<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91-->
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR107375_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadskrant d.d. 12-04-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/468319</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>parkeren, parkeervergunning</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Parkeerbesluit</al><al>Besluit Nadere Regels</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt de regeling Verordening parkeerregulering 2011, afdeling I, II, III en IV</al><al>Art. 1a heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2012</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Parkeerverordening 2012
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Haarlem;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al>
          <al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al>
          <al>Parkeerverordening 2012.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>I.</nr>
            <titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li>
              <li nr="b."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens1990;</al></li>
              <li nr="c."><al>Voertuigreglement: de regeling bekendgemaakt op 16 juni 1994,
                                    Stb. 1994, 450;</al></li>
              <li nr="d."><al>motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1
                                    onder z van het RVV 1990;</al></li>
              <li nr="e."><al>kampeerauto: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1,
                                    onder y, van het Voertuigreglement;</al></li>
              <li nr="f."><al>vrachtwagen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1,
                                    onder h, sub 2, van het Voertuigreglement;</al></li>
              <li nr="g."><al>gehandicaptenvoertuig: voertuig dat is ingericht voor het
                                    vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en
                                    is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie
                                    bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt,
                                    en geen bromfiets is;</al></li>
              <li nr="h."><al>woonadres:</al><lijst>
                  <li nr="i."><al>een gebouwd eigendom, of gedeelte daarvan dat blijkens
                                            zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel
                                            te worden gebruikt, die bij dezelfde natuurlijke- of
                                            rechtspersoon in gebruik zijn;</al></li>
                </lijst><lijst>
                  <li nr="ii."><al> een samenstel van twee of meer van de in de voorgaande
                                            zinsnede bedoelde eigendommen of gedeelten daarvan die
                                            bij dezelfde natuurlijke- of rechtspersoon in gebruik
                                            zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij
                                            elkaar behoren;</al></li>
                </lijst><lijst>
                  <li nr="iii."><al>kamerverhuur wordt alleen aanwezig geacht indien een
                                            gebouwd eigendom volgens de WOZ-administratie voor
                                            kamerverhuur bestemd is;</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="i."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li>
              <li nr="j."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    gehandicaptenvoertuig, een kampeerauto, een vrachtwagen dan wel
                                    een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet aangehouden register van opgegeven kentekens
                                    als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het
                                    gehandicaptenvoertuig, een kampeerauto, een vrachtwagen dan wel
                                    het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren
                                    in het register was ingeschreven;</al></li>
              <li nr="k."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar
                                    maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur
                                    wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="l."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li>
              <li nr="m."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die</al><lijst>
                  <li nr="i."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990
                                            , of</al></li>
                </lijst><lijst>
                  <li nr="ii."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="n."><al>vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een gehandicaptenvoertuig dan wel een
                                    motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;</al></li>
              <li nr="o."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend;</al></li>
              <li nr="p."><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit
                                    meer dan één huishouden;</al></li>
              <li nr="q."><al>autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een
                                    motorvoertuig bestemd voor autodate;</al></li>
              <li nr="r."><al>aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die
                                    motorvoertuigen voor autodate ter beschikking stelt;</al></li>
              <li nr="s."><al>deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft
                                    gesloten inzake autodate;</al></li>
              <li nr="t."><al>centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente
                                    Haarlem een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de
                                    registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen
                                    van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van
                                    een telefoon;</al></li>
              <li nr="u."><al>kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31
                                    december;</al></li>
              <li nr="v."><al>digitaal parkeerrecht: registratie van begintijd, eindtijd en
                                    kenteken van een parkeeractiviteit.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1a</nr>
              <titel>Positieve fictieve beschikking</titel>
            </kop>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op alle
                            aanvragen voor vergunning of ontheffing ingevolge deze verordening.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>II.</nr>
            <titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders.
