<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR10679_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk Leiden 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsblad, 30-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk Leiden 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 11.0107</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1. Deze verordening vervangt verordening Kinderopvang Leiden, vastgesteld op 4 februari 1997, nr. 96.0161.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk Leiden 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regels wordt verstaan
                            onder:</al><al><cursief>a. Burgemeester en Wethouders</cursief>: het College van
                            Burgemeester en Wethouders van Leiden;</al><al><cursief>b. peuterspeelzaalwerk</cursief>: het bieden van
                            speelgelegenheid aan kinderen van twee tot vier jaar gedurende een of
                            meer dagdelen per week van maximaal 4 uur met als doel de ontwikkeling
                            van deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spelen;</al><al><cursief>c. peuterspeelzaal</cursief>: een ruimtelijke voorziening waar
                            peuterspeelzaalwerk plaatsvindt;</al><al><cursief>d. beroepskracht</cursief>: degene die in een peuterspeelzaal
                            werkzaamheden verricht die zijn opgenomen in de voor het
                            peuterspeelzaalwerk geldende CAO, en die beschikt over voor deze
                            werkzaamheden passende beroepskwalificaties;</al><al><cursief>e. begeleider</cursief>: degene die anders dan als
                            beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen in een
                            peuterspeelzaal;</al><al><cursief>f. houder</cursief>: een natuurlijke of rechtspersoon die een
                            peuterspeelzaal exploiteert;</al><al><cursief>g. NEN</cursief>: door de Stichting Nederlands
                            Normalisatie-Instituut vastgestelde norm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><al>Het is verboden, zonder schriftelijke vergunning van Burgemeester en
                            Wethouders, een peuterspeelzaal open te stellen of te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag voor een vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2 dient
                                    te worden ingediend door de (toekomstige) houder van de
                                    peuterspeelzaal, en wel minstens dertien weken voor de datum van
                                    de voorgenomen openstelling.</al></li><li nr="2."><al>Bij deze aanvraag moeten worden overgelegd:</al><lijst><li nr="-"><al>een opgave van openingstijden van de
                                            peuterspeelzaal;</al></li><li nr="-"><al>een opgave van het aantal groepen en de beoogde
                                            groepsgrootte;</al></li><li nr="-"><al>een opgave van het ambitieniveau, conform artikel
                                            4;</al></li><li nr="-"><al>de gebruiksvergunning zoals genoemd in artikel 6.1.1.
                                            lid 1f van de Bouwverordening 1993, dan wel een
                                            kopiebrief van aanmelding bij de Brandweer als nieuwe
                                            peuterspeelzaal.</al></li></lijst></li></lijst><al>Voor peuterspeelzalen die niet door de Stichting Peuterspeelzalen Leiden
                            e.o. worden geëxploiteerd moeten tevens worden overgelegd:</al><lijst><li nr="-"><al>statuten en/of reglementen of oprichtingsakten;</al></li><li nr="-"><al>een opgave van naam, adres en telefoonnummer van een
                                    contactpersoon en in geval van een rechtspersoon een opgave van
                                    de samenstelling van het bestuur;</al></li><li nr="-"><al>een op schaal 1:100 vervaardigde tekening en een omschrijving
                                    van de ligging en de indeling van de peuterspeelzaal;</al></li><li nr="-"><al>de na(a)m(en) van de beroepskracht(en) en begeleider(s);</al></li><li nr="-"><al>een afschrift van de diploma’s van de beroepskrachten;</al></li><li nr="-"><al>een afschrift van de door de aanvrager afgesloten
                                    aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</titel></kop><al>De houder geeft bij de aanvraag of ten behoeve van de verlenging van de
                            vergunning aan voor welk ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij
                            kiest, waarbij de volgende niveaus worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>ambitieniveau 0: spelen en ontmoeten;</al></li><li nr="b."><al>ambitieniveau 1: spelen, ontmoeten, ontwikkelen en
                                    signaleren;</al></li><li nr="c."><al>ambitieniveau 2: spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en
                                    ondersteunen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlening, weigering en ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders verlenen de vergunning wanneer geheel aan
                                de in of krachtens deze verordening gestelde eisen is voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd
                                ontheffing te verlenen van de op in artikel 12, lid 2 gebaseerde
                                nadere regels en van de voorschriften in artikel 18.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning
                                of op een verzoek tot ontheffing binnen dertien weken na de dag
                                waarop de aanvraag of het verzoek is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste
                                acht weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders houden de beslissing op de aanvraag om
                                vergunning of het verzoek tot ontheffing aan, totdat zij een
                                beslissing hebben genomen over de aanvraag voor een bouwvergunning
                                overeenkomstig artikel 40, lid 1 van de Woningwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 7 nemen Burgemeester en
                                Wethouders, voor zover de aanhouding bedoeld in het eerste lid
