<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR105979_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-04-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Zeekant, 02-04-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet, artikel 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-10-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>In Holland Rijnland werken samen:</al><al>Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden,
                        Leiderdorp, Lisse,</al><al>Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Rijnwoude,
                        Teylingen,</al><al>Voorschoten en Zoeterwoude</al><al/><al>info@hollandrijnland.net</al><al>www.hollandrijnland.net</al><al>BNG 28.51.13.992</al><al/><al>Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland</al><al>Schuttersveld 9, 2316 XG Leiden</al><al>Postbus 558, 2300 AN Leiden</al><al>Telefoon (071) 523 90 90</al><al/><al/><al><vet>Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013</vet></al><al/><al>Wetstechnische informatie</al><al>Gegevens van de regeling</al><al>Overheidsorganisatie Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland</al><al>Officiële naam regeling Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013</al><al>Citeertitel Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013</al><al>Vastgesteld door Algemeen Bestuur Holland Rijnland</al><al>Onderwerp Volkshuisvesting</al><al>Eigen onderwerp geen opmerking m.b.t. de regeling</al><al/><al>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd</al><al>Artikel 2 Huisvestingswet</al><al>Artikel 25 Wet gemeenschappelijke regelingen</al><al>Artikel 5 zesde lid onder c Gemeenschappelijke regeling Holland
                        Rijnland</al><al>Artikel 22 Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland</al><al/><al>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                        regelgeving)</al><al>Nadere regels Woonruimteverdeling</al><al/><al>Preambule</al><al>Met de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013 wordt een rechtvaardige
                        en doelmatige verdeling van schaarse woonruimte in de sociale sector in de
                        regio nagestreefd. Het aantal woningzoekenden is groot, terwijl het aanbod
                        beperkt is. Ultimo 2012 waren er bijna 75.000 ingeschreven woningzoekenden,
                        terwijl er nog geen 3.500 woningen konden worden verhuurd. De nieuwe
                        regionale verordening beoogt één eenduidige, samenhangende, transparante
                        regeling te zijn met oog voor de subregionale en lokale verschillen in vraag
                        en aanbod. Er is keuzevrijheid voor woningzoekenden op basis van een simpel,
                        transparant en rechtvaardig woonruimteverdeelmodel. Verhuurders moeten op
                        efficiënte wijze de doelgroep kunnen huisvesten en zorgen dat urgenten een
                        passende woning krijgen. Voor de particuliere verhuurders is het vooral van
                        belang dat zij gestimuleerd worden sociale huurwoningen te blijven verhuren,
                        waarbij zij juist ook een rol kunnen vervullen voor de lagere middeninkomens
                        (circa € 34.000 en € 45.000, prijspeil 2012), die nu buiten de boot vallen
                        bij corporaties. Deze laatste mogen immers van rijkswege slechts een beperkt
                        deel van hun voorraad toewijzen aan deze inkomensgroepen. Voor zowel
                        corporaties als particuliere verhuurders geldt dat door het werken met een
                        convenant, het aantrekkelijk voor ze wordt om hun bijdrage te leveren. De
                        verordening is daartoe een kader voor afspraken met verhuurders in Holland
                        Rijnland.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Uitgangspunten </al><al>De uitgangspunten voor het woonruimteverdeelsysteem zijn door het Dagelijks
                        Bestuur</al><al>vastgelegd in de nota beleidsuitgangspunten. Voor de uitwerking heeft de
                        regionale</al><al>stuurgroep woonruimteverdeling de uitgangspunten op de volgende punten nader
                        geduid:</al><al>a. Uitgangspunt is de vigerende Huisvestingswet, waarbij wordt gekeken naar
                        de richtingen</al><al>in de nieuwe wet.</al><al>b. Er wordt gekozen voor een publiekrechtelijk systeem waarbij de
                        huisvestingsverordening</al><al>centraal staat, die gaat gelden voor alle verhuurders van sociale
                        huurwoningen. Door</al><al>uitwerking middels nadere (uitvoerings)regels kan snel worden ingespeeld
                        op</al><al>ontwikkelingen zonder dat hiervoor de huisvestingsverordening eerst
                        gewijzigd moet</al><al>worden. Overleg vooraf met vertegenwoordigers van de corporaties (als
                        uitvoerders) en</al><al>huurders (als woningzoekenden) beschermt tegen willekeur in de
                        regelgeving.</al><al>c. De huisvestingsvergunning wordt als instrument in de verordening
                        opgenomen met een</al><al>vrijstelling voor de partijen die een convenant ondertekenen.</al><al/><al>Hoofdlijnen Huisvestingsverordening</al><al/><al>Hoofdstuk I Algemene Bepalingen</al><al>De verordening richt zich op alle zelfstandige sociale huurwoningen van
                        verhuurders met tien</al><al>of meer sociale huurwoningen en op standplaatsen voor wagens. Doel is te
                        zorgen dat met</al><al>alle corporaties een gemeenschappelijk convenant wordt afgesloten en met
                        particuliere</al><al>verhuurders een convenant op basis van een modelconvenant. Bij particuliere
                        verhuurders</al><al>gaat het dan om de grotere verhuurders met ten minste 10 sociale
                        huurwoningen.</al><al>Er wordt een beleidscommissie ingesteld, paritair samengesteld uit
                        gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties, die het Dagelijks Bestuur
                        adviseert bij het vaststellen van nadere</al><al>regels, waarin verdere uitwerking van de verordening wordt geregeld. Deze
                        beleidscommissie adviseert tevens inzake het convenant met de
                        corporaties.</al><al/><al>Hoofdstuk II Inschrijving woningzoekende</al><al>De verordening regelt een register van woningzoekenden met het oog op het
                        bepalen van de</al><al>rangorde bij het verdelen van woonruimtes.</al><al/><al>Hoofdstuk III Huisvestingsvergunning</al><al>De huisvestingsvergunning is bedoeld als instrument voor rechtvaardige
                        toewijzing van</al><al>sociale huurwoningen van grotere verhuurders die geen convenant willen
                        afsluiten. Indien een</al><al>convenant wordt afgesloten, vervalt voor de woningen van de betrokken
                        verhuurder het</al><al>vergunningsvereiste. Wel moeten partijen jaarlijks verantwoording afleggen
                        over de</al><al>verhuurde woningen en aan wie deze verhuurt zijn.</al><al/><al>Hoofdstuk IV Rangorde</al><al>De rangordebepaling is vooral gericht op de corporaties. Het is belangrijk
                        dat zij volgens de</al><al>met de gemeenten afgesproken wijze de woningen gaan verdelen. In het
                        convenant met de</al><al>corporaties zal daarom worden aangegeven dat de rangordebepaling wordt
                        toegepast.</al><al>Geregeld is dat de rangorde voor een beperkt deel van het aanbod nader
                        gespecificeerd mag worden door middel van maatwerk (lokale beleidsruimte),
                        dat dan wel gebaseerd moet zijn op een woonvisie of prestatieafspraken. Bij
                        particuliere verhuurders staat het belang voorop dat zij de doelgroep tot en
                        met de lagere middeninkomens bedienen.</al><al/><al>Hoofdstuk V Urgentie</al><al>Doel van de urgentie is om een goed evenwicht te bereiken tussen het belang
                        van mensen die urgent een woning nodig hebben en het belang van andere
                        woningzoekenden om zoveel</al><al>mogelijk woningen voor de reguliere verdeling beschikbaar te hebben. De
