<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR108566_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Planologische Afwijkingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Rotonde 25-02-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels Planologische Afwijkingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=BESLUIT OMGEVINGSRECHT">Besluit omgevingsrecht, bijlage II artikel 4 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.12</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-02-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegebesluit 15-02-2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels planologische afwijkingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Inleiding</al><al> Op grond van artikel 2.12 van de Wabo kunnen bij Algemene maatregel van
                        Bestuur (AmvB) gevallen worden aangewezen waarin kan worden afgeweken van
                        het bestemmingsplan.</al><al> Deze planologische ‘kruimelgevallenregeling’ was voor 1 oktober 2010
                        opgenomen in artikel 3.23 Wro en artikel 4.1.1 Bro en daarvoor opgenomen in
                        artikel 19, lid 3 WRO. De AmvB waarnaar artikel 2.12 Wabo verwijst betreft
                        het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 4 van het</al><al> Bor, bijlage II somt de gevallen op waarin B&amp;W voor planologische
                        kruimelgevallen kunnen afwijken van het bestemmingsplan. B&amp;W kunnen voor
                        de toepassing van deze regeling beleidsregels vaststellen. Op basis van de
                        beleidsregels wordt dan afgewogen of afgeweken kan worden van het
                        bestemmingsplan. In deze discussienota wordt op deze beleidsregels ingegaan
                        op grond van artikel 4, lid 1 bijlage II van de Bor.</al><al> In onderhavige notitie zijn de beleidsregels beschreven.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Beleidsregels</titel></kop><structuurtekst><al>In beginsel wordt er niet van het bestemmingsplan afgeweken; het
                            bestemmingsplan is immers het door de gemeenteraad vastgestelde
                            planologisch kader met daarin voldoende bouwmogelijkheden. Bovendien
                            kan, bovenop de mogelijkheden die het bestemmingsplan</al><al> biedt, op grond van het Bor ook nog een behoorlijke oppervlakte aan
                            vergunningsvrije bebouwing worden gerealiseerd. Naast de mogelijkheden
                            van het bestemmingsplan en het Bor is het niet gewenst om ook nog extra
                            bebouwingsmogelijkheden te bieden op grond van</al><al> de beleidsregels planologische afwijkingen.</al><al/><al>Om bovenstaande redenen kan alleen in heel bijzondere situaties op basis
                            van deze beleidsregels besloten worden wel af te wijken van het
                            bestemmingsplan. In de volgende situaties zou dat aan de orde kunnen
                            zijn:</al><al> 1. Er kan afgeweken worden van het bestemmingsplan als dat plan
                            kennelijke onjuistheden bevat.</al><al> Het kan voorkomen dat een bestemmingsplan, ondanks zeer zorgvuldige en
                            uitgebreide procedure van de totstandkoming van het plan, toch
                            onjuistheden bevat. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan onjuist
                            ingetekende bestemmingsvlakken op de plankaart.</al><al> Als aangetoond en gemotiveerd kan worden dat het een kennelijke
                            onjuistheid betreft, kan op grond van deze beleidsregels afgeweken
                            worden van het bestemmingsplan om de kennelijke onjuistheid te
                            herstellen.</al><al> Afwijking wordt, naast bovengenoemde uitgangspunten alleen verleend
                            indien:</al><al> - de afwijking niet strijdig is met de uitgangspunten van het
                            bestemmingsplan en</al><al> - de afwijking niet strijdig is met het algemeen belang en</al><al> - de afwijking omwonenden/belanghebbenden niet onevenredig in hun
                            belangen schaadt en</al><al> - er een positief advies is van de BEL Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
                            (welstand).</al><al> 2. Er kan voorts worden afgeweken van het bestemmingsplan indien een
                            strikte toepassing van de regels van het bestemmingsplan en het
                            gemeentelijk ruimtelijk beleid (vastgelegd in beleidsnota’s) leidt tot
                            zeer onredelijke of ongewenste situaties (hardheidsclausule). </al><al>In deze situaties kunnen voorwaarden aan het meewerken aan een afwijking
                            worden verbonden.</al><al> Afwijking wordt in dit kader alleen verleend indien:</al><al> - de afwijking niet strijdig is met de uitgangspunten van het
                            bestemmingsplan en</al><al> - de afwijking niet strijdig is met het algemeen belang en</al><al> - de afwijking omwonenden/belanghebbenden niet onevenredig in hun
                            belangen schaad en</al><al> - er een positief advies is van de BEL Commissie Ruimtelijke
                            Kwaliteit.</al><al> Dergelijke afwijkingen van het bestemmingsplan kunnen wenselijk zijn
                            bij bijvoorbeeld hoekwoningen die aan de zijkant van het perceel grenzen
                            aan een openbare weg, openbaar pad of openbaar water. Vergunningvrij
                            bouwen is bij deze woningen zeer beperkt, terwijl daar niet in alle