                                langer duurt dan de in artikel 7 gestelde termijnen, de beslissing
                                op een aanvraag om vergunning of een verzoek tot ontheffing zo
                                spoedig mogelijk na afloop van de in artikel 7 bedoelde
                                termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Duur van de vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing wordt verleend voor maximaal vier jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verplichtingen van de houder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning of ontheffing is niet overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder is verplicht aan Burgemeester en Wethouders gegevens te
                                verstrekken die door of namens hen in verband met het
                                peuterspeelzaalwerk van belang worden geacht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De houder is voorts verplicht om bij wijziging van de gegevens die
                                zijn verstrekt bij de vergunningaanvraag daarvan onmiddellijk
                                schriftelijk mededeling te doen aan Burgemeester en Wethouders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht de vergunning op een zichtbare
                                plaats in peuterspeelzaal op te hangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Intrekken of wijzigen van vergunning of ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen de vergunning of ontheffing
                                intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                        ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of
                                        wijziging daarvan wordt gevorderd door het belang of de
                                        belangen ter bescherming waarvan de vergunning is
                                        verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                        voorschriften niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien binnen de termijn van één jaar geen gebruik van de
                                        vergunning wordt gemaakt;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen in het belang van de kinderen
                                tijdelijke of blijvende sluiting van een peuterspeelzaal gelasten,
                                indien naar hun oordeel dringende omstandigheden die niet uit deze
                                verordening voortvloeien daartoe aanleiding geven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2 KWALITEITSREGELS</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De peuterspeelzaal dient hygiënisch en veilig te zijn en een
                                deugdelijke inrichting te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen
                                waaraan de peuterspeelzaal, de houder en de in peuterspeelzaal
                                werkzame beroepskrachten en begeleiders moeten voldoen. Deze regels
                                hebben betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>de verzorging en begeleiding van en het toezicht op de
                                        kinderen;</al></li><li nr="b."><al>de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid van de
                                        peuterspeelzaal voor zover deze eisen noodzakelijk zijn voor
                                        het peuterspeelzaalwerk en hierin niet wordt voorzien bij of
                                        krachtens de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>de aan beroepskrachten en begeleiders te stellen
                                        gezondheidseisen;</al></li><li nr="d."><al>de aanwezigheid van gegevens in de peuterspeelzaal.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Invloed van beroepskrachten en begeleiders op het beleid van de
                                houder</titel></kop><al>De houder zorgt ervoor dat de invloed van beroepskrachten en begeleiders
                            op het beleid van de houder gewaarborgd is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Informatie aan ouders/verzorgers</titel></kop><al>Opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een schriftelijke
                            overeenkomst tussen de houder en een ouder/verzorger.</al><al>De houder informeert de ouders/verzorgers voorafgaand aan het aangaan
                            van deze overeenkomst in ieder geval over:</al><lijst><li nr="a."><al>de plaatsingsprocedure en dienstverlening;</al></li><li nr="b."><al>het gekozen ambitieniveau als bedoeld in artikel 4;</al></li><li nr="c."><al>het te voeren beleid, waaronder het beleid inzake veiligheid en
                                    gezondheid, alsmede het pedagogisch beleid waarin vanuit de
                                    visie op de ontwikkeling van kinderen de visie op de omgang met
                                    kinderen is beschreven;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop de inspraak is geregeld;</al></li><li nr="e."><al>de wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na plaatsing
                                    van het kind bij de peuterspeelzaal;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop klachten worden behandeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering</titel></kop><al>De houder moet ten behoeve van in de peuterspeelzaal aanwezige
                            beroepskrachten, begeleiders en kinderen een passende
                            aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering afsluiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Groepsgrootte en aantallen beroepskrachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De groepsgrootte bedraagt maximaal 20 kinderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een groepsgrootte tot 16 kinderen bestaat de leiding uit ten
                                minste een beroepskracht en een begeleider.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een groepsgrootte van ten minste 16 kinderen en ten hoogste 20
                                kinderen bestaat de leiding uit twee beroepskrachten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verblijfsruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Per groep is een ruimte beschikbaar die per kind minimaal drie
                                vierkante meter netto speel-/werkoppervlak bevat, bepaald