                        urgent krijgt altijd</al><al>de gelegenheid eerst zelf te zoeken, maar verliest wel zijn positie op de
                        ranglijst bij het</al><al>aanvaarden van een woning. Urgentie is namelijk niet bedoeld om een woon
                        carrière mogelijk te maken. Daarom wordt in de verordening duidelijk
                        afgebakend wanneer de mogelijkheid voor een urgentie aanwezig is. In het
                        convenant zal de verdere uitvoering worden geregeld, zoals het door de
                        corporaties doen van de intakegesprekken en het door corporaties zorg dragen
                        voor een volledige (complete) aanvraag.</al><al/><al>Hoofdstuk VI Stadsvernieuwingsurgentie</al><al>Doel is vast te leggen wanneer iemand in aanmerking komt voor een
                        stadsvernieuwingsurgentie.</al><al>In de regio is afgesproken dat stadsvernieuwingsurgenten niet alleen in
                        aanmerking</al><al>komen voor woningen van de eigen verhuurder. Daarom is het belangrijk goed
                        te regelen</al><al>wanneer ze in aanmerking komen. Omdat een terugkeerregeling naar nieuwbouw
                        in sociale</al><al>statuten is opgenomen, is deze buiten de verordening gehouden.</al><al/><al>Hoofdstuk VII Overige bepalingen</al><al>Doel is om te zorgen dat bezwaren rond de woonruimteverdeling worden
                        behandeld via een</al><al>publiekrechtelijk systeem.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk I Algemene bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><lijst><li nr="a)"><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>aanbodmedium: een door of in opdracht van de verhuurders uitgegeven
                                medium waarin vrijkomende woonruimten wordt aangeboden;</al></li><li nr="b)"><al>beleidscommissie: adviescommissie die voorstellen kan doen voor de
                                bijstelling van (de uitvoering van) het
                                woonruimteverdeelbeleid;</al></li><li nr="c)"><al>chalet: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een
                                standplaats maar dat niet in zijn geheel of in delen kan worden
                                verplaatst en waarvoor toestemming is gegeven voor permanente
                                bewoning;</al></li><li nr="d)"><al>convenant: het convenant Woonruimteverdeling Corporaties Holland
                                Rijnland 2013;</al></li><li nr="e)"><al>corporatie: toegelaten instelling die ingevolge artikel 70 lid 1
                                Woningwet sociale</al><al>huurwoningen exploiteert;</al></li><li nr="f)"><al>Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van het samenwerkingsorgaan
                                Holland</al><al>Rijnland;</al></li><li nr="g)"><al>economische binding: hiervan is sprake al de woningzoekende werkt
                                binnen of vanuit</al><al>een regiogemeente of plaats en met dit werk in het levensonderhoud
                                voorziet, alsmede bij het duurzaam volgen van een dagopleiding in
                                een regiogemeente;</al></li><li nr="h)"><al>huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een
                                duurzame</al><al>gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;</al></li><li nr="i)"><al>huurprijsgrens: maximale huurprijs waarboven men niet meer in
                                aanmerking komt voor huurtoeslag zoals omschreven in artikel 13 lid
                                1 sub a van de Wet op de huurtoeslag;</al></li><li nr="j)"><al>huurdersorganisaties: vertegenwoordigers van huurdersorganisaties
                                uit de</al><al>koepelorganisaties FHLO, SRH en huurdersorganisaties Rijnstreek</al></li><li nr="k)"><al>inkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.3
                                van de Wet</al><al>inkomstenbelasting 2001 van de bewoners van een woongelegenheid, met
                                uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene
                                wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het
                                eerste lid van dat artikel voor ‘belanghebbende’ telkens wordt
                                gelezen: huurder.</al></li><li nr="l)"><al>inschrijftijd: de periode die de woningzoekende op grond van deze
                                verordening is</al><al>ingeschreven als woningzoekende in de regio Holland Rijnland, vanaf
                                de datum dat hij staat ingeschreven in het register zoals bedoeld in
                                artikel 5;</al></li><li nr="m)"><al>maatschappelijke binding: hiervan is sprake als de woningzoekende
                                ten minste twee</al><al>jaar ingezetene is van een regiogemeente of plaats, dan wel
                                gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken
                                daarvan ingezetene is geweest;</al></li><li nr="n)"><al>particuliere verhuurder: verhuurder van sociale huurwoningen niet
                                zijnde een</al><al>toegelaten instelling</al></li><li nr="o)"><al>passende woonruimte: een woonruimte die voldoet aan het
                                zoekprofiel.</al></li><li nr="p)"><al>regio Holland Rijnland: het gebied bestaande uit het grondgebied van
                                de gemeenten</al><al>Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden,
                                Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout,
                                Oegstgeest, Rijnwoude, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude;</al></li><li nr="q)"><al>regionaal gebondene: een woningzoekende die ten minste twee jaar
                                ingezetene is in</al><al>een gemeente in de regio, dan wel van buiten deze regio komt, maar
                                kan aantonen dat een noodzaak tot huisvesting in deze regio bestaat
                                op basis van economische of</al><al>maatschappelijke binding;</al></li><li nr="r)"><al>senior: een woningzoekende van 55 jaar of ouder;</al></li><li nr="s)"><al>stadsvernieuwing: het proces van renovatie of sloop en
                                nieuwbouw;</al></li><li nr="t)"><al>standplaats: een kavel bestemd voor (het plaatsen van) een woonwagen
                                of chalet</al><al>waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de
                                openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van de gemeente
                                kunnen worden aangesloten;</al></li><li nr="u)"><al>starter: een ingeschreven woningzoekende die geen zelfstandige
                                woonruimte achterlaat in de regio Holland Rijnland;</al></li><li nr="v)"><al>sociale huurwoning: een huurwoning met een huurprijs beneden de
                                huurprijsgrens;</al></li><li nr="w)"><al>student: een persoon die als dagstudent staat ingeschreven bij een
                                instelling voor</al><al>vervolgonderwijs (MBO, HBO of Universiteit);</al></li><li nr="x)"><al>urgente: een woningzoekende die op grond van vastgestelde criteria
                                een</al><al>urgentieverklaring krijgt, waarmee hij/zij voorrang krijgt boven
                                andere woningzoekenden bij de toewijzing van een woning;</al></li><li nr="y)"><al>urgentiecommissie: de commissie als bedoeld in artikel 20 van deze
                                verordening, die is belast met de beoordeling van aanvragen om
                                urgentie en de vaststelling van urgentie;</al></li><li nr="z)"><al>Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW): rechtspersoon, die de in de
                                regio Holland</al><al>Rijnland werkzame toegelaten instellingen vertegenwoordigt;</al></li><li nr="aa)"><al>vermogen: het vermogen als aangenomen bij de vaststelling van het
                                inkomen, alsmede het verschil tussen de WOZ-waarde en een eventuele
                                Hypothecaire geldlening op de eigen woning;</al></li><li nr="bb)"><al>woningzoekende: het huishouden dat in het register als bedoeld in
