<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR106560_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Verordening Werkleeraanbod WIJ</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Larens Journaal 13-08-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels Verordening Werkleeraanbod WIJ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET INVESTEREN IN JONGEREN">Wet investeren in jongeren </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-07-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-08-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegebesluit 13-07-2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels Verordening Werkleeraanbod WIJ</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De WIJ verplicht gemeenten om te investeren in de arbeidsinschakeling van
                        alle jongeren. Gemeenten moeten daarom jongeren in beginsel een
                        werkleeraanbod doen. Het werkleeraanbod is beschikbaar voor jongeren van 16
                        tot 27 jaar.</al><al>Hoelang de kortste weg naar werk is, is per jongere verschillend. Als dat
                        nodig is kan sprake zijn van een recht op een reeks van voorzieningen met
                        als doel duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt. Net als bij de WWB geldt
                        dat er maatwerk wordt geleverd.</al><al>In de Verordening werkleeraanbod WIJ is aan het college van burgemeester en
                        wethouders een aantal taken opgedragen. In deze beleidsregels is neergelegd
                        op welke wijze het college uitvoering geeft aan deze taken. Daar waar
                        noodzakelijk wordt per artikel een toelichting gegeven. De invulling van
                        deze beleidsregels zal de artikelsgewijze opzet van de Verordening
                        werkleeraanbod WIJ volgen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4 en 5</nr><titel>Beleidsregels en de voorzieningen</titel></kop><al>Een werkleeraanbod aan jongeren van 16 tot 27 jaar kan bestaan uit het
                            aanbieden van:</al><al> • algemeen geaccepteerde arbeid</al><al> • een voorziening gericht op arbeidsinschakeling (scholing, opleiding,
                            sociale activering)</al><al> • ondersteuning bij arbeidsinschakeling</al><al> Een jongere van 16 of 17 jaar kan een werkleeraanbod worden gedaan als
                            hij:</al><al> • de startkwalificatie heeft behaald</al><al> • is vrijgesteld van de kwalificatieplicht</al><al> • niet meer dan 15 uur per week werkt</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>A</nr><titel>De doelgroepen</titel></kop><structuurtekst><al>Jongeren die zich richten op arbeid in zelfstandig bedrijf of
                            beroep</al><al> Ook een bedrijf of zelfstandig beroep kan tot duurzame
                            arbeidsinschakeling leiden.</al><al> Een traject als voorbereiding op het zelfstandig ondernemerschap kan
                            aan de jongere worden aangeboden (artikel 17, lid 6 van de WIJ). De duur
                            van het voorbereidingstraject is maximaal 1 jaar. Op de
                            voorbereidingsperiode zijn de regels van het Bbz 2004 van
                            toepassing.</al><al> Jongeren die al werkzaam zijn als zelfstandige zijn uitgezonderd van
                            het recht op een werkleeraanbod en van het recht op inkomensvoorziening
                            (artikel 23, lid 1, onderdeel e juncto artikel 42, lid 1, onderdeel m,
                            WIJ). Zij kunnen een beroep doen op algemene bijstand of bijstand ter
                            voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van artikel 78f
                            van de WWB, zodat de (jongere) zelfstandige zich geheel kan richten op
                            zijn bestaan als zelfstandige. Hiertoe zijn de jongerennormen van de WIJ
                            van toepassing verklaard op de bijstandsverlening op grond van het Bbz
                            2004.</al><al> Jongeren met een arbeidshandicap</al><al> Het werkleeraanbod moet aansluiten bij de mogelijkheden van de jongere.
