<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>106536_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Klachtenregeling met betrekking tot ongewenst gedrag</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-31</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">niet bekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>2007-09-11</dcterms:issued><dcterms:alternative>Klachtenregeling met betrekking tot ongewenst gedrag</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:subject>personeel en organisatie</dcterms:subject></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-07-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2007-07-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp></overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Klachtenregeling met betrekking tot ongewenst gedrag</titel></kop><paragraaf><kop><titel></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1  Algemene bepalingen:</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>bevoegd</vet><vet>gezag</vet>:
 het bestuursorgaan van de gemeente dat bevoegd is tot afdoening van 
 een klacht met betrekking tot ongewenst gedrag;</al></li><li nr="b"><al><vet>commissie</vet>:
 de Klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke overheid; 
 </al></li><li nr="c"><al><vet>gemeente</vet>:
 de gemeente of gemeentelijke instelling die zich heeft aangesloten 
 bij de commissie en deze regeling van toepassing heeft verklaard op de 
 behandeling van klachten op het gebied van ongewenst gedrag;</al></li><li nr="d"><al><vet>ongewenst</vet><vet>gedrag</vet>:
 gedrag dat valt binnen de begrippen seksuele intimidatie, agressie, 
 geweld en pesten zoals bedoeld in artikel 1, derde lid, sub e. van de 
 Arbeidsomstandighedenwet, alsmede discriminatie zoals bedoeld in de Algemene 
 wet gelijke behandeling; </al></li><li nr="e"><al><vet>klacht</vet>:
 een door de klager ondertekend en van naam- en adresgegevens voorzien 
 geschrift waarin het jegens hem ongewenste gedrag waarop de klacht betrekking 
 heeft is omschreven; </al></li><li nr="f"><al><vet>klager</vet>:
 een persoon, niet zijnde een politieke ambtsdrager van de gemeente, 
 die werkzaam is of werkzaam is geweest in de organisatie van de gemeente 
 en een klacht over ongewenst gedrag indient;</al></li><li nr="g"><al><vet>aangeklaagde</vet>:
 een persoon, niet zijnde een politieke ambtsdrager van de gemeente, 
 die werkzaam is of werkzaam is geweest in de organisatie van de gemeente 
 en over wiens gedrag geklaagd wordt;</al></li><li nr="h"><al><vet>informant</vet>:
 degene die namens het bevoegd gezag informatie verstrekt aan de commissie.</al></li><li nr="i"><al><vet>vertrouwenspersoon</vet>:
 de functionaris, als zodanig aangewezen door Burgemeester  en 
 Wethouders, tot wie de ambtenaar die wordt geconfronteerd met ongewenst 
 gedrag, zich kan melden voor advies en ondersteuning. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2  Vertrouwenspersoon - algemeen</titel></kop><al>
Burgemeester en Wethouders stellen een interne en een externe vertrouwens-persoon 
 aan.</al><al>
De vertrouwenspersoon is voor de uitvoering van de taken verantwoording 
 verschuldigd aan Burgemeester en Wethouders.</al><al>
Burgemeester en Wethouders stellen de vertrouwenspersoon in de gelegenheid 
 zijn taken naar behoren te vervullen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3  Vertrouwenspersoon – taken</titel></kop><al>De vertrouwenspersoon heeft tot taak:</al><lijst><li nr="1"><al>degene die meent slachtoffer te zijn van ongewenst 
 gedrag, bij te staan en van advies te dienen;</al></li><li nr="2"><al>indien de in lid 1 bedoelde persoon daarin toestemt 
 door bemiddeling te trachten tot een oplossing van de gesignaleerde problemen 
 te komen;</al></li><li nr="3"><al>voor zover nodig en gewenst, de in lid 1 bedoelde 
 persoon te verwijzen naar gespecialiseerde hulpverleningsinstanties;</al></li><li nr="4"><al>de persoon op diens verzoek te ondersteunen bij het 
 indienen van een klacht bij de klachtencommissie ongewenst gedrag voor 
 de gemeentelijke overheid, Burgemeester en Wethouders of een andere instantie;</al></li><li nr="5"><al>het onderhouden van contact met de klager om te bezien 
 of het indienen van een klacht niet leidt tot repercussies voor de klager 
 en om te bezien of, nadat de klacht is afgehandeld, het ongewenst gedrag 
 is opgehouden;</al></li><li nr="6"><al>het registreren van de aard, omvang en afhandeling 
 van de problemen op het gebied van ongewenst gedrag die hem worden medegedeeld. 
