<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR105317_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet Inburgering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.cuijk.nl">Cuijks Weekblad, 11-07-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet Inburgering gemeente Cuijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020611">Wet inburgering, art. 8, 19, lid 5, 23, lid 3 en 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0007625">Wet Educatie en Beroepsonderwijs (indirect)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-06-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-1.844.8 / -37371</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Welzijn / Werk, Inkomen en Zorg</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nota integratiebeleid Cuijk 2004,</al><al>Notulen Participatieraad Welzijnsbeleid van 4 mei 2007</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet Inburgering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De Raad van de gemeente Cuijk;</vet></al><al/><al>Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 1
                        mei 2007;</al><al/><al>Gehoord de Commissie Burger van 15 mei 2007;</al><al/><al>Gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet
                        inburgering;</al><al/><al>Overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld,
                        alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd;</al><al/><al><vet>B e s l u i t :</vet></al><al/><al>Vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>VERORDENING WET INBURGERING</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                                verstaan onder: </al><al>A. <onderstreept>het college:</onderstreept> het college van
                                burgemeester en wethouders van de gemeente Cuijk; </al><al>B. <onderstreept>de wet:</onderstreept> de Wet inburgering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen: A. het verstrekken van schriftelijk
                                voorlichtingsmateriaal; </al><al>B. publicaties in het huis-aan-huisblad het Cuijks weekblad;</al><al>C. het inrichten van een gemeentelijke informatie- en adviesfunctie; </al><al>D. het geven van digitale informatie op de website van de gemeente
                                Cuijk.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de vier jaren de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>DOELGROEPEN EN SAMENSTELLING VAN DE INBURGERINGSVOORZIENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij
                            voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van de
                            volgende criteria: </al><al>A. op basis van de wettelijke verplichting: </al><al>1. de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33
                            van de Vreemdelingen wet 2000; </al><al>2. de geestelijk bedienaar.</al><al>B. aan inburgeringsplichtigen die aanspraak maken op een uitkering
                            ingevolge de Wet werk en bijstand;</al><al>C. inburgeringsplichtige vrouwelijke oudkomers zonder eigen inkomsten
                            uit arbeid of uitkering;</al><al>D. motivatie;</al><al>E. leeftijd;</al><al>F. nadere door het college vast te stellen doelgroepen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke om-standigheden en
                                de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste 8 termijnen betaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het
                                college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt
                                dat in de beschikking vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen: </al><al>A. het deelnemen aan de aangeboden inburgeringscursus; </al><al>B. het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider; </al><al>C. het deelnemen aan voortgangsgesprekken; </al><al>D. voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een
                            tijdstip dat door het college wordt bepaald; </al><al>E. het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                            omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden
                            voldaan; </al><al>F. overige verplichtingen die het bereiken van het doel van de
                            inburgeringscursus kunnen ondersteunen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>HET AANBOD VAN EEN INBURGERINGSVOORZIENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college doet het aanbod, krachtens deze verordening
                                schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de
                                inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is
                                ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en
                                verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorzie-ning worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen 2 weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan
                                niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen 6 weken na ontvangst van deze mededeling het besluit
                                tot toekenning van de inburgeringsvoorziening, overeenkomstig het
                                gedane aanbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval: </al><al>A. een beschrijving van de inburgeringsvoorziening; </al><al>B. een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                            inburgeringsplichtige; </al><al>C. de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald; </al><al>D. de termijnen en wijze van betaling; en </al><al>E. ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving
                            van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet,
                            aanvangt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>DE BESTUURLIJKE BOETE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening,
                                bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de
                                verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500,- indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 en 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan bij besluit nadere regels vaststellen over de
                                uitvoering van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2007.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening inburgering
                                gemeente Cuijk.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Cuijk van 4 juni 2007.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>