                            Het aanbod moet door het college worden afgestemd op de omstandigheden,
                            krachten en bekwaamheden van de jongere. Er kunnen echter lichamelijke,
                            geestelijke en/of sociale gronden zijn op grond waarvan kan worden
                            afgezien van een werkleeraanbod voor onbepaalde of bepaalde tijd.</al><al> Het gaat om een individuele afweging, waarbij een goede diagnose (d.m.v
                            een medisch advies) de basis biedt. Als blijkt dat een jongere niet in
                            staat is om enige vorm van activiteit te verrichten, dan is de
                            inkomensvoorziening gegarandeerd.</al><al> Alleenstaande ouders</al><al> Op verzoek van een alleenstaande ouder met de volledige zorgtaak voor
                            een ten laste komend kind jonger dan vijf jaar, kan het werkleeraanbod
                            worden ingevuld met scholing of opleiding die de toegang tot de
                            arbeidsmarkt bevordert, tenzij een dergelijke scholing de krachten of
                            bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven gaat. In het geval geen
                            passende kinderopvang en/of andere voorziening voorhanden is, kan het
                            college voor bepaalde duur van het doen van een werkleeraanbod
                            afzien.</al><al> Voor alle alleenstaande ouders met de zorg voor kinderen tot 12 jaar
                            geldt dat als er geen passende kinderopvang en/of andere voorziening
                            voorhanden is om zorgtaak en leren en/of werken te combineren, dit een
                            reden kan zijn om voor bepaalde duur van een werkleeraanbod af te
                            zien.</al><al> Jongeren zonder startkwalificatie</al><al> Het werkleeraanbod van de jongere tussen de 18 en 27 jaar, die niet
                            beschikt over een startkwalificatie wordt ingevuld met scholing, dat
                            leidt tot het behalen van die startkwalificatie. De scholing kan bestaan
                            uit regulier onderwijs, of een andere geschikte optie.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>B en C</nr><titel>Voorzieningen en instrumenten</titel></kop><structuurtekst><al>De voorziening dient te zijn gericht op het (op korte termijn) mogelijk
                            maken van arbeidsinschakeling of, indien dit niet mogelijk is, het
                            participeren in de samenleving. Al naar gelang de afstand tot de
                            arbeidsmarkt kan een voorziening zijn gericht op sociale activering of
                            het opdoen van werkervaring. De opsomming van voorzieningen is niet
                            limitatief, tot de voorzieningen die kunnen worden aangeboden
                            behoren:</al><al> 1. sociale activering;</al><al> 2. beroepsgerichte scholing;</al><al> 3. gesubsidieerde arbeid, loonkostensubsidies en/of werkstages;</al><al> 4. maatschappelijke participatie.</al><al> 5. nazorg</al><al> Sociale activering</al><al> Sociale activering kan als voorziening worden ingezet ter voorbereiding
                            op deelname aan scholing en werkervaringsplaatsen voor
                            bijstandsgerechtigden die de sollicitatieverplichting hebben. Het doel
                            van dit traject is om een proces op gang te brengen, waarbij deze met
                            intensieve ondersteuning en begeleiding inzicht krijgt in eigen
                            mogelijkheden en beperkingen. Tijdelijke deelname aan vrijwilligerswerk,
                            met als doel overstap naar betaalde arbeid, kan als sociale activering
                            worden gezien.</al><al> Scholing</al><al> Indien uit onderzoek is gebleken, dan wel door het re-integratiebedrijf
                            is geadviseerd, dat de uitkeringsgerechtigde een beroepsgerichte
                            scholing dient te volgen om re-integratie succesvol te maken zal de
                            gemeente, indien noodzakelijk in overleg met het re-integratiebedrijf,
                            een geschikt opleidingsinstituut verzoeken de opleiding te verzorgen. De
                            scholing duurt in beginsel maximaal 12 maanden.</al><al> Opstapbaan</al><al> De opstapbaan is een voorziening voor gemeenten om langdurig werklozen