                                Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als
                                bedoeld in artikel 3.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Deze vergunning kan worden verleend aan de houder van een
                                gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig, niet zijnde een
                                kampeerauto of vrachtwagen, wanneer deze:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>woont in een gebied waar mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, met dien
                                        verstande dat:</al><lijst>
                    <li nr="i."><al>per woonadres maar één vergunning wordt verleend,
                                                en</al></li>
                  </lijst><lijst>
                    <li nr="ii."><al>de houder van het gehandicaptenvoertuig dan wel het
                                                motorvoertuig geen beschikking heeft over eigen
                                                parkeergelegenheid;</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="b."><al>woont in een gebied waar belanghebbendenparkeerplaatsen
                                        aanwezig zijn met dien verstande dat als de bewoner eigen
                                        parkeergelegenheid heeft, deze parkeerplaats of
                                        parkeerplaatsen in mindering wordt of worden gebracht op het
                                        aantal te verstrekken parkeervergunningen;</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="c."><al>gevestigd is in een gebied waar belanghebbendenplaatsen
                                        en/of mede door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het
                                        in het belang van de hoofdactiviteit van diens
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied in de
                                        directe nabijheid van de vestiging een motorvoertuig te
                                        parkeren;</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="d."><al>het motorvoertuig gebruikt voor autodate, waarvan de
                                        autodateplaats is gelegen in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn;</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="e."><al>een sociaal, maatschappelijke functie uitoefent.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Aanvrager wordt geacht te beschikken over eigen parkeergelegenheid
                                als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder a., sub ii en b., indien de
                                aanvrager woont op een nieuw- of verbouwcomplex dat voldoet aan de
                                parkeernorm, zoals bedoeld in artikel 2.5.30 van de Haarlemsche
                                Bouwverordening, en de aanvrager middels koop of huur beschikt of
                                had kunnen beschikken over parkeergelegenheid gerealiseerd in het
                                kader van het nieuw- of verbouwcomplex.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Met wonen, zoals bedoeld in lid 2, wordt gelijkgesteld het voor
                                bewoning geschikt maken van het woonadres met het oogmerk om
                                vervolgens het woonadres voor zichzelf te gebruiken als permanent
                                woonadres.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college kan aan bewoners van het gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn een vergunning afgeven waarmee
                                voor maximaal drie uur in dit gebied geparkeerd kan worden. Per
                                woonadres worden maximaal twee vergunningen verstrekt. Deze
                                vergunning wordt verstrekt aan de bewoner aan wie een vergunning
                                voor de eerste auto, als bedoeld in lid 2 jo. artikel V van het
                                Besluit Parkeerregulering, is afgegeven. Is op een woonadres geen
                                vergunning, als bedoeld in lid 2, afgegeven dan wordt de vergunning,
                                als bedoeld in dit lid, verstrekt aan de bewoner die het langst op
                                dat woonadres verblijft.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan eigenaren of houders van gehandicaptenvoertuigen dan wel
                                motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het tweede lid
                                genoemde voorwaarden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>Het college kan op verzoek een tijdelijke vergunning verlenen voor
                                het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen en
                                belanghebbendenplaatsen. Deze tijdelijke vergunning wordt verleend
                                aan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>diegene die tijdelijk een beroep of bedrijf uitoefent in de
                                        directe omgeving van deze plaatsen en aantoont dat het in
                                        het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening
                                        noodzakelijk is op een parkeerapparatuurplaats of een
                                        belanghebbendenplaats een motorvoertuig te parkeren;</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="b."><al>diegene die tijdelijk beschikt over een ander
                                        gehandicaptenvoertuig dan wel motorvoertuig dan dat op welks
                                        kenteken een vergunning zoals bedoeld in artikel 3, leden 1,
                                        2 en 3, is verstrekt;</al></li>
                <li nr="c."><al>diegene die in het huwelijk treedt in een door het college
                                        aangewezen trouwlocatie gelegen in een gebied met
                                        parkeerapparatuurplaatsen en / of belanghebbendenplaatsen,
                                        indien en voorzover in het aanwijzingsbesluit trouwlocatie
                                        voorzien is in de mogelijkheid van een tijdelijke
                                        vergunning, op de dag van het huwelijk;</al></li>
                <li nr="d."><al>een uitvaartonderneming voor maximaal drie volgauto’s, op de
                                        dag van de begrafenis.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8.</lidnr>
              <al>Een tijdelijke vergunning als bedoeld in lid 7 kan niet worden
                                verstrekt indien het betreft een parkeerbelastingplaats binnen zone
                                B, zoals aangewezen in het Besluit parkeerregulering 2009.
