<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR106431_6</dcterms:identifier><dcterms:title>Reisregeling Provincie Gelderland 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad 2015 nr. 677</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reisregeling Provincie Gelderland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 158, lid 1 aanhef en onder a en c.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>zaaknummer 2015-000302</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeelsregelingen, bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reisregeling Provincie Gelderland 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND</al><al>Overwegende dat overeenstemming is bereikt met de vakorganisaties over de
                        invoering van de Reisregeling provincie Gelderland; Gelet op artikel 125,
                        eertse lid onder j, juncto tweede lid van de Ambtenarenwet en artikel 158,
                        eerste lid, aanhef onder a en c, van de Provinciewet;</al><al>BESLUITEN</al><al>Vast te stellen de regeling: Reisregeling provincie Gelderland 2015:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Begripsbepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>ambtenaar: de ambtenaar als bedoeld in artikel A.1, onderdeel a
                                    van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies en de
                                    werknemer als bedoeld in artikel H.1, eerste lid, onderdeel a
                                    van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;</al></li><li nr="b."><al>plaats van tewerkstelling: het gebouw, gebouwencomplex of
                                    terrein, waar of van waaruit de ambtenaar naar het oordeel van
                                    het bevoegde gezag gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht;</al></li><li nr="c."><al>dienstreis: een naar het oordeel van de dienstleiding
                                    noodzakelijke verplaatsing van een ambtenaar tot het verrichten
                                    van dienst buiten de plaats van tewerkstelling, alsmede het
                                    hiermee verband houdende verblijf buiten deze plaats;</al></li><li nr="d."><al>fiets: onder fiets wordt mede verstaan een elektrische fiets en
                                    elektrische scooter.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ambtenaar die heen en weer reist tussen zijn woning en de plaats
                                van tewerkstelling krijgt een tegemoetkoming in de reiskosten</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De tegemoetkoming bedraagt € 0,19 per kilometer. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De maandelijkse tegemoetkoming, zoals bedoelt in het eerste lid,
                                bedraagt ten hoogste de actuele gemiddelde maandelijkse kosten van
                                een NS ov-jaarkaart bij aanschaf ineens.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling wordt
                                berekend aan de hand van postcode, met behulp van de routeplanner
                                ANWB, waarbij de <vet>snelste</vet> route met de auto als
                                uitgangspunt geldt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De ambtenaar ontvangt een vaste maandelijkse tegemoetkoming,
                                rekening houdend met de daarvoor geldende fiscale regels. Ingeval de
                                ambtenaar in deeltijd werkt, wordt de maandelijkse tegemoetkoming
                                aangepast aan de deeltijdfactor.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>De ambtenaar die met de auto reist heeft toegang tot de provinciale
                            parkeerterreinen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De tegemoetkoming in de kosten van woon- werkverkeer wordt stopgezet
                                wanneer er sprake is van ziekte op het moment dat deze ziekte langer
                                dan één maand duurt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt stopgezet op het moment dat aan de ambtenaar
                                verlof wegens zwangerschap wordt verleend. De vergoeding wordt
                                wederom toegekend, zodra het bevallingsverlof eindigt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Wanneer er sprake is van ziekte voorafgaand aan het
                                zwangerschapsverlof geldt hetgeen gesteld onder lid 1, tenzij het
                                zwangerschapsverlof aanvangt voordat de ziekte één maand duurt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Wanneer er sprake is van ziekte aansluitend aan het bevallingsverlof
                                wordt de tegemoetkoming uitbetaald vanaf de datum waarop het werk
                                wordt hervat.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij ouderschapsverlof wordt de tegemoetkoming beëindigd c.q.
