Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Opsterland

Mandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOpsterland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingMandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011
CiteertitelMandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Regeling vervangt art.10, 11 en 12 van Hoofdstuk 7 van de Herziene mandaatregeling Opsterland 2010

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene wet bestuursrecht

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

03-03-201101-01-201115-04-2014nieuwe regeling

22-02-2011

Woudklank, 03-03-2011

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Mandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011

Mandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011

 

Het college van burgemeester en wethouders;

gelet op de algemene bepalingen ten aanzien van mandaat zoals opgenomen in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet Bestuursrecht;

besluiten vast te stellen de

 

Mandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011

 

Artikel 1 Begripsbepaling

  • 1.

    (Deel)budgethouder: hij of zij die door het college is aangewezen als ambtenaar die verantwoordelijk is voor een bij een product behorend (deel)budget;

  • 2.

    Mandaat: het in naam van het bevoegde bestuursorgaan nemen van besluiten;

  • 3.

    Mandaatgever: het bestuursorgaan dat mandaat verleent;

  • 4.

    Mandataris: degene aan wie het mandaat wordt verleend;

  • 5.

    Uitvoerend ambtenaar: degene die op grond van de functiebeschrijving en/of een opdracht een afdelingshoofd geacht mag worden met de uitvoering van de betreffende taak te zijn belast.

     

Artikel 2 Algemeen

  • 1.

    De uitoefening van de bevoegdheden, zoals vermeld in het bij deze regeling behorende overzicht, is gemandateerd aan de daar genoemde functionarissen.

  • 2.

    De in lid 1 genoemde functionaris is tevens bevoegd tot ondertekening in de zin van artikel 10:11 Algemene wet bestuursrecht.

  • 3.

    Ten aanzien van de uitoefening van bevoegdheden, die financiële consequenties hebben, geldt dat de begroting van het dienstjaar hierin moet voorzien.

     

Artikel 3 Plaatsvervanging

  • 1.

    In geval van afwezigheid van de mandataris, treedt de door het Afdelingshoofd aangewezen vervanger in de plaats.

     

Artikel 4 Budgethouderschap

  • 1.

    De budgethouder is verantwoording verschuldigd aan het college, de deelbudgethouder aan de budgethouder.

  • 2.

    Een (deel) budgethouder is beleidsmatig en financieel verantwoordelijk voor de totstandkoming en kwaliteit van een product (budget), de effectiviteit en efficiëntie van dat product, de advisering over dat product aan het bestuur en het realiseren van de geraamde inkomsten.

  • 3.

    De (deel)budgethouder is tevens beleidsmatig en financieel verantwoordelijk voor begroting,

  • 2.

    Budgetrapportages, jaarrekening en beleidstoelichtingen op product -en budgetniveau. Dit betreft ook de toelevering van cijfers, teksten en analyses.

  • 3.

    Bij de uitoefening van de bevoegdheden als (deel)budgethouder, worden de kadernota

  • 4.

    inkoop -en aanbestedingsbeleid, het collegebesluit inkoop en aanbesteding, alsmede de meerjarenbegroting in acht genomen.

     

Artikel 5 Uitzonderingen op het mandaat

Een bevoegdheid, als bedoeld artikel 2, eerste lid, wordt niet uitgeoefend:

  • a.

    Indien bestuurlijk is aangegeven dat een wijziging, aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid gewenst is;

  • b.

    Indien inwilliging van een verzoek zou leiden tot strijdigheid met het vigerende gemeentelijk beleid, met richtlijnen of met voorschriften daaromtrent;

  • c.

    Indien redelijkerwijs aangenomen mag worden dat de afdoening (grote) politieke consequenties met zich mee zal brengen, dan wel precedentwerking zal oproepen (zie de bijlage Handreiking politieke gevoeligheid);

  • d.

    Indien de afdoening van een zaak niet als een routineaangelegenheid kan worden gekwalificeerd;

  • e.

    Indien bij besluiten waar sprake is van beleidsvrijheid reeds in de voorbereidingsfase aannemelijk is dat tegen de te nemen beslissing bezwaar zal worden gemaakt dan wel beroep ingesteld;

  • f.

    Indien in de voorbereidingsfase de standpunten van de portefeuillehouder, adviseurs en de mandataris met betrekking tot de te nemen beslissing uiteenlopen;

  • g.

    Indien de mandaatgever de gemandateerde de wens daartoe te kennen geeft;

  • h.

    Ten aanzien van de vaststelling en verzending van stukken aan een raadscommissie en/of de gemeenteraad;

  • i.

    Ten aanzien van uitingen, gericht aan andere overheidsorganen, tenzij in overeenstemming met bij het betrokken orgaan bekend beleid of met geheel bij de wettelijke regeling of de jurisprudentie bepaald beleid.

     

Artikel 6 Mandaat bij twijfelgevallen

Indien een mandataris twijfelt over zijn bevoegdheid tot het verrichten van een bepaalde handeling, dan legt hij de vraag voor aan het Afdelingshoofd welke vervolgens beslist op welk niveau de beslissing wordt genomen.

 

Artikel 7 Bevoegdheidsuitoefening namens het bestuursorgaan

De bevoegdheden, bedoeld onder artikel 2, eerste lid van deze regeling worden door de mandataris uitgeoefend namens het terzake bevoegde bestuursorgaan.

 

Artikel 8 Wijze van ondertekening bij mandaat

  • 1.

    In geval van uitoefening van bevoegdheden, als bedoeld in artikel 2, worden uitgaande bescheiden als volgt ondertekend:

    Namens (bestuursorgaan),

    gevolgd door de handtekening, de naam van de mandataris en de functieaanduiding.