 Hierbij gelden de normale regels van de Archiefwet en de wet op de Persoonsregistratie. 
 Uiteraard is hier sprake van een vertrouwelijk archief;</al></li><li nr="7"><al>het gevraagd en ongevraagd adviseren van Burgemeester 
 en Wethouders over een beleid inzake ongewenst gedrag bij de gemeente 
 Sittard-Geleen met name op het gebied van voorlichting en preventie;</al></li><li nr="8"><al>het verzorgen van voorlichting over ongewenst gedrag 
 aan personen die werkzaam zijn bij de gemeente Sittard-Geleen, als werknemer, 
 maar ook in de hoedanigheid van stagiair, uitzendkracht of anderszins.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4  Vertrouwenspersoon – werkwijze en taken</titel></kop><al> De vertrouwenspersoon is bevoegd informatie in te winnen bij betrokkenen, na toestemming van degene die zich tot deze functionaris wendt voor advies en ondersteuning vanwege een geval van ongewenst gedrag, voor zover de uitvoering van de taken zoals bedoeld onder artikel 3 lid 2, daartoe noodzaakt. De vertrouwenspersoon neemt daarbij de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht ter bescherming van de privacy van alle betrokkenen.</al><al> De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met de werkzaamheden als vertrouwenspersoon ter kennis komt. De geheimhoudingsplicht geldt niet voorzover de uitvoering van de taken, bedoeld onder artikel 2 lid 2 daartoe noodzaakt.</al><al> In voorkomende gevallen kan de vertrouwenspersoon externe deskundigen raadplegen.</al><al> Personen die door de vertrouwenspersoon worden benaderd uit hoofde van hun functie zijn verplicht tot geheimhouding.</al><al> De vertrouwenspersoon houdt een archief bij.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5  Vertrouwenspersoon – taken</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan in afwijking van artikel 1 onder g. de commissie ad hoc belasten met onderzoek naar en advies over een klacht, die betrekking heeft op ongewenst gedrag van een politiek ambtsdrager van de gemeente jegens klager.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6  Instelling, taakstelling en samenstelling van de commissie</titel></kop><al>
Er is een klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke overheid.</al><al>
De commissie heeft tot taak een klacht te onderzoeken en daarover advies 
 uit te brengen aan het bevoegd gezag.</al><al>
De commissie bestaat uit drie leden waaronder een voorzitter. </al><al>
De commissie beslist bij gewone meerderheid van stemmen.</al><al>
Een lid van de commissie wordt vervangen als deze direct of indirect betrokken 
 is geweest bij enige vorm van ongewenst gedrag waarover de klacht is ingediend 
 dan wel een persoonlijk belang heeft bij de afhandeling van de klacht.</al><al>
Benoeming, schorsing en ontslag van de voorzitter, overige leden en hun 
 plaatsvervangers geschiedt door de voorzitter van het College voor Arbeidszaken 
 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.</al><al>
De voorzitter, overige leden en hun plaatsvervangers worden benoemd voor 
 een periode van zes jaar.</al><al>
De commissie kan een nadere werkwijze bepalen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7  Secretaris en administratie</titel></kop><al>
De voorzitter van het College voor Arbeidszaken wijst na overleg met de 
 voorzitter van de commissie een secretaris en een plaatsvervangend secretaris 
 aan.</al><al>
De administratie ten behoeve van de commissie wordt gevoerd door het secretariaat 
 van het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8  Indienen 
 van de klacht</titel></kop><al>
De klager dient een klacht bij de commissie in. </al><al>
In de klacht wordt zo mogelijk vermeld de datum, tijd, plaats van het ongewenst 
 gedrag, de omstandigheden, de namen van aangeklaagde en eventuele getuigen, 
 alsmede de stappen die klager reeds heeft ondernomen. </al><al>
Indien de klager de klacht indient bij het bevoegd gezag, bevestigt het 
 bevoegd gezag de ontvangst van de klacht aan de klager en vermeldt daarbij 
