<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR106328_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijchen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijchen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-93510.html">gmb-2015-93510</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht Titel 4:2 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-10-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging artikel 1.2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15 IZ 085</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Subsidie: de omschrijving in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A21">artikel 4:21, eerste lid, van de Awb</extref>;</al></li><li nr="b."><al>De raad: de gemeenteraad van de gemeente Wijchen;</al></li><li nr="c."><al>Het college: burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Wijchen;</al></li><li nr="d."><al>De Awb: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>;</al></li><li nr="e."><al>Organisatie: een rechtspersoon naar burgerlijk recht, die zich
                                    zonder winstoogmerk als hoofddoel stelt de behartiging van
                                    belangen op één of meer terreinen waarop deze verordening van
                                    toepassing is en op grond van deze verordening in aanmerking wil
                                    komen voor subsidie of waaraan subsidie is verleend;</al></li><li nr="f."><al>Subsidieaanvrager: de organisatie of (groep van) natuurlijke
                                    personen die subsidie aanvraagt/aanvragen;</al></li><li nr="g."><al>Subsidieontvanger: de organisatie of (groep van) natuurlijke
                                    personen waaraan subsidie is verleend;</al></li><li nr="h."><al>Subsidieperiode: het in de beschikking tot subsidieverlening
                                    vastgestelde tijdvak waarvoor subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="i."><al>Subsidieaanvraag: de aanvraag om subsidieverlening;</al></li><li nr="j."><al>Subsidieplafond: de omschrijving in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A22">artikel 4:22 van de Awb</extref></al></li><li nr="k."><al>Eenmalige subsidie: een subsidie die wordt verleend voor
                                    incidentele en/of onvoorziene activiteiten, die worden gestart
                                    binnen twaalf maanden nadat de aanvraag is ingediend, en waaraan
                                    geen rechten kunnen worden ontleend voor de daarop volgende
                                    jaren.</al></li><li nr="l."><al>Per boekjaar verstrekte subsidie: een subsidie met een
                                    structureel karakter, inhoudende dat deze wordt verleend voor
                                    activiteiten in een kalenderjaar of een bepaald aantal
                                    kalenderjaren.</al></li><li nr="m."><al>Activiteitenplan: de omschrijving in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A62">artikel 4:62 van de Awb</extref>.</al></li><li nr="n."><al>Egalisatiereserve: een reserve die er toe dient om onvoorziene
                                    schommelingen in de bedrijfsvoering van de subsidieontvanger op
                                    te vangen;</al></li><li nr="o."><al>Budgetsubsidie: een vorm van per boekjaar verstrekte subsidie,
                                    waarbij vooraf voor een bepaalde periode een maximum bedrag aan
                                    financiële middelen aan een organisatie wordt verstrekt en
                                    waarvan de omvang wordt bepaald door de gewenste activiteiten of
                                    het prestatieniveau;</al></li><li nr="p."><al>Normsubsidie: een vorm van per boekjaar verstrekte subsidie,
                                    waarbij vooraf voor een bepaalde periode een maximum bedrag aan
                                    financiële middelen aan een organisatie wordt verstrekt, dat is
                                    berekend op basis van een aantal objectieve en transparant
                                    meetbare eenheden;</al></li><li nr="q."><al>Projectsubsidie: een vorm van eenmalige subsidie, waarbij aan
                                    een organisatie eenmalig een maximum bedrag aan financiële
                                    middelen wordt verstrekt om een vooraf goedgekeurd en een in
                                    tijd en omvang afgebakend project uit te voeren;</al></li><li nr="r."><al>Waarderingssubsidie: een vorm van subsidie, waarbij aan een
                                    organisatie eenmalig of per boekjaar een maximum bedrag aan
                                    financiële middelen wordt verstrekt voor activi-teiten zonder
                                    deze direct naar aard en inhoud te willen beïnvloeden en waarbij
                                    geen verband bestaat tussen de kosten die de organisatie maakt
                                    en de omvang van de subsidie;</al></li><li nr="s."><al>Prijsindexcijfer: het indexcijfer dat periodiek door het college
                                    van burgemeester en wethouder kan worden vastgesteld voor de
                                    drempelbedragen in de artikelen 1.4, 1.6, 1.7 en 1.9 van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="t."><al>Bestemmingsreserve: betreft een gevormde reserve voor een nog te
                                    verwachten uitgave in een bepaalde periode en voor een vooraf
                                    vastgestelde activiteit, dat overigens in het verlengde moet
                                    liggen van de doelstelling van de organisatie;</al></li><li nr="u."><al>Voorziening: zijn passiefposten in de balans, die een schatting
                                    geven van de voorzienbare lasten in verband met risico’s en
                                    verplichtingen, waarvan de omvang en/of het tijdstip van
                                    optreden op de balansdatum min of meer onzeker zijn en die
                                    oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan die
                                    datum. Daarnaast behoren tot de voorzieningen de van derden
                                    verkregen middelen, die voor een specifiek doel besteed moeten
                                    worden;</al></li><li nr="v."><al>Innovatiefonds: ingesteld bij raadsbesluit van 31 oktober 2013
                                    ten behoeve van het versterken van de leefbaarheid in de dorpen
                                    enerzijds en het versterken van de concurrentiekracht van het
                                    midden- en kleinbedrijf anderzijds.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening is van toepassing op de volgende soorten
                                        subsidies<vet>met uitzondering van subsidies waarvoor bij
                                        afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is
