<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR10785_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsblad, 3-2-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijzigingen n.a.v. besluit tot invoering parkeervergunning klussenbus en werknemersvergunning</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 11.0112 en RV 11.0133</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van
                vergunningen voor het parkeren </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>AFDELING I DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 </label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al>het College: het College van Burgemeester en Wethouders van
                                    Leiden;</al></li><li nr="c."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990;</al></li><li nr="d."><al>brommobiel: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990;</al></li><li nr="e."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="f."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    voertuig dat is ingeschreven in het -krachtens de
                                    Wegenverkeerswet 1994- aangehouden register van opgegeven
                                    kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het
                                    voor het motorvoertuig of brommobiel opgegeven kenteken ten
                                    tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="g."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters en individuele, in het voertuig
                                    aanwezige parkeerapparatuur inclusief mobiele telefoons, waarmee
                                    ter zake van het parkeren van een voertuig de parkeerbelasting
                                    kan worden voldaan.</al></li><li nr="h."><al>parkeermeter: hetgeen daaronder in het spraakgebruik wordt
                                    verstaan, met inbegrip van verzamelparkeermeters en
                                    parkeerautomaten;</al></li><li nr="i."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor
                                    parkeerbelasting wordt geheven door middel van
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="j."><al>vergunninghouderplaats: een parkeerplaats die</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990,
                                            of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone,
                                            voorzover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="k."><al>vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig dan wel een brommobiel
                                    op kenteken te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur
                                    en/of vergunninghouderplaatsen;</al></li><li nr="l."><al>bewoner: inwoner van de gemeente Leiden die de leeftijd van
                                    achttien jaar heeft bereikt en staat ingeschreven als ingezetene
                                    in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Leiden op
                                    het adres dat hij/zij bewoont als zelfstandige woning;</al></li><li nr="m."><al>adres: het adres zoals dat bekend staat in de gemeentelijke
                                    basisadministratie;</al></li><li nr="n."><al>zelfstandige woning: woning die als een onroerende zaak wordt
                                    aangemerkt in artikel 16 Wet waardering onroerende zaken, zoals
                                    geregistreerd bij de afdeling Belastingen van de gemeente,
                                    alsmede een woonboot op een daarvoor bestemde ligplaats;</al></li><li nr="o."><al>zone: afgebakend gebied waarbinnen parkeervergunningen kunnen
                                    worden verleend indien en voor zover in dat gebied voor parkeren
                                    parkeerbelasting wordt geheven;</al></li><li nr="p."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend;</al></li><li nr="q."><al>bewonersvergunning: een vergunning als bedoeld in art. 3, tweede
                                    lid onder a;</al></li><li nr="r."><al>bedrijfsvergunning: een vergunning als bedoeld in art. 3, tweede
                                    lid onder b;</al></li><li nr="s."><al>zorgvergunning: een vergunning als bedoeld in art. 3, tweede lid
                                    onder c;</al></li><li nr="t."><al>bezoekersvergunning: een vergunning als bedoeld in art. 3, derde
                                    lid;</al></li><li nr="u."><al>autodatevergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3,
                                    vierde lid;</al></li><li nr="v."><al>autodateplaats: een parkeerplaats uitsluitend voor auto's
                                    voorzien van een autodatevergunning die is aangeduid met bord
                                    E9, uit bijlage I van het RVV 1990 met onderbord waarop
                                    "autodate" vermeld staat;</al></li><li nr="w."><al>klussenbus: een bedrijfswagen met een maximaal toegestaan
                                    gewicht van 3.500 kg die uitsluitend is ingericht voor het
                                    vervoer van goederen, benodigd bij verbouwingen, reparaties en
                                    lichte bouwwerkzaamheden;</al></li><li nr="x."><al>klussenbusvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel
                                    3d;</al></li><li nr="y."><al>beroep of bedrijf: hetgeen het spraakgebruik hieronder
                                    verstaat;</al></li><li nr="z."><al>werknemersvergunning: een vergunning bedoeld als in artikel 3.2
