<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR108570_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Heerhugowaard 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heerhugowaards Nieuwsblad d.d. 1 februari 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Begraafplaatsen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de Lijkbezorging, artikel 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2011-001</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Heerhugowaard 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Artikel</vet></al><al/><al><vet>Verordening Begraafplaatsen Heerhugowaard 2011</vet></al><al/><al>Nr. 2011-001</al><al/><al>De raad van de gemeente Heerhugowaard,</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van 14 december, nr. BW10-0842, inzake
                        het vaststellen van de Verordening Begraafplaatsen Heerhugowaard 2011;</al><al/><al>gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>gelezen het advies van de raadscommissie Stadsbeheer van 6 januari
                        2011;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al/><al><vet>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke
                            begraafplaats(en) voor de gemeente Heerhugowaard 2011</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. begraafplaats(en): de begraafplaats aan de Krusemanlaan en die aan de
                            Kerkweg;</al><al>b. graf: een zandgraf of keldergraf;</al><al>c. asbus: een bus bevattende de as van één overledene;</al><al>d. urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al><al>e. grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf;</al><al>f. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van
                            de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;</al><al>g. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                            uitsluitend recht is verleend op een graf;</al><al>h. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot
                            gebruik van een ruimte in een algemeen is verleend;</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. Indeling en uitgifte van de graven</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 2. Indeling graven en asbestemmingen</vet></al><al>a. eigen graf is een particulier graf: graf waarvoor aan een
                            rechthebbende het uitsluitend recht wordt verleend tot het begraven en
                            begraven houden van ten hoogste 3 stoffelijke overschotten of asbussen
                            of het doen verstrooien van as. Het grafrecht bij uitgifte bedraagt 20
                            jaren;</al><al>b. algemeen graf: graf waarin aan een gebruiker de gelegenheid wordt
                            geboden tot het begraven van stoffelijke overschotten voor de tijd van
                            10 jaren;</al><al>c. eigen kindergraf is een particulier graf: graf waarvoor aan een
                            rechthebbende het uitsluitend recht wordt verleend tot het begraven en
                            begraven houden van ten hoogste 1 stoffelijke overschot of asbussen van
                            een kind tot de leeftijd van 12 jaren. Het grafrecht bij uitgifte
                            bedraagt 20 jaren;</al><al>d. algemeen kindergraf: graven waarin aan een gebruiker de gelegenheid
                            wordt geboden tot het begraven van een kind tot de leeftijd van 12 jaren
                            voor de tijd van 10 jaren;</al><al>e. foetusgraf: een verzamelgraf waarin gelegenheid wordt geboden tot het
                            doen begraven van foetussen jonger dan 24 weken zwangerschap. Gezien de
                            inrichting van het foetusgraf als verzamelgraf is er geen sprake van een
                            gebruikstermijn;</al><al>f. eigen urnengraf is een particulier graf: graf waarvoor aan een
                            rechthebbende het uitsluitend recht wordt verleend tot het begraven van
                            ten hoogste 3 asbussen. Het grafrecht bij uitgifte bedraagt 20
                            jaren;</al><al>g. urnennis: een nis in de urnenmuur waarin aan een gebruiker
                            gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of
                            zonder urnen;</al><al>h. herdenkingsmonument: een plaats waar de gelegenheid wordt geboden om
                            overledenen te gedenken. Naamplaatjes hiervoor worden verstrekt en
                            beletterd door de gemeente. De gebruikswaarde van de naamplaatjes wordt
                            gegarandeerd voor de tijd van 10 jaren;</al><al>i. strooiveld; veld waar de gelegenheid wordt geboden tot het doen
                            verstrooien van as;</al><al/><al><vet>Artikel 3 Toewijzing tot begraven op de begraafplaats
                            Kerkweg</vet></al><al>1. Op begraafplaats aan de Kerkweg mogen slechts begravingen worden
                            uitgevoerd, waarvan de overledene laatstelijk woonachtig was in het
                            buurtschap Veenhuizen of in het verleden woonachtig is geweest en op
                            grond daarvan een duidelijke betrokkenheid bestaat tot vermeld
                            buurtschap zulks ter beoordeling van het college of de beheerder van de
                            begraafplaats.</al><al>2. In bijzondere gevallen kan het college van het bepaalde in het vorige
                            lid afwijken.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Volgorde van uitgifte</vet></al><al>1. De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde
                            van ligging uitgegeven.</al><al>2. De urnennissen worden uitgegeven in een vooraf vastgelegd schema van
                            volgorde.</al><al>3. Het college kan een eigen graf toewijzen anders dan voor directe
                            begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de
                            situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk is.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Termijnen eigen graven</vet></al><al>1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                            begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te
                            dienen aanvraag, het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen
                            op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.</al><al>2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                            aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien
                            of twintig jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende
                            termijn wordt ingediend.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Overschrijving van verleende rechten</vet></al><al>1. Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende
                            worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of
                            rechtspersoon.</al><al>2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het eigen
                            graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of
                            rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes
                            maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden
                            rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of in dien de asbus
                            met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek
                            tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.</al><al>3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                            overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede
                            lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college
                            bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen.</al><al>4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes
                            maanden kan het college het eigen graf alsnog op naam stellen van een
                            nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen
                            graf dat inmiddels is geruimd.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Afstand doen van graven</vet></al><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring
                            doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de
                            rechthebbende.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 8. Openstelling begraafplaats(en)</vet></al><al>1. De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk tussen
                            zonsopgang en zonsondergang.</al><al>2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de
                            toegangen tijdelijk worden gesloten.</al><al>3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                            het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het
                            bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Ordemaatregelen</vet></al><al>1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                            werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht
                            zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de
                            aanwijzingen van de uitvoerder of van de beheerder.</al><al>2. De uitvoerder of de beheerder kan personen die zich niet aan de in
                            het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats
                            verwijderen of laten verwijderen.</al><al>3. Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te
                            rijden:</al><al>a. elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn
                            buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het
                            vervoer van materialen;</al><al>b. sneller dan 10 km per uur.</al><al>4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de
                            aanhef en onder a van het derde lid.</al><al/><al><vet>Artikel 10. Plechtigheden</vet></al><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van grafbedekkingen en dergelijke
                            plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze
                            ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en
                            uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden
                            in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Opgravingen en ruimen</vet></al><al>Bij het opgraven van stoffelijke overschotten en de ruiming van graven
                            zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met
                            deze werkzaamheden zijn belast.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 12. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten
                                van het graf</vet></al><al>1. Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                            verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                            voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal
                            plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt
                            voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de
                            burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het
                            overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig
                            mogelijk worden gedaan.</al><al>2. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en
                            het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                            hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                            begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de uitvoerder.</al><al/><al><vet> Artikel 13. Over te leggen stukken</vet></al><al>1. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven
                            is overgelegd aan de beheerder.</al><al>1a. Begraving van foetussen mag slechts geschieden indien van tevoren
                            een verklaring van een arts is overlegd waarin staat dat de foetus
                            jonger dan 24 weken zwangerschap is.</al><al>2. Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal
                            plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden
                            overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is
                            overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al><al>3. Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn
                            binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen
                            plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met
                            een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste
                            gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient
                            te worden aangevraagd door de rechthebbende.</al><al>4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven
                            toe afgerond op gehele jaren.</al><al>5. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend
                            zijn.</al><al/><al><vet> Artikel 14 Wijze van begraven en grafgiften</vet></al><al>1. Het is verboden om een stoffelijke overschot te begraven in een
                            zinken of andere metalen of kunststof (bin­nen)kist.</al><al>2. Het is verboden om een stoffelijke overschot te begraven met
                            gebruikmaking van een lijkhoes die niet voldoet aan de voorwaarden van
                            het Lijkom­hulselbesluit 1998.</al><al>3. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of
                            objecten bij te slui­ten die niet tot de kist of het stoffelijke
                            overschot behoren, an­ders dan kleine verteerbare
                                grafgiften.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Tijden van begraven en asbezorging</vet></al><al>1. De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van
                            09:00 tot 16:00 uur; op zaterdag van 09:00 tot 14:00 uur;</al><al>2. Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. Grafbedekkingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 16. Grafbedekking</vet></al><al>1. Voor het hebben van een grafbedekking is geen schriftelijke
                            vergunning nodig van het college.</al><al>2. Nadere regels omtrent de aard en de afmetingen van de grafbedekking
                            en de wijze van aanbrengen zijn omschreven in artikel 19-21.</al><al>3. Toestemming tot het plaatsen van een grafbedekking wordt gegeven door
                            de uitvoerder en/of de beheerder begraafplaatsen in naam van het college
                            van Burgemeester en Wethouders.</al><al>4. Het college kan plaatsing van een grafbedekking weigeren of een
                            grafbedekking verwijderen indien:</al><al>a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in
                            artikel 19;</al><al>b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                            begraafplaats;</al><al/><al>c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al><al>d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. </al><al/><al><vet>Artikel 17. Onderhoud door de gemeente</vet></al><al>Het college voorziet in het onderhoud van de begraafplaats behalve van
                            hetgeen in artikel 18 lid 2 beschreven is.</al><al/><al><vet>Artikel 18. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker</vet></al><al>1. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                            verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en
                            voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.</al><al>2. De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking
                            behoorlijk te onderhouden of te herstellen.</al><al>3. Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving
                            verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen
                            de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is
                            dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de
                            begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking
                            gevaar op levert voor derden.</al><al>4. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking
                            behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor
                            in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking
                            doen verwijderen. Het verwijderde vervalt aan de gemeente, zonder dat
                            deze tot enige vergoeding verplicht is.</al><al/><al><vet>Artikel 19. Materiaal gedenkteken</vet></al><al>1. Het gedenkteken dient vervaardigd te worden uit duurzame materialen
                            Dit zijn vaste niet buigzame materialen van natuursteen, glas, hout,
                            keramiek, kunststof of metaal. </al><al>2. Het gekozen materiaal bestaat uit een minimale dikte van 0,05 meter
                            of in het geval van glas minimaal 0,012 meter.</al><al>3. De materialen zijn van nature of middels een daartoe speciale
                            behandeling weersbestendig, onderhoudsvrij en niet breukgevoelig. </al><al>4. Het gedenkteken bestaat uit één geheel waarvan de praktische
                            toepasbaarheid zoals opnemen verplaatsen e.d. gewaarborgd is. </al><al>5. Een betonplaat ter fundering onder het gedenkteken is vereist om
                            verzakking van het gedenkteken tegen te gaan. </al><al>6. De plaats van het staande gedenkteken is aan het hoofdeinde van de
                            grafruimte.</al><al>7. Het gebruik van (sier)grind of schelpen is alleen toegestaan op een
                            verharde ondergrond dat voorzien is van opstaande randen.</al><al/><al><vet>Artikel 20. Grafbeplanting en losse memorabilia </vet></al><al>1. Op een graf kunnen potplanten en bloemen worden geplaatst. Het is
                            toegestaan om op een graf bloemen los te leggen. Op een graf mogen
                            eenjarige gewassen worden geplant</al><al>2. De winterharde gewassen die op de graven worden geplant mogen bij
                            volle wasdom de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden
                            of moeten door besnoeiing binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden
                            en daarbij dient rekening gehouden te worden met:</al><al>‑ de hoogte mag de maximale afmetingen van de grafbedekking niet
                            overschrijden;</al><al>‑ het gedenkteken dient ten allen tijde leesbaar te zijn;</al><al>‑ bij excessen treden burgemeester en wethouders regulerend op zonder
                            dat hieruit aansprakelijk­heden kunnen voortvloeien</al><al>3. Grafbeplanting en losse memorabilia op een graf die in een
                            verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd
                            zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. </al><al/><al><vet>Artikel 21. Maatvoering graf en grafbedekking </vet></al><al>1. eigen graf</al><al>a. Het graf heeft een afmeting van 2,20 m x 1,20 m (lengte x
                            breedte);</al><al>b. De grafbedekking mag gerekend vanaf maaiveld een afmeting hebben van:
                            maximaal 1,90 m x 0,80 m x 1,80 m (lengte x breedte x hoogte)</al><al/><al>2. algemeen graf</al><al>a. Het graf heeft een afmeting van 2,20 m x 1,20 m (lengte x
                            breedte);</al><al>b. De grafbedekking mag gerekend vanaf maaiveld een afmeting hebben van:
                            maximaal 0,60 m x 0,80 m x 0,30 m (lengte x breedte x hoogte)</al><al/><al>3. eigen kindergraf</al><al>a. Het graf heeft een afmeting van 1,20 m x 0,80 m (lengte x
                            breedte);</al><al>b. De grafbedekking mag gerekend vanaf maaiveld een afmeting hebben van:
                            maximaal 1,20 m x 0,80 m x 1,20 m (lengte x breedte x hoogte)</al><al/><al>4. algemeen kindergraf</al><al>a. Het graf heeft een afmeting van 1,20 m x 0,80 m (lengte x
                            breedte);</al><al>b. De grafbedekking mag gerekend vanaf maaiveld een afmeting hebben van:
                            maximaal 0,60 m x 0,60 m x 0,60 m (lengte x breedte x hoogte)</al><al/><al>5. urnengraf</al><al>a. Het graf heeft een afmeting van 0,60 m x 0,60 m (lengte x
                            breedte);</al><al>b. De grafbedekking mag gerekend vanaf maaiveld een afmeting hebben van:
                            maximaal 0,50 m x 0,50 m x 0,50 m (lengte x breedte x hoogte)</al><al/><al>6. urnennis</al><al>a. De nis heeft een afmeting van 0,36 m x 0,36 m x 0,20 m (lengte x
                            breedte x hoogte);</al><al>b. De sluitsteen wordt door de gemeente verstrekt;</al><al>c. De afmeting van de sluitsteen bedraagt 0,36 m x 0,36 m (lengte x
                            breedte);</al><al>d. de belettering van de sluitsteen is vrij in achtneming van artikel 16
                            lid 4b</al><al/><al>7. herdenkingsmonument</al><al>a. Naamplaatjes kunnen worden aangebracht op:</al><al>- het herdenkingsmonument voor overledenen waarvan de stoffelijke
                            overschotten geruimd zijn op de gemeentelijke begraafplaats;</al><al>- het herdenkingsmonument voor overledenen waarvan de as verstrooid is
                            op de gemeentelijke begraafplaats;</al><al>- het herdenkingsmonument voor foetussen die zijn begraven in het
                            foetusgraf op de gemeentelijke begraafplaats.</al><al>b. De naamplaatjes worden door de gemeente verstrekt en beletterd.</al><al>c. De belettering is beperkt tot: de voorletters of de voornaam; de
                            achternaam; de geboortedatum; de overlijdensdatum.</al><al/><al><vet>Artikel 22. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de
                                termijn </vet></al><al>1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte
                            van het graf door het college worden verwijderd. </al><al>2. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien door de gebruiker of
                            de rechthebbende aan het eind van de termijn van gebruik respectievelijk
                            van grafrecht geen verzoek tot het ophalen ervan is ingediend bij de
                            beheerder.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6. Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 23. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</vet></al><al>1. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het
                            graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt
                            omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke
                            resten worden geconfronteerd.</al><al>2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten of de
                            as uit de asbus worden begraven respectievelijk wordt verstrooid op een
                            van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaatsen.</al><al>3. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                            kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de
                            menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie
                            of voor herbegraving elders. </al><al>4. De rechthebbende op een eigen graf kan bij de beheerder een aanvraag
                            indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in
                            dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of
                            elders opnieuw te doen begraven. </al><al>5. De rechthebbende op een eigen urnengraf of de gebruiker van een
                            urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter
                            beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen
                            verstrooien.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 10. Slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 24. Intrekking oude regeling</vet></al><al>De verordening begraafplaatsen gemeente Heerhugowaard 2009, vastgesteld
                            op 23 juni 2009, wordt ingetrokken.</al><al/><al><vet>Artikel 25. Overgangsbepaling</vet></al><al>1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de verordening
                            begraafplaatsen 2009 gelden als besluiten genomen krachtens deze
                            verordening.</al><al>2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                            een aanvraag om vergunning op grond van de Verordening begraafplaatsen
                            2009 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                            verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze
                            verordening toegepast.</al><al/><al><vet>Artikel 26. Strafbepaling</vet></al><al>Hij die handelt in strijd met de inhoud van de Verordening
                            begraafplaatsen 2011 kan worden gestraft met een geldboete van de eerste
                            categorie en/of met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al><al/><al><vet>Artikel 27. Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op 09-02-2011.</al><al/><al><vet>Artikel 28. Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen gemeente Heerhugowaard 2011.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 25-01-2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>