<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR10838_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 20 mei 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art 10.23 van de Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-02-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-05-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-11-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>incl. toelichting</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Sittard-Geleen;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van 13 januari 2009, gemeenteblad 2009
                        nr 10</al><al>Gelet op artikel 10.23, eerste lid, van de Wet milieubeheer;</al><al><vet>B E S L U I T</vet></al><al><vet>Vast te stellen</vet>:</al><al>Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2009</al><al><vet>In te trekken</vet>:</al><al>Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2005</al><al>Sittard-Geleen, datum 12 februari 2009.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>wet</cursief></vet>: Wet milieubeheer (Wm);</al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>inzamelen</cursief></vet>: de activiteiten gericht
                                    op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de
                                    gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk
                                    ophalen en innemen daarvan;</al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>ter inzameling aanbieden</cursief></vet>: de wijze
                                    van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of
                                    instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe
                                    door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste
                                    inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen
                                    plaats;</al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>inzamelmiddel</cursief></vet>: een voor de
                                    inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel,
                                    bijvoorbeeld een gemeentelijke huisvuilzak, duobak,
                                    minicontainer of afvalemmer ten behoeve van één huishouden;</al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>inzamelvoorziening</cursief></vet>: een voor de
                                    inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats,
                                    bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer, bladafval
                                    verzamelvoorziening of brengdepot, ten behoeve van meerdere
                                    huishoudens;</al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>inzameldienst</cursief></vet>: de krachtens
                                    artikel 2, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de
                                    inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;</al></li><li nr="g."><al><vet><cursief>andere inzamelaars</cursief></vet>: de krachtens
                                    artikel 2, tweede lid, aangewezen personen en instanties, belast
                                    met het afzonderlijk inzamelen van bepaalde categorieën
                                    huishoudelijke afvalstoffen;</al></li><li nr="h."><al><vet><cursief>gebruiker van een perceel</cursief></vet>: degene
                                    die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten
                                    aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en artikel 10.22 van de
                                    Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                    huishoudelijke afvalstoffen geldt;</al></li><li nr="i."><al><vet><cursief>straatafval</cursief></vet>: huishoudelijke
                                    afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen,
                                    papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes,
                                    verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch
                                    afval, ontstaan buiten een perceel;</al></li><li nr="j."><al><vet><cursief>wegen</cursief></vet>: alle voor het openbaar
                                    verkeer openstaande wegen of paden als bedoeld in artikel 1,
                                    eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="k."><al><vet><cursief>motorrijtuigen</cursief></vet>: alle voertuigen,
                                    als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="l."><al><vet><cursief>college</cursief></vet>: het college van
                                    Burgemeester en wethouders</al></li></lijst><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Definities uit de Wet milieubeheer(Wm)</cursief></al><al>In dit artikel zijn alleen die begripsomschrijvingen opgenomen die
                            specifiek zijn voor deze verordening. Relevante begrippen die reeds in
                            artikel 1.1 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen Wm) zijn
                            omschreven, worden, voorzover bij de omschrijving in de wet wordt
                            aangesloten, niet in dit artikel herhaald. Daarbij gaat het om de
                            volgende begrippen.</al><al><vet>Afvalstoffen</vet> Alle stoffen, preparaten of andere producten die
                            behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage 1 bij richtlijn
                            nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006
                            betreffende afvalstoffen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is
                            zich te ontdoen of zich moet ontdoen.</al><al><vet>Doelmatig beheer van afvalstoffen</vet> Zodanig beheer van
                            afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende
                            afvalbeheerplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende
                            bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en
                            de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid Wm.</al><al><vet>Huishoudelijke afvalstoffen</vet> Afvalstoffen afkomstig uit
                            particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde
                            bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als
                            gevaarlijke afvalstoffen.</al><al><vet>Bedrijfsafvalstoffen</vet> Afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke
                            afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.</al><al><vet>Gevaarlijke afvalstoffen</vet> Bij ministeriële regeling als
                            zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor
                            Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke
                            organisaties.</al><al><vet>Afvalbeheersplan</vet> Het afvalbeheerplan, bedoeld in artikel 10.3
                            Wm (nb. LAP 2002-2012)</al><al><vet>Afvalstoffenverordening</vet> De verordening, bedoeld in artikel
                            10.23 Wm.</al><al><vet>Beheer van afvalstoffen</vet> Inzameling, vervoer, nuttige
                            toepassing of verwijdering van afvalstoffen.</al><al><vet>Nuttige toepassing</vet> De handelingen die zijn genoemd in bijlage
                            II B bij richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees parlement en de Raad
                            van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen.</al><al><vet>Verwijdering</vet> De handelingen die zijn genoemd in bijlage II A
                            bij richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5
                            april 2006 betreffende afvalstoffen.</al><al><vet>Grof huishoudelijk afval</vet> Het begrip huishoudelijke
                            afvalstoffen omvat ook grof huishoudelijk afval. Onder grof huisafval
                            worden verstaan ‘huishoudelijke afvalstoffen die te groot en te zwaar
                            zijn om op dezelfde wijze als de andere huishoudelijke afvalstoffen aan
                            de inzameldienst te worden aangeboden’. </al><al><vet><cursief>Ad. b. Inzamelen</cursief></vet></al><al>Het begrip ‘inzamelen’ is gedefinieerd om uitdrukkelijk vast te leggen
                            dat er sprake is van een brede omschrijving. Hiervoor is gekozen om
                            recht te doen aan het feit dat een gemeentelijke inzamelstructuur steeds
                            meer bestaat uit zowel haal- als brengvoorzieningen op verschillende
                            niveaus. Bovendien maakt een bredere omschrijving van het begrip
                            inzamelen de veelheid van termen uit de vorige modelbepalingen (‘aan te
                            bieden of over te dragen’, ‘achterlaten’, etc.) overbodig. Wel is een
                            ondergrens aangebracht: voordat sprake kan zijn van inzamelen, dienen de
                            afvalstoffen ter inzameling te worden aangeboden. </al><al><vet><cursief>Ad. c. Ter inzameling aanbieden </cursief></vet></al><al>Voor de omschrijving van het begrip ‘ter inzameling aanbieden’ geldt
                            dezelfde brede invulling met betrekking tot haal- en brengvoorzieningen
                            als bij b., nu echter van de kant van degene die zich van afval wenst te
                            ontdoen.</al><al><vet><cursief>Ad. h. Gebruiker van een perceel</cursief></vet></al><al>De omschrijving ‘gebruiker van een perceel’ sluit aan bij de
                            begripsomschrijving in de VNG-modelverordening reinigingsheffingen. Deze
                            is opgenomen om te kunnen bepalen dat alleen diegenen die in de gemeente
                            betalen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, gebruik
                            mogen maken van de inzamelstructuur (zie de toelichting bij artikel 8)
                            en de aangewezen inzameldienst.</al><al><vet><cursief>Ad. i. Straatafval, zwerfafval en illegale
                                    dumping</cursief></vet></al><al>Straatafval wordt gedefinieerd als “huishoudelijke afvalstoffen van zeer
                            beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken,
                            kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren,
                            niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel”. </al><al>De Wet milieubeheer voorziet niet in een definitie van het begrip
                            zwerfafval. Dit heeft te maken met het feit dat het begrip in de
                            praktijk weinig problemen oplevert, terwijl een juridisch sluitende
                            definitie moeilijk te geven is. In het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP)
                            is wel een definitie opgenomen: </al><al>“Zwerfafval is afval dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of
                            achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door
                            indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is
                            gekomen. Dit afval bestaat voornamelijk uit verpakkingsmateriaal van
                            consumpties (blikjes, flesjes, wikkels, patatbakjes), sigarettenpeuken,
                            kauwgomresten en allerhande gebruiksgoederen als kranten, folders en
                            tissues”.</al><al>Het verschil tussen straatafval en zwerfafval is dat straatafval, dat
                            niet in een prullenmand wordt achtergelaten, maar in de openbare ruimte
                            terecht komt, zwerfafval wordt (zie ook de toelichting bij artikel 17
                            van deze verordening).</al><al>Onder zwerfafval wordt ook niet verstaan illegale dumping van afval. In
                            tegenstelling tot bij zwerfafval, gaat het bij illegale dumping niet om
                            een of enkele restanten van consumptie, maar om grotere hoeveelheden
                            afval (bijvoorbeeld met een volume van tenminste een plastic draagtas
                            van 5 liter). Bovendien gaat het niet om afval dat uit nalatigheid of
                            gemakzucht wordt achtergelaten of weggegooid. Degene die zich van dit
                            afval ontdoet kiest er namelijk zeer bewust voor om het afval niet via
                            de daarvoor geëigende manier af te voeren, maar om het onbeheerd achter
                            te laten in de openbare ruimte. Het kan zowel huishoudelijk als
                            bedrijfsafval zijn Veel voorkomend illegaal gedumpt afval is huisvuil,
                            tuinafval, fietswrakken, accu’s, meubilair en autobanden. Ook het
                            bijplaatsen van afval bij inzamelvoorzieningen valt onder illegale
                            dumping.</al><al><vet><cursief>Ad. j. Wegen</cursief></vet></al><al>De omschrijvingen van het begrip ‘weg’ is ontleend aan de
                            Wegenverkeerswet 1994. De wegenverkeerswetgeving is toepasselijk op alle
                            feitelijk voor het openbaar verkeer openstaande wegen.</al><al><vet><cursief>Ad. k. Motorrijtuigen </cursief></vet></al><al>De omschrijvingen van het begrip ‘motorrijtuig’ is ontleend aan de
                            Wegenverkeerswet 1994.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met het
                                inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars aanwijzen
                                die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen van categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van de
                                bescherming van het milieu.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Eerste lid: De aanwijzing van de inzameldienst bij
                                    uitvoeringsbesluit</cursief></al><al>De gemeente is op basis van artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm
                                verplicht bij of krachtens de verordening een inzameldienst aan te
                                wijzen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Hoewel de
                                inzameldienst ook direct in de verordening kan worden aangewezen, is
                                er in deze verordening voor gekozen de aanwijzing in het
                                uitvoeringsbesluit op te nemen. </al><al><cursief>Tweede lid: De aanwijzing van andere
                                inzamelaars</cursief></al><al>De brede grondslag van de afvalstoffenverordening ten aanzien van
                                huishoudelijk afval is vastgelegd in artikel 10.24, tweede lid, Wm.