                                    onder e.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING II PLAATSEN VOOR BEZOEKERS EN VERGUNNINGSHOUDERS EN VERGUNNINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 Aanwijzen plaatsen en tijden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het College wijst, bij openbaar te maken besluit, terreinen en/of
                                weggedeelten aan die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders of voor het parkeren door bezoekers. Daarbij kan
                                zij weggedeelten aanwijzen die alleen bestemd zijn voor het parkeren
                                van één bepaalde categorie vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het College wijst, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                aan waarop het parkeren aan vergunninghouders en bezoekers is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Verlenen vergunning</label></kop><lid><lidnr>3.1</lidnr><al>Het College verleent op een daartoe strekkende aanvraag een
                                vergunning voor het parkeren op vergunninghouderplaatsen en
                                parkeerapparatuur-plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.2</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                motorvoertuig of brommobiel wanneer deze:</al><lijst><li nr="a."><al>bewoner is van een adres in één van de zones, zolang het
                                        vastgesteld maximum aantal te verlenen vergunningen in die
                                        zone niet is overschreden en deze niet op andere wijze in
                                        parkeerruimte kan voorzien;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van een beroep of bedrijf gevestigd is in één van
                                        de zones en aantoont dat het in het belang van diens
                                        beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in die zone
                                        een motorvoertuig te parkeren en die niet op andere wijze in
                                        parkeerruimte kan voorzien. De hiervoor bedoelde noodzaak
                                        wordt slechts aanwezig geacht, indien: voor het vervoer van
                                        zware, kwetsbare of omvangrijke goederen, tenminste 5 keer
                                        per dag over de auto moet kunnen worden beschikt en binnen
                                        een loopafstand van 100 meter van het bedrijf redelijkerwijs
                                        geen parkeergelegenheid beschikbaar is;</al></li><li nr="c."><al>geregistreerd staat in Leiden als zelfstandig werkende
                                        huisarts, verloskundige of zorg- of hulpverlener in dienst
                                        van een in de gemeente Leiden gevestigde zorg- of
                                        hulpverleningsinstelling. De aanvrager dient bij de aanvraag
                                        aan te tonen dat het in het belang van diens beroeps- of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is het motorvoertuig te
                                        parkeren in één van de zones en dat er niet op andere wijze
                                        in parkeerruimte kan worden voorzien;</al></li><li nr="d."><al>uit hoofde van een beroep of bedrijf aantoont dat het in het
                                        belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening
                                        noodzakelijk is de klussenbus te parkeren indien en voor
                                        zover in dat gebied voor parkeren parkeerbelasting wordt
                                        geheven;</al></li><li nr="e."><al>middels een werkgeversverklaring van een in Leiden
                                        gevestigde werkgever aantoont in dienst te zijn bij deze
                                        werkgever. De werkgeversverklaring mag maximaal één maand
                                        oud te zijn. Tevens dient de aanvrager een kopie
                                        inschrijving Kamer van Koophandel te overleggen, waaruit
                                        blijkt dat de werkgever in Leiden is gevestigd in het
                                        parkeerrestrictiegebied. De kopie inschrijving Kamer van
                                        Koophandel is maximaal 6 maanden oud.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.3</lidnr><al>Op aanvraag van de bewoner die staat ingeschreven op een adres
                                binnen één van de zones, kan per adres, ten behoeve van het parkeren
                                van het voertuig van bezoekers een bezoekersvergunning, te noemen
                                kraskaart, worden verleend waarmee voor een periode van maximaal 4
                                uur kan worden geparkeerd. Het maximum aantal uit te geven
                                kraskaarten wordt nader door het college bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.4</lidnr><al>Op aanvraag van een door het college goedgekeurd autodatebedrijf kan
                                een autodatevergunning verstrekt worden waarmee het toegestaan wordt
                                om motorvoertuigen van autodatebedrijven te parkeren op de daartoe
                                aangewezen autodateplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.5</lidnr><al>Het College wijst de in het tweede en derde lid bedoelde zones aan
                                van het op grond van artikel 2, eerste lid te nemen besluit.