                            gevallen goede redenen voor zijn.</al><al> Ander voorbeeld waarbij toepassing kan worden gegeven aan de
                            hardheidsclausule is een situatie waarbij de buren wél een vergunning
                            voor bepaalde bebouwing hebben gekregen maar de aanvrager op grond van
                            het bestemmingsplan niet in aanmerking komt voor eenzelfde vergunning
                            (zonder dat er in die situatie sprake is van een foutief verleende
                            vergunning). Door toepassing van de hardheidsclausule kan de vergunning
                            worden verleend mits aan de bovenstaande kaders wordt voldaan.</al><al> 3. Bij rijks- en gemeentelijke monumenten en in het Beschermd
                            Dorpsgezicht</al><al> staat de wettelijke taak tot behoud en versterking van de
                            monumentale</al><al> waarden te allen tijde voorop. Hier geldt dat bouwmogelijkheden die
                            elders vergunningsvrij mogelijk zijn, toegestaan kunnen worden door
                            middel van een planologische afwijking. Belangrijkste toetsingsgrond bij
                            een dergelijke planologische afwijking is het behoud en versterking van
                            de genoemde waarden.</al><al> Bij monumenten en in het Beschermd Dorpsgezicht is het niet mogelijk om
                            vergunningsvrij bouwwerken te realiseren. Door de wetgever is hier
                            vanzelfsprekend voor gekozen om de monumentale of cultuurhistorische
                            waarde van het pand of het gebied te beschermen. Als de monumentale en
                            cultuurhistorische waarden niet in het geding zijn of door het bouwen
                            juist worden versterkt, is er geen reden om geen medewerking te verlenen
                            aan een afwijking van het bestemmingsplan. Immers, het doel van de
                            wetgever om geen vergunningsvrije bouwwerken toe te staan is het
                            voorkomen van aantasting van de cultuurhistorische of monumentale
                            waarde. Als deze door de extra bebouwing niet wordt aangetast, is er
                            geen aanleiding om geen medewerking te verlenen aan een afwijking.
                            Bovendien kunnen dergelijke bouwwerken elders overal vergunningvrij
                            worden gerealiseerd.</al><al> Voorgesteld wordt dan ook om door middel van het afwijkingenbeleid de
                            mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen ook voor het Beschermd
                            Dorpsgezicht en/of monumenten te laten gelden. Het grote verschil is
                            echter dat er in deze gevallen wel een planologische afwijking en
                            omgevingsvergunning bouwen (bouwvergunning) moet worden verleend.
                            Hiermee houdt de gemeente grip op wat er gebeurt. De monumentale waarden
                            worden beschermd en versterkt omdat er alleen afwijking mogelijk is bij
                            een positief advies van de BEL Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Hiermee
                            wordt voldaan aan de doelstellingen van de Monumentenwetgeving.</al><al> Door de afwijking te koppelen aan de mogelijkheden voor vergunningvrij
                            bouwen, is er in de situatie van monumenten ook een bovengrens
                            aangegeven van de mogelijkheden tot afwijking van het
                            bestemmingsplan.</al><al> Afwijking wordt dan in dit kader alleen verleend indien:</al><al> - de afwijking niet strijdig is met de uitgangspunten van het
                            bestemmingsplan en</al><al> - de afwijking niet strijdig is met het algemeen belang en</al><al> - de afwijking omwonenden/belanghebbenden niet onevenredig in hun
                            belangen schaad en</al><al> - het gaat om bijbehorende bouwwerken zoals genoemd in bijlage 2,
                            artikel 2 Bor en</al><al>- er een positief advies is van de BEL Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
                            (welstand en monumentencommissie)</al><al> - er een monumentenvergunning is verleend. (het gaat namelijk ook
                            om</al><al> rijksmonumenten)</al><al> 4. Een planologische afwijking van het bestemmingsplan kan alleen
                            worden verleend als de afwijking van beperkte aard is en het een
                            gemeentelijk belang betreft.</al><al> Daarnaast wordt de afwijking in dit kader alleen verleend indien:</al><al> - de afwijking niet strijdig is met de uitgangspunten van het
                            bestemmingsplan en</al><al> - de afwijking niet strijdig is met het algemeen belang en</al><al> - de afwijking omwonenden/belanghebbenden niet onevenredig in hun
                            belangen schaadt en</al><al> - er een positief advies is van de BEL Commissie Ruimtelijke
                            Kwaliteit.</al><al/><al>5. Overige bepalingen van artikel 4 van de Bor.</al><al> In artikel 4 van de Bor staan naast de meest voorkomende situaties van
                            lid 1, nog een negental afwijkingsgronden. Aangezien deze gevallen
                            nauwelijks voorkomen wordt voorgesteld om in deze situaties van geval
                            tot geval te oordelen.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Eemnes in de vergadering van 15 februari 2011.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>