                                        getroffen</vet>:</al><lijst><li nr="a."><al>Budgetsubsidie;</al></li><li nr="b."><al>Normsubsidie;</al></li><li nr="c."><al>Projectsubsidie;</al></li><li nr="d."><al>Waarderingsubsidie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Afdeling 4.2.8 van de Awb</extref> is van toepassing op de
                                    budgetsubsidie, normsubsidie en waarderingssubsidie;</al></li><li nr="3."><al>Alle subsidies worden uitsluitend verleend aan rechtspersonen
                                    naar burgerlijk recht, met uitzondering van de
                                    waarderingssubsidie, welke tot een bedrag van € 1.000,-- ook aan
                                    natuurlijke personen kunnen worden verleend;</al></li><li nr="4."><al>Voor de in het eerste lid bedoelde subsidies is het college
                                    bevoegd beleidsregels vast te stellen;</al></li><li nr="5."><al>De in het eerste lid bedoelde subsidies worden uitsluitend
                                    verstrekt in situaties waarin geen sprake is van een
                                    voorliggende voorziening;</al></li><li nr="6."><al>Alle bedragen, genoemd in deze verordening, die jaarlijks
                                    geïndexeerd kunnen worden, worden gepubliceerd door het college
                                    voor aanvang van een nieuw kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>De raad kan jaarlijks bij vaststelling van de begroting voor één of
                            meerdere subsidies een subsidieplafond vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Termijn aanvraag om subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om verlening van een subsidie per boekjaar moet
                                    worden ingediend voor 1 april van het jaar voorafgaand aan de
                                    subsidieperiode waarvoor deze subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag om verlening van een eenmalige subsidie van €
                                    5.120,-- of hoger moet voor 1 april van het jaar voorafgaand aan
                                    het jaar waarin de activiteit plaatsvindt worden ingediend. Op
                                    dit drempelbedrag kan een prijsindexcijfer worden
                                    toegepast;</al></li><li nr="3."><al>Een aanvraag om verlening van een eenmalige subsidie tot €
                                    5.120,-- moet twaalf weken vóór de start van de activiteiten,
                                    waarvoor deze subsidie wordt aangevraagd, worden ingediend. Op
                                    dit drempelbedrag kan een prijsindexcijfer worden
                                    toegepast;</al></li><li nr="4."><al>Het College kan op verzoek van de subsidieaanvrager uitstel
                                    verlenen voor het indienen van een aanvraag om een eenmalige
                                    subsidie hoger dan € 5.120,- of een per boekjaar verstrekte
                                    subsidie tot 1 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin
                                    de activiteit plaatsvindt, mits het verzoek om uitstel uiterlijk
                                    op 16 maart is ontvangen.</al></li><li nr="5."><al>Indien, gelezen de gestelde termijn in lid 1 en 2 van dit
                                    artikel, 31 maart op een zaterdag, zondag of erkende feestdag
                                    valt, dan wordt de eerstvolgende werkdag aangemerkt als 31
                                    maart.</al></li><li nr="6."><al>Wanneer de aanvrager zijn verzoek tot verlening van een per
                                    boekjaar te verstrekken subsidie indient na 1 april van het jaar
                                    voorafgaand aan de subsidieperiode, dan kan ambtshalve op de
                                    subsidie een korting worden toegepast van 25% van het
                                    subsidiebedrag, waar de aanvrager zonder deze korting op zou
                                    mogen rekenen. De korting bedraagt nooit meer dan € 5.000,-- per
                                    verzoek. Als op genoemde termijn van 1 april uitstel is
                                    verleend, dan geldt dit lid ook bij overschrijding van de nieuwe
                                    gestelde termijn tot indiening van het verzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Termijn aanvraag om subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een aanvraag om vaststelling van een per boekjaar verstrekte
                                    subsidie moet voor 1 april van het jaar volgend op de
                                    subsidieperiode, waarvoor de vaststelling moet worden
                                    aangevraagd worden ingediend;</al></li><li nr="2"><al>Een aanvraag om vaststelling van een eenmalige subsidie moet
                                    binnen twaalf weken na het verstrijken van de subsidieperiode,
                                    waarvoor de vaststelling moeten worden aangevraagd worden
                                    ingediend;</al></li><li nr="3"><al>Het College kan de subsidieaanvrager in bijzondere gevallen
                                    uitstel verlenen voor het indienen van een aanvraag om
                                    vaststelling van een : </al><lijst><li nr="3a)"><al>eenmalige subsidie met maximaal 12 weken, mits het
                                            verzoek om uitstel ten hoogste 10 weken na het
                                            verstrijken van de subsidieperiode genoemd in lid 2 is
                                            ontvangen.</al></li><li nr="3b)"><al>per boekjaar verstrekte subsidie tot 1 juli van het jaar
                                            dat volgt op het jaar waarin de activiteit heeft
                                            plaatsgevonden, mits het verzoek om uitstel uiterlijk op
                                            16 maart is ontvangen.</al></li></lijst></li><li nr="4"><al>Indien, gelezen de gestelde termijn in lid 1 van dit artikel, 31
                                    maart op een zaterdag, zondag of erkende feestdag valt, dan
                                    wordt de eerstvolgende werkdag aangemerkt als 31 maart.</al></li><li nr="5"><al>Wanneer binnen de gestelde termijn in lid 1 en lid 2 van dit
                                    artikel van de subsidieontvanger geen aanvraag tot vaststelling
                                    is ontvangen of de wel ontvangen aanvraag niet compleet is (ook
                                    niet nà een rappel), dan kan de subsidie ambtshalve op nul Euro
                                    worden vastgesteld.</al></li><li nr="6"><al>- A Wanneer de aanvrager zijn verzoek tot vaststelling van een
                                    per boekjaar verstrekte subsidie indient na 1 april van het jaar