                                Uitzondering hierop vormen de tijdelijke vergunning:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>als bedoeld in lid 7, onder c., indien en voorzover in het
                                        aanwijzingsbesluit trouwlocatie van het college is voorzien
                                        in de mogelijkheid van een tijdelijke vergunning;</al></li>
                <li nr="b."><al>als bedoeld in lid 7, onder d.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>9.</lidnr>
              <al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor
                                autodate kan het college tevens voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het
                                voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast,
                                hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de
                                Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van
                                selectief autogebruik.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3, wordt voor ten hoogste één
                                jaar verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het besluit op de aanvraag parkeervergunning bevat in ieder
                                geval:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li>
                <li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt; en</al></li>
                <li nr="c."><al>de naam of het adres van de vergunninghouder en/of het
                                        kenteken van het gehandicaptenvoertuig dan wel het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
            </kop>
            <al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li>
              <li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel
                                    3 genoemde voorwaarden;</al></li>
              <li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li>
              <li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li>
              <li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                                    betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;</al></li>
              <li nr="f."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li>
              <li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn
                                    verstrekt; of</al></li>
              <li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
            </kop>
            <al>Het college kan een vergunning weigeren:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>wanneer de aanvrager in het kalenderjaar waarvoor de aanvraag
                                    wordt gedaan dan wel in het daaraan voorafgaande kalenderjaar
                                    heeft gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                    voorschriften;</al></li>
              <li nr="b."><al>wanneer de periode gelegen tussen het op verzoek van aanvrager
                                    intrekken van de verleende vergunning en het wederom aanvragen
                                    van een nieuwe vergunning korter is dan 3 maanden en zowel de
                                    ingetrokken als de aangevraagde vergunning betrekking hebben op
                                    het zelfde kenteken.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan bij verlies of diefstal van een vergunning, als
                                bedoeld in artikel 3, lid 2, op aanvraag een duplicaat vergunning
                                afgeven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>voor een vergunning, als bedoeld in artikel 3 lid 5, wordt geen
                                duplicaat vergunning afgegeven.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>III.</nr>
            <titel>Verbodsbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig te
                                parkeren of geparkeerd te houden:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>wanneer de vergunning niet duidelijk zichtbaar en volledig
                                        leesbaar achter de voorruit aan de passagierszijde van het
                                        voertuig is aangebracht;</al></li>
                <li nr="b."><al>in de situatie bedoeld in artikel 3 lid 6, niet duidelijk
                                        zichtbaar en volledig leesbaar achter de voorruit aan de
                                        passagierszijde van het voertuig is aangebracht de
                                        tijdelijke vergunning verstrekt op grond van artikel 3 lid
                                        7, alsmede de vergunning verstrekt op grond van artikel 3,
                                        lid 2;</al></li>
                <li nr="c."><al>als deze in strijd is met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften en beperkingen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden een parkeermeter op andere wijze, met andere
                                middelen, of met andere munten dan die in de kennisgeving op de
                                parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig te
                                        parkeren indien de parkeerapparatuur niet in werking is
                                        gesteld of niet onmiddellijk na aanvang van het parkeren in
                                        werking wordt gesteld;</al></li>
                <li nr="b."><al>een gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig
                                        geparkeerd te houden indien de parkeerapparatuur aangeeft
                                        dat de parkeertermijn is verstreken.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het in het tweede lid vervatte verbod geldt niet wanneer:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>aan de eigenaar of houder van het gehandicaptenvoertuig dan
                                        wel het motorvoertuig een vergunning is verleend voor het
                                        parkeren op de betreffende categorie
                                        parkeerapparatuurplaatsen en;</al></li>
                <li nr="b."><al>het gehandicaptenvoertuig dan wel het motorvoertuig
                                        duidelijk zichtbaar is voorzien van die vergunning en;</al></li>
                <li nr="c."><al>niet gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning
                                        verbonden voorschriften en beperkingen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op
                                parkeerapparatuurplaatsen waar op grond van de geldende Verordening
                                parkeerbelasting naheffingsaanslagen worden opgelegd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede
                                lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een
                                gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig te plaatsen of te
                                laten staan op:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een parkeerapparatuurplaats;</al></li>
                <li nr="b."><al>een belanghebbendenplaats.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik van die apparatuur
                                wordt belemmerd of verhinderd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>IV.</nr>
            <titel>Strafbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>V</nr>
            <titel>Overige, overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Nadere regels door het college</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot afdeling II van
                            deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die
                                    van bekendmaking.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    'Verordening Parkeerregulering 2011', afdeling I, II, III en IV,
                                    met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                    belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                    voorgedaan.</al></li>
              <li nr="3."><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de Verordening
                                    Parkeerregulering 2011 worden geacht te zijn verleend krachtens
                                    deze verordening.</al></li>
              <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Parkeerverordening
                                    2012’.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum].</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          De voorzitter,
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          De griffier,
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>