                                Artikel 5 van de</al><al>verordening is ingeschreven respectievelijk wil worden
                                ingeschreven;</al></li><li nr="cc)"><al>woonruimte: een ruimte met een eigen toegang en die door een
                                huishouden kan worden bewoond zonder dat die afhankelijk is van
                                wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;</al></li><li nr="dd)"><al>woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een
                                standplaats en dat in zijn geheel of in gedeelten kan worden
                                verplaatst;</al></li><li nr="ee)"><al>zoekprofiel: een omschrijving van de woonruimte en/of de gemeente(n)
                                waarvoor een</al><al>urgent woningzoekende met voorrang in aanmerking komt.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Werkingsgebied</vet></al><al>1a. Deze verordening geldt voor de volgende gemeenten van de regio
                                Holland Rijnland:</al><al>Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse,
                                Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude.</al><al>b. Het onder sub a gestelde is niet van toepassing op de gemeenten
                                Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout en
                                Rijnwoude, tot deze gemeenten alsnog besluiten hun bevoegdheden
                                inzake woonruimteverdeling over te dragen.</al><al>2. Deze verordening is uitsluitend van toepassing op de sociale
                                huurwoningen van</al><al>verhuurders met tien of meer sociale huurwoningen in de in lid 1
                                genoemde gemeenten en op woonwagenstandplaatsen tot de
                                huurprijsgrens, met uitzondering van woonruimten die uitsluitend
                                bestemd zijn voor de huisvesting van studenten.</al><al>3. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden
                                onder woonruimte mede begrepen standplaatsen, woonwagens en
                                chalets.</al><al>4. Deze verordening heeft alleen betrekking op het bepaalde in
                                hoofdstuk 2 van de</al><al>Huisvestingswet.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Convenanten</vet></al><al>1. Op basis van deze verordening kan het Dagelijks Bestuur een
                                convenant met de HRW sluiten, waarmee de uitvoering van de
                                woonruimteverdeling in de praktijk wordt geregeld.</al><al>2. Op basis van deze verordening kan het Dagelijks Bestuur op
                                voordracht van een college van burgemeester en wethouders van een
                                regiogemeente convenanten sluiten met particuliere verhuurders met
                                tien of meer sociale huurwoningen in hun gemeente</al><al>3. In een convenant als bedoeld in het 1e of 2e lid kunnen afspraken
                                worden gemaakt over:</al><al>a. het aanleggen en bijhouden van een register voor
                                woningzoekenden;</al><al>b. het al dan niet verlenen van een huisvestingsvergunning;</al><al>c. het aanvragen van een (stadsvernieuwings)urgentie;</al><al>d. de rangordebepaling/toewijzing.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Beleidscommissie</vet></al><al>1. Het Dagelijks Bestuur stelt met de HRW een beleidscommissie in
                                die hen adviseert over het woonruimteverdeelbeleid, cq. de werking
                                van deze verordening en het convenant. In de commissie zijn ook de
                                huurdersorganisaties vertegenwoordigd.</al><al>2. Het Dagelijks Bestuur kan eerst na advies van de beleidscommissie
                                nadere regels stellen met betrekking tot:</al><al>a. inschrijving van woningzoekenden (Hoofdstuk II)</al><al>b. rangordebepaling en woningtoewijzing (Artikel 15);</al><al>c. sancties bij het zonder goede reden herhaaldelijk weigeren van
                                aangeboden</al><al>woonruimte;</al><al>d. (het quotum voor) bijzondere doelgroepen (Artikel 17);</al><al>e. passendheid (Artikel 19)</al><al>f. bemiddeling bij stadsvernieuwingsurgentie (Artikel 29)</al><al>3. Het Dagelijks Bestuur en de HRW horen de beleidscommissie bij
                                voorstellen tot wijziging van deze verordening, nadere regels of het
                                convenant.</al><al>4. Naast de samenstelling, zijn taken en bevoegdheden van de
                                beleidscommissie nader</al><al>uitgewerkt in het convenant.</al><al/><al/><al>Hoofdstuk II Inschrijving woningzoekenden</al><al/><al><vet>Artikel 5 Register van woningzoekenden</vet></al><al>1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het doen aanleggen en
                                bijhouden van een register van woningzoekenden ten behoeve van het
                                bepalen van de rangorde.</al><al>2. Woningzoekenden worden in de gelegenheid gesteld zich als zodanig
                                in te schrijven na betaling van inschrijfgeld.</al><al>3. a. Het bewijs van inschrijving blijft één jaar geldig mits het
                                inschrijfgeld tijdig is voldaan.</al><al>b. Het Dagelijks Bestuur kan, met in achtneming van het bepaalde in
                                Artikel 4, een</al><al>langere periode voor de geldigheid van het bewijs van inschrijving
                                vaststellen.</al><al>4. Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de ingeschreven
                                woningzoekenden tegen het einde van de geldigheidsduur van de
                                inschrijving in de gelegenheid gesteld worden om binnen een door
                                haar te bepalen periode de inschrijving te verlengen.</al><al>5. Voor inschrijving als woningzoekende komen in aanmerking personen
                                van 18 jaar of</al><al>ouder die de Nederlandse nationaliteit bezitten of rechtmatig in
                                Nederland verblijven in de zin van artikel 8 onder a t/m e of l van
                                de Vreemdelingenwet 2000.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Uitschrijven uit register woningzoekenden</vet></al><al>1. De woningzoekende wordt uit het register van woningzoekende
                                uitgeschreven, indien:</al><al>a. de inschrijving als woningzoekende heeft geresulteerd in het
                                aanvaarden van een woonruimte, die valt onder deze verordening en
                                die is aangeboden via het aanbodmedium;</al><al>b. is gebleken dat de woningzoekende niet of niet meer voldoet aan
                                de vereisten voor de inschrijving zoals gesteld in Artikel 5 lid 5
                                van deze verordening;</al><al>c. de woningzoekende bewust onjuiste gegevens heeft verstrekt die
                                van belang zijn voor de inschrijving. Het is aan de woningzoekende
                                om aan te tonen dat de verstrekte gegevens wel juist zijn;</al><al>d. de woningzoekende niet of niet tijdig zijn inschrijving heeft
                                verlengd, met inbegrip van de vereiste betaling;</al><al>e. de woningzoekende schriftelijk heeft verzocht om
                                uitschrijving;</al><al>f. de woningzoekende is overleden.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Opbouw inschrijftijd</vet></al><al>1. Een woningzoekende bouwt inschrijftijd op vanaf de datum dat de
                                woningzoekende als zodanig in het register is opgenomen.</al><al>2. Een woningzoekende die op basis van het bepaalde in Artikel 6 van
                                deze verordening is afgevoerd van het register van woningzoekenden,
                                verliest daarmee de tot dan toe</al><al>opgebouwde inschrijftijd.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Wijzigingen van inschrijving</vet></al><al>1. Ingeval van bijschrijving in verband met een bestaand(e) dan wel
