<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR107169_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Categorieen van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht is vereist</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zoetermeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-07-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zoetermeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Postiljon, 14 juli 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Categorieen van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht is vereist</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit omgevingsrecht art. 6.5., lid 3 en Wet ruimtelijke ordening, art. 6.12, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>100518</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>economie, volkshuisvesting en milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Categorieen van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht is vereist</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht is vereist.</label></kop><structuurtekst><al/><al>Op grond van artikel 6.5 lid 1 Besluit omgevingsrecht (Bor) is een
                            verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist, indien het
                            college wil meewerken aan een omgevingsvergunning voor een afwijking van
                            het bestemmingsplan, waarvoor een ruimtelijke onderbouwing is vereist
                            (projectbesluit onder de Wet ruimtelijke ordening). De wettekst luidt
                            als volgt: voor zover een aanvraag betrekking heeft op een activiteit
                            als bedoeld in lid 1 onder c Wabo wordt de omgevingsvergunning, waarbij
                            met toepassing van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo wordt afgeweken
                            van het bestemmingsplan of de beheersverordening, niet verleend dan
                            nadat de gemeenteraad van de gemeente waar het project geheel of in
                            hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, heeft verklaard dat hij
                            daartegen geen bedenkingen heeft.</al><al>Vanwege het systeem van de wet zit er geen delegatiemogelijkheid in het
                            Bor maar wel een mogelijkheid voor de gemeenteraad om categorieën van
                            gevallen aan te wijzen waarover de gemeenteraad op voorhand geen
                            bedenking heeft. </al><al>De volgende categorieën van gevallen worden aangewezen, tenzij er sprake
                            is van m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige
                            activiteiten:</al><lijst><li nr="·"><al>het bouwen (1) ten behoeve van een woonfunctie (2) en daarmee
                                    samenhangende bebouwing en het omzetten van bestaande functies
                                    naar een woonfunctie, mits de omvang van de ontwikkeling niet
                                    groter is dan 25 woningen;</al></li><li nr="·"><al>het bouwen en uitbreiden van gebouwen en bouwwerken, geen
                                    gebouwen zijnde en het omzetten van bestaande functies (3) in
                                    functies ten behoeve van voorzieningen van educatieve,
                                    (sociaal-)medische, recreatieve, (sociaal-)maatschappelijke en
                                    levensbeschouwelijke aard (4), mits:</al></li><li nr="§"><al>de omvang van een recreatieve ontwikkeling niet meer bezoekers
                                    dan een zodanig aantal op een bepaalde dag trekt, dat de
                                    omgeving daar onnodig of ernstige overlast van zal ondervinden
                                    en/of meer dan 1.000 bezoekers per dag;</al></li><li nr="§"><al>de omvang van scholen minder is dan 1.000 leerlingen;</al></li><li nr="§"><al>het gaat om ziekenhuizen met minder dan 250 bedden.</al></li><li nr="·"><al>Het oprichten en uitbreiden van winkels, bedrijvigheid, horeca
                                    en kantoren en de daarbij behorende voorzieningen en het
                                    omzetten van bestaande functies naar winkel-, bedrijfs-, horeca-
                                    (met uitzondering van nachthoreca), en kantoorfuncties,
                                    mits:</al></li><li nr="§"><al>de ontwikkeling van zelfstandige kantoren niet groter is dan
                                    5.000 m2 brutovloeroppervlakte (bvo);</al></li><li nr="§"><al>de ontwikkeling van een kantoor, behorend bij een bedrijf (op
                                    een bedrijventerrein), mits niet groter is dan 50% van het bvo
                                    van het bedrijf, tot een maximum van 3.000 m2 bvo<sup/></al></li><li nr="§"><al>de ontwikkeling van detailhandel niet groter is dan 2.500 m2 bvo
                                    en met uitzondering van buurtwinkels, wordt gerealiseerd in het
                                    Stadscentrum of de wijkcentra;</al></li><li nr="§"><al>de ontwikkeling van horeca niet groter is dan 350 m2 bvo;</al></li><li nr="·"><al>Het bouwen van kiosken en paviljoens, alsmede bouwwerken voor
                                    openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar
                                    vervoer of het wegverkeer;</al></li><li nr="·"><al>Het veranderen van bestaande en het realiseren van nieuwe lokale
                                    wegen alsmede water-, parkeer-, groenvoorzieningen en
                                    geluidwerende voorzieningen;</al></li><li nr="·"><al>De ontwikkeling van maximaal 5 ha bedrijven(terrein);</al></li><li nr="·"><al>Het vernieuwen, verbouwen en vergroten van bestaande en als
                                    zodanig bestemde niet-agrarische woningen in het buitengebied,
                                    mits de maximale inhoudsmaat niet meer dan 650 m3 bedraagt;</al></li><li nr="·"><al>Het vernieuwen, verbouwen en vergroten van bestaande agrarische
                                    bedrijfswoningen en het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen
                                    en bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen een bestaand te
                                    vergroten agrarisch bouwperceel tot maximaal 1,5 ha.</al><al/></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Randvoorwaarden / overige </label></kop><structuurtekst><al>Voor alle genoemde categorieën geldt dat daaronder het bouwrijp maken,
                            ophogen en het verrichten van andere noodzakelijke werken en
                            werkzaamheden ten behoeve van de bovengenoemde functies en bestemmingen
                            begrepen is. </al><al>Voor alle genoemde categorieën geldt dat de voorgenomen ontwikkeling
                            moet passen in door de raad vastgesteld ruimtelijk relevant beleid en
                            dat de ontwikkeling moet passen in een voorontwerpbestemmingsplan of
                            ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage ligt of heeft gelegen. In ieder
                            geval wordt onder ruimtelijk relevant beleid de gemeentelijke
                            structuurvisie in de zin van artikel 2.1 Wet ruimtelijke ordening
                            verstaan. </al><al>In de voorgaande categorieën van gevallen wordt de
                            exploitatieplanbevoegdheid als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke
                            ordening gedelegeerd aan het college van burgemeester en
                            wethouders.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders geeft bij de uitoefening van
                            deze bevoegdheid toepassing aan de “Beleidsregels voor de toepassing van
                            een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan op
                            grond van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo of een aanvraag voor een
                            bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.9 Wet ruimtelijke
                            ordening”.</al><al/><al>Noten:</al><al>1. Onder bouwen wordt in dit besluit tevens verstaan: herbouwen,
                            verbouwen, vernieuwen en uitbreiden.</al><al>2. Onder woonfunctie worden woningen, woonzorgcentra, woonwagens etc.