                                    volgend op de subsidieperiode, dan kan ambtshalve op de subsidie
                                    een korting worden toegepast van 25% van het subsidiebedrag,
                                    waar hij zonder deze korting op zou mogen rekenen. De korting
                                    bedraagt nooit meer dan € 5.000,-- per verzoek. Als op genoemde
                                    termijn van 1 april uitstel is verleend, dan geldt dit lid ook
                                    bij overschrijding van de nieuwe gestelde termijn tot indiening
                                    van het verzoek.</al></li><li nr="6"><al>- B Wanneer de aanvrager de in lid 2 van dit artikel gestelde
                                    termijn met 12 weken overschrijdt, dan kan ambtshalve de
                                    subsidie op nul Euro worden vastgesteld en worden
                                    teruggevorderd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Besluitvorming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 1.2, eerste lid bedoelde subsidies, worden door
                                    het college verleend en vastgesteld voor activiteiten die door
                                    de subsidieontvangers worden uitgevoerd;</al></li><li nr="2."><al>De raad neemt, in afwijking van het eerste lid, een besluit over
                                    eerste of eenmalige aanvragen om subsidieverlening die hoger
                                    zijn dan € 25.600,--. Op dit drempelbedrag kan een
                                    prijsindexcijfer worden toegepast;</al></li><li nr="3."><al>De raad neemt, in afwijking van het eerste lid, een besluit over
                                    aanvragen om subsidieverlening per boekjaar die hoger zijn dan €
                                    102.240,--. Op dit drempelbedrag kan een prijsindexcijfer worden
                                    toegepast.</al></li><li nr="4."><al>Lid 2 en 3 van dit artikel zijn niet van toepassing op besluiten
                                    voor het innovatiefonds.</al></li><li nr="5."><al>Ten behoeve van de besluitvorming in het kader van het
                                    innovatiefonds kan het bestuur zich bij laten staan door een
                                    adviescommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijn besluitvorming subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Over een aanvraag om verlening van een per boekjaar verstrekte
                                    subsidie wordt vóór 1 januari van de subsidieperiode waarop de
                                    subsidieaanvraag betrekking heeft een besluit genomen;</al></li><li nr="2."><al>Over een aanvraag om verlening van een eenmalige subsidie van €
                                    5.120,-- of hoger wordt vóór 1 januari van de subsidieperiode
                                    waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft een besluit genomen.
                                    Op dit drempelbedrag kan een prijsindexcijfer worden
                                    toegepast;</al></li><li nr="3."><al>Over een aanvraag om verlening van een eenmalige subsidie tot €
                                    5.120,-- wordt binnen twaalf weken een besluit genomen. Op dit
                                    drempelbedrag kan een prijsindexcijfer worden toegepast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Termijn besluitvorming subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt binnen twaalf weken een besluit op een
                                    aanvraag voor vaststelling van een per boekjaar verstrekte
                                    subsidie;</al></li><li nr="2."><al>Het college neemt binnen zes weken een besluit op een aanvraag
                                    voor vaststelling van een eenmalige subsidie;</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid van dit artikel stelt het
                                    college de waarderingssubsidie vast overeenkomst <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A43">artikel 4:43 van de Awb</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Vereisten subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvraag om subsidievaststelling zijn de volgende
                                    gegevens noodzakelijk: </al><lijst><li nr="a."><al>Een inhoudelijk verslag van de verrichte activiteiten
                                            over de afgelopen subsidieperiode, waarbij door de
                                            subsidieontvanger tevens een vergelijking wordt gemaakt
                                            tussen de beoogde en de gerealiseerde doelstellingen en
                                            een toelichting wordt gegeven op de afwijkingen;</al></li><li nr="b."><al>Een financieel verslag van de afgelopen subsidieperiode,
                                            bestaande uit: </al><lijst><li nr="i)"><al>Een exploitatieoverzicht van de baten en
                                                  lasten;</al></li><li nr="ii)"><al>Een balans op de laatste dag van de
                                                  subsidieperiode</al></li><li nr="iii)"><al>Een toelichting op het exploitatieoverzicht en
                                                  de balans.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Een schriftelijke verklaring van een accountant als
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20wetboek%20boek%202/article=393">artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het
                                                Burgerlijk Wetboek</extref> omtrent de getrouwheid
                                            van het financieel verslag indien de subsidie €
                                            76.800,-- of meer bedraagt. Op dit drempelbedrag kan een
                                            prijsindexcijfer worden toegepast.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij een aanvraag tot vaststelling van een normsubsidie is lid 1,
                                    onder c, niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>Reservevorming Budgetsubsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan bij de verlening van budgetsubsidies vooraf
                                    bepalen of de subsidieontvanger een egalisatiereserve mag of
                                    juist moet vormen en welke omvang deze mag of moet hebben;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bij de subsidieverlening bepalen welk bedrag de
                                    subsidieontvanger jaarlijks maximaal mag toevoegen aan een
                                    egalisatiereserve;</al></li><li nr="3."><al>De egalisatiereserve is aan het eind van het kalenderjaar niet
                                    groter dan 10% van de totaal verleende subsidie voor dat
                                    jaar;</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de subsidieontvanger schriftelijk toestemming