                                voorgenomen</al><al>duurzame gemeenschappelijke huishouding, kan de inschrijving op naam
                                van de beide partners worden gesteld.</al><al>2. Wordt de relatie als bedoeld in het vorige lid beëindigd, anders
                                dan bij overlijden, dan</al><al>kunnen de beide ex-partners zich afzonderlijk laten inschrijven. De
                                hoofdinschrijver</al><al>behoudt de inschrijftijd. Voor de ex-partner die geen
                                hoofdinschrijver is, geldt het</al><al>moment van bijschrijven of als de ex-partner al voorafgaand aan de
                                bijschrijving</al><al>inschrijftijd had op- gebouwd, het moment van de oorspronkelijke
                                inschrijving van de expartner, als inschrijftijd.</al><al>3. Wordt de relatie beëindigd door overlijden van een van de
                                partners dan blijft de</al><al>inschrijving van de nog levende overgebleven partner zijn geldigheid
                                behouden.</al><al>4. De ingeschrevenen als bedoeld in het eerste lid worden van de
                                wijziging van inschrijving in kennis gesteld.</al><al/><al/><al>Hoofdstuk III Huisvestingsvergunning</al><al/><al><vet>Artikel 9 Vergunningvereiste</vet></al><al>1. Het is verboden de in artikel 2 aangewezen woonruimte zonder
                                huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of in gebruik te
                                geven.</al><al>2. Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op woonruimten van
                                aanbieders op wie het</al><al>convenant Woonruimteverdeling Corporaties Holland Rijnland 2013 van
                                toepassing is.</al><al>3. Het Dagelijks Bestuur kan op voordracht van het college van de
                                deelnemende gemeente waarin een convenant als bedoeld in Artikel 3
                                lid 2 is gesloten besluiten lid 1 niet van toepassing te
                                verklaren.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Aanvraag van een huisvestingsvergunning</vet></al><al>1. De aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij
                                het Dagelijks Bestuur op een door het Dagelijks Bestuur vastgestelde
                                wijze.</al><al>2. Bij de aanvraag voor een huisvestingsvergunning moeten in ieder
                                geval de volgende</al><al>stukken worden overlegd:</al><al>a. een rechtsgeldig document waaruit de nationaliteit en de leeftijd
                                van alle leden van het huishouden blijkt;</al><al>b. een rechtsgeldig verblijfsdocument indien de aanvrager of een van
                                de leden van de huishouding niet de Nederlandse nationaliteit heeft
                                of hebben;</al><al>c. recente stukken aan de hand waarvan het inkomen en het vermogen
                                van het huishouden kan worden vastgesteld;</al><al>d. een verklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat deze bereid is
                                de woonruimte, chalet of woonwagen aan het huishouden te
                                verhuren.</al><al>3. Voor de aanvraag van een woonwagenstandplaats dienen tevens de
                                volgende documenten te worden overlegd:</al><al>a. gegevens uit het GBA met betrekking tot het adres van
                                herkomst;</al><al>b. gegevens met betrekking tot het adres, met aanduiding van
                                huisnummer en</al><al>gewenste locatie van de standplaats;</al><al>c. een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het oprichten van de
                                woonwagen of het chalet van de aanvrager, indien geen woonwagen of
                                chalet reeds op de standplaats aanwezig is.</al><al>4. Het Dagelijks Bestuur kan indien dit voor de beoordeling van de
                                aanvraag noodzakelijk wordt geacht, aanvrager verzoeken in
                                aanvulling op het bepaalde in lid 2 en/of lid 3 nadere documenten te
                                overleggen.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Criteria voor vergunningverlening</vet></al><al>Het Dagelijks Bestuur verleent een huisvestingsvergunning
                                indien:</al><al>a. tenminste een van de leden van het huishouden 18 jaar of ouder
                                is, en;</al><al>b. de leden van het huishouden de Nederlandse nationaliteit bezitten
                                of rechtmatig in</al><al>Nederland verblijven in de zin van artikel 8 onder a t/m e en l van
                                de Vreemdelingenwet 2000, en;</al><al>c. de aanvrager op basis van de rangorde zoals omschreven in
                                hoofdstuk IV van deze</al><al>verordening voor de betreffende woonruimte waarvoor de
                                huisvestingsvergunning wordt aangevraagd in aanmerking komt.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Beslistermijn en gegevens van de vergunning</vet></al><al>1. Het Dagelijks Bestuur beslist binnen drie weken na ontvangst van
                                de aanvraag.</al><al>2. In de huisvestingsvergunning wordt in ieder geval vermeld:</al><al>a. de betreffende woonruimte;</al><al>b. de vergunninghouder of vergunninghouders;</al><al>c. de ingangsdatum;</al><al>d. de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden
                                gemaakt.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Weigering van de vergunning</vet></al><al>Het Dagelijks Bestuur kan de aanvraag om een huisvestingsvergunning
                                weigeren, indien:</al><al>a. de huidige of vorige huurovereenkomst van de aanvrager is of
                                dreigt te worden</al><al>ontbonden in verband met overlast, gevaar of schade veroorzaakt door
                                de aanvrager</al><al>en/of leden van zijn of haar huishouden of een huurschuld;</al><al>b. de aanvrager van de huisvestingsvergunning zich op een
                                onacceptabele wijze agressief heeft gedragen tegen een uitvoerder
                                van de verordening;</al><al>c. het verlenen van een huisvestingsvergunning tot gevolg heeft dat
                                de aanvrager over meer dan één woonruimte beschikt;</al><al>d. het onder c gestelde is niet van toepassing op degene die
                                tijdelijk twee woonruimten ter beschikking heeft vanwege een
                                verhuizing van de ene naar de andere woonruimte of vanwege de
                                verkoop van een woonruimte en schriftelijk verklaart dat de te
                                verkopen woning niet door hem wordt bewoond of zal worden
                                bewoond.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Intrekken van de vergunning</vet></al><al>Het Dagelijks Bestuur kan de huisvestingsvergunning intrekken,
                                indien:</al><al>a. de vergunninghouder de in de vergunning vermelde woonruimte niet
                                binnen de bij de</al><al>verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft
                                genomen of;</al><al>b. de vergunning is verleend op grond van de door de
                                vergunninghouder verstrekte</al><al>gegevens, waarvan de vergunninghouder wist of redelijkerwijs had
                                moeten weten dat</al><al>deze gegevens onjuist of onvolledig waren;</al><al>c. er geen feitelijk gebruik meer wordt gemaakt van de
                                huisvestingsvergunning.</al><al/><al/><al>Hoofdstuk IV Rangorde</al><al/><al><vet>Artikel 15 Rangordebepaling</vet></al><al>1. Woningzoekenden met een (stadsvernieuwings)urgentieverklaring
                                hebben, binnen hun zoekprofiel en met uitzondering van het bepaalde
                                in Artikel 16 (lokale beleidsruimte) en Artikel 18 (specifieke
                                toewijzing nieuwbouw), voorrang boven alle andere woningzoekenden.