                                Op basis hiervan kunnen regels worden gesteld voor het inzamelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen. Zoals de Memorie van Toelichting stelt,
                                gaat het hierbij vooral om de inzameling van bestanddelen van het
                                huishoudelijk afval door anderen dan de inzameldienst. </al><al><cursief>Tweede lid: Detaillisten/reparatiebedrijven</cursief></al><al>De aanwijzing op grond van het tweede lid van dit artikel kan ook
                                worden gebruikt om detaillisten die bijvoorbeeld batterijen van
                                particulieren inzamelen, op hun verzoek aan te merken als
                                inzamelpunt. In het kader van de aanwijzing als inzamelpunt kunnen
                                nadere afspraken worden gemaakt met de inzamelende persoon of
                                instantie over bijvoorbeeld de wijze van inzameling, opslag en de
                                afgifte aan de gemeente, monitoring, etc. </al><al>Indien detaillisten en/of reparatiebedrijven in een amvb zijn
                                aangewezen als inzamelende instantie, is de gemeente niet bevoegd
                                daarover nadere regels te stellen. Dit betekent dat detaillisten
                                en/of reparatiebedrijven geen aanwijzing van de gemeente nodig
                                hebben om huishoudelijke apparaten in te nemen. Dit geldt
                                bijvoorbeeld voor de Regeling beheer elektrische en elektronische
                                apparatuur..</al><al><cursief>Derde lid: Voorschriften en beperkingen</cursief></al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.4 model-APV:
                                Voorschriften en beperkingen. Deze voorschriften en beperkingen
                                worden vervolgens nader gespecificeerd in het uitvoeringsbesluit. De
                                voorschriften en beperkingen kunnen voortvloeien uit het
                                gemeentelijk afvalbeleidsplan.]</al><al><cursief>Bescherming van het milieu</cursief></al><al>In artikel 10.23, eerste lid, Wm is bepaald dat de gemeenteraad in
                                het belang van de bescherming van het milieu een
                                afvalstoffenverordening vaststelt. De voorschriften of beperkingen
                                die krachtens de afvalstoffenverordening aan de inzameling kunnen
                                worden verbonden, beogen dus het belang van het milieu te
                                beschermen.</al><al>De memorie van toelichting zegt over artikel 10.23, eerste lid, Wm
                                nog het volgende: <cursief>"De gemeenten zijn gehouden om een
                                    afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels worden
                                    vastgesteld in het belang van het milieu. Dat is ruimer dan de
                                    doelmatige verwijdering van afvalstoffen. Ook regels die beogen
                                    de milieuaspecten van handelingen met afvalstoffen te beperken,
                                    zijn daardoor mogelijk. Te denken valt hierbij aan een verbod om
                                    ter voorkoming van (geluids-)overlast afvalstoffen in te zamelen
                                    voor zeven uur ’s ochtends"</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Afzonderlijke inzameling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende
                                categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk
                                ingezameld:</al><lijst><li nr="a."><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="b."><al>klein chemische afval;</al></li><li nr="c."><al>verpakkingsglas;</al></li><li nr="d."><al>vlakglas;</al></li><li nr="e."><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="f."><al>textiel;</al></li><li nr="g."><al>elektrische en elektronische apparatuur;</al></li><li nr="h."><al>metalen;</al></li><li nr="i."><al>asbest en asbesthoudend afval;</al></li><li nr="j."><al>bitumenhoudend afval;</al></li><li nr="k."><al>hout (onbehandeld en behandeld hout);</al></li><li nr="l."><al>verduurzaamd hout;</al></li><li nr="m."><al>frituurvet/olie</al></li><li nr="n."><al>autobanden;</al></li><li nr="o."><al>grof tuinafval;</al></li><li nr="p."><al>grof huishoudelijk afval;</al></li><li nr="q."><al>huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="r."><al>puin;</al></li><li nr="s."><al>bouw- en sloopafval;</al></li><li nr="t."><al>grond, zand en graszoden;</al></li><li nr="u."><al>huisraad (compleet, heel en schoon)</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Eerste lid: Landelijk afvalbeheersplan</cursief></al><al>Artikel 10.14 Wm bepaalt dat bestuursorganen, bij de uitoefening van
                                hun bevoegdheid met betrekking tot afvalstoffen, rekening dienen te
                                houden met het geldende afvalbeheerplan. Hieruit volgt dat bij het
                                vaststellen of wijzigen van de afvalstoffenverordening rekening
                                dient te worden gehouden met het LAP (Landelijk afvalbeheerplan). In
                                de opsomming in het eerste lid van dit artikel is daarom aangesloten
                                bij het LAP. Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) benoemt in
                                hoofdstuk 14 van deel 1 Beleidskader, de volgende door de consument
                                te scheiden afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en
                                karton, glas, textiel, elektrische en elektronische apparatuur,
                                klein chemisch afval, en componenten van grof huishoudelijk afval
                                (grof tuinafval, huishoudelijk bouw- en sloopafval, waaronder
                                verduurzaamd hout).</al><al><cursief>Eerste lid: Aanvulling lijst met andere
                                    categorieën</cursief></al><al>De lijst genoemd in artikel 3 kan naar behoefte met andere
                                categorieën worden uitgebreid. De grondslag hiervoor is te vinden in
                                artikel 10.21, derde lid, Wm, waarin gesteld wordt dat de raad kan
                                besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld,
                                metalen of autobanden.</al><al><cursief>Eerste lid sub a: GFT-afval</cursief></al><al>Artikel 10.21 tweede lid, Wm verplicht gemeenten in ieder geval tot
                                de afzonderlijke inzameling van groente-, fruit- en tuinafval
                                (GFT-afval). Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) gaat er in ieder
                                geval van uit dat GFT-afval apart wordt ingezameld. Ook het
                                ministerie van VROM houdt vast aan een verplichte GFT-inzameling. </al><al>Desondanks is afwijking van deze verplichting mogelijk in het belang
                                van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen,
                                bijvoorbeeld om redenen van de GFT-kwaliteit, kostenniveau of de
                                milieuhygiëne. Op grond van artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm
                                kan bij verordening worden bepaald dat in een deel van het
                                grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. </al><al><cursief>Eerste lid: Regeling beheer elektrische en elektronische
                                    apparatuur en besluit Batterijen</cursief></al><al>Ten slotte verplichten de regeling beheer elektrische en
                                elektronische apparatuur en het Besluit batterijen gemeenten tot de
                                gescheiden inzameling van elektrische en elektronische apparatuur
                                respectievelijk batterijen afkomstig van huishoudens. </al><al><cursief>Eerste lid: Afstemming met artikel 9: Afzonderlijk ter
                                    inzameling aanbieden</cursief></al><al>In artikel 9 is een verbod opgenomen om opgesomde categorieën anders
                                dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden. Afstemming van
                                artikel 3 met artikel 9 is gewenst. </al><al><cursief>Eerste lid: Uitspraak Raad van State over
                                textiel</cursief></al><al>Textiel is een afvalstof in de zin van artikel 1.1, eerste lid, Wm.
                                Dit blijkt uit een uitspraak (voorlopige voorziening) van de
                                Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS 28-01-2003,
                                200206958/1). </al><al>Het Intergemeentelijk Orgaan Rivierenland (IOR) had een
                                inzamelvergunning voor textiel verleend aan een charitatieve
                                instelling. Het bestuur van het IOR besloot uit oogpunt van
                                doelmatigheid de inzameling van textiel zelf ter hand te nemen en de
                                samenwerking met de charitatieve instelling te beëindigen. In een
                                voorlopige voorziening bij de Raad van State werd door de instelling
                                betoogd dat er geen sprake was van een afvalstof, omdat het textiel
                                met het oogmerk op hergebruik werd ingeleverd en ingezameld. </al><al>De Raad van State oordeelde echter anders. Het ingezamelde textiel
                                (draagbare en niet-draagbare kleding, lakens, dekens, grote lappen
                                stof en gordijnen) is aan te merken als een huishoudelijke
                                afvalstof, omdat de aangeboden kleding kennelijk ongesorteerd wordt
                                aangeboden en daarom nog een sorteerbewerking moet ondergaan. Een
                                deel van de ingezamelde textiel kan namelijk gebruikt worden
                                overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming, een deel is slechts
                                geschikt voor een ander gebruik en een deel is onbruikbaar. </al><al>De Raad van State verwijst ook naar een uitspraak van het Hof van
                                Justitie, waarin werd geoordeeld dat het toepassingsgebied van het
                                begrip afvalstof afhangt van de term “zich ontdoen van”. In de
                                genoemde feiten ligt volgens de Raad van State een aanwijzing
                                besloten dat de huishoudens zich van het textiel hebben willen
                                ontdoen, voornemens zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan
                                moeten ontdoen. De inzameling is daarom primair een
                                verantwoordelijkheid van de lokale gemeente.</al><al>De genoemde uitspraak betreft een voorlopige voorziening. De
                                Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de
                                voorgestelde lijn echter voortgezet in latere uitspraken; zie
                                bijvoorbeeld ABRS 17 december 2003, JM 2004/41. 200302669/1 en ABRS
                                24 februari 2006, LJN: AV2954, 200600642. Voor de
                                afvalstoffenverordening heeft de uitspraak van de Raad van State de
                                volgende consequentie. Het is niet aannemelijk dat een burger zijn
                                textiel gesorteerd kan aanbieden. Immers deze kan niet weten voor
                                welke bestemming hij bijvoorbeeld lappen of kleren aanbiedt
                                (hergebruik, poetslap of onbruikbaar). Een sorteerbewerking lijkt
                                hierdoor altijd noodzakelijk. Gesteld kan worden dat de gemeente op
                                grond van artikel 10.21 Wm een zorgplicht heeft voor de inzameling
                                van textiel. Dat betekent overigens niet dat de gemeente deze
                                inzameling zelf ter hand moet nemen. De gemeente kan op grond van
                                artikel 2, tweede lid, van deze afvalstoffenverordening besluiten
                                andere inzamelaars dan de inzameldienst aan te wijzen die met de
                                inzameling van het textiel belast zijn. </al><al><cursief>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede
                                lid</cursief></al><al>Het vastleggen van een omschrijving van de verschillende categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen is van belang om te kunnen ingrijpen bij
                                vervuiling van de fracties vanwege verkeerd aanbiedgedrag. Een te
                                zeer vervuilde fractie kan leiden tot kostentoerekening voor de
                                verwijdering door de be- of verwerker aan de gemeente, en in het
                                uiterste geval tot weigering van de ingezamelde fractie. </al><al>Het verdient in dat verband aanbeveling om in het besluit ook een
                                ‘welles-nietes’-lijst op te nemen, waarin is aangegeven welke
                                componenten de betreffende afvalcategorie omvat en welke daartoe
                                juist niet behoren (zie bijvoorbeeld de welles-nietes-lijsten in de
                                VNG-handreiking Gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen en
                                het GFT-boekje van het voormalige Afval Overleg orgaan).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De inzameling kan plaatsvinden via:</al><lijst><li nr="a."><al>een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;</al></li><li nr="b."><al>een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal
                                        percelen;</al></li><li nr="c."><al>een inzamelvoorziening op wijkniveau;</al></li><li nr="d."><al>een brengdepot op lokaal of regionaal niveau.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege
                                verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de
                                inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen
                                ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>In dit artikel worden de niveaus van inzameling aangegeven. Hiermee
                                wordt recht gedaan aan de vervaging van het onderscheid tussen
                                huis-aan-huisinzameling en inzameling via brengvoorzieningen op
                                verschillende niveaus (groep percelen, wijk, lokaal of regionaal
                                niveau). </al><al><cursief>Eerste lid, onder a: Inzameling bij elk
                                    perceel(haalsysteem)</cursief></al><al>Op grond van artikel 10.21, eerste lid, Wm is de gemeente verplicht
                                tot het wekelijks inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen bij elk
                                binnen haar grondgebied gelegen perceel. Op grond van artikel 10.21,
                                tweede lid, Wm wordt daarbij in ieder geval groente-, fruit- en
                                tuinafval afzonderlijk ingezameld, tenzij daar in het kader van
                                doelmatig beheer van wordt afgeweken (zie de toelichting op artikel
                                3 van deze verordening).</al><al>De inzameling bij elk perceel is individueel en vindt plaats bij
                                elke woning via een haalsysteem. De bewoners maken gebruik van
                                individuele inzamelmiddelen, zoals gemeentelijke huisvuilzakken,
                                duobakken, minicontainers of afvalemmers.</al><al><cursief>Eerste lid, onder a: Inzameling bij hoogbouw</cursief></al><al>Voor het bewaren en aanbieden van huishoudelijk afval kan van
                                gemeentewege eventueel een bewaar- of inzamelmiddel worden
                                verstrekt. De inzamelmiddelen worden buitengezet op de dag van
                                inzameling. Bij hoogbouw kunnen soms inpandige inzamelvoorzieningen
                                worden getroffen, zoals stortkokers of containers. Benadrukt moet
                                worden dat een of meer inzamelcontainers bij één flat, moet worden
                                gezien als inzameling bij elk perceel. </al><al><cursief>Eerste lid, onder b: Inzameling nabij elk
                                    perceel(brengsysteem)</cursief></al><al>In afwijking van artikel 10.21 Wm kan de raad op grond van artikel
                                10.26 eerste lid, onder a, Wm bij verordening besluiten dat - in
                                plaats van bij elk perceel - nabij elk perceel wordt ingezameld.