                                    verlenen een grotere egalisatiereserve, dan bedoeld in het derde
                                    lid van dit artikel, op te bouwen, indien de subsidieontvanger
                                    naar het oordeel van het college te maken heeft met buitengewone
                                    bedrijfsrisico’s;</al></li><li nr="5."><al>Als de egalisatiereserve hoger is dan het bepaalde in het derde
                                    en vierde lid van dit artikel, dan kan het college het bedrag
                                    waarmee de norm overschreden wordt, in mindering brengen op de
                                    vast te stellen subsidie voor de in het tweede lid bedoelde
                                    subsidieperiode of terugvorderen;</al></li><li nr="6."><al>Voor het vormen van een bestemmingsreserve of voorziening is
                                    toestemming van het college vereist met als voorwaarde dat deze
                                    bestemmingsreserve of voorziening uitsluitend mag worden gevormd
                                    voor kosten die verband houden met de doelstelling van de
                                    subsidieontvanger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.11</nr><titel>Indexering vanwege loon- en prijsfluctuaties en
                                CAO-verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De per boekjaar verstrekte subsidies worden jaarlijks door het
                                    college gecorrigeerd met een door het college vooraf vastgesteld
                                    percentage voor loon- en prijsfluctuaties en
                                    CAO-verplichtingen;</al></li><li nr="2."><al>Voor een organisatie die volgens het college op het moment van
                                    subsidieverlening structureel voor meer dan 80% afhankelijk is
                                    van een gemeentelijke subsidie kan het college een aparte
                                    regeling ten aanzien van loon- en prijsfluctuaties en
                                    CAO-verplichtingen treffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.12</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Op een waarderingssubsidie in het kader van het Innovatiefonds
                                    zijn de volgende bepalingen van deze verordening niet van
                                    toepassing: artikel 1.1 onder e, 1.2 lid 2, 3 en 5, 1.3, 1.4,
                                    1.5, 1.7, 1.8, 1.9, 1.11, 2.2 en 3.1 lid 3.</al></li><li nr="2."><al>Voor waarderingssubsidies in het kader van het Innovatiefonds
                                    stelt het college bij beleidsregel, zoals bedoeld in artikel
                                    1.2, lid 4 van deze verordening, vast voor welke activiteiten
                                    deze subsidie wordt verleend. Voor zover van toepassing, wordt
                                    hierbij tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in
                                    aanmerking komen, op welke wijze een aanvraag kan worden
                                    ingediend en welke gegevens hierbij moeten worden gevoegd, hoe
                                    de subsidie wordt berekend, gedurende welk tijdvak subsidie kan
                                    worden aangevraagd, de verdeling van de subsidie en hoe de
                                    subsidiebedragen worden uitbetaald. Hierbij kan het college een
                                    of meerdere subsidieplafonds vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een
                                    subsidie in het kader van het Innovatiefonds binnen 26 weken
                                    nadat de volledige aanvraag is ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Voor subsidies in het kader van het innovatiefonds wordt alleen
                                    een beschikking tot vaststelling van een subsidie gegeven
                                    overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A43">art. 4:43 van de Awb</extref>.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Algemene verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, naast het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">afdeling 4.2.4 van de Awb</extref>, aan de
                                    subsidieontvanger verplichtingen opleggen die betrekking hebben
                                    op: </al><lijst><li nr="a."><al>De kwaliteit van de ruimtelijke voorzieningen waar de
                                            gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>De samenwerking met andere organisaties voor de
                                            uitvoering van activiteiten;</al></li><li nr="c."><al>Het aantal uren dat een organisatie is opengesteld voor
                                            gebruikers of de deelnemers aan de voorgenomen
                                            activiteiten;</al></li><li nr="d."><al>De groepsgrootte;</al></li><li nr="e."><al>De eigen bijdrage die de organisatie verlangt van
                                            gebruikers, leden, bezoekers of deelnemers;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Wanneer gedurende de vastgestelde subsidieperiode wijzigingen
                                    optreden in het activiteitenplan waarvoor subsidie is verleend
                                    doet de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk
                                    beargumenteerd mededeling aan het college;</al></li><li nr="3."><al>Wijzigingen in de rechtsvorm en wijzigingen van de statuten van
                                    een organisatie moeten voor dat deze wijzigingen rechtskracht
                                    krijgen ter kennis worden gebracht van het college;</al></li><li nr="4."><al>Wijzigingen in de samenstelling van het dagelijks bestuur moeten
                                    ter kennis worden gebracht van het college;</al></li><li nr="5."><al>Het college kan aan de subsidieontvanger de verplichting
                                    opleggen om besluiten die betrekking hebben op de formatie en
                                    bezoldiging van het personeel, het doen van investeringen en het
                                    aangaan van meerjarige contracten met derden ter goedkeuring aan
                                    het college voor te leggen.</al></li><li nr="6."><al>De subsidieontvanger verleent medewerking aan onderzoeken, die
                                    door of in opdracht van de gemeentelijke rekenkamercommissie van
                                    de gemeente Wijchen plaatsvinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Verplichtingen ten aanzien van vermogensvorming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A41">Artikel 4:41 van de Awb</extref> is van toepassing;</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de vergoeding wordt bepaald naar evenredigheid van