                                De volgorde tussen urgenten wordt als eerste bepaald op basis van de
                                oudste toekenningsdatum van de urgentie, daarna op de meeste
                                inschrijftijd en ten slotte op basis van loting.</al><al>2 a. Indien meerdere woningzoekenden voor woonruimte die in het
                                aanbodmedium wordt aangeboden in aanmerking komen, wordt met in
                                achtneming van het bepaalde in het eerste lid, de woonruimte
                                toegewezen aan de woningzoekende met de meeste</al><al>inschrijftijd.</al><al>2 b. Indien de toe te wijzen woonruimte onder lid a een standplaats
                                betreft, heeft de</al><al>woningzoekende met de meeste inschrijfwaarde die aantoonbaar legaal
                                een standplaats bewoont of in de voorafgaande tien jaren ten minste
                                zes jaar onafgebroken heeft bewoond, voorrang boven andere
                                woningzoekenden, dit met inachtneming van de uitzonderingen genoemd
                                in lid 1 van dit artikel.</al><al>3. Met in achtneming van het in het eerste lid bepaalde vindt bij
                                gelijke inschrijftijd</al><al>toewijzing plaats in volgorde van loting.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Lokale beleidsruimte</vet></al><al>1. Om specifieke lokale en subregionale volkshuisvestelijke
                                knelpunten op te lossen, kan een deel van de vrijkomende woonruimten
                                aan woningzoekenden met nadere bindingseisen, andere
                                passendheidseisen, via een ander volgordecriterium of op andere
                                wijze afwijkend van de regionale regels worden toegewezen.</al><al>2. Indien gebruik gemaakt wordt van lokale beleidsruimte, dan dienen
                                de specifieke lokale of subregionale volkshuisvestelijke knelpunten
                                waarvoor het wordt ingezet, vastgelegd te zijn in de lokale
                                woonvisie of prestatieafspraken.</al><al>3. Het maximum aantal woningen zoals bedoeld in lid 1, is bepaald op
                                30% van het</al><al>gemiddeld aantal verhuringen per jaar van sociale huurwoningen van
                                corporaties per</al><al>gemeente in de voorgaande drie jaar.</al><al>4. Een besluit over de invulling van de lokale beleidsruimte wordt
                                genomen door</al><al>burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente, na overleg
                                met en mede op advies van de lokale corporatie(s), eventuele andere
                                particuliere verhuurders die het convenant Woonruimteverdeling
                                Corporaties hebben ondertekend en de lokale</al><al>huurdersorganisatie(s).</al><al>5. Burgemeester en wethouders van de gemeente verschaffen jaarlijks
                                achteraf inzicht aan het Dagelijks Bestuur over de inzet van de
                                lokale beleidsruimte. Dat gebeurt op basis van cijfers over het
                                aantal aanbiedingen en toewijzingen op basis van de lokale
                                beleidsruimte.</al><al>6. Indien blijkt dat het maximum aantal woningen voor lokale
                                beleidsruimte zoals</al><al>vastgesteld in lid 3, in een jaar is overschreden, dan wordt het
                                quotum voor het volgend jaar verminderd met een even groot aantal
                                als de overschrijding.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Onderscheid naar doelgroepen</vet></al><al>1. Het Dagelijks Bestuur kan onderscheid maken naar woonruimten, die
                                in het bijzonder zijn voorbehouden voor volkshuisvestelijk te
                                onderscheiden doelgroepen, te weten:</al><al>a. gehandicapten die aantoonbaar noodzakelijk zijn aangewezen op een
                                ingrijpend aangepaste woonruimte;</al><al>b. senioren;</al><al>c. starters;</al><al>d. woningzoekenden die vallen onder door de rijksoverheid opgelegde
                                taakstellingen of de jaarlijks door het Dagelijks Bestuur
                                vastgestelde lijst van betrokken instellingen of nader overeen te
                                komen taakstellingen.</al><al>2. Bij de toewijzing voor woonruimten voor bijzondere doelgroepen,
                                kan het Dagelijks</al><al>Bestuur voorrang verlenen aan deze woningzoekenden.</al><al/><al><vet>Artikel 18 Specifieke toewijzing nieuwbouw</vet></al><al>1. Nieuwgebouwde woonruimten kunnen bij de eerste aanbieding bij
                                voorrang worden</al><al>toegewezen aan woningzoekenden die in specifieke delen van de regio
                                een sociale</al><al>huurwoning achterlaten.</al><al>2. Een besluit over specifieke toewijzing bij nieuwbouw in het deel
                                van de regio waarin een sociale huurwoning achtergelaten moet
                                worden, wordt genomen door burgemeester en wethouders van de
                                gemeente waarin de nieuwgebouwde woonruimten zijn gelegen, na
                                overleg met en mede op advies van de lokale corporatie(s) en de
                                lokale huurdersorganisatie(s).</al><al>3. Burgemeester en wethouders van de gemeente verschaffen jaarlijks
                                inzicht aan het</al><al>Dagelijks Bestuur over specifieke aanbieding en toewijzing van
                                nieuwbouw.</al><al/><al><vet>Artikel 19 Passendheidscriteria</vet></al><al>1. Het Dagelijks Bestuur kan nadere regels stellen voor de
                                passendheid naar woninggrootte bij de toewijzing van
                                woonruimte;</al><al>2. De bij het convenant aangesloten verhuurders kunnen in verband
                                met de ‘Tijdelijke</al><al>regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten
                                instellingen</al><al>volkshuisvesting’ of andere door de Rijksoverheid bepaalde regels
                                met betrekking tot</al><al>diensten van algemeen economisch belang, inkomenseisen stellen.</al><al/><al/><al>Hoofdstuk V Urgentie</al><al/><al><vet>Artikel 20 Urgentiecommissie</vet></al><al>1. Het Dagelijks Bestuur benoemt een regionale urgentiecommissie,
                                bestaande uit een</al><al>voorzitter en maximaal zes overige leden, waarvan een derde op
                                voordracht van het</al><al>Dagelijks Bestuur, een derde op voordracht van de HRW en een derde
                                op voordracht van de koepels van huurdersorganisaties. De voorzitter
                                wordt in gezamenlijk overleg</al><al>voorgedragen.</al><al>2. De urgentiecommissie heeft tot taak het namens het Dagelijks
                                Bestuur uitoefenen van de bevoegdheden als genoemd in hoofdstuk V en
                                Artikel 36 van deze verordening.</al><al>3. Het Dagelijks Bestuur stelt ten behoeve van de werkzaamheden van
                                de</al><al>urgentiecommissie een reglement vast.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Aanvraag van een urgentieverklaring</vet></al><al>1. De aanvraag voor een urgentieverklaring wordt, via een in de