                                Gemeenten moeten daarbij wel voldoen aan randvoorwaarden die zijn
                                opgenomen in de "Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke
                                afvalstoffen nabij elk perceel". Deze regeling is in november 1998
                                in werking getreden (zie ook artikel 10.26, vierde lid, Wm). Indien
                                de raad besluit tot de inzameling nabij elk perceel, is hij
                                verplicht om de inspraakverordening toe te passen (zie artikel
                                10.26, tweede lid, Wm). Daarnaast is het college verplicht om de
                                inspecteur op de hoogte te stellen van het voornemen tot dit besluit
                                (zie artikel 10.26, derde lid, Wm).</al><al>In het kader van het project Herijking VROM-regelgeving
                                (kamerstukken II, 2003/04, 29200 XI, nr. 7), waarmee het ministerie
                                van VROM in 2003 van start is gegaan, is gezocht naar wettelijke
                                regels die vanwege overbodige bureaucratie of problemen met de
                                uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en fraudegevoeligheid zouden
                                moeten worden aangepast of afgeschaft. Een van de
                                herijkingsvoorstellen is dat de Regeling voorwaarden inzamelen
                                huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel zal worden
                                ingetrokken. Uit het oogpunt van decentralisatie is het dan niet
                                noodzakelijk om te bepalen binnen welke maximale afstand van de
                                perceelgrens de gemeente moet zorgdragen voor de inzameling van
                                huishoudelijk afval, indien het inzameling nabij elk perceel
                                betreft. De gemeente heeft hierin haar eigen beleidsvrijheid. Dit
                                wetsvoorstel is eind 2007 naar de Raad van State gestuurd. De Raad
                                van State heeft in maart 2008 neutraal geadviseerd. . Indien het
                                wetsvoorstel doorgang zal vinden, zal de regeling vervallen en
                                krijgen gemeenten de vrijheid om invulling te geven aan de
                                inzameling nabij elk perceel. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om de
                                criteria uit de ministeriële regeling te blijven gebruiken of gezien
                                hun eigen specifieke omstandigheden andere criteria vastleggen.</al><al>Van inzameling nabij elk perceel is sprake bij gebruik van
                                collectieve inzamelmiddelen, brengsystemen waar een groep
                                huishoudens gezamenlijk gebruik van maakt. Huishoudelijk afval wordt
                                dus niet bij elk perceel - bij elke woning - opgehaald, maar vanaf
                                een centraal punt voor meerdere huishoudens gezamenlijk. De
                                huishoudens beschikken over individuele bewaarmiddelen en moeten
                                deze brengen naar de plaats waar het collectieve inzamelmiddel staat
                                opgesteld. Te denken valt aan de ondergrondse inzamelvoorzieningen
                                ten behoeve van meerdere gestapelde woningcomplexen.</al><al>Van inzameling nabij elk perceel is ook sprake bij het gebruik van
                                zogenaamde clusterplaatsen. Een clusterplaats is een plaats waar de
                                burger het individuele inzamelmiddel op de dag van ophalen naar toe
                                brengt. Voorbeelden van clusterplaatsen zijn: een parkje, een
                                pleintje, een parkeerplaats waar op de dag van inzameling niet mag
                                worden geparkeerd of een centrale, als zodanig gemerkte plaats op de
                                stoep.</al><al>Voor beide vormen van collectieve inzameling geldt dat de inzameling
                                laagdrempelig moet zijn.</al><al>Voor de clusterplaats geldt dat dit het geval is als de afstand
                                tussen perceel en clusterplaats niet meer is dan 75 meter, waarbij
                                de raad in bijzondere gevallen maximaal 125 meter kan toestaan. </al><al>Voor de inzamelvoorzieningen geldt hetzelfde, echter aangevuld met
                                een aantal extra eisen. Deze eisen zijn: de inzamelvoorziening is
                                voor een ieder goed bereikbaar en toegankelijk, de afvalstoffen
                                kunnen eenvoudig worden achtergelaten en er wordt gelegenheid
                                gegeven om ten minste 12 aaneengesloten uren per week huishoudelijke
                                afvalstoffen aan te bieden.</al><al><cursief>Handreiking inzamelen bij/nabij elk perceel</cursief></al><al>Naar aanleiding van deze regeling heeft de VNG de ‘Handreiking
                                inzamelen bij/nabij elk perceel’ opgesteld, die in 1999 verschenen
                                is (ISBN 90 322 7344 2). Deze handreiking gaat in op de keuze tussen
                                bij en nabij elk perceel inzamelen en beoogt het bieden van een
                                afwegingskader van alle lokale belangen. Uitgegaan wordt van een
                                gelijkwaardigheid van beide inzamelwijzen. </al><al><cursief>Eerste lid, onder c: Inzamelvoorziening op
                                    wijkniveau</cursief></al><al>Gedacht kan worden aan zogenaamde wijkcontainers waar de burger
                                bijvoorbeeld glas en oud papier en karton naar toe brengt. Dit zijn
                                permanent aanwezige voorzieningen. Het gebruik van de
                                wijkvoorzieningen is niet beperkt tot de gebruikers van een bepaalde
                                groep percelen.</al><al><cursief>Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede
                                lid</cursief></al><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit voor iedere gebruiker van een
                                perceel per categorie huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen via
                                welk(e) inzamelmiddel of -voorziening wordt ingezameld. De
                                inzamelmiddelen kunnen van gemeentewege worden verstrekt of
                                geplaatst, of moeten door de burger zelf worden aangeschaft.</al><al>Bij dit uitvoeringsbesluit kan worden gedacht aan een overzicht van
                                de gemeente, waarop is aangegeven waar ingezameld wordt via
                                inzamelmiddelen voor de gebruiker van een perceel, dan wel via
                                inzamelvoorzieningen voor een groep gebruikers van percelen. </al><al>Wat betreft de inzamelvoorzieningen op wijkniveau (zoals glasbakken)
                                en de brengdepots kan eventueel worden volstaan met het aanwijzen
                                van de categorie van huishoudelijk afval waarvoor de voorziening is
                                bestemd (dit kan bijvoorbeeld door het aanbrengen van een pictogram
                                op de container). Het opstellen van een dergelijk overzicht is
                                bewerkelijker naarmate de variatie in inzamelmiddelen en
                                -voorzieningen tussen gebruikers groter is. </al><al>Specifieke aanwijzing van de groep gebruikers van percelen die hun
                                afvalstoffen via een bepaalde inzamelvoorziening mogen (of moeten)
                                aanbieden, kan van belang zijn om tegen te gaan dat ook inwoners uit
                                andere delen van de gemeente gebruik maken van de
                                inzamelvoorziening, met als gevolg bijvoorbeeld een (vroegtijdig)
                                overvolle container. </al><al>Het aanwijzen van een groep gebruikers is noodzakelijk indien de
                                afvalstoffenheffing binnen de gemeente wordt gedifferentieerd naar
                                het aanbod van afval.</al><al><cursief>Eisen aan het inzamelmiddel </cursief></al><al>Wanneer het inzamelmiddel niet door de gemeente wordt verstrekt, kan
                                worden vereist dat het inzamelmiddel aan bepaalde normen voldoet.