                                overeenkomstig NEN 2580.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de oppervlakte minimaal
                                vier vierkante meter netto per spelend kind bedraagt, bepaald
                                overeenkomstig NEN 2580.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Voorkoming verspreiding infectieziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan de houder, dan wel aan degene die met de dagelijkse
                                leiding is belast, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>enig persoon tot de peuterspeelzaal of tot enige daarmee in
                                        verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin te
                                        laten vertoeven, wanneer, volgens of vanwege de directeur
                                        van de GGD, daarmee het gevaar van overbrenging van een
                                        infectieziekte, zoals genoemd in de Wet bestrijding
                                        infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken, aanwezig
                                        is;</al></li><li nr="b."><al>enig persoon tot de peuterspeelzaal of tot enige daarmee in
                                        verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin zelf te
                                        vertoeven, wanneer hij redelijkerwijs kan vermoeden dat
                                        daarmee het gevaar van overbrenging van een infectieziekte,
                                        zoals genoemd in de onder a vermelde wet, aanwezig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het in het eerste lid onder a omschreven verbod is de houder
                                ontheven, zodra de behandelend geneesheer een schriftelijke
                                verklaring heeft afgegeven dat de kans op overbrenging van een
                                infectieziekte is uitgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bepalingen in het eerste en tweede lid laten onverlet de
                                bepalingen krachtens de in het eerste lid, onder a, genoemde
                                wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verklaring omtrent het gedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Personen die als beroepskracht of begeleider werkzaam zijn bij een
                                peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het
                                gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verklaring genoemd onder het eerste lid wordt aan de houder
                                overlegd voordat een persoon zijn werkzaamheden aanvangt. De
                                verklaring is op het moment dat zij wordt overlegd niet ouder dan
                                twee maanden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat
                                een persoon niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van
                                een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die
                                persoon opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt die niet
                                ouder is dan twee maanden. De desbetreffende persoon overlegt de
                                verklaring binnen een door de houder vast te stellen termijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Controle</titel></kop><al>Burgemeester en Wethouders controleren ten minste een maal per drie jaar
                            de houders op naleving van de verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Toezicht en opsporing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen personen aanwijzen die belast zijn
                                met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze
                                verordening gestelde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opsporing van de in dit kader in het Wetboek van Strafrecht
                                strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141van het Wetboek
                                van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen
                                die door Burgemeester en Wethouders met het toezicht op de naleving
                                van deze verordening zijn belast, voor zover het de feiten betreft
                                die in de aanwijzing zijn vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd elke
                                plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder
                                toestemming van de bewoner.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouders zijn bevoegd inlichtingen te vorderen en zich te
                                doen vergezellen door personen die daartoe door hen zijn
                                aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dienen alle
                                houders van peuterspeelzalen te voldoen aan de in of krachtens deze
                                verordening gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen die zijn verleend onder de werking van
                                de Verordening kinderopvang Leiden van 1997 blijven nog gedurende
                                twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van
                                kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de
                                Verordening kinderopvang is ingediend en voor het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet op die aanvraag is
                                beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening werkzaam zijn bij een
                                peuterspeelzaal, leggen aan de houder binnen negen weken na de
                                inwerkingtreding een verklaring omtrent het gedrag over.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening Kinderopvang Leiden, vastgesteld op 4 februari 1997,
                                nr. 96.0161 wordt ingetrokken op de in het eerste lid bedoelde
                                datum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels
                            peuterspeelzaalwerk Leiden 2006.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>