                                Bewoners-, bedrijfs-, en bezoekersvergunningen kunnen slechts worden
                                verleend en zijn slechts van kracht binnen één van de aangewezen
                                zones. Een autodatevergunning wordt uitsluitend verleend voor die
                                parkeerplaatsen die daartoe aangegeven zijn door het daarbij
                                behorende verkeersbord E9, RVV 1990, met onderbord waarop autodate
                                vermeldt staat. Een klussenbusvergunning is geldig binnen alle
                                aangewezen zones. </al></lid><lid><lidnr>3.6</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen door het college zowel beperkingen worden
                                verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met
                                betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3.7</lidnr><al>Het College kan aan de genoemde vergunningen ook andere
                                voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                                beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van
                                een goede verdeling van de beschikbare ruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.8</lidnr><al>Het College kan in de gevallen, waarin toepassing van dit artikel
                                tot een bijzondere hardheid leidt, een vergunning ook verlenen aan
                                eigenaren of houders van motorvoertuigen en brommobielen op kenteken
                                die niet voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde
                                voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>3.9</lidnr><al>Op aanvraag van een werknemer, die beschikt over beide verklaringen
                                als bedoeld in artikel 3, tweede lid en onder e, kan een
                                werknemersvergunning worden verstrekt waarmee het wordt toegestaan
                                om het motorvoertuig van de werknemer te parkeren op de daartoe
                                aangewezen parkeerterreinen, op de daarvoor aangegeven dagen en
                                tijden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Aanvragen vergunning</label></kop><lid><lidnr>4.1.</lidnr><al>Het College kan met inachtneming van het bepaalde in de volgende
                                leden van dit artikel, per zone nadere regels vaststellen voor het
                                aanvragen en verlenen van vergunningen.</al></lid><lid><lidnr>4.2.</lidnr><al>Het College stelt, bij openbaar te maken besluit, het maximaal
                                aantal uit te geven vergunningen per zone vast.</al></lid><lid><lidnr>4.3.</lidnr><al>Per adres wordt één bewonersvergunning verleend, zolang het maximaal
                                aantal te verlenen vergunningen in de betreffende zone niet is
                                overschreden. Een tweede bewonersvergunning op één adres kan worden
                                verleend op voorwaarde dat er in de zone geen aanvragen voor een
                                eerste bewonersvergunning op de wachtlijst staan, als bedoeld in het
                                vierde lid. Ingeval er een wachtlijst met aanvragen voor een eerste
                                bewonersvergunning bestaat, wordt de aanvraag voor de tweede
                                vergunning op een separate wachtlijst geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>4.4.</lidnr><al>Het College kan, indien reeds zoveel vergunningen zijn verleend dat
                                op grond van het beleid als bedoeld in het tweede lid van dit
                                artikel geen vergunningen meer kunnen worden verleend, de aanvraag
                                voor een bewonersvergunning voor onbepaalde tijd op een wachtlijst
                                plaatsen. Wanneer de aanvraag afkomstig is van een bewoner van 65
                                jaar of ouder en voldaan is aan alle overige voorwaarden, wordt
                                direct een vergunning verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.5.</lidnr><al>Per adres worden maximaal drie klussenbusvergunningen verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.6.</lidnr><al>Per werknemer kan maximaal één werknemersvergunning worden afgegeven
                                welke niet overdraagbaar is.</al></lid><lid><lidnr>4.7.</lidnr><al>Het College geeft een beschikking af binnen vier weken na ontvangst
                                van de aanvraag voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.8.</lidnr><al>Het College kan de in het zevende lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Geldigheidsduur en gegevens vergunning</label></kop><lid><lidnr>5.1.</lidnr><al>Een vergunning wordt verleend hetzij tot wederopzegging, hetzij voor
                                bepaalde tijd.</al></lid><lid><lidnr>5.2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><al>a. de periode waarvoor de vergunning geldt;</al><al>b. de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het voertuig
                                waarvoor de vergunning is verleend;</al><al>c. de zone waarbinnen de vergunning geldig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Intrekken of wijzigen vergunning</label></kop><al>Het College kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder de zone, waarvoor de vergunning is
                                    verleend, verlaat of daar uit hoofde van het beroep of bedrijf
                                    niet meer gevestigd is, dan wel de beroeps- of
                                    bedrijfsuitoefening daar feitelijk beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor de betreffende zone het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder niet overeenkomstig artikel 6,
