<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR105383_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Ontheffingenbeleid voor het stoken van vuur in de openlucht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zuid-Limburger 07-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Ontheffingenbeleid voor het stoken van vuur in de openlucht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, artikel 10.63</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-12-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>05n00921</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>ONTHEFFINGENBELEID VOOR HET STOKEN VAN VUUR IN DE OPENLUCHT</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>1</label><titel>Inleiding</titel></kop><al>In Nederland is het stoken van vuren al enkele jaren onderwerp van discussie. Onder leiding van oud-minister Jan Pronk is ingezet op een algeheel stookverbod. Dit algeheel stookverbod is bij de behandeling in de Tweede Kamer niet haalbaar gebleken. Vooral door de VNG en enkele (onder meer Limburgse) gemeenten is het stookverbod ter discussie gesteld. Gebleken was immers dat met name het landschapsbeheer niet gebaat was met een algeheel verbod maar meer gediend was bij een ontheffingsregeling.</al></artikel><artikel><kop><label>2</label><titel>Wijziging in de regelgeving</titel></kop><al>Op 23 mei 2003 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Artikel 10.2 bevat thans een verbod voor het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen. Artikel 10.63 van de Wet milieubeheer geeft het college van Burgemeester en Wethouders de mogelijkheid een ontheffing te verlenen van dit verbod. De bepalingen uit de APV omtrent het stoken van vuren in de openlucht zijn hiermee komen te vervallen voor zover deze betrekking hebben op het stoken van afval zoals snoeihout. De Kamer heeft wel aangegeven dat met het verlenen van ontheffingen terughoudend dient te worden omgegaan. </al></artikel><artikel><kop><label>3</label><titel>Situatie in Kerkrade</titel></kop><al>In Kerkrade komt het stoken van vuur in de openlucht slechts op beperkte schaal voor. Zo zijn in 2004 slechts twee verzoeken om ontheffing ingediend, beide zijn onder voorwaarden verleend. Ondanks dit beperkte aantal is het toch wenselijk een ontheffingskader vast te stellen aan de hand waarvan verzoeken tot ontheffing objectief getoetst kunnen worden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorstel</titel></kop><al>Wanneer kan er een ontheffing worden verleend? Bij de behandeling van de  wetswijziging is aangedrongen op een zeer terughoudend ontheffingenbeleid. In  artikel 10.63 Wet milieubeheer wordt gesteld dat de ontheffing alleen mogelijk  is indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet  verzet. Uit de kamerstukken bij het wetsvoorstel blijkt dat de ontheffing kan  worden verleend voor de volgende omstandigheden:</al><al>  - vreugdevuren, zoals  Paas-, Sint Maartens- en oudejaarsvuren;  - instandhouding van waardevolle  cultuurlandschappen.  </al><al/><al>De stoffen die verbrand mogen worden beperken zich in alle gevallen tot het  hout dat vrijkomt van bomen of struiken ter bevordering van het natuurlijk  groeiproces. Het snoeihout dat verbrand mag worden dient afkomstig te zijn van  het perceel waarop de brandplaats zich bevindt en waarvoor ontheffing is  verkregen. Het is in ieder geval verboden andere afvalstoffen dan hout te  verbranden of mee te verbranden. </al></artikel><artikel><kop><label>5</label><titel>Ontheffingsmogelijkheid</titel></kop><lid><lidnr/><al>Ontheffing kan worden verleend:  </al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Voor het bestrijden van plantenziekten, na melding bij én verifiëring door  de gemeente, binnen het grondgebied van de gemeente; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor vreugdevuren en  traditionele vuren binnen het grondgebied van de gemeente op door het  gemeentebestuur erkende feesten, zoals Oudjaar, Pasen en Sint Maarten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het verbanden van snoeiafval en rooiafval t.b.v. onderhoud, van  cultuurlandschap op alle percelen waarbij een minimale afstand van 50 meter tot  gebouwen respectievelijk 100 meter tot andere brandgevoelige objecten wordt  aangehouden. In bijlage a. worden de begrippen cultuurlandschap, perceel en  brandgevoelige objecten gedefinieerd.  </al></lid><lid><lidnr/><al>De ondernemer vraagt een perceelsgebonden ontheffing aan. Als hij die  ontheffing ontvangen heeft hoeft hij vervolgens nog slechts een melding te doen  bij de gemeente op de dag (of eerder) dat hij gaat stoken. Er is een model  aanvraagformulier bijgevoegd als bijlage c waarmee ontheffing kan worden  aangevraagd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>6</label><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>Aan een ontheffing ingevolge artikel 10.63 Wet milieubeheer kunnen voorschriften  worden verbonden met betrekking tot:</al><al>  - de tijdstippen, waarop afvalstoffen  mogen worden verbrand;</al><al>  - de omvang van de brandstapel;</al><al>  - de soort afval,  die verbrand mag worden;</al><al>  - de zorg en de nazorg rond de brandplaats; </al><al>  - de weersomstandigheden waaronder afvalstoffen mogen worden verbrand;   </al><al>- de wijze van melden van het stoken van vuur in het kader van een  ontheffing.  </al><al>In bijlage b zijn een aantal standaard voorwaarden opgenomen die  gehanteerd kunnen worden, afhankelijk van de vraag kunnen maatwerkvoorschriften  aan de orde zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>7</label><titel>Procedure</titel></kop><al>De procedure die moet worden gevolgd, is vastgelegd in de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Abw. </al></artikel><artikel><kop><label>8</label><titel>Handhaving</titel></kop><al>De handhaving is gebaat met de nieuwe regeling. In de toekomst is elke brandplaats binnen een gemeente bekend. Wordt er vuur gestookt dan moet dit plaatsvinden op één van de plaatsen met een ontheffing. Zo niet begaat de veroorzaker een overtreding van de Wet milieubeheer. Wordt er vuur gestookt op een brandplaats met ontheffing dan hoeft enkel gecontroleerd te worden (kan ook achteraf) of er een melding is gedaan. Een controle hoeft dan nog slechts plaats te hebben op de voorwaarden die genoemd zijn in de ontheffing. </al></artikel><artikel><kop><label>9</label><titel>Bijlagen</titel></kop><al>a. Definities en begrippen </al><al> b. Voorwaarden  </al><al>c. Aanvraagformulier </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van  Kerkrade in zijn vergadering van 07 december 2005.  </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,             De secretaris,  </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.J.M. Som                      mr. C.M. Kuikman </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Bijlage a.</vet></al><al/><al>Definities van de begrippen “waardevol cultuurlandschap”, “perceel” en  “brandgevoelige objecten” in het kader van de beleidsregels voor het verbranden  van afvalstoffen buiten inrichtingen:  </al><al/><al> Waardevol cultuurlandschap.  </al><al>De volgende typen landschapselementen  onderscheiden:  </al><al>1. Bossen.  </al><al>2. Hoogstamboomgaarden.  </al><al> 3. Halfstamboomgaarden en laagstamboomgaarden.  </al><al>4. Parken.  </al><al> 5. Houtsingels, aangelegd als begeleidende beplanting bij infrastructurele  (bouw)werken, zoals wegen en als afschermende beplanting rond recreatieterreinen  of sportvelden. </al><al> 6. Bomenrijen (een en tweerijig) langs wegen en beeklopen.   </al><al>7. Heggen, bestaande uit meidoorn of een mengsel van bijvoorbeeld meidoorn,  sleedoorn, beuk of hondsroos.</al><al>  8. Eenrijige singels  veelal van haagbeuk, els  of populier, welke als windsingel zijn geplant langs laagstamplantages. </al><al>  9. Begroeide steilranden, waaronder worden verstaan de begroeide steilranden  van graften en holle wegen.  </al><al/><al>Perceel.  </al><al>Het ter plaatse als één geheel zichtbare terrein, al dan niet  voorzien van een omheining, dat kan bestaan uit een of meer kadastrale percelen  of gedeelten daarvan.  </al><al/><al>Brandgevoelige objecten.  </al><al>- Gebouwen  </al><al>- Andere objecten, die door hun  aard en samenstelling brandgevoelig zijn, zoals een opstapeling van  oogstproducten (hooi of stro), houtopstanden, bosgrond, opslag van brandbare  vloeistoffen, gassen etc.  </al><al/><al><vet>Bijlage b.</vet></al><al/><al>Voorwaarden  </al><al/><al>Mogelijke voorwaarden die kunnen worden verbonden aan de ontheffing voor het  stoken van vuren in de openlucht:  </al><al/><al>- geheel op eigen risico, waarbij de gemeente geen enkele aansprakelijkheid  aanvaardt voor eventuele schade;  </al><al>- zonder gevaar of hinder op te leveren  voor de omgeving;  </al><al>- waarbij alle aanwijzingen door de politie en de  brandweer te geven, stipt en onmiddellijk opgevolgd dienen te worden;   </al><al>- onder het voortdurend toezicht van een meerderjarig persoon;  </al><al>- niet  binnen een afstand van 50 meter tot gebouwen respectievelijk 100 meter tot  andere brandgevoelige objecten;</al><al>  - het vuur mag pas een half uur na  zonsopgang ontstoken worden en dient een half uur voor zonsondergang gedoofd te  worden;</al><al>  - de verbranding mag niet plaatsvinden op zondagen en algemeen  erkende feestdagen;  </al><al>- de ontheffing heeft uitsluitend betrekking op droog  snoeihout en vergelijkbare houtachtige resten van bomen en struiken die van het  onderhavige perceel afkomstig zijn;  </al><al>- de in brand te steken opstapeling geen  volume mag hebben groter dan 2m3;</al><al>  - van de voorgenomen verbranding wordt de  gemeente minimaal 24 uur en maximaal 48 uur vóór de verbranding in kennis  gesteld d.m.v. telefonisch contact met de afdeling Milieu en Bouwen dan wel  melding per e-mail aan <extref doc="mailto:milieu@kerkrade.nl">milieu@kerkrade.nl</extref></al><al/><al><vet>Bijlage c.</vet></al><al>Aanvraagformulier  </al><al/><al>Aan burgemeester en wethouders van Kerkrade, afd. M+B  Postbus 600   6460 AP  Kerkrade  </al><al/><al> Aanvraag ontheffing verbod vuur stoken (art. 10.2 en 10.63 Wm)  </al><al/><al>Naam  aanvrager ..........................................................................   </al><al/><al>Adres   ..........................................................................   </al><al/><al>Postcode  ...............Plaats.................................................   </al><al/><al>Telefoon  ..........................................................................   </al><al/><al>Adres  stooklocatie ..........................................................................   </al><al/><al>Nadere  omschrijving ..........................................................................   </al><al/><al>Datum  stoken  ..........................................................................   </al><al>Reden tot stoken  o Verbranden snoeihout  o Kampvuur/ vreugdevuur   o Verbranding aangetast materiaal (verklaring Plantenziektenkundige Dienst)   o Anders,  namelijk............................................................................   </al><al/><al> Aard stookmateriaal  o Uitsluitend snoeihout  o Anders,  namelijk............................................................................   </al><al/><al>Hoeveelheid stookmateriaal  </al><al>o 0 tot 1 m3  o 1 tot 5 m3  o meer dan 5m3  </al><al/><al>Herkomst stookmateriaal  o Eigen snoeihout afkomstig uit de directe  omgeving waar gestookt wordt  o Anders,  namelijk............................................................................   </al><al/><al>Hierbij vraag ik ontheffing van het verbod voor het verbranden van  afvalstoffen, zoals hierboven omschreven.  </al><al/><al>De aanvrager,  </al><al>   </al><al/><al/><al>(Handtekening)   Datum...........................  </al></bijlage></regeling></body></cvdr>