                                Ook kan via deze bepaling worden geregeld dat alleen huisvuilzakken
                                met een gepatenteerde gemeentelijke opdruk mogen worden gebruikt
                                indien wordt gewerkt met een systeem van dure zakken als vorm van
                                tariefdifferentiatie. Voor bepaalde categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen (bijvoorbeeld asbest) kunnen specifieke eisen aan het
                                inzamelmiddel worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Frequentie van inzamelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval worden
                                tenminste een maal per week bij elk perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid worden huishoudelijk restafval en
                                groente-, fruit- en tuinafval in bepaalde delen van de gemeente (zie
                                toelichting) eenmaal per week nabij elk perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid worden huishoudelijk restafval en
                                groente-, fruit- en tuinafval in bepaalde delen van stadsdeel Geleen
                                (zie toelichting) eenmaal per twee weken nabij elk perceel
                                ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de
                                overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in
                                aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel worden
                                ingezameld</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Wekelijkse inzamelfrequentie</cursief></al><al>De gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk
                                afval en groente-. fruit- en tuinafval bij elk perceel is op grond
                                van artikel 10.21, eerste lid, respectievelijk tweede lid Wm,
                                gesteld op ten minste eenmaal per week. Artikel 10.21, eerste lid,
                                Wm bepaalt dat de gemeente, al dan niet in samenwerking met andere
                                gemeenten, er voor zorg draagt dat tenminste eenmaal per week de
                                huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar
                                grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld
                                kunnen ontstaan. Op grond van artikel 10.21, tweede lid, Wm wordt
                                daarbij in ieder geval groente-, fruit- en tuinafval afzonderlijk
                                ingezameld. </al><al>De wekelijkse inzamelplicht bij elk perceel geldt uitdrukkelijk niet
                                voor grove huishoudelijke afvalstoffen (zie ook artikel 10.21,
                                eerste lid, Wm). Wel geldt voor deze categorie huishoudelijke
                                afvalstoffen op grond van artikel 10.22, eerste lid, onder a en b,
                                Wm een zorgplicht. </al><al>Op basis van artikel 10.26, eerste lid, onder b, Wm, kan de raad in
                                het belang van een doelmatig beheer, besluiten tot afwijking van de
                                wekelijkse inzamelfrequentie. De raad is in dit geval verplicht om
                                de inspraakverordening toe te passen (zie artikel 10.26, tweede lid,
                                Wm). </al><al>De gemeente is op grond van artikel 10.27 Wm verplicht om bij
                                afwijking van artikel 10.21 Wm, op ten minste één daartoe ter
                                beschikking gestelde plaats binnen de gemeente in voldoende mate
                                gelegenheid te bieden om huishoudelijke afvalstoffen achter te
                                laten.</al><al>Op grond van artikel 10.26, eerste lid, onder a, Wm, kan de raad in
                                het belang van een doelmatig beheer, besluiten huishoudelijke
                                afvalstoffen nabij elk perceel in te zamelen. Zie voor een
                                uitgebreide toelichting voor de inzameling nabij elk perceel het
                                commentaar onder artikel 4.</al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>In dit lid is vastgelegd dat huishoudelijk restafval en groente-,
                                fruit- en tuinafval bij elk perceel minimaal eenmaal per week worden
                                ingezameld. Minimaal eenmaal per week bij elk perceel is van
                                toepassing op bepaalde huishoudens (hoogbouw) die gebruik maken van
                                de ondergrondse afvalinstallaties en bepaalde huishoudens die
                                gebruik maken van duobakken in de stadsdelen Sittard en Born</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Op grond van het tweede lid wordt de wekelijkse inzameling van
                                huishoudelijke restafval en groente-, fruit- en tuinafval
                                    <onderstreept>nabij</onderstreept> elk perceel geregeld. Dit is
                                van toepassing op bepaalde huishoudens die gebruik maken van
                                ondergrondse afvalinstallaties (gestapelde bouw) alsmede huishoudens
                                die hun inzamelmiddel op zogenaamde clusterplaatsen moeten
                                aanbieden. Het betreft in dit laatste geval bepaalde huishoudens die
                                de beschikking hebben over minicontainers in het stadsdeel Geleen. </al><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>Op basis van het derde lid kan het huishoudelijke restafval en
                                groente-, fruit- en tuinafval in nader aangeduide situaties eenmaal
                                per twee weken nabij elk perceel worden ingezameld. Het betreft de
                                huishoudens in stadsdeel Geleen die de beschikking hebben over
                                minicontainers. </al><al><cursief>Vierde lid</cursief></al><al>Dit artikel heeft alleen betrekking op de overige categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk bij elk perceel worden
                                ingezameld en is beperkt tot het regelen van de frequentie van
                                inzamelen. </al><al>De dagen en tijden waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling
                                kunnen worden aangeboden, kunnen worden geregeld op basis van
                                artikel 11 van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>het is verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere
                                inzamelaars</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het kader
                                van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van
                                bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben gekregen
                                voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>De inzameling</cursief></al><al>Gemeenten zijn belast met de zorgplicht voor de inzameling van
                                huishoudelijke afvalstoffen. Zij hebben daarmee ook het recht om te
                                bepalen dat het verboden is aan andere dan de door het college
                                aangewezen inzameldienst en instanties om huishoudelijke
                                afvalstoffen in te zamelen, </al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>In dit kader is de brede omschrijving die in artikel 1 is gegeven
                                van het begrip inzamelen van belang. Ook het innemen van
                                huishoudelijke afvalstoffen in de winkel (bijvoorbeeld batterijen,
                                tl-lampen, huishoudelijke apparaten) valt hieronder. Wanneer de
                                gemeente deze serviceverlening op prijs stelt, kunnen de betreffende
                                winkels op grond van artikel 2, tweede lid, door het college worden
                                aangewezen als inzamelende persoon of instantie. </al><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>Het derde lid is nodig omdat het inzamelverbod behoudens aanwijzing
                                niet mag gelden voor personen </al><al>of instanties die bij AMVB of ministeriële beschikking in het kader
                                van producentenverantwoordelijkheid een inzamelplicht hebben
                                gekregen</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>TER INZAMELING AANBIEDEN VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen aan anderen</titel></kop><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden
                            aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of
                            instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij
                            algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een
                            inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën van huishoudelijke
                            afvalstoffen.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al>Burgers mogen de diverse categorieën huishoudelijke afvalstoffen alleen
                            aanbieden aan de in het uitvoeringsbesluit dat betrekking heeft op
                            artikel 2 aangewezen inzameldiensten en inzamelaars. Daarnaast mogen
                            bepaalde categorieën afvalstoffen ook worden aangeboden aan instanties
                            die daartoe bij AmvB (Algemene Maatregel van Bestuur) of ministerieel
                            besluit een inzamelplicht hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</titel></kop><al>Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke
                            afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst of de
                            andere inzamelaars. </al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat alleen diegenen die binnen de gemeente
                            afvalstoffenheffing betalen, huishoudelijke afvalstoffen mogen
                            aanbieden. Achtergrond van dit artikel is de toename in het illegaal
                            aanbieden van afvalstoffen door inwoners van andere gemeenten
                            (afvaltoerisme) of door bedrijven van binnen en buiten de eigen
                            gemeente, die op deze manier de kosten van de verwijdering van hun
                            afvalstoffen willen ontlopen. </al><al>De keuze voor de formulering ‘<cursief>anderen dan de gebruikers
                                van</cursief> ...’ is gekoppeld aan de Verordening
                            reinigingsrechten. Overigens is het natuurlijk niet de bedoeling om te
                            verbieden dat degene die de heffing betaalt zijn afvalstoffen door
                            iemand anders laat aanbieden namens hem. </al><al><cursief>Recreatiewoningen</cursief></al><al>Ten aanzien van de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen bij
                            recreatiewoningen kan het volgende worden opgemerkt. Er zijn twee
                            situaties mogelijk.</al><al>In de eerste plaats kan een recreatiewoning deel uitmaken van een
                            inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Er is sprake van een
                            inrichting zodra er een technische, organisatorische of functionele
                            samenhang is. Dit is bijvoorbeeld zo wanneer het gaat om een
                            recreatiepark of als er voor de recreatiewoningen veel gezamenlijk is
                            geregeld. Bij recreatiewoningen die vaak worden verhuurd is gauw sprake
                            van een organisatorische samenhang. Indien er gezamenlijke technische
                            voorzieningen zijn (bijvoorbeeld gastanks of warmwatervoorzieningen) is
                            er ook al gauw sprake van een inrichting. Vrijkomend afval moet dan
                            worden gezien als bedrijfsafval. De verantwoordelijkheid voor de
                            verwijdering van bedrijfsafval ligt in dat geval bij de houder van de
                            inrichting. De regels die hiervoor gelden, staan in Besluit Horeca-,
                            sport- en recreatie-inrichtingen.</al><al>Maken de recreatiewoningen geen onderdeel uit van een inrichting in de
                            zin van de Wet milieubeheer, dan is het vrijkomende afval huishoudelijk
                            afval. Van belang is vervolgens de vraag of er op het perceel geregeld
                            huishoudelijke afvalstoffen vrijkomen. Artikel 10.21, eerste lid, Wm
                            verklaart de zorgplicht van de gemeente namelijk van toepassing indien
                            er op een perceel geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
                            Daartegenover staat dat de gemeente in dat geval ook een
                            afvalstoffenheffing kan heffen. Omgekeerd geldt ook hetzelfde. Ontstaan
                            er op een perceel niet geregeld huishoudelijke afvalstoffen, dan geldt
                            de zorgplicht van de gemeente niet en kan eveneens geen
                            afvalstoffenheffing worden geheven.</al><al>In sommige gevallen kan de inzameling van huishoudelijk afval niet
                            doelmatig zijn, bijvoorbeeld wanneer de recreatiewoningen vrijwel
                            onbereikbaar zijn). In dat geval kan de raad op grond van artikel 10.26,
                            eerste lid, onder b en c, Wm beslissen dat op een deel van het
                            grondgebied niet of met een andere regelmaat wordt ingezameld (zie ook
                            artikel 10.26, tweede en derde lid, Wm en artikel 10.27 Wm). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om de categorieën huishoudelijke afvalstoffen zoals
                                bepaald in artikel 3, eerste lid, anders dan afzonderlijk ter
                                inzameling aan te bieden:</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan
                                anderen dan de krachtens artikel 2 aangewezen inzameldienst en
                                andere inzamelaars.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de bij nadere
                                regels aan te wijzen categorieën van personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het aanbieden
                                van categorieën huishoudelijke afvalstoffen aan personen of
                                instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij
                                algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een
                                inzamelplicht hebben gekregen voor die categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Landelijk afvalbeheersplan</cursief></al><al>Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) benoemt in hoofdstuk 14 van deel
                                1 Beleidskader, een aantal door de consument te scheiden
                                afvalstoffen. Bij het vaststellen of wijzigen van de
                                afvalstoffenverordening dient rekening te worden gehouden met het
                                LAP. In de opsomming in het eerste lid van artikel 3 is derhalve
                                aangesloten bij het LAP (zie ook toelichting op artikel 3)..</al><al><cursief>GFT-afval</cursief></al><al>Artikel 10.21 tweede lid, Wm verplicht gemeenten in ieder geval tot
                                de afzonderlijke inzameling van groente, fruit- en tuinafval
                                (GFT-afval). Afwijking van de wettelijke inzamelplicht van groente-,
                                fruit- en tuinafval is mogelijk in het belang van een doelmatig
                                beheer van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld om redenen van
                                de GFT-kwaliteit, kostenniveau of de milieuhygiëne. Op grond van
                                artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm kan bij verordening worden
                                bepaald dat in een deel van het gemeentelijke grondgebied geen
                                huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. In dit geval is de
                                inspraakverordening van toepassing en stelt het college de
                                inspecteur op de hoogte van het voornemen. Zie ook de toelichting op
                                artikel 3.</al><al><cursief>Afstemming met artikel 3 Afzonderlijke
                                inzameling</cursief></al><al>In artikel 3 is een opsomming opgenomen van de categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld.