                                aangepast aan het aantal dagen dat er gewerkt wordt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Reiskosten dienstreizen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ambtenaar maakt voor een dienstreis gebruik van het openbaar
                                vervoer. Door de provincie wordt hiertoe een vervoerbewijs ter
                                beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de ambtenaar voor het maken van zijn dienstreis geen gebruik
                                maakt van door de provincie ter beschikking gestelde
                                vervoerbewijzen, heeft hij geen recht op vergoeding van de kosten
                                van de dienstreis.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien de bestemming van de dienstreis naar het oordeel van de
                                leidinggevende niet of niet op doelmatige wijze met het openbare
                                vervoer kan worden bereikt, kan de ambtenaar gebruik maken van een
                                huurauto of van zijn eigen auto.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een bestemming is niet doelmatig met het openbaar vervoer te
                                bereiken indien: </al><lijst><li nr="a."><al>er geen of slechts in een lage frequentie openbaar vervoer
                                        rijdt naar de plaats waar de werkzaamheden moeten worden
                                        verricht;</al></li><li nr="b."><al>er niet draagbare bagage of zeer kostbare apparatuur moet
                                        worden vervoerd;</al></li><li nr="c."><al> de afstand tussen de dichtstbijzijnde halte van het
                                        openbaar vervoer en de plaats waar de werkzaamheden moeten
                                        worden verricht meer dan 1 kilometer bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>tijdens (een gedeelte) van de reis de veiligheid van de
                                        ambtenaar en/of de meegevoerde bagage in het geding is;</al></li><li nr="e."><al>de bedrijfsarts van oordeel is dat om medische redenen geen
                                        gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer;</al></li><li nr="f."><al>er verschillende adressen op dezelfde dag moeten worden
                                        bezocht die niet in elkaars nabijheid liggen;</al></li><li nr="g."><al>het begin of einde van de werkzaamheden het gebruik van
                                        openbaar vervoer (over een deel van het traject) onmogelijk
                                        maken;</al></li><li nr="h."><al>de reisafstand in combinatie met de onzekerheid over de
                                        aanwezigheid van de te bezoeken klant het gebruik van het
                                        openbaar vervoer inefficiënt maken;</al></li><li nr="i."><al>een zwaarwegend dienstbelang het gebruik van het openbaar
                                        vervoer uitsluit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de ambtenaar gebruik maakt van zijn eigen auto, ontvangt hij
                                een vergoeding van € 0,37 bruto per kilometer.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In de in het derde lid genoemde vergoeding worden alle kosten, zowel
                                directe als indirecte, waaronder parkeerkosten, voortvloeiend uit
                                het gebruik van de eigen auto geacht te zijn begrepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor het berekenen van de vergoeding als bedoeld in artikel 6 lid 3,
                                is de plaats van tewerkstelling het beginpunt en het eindpunt van de
                                dienstreis.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De woning van de ambtenaar of een andere plaats, wordt als beginpunt
                                of eindpunt van de reis aangemerkt, indien noch op de heenreis, noch
                                op de terugreis de plaats van tewerkstelling wordt bezocht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ingeval de woning van de ambtenaar of een andere plaats als
                                beginpunt of eindpunt van de dienstreis wordt aangemerkt en de
                                ambtenaar bezoekt op dezelfde dag de plaats van tewerkstelling,
                                wordt de vergoeding als bedoeld in artikel 6 lid 3 berekend op basis
                                van de omrijkilometers.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de woning van
                                de ambtenaar als beginpunt respectievelijk eindpunt van de
                                dienstreis aangemerkt, indien hij voor zijn woon-werkverkeer geen
                                gebruik maakt van een auto.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Verblijfkosten binnenland</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8 </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De in verband met een dienstreis noodzakelijk gemaakte
                                verblijfkosten worden vergoed overeenkomstig artikel 5 van de
                                Reisregeling Binnenland.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien veelvuldig dienstreizen moeten worden gemaakt, kan door
                                Gedeputeerde Staten een lagere vergoeding wegens verblijfkosten
                                worden vastgesteld dan de vergoeding die wordt vastgesteld volgens
                                de in dit artikel gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden bedraagt de
                                vergoeding voor verblijfkosten voor kantonniers bij verblijf op het