                            te re-integreren. Niet de arbeid zelf, maar het leren werken staat
                            centraal. Het is belangrijk in de gaten te houden onder welke
                            voorwaarden de werkstage aangeboden wordt. Dit vanwege het gevaar dat de
                            opstapbaan beschouwd kan worden als een gewone arbeidsovereenkomst. Een
                            opstapbaan heeft de volgende kenmerken, welke meegenomen worden in de
                            afweging om al dan niet een werkstage aan te bieden als
                            arbeidsmarktinstrument:</al><al> 1. er is sprake is van het persoonlijk verrichten van arbeid</al><al> 2. de arbeid is gericht is op het uitbreiden van de kennis en ervaring
                            van de werknemer</al><al> 3. er is geen sprake van een beloning</al><al> 4. er kan een gerichte stagevergoeding of onkostenvergoeding worden
                            gegeven, maar daarbij moet dan ook daadwerkelijk sprake zijn van een
                            vergoeding van gemaakte kosten</al><al> 5. de arbeidsrelatie is gemaximaliseerd tot 6 maanden</al><al> 6. er is geen sprake van een reguliere arbeidsovereenkomst</al><al> 7. er is geen conflict met de Europese richtlijn inzake
                            staatssteun;</al><al> 8. het recht ontstaat om als interne kandidaat te solliciteren op
                            vacatures</al><al> 9. er vindt geen verdringen van reguliere of gesubsidieerde arbeid
                            plaats</al><al> 10. er vindt begeleiding plaats door de stagebieder of vanwege de
                            gemeente</al><al> 11. de werkgever sluit een WA-verzekering af voor de deelnemer;</al><al> 12. de werkgever draagt zorg voor de benodigde voorzieningen (kleding,
                            schoeisel etc) of maakt hierover met de gemeente afspraken.</al><al> 13. voorafgaande aan de opstapbaan wordt een overeenkomst opgesteld.
                            Hierin worden expliciet de bovenstaande punten aan de orde gesteld.</al><al> Maatschappelijke participatie</al><al> Onder maatschappelijke participatie wordt verstaan het verrichten van
                            maatschappelijk nuttige activiteiten of deelname aan activiteiten welke
                            sociaal isolement voorkomen of beperken, voor hen die geen
                            arbeidsverplichting hebben, waarmee wordt bedoeld dat mensen deelnemen
                            aan maatschappelijke activiteiten, met name vrijwilligerswerk.</al><al> Nazorg</al><al> Het is belangrijk ervoor te zorgen dat na uitstroom niet na een korte
                            periode sprake is terugval in de uitkering. De duur en de frequentie van
                            het contact met de belanghebbende is afhankelijk van de behoefte en
                            wordt beoordeeld en vastgesteld door de klantmanager. Nazorg kan worden
                            geboden voor de duur van maximaal 6 maanden na acceptatie van algemeen
                            geaccepteerde arbeid, ongeacht of hiervoor loonkostensubsidie is
                            verleend aan de werkgever.</al><al> Medisch advies</al><al> Het stellen van een goede diagnose in combinatie met een onderzoek is
                            noodzakelijk om de jongere een doelmatig werkleeraanbod ten behoeve van
                            duurzame arbeidsparticipatie aan te kunnen bieden. Bij het stellen van
                            een diagnose kan gebruik worden gemaakt van een medisch advies.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>F</nr><titel>Afspraken met derden over arbeidsinschakeling en aanbieden van
                            voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Met een aantal, uit de aanbesteding voortgekomen, re-integratiebedrijven
                            zijn contractueel werkafspraken gemaakt met betrekking tot de
                            arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>G</nr><titel>Maatregelen tegengaan niet gebruik</titel></kop><structuurtekst><al>De overheid wil niet dat jongeren de dupe worden van de huidige
                            economische recessie.</al><al> Om dit zoveel mogelijk tegen te gaan is het Actieplan Jeugdwerkloosheid
                            opgesteld. Een van de resultaten van het Actieplan is dat voor de duur
                            van het Actieplan een Jongeren consulent is aangesteld.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Intrekking werkleeraanbod</titel></kop><al>Het college trekt het recht op het werkleeraanbod in wanneer de jongere