                                    de mate waarin de gemeentelijke subsidie tot de vermogensvorming
                                    heeft bijgedragen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Weigering, betaling en terugvordering van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Weigeringsgronden subsidieverlening</titel></kop><al>De subsidieverlening kan, naast de weigeringsgronden bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A25">artikel 4:25, tweede lid</extref>, en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A35">artikel 4:35 van de Awb</extref>, worden geweigerd als er gegronde
                            redenen bestaan om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="1."><al>Het activiteitenplan van de subsidieaanvrager niet in voldoende
                                    mate is gericht op de gemeente Wijchen of niet aanwijsbaar ten
                                    goede komt aan de inwoners van de gemeente Wijchen;</al></li><li nr="2."><al>De subsidieaanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien, die in strijd zijn met wettelijke regelingen, het
                                    algemeen belang of de openbare orde;</al></li><li nr="3."><al>De subsidieaanvrager ook zonder subsidie over voldoende
                                    financiële middelen, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit
                                    middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de
                                    activiteiten te dekken;</al></li><li nr="4."><al>De subsidieverlening niet past binnen het beleid van de gemeente
                                    Wijchen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Betaling en terugvordering van subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie wordt binnen zes weken na de subsidievaststelling
                                    betaald onder verrekening van betaalde voorschotten;</al></li><li nr="2."><al>Alle vormen van subsidies worden door het college bij wijze van
                                    voorschotverlening betaalbaar gesteld;</al></li><li nr="3."><al>Het verleende voorschot van een eenmalige subsidie bedraagt in
                                    totaal niet meer dan 80% van de verleende subsidie. De
                                    resterende 20% wordt betaald na de subsidievaststelling;</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het bepaalde in het derde lid van dit artikel
                                    bedraagt het verleende voorschot bij een eenmalige
                                    waarderingssubsidie 100% van de verleende subsidie per
                                    subsidieperiode;</al></li><li nr="5."><al>De verleende voorschotten van een per boekjaar verstrekte
                                    subsidie bedragen 100% van de verleende subsidie.</al></li><li nr="6."><al>De voorschotten worden als volgt betaalbaar gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>Bij een eenmalige subsidie binnen zes weken na de
                                            subsidieverlening;</al></li><li nr="b."><al>Bij een per boekjaar verstrekte subsidie: </al><lijst><li nr="i)"><al>Inhoudende een normsubsidie of
                                                  waarderingssubsidie in de eerste maand van de
                                                  vastgestelde subsidieperiode;</al></li><li nr="ii)"><al>Inhoudende een budgetsubsidie in eerste zeven
                                                  dagen van de eerste maand van ieder kwartaal van
                                                  de vastgestelde subsidieperiode.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel/></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet of onvoldoende voorziet of
                            onduidelijk is treft het college de nodige voorzieningen en/of neemt het
                            college de nodige besluiten, zo mogelijk na de betreffende organisatie
                            te hebben gehoord.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die
                                    waarop zij is bekendgemakt.</al></li><li nr="2."><al>Op het moment dat deze verordening in werking treedt wordt de
                                    Algemene subsidieverordening 2008, versie van 28 januari 2010
                                    volgens raadsbesluit nummer 09 IZ-212 ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Een subsidieaanvraag die is ingediend voor het in werking treden
                                    van deze verordening wordt op grond van de op dat tijdstip
                                    geldende regels in behandeling genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel/></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Algemene subsidieverordening
                            2008, versie 27 januari 2011, nummer 11 IZ-039</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 11 december 2014.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene subsidieverordening 2008 - Toelichting</titel></kop><al>Update : 28 januari 2011</al><al>Raadsbesluit : 27 januari 2011 / nr.: 11 IZ-039</al><al>Gepubliceerd : 2 februari 2011</al><al>In deze handleiding wordt de Algemene subsidieverordening 2008 waar nodig
                    voorzien van een toelichting. De artikelen die in deze handleiding niet worden
                    genoemd spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting.</al><al>De Algemene subsidieverordening 2008 vormt de kapstok van het totale
                    gemeentelijk subsidiebeleid. Het subsidiebegrip wordt in deze verordening niet
                    nader omschreven, omdat hiervan een definitie is opgenomen in artikel 4:21,
                    eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). In dit artikel wordt onder
                    subsidie verstaan:</al><al>De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het
                    oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan
                    het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.</al><al>Een verduidelijking van de vier elementen uit het subsidiebegrip:</al><lijst><li nr="1."><al>De subsidie is een aanspraak op financiële middelen.</al></li><li nr=""><al>Het subsidiebegrip van de Awb is van toepassing als er sprake is van
                            overdracht van wettige betaalmiddelen (geld). Het belangrijkste moment
                            is niet de uitbetaling, maar de beslissing van het bevoegde
                            bestuursorgaan dat de voorgenomen activiteiten worden gesubsidieerd. Er
                            is dan sprake van een rechtens afdwingbare aanspraak op financiële
                            middelen. Onder de begripsomschrijving valt niet het “om niet” (=
                            subsidie in natura) leveren van goederen en diensten door de gemeente.
