<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <!--export0.91-->
  <!--volledig0.92-->
  <!--wrapper0.90-->
  <!--modificeer_20.90-->
  <!--cvdr2gvop0.94-->
  <!--pre_struct0.90-->
  <!--pre_source0.93-->
  <!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92-->
  <!--metadata_tussenformaat0.91-->
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml">
    <owmskern>
      <dcterms:identifier>CVDR106213_1</dcterms:identifier>
      <dcterms:title>Verordening op de Commissie voor Monumenten in de gemeente Noordwijkerhout</dcterms:title>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type>
      <dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator>
      <dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified>
      <dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:spatial>
    </owmskern>
    <owmsmantel>
      <dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf>
      <dcterms:alternative>Verordening op de Commissie voor Monumenten in de gemeente Noordwijkerhout</dcterms:alternative>
      <dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source>
      <overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy>
      <dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject>
      <dcterms:issued>2003-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights>
    </owmsmantel>
    <cvdripm>
      <overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum>
      <overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft>
      <overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk>
      <overheidrg:redactioneleToevoeging>
        <al>Geen</al>
      </overheidrg:redactioneleToevoeging>
    </cvdripm>
  </meta>
  <body>
    <intitule>Verordening op de Commissie voor Monumenten in de gemeente
                Noordwijkerhout</intitule>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Noordwijkerhout; gezien het voorstel van
                        burgemeester en wethouders van 2 januari 2003; gelet op de Gemeentewet, de
                        Woningwet en de Monumentenwet 1988; besluit vast te stellen de verordening
                        op de Commissie voor Monumenten in de gemeente Noordwijkerhout;</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Commissie van advies ex artikel 84 van de Gemeentewet</titel>
          </kop>
          <al>De Commissie voor Monumenten is een commissie van advies aan burgemeester en
                        wethouders ex artikel 84 van de Gemeentewet, hierna te noemen “de
                        commissie”.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>De taken van de commissie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De commissie heeft tot taak burgemeester en wethouders schriftelijk te
                            adviseren ten aanzien van:</al>
            <lijst>
              <li nr="-">
                <al>de toepassing van de Monumentenwet en de Monumentenverordening
                                    (inclusief de toepassing van de subsidiebepalingen);</al>
              </li>
              <li nr="-">
                <al>de verlening van wijzigingsvergunningen voor rijksmonumenten en
                                    gemeentelijke monumenten;</al>
              </li>
              <li nr="-">
                <al>alle overige zaken waarbij het gemeentelijk monumentenbeleid is
                                    betrokken, waaronder het bepaalde in artikel 8.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders zenden alle aanvragen om subsidie, dan wel
                            bouw-, wijzigings-, sloop- en/of reclamevergunning waarbij een object
                            dat is vermeld op de gemeentelijke Lijst van Monumenten, om advies naar
                            de commissie.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De commissie is bevoegd (gevraagd en ongevraagd) voorstellen bij
                            burgemeester en wethouders in te dienen, indien zij dit in het belang
                            van de tot haar werkkring behorende zaken nuttig oordeelt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>De samenstelling van de commissie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De commissie bestaat uit tenminste drie en ten hoogste vijf leden,
                            waaronder de voorzitter.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Leden van de gemeenteraad en medewerkers in dienst van de gemeente
                            Noordwijkerhout kunnen niet tot lid of voorzitter van de commissie
                            worden benoemd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Aan de commissie wordt een ambtelijk secretaris toegevoegd, alsmede een
                            plaatsvervanger. Deze worden door burgemeester en wethouders aangewezen.