                            verstaan, inclusief de bij die functie behorende bijgebouwen, bouwwerken
                            geen gebouwen zijnde, en voorzieningen, zoals garages, carports,
                            parkeerkelders, zwembaden etc.</al><al>3. Onder bestaande bebouwing, bestaand gebruik en bestaande functie
                            wordt in dit besluit niet alleen verstaan de feitelijke situatie, maar
                            tevens de bebouwing, het gebruik en/of de functie die mogelijk is
                            ingevolge een geldend bestemmingsplan of verleende bouwvergunning,
                            vrijstelling, ontheffing, projectbesluit of omgevingsvergunning.</al><al>4. Bijvoorbeeld scholen, sportvoorzieningen, horeca, gezondsheidscentra,
                            kerken etc.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Toelichting</label></kop><structuurtekst><al>Het delegatiebesluit inzake de projectbesluitbevoegdheid dateerde van
                            2008 en hoeft niet als zodanig ingrijpend gewijzigd te worden.
                            Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het delegatiebesluit
                            zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>Doordat het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag
                                    is onder de Wabo is er geen sprake meer van delegatie en een
                                    daarbij behorend besluit maar van aan te wijzen categorieën.
                                    Daarom is de opbouw gewijzigd. Het delegatiebesluit ging uit van
                                    vijf artikelen. De categorieën van gevallen waarvoor geen
                                    verklaring van geen bedenkingen is vereist, zijn onder elkaar
                                    gezet in één kader. Daaronder zijn de randvoorwaarden
                                    uiteengezet;</al></li><li nr="·"><al>De kaarten die aan het delegatiebesluit waren toegevoegd, zitten
                                    niet meer bij deze categorieën van gevallen. De kaarten hebben
                                    de afgelopen twee jaar geen meerwaarde gehad bij de toetsing van
                                    een aanvraag om een projectbesluit. Daarnaast kan medewerking
                                    aan een voorgenomen ontwikkeling alleen worden verleend indien
                                    deze (ondermeer) in overeenstemming is met de door de raad
                                    vastgestelde structuurvisie. Hierdoor zal een ontwikkeling
                                    waaraan het college medewerking mag verlenen met de toepassing
                                    van deze categorieën altijd in overeenstemming (moeten) zijn met
                                    het door de raad vastgesteld ruimtelijk relevant beleid;</al></li><li nr="·"><al>Doordat de hierboven genoemde kaarten niet meer worden gebruikt
                                    konden de verschillende teksten bij elkaar gevoegd en
                                    gecomprimeerd worden. Er is dus geen sprake van nieuwe of andere
                                    uitgangspunten dan die zijn verwoord in het delegatiebesluit van
                                    17 november 2008. </al></li><li nr="·"><al>Enkele tekstdelen uit het delegatiebesluit die gaan over de
                                    motivering voor een projectbesluit zijn verdwenen. Dit zijn
                                    bijvoorbeeld de duurzame ontwrichting van het
                                    voorzieningenniveau bij detailhandel en de advisering over de
                                    agrarische bedrijfsvoering bij de uitbreiding van een agrarisch
                                    bedrijf. Een distributief planologisch onderzoek (onderzoek naar
                                    duurzame ontwrichting) maakt altijd onderdeel uit van een
                                    ruimtelijke onderbouwing (voor detailhandel). Er wordt geen
                                    medewerking verleend aan een afwijking van het bestemmingsplan
                                    indien sprake is van een duurzame ontwrichting van het
                                    voorzieningenniveau. Indien wordt gevraagd om medewerking aan de
                                    uitbreiding van een agrarisch bedrijf wordt tevens gevraagd om
                                    een motivering door een agrarisch deskundige en om een
                                    inpassingsvoorstel in het landschap van de hand van een
                                    landschapsdeskundige. Ook dit maakt altijd onderdeel uit van de
                                    ruimtelijke onderbouwing. </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>