                            zijn verplichtingen die horen bij het werkleeraanbod niet of onvoldoende
                            nakomt. Daarbij gelden de gronden zoals omschreven in hoofdstuk 5 van de
                            WIJ.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Budgetplafond</titel></kop><al>Er is voor gekozen om, net als in de re-integratieverordening WWB IOAW
                            IOAZ 2010, geen budget per voorziening op te nemen. Met het oog op de
                            aangekondigde bezuinigingen is dit mogelijk op termijn wel aan de
                            orde.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Loonkostensubsidie</titel></kop><al>Loonkostensubsidie is een re-integratie-instrument om de kansen op een
                            reguliere baan en het bereiken van uitkeringsonafhankelijkheid te
                            vergroten. Als de klant nog niet helemaal klaar is voor de arbeidsmarkt
                            en enige vorm van begeleiding nodig heeft, kan het inzetten van de
                            loonkostensubsidie een extra stimulans zijn voor de werkgever. Een
                            voorwaarde voor het verstrekken van loonkostensubsidie is dat de
                            werkgever voornemens is om bij gebleken geschiktheid van de werknemer na
                            de subsidieperiode de arbeidsovereenkomst voort te zetten.</al><al> Bij de invulling van banen met loonkostensubsidie worden de volgende
                            criteria/uitgangspunten gehanteerd voor de overweging om al dan niet
                            gesubsidieerde arbeid aan te bieden als arbeidsmarktinstrument:</al><al> 1. mate van maatschappelijke relevantie;</al><al> 2. relevantie voor uitstroom naar regulier werk;</al><al> 3. beperking in duur van het contract (1 jaar, na dat jaar wordt
                            opnieuw gekeken naar de arbeidsmogelijkheden van de belanghebbende en de
                            noodzaak voor het in stand houden van de subsidie);</al><al> 4. alleen personen met voldoende capaciteiten tot uitstroom naar een
                            reguliere baan worden geplaatst;</al><al> 5. met de werkgever wordt vooraf vastgelegd hoe een toenemende
                            verdiencapaciteit (afname loonkostensubsidie in de tijd) dient te
                            resulteren in het regulier maken van een baan;</al><al> 6. er vind geen verdringen plaats van reguliere arbeid;</al><al> 7. er is geen conflict met de Europese richtlijn inzake
                            staatssteun;</al><al> 8. de eis kan worden gesteld dat voorafgaande aan de gesubsidieerde
                            baan een succesvol afgeronde werkstage heeft plaatsgevonden;</al><al> 9. de werkgever sluit een WA-verzekering af voor de deelnemer;</al><al> 10. de werkgever draagt zorg voor de benodigde voorzieningen (kleding,
                            schoeisel etc) of maakt hierover met de gemeente afspraken.</al><al> Het is altijd ter beoordeling van de klantmanager en/of de medewerker
                            re-integratie welke vorm van subsidie redelijk is en het beste aansluit
                            bij de klant. Tijdens de periode dat sprake is van loonkostensubsidie,
                            dient er wel regelmatig contact tussen de gemeente, werkgever en
                            werknemer te zijn. Doel is uiteindelijk toch om op termijn een
                            subsidieonafhankelijke arbeidsovereenkomst te creëren.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>Vergoeding van de kosten is mogelijk als deze noodzakelijk zijn ter
                            bevordering van de arbeidsinschakeling of het werkleeraanbod. De
                            noodzakelijkheid wordt beoordeeld door de klantmanager.</al><al> Voor enkele kostensoorten kan voor de vergoeding aansluiting worden
                            gezocht bij Nibud richtprijzen. Voor andere kosten ligt de beoordeling
                            en de vaststelling van de hoogte van de vergoeding bij de klantmanager
                            het college.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Laren, 13 juli 2010</ondertekening><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Laren,</ondertekening><ondertekening>De gemeentesecretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. W. Kleine Deters drs. E.J. Roest</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>