                            Zij zijn geen lid van de commissie. De secretaris en zijn/haar
                            plaatsvervanger zijn tevens vaste adviseurs van de commissie.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>De benoeming en aftreding van de leden van de commissie en haar
                            voorzitter</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De commissieleden en de voorzitter worden door burgemeester en
                            wethouders benoemd voor een periode van vier jaren. Zij kunnen éénmaal
                            voor vier jaren worden herbenoemd. Burgemeester en wethouders kunnen bij
                            uitzondering de zittingsperiode van maximaal acht jaar verlengen voor de
                            periode dat nog geen nieuw lid in de vakante functie is benoemd tot het
                            moment, waarop een nieuw lid de benoeming heeft aanvaard.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien alle commissieleden ongeacht de reden daarvan tegelijk aftreden,
                            treden burgemeester en wethouders in overleg met de aftredende leden met
                            als doel om tenminste één van deze leden voor 1 jaar te herbenoemen (ook
                            al zou dat in afwijking zijn met het bepaalde onder 1. teneinde zijn of
                            haar ervaringen gedurende dit jaar aan de nieuwe leden over te
                            dragen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De voorzitter wordt in functie benoemd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De commissieleden en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag
                            nemen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Aftredende leden zijn onmiddellijk herbenoembaar, tenzij zij gedurende
                            acht jaar onafgebroken zitting hebben gehad in de commissie.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Een tussentijds benoemd commissielid wordt eveneens benoemd voor een
                            periode van vier jaar, waarbij het bepaalde onder 1. van toepassing
                            is.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Het vaststellen van een huishoudelijk reglement voor en door de
                            commissie</titel>
          </kop>
          <al>De commissie regelt haar werkzaamheden in een door haar vast te stellen
                        huishoudelijk reglement, dat aan de goedkeuring van burgemeester en
                        wethouders is onderworpen. Zij neemt daarbij de bepalingen in artikel 6 in
                        acht. De commissie is bevoegd haar werkzaamheden aan te vangen, ook al is
                        het huishoudelijk reglement nog niet vastgesteld.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Het bijeenroepen en de besluitvorming van de commissie</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De commissie komt bijeen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a.">
                  <al>na schriftelijke oproep van de voorzitter;</al>
                </li>
                <li nr="b.">
                  <al>op verzoek van één van de leden;</al>
                </li>
                <li nr="c.">
                  <al>op verzoek van burgemeester en wethouders.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
          </lijst>
          <al>In gevallen bedoeld onder b. en c. belegt de voorzitter de vergadering
                        binnen zeven dagen na de dag van ontvangst van het verzoek.</al>
          <lijst>
            <li nr="2.">
              <al>De commissie mag slechts een besluit nemen als tenminste drie leden
                                – inclusief voorzitter – aanwezig zijn. Indien het vereiste aantal
                                leden niet ter vergadering is opgekomen, belegt de voorzitter binnen
                                zeven dagen een nieuwe vergadering en geeft daarvan tijdig
                                schriftelijk kennis aan de leden. In deze vergadering mogen
                                besluiten worden genomen ongeacht het aantal aanwezige leden.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>De besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van
                                stemmen. Bij staken van stemmen beslist de stem van de
                                voorzitter.</al>
            </li>
            <li nr="4.">
              <al>De commissie is bevoegd zich bij haar beraadslagingen door andere,
                                daartoe door de voorzitter uitgenodigde, personen te doen
                                bijstaan.</al>
            </li>
            <li nr="5.">
              <al>De commissie vergadert en besluit in het openbaar. Op in het
                                huishoudelijk reglement te bepalen wijze wordt de agenda tevoren
                                openbaar bekend gemaakt.</al>
            </li>
            <li nr="6.">
              <al>De commissie kan, voorafgaand aan een openbare vergadering van de
                                commissie, in beslotenheid, al dan niet met ontwerper en/of
                                opdrachtgever, over bouwplannen spreken. Een advies wordt steeds in
                                de openbare vergadering geformuleerd.</al>
            </li>
            <li nr="7.">
              <al>Aan de aanvrager van een vergunning als bedoeld in artikel 2 dan wel
                                aan diens gemachtigde of aan beiden, alsmede aan andere
                                belanghebbenden wordt desgevraagd gelegenheid gegeven zich in de
                                vergadering van de commissie ten aanzien van de behandeling van de
                                aanvraag, waarbij belang bestaat, te laten horen. In het
                                huishoudelijk reglement wordt de wijze waarop van deze mogelijkheid
                                gebruik kan worden gemaakt nader geregeld.</al>
            </li>
            <li nr="8.">
              <al>Aan de beraadslaging over en aan het uitbrengen van een advies
                                omtrent een aanvraag als bedoeld in artikel 2 mogen de
                                commissieleden, de voorzitter en de in het vijfde lid bedoelde
                                personen niet deelnemen indien zij in enige hoedanigheid direct of
                                indirect persoonlijk en/of zakelijk bij de aanvraag betrokken
                                zijn.</al>
            </li>
            <li nr="9.">
              <al>Een commissielid mag geen opdracht aanvaarden tot het aanpassen,
                                verbeteren of anderszins wijzigen van een plan of tot het maken van
                                een nieuw plan behorende bij een in de commissie behandelde of in
                                behandeling zijnde aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel
                                2.</al>
            </li>
            <li nr="10.">
              <al>De commissie is bevoegd in zaken van minder gewicht of van
                                spoedeisende aard bevoegdheden aan één of meer van haar leden te
                                delegeren. De wijze waarop dit gebeurt, wordt vastgelegd in het