                            Dit betekent dat bijvoorbeeld het gratis of goedkoop beschikbaar stellen
                            van gemeentelijke accommodaties niet onder het subsidiebegrip valt,
                            terwijl een geldelijke tegemoetkoming in de huurkosten wel als een
                            subsidie moet worden gekwalificeerd.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie wordt verstrekt door een bestuursorgaan.</al></li><li nr=""><al>Onder het subsidiebegrip vallen niet de financiële middelen van
                            particulieren zoals instellingen en fondsen, waarmee activiteiten van
                            andere particulieren mogelijk worden gemaakt.</al></li><li nr="3."><al>De subsidie heeft betrekking op bepaalde activiteiten van de
                            aanvrager.</al></li><li nr=""><al>Volgens de wetgever moet er sprake zijn van duidelijk omschreven
                            activiteiten van de subsidieontvanger. Ook het nalaten van activiteiten
                            valt hieronder. Voorbeelden van zaken die buiten het subsidiebegrip
                            vallen zijn o.a. het verschaffen van financiële middelen om te voorzien
                            in de kosten van bestaan, het uitloven van een ere prijs,
                            schadevergoedingen, huursubsidie, tegemoetkoming studiefinanciering en
                            het betalen van lidmaatschapscontributies.</al></li><li nr="4."><al>De subsidie is geen betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                            goederen of diensten.</al></li><li nr=""><al>Onder het subsidiebegrip vallen niet commerciële transacties en
                            financiële tegenprestaties die zijn afgestemd op de waarde (= markt- of
                            kostprijs) van de verkregen goederen of diensten in het economisch
                            verkeer.</al></li></lijst><al><vet>Toelichting op een aantal artikelen uit de Algemene subsidieverordening
                        2008</vet></al><al><vet>Artikel 1.1 en 1.2</vet></al><al>In deze artikelen zijn diverse begrippen opgenomen. In de Algemene
                    subsidieverordening 2008 en de daaruit voortvloeiende beleidsregels wordt
                    onderscheid gemaakt tussen eenmalige en per boekjaar verstrekte subsidies. Een
                    subsidie heeft op grond van de Awb een structureel karakter wanneer zij
                    achtereenvolgens vijf jaren of meer is verstrekt. In andere gevallen is sprake
                    van een eenmalige (of incidentele) subsidie. Ten aanzien van de per boekjaar
                    verstrekte subsidies is de gelijknamige afdeling in de Awb van toepassing
                    verklaard. De overige begrippen spreken voor zich.</al><al>Er wordt onderscheid gemaakt in vier soorten subsidies:</al><lijst><li nr="1."><al>Budgetsubsidie: Dit is een vorm van outputsubsidie. Dit betekent dat de
                            overeengekomen prestaties of de te realiseren producten of activiteiten
                            bepalend zijn voor de omvang van de subsidie.</al></li><li nr="2."><al>Normsubsidie: Bij de berekening van deze vorm van subsidie vormen
                            meetbare eenheden de grondslag. Voorbeelden hiervan zijn inwonertal,
                            ledental, aantal gebruikers, aantal deelnemers, aantal te organiseren
                            concerten, percentage huisvestingskosten, maximum omvang organisatie en
                            activiteitenkosten.</al></li><li nr="3."><al>Projectsubsidie: Een projectsubsidie heeft een incidenteel karakter. Het
                            gaat hierbij om kortlopende of eenmalige activiteiten waarbij de
                            looptijd en omvang hiervan duidelijk vooraf zijn vastgelegd.</al></li><li nr="4."><al>Waarderingssubsidie: Door middel van deze vorm van subsidiëring geeft
                            het gemeentebestuur blijk van waardering voor een bepaald initiatief. De
                            omvang van de toe te kennen financiële bijdrage houdt geen direct
                            verband met de daadwerkelijke kosten, die een organisatie moet
                            maken.</al></li></lijst><al>Het vijfde lid van artikel 1.2 geeft aan dat subsidies uitsluitend worden
                    verstrekt als geen sprake is van een voorliggende voorziening. Dit houdt in dat
                    men pas voor subsidie komt men in aanmerking komt wanneer andere financiële
                    mogelijkheden in het geheel geen of slechts in beperkte zin resultaat hebben
                    opgeleverd (bijvoorbeeld eigen reserves, hypotheek, sponsoring, fondsenwerving,
                    etc.).</al><al><vet>Artikel 1.3</vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op het subsidieplafond, d.w.z. het bedrag dat