                                    tweede lid, van de geldende Verordening op de heffing en
                                    invordering van parkeerbelastingen tijdig aan zijn of haar
                                    betalingsplicht ter zake van de parkeervergunning heeft
                                    voldaan;</al></li><li nr="f."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang;</al></li><li nr="i."><al>wanneer een werknemer niet meer in dienst is van een in Leiden
                                    gevestigde werkgever.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING III VERBODSBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7 </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig of
                                brommobiel, te plaatsen of te laten staan:</al><al>a. op een parkeerapparatuurplaats;</al><al>b. op een vergunninghouderplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij een parkeermeter te plaatsen of te laten
                                staan, dat daardoor een normaal gebruik van die meter wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 </label></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan aangegeven, in werking te
                            stellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING IV STRAFBEPALING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 9 Diefstal, verlies of vermissing</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van diefstal, verlies of vermissing van een vergunning op
                                kenteken kan een duplicaatvergunning worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van diefstal, verlies of vermissing van een vergunning op
                                naam wordt slechts een duplicaat verstrekt indien hiervan aangifte
                                is gedaan bij de politie en tegen overlegging van het
                                proces-verbaal.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Duplicaten van een vergunning op kenteken of op naam worden
                                hoogstens één maal per jaar verstrekt, terwijl op een duplicaat géén
                                kentekenwijziging kan worden doorgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een duplicaatvergunning wordt niet eerder afgegeven dan na
                                voldoening van de verschuldigde legeskosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 </label></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 </label></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door het college aangewezen ambtenaren
                            belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING V OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 12 </label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Parkeerverordening 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 </label></kop><al>De Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van
                            vergunningen voor het parkeren (Parkeerverordening 1999) zoals deze
                            laatstelijk gewijzigd is bij raadsbesluit van 28 september 1999, (nr.
                            99.0104) wordt ingetrokken op de dag waarop deze verordening in werking
                            treedt”;</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Verordening tot wijziging van de
                        Parkeerverordening 2006</titel></kop><al>Wijzigingen n.a.v. RV 11.0112 (introductie klussenbusvergunning) en RV 11.0133
                    (introductie werknemersvergunning)</al><al/><al><vet>Artikel 1. </vet><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In dit artikel worden een aantal begrippen verduidelijkt, die in de verordening
                    worden gebruikt om een klussenbusvergunning en een werknemersvergunning mogelijk
                    te kunnen maken. </al><al/><al><vet>Artikel 3. Verlenen vergunning</vet></al><al>In artikel 3 lid 2 onder d. wordt aangegeven aan wie een klussenbusvergunning
                    verleend wordt. Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van
                    een motorvoertuig wanneer deze uit hoofde van een beroep of bedrijf aantoont dat
                    het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is de
                    klussenbus te parkeren indien en voor zover in dat gebied voor parkeren
                    parkeerbelasting wordt geheven.</al><al/><al>In artikel 3, lid 2 onder e wordt aangegeven aan wie een werknemersvergunning
                    verleend wordt. Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van
                    een motorvoertuig wanneer deze middels een werkgeversverklaring, niet ouder dan
                    één maand, van een in Leiden gevestigde werkgever aantoont in dienst te zijn bij
                    deze werkgever.</al><al/><al>In artikel 3 lid 5 wordt aangegeven dat een klussenbusvergunning geldig is
                    binnen alle aangewezen zones in het parkeerrestrictiegebied.</al><al/><al>In artikel 3, lid 9 wordt aangegeven dat aan een werknemer, zoals gedefinieerd
                    onder artikel 3 e, een werknemersvergunning verstrekt kan worden waarmee het
                    toegestaan wordt om het motorvoertuig van de betreffende werknemer te parkeren
                    op de daartoe aangewezen parkeerterreinen.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Aanvragen vergunning</vet></al><al>In artikel 4 lid 5 is bepaald, dat 3 klussenbusvergunningen per adres worden
                    uitgegeven. </al><al/><al>In artikel 4, lid 6 is bepaald, dat per werknemer maximaal één
                    werknemersvergunning kan worden afgegeven.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Intrekken of wijzigen vergunning</vet></al><al>Onder i wordt aangegeven dat het College de werknemersvergunning intrekken of
                    wijzigen wanneer een werknemer niet meer in dienst is van een in Leiden
                    gevestigde werkgever.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>