                                huishoudelijk reglement.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Het uitbrengen van het advies op aanvraag</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het advies wordt binnen vier weken nadat het is gevraagd, schriftelijk
                            aan burgemeester en wethouders uitgebracht. De voorzitter is bevoegd
                            deze termijn eenmaal met ten hoogste vier weken te verlengen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een positief advies wordt geacht te zijn uitgebracht indien de commissie
                            na door burgemeester en wethouders schriftelijk te zijn aangemaand niet
                            alsnog binnen twee weken na die herinnering met een advies komt, tenzij
                            de commissie door overmacht niet in staat is om te adviseren. Is dit
                            laatste het geval dan wordt dit schriftelijk en gemotiveerd aan
                            burgemeester en wethouders bericht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het advies is met redenen omkleed, tenzij het onvoorwaardelijk positief
                            is. De voorzitter ondertekent het advies.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>De besluitvorming door burgemeester en wethouders naar aanleiding van
                            een advies van de commissie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van een advies van de
                            commissie.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het besluit van burgemeester en wethouders op aanvragen om vergunning
                            als bedoeld in artikel 2, waarbij van het advies van de commissie wordt
                            afgeweken, is ten aanzien daarvan met redenen omkleed en wordt
                            schriftelijk aan de commissie medegedeeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het onder 2 vermelde is van overeenkomstige toepassing op andere
                            besluiten van burgemeester en wethouders, waarbij van een advies van de
                            commissie wordt afgeweken. Indien geen sprake is van een besluit, dat in
                            de vorm van een beschikking wordt uitgewerkt, dan doen burgemeester en
                            wethouders hiervan per brief mededeling aan de commissie.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>De verhouding tot richtlijnen inzake welstand en de rol van de
                            commissie bij andere plannen</titel>
          </kop>
          <al>Bij het verrichten van haar taak neemt de commissie door burgemeester en
                        wethouders dan wel de gemeenteraad vastgestelde richtlijnen inzake de
                        welstand en/of monumentenzorg in acht. Burgemeester en wethouders winnen het
                        advies van de commissie in ingeval bij de toepassing van deze richtlijnen
                        belangen van lokale monumentenzorg zijn betrokken. Ook bij de voorbereiding
                        van aanpassingen van deze richtlijnen dan wel andere regelgevingen waarbij
                        het lokale monumentenbeleid is betrokken, zoals bij het opstellen van
                        bestemmingsplannen, winnen burgemeester en wethouders het advies van de
                        commissie in.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>De verantwoording en verslaglegging van de werkzaamheden van de
                            commisie</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De commissie is voor de door haar gevolgde handelwijze ten behoeve
                                van de uitvoering van de in artikel 2 omschreven taken
                                verantwoording verschuldigd aan burgemeester en wethouders.</al>
            </li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="2.">
              <al>Het verslag van de vergadering van de commissie wordt toegezonden
                                aan burgemeester en wethouders.</al>
            </li>
            <li nr="3.">
              <al>De commissie brengt over haar werkzaamheden jaarlijks schriftelijk
                                verslag uit aan burgemeester en wethouders. Dit verslag wordt voor
                                de leden van de gemeenteraad ter inzage gelegd.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>De vergoeding aan de leden van de commissie voor hen
                            werkzaamheden</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1.">
              <al>De leden van de commissie genieten een vergoeding per bijgewoonde
                                vergadering als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet en de
                                daarop gebaseerde verordening.</al>
            </li>
            <li nr="2.">
              <al>In afwijking met het 1e lid kunnen burgemeester en wethouders deze
                                vergoeding vervangen door:</al>
              <lijst>
                <li nr="-">
                  <al>een honorering van een declaratie op basis van het binnen de
                                        betreffende branche geldende uurtarief van de organisatie of
                                        instelling, waarbij het lid in dienst is dan wel</al>
                </li>
                <li nr="-">
                  <al>een honorering van een declaratie op basis van het binnen
                                        het betreffende vakgebied vastgestelde uurtarief als
                                        zelfstandig ondernemer, mits het betreffende lid zijn
                                        functie binnen de commissie uitoefent als onderdeel van zijn
                                        of haar beroep.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
          </lijst>
          <al>Bij het benoemen van het betreffende lid dienen burgemeester en wethouders
                        akkoord te gaan met het hiervoor bedoelde uurtarief, waarmee tevens wordt
                        ingestemd met trendmatige verhogingen van dit uurtarief die het gevolg zijn
                        van algemene loon- en prijsontwikkelingen in Nederland.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>onvoorziene zaken</titel>
          </kop>
          <al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, alsmede bij gerezen
                        geschillen, beslissen burgemeester en wethouders, nadat zij de commissie
                        gehoord hebben.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>De titel van deze verordening</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de commissie voor
                        monumenten”. Zij treedt in werking op 1 februari 2003.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 januari 2003.</al>
        </slotformulering>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting op de Verordening op de Commissie voor Monumenten in de
                        gemeente Noordwijkerhout</titel>
        </kop>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>De taak van de monumentencommissie</titel>
          </kop>
          <al>Bij de taakopsomming is uitgegaan van een zo ruim mogelijk taakveld, d.w.z.
