<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR105303_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet Kinderopvang gemeente Cuijk 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-03-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cuijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Cuijks Weekblad, 30-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet Kinderopvang gemeente Cuijk 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0017017">Wet kinderopvang,</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe Regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-1.844.1 / 46827</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet Kinderopvang gemeente Cuijk 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De Raad van de gemeente Cuijk;</vet></al><al/><al>Gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 10 november
                        2009;</al><al/><al>Gezien het advies van de Commissie Burger van 24 november 2009;</al><al>gelet op artikelen 25 van de Wet kinderopvang en artikel 149 van de </al><al>Gemeentewet;</al><al/><al>Overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en
                        de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van </al><al>kinderopvang bij verordening te regelen;</al><al/><al><vet>B e s l u i t :</vet></al><al/><al>Vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening Wet Kinderopvang gemeente Cuijk 2009</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>1</lidnr><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>de wet: de Wet kinderopvang;</al><al/><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Vaststelling noodzaak van kinderopvang op grond van
                            sociaal-medische indicatie.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op
                                grond van een sociaal- medische indicatie als bedoeld in artikel 23
                                van de wet bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><al>A. naam en adres van de ouder;</al><al>B. indien van toepassing: naam en adres van de partner en, indien
                                dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de
                                partner;</al><al>C. naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                                aanvraag betrekking heeft;</al><al>D. overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen
                                besluiten over de aanvraag van de toekenning.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een
                                door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                                ondertekend door de partner.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                                van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het
                                college stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond
                            van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval:- de
                            geldigheidsduur van de indicatie;- de omvang van de kinderopvang die
                            noodzakelijk wordt geacht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><al>Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een
                                sociaal-medische indicatie vast te stellen indien:</al></lid><lid><lidnr>a</lidnr><al>de ouder en de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van
                                kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of</al></lid><lid><lidnr>b</lidnr><al>de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld in
                                artikel 6, eerste lid, onderdeel k of l van de wet.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Aanvraag van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                                bevat:</al></lid><lid><lidnr>a</lidnr><al>naam, adres en burgerservice nummer van de ouder;</al></lid><lid><lidnr>b</lidnr><al>indien van toepassing: naam, en burgerservice nummer van de partner
                                en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het
                                adres van de partner;</al></lid><lid><lidnr>c</lidnr><al>naam, geboortedatum en burgerservice nummer van het kind of de
                                kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking
                                heeft;</al></lid><lid><lidnr>d</lidnr><al>een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat
                                de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt
                                aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de postprijs per
                                uur en de aanvangsdatum van de opvang;</al></lid><lid><lidnr>e</lidnr><al>gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder
                                behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de
                                wet;</al></lid><lid><lidnr>f</lidnr><al>overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten
                                over de aanvraag van de tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een
                                door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld
                                aanvraagformulier; Indien de ouder een partner heeft, wordt de
                                aanvraag mede ondertekend door de partner.</al><al/><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Verlening van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst
                                van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het
                                stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><al>Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort tot
                            de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de
                                aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de
                                tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de
                                kinderopvang zal plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een
                                tegemoetkomingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming
                                voor een andere periode verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Omvang van de kinderopvang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren
                                kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder
                                als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid,
                                onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren
                                kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is
                                voor de combinatie van arbeid en zorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse
                                termijnen uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van
                                bevoorschotting.</al><al/><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de periode
                                waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht
                                van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na ontvangst
                                van het overzicht van de kosten vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken
                            betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Verplichtingen van de ouder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het bekend
                                worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van
                                inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van
                                een lagere tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het college, binnen
                                een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en
                                inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de
                                hoogte van de tegemoekoming van de gemeente van belang zijn.</al><al/><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het college kan beleidsregels formuleren waarin nadere invulling gegeven
                            wordt aan het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Afwijken van bepalingen; hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ouder afwijken
                            van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van de verordening
                            tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Gevallen waarin deze verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de
                            bekendmaking.Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                            Verordening kinderopvang gemeente Cuijk 2004 zoals vastgesteld op 25
                            oktober 2004 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet kinderopvang
                            gemeente Cuijk 2009.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Cuijk van
                        14 december 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>