                    gedurende een bepaalde tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking
                    van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift (artikel 4:22 Awb). De
                    raad stelt jaarlijks de gemeentebegroting vast. In de gemeentebegroting zijn
                    voor verschillende beleidsterreinen, zoals sport, amateurkunst, culturele en
                    maatschappelijke vorming, ouderenwerk, etc. budgetten opgenomen. In de
                    Beleidsregel subsidieverstrekkingen is nader bepaald welke budgetten als
                    subsidieplafond worden aangemaakt. Wanneer het subsidieplafond bij een eventuele
                    subsidieverlening zou worden overschreden heeft het college de bevoegdheid op
                    grond hiervan de subsidieaanvraag te weigeren of de subsidie te verlagen.</al><al><vet>Artikel 1.4 t/m 1.9 en artikel 3.2</vet></al><al>In het traject van het indienen van een subsidieaanvraag tot aan de
                    uiteindelijke uitbetaling van de subsidie moet onderscheid worden gemaakt tussen
                    per boekjaar verstrekte subsidies en eenmalige subsidies. Dat zelfde onderscheid
                    geldt eveneens voor het traject ten aanzien van de afhandeling van een aanvraag.
                    Tevens speelt hierbij de hoogte van het gevraagde, dan wel het te verlenen
                    subsidiebedrag een rol.</al><al>De genoemde termijnen in deze artikelen zijn noodzakelijk om te kunnen
                    garanderen dat het bevoegde bestuursorgaan vóór de start van de activiteiten een
                    besluit kan nemen. Hierbij is rekening gehouden met de noodzakelijk te volgen
                    procedure en eventuele vertragingen die kunnen ontstaan doordat extra gegevens
                    ter beoordeling van de subsidieaanvraag door de aanvragende organisatie moeten
                    worden overlegd.</al><al>Samengevat zijn er vier belangrijke elementen in het traject om voor subsidie in
                    aanmerking te komen:</al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag om subsidieverlening (= het indienen van de
                            subsidieaanvraag)</al></li><li nr="2."><al>Het besluit tot subsidieverlening</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag om subsidievaststelling (= het indienen van de
                            subsidieverantwoording)</al></li><li nr="4."><al>Het besluit tot subsidievaststelling</al></li></lijst><al>In het geval van een aanvraag om waarderingssubsidie ontbreken stappen 3 en 4.
                    Het besluit tot subsidieverlening is die situatie tevens het besluit tot
                    subsidievaststelling. In alle andere gevallen zijn de genoemde stappen
                    noodzakelijk om voor subsidie in aanmerking te komen.</al><al><vet>Artikel 1.5 (subsidievaststelling op nul Euro)</vet></al><al>Belangrijke wijziging bij raadsbesluit van 28 januari 2010 is de toevoeging van
                    artikel 1.5, lid 5, namelijk dat de gemeente bevoegd is om de subsidie
                    ambtshalve op nul Euro vast te stellen, als een verzoek tot vaststelling van de
                    subsidie niet of niet tijdig wordt ontvangen (volgens lid 1 en 2 van dit
                    artikel) of niet compleet is (ook niet nà een rappel). Dit is een gemeentelijke
                    bevoegdheid volgens de Algemene wet bestuursrecht. Dus geen verplichting om in
                    dergelijke gevallen ook zo te handelen.</al><al><vet>Artikel 1.6 (Besluitvorming meerjarige budgetsubsidie hoger dan €
                        100.000,-)</vet></al><al>Artikel 1.6, lid 3 is in het geval van een besluit over het sluiten van een
                    meerjarige budgetovereenkomst, waarin per boekjaar € 100.000,- subsidie of meer
                    verleend wordt, alleen van toepassing bij de eerste aanvraag. Als de raad
                    instemt met de budgetovereenkomst en de gemeentebegroting voor het volgende
                    boekjaar vaststelt (doorgaans in november van enig jaar) kan in navolgende
                    boekjaren (waar de overeenkomst betrekking op heeft) worden volstaan met een
                    besluit van het college tot verlening van de budgetsubsidie, uiteraard binnen de
                    financieel gestelde kaders. Zie daartoe ook de Beleidsregel
                    subsidieverstrekkingen, artikel 2.2.</al><al><vet>Artikel 1.10</vet></al><al>Een organisatie heeft de mogelijkheid haar eigen vermogen op te bouwen uit een
                    egalisatiereserve en/of een of meerdere bestemmingsreserve(s). Het begrip
                    egalisatiereserve is uitgelegd in de Algemene subsidieverordening, artikel 1.1.