                                aangewezen wegvak een nader door Gedeputeerde Staten te bepalen
                                bedrag per werkdag.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Vergoeding verblijfkosten buitenland </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>Bij een verblijf in het buitenland gedurende meer dan een dag, wordt een
                            vergoeding toegekend gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, met
                            inachtneming van een redelijk te achten maximum op basis van de
                            Reisregeling buitenland en de daarbij als bijlage opgenomen
                            tarieflijst.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Declaraties </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Medewerkers kunnen voor dienstreizen in Nederland een vervoersbewijs
                                aanvragen. Dit vervoersbewijs wordt direct na gebruik ingeleverd bij
                                de Reisbalie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Medewerkers die gebruik maken van een door de provincie te
                                beschikking gesteld vervoersbewijs kunnen deze vervoerskosten niet
                                declareren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De declaratie wordt ingediend op de daartoe bestemde wijze,
                                uiterlijk in de maand volgende op die waarop de dienstreis
                                betrekking heeft.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet of de toepassing tot
                            onbillijkheden zou leiden, kan door Gedeputeerde Staten een voorziening
                            naar redelijkheid worden getroffen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De Reisregeling provincie Gelderland wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2015.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deze regeling wordt aangehaald als Reisregeling provincie Gelderland
                                2015.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Gedeputeerde Staten van Gelderland</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet> De voorliggende Reisregeling provincie Gelderland komt in de
                    plaats van de bestaande regeling en is aangepast aan de huidige tijd waarin
                    onder meer vrijheid en eigen verantwoordelijkheid van belang zijn. De regeling
                    is tot stand gekomen na overleg met de Commissie voor Georganiseerd Overleg,
                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 van het Reglement op de Commissie voor
                    Georganiseerd Overleg. De belangrijkste wijziging die wordt doorgevoerd is het
                    toekennen van een vast financiële vergoeding waarmee medewerkers zelf de meest
                    passende vorm van vervoer kiezen en regelen. Uitgangspunt van de regeling is het
                    gebruik van duurzaam vervoer voor zowel het woon-werkverkeer als voor het maken
                    van dienstreizen.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 2</vet> Aan de ambtenaar wordt een vaste tegemoetkoming in de
                    reiskosten voor woon-werkverkeer verstrekt voor de afstand woonadres naar de
                    formele plaats van tewerkstelling, doorgaans zijn dit de provinciale gebouwen.
                    Fiscale uitgangspunten hierbij zijn dat de ambtenaar op ten minste 70% van zijn
                    werkdagen naar zijn vaste plaats van tewerkstelling reist. De fiscus gaat
                    hierbij uit van 214 werkdagen per jaar ingeval iemand 5 dagen per week werkt.
                    Reist de ambtenaar met een voltijdsdienstverband dus 150 dagen (70% van 214
                    dagen) per kalenderjaar naar de vaste plaats van tewerkstelling, dan reist hij
                    voor de fiscus doorgaans naar dezelfde werkplek. In dat geval mag een vaste
                    reiskostenvergoeding worden gegeven volgens de fiscale formule 214 dagen x
                    reisafstand retour x kilometervergoeding:12 maanden. Reist de ambtenaar niet
                    doorgaans naar dezelfde werkplek, dan moet een reële berekening worden gemaakt
                    van de afgelegde kilometers woon-werkverkeer. De kosten van het OV bepalen de
                    grenzen van de vergoeding. De maximale vergoeding per maand wordt gelijk gesteld
                    aan de maandkosten van een ov-jaarkaart (2e klasse), Een ov-jaarkaart kost €
                    4.504 bij betaling ineens (bedrag 2015), wat betekend gemiddeld € 375,-- per
                    maand. Dit maximumbedrag wordt jaarlijks aangepast aan de actuele prijzen voor
                    een OV-jaarabonnement.</al><al><vet>Voorbeeld 1</vet> Jan werkt voltijds en reist doorgaans naar het
                    provinciehuis. Zijn reisafstand is 15 kilometer enkele reis. Hij krijgt van de
                    provincie een maandelijkse tegemoetkoming van een twaalfde deel van 214 * 30 * €
                    0,19, zijnde € 101,65.</al><al><vet>Voorbeeld 2</vet> Petra werkt in deeltijd voor 0,70 fte en reist doorgaans
                    naar het Districtskantoor in Tiel. Haar reisafstand is 40 kilometer enkele reis.
                    Haar tegemoetkoming wordt als volgt berekend 0,7 x 214 x 80 x € 0,19. Dit
                    betekent een maandelijkse tegemoetkoming van € 189,75.</al><al><vet>Voorbeeld 3</vet> Rien werkt voltijds en reist naar het provinciehuis. Hij
                    woont 60 kilometer van het provinciehuis. De maandelijkse vergoeding bedraagt
                    volgens de berekening een twaalfde deel van 214 * 120 * € 0,19, zijnde € 406,60.