 dat de commissie over de klacht zal adviseren. Het bevoegd gezag zendt 
 de klacht, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, zo spoedig 
 mogelijk door aan de commissie. </al><al>
De commissie bevestigt de ontvangst van de klacht aan de klager en stelt 
 hem op de hoogte van de termijnen en de wijze van afdoening van de klacht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9  Ontvankelijkheid van de klacht</titel></kop><al> Het bevoegd gezag verstrekt op verzoek van de commissie alle op de klacht betrekking hebbende gegevens waaronder de gemeentelijke klachtenregeling, de adres- en functiegegevens van de klager en de aangeklaagde, een overzicht van eventueel binnen de gemeente ondernomen stappen en reeds geproduceerde stukken met betrekking tot de klacht. </al><al> De commissie neemt een klacht niet in behandeling indien deze niet valt binnen de begripsbepalingen van artikel 1 onder c, d, e, f en g van deze regeling.</al><al> De commissie neemt een klacht niet in behandeling indien verplichte stappen uit de gemeentelijke klachtenprocedure niet zijn doorlopen. De commissie brengt de klager binnen twee weken na ontvangst van de klacht hiervan schriftelijk op de hoogte.</al><al> De commissie kan de klacht voorts niet in behandeling nemen indien:</al><lijst><li nr="a"><al>de klacht niet binnen een redelijke termijn nadat het ongewenste gedrag heeft plaatsgevonden aan de commissie is voorgelegd;</al></li><li nr="b"><al>er sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 9:8, eerste en tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10  Onderzoek naar de klacht</titel></kop><al>
Indien de commissie dit voor de uitoefening van haar taak noodzakelijk 
 acht stelt zij een onderzoek in.</al><al>
Ten behoeve van het onderzoek is de commissie bevoegd bij het bevoegd gezag 
 alle inlichtingen in te winnen die zij voor de vorming van haar advies 
 nodig acht; het bevoegd gezag verschaft de commissie de gevraagde inlichtingen 
 en stelt de commissie desgevraagd in de gelegenheid de werkomgeving te 
 aanschouwen.</al><al>
Het bevoegd gezag stelt personen werkzaam binnen de organisatie van gemeente 
 in de gelegenheid te worden gehoord.</al><al>
De commissie kan het bevoegd gezag adviseren tussentijdse maatregelen te 
 nemen indien en voor zover dit in het belang is van het onderzoek of van 
 de positie van de in het onderzoek betrokken personen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11  Horen</titel></kop><al>
Alvorens een advies uit te brengen stelt de commissie de klager, de aangeklaagde 
 en de informant in de gelegenheid om te worden gehoord. De commissie kan 
 het horen opdragen aan de voorzitter of een ander lid van de commissie.</al><al>
Van het horen kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond 
 is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken 
 van het recht te worden gehoord.</al><al>
De commissie zendt tijdig voorafgaand aan de hoorzitting aan de aangeklaagde 
 - en voor zover nodig aan klager en informant - een afschrift van de klacht 
 en van andere stukken die op de klacht betrekking hebben. </al><al>
De commissie hoort de klager en de aangeklaagde in beginsel buiten elkaars 
 aanwezigheid. De commissie stelt klager en aangeklaagde in de gelegenheid 
 van elkaars zienswijze kennis te nemen en daarop te reageren.</al><al>
De klager en aangeklaagde kunnen zich ter zitting laten bijstaan door een 
 (raads)persoon.</al><al>
De commissie is bevoegd om getuigen, andere betrokkenen en deskundigen 
 schriftelijk of mondeling te raadplegen.   </al><al>
De zittingen van de commissie zijn niet openbaar.</al><al>
Van het horen wordt een verslag gemaakt. </al><al>
De zittingen vinden zoveel mogelijk plaats op een voor partijen goed bereikbare 
 locatie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12  Omgang met persoonsgegevens</titel></kop><al>
De commissie verzamelt en verwerkt uitsluitend persoonsgegevens die noodzakelijk 
 zijn voor het uitbrengen van een advies. Bij de verwerking van persoonsgegevens 