                                regio werkzame corporatie, ingediend bij de urgentiecommissie.</al><al>2. Bij de aanvraag dienen alle bewijsstukken te worden overlegd die
                                de urgentiecommissie nodig oordeelt om een weloverwogen besluit te
                                kunnen nemen.</al><al>3. Een woningzoekende kan een verzoek om een urgentieverklaring
                                indienen, wanneer:</al><al>a. voldaan wordt aan het bepaalde in Artikel 11 van deze
                                verordening, en;</al><al>b. de woningzoekende regionaal gebonden is, en;</al><al>c. de woningzoekende niet zelf binnen zes maanden kan voorzien in
                                zijn</al><al>(her)huisvesting.</al><al/><al><vet>Artikel 22 Criteria voor toekenning van urgentie</vet></al><al>1. Een urgentieverklaring kan alleen verkregen worden als voldoende
                                is aangetoond dat het medische, psychosociale- of maatschappelijke
                                probleem alleen kan worden opgelost door een voorrangspositie voor
                                een zelfstandige woonruimte.</al><al>2. Een woningzoekende kan in aanmerking komen voor een
                                urgentieverklaring op basis van medische dan wel psychosociale
                                gronden, als naar het oordeel van een door de</al><al>urgentiecommissie aangewezen onafhankelijke deskundige is komen vast
                                te staan dat:</al><al>a. er sprake is van medische dan wel psychosociale gronden die
                                zodanig verbonden zijn met omstandigheden in de huidige woonruimte
                                dat de daarmee verbonden gevolgen door voortduring van die
                                omstandigheden verergeren of het gebruik van de woonruimte feitelijk
                                onmogelijk maken, en;</al><al>b. het niet aanvaardbaar is dat de onder a genoemde omstandigheden
                                langer dan zes maanden zullen voortduren;</al><al>c. door ergonomische aanpassing van de woonruimte de onder a
                                genoemde</al><al>omstandigheden niet worden opgeheven.</al><al>3. Indien in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning een
                                verhuisindicatie is gegeven, kan deze gelden als een medische
                                indicatie voor het verkrijgen van een</al><al>urgentieverklaring.</al><al>4. Onverlet het bepaalde in het tweede lid, kan een woningzoekende
                                in aanmerking komen voor een urgentieverklaring, indien sprake is
                                van:</al><al>a. onvoorziene financiële teruggang, buiten de schuld van de
                                woningzoekende om, waarbij de woonlasten een onevenredig deel van
                                het inkomen zijn gaan uitmaken, waardoor verhuizen binnen zes
                                maanden naar het oordeel van de urgentiecommissie noodzakelijk
                                is;</al><al>b. een acuut dreigende dakloosheid met aantoonbaar de zorg voor
                                (een) minderjarig(e) kind(eren), waarbij sprake is van een
                                aantoonbare noodsituatie die tot een crisis leidt;</al><al>c. lichamelijke of geestelijke mishandeling, aangetoond door een
                                politieaangifte en/of andere ter zake kundige en bevoegde
                                instanties.</al><al>5. Een urgentieverklaring wordt alleen verleend, indien:</al><al>a. de gewenste verhuizing bijdraagt aan de verlichting en zo
                                mogelijk de oplossing van de problematiek die ten grondslag ligt aan
                                de gevraagde urgentieverklaring, en;</al><al>b. de aanvrager geen vrije keuze inzake de woonsituatie heeft, en
                                geen andere mogelijkheid openstaat die in redelijkheid niet tot een
                                urgentieaanvraag in de regio Holland Rijnland had mogen leiden,
                                en;</al><al>c. sprake is van een acute woonnoodsituatie die niet door betrokkene
                                zelf is veroorzaakt of kon worden voorkomen of kan worden
                                opgelost.</al><al/><al><vet>Artikel 23 Toekenning urgentieverklaring</vet></al><al>1. De urgentiecommissie beslist, namens het Dagelijks Bestuur,
                                uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de volledige
                                aanvraag.</al><al>2. De urgentieverklaring is zes maanden geldig.</al><al>3. De urgentieverklaring vermeldt in ieder geval:</al><al>a. de personalia van de urgente;</al><al>b. de omvang van het huishouden van de urgente;</al><al>c. de ingangsdatum en de periode waarvoor de urgentieverklaring
                                geldig is;</al><al>d. de mededeling dat aan de urgente, wanneer hij tot twee maanden
                                voor beëindiging van de periode waarvoor de urgentieverklaring geldt
                                nog geen andere woonruimte heeft, hem één keer een passende
                                woonruimte wordt aangeboden;</al><al>e. het zoekprofiel, d.w.z. een beschrijving van de gemeente(n),
                                kern(en) of wijk(en) en woningtype(n) waarvoor de voorrang wordt
                                toegekend;</al><al>f. eventueel aanvullende eisen aan de urgente om recht te hebben op
                                een urgentie.</al><al/><al><vet>Artikel 24 Verantwoordelijkheid urgente</vet></al><al>1. De urgente is zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar een
                                andere woonruimte.</al><al>2. Wanneer binnen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring,
                                buiten de</al><al>verantwoordelijkheid van de urgente geen passende woonruimte wordt
                                gevonden, kan de urgente eenmalig een verlenging van maximaal zes
                                maanden aanvragen.</al><al/><al><vet>Artikel 25 Aanbod verhuurders</vet></al><al>Als een urgente tot twee maanden voor beëindiging van de
                                urgentieverklaring nog geen</al><al>andere woning heeft, dan zal één van de verhuurders één keer een
                                passende woning</al><al>aanbieden. Op verzoek van de urgente kan directe bemiddeling eerder
                                plaatsvinden.</al><al/><al><vet>Artikel 26 Weigering urgentieverklaring</vet></al><al>1. Een urgentieverklaring wordt geweigerd indien niet wordt voldaan
                                aan het bepaalde in de artikelen 21 of 22 van deze verordening.</al><al>2. Een urgentieverklaring kan worden geweigerd als de
                                huurovereenkomst van een</al><al>woningzoekende is of dreigt te worden ontbonden in verband met
                                overlast, gevaar,</al><al>schade of huurschuld.</al><al>3. Een urgentieverklaring kan tevens worden geweigerd indien bij de
                                aanvraag om urgentie de aanvrager en/of leden van zijn huishoudens
                                dreigementen heeft/hebben geuit of zich agressief heeft/hebben
                                gedragen richting een uitvoerder van de verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 27 Intrekking urgentieverklaring</vet></al><al>De urgentiecommissie trekt, namens het Dagelijks Bestuur, de