                        dat de commissie een adviserende taak heeft bij alles dat raakvlakken heeft
                        met het monumentenbeleid als zodanig. Deze taak beperkt zich ook niet alleen
                        tot het gemeentelijk monumentenbeleid. Ook bij een vraagstelling waarbij
                        bijvoorbeeld een rijksmonument is betrokken, kan de commissie om advies
                        worden gevraagd. Het laatste punt onder het 1e lid alsmede het gehele 3e lid
                        van dit artikel beoogt die ruimte te bieden. Niet gekozen is voor een nadere
                        opsomming i de verordening zelf omdat dit ook een beperking kan betekenen.
                        Via deze toelichting wordt aangegeven wat hiermee wordt bedoeld, zonder
                        uitputtend te zijn. Belangrijk is dat de commissie ook ongevraagd advies kan
                        uitbrengen want juist hiermee kan de commissie een eigen rol gaan invullen.
                        Aan het volgende kan worden gedacht.</al>
          <lijst>
            <li nr="-">
              <al>Naast de wettelijke taken op het gebied va de vergunningverlening
                                kan de monumentencommissie het college van burgemeester en
                                wethouders adviseren over hoe vorm te geven aan een autonoom
                                gemeentelijk monumentenbeleid.</al>
            </li>
            <li nr="-">
              <al>De monumentencommissie kan burgemeester en wethouders adviseren over
                                het te voeren voorlichtingsbeleid inzake monumentenzorg.</al>
            </li>
            <li nr="-">
              <al>De commissie kan communiceren met de gemeentelijke organisatie over
                                de wijze van uitvoering van onderhoud- en
                                restauratiewerkzaamheden.</al>
            </li>
            <li nr="-">
              <al>De monumentencommissie kan meegroeien met de ontwikkelingen binnen
                                het monumentenbeleid, waarbij groeiende aandacht is voor andere
                                zaken dan alleen de bebouwde omgeving, zoals landschapsinrichting,
                                archeologie e.d. Dit kan tot gevolg hebben dat de adviezen van de
                                commissie zich geleidelijk ook zouden kunnen gaan richten op
                                historische objecten en kenmerken buiten gebouwen.</al>
            </li>
            <li nr="-">
              <al>De monumentencommissie zal een rol krijgen op andere beleidsvelden,
                                die invloed kunnen hebben op monumenten in de ruime betekenis van
                                het vorige punt, zoals bij het opstellen van
                                bestemmingsplannen.</al>
            </li>
          </lijst>
          <al>De adviserende rol van de commissie zal een groeiproces zijn, waarbij in
                        eerste aanleg aandacht zal moeten zijn voor de adviesvragen vanuit het
                        college en in tweede instantie voor historische gebouwen en omgevingen in
                        het algemeen. Als derde fase zien wij een uitbouw naar het ruime
                        monumentenbeleid zoals hiervoor is aangegeven en waarbij onder meer aandacht
                        kan worden besteed aan cultuurhistorische waarden en structuren in het
                        landschap.</al>
          <al>Teneinde de commissie bewust te maken van hun ruime taak, zal het
                        voorontwerpbestemmingsplan “Buitengebied” ook aan de monumentencommissie
                        worden voorgelegd. Tenslotte blijven burgemeester en wethouders
                        verantwoordelijk voor hetgeen zij al dan niet aan de commissie voorleggen.
