in een betoog in een aanvangs- of
                            slotzin melden dat de bijdrage/rondvraagpunt ook wordt gedaan namens een
                            andere te benoemen fractie’.</al></li><li nr="4."><al>besloten dat het oordeel van de (plv.) commissievoorzitters, bij
                            interpretatieverschillen ten aanzien van hierboven genoemde punten,
                            doorslaggevend is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 10, eerste lid</vet></al><al>De 'Verordening op de ambtelijke bijstand 2009' is vastgesteld in de vergadering
                    van de gemeenteraad van 17 september 2009 en in werking getreden op 1 oktober
                    2009.</al><al><vet>Artikel 24 t/m 28</vet></al><al>Bestuurscommissies</al><al>Gelet op de artikelen 83, 85, 86 en 165 van de Gemeentewet kan de raad, het
                    college of de burgemeester overgaan tot het instellen van bestuurscommissies die
                    bevoegdheden uitoefenen die hun door de raad, het college, onderscheidenlijk de
                    burgemeester zijn overgedragen. Het gaat hierbij om publiekrechtelijke
                    commissies met bestuursbevoegdheden. Te denken valt daarbij o.a. aan commissies
                    met bevoegdheden ten aanzien van bijvoorbeeld zwembaden, openbare scholen,
                    bibliotheken en sportparken.</al><al>De nu in te trekken verordening uit 2002 kende de mogelijkheid tot het stellen
                    van nadere regels aan de wettelijke mogelijkheid tot het instelling van
                    bestuurscommissies al. Er is voor gekozen on deze nader te stellen regels ook
                    vast te leggen in de nieuwe verordening.</al><al>Utrecht kende in het verleden o.a. de Bestuurscommissie voor het Primair
                    Onderwijs (BCPO) en de Bestuurscommissie voor het Voortgezet Onderwijs (BCVO),
                    welke beide in respectievelijk 2003 en 2005 opgegaan zijn in de verzelfstandigde
                    stichtingen SPOU en SOVO.</al><al><vet>Artikel 31</vet></al><al>De in artikel 31 bedoelde uitzonderingsbepaling verwijst naar artikel 4, derde
                    lid van het Reglement op de fractiemedewerkers waarin is bepaald dat
                    fractiemedewerkers die zich op enigerlei wijze niet hebben gehouden aan hun
                    geheimhoudingsplicht door het presidium voorlopig hun rechten kunnen worden
                    ontnomen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>