                    Hij ontvangt echter het maximale bedrag van € 375,- per maand. Indien de
                    ambtenaar voor het vervoer van zijn huis naar het station of bushalte gebruik
                    maakt van een fiets en op het station of bij de halte gebruik maakt van een
                    fietskluis, worden ook de kosten van de fietskluis vergoed. De ambtenaar dient
                    de vergoeding wel van tevoren aan te vragen. De vergoeding wordt belast
                    uitgekeerd, dus na aftrek van noodzakelijke fiscale inhoudingen.</al><al><vet>Artikel 3</vet> De medewerker die met de auto reist heeft toegang tot het
                    provinciale parkeerterrein. Er is een beperkt aantal parkeerplaatsen
                    beschikbaar. Als er geen plek is, is de medewerker zelf verantwoordelijk voor
                    het vinden van een parkeerplaats elders. Eventuele parkeerkosten zijn voor
                    rekening van de medewerker. Als er (medische) noodzaak is om (tijdelijk) op het
                    provinciaal terrein te parkeren, kan hiervoor in overleg met de leidinggevende
                    en op aangeven van de ARBO-adviseur, ontheffing worden verleend.</al><al><vet>Artikel 7</vet> Ten aanzien van dienstreizen moeten in combinatie met de
                    vaste vergoeding voor woon- werkverkeer een aantal situaties worden
                    onderscheiden. Deze staan in onderstaande tabel.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al><vet>Vertrek uit woonplaats</vet></al></entry><entry><al><vet>Vertrek plaats tewerkstelling</vet></al></entry></row><row><entry><al><vet>Reis met OV</vet></al></entry><entry><al>Aanvragen OV-kaart via Serviceplein. Geen declaratie
                                        mogelijk van eigen kosten, doordat bijvoorbeeld eigen kaart
                                        wordt gebruikt. Eventuele verblijfskosten declareren via het
                                        declaratieportaal.</al></entry><entry><al>Idem.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Reis met huurauto</vet></al></entry><entry><al>Auto aanvragen, retourneren en administreren volgens
                                        hiervoor geldende procedure Serviceplein. Eventuele
                                        verblijfskosten declareren via het declaratieportaal. </al></entry><entry><al>Idem.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Reis met eigen auto</vet></al></entry><entry><al>Kilometers en eventuele verblijfskosten declareren via
                                        declaratieportaal. Hierbij het aantal kilometers woon-
                                        werkverkeer in mindering brengen. Budgethouder dient dit
                                        (steekproefsgewijs) te controleren.</al></entry><entry><al>Kilometers en eventuele verblijfskosten declareren via
                                        declaratieportaal. Hierbij het aantal kilometers woon-
                                        werkverkeer in mindering brengen als dit van toepassing is
                                            <vet>(afhankelijk van de route)</vet>. Budgethouder
                                        dient dit (steekproefsgewijs) te controleren.</al></entry></row><row><entry><al><vet>Reis met dienstauto</vet></al></entry><entry><al>Eventuele verblijfskosten declareren via het
                                        declaratieportaal. Het is de verantwoordelijkheid van de
                                        ambtenaar dat het zakelijk gebruik aantoonbaar is om
                                        eventuele naheffing van de fiscus te voorkomen. </al></entry><entry><al>Idem.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Omrijkilometers: het daadwerkelijke aantal kilometers gereden tijdens de
                    dienstreis tussen begin- of eindpunt van de dienstreis en de plaats van
                    tewerkstelling, min de normale afstand (snelste route met auto) tussenbegin- of
                    eindpunt en de plaats van tewerkstelling.</al><al><vet>Artikel 8</vet> De te vergoeden bedragen zijn opgenomen in het door de
                    Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde artikel 5
                    van de Reisregeling Binnenland.</al><al><vet>Artikel 9</vet> Aangezien dienstreizen naar het buitenland bij de provincie
                    slechts incidenteel voorkomen, is er geen gedetailleerde regeling voor
                    verblijfkosten vastgesteld. Ten aanzien van de redelijkheidstoets met betrekking
                    tot het in acht te nemen maximum kan aansluiting gezocht worden bij vergoedingen
                    die worden geboden aan rijksambtenaren. Zie hiervoor de Reisregeling buitenland
                    en de daarbij als bijlage opgenomen tarieflijst. Deze tarieflijst geeft per land
                    of gebiedsdeel een etmaalvergoeding aan.</al><al><vet>Artikel 10</vet> Voor dienstreizen in Nederland kan een vervoersbewijs
                    worden aangevraagd via het Serviceplein en opgehaald bij de Reisbalie. Er w
                    wordt dan dus geen declaratie ingediend. Het vervoersbewijs wordt direct na
                    gebruik geretourneerd. Wanneer het niet mogelijk is voor een binnenlandse
                    dienstreis een vervoersbewijs vooraf aan te vragen, kunnen de gemaakte kosten
                    voor het openbaar vervoer achteraf worden gedeclareerd. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>