                    Voorbeeld 1: Wanneer een organisatie voor activiteiten in een bepaald jaar €
                    100.000,- subsidie ontvangt, dan mag aan het eind van dat jaar de
                    egalisatiereserve niet hoger zijn dan 10% van € 100.000,- = € 10.000,-.</al><al>Wanneer een organisatie een hoger bedrag wil reserveren, dan moet dat in de vorm
                    van een bestemmingsreserve waarvoor toestemming van het college is vereist. Een
                    bestemmingsreserve betreft een gevormde reserve voor een nog te verwachten
                    uitgave in een bepaalde periode en voor een vooraf vastgestelde activiteit, dat
                    overigens in het verlengde moet liggen van de doelstelling van de
                    organisatie.</al><al><vet>Artikel 2.1</vet></al><al>Naast procedurele bepalingen zijn er voor de subsidieaanvragen ook nog andere
                    verplichtingen, die de subsidieaanvrager (kunnen) worden opgelegd.</al><al><vet>Artikel 2.2</vet></al><al>Artikel 4.41 van de Awb bepaalt dat voorzover het verstrekken van de subsidie
                    heeft geleid tot vermogensvorming de subsidieontvangende organisatie een
                    vergoeding verschuldigd is aan het bevoegd bestuursorgaan (college of raad). De
                    situaties waarin dit het geval zal zijn, zijn beschreven in artikel 4:41 van de
                    Awb. De omvang van het bedrag dat de subsidieontvangende organisatie
                    verschuldigd is aan het bestuursorgaan is afhankelijk van de mate waarin het
                    subsidiebedrag heeft bijgedragen tot vermogensvermogen. Het vermogen van een
                    organisatie kan immers ook toenemen door eigen bijdragen van leden, deelnemers
                    of gebruikers, sponsorbijdragen en schenkingen.</al><al><vet>Artikel 3.1</vet></al><al>Tevens zijn een aantal algemene weigeringsgronden – naast die in de Awb –
                    geformuleerd, die het bevoegde bestuursorgaan (college of raad) de mogelijkheden
                    geven een subsidieaanvraag af te wijzen.</al><al><vet>Artikel 4.1</vet></al><al>In de Algemene subsidieverordening 2008 zijn veel zaken ten aanzien van de
                    subsidieverlening en subsidievaststelling geregeld. Toch kan het voorkomen dat
                    het college met een situatie te maken krijgt waarin de Algemene
                    subsidieverordening 2008 niet of onvoldoende voorziet of zelfs onduidelijk is.
                    Het college is dan bevoegd om op basis van eigen inzichten, maar na het horen
                    van de belanghebbende organisatie, een besluit te nemen.</al><al><vet>Artikel 6.1</vet></al><al>Lid 2 en 3 noemen drempelbedragen waarna er naar de raad gegaan moet worden voor
                    een besluit. Voor het innovatiefonds leefbaarheid willen we de
                    beslissingsbevoegdheid bij het college houden, omdat het om uitvoeringsbesluiten
                    gaat, binnen kaders van de raad.</al><al>Om te komen tot besluitvorming kan het bestuur zich bij laten staan door een
                    adviescommissie. Dit kan zijn een jury, een bewonerscommissie of een andere vorm
                    van een adviescommissie.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Lid 1: in dit artikel ontdoen we ons van regelgeving die als knellend ervaren
                    wordt in het kader van het fonds: het streven is om een laagdrempelige regeling
                    te ontwikkelen met zo min mogelijk bureaucratie. Bijzondere toelichting betreft
                    artikel 1.1 e van de huidige verordening: hierin wordt bepaalt dat commerciële
                    activiteiten buiten de werking van de verordening vallen. Het MKB-gedeelte van
                    het fonds is gericht op commerciële bedrijven. Om dit mogelijk te maken dient
                    deze bepaling geschrapt. Voor het leefbaarheidsgedeelte van het fonds is in de
                    beleidsregel een begripsbepaling opgenomen over organisaties. Hier worden de
                    commerciële organisaties uitgesloten voor het leefbaarheidsdeel.</al><al>Lid 2: door een aantal artikelen en leden van artikelen buiten werking te
                    stellen in lid 1, moeten een aantal zaken op een andere plek geregeld worden.
                    Dit artikel bepaalt dat we dit doen in de beleidsregel. Het college is bevoegd
                    om beleidsregels vast te stellen. Dit is in de verordening geregeld in art. 2.1
                    lid 4.</al><al>Lid 3: de termijn van 26 weken is gekozen, omdat tussen aanvraag en verlening
                    een procedure zit met communicatie om de openstelling van het fonds voor het
                    leefbaarheidsgedeelte bekend te maken, een tijdvak voor het indienen van
                    aanvragen, een presentatie en tenslotte de beoordeling en vaststelling van de
                    subsidie. Is deze termijn te krap dan kan de gemeente in gebreke gesteld worden
                    op straffe van een dwangsom. De termijn van 26 weken is een maximale termijn.
                    Voor de uitvoering kan voor een kortere termijn gekozen worden.</al><al>Lid 4: voor de waarderingssubsidie wordt geen separaat besluit tot verlening
                    gegeven. Dit verkort en vereenvoudigd de procedure en past in de geest van een
                    waarderingssubsidie.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>