                    </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>De samenstelling van de commissie</titel>
          </kop>
          <al>Ondanks het feit, dat vooralsnog is gekozen om de commissie uit drie
                        personen te laten bestaan, is in de verordening de mogelijkheid opengehouden
                        om het aantal leden verder uit te breiden tot vijf personen. Denkbaar is dat
                        in de praktijk behoefte blijkt aan de toevoeging van een extra deskundigheid
                        en/of de toevoeging van nog een belangstellende burger.</al>
          <al>Om vermenging van functies en verantwoordelijkheden te voorkomen, zijn de
                        leden van de gemeenteraad en medewerkers van de gemeente uitgesloten van het
                        lidmaatschap van de monumentencommissie.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Het benoemen en aftreden van de leden van de commissie en haar
                            voorzitter</titel>
          </kop>
          <al>Er is voor gekozen om mede in het kader van het duale stelsel de leden te
                        laten benoemen door burgemeester en wethouders. Tevens is gekozen voor een
                        beperking in de zittingsperiode teneinde een zekere vernieuwing binnen de
                        monumentencommissie te blijven bewerkstelligen. De maximale zittingsperiode
                        is 8 jaar. Om te voorkomen dat zittende commissieleden te gelijk zouden
                        moeten vertrekken (waarmee ook alle ervaring meteen zou verdwijnen), zijn
                        enkele bijzondere regelingen getroffen om in die situatie een uitzondering
                        te maken op de voorgeschreven zittingsperiode.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Het huishoudelijk reglement van de commissie</titel>
          </kop>
          <al>Het is gewenst dat de gang van zaken binnen de commissie wordt beschreven,
                        zodat een huishoudelijk reglement is voorgeschreven. Hierin kunnen zaken
                        worden geregeld als de agendering voor een vergadering, de wijze van
                        stemming, hoe te handelen als niet alle leden aanwezig zijn, de wijze waarop
                        de adviezen worden uitgebracht, de taak van de voorzitter en secretaris enz.
                        enz., kortom alle zaken die veelal ook bij andere organisaties in het
                        huishoudelijk reglement een plaats krijgen. Ook in de verordening zelf treft
                        u enkele onderwerpen aan, die in het huishoudelijk reglement een plaats
                        moeten krijgen. Een aantal huishoudelijke zaken worden in artikel 6 geregeld
                        teneinde dit niet aan de commissie zelf over te laten om te regelen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Het bijeenroepen en de besluitvorming van en door de
                            commissie</titel>
          </kop>
          <al>In het 2e lid is specifiek vastgelegd dat de commissie alleen kan besluiten
                        een advies uit te brengen indien tenminste drie leden bij de vergadering
                        aanwezig zijn. Indien het totale aantal leden niet meer dan drie zal
                        bedragen, betekent dit, dat altijd alle leden aan de besluitvorming moeten
                        bijdragen. In het belang van de kwaliteit en het draagvlak van de adviezen
                        is dus niet gekozen voor een geringer aantal leden dat aan de
                        gedachtewisseling over agendapunten kan deelnemen. Daarnaast is hiermee
                        voorkomen dat één persoon (die in zo’n situatie een doorslaggevende stem zou
                        moeten krijgen) het uiteindelijke besluit neemt. Wel kan het in die situatie
                        voorkomen, dat een advies bij meerderheid van 2 stemmen wordt
                        uitgebracht.</al>
          <al>In het 4e lid is vastgelegd, dat de vergaderingen van de commissie in het
                        openbaar plaatsvinden. Niet vastgelegd is waar de vergaderingen van de
                        commissie zullen plaatsvinden. Het is de bedoeling dat de vergaderingen in
                        het gemeentehuis zullen plaatsvinden. Maar in bijzondere situaties kan dat
                        ook elders zijn.</al>
          <al>Tevens is vastgelegd dat met een ontwerper en/of opdrachtgever voorafgaande
                        aan de vergadering in beslotenheid kan overleggen indien de omstandigheden
                        daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld indien vanwege allerlei belangen het
                        beter is indien een plan pas in de openbaarheid wordt gebracht zodra het
                        plan voldragen is. Deze gang van zaken maakt tussentijds overleg
                        toegankelijker.</al>
          <al>In het 7e lid is vastgelegd dat een aanvrager om een vergunning desgevraagd
                        de gelegenheid moet krijgen om te worden gehoord. Of er gehoord wordt, is
                        hiermee dus niet aan de commissie overgelaten, maar is een recht.</al>
          <al>In het 8e en 9e lid is vastgelegd hoe te handelen indien er sprake is van
                        vermenging van persoonlijke belangen van de leden van de commissie.</al>
          <al>Tenslotte is in het 10e lid vastgelegd dat zaken van minder gewicht aan een
                        lid van de commissie kan worden gedelegeerd, nader vast te leggen in het
                        huishoudelijk reglement. De gedachte hierachter is dat de commissie maar
                        enkele malen per jaar bijeen zal komen waardoor tussen de vergaderingen
                        enige tijd zal komen te liggen. Voor bijvoorbeeld eenvoudige
                        subsidieverzoeken kan hierdoor een wanverhouding ontstaan tussen de
                        eenvoudige aard van het verzoek en de behandelingsduur.</al>
          <al>Het is de bedoeling de commissie verder zelf inhoud gaat geven aan deze
                        delegatiemogelijkheid. De juiste balans tussen de aard van de zaak, de
                        aandacht die deze zaak moet krijgen en de behandelingsduur zal hierbij
                        leidend moeten zijn.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Het uitbrengen van een advies op verzoek</titel>
          </kop>
          <al>Bij gerichte adviesvragen is het gewenst om de commissie aan termijnen te
                        houden, veelal in het belang van de tijdige besluitvorming.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>De besluitvorming door burgemeester en wethouders naar aanleiding van
                            een advies</titel>
          </kop>
          <al>Teneinde te benadrukken dat de commissie adviseert en niet beslist, is hier
                        vastgelegd dat burgemeester en wethouders van een advies kunnen afwijken.