  • 2.

    Brieven als bedoeld bij lid 1 dienen in de "ik-vorm" te worden geschreven.

     

Artikel 11 Vermelding rechtsbescherming bij mandaat

Als tegen een krachtens mandaat genomen besluit een administratiefrechtelijke voorziening openstaat, wordt hiervan met de verzending van het besluit mededeling gedaan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van standaardteksten.

 

Artikel 12 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling kan worden aangehaald als "Mandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011".

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2011.

  • 3.

    Gelijktijdig met inwerkingtreding van deze regeling worden de bepalingen 10,11 en 12 van hoofdstuk 7 van de Herziene Mandaatregeling Opsterland 2010 ingetrokken.

     

     

    Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 22 februari 2011.

     

    Secretaris, Burgemeester,

     

     

    Koen van Veen Francisca Ravestein

     

     

     

    Bepalingen Mandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011

     

 

Omschrijving bevoegdheid

Mandaterend bestuursorgaan

Bevoegde functionaris

Bijzonderheden

1

Het voorbereiden van, besluiten tot en het uitvoeren van een voorbereidingstraject Besluit bijstandsverlening aan zelfstandigen (artikel 1b en 1.3)

College

College Smallingerland

 

2

Het nemen van besluiten ter uitvoering van de Wet inschakeling werkzoekenden die op basis van het met IWA gesloten contract niet aan deze organisatie zijn gelaten

College

Uitvoerend ambtenaar

 

3

Het voorbereiden van, besluiten tot en uitvoeren van de besluiten die op basis van het met IWA gesloten contract ter uitvoering van de Wet inschakeling Werkzoekenden aan deze organisatie zijn gelaten

College

IWA Arbeidsintegratie

 

4

Het voorbereiden en uitvoeren van Re-integratieprojecten in het kader van de Wwb, Ioaz of Ioaw en WIJ

College

UWV werkbedrijf

 

5

Het nemen van besluiten tot het uitvoeren van re-integratieprojecten in het kader van de Wwb, Ioaw,Ioaz en WIJ

College

Uitvoerend ambtenaar

 

6

Het voorbereiden van, besluiten tot en het uitvoeren van individuele trajectplannen in het kader van de Wwb, Ioaw, Ioaz en WIJ met een trajectprijs tot €. 2000,-- en € 5000,-- wanneer er sprake is van arbeidsplaatsgarantie

College

UWV werkbedrijf

 

7

Het voorbereiden en uitvoeren van individuele trajectplannen in het kader van de Wwb, Ioaw, Ioaz en WIJ met een trajectprijs vanaf €. 2000,-- en € 5000,-- wanneer er sprake is van arbeidsplaatsgarantie

college

UWV werkbedrijf

 

8

Het nemen van besluiten tot het uitvoeren van individuele trajectplannen in

het kader van de Wwb, Ioaw, Ioaz en WIJ met een trajectprijs vanaf €. 2000,-- .en € 5000,-- wanneer er sprake is van arbeidsplaatsgarantie

College

Uitvoerend ambtenaar

 

9

Het voorbereiden van, besluiten tot en het uitvoeren van Loonkostensubsidies tot 50% van het geldende minimumloon

College

UWV werkbedrijf

 

10

Het voorbereiden en uitvoeren van loonkostensubsidies boven de 50% van het geldende minimumloon.

College

UWV werkbedrijf

 

11

Het nemen van besluiten tot het toekennen van loonkostensubsidie boven de 50% van het geldende minimumloon.

College

Uitvoerend ambtenaar

 

 

 

Toelichting:

 

Algemeen:

De organisatie van de uitvoering van de reintegratietaak Sociale Zaken is ingaande 2010 gewijzigd. Met als gevolg dat een nieuw uitbestedingcontract gesloten is met het UWV werkbedrijf. Daarnaast is met IWA arbeidsintegratie een nieuw contract gesloten voor de uitvoering van de Wet inschakeling werkzoekenden. Deze wijzigingen in de organisatie hebben gevolgen voor de “Herziene mandaatregeling Opsterland 2010”.

 

Per bepaling:

 

Nr.1. Paragraaf 2 van de bijlage bij de “Samenwerkingsovereenkomst sociale zaken gemeente Opsterland en gemeente Smallingerland” is buiten werking gesteld. De hierin vermelde opsomming is vanaf 1 januari 2010 onderdeel van het contract met het UWV werkbedrijf. Het onderdeel “voorbereidingsjaar BBZ”, geregeld in artikel 1b en 1.3, is hiervan uitgezonderd en blijft een taak van de gemeente Smallingerland.

 

Nr.2. en 3. Met IWA arbeidsintegratie is een contract gesloten over de uitvoering van de Wet inschakeling werkzoekenden. In het contract zijn de taken opgenomen waarvoor deze organisatie verantwoordelijk is. Deze bepalingen regelen de bevoegdheidsverdeling.

 

Nrs. 4. t/m 8. Met het UWV werkbedrijf is een contract gesloten voor de uitvoering van de reïntegratietaak SZ. Deze bepalingen regelen de bevoegdheidsverdeling.

 

Nrs. 9., 10.,11. De wet STAP maakt het mogelijk dat het UWV werkbedrijf voor een WW uitkeringsgerechtigde een loonkostensubsidie toekent tot 50% van het minimumloon. De bedoeling is de toekenning van loonkostensubsidie binnen het werkplein Drachten zo veel mogelijk te uniformeren. Daarom is de 50% regel opgenomen. De gemeentelijke re-integratieregeling maakt het mogelijk om meer dan 50% toe te kennen.