                                Artikel 9 houdt een verbod in voor de burger. </al><al><cursief>Vierde lid</cursief></al><al>Het vierde lid is nodig, omdat het verbod op het aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst of
                                andere inzamelaars niet mag gelden voor het aanbieden van afval aan
                                personen of instanties die bij AMvB of ministeriële regeling in het
                                kader van producenten-verantwoordelijkheid een inzamelplicht hebben
                                gekregen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de gebruiker van een perceel voor wie krachtens artikel 4,
                                tweede lid, voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen
                                een inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de
                                betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via het daartoe
                                aangewezen inzamelmiddel of inzamelvoorziening of brengdepot.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via
                                een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de
                                categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening
                                krachtens artikel 4, tweede lid, is bestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van
                                gemeentewege verstrekt inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop
                                huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen
                                die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter
                                inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Wettelijke plicht brengdepots</cursief></al><al>Op grond van artikel 10.27 Wm is een gemeente in een aantal gevallen
                                verplicht om op tenminste één daartoe ter beschikking gestelde
                                plaats binnen de gemeente (of binnen de gemeenten waarmee wordt
                                samengewerkt) een brengdepot te realiseren.</al><al>Het gaat om de gevallen waarin de raad op grond van artikel 10.26,
                                eerste lid, onder a, b en c, Wm afwijkt van artikel 10.21 Wm:
                                inzameling nabij elk perceel, inzameling met een bij verordening
                                aangegeven regelmaat en uitsluiting van inzameling op een deel van
                                het grondgebied van de gemeente.</al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Het eerste lid betreft het verbod om categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen anders aan te bieden dan via het aangewezen
                                inzamelmiddel of de inzamelvoorziening. Bij inzamelmiddelen voor de
                                gebruiker van een perceel kan worden gedacht aan vaste
                                inzamelmiddelen, zoals minicontainers, duobakken, afvalemmers,
                                kratjes, kca-boxen en dergelijke, maar ook aan gemeentelijke
                                huisvuilzakken of plastic folie waarin asbesthoudend afval moet
                                worden verpakt. De inzamelmiddelen kunnen al dan niet van
                                gemeentewege worden verstrekt.</al><al><cursief>Tweede </cursief>lid</al><al>Het tweede lid betreft een verbod om andere categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden via een inzamelmiddel of
                                inzamelvoorziening die voor een bepaalde categorie huishoudelijke
                                afvalstof is aangewezen.</al><al><cursief>Vijfde lid</cursief></al><al>De mogelijkheid om huishoudelijke afvalstoffen te kunnen aanbieden
                                zonder inzamelmiddel of -voorziening (bij het perceel of op een
                                ander inzamelniveau) is vooral van belang voor grof huisvuil of grof
                                tuinafval. </al><al><cursief>Uitvoeringsbesluiten</cursief></al><al>Artikel 10 biedt de basis tot het stellen van diverse regels die
                                relevant zijn voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
                                Deze regels kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="·"><al>maximale gewicht</al></li><li nr="·"><al>maximaal aantal aan te bieden inzamelmiddelen</al></li><li nr="·"><al>voorwaarden voor gebruik van inzamelmiddelen</al></li><li nr="·"><al>eisen aan inzamelmiddel</al></li><li nr="·"><al>regels voor het gebruik van inzamelvoorzieningen op
                                        wijkniveau</al></li><li nr="·"><al>regels ten aanzien van het aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen bij het brengdepot op lokaal of regionaal
                                        niveau</al></li></lijst><al>In het onderstaande wordt (niet uitputtend) aangegeven welke regels
                                door het college kunnen worden gesteld.</al><al><cursief>Uitvoeringsbesluiten op grond van het derde
                                    lid</cursief>:<cursief> gebruik inzamelmiddel</cursief></al><al><cursief><onderstreept>Voorwaarden waaronder het inzamelmiddel wordt
                                        verstrekt</onderstreept></cursief></al><al>Op grond van dit lid kan het college regels stellen over voorwaarden
                                waaronder het inzamelmiddel wordt verstrekt. Gedacht kan worden aan
                                de juridische basis van de verstrekking (bijvoorbeeld
                                bruikleenovereenkomst), regels in geval van verhuizing van een
                                gebruiker van een perceel, aansprakelijkheid voor de schade of
                                verdwijning van het verstrekte inzamelmiddel.</al><al><cursief><onderstreept>Gebruik en reiniging van het verstrekte
                                        inzamelmiddel</onderstreept></cursief></al><al>Met betrekking tot het gebruik van vaste inzamelmiddelen kunnen
                                bijvoorbeeld regels worden gesteld rond het aanbrengen van
                                veranderingen aan de container. Dit kan in het bijzonder relevant
                                zijn wanneer de gemeente ook met herkenningssystemen voor
                                individuele containers werkt. Daarnaast kan bijvoorbeeld worden
                                gedacht aan een verbod op het deponeren van hete vloeistoffen in de
                                container. Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel in het belang
                                van de doelmatige verwijdering (voorkomen dat afval in de container
                                blijft plakken) regelmatig wordt gereinigd. De burger kan dit
                                eventueel uitbesteden, maar blijft zelf verantwoordelijk voor de
                                naleving van de regels gesteld krachtens de verordening</al><al><cursief>Uitvoeringsbesluiten op grond van het vierde lid: Plaats en
                                    wijze van aanbieden</cursief></al><al><cursief><onderstreept>Plaats van
                                aanbieden</onderstreept></cursief>. </al><al>Bepaald kan worden dat het inzamelmiddel op de krachtens artikel
                                11vastgestelde inzameldag langs de inzamelroute op de weg kan worden
                                geplaatst, eventueel uit te breiden met nadere aanwijzingen voor een
                                specifiek verzamelpunt voor het plaatsen van de inzamelmiddelen. Dit
                                kan gebeuren vanuit oogpunt van verkeersveiligheid, maar
                                bijvoorbeeld ook om redenen van doelmatige inzameling en
                                arbeidsbelasting. In artikel 10.26 Wm (‘inzameling nabij de
                                percelen’) is hiervoor uitdrukkelijk de bevoegdheid gecreëerd. </al><al>Voorgeschreven kan worden dat bepaalde categorieën huishoudelijke
                                afvalstoffen (met name klein chemisch afval) niet op de weg mogen
                                worden geplaatst, maar persoonlijk moeten worden aangeboden aan de
                                inzamelaar. </al><al>Verder kan worden bepaald dat het inzamelmiddel zodanig op de weg
                                moet worden geplaatst dat het voetgangers- en overige verkeer niet
                                wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of
                                schade wordt voorkomen.</al><al><cursief><onderstreept>Wijze van aanbieden</onderstreept></cursief>. </al><al>Gedacht kan worden aan de volgende regels:</al><lijst><li nr="-"><al>het inzamelmiddel dient goed gesloten te zijn;</al></li><li nr="-"><al>er mag geen sprake zijn van uitsteeksels, die kunnen leiden
                                        tot verwondingen of het scheuren van de huisvuilzak.</al></li></lijst><al><cursief><onderstreept>Maximaal gewicht en maximaal aantal
                                        inzamelmiddelen per keer</onderstreept></cursief>. </al><al>Het maximaal toelaatbare gewicht zal onder meer samenhangen met de
                                wijze van inzameling, de toelaatbare arbeidsbelasting van de
                                huisvuilbeladers, het gebruikte inzamelvoertuig. Behalve een
                                beperking aan het gewicht per inzamelmiddel kan ook een beperking
                                worden opgelegd naar aantal inzamelmiddelen dat per keer mag worden
                                aangeboden. Er kan op dit punt een koppeling worden gelegd met de
                                tarieven in de belastingverordening. Overigens moet daarbij wel
                                worden gelet op de handhaafbaarheid van de bepaling.</al><al><cursief><onderstreept>Regels ten aanzien van het gebruik van
                                        inzamelvoorzieningen:</onderstreept></cursief></al><al>Regels die door het college kunnen worden gesteld ten aanzien van
                                inzamelvoorzieningen omtrent de wijze van aanbieding zijn
                                bijvoorbeeld:</al><lijst><li nr="·"><al>de afvalstoffen dienen in een goed gesloten zak in de
                                        verzamelcontainer te worden gedeponeerd;</al></li><li nr="·"><al>de inzamelvoorziening dient na gebruik goed te worden
                                        gesloten;</al></li><li nr="·"><al>het is verboden afvalstoffen naast de verzamelcontainer te
                                        plaatsen</al></li><li nr="·"><al>het al dan niet mogen gebruiken van zakken voor groente-,
                                        fruit- en tuinafval.</al></li></lijst><al><cursief><onderstreept>Brengdepot</onderstreept></cursief></al><al>Met de term "brengdepots" wordt gedoeld op bemande voorzieningen op
                                lokaal of regionaal niveau waar meerdere afvalcomponenten heen
                                kunnen worden gebracht. Wanneer het een brengdepot op regionaal
                                niveau betreft, zal de vaststelling van de wijze waarop afvalstoffen
                                bij het depot kunnen worden aangeboden, vaak overgedragen zijn aan
                                het bestuur van de regio. De bepalingen in het uitvoeringsbesluit
                                zullen daarop moeten worden aangepast.</al><al><cursief>Uitvoeringsbesluit op grond van het vijfde lid: Inzamelen
                                    zonder inzamelmiddel</cursief></al><al>Het college kan bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                aanwijzen die zonder inzamelmiddel mogen worden aangeboden. Gedacht
                                kan worden aan oud papier en karton en grof tuinafval. Het college
                                kan bepalen hoe bedoelde afvalstoffen aangeboden moeten worden,
                                bijvoorbeeld gebundeld of in kartonnen dozen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt dagen en tijden vast waarop categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en
                                tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is
                                bepaald.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Uitvoeringsbesluit op grond van het eerste
                                lid</cursief></al><al>Bij het vaststellen van de dagen en tijden kan in het besluit van
                                het college een onderscheid worden gemaakt naar de verschillende
                                niveaus van inzameling en de daarbij gehanteerde inzamelmiddelen en
                                -voorzieningen. Voor de inzameling via een inzamelroute bij de
                                percelen kan worden gedacht aan de volgende regels:</al><lijst><li nr="-"><al>plaatsing op de weg mag niet geschieden vóór een bepaald
                                        tijdstip op de vastgestelde inzameldag of de dag
                                        voorafgaande aan de vastgestelde inzameldag;</al></li><li nr="-"><al>het van gemeentewege verstrekte inzamelmiddel dient zo
                                        spoedig mogelijk na lediging, doch uiterlijk voor een
                                        bepaald tijdstip op de vastgestelde inzameldag, van de weg
                                        te zijn verwijderd;</al></li></lijst><al>Bepaald kan ook worden dat inzameling bij het perceel op afroep
                                plaatsvindt. Afvalstoffen kunnen dan worden aangeboden op de dag
                                die, na de melding van de burger dat hij bepaalde afvalstoffen ter
                                inzameling wil aanbieden, wordt aangewezen.</al><al>Met betrekking tot inzamelvoorzieningen op buurt- of wijkniveau
                                (verzamelcontainers) kan worden bepaald dat de burger zijn
                                afvalstoffen slechts tussen bepaalde tijdstippen mag aanbieden. </al><al>Ten slotte kunnen op basis van dit artikel de openingstijden van de
                                brengdepots worden vastgelegd. Wanneer dit een regionaal depot
                                betreft en de vaststelling van de openingstijden is overgedragen aan
                                het bestuur van de regio, dient dat in dit artikel tot uitdrukking