                        Voorgeschreven is dat burgemeester en wethouders dan wel moeten motiveren
                        waarom is afgeweken, zowel in de richting van de commissie als van de
                        belanghebbenden. Het kan voorkomen dat een advies geen betrekking heeft op
                        een te nemen beschikking, maar bijvoorbeeld een feitelijke mededeling.
                        Indien burgemeester en wethouders dan afwijken van een advies van de
                        commissie, dan is buiten kijf gesteld dat ook dan de commissie hiervan
                        mededeling moet krijgen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>De verhouding tot de richtlijnen inzake welstand en de rol van de
                            commissie bij andere plannen</titel>
          </kop>
          <al>In het kader van de per 1 januari 2003 gewijzigde Woningwet moet bij
                        handhaving van de welstandstoets elke gemeente uiterlijk 1 juli 2004 een
                        welstandbeleid hebben vastgesteld via een welstandsnota. Hoewel welstand een
                        ander onderwerp is dan monumentenzorg, kan sprake zijn van samenloop en bij
                        het bepalen van het welstandsbeleid en de toepassing daarvan kan het van
                        belang zijn om de monumenteninvalshoek daarbij te betrekken. In de volgende
                        leden van dit artikel is geregeld het afleggen van de verantwoording aan
                        burgemeester en wethouders en de verslaglegging van de werkzaamheden van de
                        commissie richting burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Vervolgens
                        is vastgelegd dat de commissie betrokken moet worden bij het opstellen van
                        andere plannen en regelgevingen, zoals bijvoorbeeld een
                        bestemmingsplan.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>De verslaglegging van de werkzaamheden van de commissie</titel>
          </kop>
          <al>Teneinde inzicht te krijgen in het functioneren van de commissie is
                        verslaglegging voorgeschreven. Tevens is de verslaglegging voor de commissie
                        zelf een middel om eventuele knelpunten en wensen te signaleren. Vastgelegd
                        is dat het jaarverslag voor de leden van de gemeenteraad ter inzake wordt
                        gelegd. Dit biedt desgewenst aan de leden van de raad om via de daarvoor
                        geldende regels het jaarverslag te agenderen, bijvoorbeeld voor een
                        evaluatie dan wel voor een ander onderwerp dat uit het verslag naar voren
                        komt. Het is geheel aan de raad hoe hier verder mee om te gaan. De evaluatie
                        is dus niet verplicht geregeld, maar wordt overgelaten aan initiatieven van
                        leden van de raad om dit op de agenda te krijgen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>De vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de
                            commissie</titel>
          </kop>
          <al>In dit artikel zijn de vergoedingen voor de commissieleden geregeld. Omdat
                        het de bedoeling is om een voorzitter aan te trekken, die deze taak
                        beroepsmatig er bij zal nemen op basis van het declareren volgens een
                        uurtarief, is daarvoor een andere regeling getroffen dan bij de overige
                        commissieleden, die de daarvoor gebruikelijke vergoeding zullen
                        ontvangen.</al>
          <al>Deze regeling kan ook van belang zijn indien later mocht blijken dat de
                        deskundigheid binnen de commissie moet worden uitgebreid en daarvoor
                        beroepsmatig iemand moet worden aangetrokken. </al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>