 zorgt de commissie voor beveiliging van de gegevens tegen verlies en onrechtmatige 
 verwerking.</al><al>
Voor de commissie alsmede de secretaris geldt de plicht tot geheimhouding 
 van persoonsgegevens voor zover overdracht van informatie niet noodzakelijk 
 is voor de uitoefening van de taak van de commissie. Wanneer de inhoud 
 van bepaalde informatie uitsluitend ter kennisneming door de commissie 
 dient te blijven wordt dit aan de commissie meegedeeld.</al><al>
De commissie wijst personen die worden gehoord of geraadpleegd op de vertrouwelijkheid 
 van hetgeen ter zitting aan de orde komt. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13  Advies over de klacht</titel></kop><al> De commissie brengt binnen acht weken na ontvangst van de klacht advies uit aan het bevoegd gezag over de gegrondheid van de klacht vergezeld van een rapport van bevindingen. Het rapport bevat een verslag van het horen. Een afschrift van het advies wordt aan klager en aangeklaagde toegezonden.</al><al> In het advies kunnen aanbevelingen worden gedaan over door het bevoegd gezag te nemen maatregelen.</al><al> Indien de commissie op grond van artikel 6, tweede of vierde lid, van deze regeling een klacht niet in behandeling neemt brengt de commissie zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de klacht advies uit aan het bevoegd gezag de klacht niet ontvankelijk te verklaren. Een afschrift van het advies wordt aan klager toegezonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14  Afdoening van de klacht</titel></kop><al> Het bevoegd gezag stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies van de commissie bedoeld in artikel 9, eerste lid, klager en aangeklaagde schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de gegrondheid van de klacht alsmede de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Indien de conclusies van het bevoegd gezag afwijken van het advies van de commissie wordt de reden van die afwijking vermeld. </al><al> Het bevoegd gezag kan de afdoening bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan klager en aangeklaagde. </al><al> Het bevoegd gezag stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies van de commissie bedoeld in artikel 9, derde lid, klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de ontvankelijkheid van de klacht alsmede de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. </al><al> Het bevoegd gezag kan de afdoening bedoeld in het derde lid voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de klager. Indien de conclusies van het bevoegd gezag afwijken van het advies van de commissie wordt de reden van die afwijking vermeld</al><al> Het bevoegd gezag zendt een afschrift van de conclusies bedoeld in het eerste en derde lid naar de commissie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15  Jaarverslag</titel></kop><al>
Jaarlijks wordt een verslag opgesteld door de commissie.</al><al>
In dat verslag worden in geanonimiseerde zin en met in achtneming van de 
 terzake geldende wettelijke bepalingen vermeld:</al><lijst><li nr="a"><al>het aantal klachten dat de commissie heeft ontvangen; 
 </al></li><li nr="b"><al>het aantal niet-ontvankelijk, (gedeeltelijk) gegrond 
 en ongegrond geachte klachten;</al></li><li nr="c"><al>de aard van de klachten; </al></li><li nr="d"><al>statistische gegevens over klagers en aangeklaagden 
 (man-vrouw; leeftijdscategorieën; leidinggevend of niet; geboren in Nederland 
 of niet); </al></li><li nr="e"><al>de doorlooptijd van de adviezen;</al></li><li nr="f"><al>aanbevelingen en tendensen.</al></li></lijst><al>
Het verslag wordt toegezonden aan het bevoegd gezag van de gemeenten waarin 
 deze regeling van toepassing is verklaard.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16  Inwerkingtreding</titel></kop><al>De regeling treedt in werking op 11 september 2007 en vervangt gelijktijdig 
 de “Klachtenregeling met betrekking tot ongewenste omgangsvormen” vastgesteld 
 op 20 juni 2006.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al></al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>