                                te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het college
                            regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling
                            aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzamelaar of andere
                            inzamelaars.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al>Dit artikel biedt de grondslag voor een door het college vast te stellen
                            calamiteitenregeling. Een dergelijke (eventueel tijdelijke) regeling zou
                            bijvoorbeeld nodig kunnen zijn in geval van stakingen, etc.</al><al>Ook kan worden gedacht aan een regeling voor het aanbieden van
                            huishoudelijke afvalstoffen bij wegopbrekingen, het aanbieden van in
                            beslag genomen hennepplantages of het aanbieden van bedorven
                            etensresten. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>INZAMELING VAN BEDRIJFSAFVALSTOFFEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst</titel></kop><al>Het college kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de
                            inzameldienst worden ingezameld. </al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al>De inzameldienst kan naast huishoudelijke afvalstoffen bijvoorbeeld ook
                            bedrijfsafvalstoffen (of een bepaalde categorie van
                            bedrijfsafvalstoffen) inzamelen. Gedacht kan worden aan afval uit de
                            kantoren/winkels/dienstensector of bouw- en sloopafval (voor zover dit
                            niet wordt gerekend tot het huishoudelijk afval). </al><al>De gemeente heeft met betrekking tot bedrijfsafvalstoffen geen
                            zorgplicht en kan niet bepalen wie er binnen de gemeente al dan niet
                            mogen inzamelen zoals dat bij huishoudelijke afvalstoffen het geval
                            is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de
                                inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor de krachtens artikel 13 aangewezen
                                categorieën bedrijfsafvalstoffen, voorzover degene die gebruik maakt
                                van de inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee
                                ontstane belastingplicht op grond van de vigerende
                                    “<cursief>Verordening op de heffing en invordering van een
                                    afvalstoffenheffing 2009</cursief>”.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen en
                                plaatsen waarop de krachtens artikel 13 aangewezen
                                bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling kunnen
                                worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden de krachtens artikel 13 aangewezen
                                bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze
                                regels.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al>Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke
                                inzamelvoorzieningen mogen, voor zover artikel 13 daartoe de
                                mogelijkheid biedt, hun bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de
                                inzameldienst. Het college kan, net als bij huishoudelijke
                                afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de afvalstoffen
                                ter inzameling dienen te worden aangeboden.</al><al>In haar uitspraak van 1 november 2006 geeft de Afdeling
                                Bestuursrechtspraak van de Raad van State (LJN: AZ1257, 200603719/1)
                                nadere invulling aan het begrip "bedrijfsafval". Dit wordt in de
                                verordening gedefinieerd als "afvalstoffen, niet zijnde
                                huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen". Punt van
                                discussie vormen een aantal poststukken met naam en adresgegevens
                                van appelante, die aan de inzameldienst zijn aangeboden. De Afdeling
                                bepaalt dat ondanks de aard van het afval (papier), de geringe
                                hoeveelheid en de omstandigheid dat er sprake is van een kantoor aan
                                huis, de brieven, die gelet op de adressering afkomstig zijn van een
                                bedrijf, dienen te worden aangemerkt als bedrijfsafval. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                                ander dan de inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>het college kan regels stellen voor het ter inzameling aanbieden van
                                bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in
                                strijd met deze regels.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Inzameling bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de
                                    inzameldienst</cursief></al><al>De basis voor het stellen van regels over de inzameling van
                                bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde
                                lid, Wm. De gemeente mag geen vergunningstelsel hanteren voor de
                                inzameling van bedrijfsafvalstoffen. De memorie van toelichting zegt
                                hierover: “Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of
                                gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming
                                van het milieu regels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen
                                deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens
                                artikel 10.48 Wm voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen
                                de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van
                                de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de
                                markt.”</al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>De Wet milieubeheer geeft de gemeente uitdrukkelijk de bevoegdheid
                                om regels te stellen over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in
                                het belang van de bescherming van het milieu. Dit artikel is de
                                uitwerking hiervan. Het college kan in het belang van de bescherming
                                van het milieu regels stellen omtrent bijvoorbeeld de dagen, tijden,
                                wijze en plaatsen waarop bedrijfsafvalstoffen ter inzameling moeten
                                worden aangeboden. Het is dus mogelijk om in het belang van het
                                milieu bepaalde dagen aan te wijzen waarop bedrijfsafvalstoffen
                                mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming
                                van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten zoveel mogelijk
                                te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de
                                inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum.
                                Uiteraard gelden deze regels voor alle betrokken inzamelaars die
                                bedrijfsafvalstoffen ophalen.</al><al><cursief>Afbakening met artikel 13 en 14</cursief></al><al>Op grond van de artikelen 13 en 14 kunnen regels worden gesteld over
                                de inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst.
                                Artikel 15 betreft het stellen van regels over het ter inzameling
                                aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de
                                inzameldienst. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5</nr><titel>ZWERFAFVAL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats
                                en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een
                                afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te
                                storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een
                                wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding
                                van het milieu.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ten aanzien van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden
                                        van huishoudelijke afvalstoffen of
                                        bedrijfsafvalstoffen;</al></li><li nr="b."><al>het thuis composteren van groente-, fruit- en
                                        tuinafval;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of
                                        worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden,
                                        lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten
                                        van andere werkzaamheden op of aan de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de Wet
                                bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit voorziet in de
                                beoogde bescherming van het milieu.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In het Impulsprogramma van VNG, het ministerie van VROM en VNO-NCW
                                (bedrijfsleven) is de volgende ambitie geformuleerd:</al><al><cursief>“De ambitie van het programma, en daarmee van de
                                    samenwerkende partijen is om de preventie van zwerfafval, de
                                    handhaving en het opruimen zodanig ter hand te nemen dat de
                                    openbare ruimte eenduidig zichtbaar en meetbaar schoner is
                                    “.</cursief></al><al>De ergernis van de burger over zwerfafval is groot. Gemeenten spelen
                                daarom een belangrijke rol bij het voorkomen en bestrijding van
                                zwerfafval en daarmee het verbeteren van de directe leefomgeving van
                                de burger. Gedacht kan worden aan het creëren van voldoende
                                voorzieningen voor inzameling en verwijdering, communicatie met de
                                burger en de controle van (on)gewenst aanbied- en
                                wegwerpgedrag.</al><al>Op grond van artikel 10.25, onder a en b, Wm kunnen gemeenten in hun
                                afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is
                                sprake van facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de
                                bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht</al><al>In deze paragraaf van de afvalstoffenverordening zijn een aantal
                                artikelen over het voorkomen en beperken van zwerfafval
                                opgenomen.</al><al>Het regelen van het voorkomen en bestrijden van zwerfafval in de
                                afvalstoffenverordening en de handhaving hiervan is het sluitstuk
                                van een goede aanpak van het zwerfafval. Een goede aanpak van
                                zwerfafval vereist in de eerste plaats een goede analyse van het
                                daadwerkelijke probleem. Wie zijn de veroorzakers (bijvoorbeeld
                                scholieren, recreanten)? Op welke plekken ontstaat zwerfafval
                                (invalswegen, snoeproutes, winkelcentra, recreatiegebieden,
                                evenementen)? Ook het ontwikkelen van gemeentelijk beleid voor de
                                aanpak van zwerfafval is zeer wenselijk. Daarnaast zullen er ook een
                                aantal fysieke maatregelen genomen moeten worden, zoals voldoende
                                afvalbakken, blikvangers en dergelijke. Voor een goede aanpak in de
                                gemeente is het ook wenselijk om een coördinator te benoemen, omdat
                                er vaak meerdere afdelingen binnen een gemeente betrokken zijn. Ten
                                slotte is communicatie naar de burger een zeer belangrijk element in
                                de aanpak van zwerfafval. Gedacht kan worden aan lokale
                                reclamespotjes, folders, persberichten, lespakketten voor basis en
                                middelbaar onderwijs of zogenaamde speciaal schoonmaakacties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Dit artikel heeft primair een milieubeschermende functie en beoogt de
                            gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voorzover er
                            geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van
                            zwerfafval tegen te gaan. Zie voor illegale dumpingen ook het commentaar
                            op artikel 1.</al><al>Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de
                            bodem zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet
                            bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit van toepassing is.</al><al>Met opzet worden in het eerste lid ook de termen “stof” en “voorwerp”
                            gebruikt en niet alleen de term “afvalstof” , omdat niet altijd
                            duidelijk is of de desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen
                            zijn.</al><al><cursief>Wettelijke grondslag</cursief></al><al>In artikel 10.25, onder a, Wm wordt de basis gelegd voor het opnemen van
                            een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Van belang is dat
                            dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de Gemeentewet, maar
                            voortaan op artikel 10.25, onder a, Wm.</al><al>Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die hierover zegt: “De
                            onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a betreft
                            het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen
                            op diverse wijze worden gesteld.”</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Achterlaten van straatafval</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten
                                zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins
                                geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke
                                voorwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te
                                laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of
                                voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Straatafval</cursief></al><al>In artikel 1 van deze verordening wordt een definitie gegeven van
                                straatafval: “<cursief>huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte
                                    omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken,
                                    kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal,
                                    etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten
                                    een perceel</cursief>”.</al><al>Bij het begrip straatafval gaat het in feite om afval ‘dat onderweg
                                ontstaat’, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of
                                in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor je de burger (in
                                dit geval ook toeristen) de mogelijkheid wilt bieden om zich ter
                                plekke ervan te ontdoen (voorzover van zeer beperkte omvang en
                                gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de
                                omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe
                                opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd.</al><al>In de definitie van straatafval wordt uitdrukkelijk gesproken over
                                “buiten een perceel ontstaan”. Een huishoudelijke afvalstof,
                                ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de
                                bepalingen uit paragraaf 3 Ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen (regels voor de burger over de
                                aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                                afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor anderen dan de inzameldienst of andere inzamelaars
                                verboden afvalstoffen die ter inzameling gereed staan te doorzoeken
                                en te verspreiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter
                                inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen of deze omver te
                                werpen of deze anderszins te behandelen waardoor er zwerfafval
                                ontstaat.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Wettelijke grondslag</cursief></al><al>In hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer wordt in artikel 10.25,
                                onder a, Wm de basis gelegd voor het opnemen van een dergelijk
                                artikel in de afvalstoffenverordening. Van belang is dat dit artikel
                                voortaan niet meer is gebaseerd op de Gemeentewet, maar voortaan op
                                artikel 10.25, onder a, Wm.</al><al>Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die hierover zegt: “De
                                onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a
                                betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels
                                hieromtrent kunnen op diverse wijze worden gesteld. Zo kunnen er
                                regels worden gesteld omtrent het direct veroorzaken van dit soort
                                verontreiniging. Ook een verbod om ter inzameling gereed gezet afval
                                te doorzoeken ( “morgensterrenverbod”) kan op onderdeel a worden
                                gebaseerd”.</al><al><cursief>Eerste lid: Morgensterren</cursief></al><al>Het eerste lid heeft betrekking op wat wel de
                                “morgenster”-problematiek wordt genoemd. Het beoogt paal en perk te
                                stellen aan het doorzoeken en verwijderen van ter inzameling
                                aangeboden afvalstoffen voordat de medewerkers van de inzameldienst
                                ter plaatse zijn. Vaak immers heeft dit doorzoeken tot gevolg dat
                                het huisvuil over de hele straat verspreid ligt en de inzameldienst
                                zijn werk niet meer kan verrichten. Het aldus ontstane zwerfafval
                                veroorzaakt een zware belasting van de gemeentelijke
                                veegdienst.</al><al><cursief>Eerste lid: Inzameldiensten, andere inzamelaars en
                                    toezichthouders</cursief></al><al>Het kan in plaatselijke situaties wenselijk en doelmatig zijn, op
                                beperkte schaal “morgensterren” te dulden en het moet
                                vanzelfsprekend ook mogelijk zijn dat toezichthouders en handhavers
                                in de gelegenheid zijn om zo nodig de inhoud van aangebroken zakken,
                                emmers en (mini)containers te onderzoeken. </al><al><cursief>Tweede lid: Voorkomen van zwerfafval</cursief></al><al>In artikel 10.25, onder a, Wm wordt de basis gelegd voor het opnemen
                                van het tweede lid. Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die
                                hierover zegt: “De onderdelen a en b hebben betrekking op
                                zwerfafval. Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van
                                zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse wijze worden
                                gesteld.” Met het tweede lid wordt beoogd om zwerfafval bij ter
                                inzameling gereed staande afvalstoffen te voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                drinkwaren</titel></kop><al>De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden
                            verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de
                                    inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben,
                                    waarin het publiek afval kan achterlaten;</al></li><li nr="b."><al>zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp
                                    van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk
                                    geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds
                                    tijdig wordt geledigd;</al></li><li nr="c."><al>zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van
                                    de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging
                                    van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit
                                    artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval
                                    wordt opgeruimd.</al></li></lijst><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Wettelijke grondslag</cursief></al><al>In artikel 10.25, onder a, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van
                            een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Van belang is dat
                            dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de Gemeentewet.</al><al>Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over dit artikel zegt:
                            “De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a
                            betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent
                            kunnen op diverse wijze worden gesteld. Zo kunnen er regels worden
                            gesteld omtrent het direct veroorzaken van dit soort verontreiniging.
                            Veelal zal het daarbij gaan om een verbod, bijvoorbeeld om afval op
                            straat of in het water te werpen. De regels kunnen ook de aanwezigheid
                            van bepaalde voorzieningen (bijvoorbeeld een afvalbak bij een snackbar)
                            of het gebruik daarvan voorschrijven." </al><al>Inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht zijn
                            bijvoorbeeld een winkel, hal of kraam. Het afval dat hierbij kan
                            vrijkomen zijn bijvoorbeeld papier, etensresten, verpakkingsmateriaal of
                            ander afval.</al><al><cursief>Wet milieubeheer</cursief></al><al>Opgemerkt wordt dat een inrichting, zoals bedoeld in dit artikel,
                            vergunningsplichtig kan zijn op grond van de Wet milieubeheer dan wel
                            meldingsplichtig op grond van het Besluit algemene regels voor
                            inrichtingen milieubeheer, ook wel Activiteitenbesluit genoemd. Met de
                            inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit op 1 januari 2008 is het
                            voormalige Besluit Horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen
                            milieubeheer komen te vervallen.</al><al>De verplichting zoals opgenomen onder c van deze bepaling kan in deze
                            gevallen als voorschrift aan een dergelijke milieuvergunning worden
                            verbonden, dan wel rechtstreeks voortvloeien uit het
                            Activiteitenbesluit.</al><al><cursief>In de nabijheid van de inrichting</cursief></al><al>Artikel 213 van het Activiteitenbesluit bepaalt het volgende:
                                "<cursief>Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als
                                nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere
                                materialen die uit de inrichting afkomstig zijn of voor de
                                inrichting zijn bestemd binnen een straal van 25 meter van de
                                inrichting.</cursief>" Hieruit volgt dat het criterium "in de
                            nabijheid van de inrichting" kan worden uitgelegd als binnen een straal
                            van 25 meter van de inrichting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</titel></kop><al>Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander
                            promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de
                            verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien
                            deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere
                            voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden
                            weggeworpen.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Wettelijke grondslag</cursief></al><al>In artikel 10.25, onder b, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van
                            een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Van belang is dat
                            dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de Gemeentewet. Zie
                            hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over artikel 10.25 Wm
                                zegt:<cursief>“</cursief>De onderdelen a en b hebben betrekking op
                            zwerfafval. Onderdeel b betreft het opruimen van zwerfafval.”</al><al>Dit artikel is dus een uitwerking van artikel 10.25, onder b, Wm in de
                            vorm van een verplichting tot opruimen of laten opruimen van
                            reclamebiljetten of ander promotiemateriaal.</al><al>Een bepaling als vervat in dit artikel, werd door de Hoge raad
                            verenigbaar geacht met artikel 7 grondwet (oud artikel 7, eerste lid,
                            van de herziene Grondwet). Zie HR 27 februari 1951, 472
                            (Eindhoven).</al><al><cursief>Promotiemateriaal</cursief></al><al>Niet alleen reclamebiljetten worden aan het publiek uitgereikt. Ook
                            ander promotiemateriaal wordt vaak uitgereikt. Gedacht kan worden aan de
                            zogenaamde samplings, monsters of miniverpakkingen, waarin ter promotie
                            een product in een kleine hoeveelheid wordt aangeboden. Op grond van dit
                            artikel kan degene die dergelijk promotiemateriaal uitreikt, worden
                            verplicht het promotiemateriaal, de verpakking of de inhoud daarvan op
                            te ruimen of te laten opruimen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te
                                laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te
                                verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan
                                worden beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen,
                                stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu
                                nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden
                                verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen
                                of te laten reinigen:</al><lijst><li nr="a."><al>direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de
                                        verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of
                                        beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="b."><al>direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de
                                        verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het
                                        verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="c."><al>indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag
                                        direct na beëindiging van de werkzaamheden.</al></li></lijst><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al>In artikel 10.25, onder a en b, Wm is voortaan de basis gelegd voor
                                het opnemen van een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening.