                                urgentieverklaring in, indien:</al><al>1. de urgente een aangeboden, passende woonruimte weigert;</al><al>2. de urgentieverklaring is verleend op grond van door de aanvrager
                                verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                vermoeden dat deze gegevens onjuist of onvolledig waren;</al><al>3. de urgente een aangeboden woonruimte aanvaardt;</al><al>4. de urgente geen prijs meer stelt op inschrijving;</al><al>5. de urgente niet meer voldoet aan de vereisten om voor verlening
                                van een</al><al>huisvestingsvergunning in aanmerking te komen;</al><al>6. de urgente dreigementen heeft geuit of zich agressief heeft
                                gedragen richting een</al><al>uitvoerder van deze verordening.</al><al/><al/><al>Hoofdstuk VI Stadsvernieuwingsurgentie</al><al/><al><vet>Artikel 28 Stadsvernieuwingsurgentie</vet></al><al>1. Urgentie op grond van stadsvernieuwing ontstaat:</al><al>a. bij sloop van woonruimte in de zin van artikel 1 van deze
                                verordening;</al><al>b. bij ingrijpende woningverbetering van woonruimte in de zin van
                                artikel 1 van deze verordening, als gevolg waarvan de bewoners niet
                                kunnen terugkeren in die woonruimte.</al><al>2. Urgentie op grond van het bepaalde in het eerste lid wordt alleen
                                verleend ten aanzien van woonruimte onder de huurprijsgrens.</al><al/><al><vet>Artikel 29 Toekenning stadsvernieuwingsurgentie</vet></al><al>1a. Het besluit over stadsvernieuwingsurgentie wordt ten minste 18
                                maanden voor de te</al><al>verwachten sloopdatum genomen.</al><al>1b. De urgentiecommissie beslist, namens het Dagelijks Bestuur,
                                uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de volledige
                                aanvraag.</al><al>2. De stadsvernieuwingsurgentieverklaring vermeldt in ieder
                                geval:</al><al>a. de personalia van de stadsvernieuwingsurgente;</al><al>b. de omvang van het huishouden van de
                                stadsvernieuwingsurgente;</al><al>c. de ingangsdatum en de periode waarvoor de
                                stadsvernieuwingsurgentieverklaring geldig is;</al><al>d. het zoekprofiel, dat wil zeggen een beschrijving van de gemeente
                                en het woningtype waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie van
                                toepassing is;</al><al>e. de mededeling dat aan de stadsvernieuwingsurgente, wanneer hij
                                zes maanden voor de sloop of de ingrijpende woningverbetering nog
                                geen andere woonruimte heeft, door de corporatie zelf maximaal twee
                                keer een passende woonruimte wordt aangeboden.</al><al>3. Indien de stadsvernieuwingsurgente één jaar voor de sloop of de
                                ingrijpende</al><al>woningverbetering nog geen vervangende woonruimte heeft gevonden in
                                de gemeente waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie van toepassing
                                was, wordt de</al><al>stadsvernieuwingsurgentieverklaring van toepassing verklaard voor de
                                gehele regio.</al><al/><al><vet>Artikel 30 Verantwoordelijkheid stadsvernieuwingsurgente</vet></al><al>1. De stadsvernieuwingsurgente is tot zes maanden voor de sloop of
                                de ingrijpende</al><al>woningverbetering zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar een
                                andere woonruimte.</al><al>2. Advies en ondersteuning van de zijde van de verhuurders zijn op
                                verzoek van de</al><al>stadsvernieuwingsurgente beschikbaar en worden ingezet naar de mate
                                waarin de</al><al>betrokkene zelf in staat is te reageren op vrijkomende
                                woonruimte.</al><al/><al><vet>Artikel 31 Intrekking stadsvernieuwingsurgentie</vet></al><al>Het Dagelijks Bestuur trekt de stadsvernieuwingsurgentieverklaring
                                in, indien:</al><al>a. de sloopdatum is gepasseerd;</al><al>b. de stadsvernieuwingsurgentieverklaring is verleend op grond van
                                door de aanvrager</al><al>verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                vermoeden dat deze</al><al>gegevens onjuist of onvolledig waren;</al><al>c. de stadsvernieuwingsurgente een aangeboden woonruimte
                                aanvaardt;</al><al>d. de stadsvernieuwingsurgente geen prijs meer stelt op
                                inschrijving;</al><al>e. de stadsvernieuwingsurgente niet meer voldoet aan de vereiste om
                                voor verlening van een huisvestingsvergunning in aanmerking te
                                komen;</al><al>f. de stadsvernieuwingsurgente dreigementen heeft geuit of zich
                                agressief heeft</al><al>gedragen richting een uitvoerder van de verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 32 Afwijkende rangorde stadsvernieuwingsurgenten</vet></al><al>Het Dagelijks Bestuur kan afwijkende toewijzingsregels opstellen als
                                blijkt dat binnen een</al><al>tijdsbestek van een jaar meer dan dertig procent van de vrijgekomen
                                woonruimten in een</al><al>gemeente wordt toegewezen aan stadsvernieuwingsurgenten uit andere
                                gemeenten.</al><al/><al/><al/><al>Hoofdstuk VII Overige bepalingen</al><al/><al><vet>Artikel 33 Nadere regels</vet></al><al>1. Ten behoeve van een goede uitvoering van de verordening stelt het
                                Dagelijks Bestuur</al><al>‘Nadere regels woonruimteverdeling op de registratie,
                                rangordebepaling en</al><al>woningtoezicht’ op.</al><al>2. Het Dagelijks Bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in
                                Artikel 4 lid 3, voor</al><al>andere onderwerpen nadere regels stellen.</al><al/><al><vet>Artikel 34 Bezwaarschriftencommissie</vet></al><al>1. Het Dagelijks Bestuur stelt één regionale
                                bezwaarschriftencommissie in als bedoeld in artikel 7:13 van de
                                Algemene wet bestuursrecht.</al><al>2. De bezwaarschriftencommissie is voorts belast met de advisering
                                over klachten als</al><al>bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Huisvestingswet. Het gaat
                                hier dus om klachten die voortkomen uit besluiten die verhuurders
                                nemen op basis van het convenant. Adviezen over deze klachten zijn
                                bindend.</al><al>3. De bezwaarschriftencommissie kan op verschillende locaties binnen
                                de regio zitting</al><al>houden.</al><al>4. De bezwaarschriftencommissie brengt jaarlijks een verslag uit van
                                haar werkzaamheden.</al><al>5. De werkwijze, taken en bevoegdheden van de bezwarencommissie
                                worden bij verordening vastgesteld.</al><al/><al><vet>Artikel 35 Mandatering</vet></al><al>Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de uitoefening van de bevoegdheden
                                krachtens deze</al><al>verordening te mandateren aan functionarissen van aanbieders van
                                woonruimte, colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten
                                in het werkingsgebied, ambtenaren die</al><al>werkzaam zijn bij de gemeenten die onder het werkingsgebied vallen,
                                dan wel aan de door</al><al>het Dagelijks Bestuur benoemde leden in de op grond van deze
                                verordening ingestelde</al><al>commissies, behoudens de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen
                                17, 19, 33 en 38.</al><al/><al><vet>Artikel 36 Hardheidsclausule</vet></al><al>Het Dagelijks Bestuur en de door haar op grond van deze verordening
                                ingestelde</al><al>urgentiecommissie zijn bevoegd in gevallen, waarin de toepassing van
                                deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt,
                                ten gunste van de aanvrager gemotiveerd af te wijken van deze
                                verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 37 Handhaving</vet></al><al>Het Dagelijks Bestuur is belast met het toezicht op de naleving van
                                het bepaalde in deze</al><al>verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 38 Restbepaling</vet></al><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                Dagelijks Bestuur, waarbij zij</al><al>zich uitsluitend zal laten leiden door overwegingen betrekking
                                hebbende op de evenwichtige</al><al>en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte.</al><al/><al/><al>Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepaling</al><al/><al><vet>Artikel 39 Omzettingsmaatregel</vet></al><al>1. De door woningzoekenden opgebouwde woonwaarde wordt omgezet in
                                inschrijftijd.</al><al>2. De in het eerste lid genoemde inschrijftijd wordt berekend door
                                de woonwaarde zoals</al><al>deze op 31 maart 2014 aan de woningzoekende was toegekend te delen
                                door 12.</al><al>3. De op basis van het bepaalde in het tweede lid verkregen
                                inschrijftijd wordt opgeteld bij de aan de woningzoekende op 31
                                maart 2014 bestaande inschrijftijd.</al><al><vet>Artikel 40 Overgangsbepaling</vet></al><al>1. De voor de inwerkingtreding van deze verordening gedane
                                inschrijvingen als</al><al>woningzoekenden in Woonzicht dan wel bij de Stichting Woonmarkt
                                Rijnstreek, worden, met inachtneming van het bepaalde in Artikel 39
                                geacht inschrijvingen te zijn als bedoeld in hoofdstuk II van de
                                Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013.</al><al>2. Aanvragen om een huisvestingsvergunning op basis van de
                                Huisvestingsverordening</al><al>Holland Rijnland 2009, de Huisvestingsverordening 1994 Alphen aan
                                den Rijn, de</al><al>Huisvestingsverordening Kaag en Braassem Oost, de
                                Huisvestingsverordening 2008 van de gemeente Nieuwkoop, de
                                Huisvestingsverordening Noordwijk 2009, de Gewijzigde
                                Huisvestingsverordening Gemeente Noordwijkerhout 2009 dan wel
                                de</al><al>Huisvestingsverordening 1994 gemeente Rijnwoude worden geacht
                                aanvragen om</al><al>vergunningen te zijn op grond van de Huisvestingsverordening Holland
                                Rijnland 2013.</al><al>3. Huisvestingsvergunningen verleend op basis van de
                                Huisvestingsverordening Holland</al><al>Rijnland 2009, de Huisvestingsverordening 1994 Alphen aan den Rijn,
                                de</al><al>Huisvestingsverordening Kaag en Braassem Oost, de
                                Huisvestingsverordening 2008 van de gemeente Nieuwkoop, de
                                Huisvestingsverordening Noordwijk 2009, de Gewijzigde
                                Huisvestingsverordening Gemeente Noordwijkerhout 2009 dan wel
                                de</al><al>Huisvestingsverordening 1994 gemeente Rijnwoude worden geacht
                                vergunningen te zijn op grond van de Huisvestingsverordening Holland
                                Rijnland 2013.</al><al>4. Aanvragen om een urgentieverklaring of stadsvernieuwingsurgentie
                                ingediend op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland
                                2009, de Huisvestingsverordening Noordwijk 2009, de Gewijzigde
                                Huisvestingsverordening Gemeente Noordwijkerhout 2009 dan wel het
                                Convenant Woonruimteverdeling Rijnstreek en het Reglement Platform
                                Urgenties 2007 worden geacht te zijn aanvragen om urgentie dan wel
                                stadsvernieuwingsurgentie te zijn op grond van de
                                Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013.</al><al>De uitgebreide verwijzing in lid 2 t/m 7 naar verordeningen is
                                alleen van toepassing als de betreffende gemeenten hun bevoegdheden
                                alsnog overdragen aan de regio</al><al>5. Verleende urgenties dan wel stadsvernieuwingsurgenties op basis
                                van de</al><al>Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2009, de
                                Huisvestingsverordening Noordwijk 2009, de Huisvestingsverordening
                                Noordwijkerhout 2009 dan wel het Convenant Woonruimteverdeling
                                Rijnstreek en het Reglement Platform Urgenties 2007 worden geacht te
                                zijn verleend op basis van de Huisvestingsverordening 2009 of het
                                Convenant Woonruimteverdeling Rijnstreek en het Reglement Platform
                                Urgenties 2007.</al><al>6. Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift gericht tegen
                                besluiten op grond van de</al><al>Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2009, de
                                Huisvestingsverordening 1994 Alphen aan den Rijn, de
                                Huisvestingsverordening Kaag en Braassem Oost, de
                                Huisvestingsverordening 2008 van de gemeente Nieuwkoop, de
                                Huisvestingsverordening Noordwijk 2009, de Gewijzigde
                                Huisvestingsverordening Gemeente Noordwijkerhout 2009 dan wel de
                                Huisvestingsverordening 1994 gemeente Rijnwoude worden beslist met
                                toepassing van de op dat betreffende besluit van toepassing zijnde
                                verordening.</al><al>7. Klachten ingediend op basis van artikel 12 van het Convenant
                                Woonruimteverdeling</al><al>Rijnstreek 2009, worden met toepassing van dat convenant
                                afgehandeld.</al><al/><al><vet>Artikel 41 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening
                                Holland Rijnland 2013.</al><al/><al><vet>Artikel 42 Inwerkingtreding</vet></al><al>1. Deze verordening treedt in werking op 1 april 2014;</al><al>2. De Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2009 komt met ingang
                                van de in het eerste lid genoemde datum te vervallen.</al><al/></li></lijst></tekst></regeling-tekst><bijlage/></regeling></body></cvdr>