                                Van belang is dat dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de
                                Gemeentewet. </al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>De grondslag voor het eerste lid is opgenomen in artikel 10.25,
                                onder a, Wm. Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over
                                artikel 10.25 Wm zegt: “De onderdelen a en b hebben betrekking op
                                zwerfafval. Onderdeel a betreft het voorkomen of het beperken van
                                zwerfafval. Regels hieromtrent kunnen op diverse wijze worden
                                gesteld. Zo kunnen er regels worden gesteld omtrent het direct
                                veroorzaken van dit soort verontreiniging.”</al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Het eerste lid beoogt het ontstaan van zwerfafval bij het laden of
                                lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te
                                voorkomen. </al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Het tweede lid vloeit voort uit artikel 10.25, onder b, Wm. De
                                memorie van toelichting zegt hierover: <cursief>“</cursief>De
                                onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel b
                                betreft het opruimen van zwerfafval.” Dit artikel is dus een
                                uitwerking van artikel 10.25, onder b, Wm in de vorm van een
                                verplichting tot het reinigen of laten reinigen van de weg bij het
                                ontstaan van zwerfafval. De opname van het tweede lid heeft vooral
                                betekenis in verband met het op kosten van de overtreder laten
                                reinigen van de weg (bestuursdwang).</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>6</nr><titel>OVERIGE ONDERWERPEN DIE DE VERORDENING AANGAAN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verbod opslag van afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in
                                de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter
                                inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die
                                in het kader van de producentenverantwoordelijkheid bij algemene
                                maatregel van bestuur of ministeriele regeling een inzamelplicht
                                hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al>In artikel 10.25, onder c, Wm is de basis gelegd voor het opnemen
                                van een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Bij de
                                afvalstoffenverordening kunnen voortaan in ieder geval regels worden
                                gesteld omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats
                                aanwezig hebben van afvalstoffen. </al><al>Artikel 10.25, onder c, Wm geldt voor de opslag van alle
                                afvalstoffen (zie ook de toelichting bij artikel 1 en artikel 23 van
                                deze verordening). Net als bij de bepalingen over zwerfafval, die
                                zijn gebaseerd op artikel 10.25, onder a en b, Wm is ook hier sprake
                                van facultatief medebewind. </al><al><cursief>Tweede lid </cursief></al><al>Op grond van het tweede lid kan het college ontheffing verlenen op
                                het verbod om onder andere afvalstoffen en autowrakken op te slaan
                                voor buiten de weg gelegen plaatsen. Door het opnemen van deze
                                bepaling in de afvalstoffenverordening is het artikel in de APV,
                                alleen voor wat betreft het aanwijzen van plaatsen voor afvalstoffen
                                en autowrakken, komen te vervallen.</al><al>Artikel 22 beoogt het belang van het milieu te beschermen. Ten
                                aanzien van autowrakken die op de weg zijn geplaatst heeft het
                                artikel in de APV een aanvullend motief op grond van de
                                verkeersveiligheid. Voor autowrakken zie ook de toelichting bij
                                artikel 23.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</titel></kop><al>Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een
                            autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte
                            aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer
                            Autowrakken.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Wettelijk regiem autowrakken</cursief></al><al>De regelgeving voor autowrakken is in 2002 drastisch gewijzigd. Op 8 mei
                            2002 is de wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer
                            afvalstoffen, Staatsblad 2001, 346) gedeeltelijk in werking getreden. Op
                            2 juli 2002 is het Besluit beheer autowrakken (Staatsblad 2002, 259) in
                            werking getreden. Het nieuwe Besluit Beheer Autowrakken (hierna te
                            noemen BBA) verplicht autofabrikanten om een hoogwaardig inname- en
                            verwerkingssysteem voor autowrakken op te zetten. </al><al><cursief>Definitie autowrak</cursief></al><al>Het begrip autowrak wordt in artikel 1, onder b, BBA als volgt
                            gedefinieerd: “voertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.1
                            lid 1 van de Wm”. </al><al>De Wet milieubeheer definieert het begrip afvalstof als: “alle stoffen,
                            preparaten of andere producten …… waarvan de houder zich ontdoet,
                            voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen”.</al><al>Door deze definities wordt een autowrak altijd aangemerkt als afvalstof
                            en valt hiermee dus onder de werking van deze bepaling.</al><al>In de Nota van toelichting van het BBA wordt nader ingegaan op het
                            begrip autowrak. </al><al><cursief>“De houder van een voertuig zal zich doorgaans daarvan ontdoen,
                                voornemens zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moeten
                                ontdoen, wanneer het voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat
                                verkeert en het niet meer op rendabele wijze in een rijtechnisch
                                voldoende staat is te brengen. Een motorrijtuig verkeert in een
                                rijtechnisch onvoldoende staat wanneer het niet voldoet aan de
                                wettelijke inrichtingseisen, genoemd in de wegenverkeerswetgeving of
                                aan de apk-eisen of andere ernstige technische gebreken kent,
                                bijvoorbeeld of essentiële onderdelen zijn gedemonteerd. Voor het
                                beantwoorden van de vraag of een voertuig op rendabele wijze weer in
                                rijtechnisch voldoende staat te brengen is, kan worden uitgegaan van
                                de richtprijzen voor gebruikte voertuigen en van de door garages en
                                schadeherstelbedrijven gehanteerde tarieven voor
                                reparatiewerkzaamheden. ….. De vraag of sprake is van een autowrak
                                zal van geval tot geval door een persoon belast met de handhaving
                                bepaald moeten worden op grond van de wet- en regelgeving en de
                                jurisprudentie terzake”. </cursief></al><al>Er is dus sprake van een autowrak indien een voertuig niet meer op
                            economisch rendabele wijze in rijtechnisch voldoende staat is te
                            brengen.</al><al><cursief>Opslag van autowrakken in inrichtingen in de zin van de Wet
                                milieubeheer</cursief></al><al>De provincie is bevoegd gezag voor Wm-inrichtingen die vijf of meer
                            autowrakken opslaan. Het college van de gemeente is bevoegd gezag voor
                            inrichtingen die onder de werking van het Besluit inrichtingen voor
                            motorvoertuigen milieubeheer vallen. In dergelijke inrichtingen is de
                            opslag van maximaal vier autowrakken toegestaan.</al><al><cursief>Zich ontdoen van een autowrak door huishoudens</cursief></al><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 6 BBA. Hierin is de afgifte
                            van autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 BBA
                            moeten gemeenten in hun afvalstoffenverordening bepalen dat een
                            autowrak, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden
                            afgegeven aan autodemontagebedrijven, garages en
                            autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan
                            Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden). </al><al>Op grond van artikel 7 BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens
                            uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de
                            inzameling van huishoudelijk afval. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>7</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit
                            in de zin van artikel 1a, onder 3º, Wet op de economische delicten:</al><al/><al/><al><vet>Artikel Onderwerp</vet></al><al/><al>Artikel 6 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                            vergunning</al><al>Artikel 7 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen aan anderen</al><al>Artikel 8 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                            afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen</al><al>Artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</al><al>Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen</al><al>Artikel 11 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden </al><al>Artikel 14 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                            inzameldienst</al><al>Artikel 15 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
                            ander dan de inzameldienst</al><al>Artikel 16 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</al><al>Artikel 17 Achterlaten van straatafval </al><al>Artikel 18 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                            afvalstoffen </al><al>Artikel 19 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                            drinkwaren</al><al>Artikel 20 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                            promotiemateriaal</al><al>Artikel 21 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                            werkzaamheden</al><al>Artikel 22 Verbod opslag van afvalstoffen</al><al>Artikel 23 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al>De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.1 APV:
                            Strafbepalingen.</al><al><cursief>Aanduiding strafbare feiten</cursief></al><al>In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit
                            worden aangeduid om strafrechtelijk gehandhaafd te kunnen worden. </al><al>De strafbaarstelling van artikel 10.23 Wm over de gemeentelijke
                            afvalstoffenverordening is geregeld in de Wet op de economische delicten
                            (Wed). Aangezien niet alle bepalingen in de afvalstoffenverordening zich
                            voor strafrechtelijke handhaving lenen, is de strafbaarstelling
                            geclausuleerd. </al><al>Artikel 1a, aanhef, onder 3º Wed luidt:“Economische delicten zijn
                            eveneens: overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: ….
                            de Wet milieubeheer, 10.23 - voorzover aangeduid als strafbare feiten -
                            en …….”</al><al>In de afvalstoffenverordening moet daarom worden aangegeven welke
                            overtredingen (lees: de overtreding van welke artikelen) een strafbaar
                            feit opleveren. Uitsluitend indien dat het geval is, vormt de
                            overtreding een economisch delict in de zin van artikel 1a, onder 3º
                            Wed. </al><al>In dit kader is tevens van belang dat de afvalstoffenverordening tijdig
                            wordt aangepast aan een eventuele wijziging van hogere wetgeving. Zo
                            werd in een uitspraak van de rechtbank Zwolle (d.d. 14 december 2004,
                            LJN:AR7488, 07.750227-03) overwogen, dat de APV ten tijde van het
                            bewezen verklaarde feit nog niet was aangepast aan de wijziging van de
                            Wet milieubeheer, zodat het gedrag in strijd met de verordening niet
                            uitdrukkelijk is aangeduid als strafbaar feit. De rechtbank bepaalde dat
                            niet was voldaan aan het vereiste van de Wed en dat alleen sprake was
                            van een economisch delict, indien de betreffende gedraging is aangeduid
                            als strafbaar feit en besluit tot ontslag van alle
                            rechtsvervolging.</al><al><cursief>Strafmaat</cursief></al><al>In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke
                            verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval
                            van de afvalstoffenverordening hechtenis van ten hoogste zes maanden of
                            een geldboete van de vierde categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de krachtens artikel 18.4, derde lid van de wet
                            aangewezen ambtenaren.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al>Aanwijzing van de toezichthouder in de afvalstoffenverordening is
                            noodzakelijk, indien een toezichthouder tevens opsporingsbevoegdheden
                            dient te krijgen. Alleen voor de aanwijzing van toezichthouders is een
                            bepaling opgenomen in de afvalstoffenverordening. Opsporingsambtenaren
                            worden namelijk aangewezen in de artikelen 141 en 142 Wetboek van
                            Strafvordering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het in werking treden van Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen
                                2009 wordt Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2005
                                ingetrokken.</al><al><vet><onderstreept>Toelichting</onderstreept></vet></al><al><cursief>Tweede lid: Intrekking oude verordening</cursief></al><al>De oude verordening wordt gelijktijdig met het in werking treden van
                                de nieuwe verordening ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen verleend krachtens de oude Afvalstoffenverordening
                                Sittard-Geleen 2005, blijven - voor zover zij niet eerder zijn
                                vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1 jaar na de
                                inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd
                                als een aanwijzing bedoeld in artikel 2 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ontheffingen verleend krachtens de oude Afvalstoffenverordening
                                Sittard-Geleen 2005, blijven - voor zover zij niet eerder zijn
                                vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1 jaar na de
                                inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd
                                als een ontheffing als bedoeld in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de oude
                                Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2005, blijven - indien en
                                voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en
                                beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en
                                voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog
                                gedurende 1 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van
                                kracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning op grond van de oude
                                Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2005, is ingediend en voor
                                het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op
                                die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een
                                aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een ontheffing op grond van de oude
                                Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2005, is ingediend en voor
                                het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op
                                die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een
                                aanvraag tot ontheffing, als bedoeld in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste en tweede lid, dan
                                wel voorschrift of beperking bedoeld in het derde lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 26, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de oude Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2005.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De intrekking van de oude Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen
                                2005 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en
                                voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn
                                gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Citeerbepaling</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening
                            Sittard-Geleen 2009</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Sittard-Geleen in de openbare
                        raadsvergadering van 12 februari 2009.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>